regelbalk


 

 

Canto 12

Pañca Tattva

 

Hoofdstuk 3: Het Lied van Moeder Aarde en de Remedie voor Kali-yuga

(1) S'rî S'uka zei: 'Toen de aarde de koningen druk bezig zag met het veroveren van haar, lachte ze en zei: 'Ach, zie hoe deze koningen, deze speeltjes van de dood, mij wensen te veroveren! (2) Deze lust van de heersers der mensen en zelfs de wijzen is gedoemd te mislukken met die koningen die geloof hechten aan deze klomp [van aardse materie] die te vergelijken is met bubbels [schuim op water]. (3-4) Ze mogen dan denken: 'Allereerst de verdeling van zes de baas zijnd [de zinnen en de geest], zullen we de ministers die de leiding hebben overwinnen, dan de adviseurs en ons dan bevrijden van de doornen [het boeventuig], de burgers, de vrienden en de olifantenhouders. Op deze wijze zullen we, stap voor stap de aarde veroveren met inbegrip van haar gordel van zeeën', maar aldus gebonden aan de hoop in hun harten, hebben ze geen besef van hun eindigheid [vergelijk B.G 16: 13-18]. (5) Nadat ze de landen die aan zee liggen hebben veroverd bevaren ze met al hun macht de zeeën; wat is nu het nut van een dergelijke victorie van de zelfbeheersing? Spirituele bevrijding is de [eigenlijke] vrucht der zelfbeheersing!

(6) O zoon van de Kuru's[, ze zei: ] 'Onintelligent proberen zij in die worsteling mij te veroveren [terwille van hun eeuwige 'roem'] terwijl de Manu's en hun zonen het allen moesten opgeven en weer [uit deze wereld] moesten vertrekken zoals ze gekomen waren [d.w.z. hulpeloos]. (7) Vanwege mij ontstaat er zo een conflict tussen materialistische personen, een conflict waarin vaders vechten met zoons en zoons met elkaar, omdat in hun streven naar macht ze in hun harten gebonden zijn aan de politiek. (8) Dingen zeggend als 'Dit is toch zeker mijn land en niet het jouwe, jij dwaas', zaaien aldus ruziënd de heersers over de mensen dood en verderf en worden ze ook vanwege mij gedood [vergelijk b.v. 2.5: 13, 2.7: 42, 4.29: 5, 5.5: 8, 6.16: 41; 7.8: 7-10; 9.4: 2-12]. (9-13) Prithu, Purûravâ, Gâdhi, Nahusha, Bharata, Kârtavîryârjuna, Mândhâtâ, Sagara, Râma [*], Khathvânga, Dhundhuhâ [ofwel] Kuvalayâs'va [9.6: 23-24], Raghu [9.10: 1], Trinabindu [9.2: 30], Yayâti, S'aryâti [9.3: 1], S'antanu [9.22: 12-13], Gaya [5.15: 6-13], Bhagîratha [9.9: 2-17], Kakutstha [9.6: 12], Naishadha [Nala, 9.9: 16-17,9.23: 20-21, van de nakomelingen van Nishadha, 9.12: 1], Nriga [Nâbhâga, 10.64: 10], Hiranyakas'ipu, Vritra, Râvana, die de hele wereld deed weeklagen, Namuci [8.11: 29-49], S'ambara [10.36: 36], Bhauma, Hiranyâksha en Târaka [8.10: 19-24], zowel als vele andere demonen en vorsten die veel macht hadden over anderen, waren stuk voor stuk helden die goed van alles op de hoogte niet te overwinnen waren en allen onderwierpen. Voor mij levend, o machtige, gaven ze blijk van een grote bezitsdrang maar, omdat ze in de greep van de Tijd onderworpen waren aan de dood, bereikten ze niet hun doel, er bleven alleen maar historische verhandelingen van hen over [zie ook B.G. 4: 7].'

(14) [S'uka ging verder:] Deze verhalen die u werden verteld over grote koningen wiens roem zich in al de werelden verspreidde waarna ze weer vertrokken, drukken niet het hoogste levensdoel uit; zij, o machtige, vormen niet meer dan een weldaad aan woorden [een decor] om uit te kunnen weiden over de verzaking en wijsheid [van God]. (15) Het is nog steeds het altijd weer vertellen over en bezingen van de kwaliteiten van de Heer die wordt geprezen in de Verzen dat alles tenietdoet wat ongunstig is; hij die Heer Krishna Zijn zuivere toegewijde dienst verlangt moet dan ook direct ertoe overgaan regelmatig van dat luisteren te zijn.'

(16) De achtenswaardige koning [Parîkchit] zei: 'Welke methoden, mijn Heer, staan de mensen levend in Kali-yuga ter beschikking om de fouten die er zich als gevolg van dat tijdperk ophoopten te bestrijden; alstublieft vertel het me zoals-het-is. (17) [Vertel me over] de yuga's, de plichten die erbij horen, de tijd die ze beslaan en wanneer ze eindigen, en over de Tijd zelf die de beweging van de Beheerser is, van Heer Vishnu, de Opperziel [zie ook tijdcitaten-pagina]'.

(18) S'rî S'uka zei: 'In Krita-yuga wordt door de mensen van die tijd de religie gehandhaafd met al haar vier poten van waarheid [satya], mededogen [dayâ], boete [tapas] en liefdadigheid [dâna, of ook wel s'auca, zuivering [**], vergelijk 1.17: 24, 3.11: 21 en zie niyama]. (19) De [hamsa-]mensen [van dat tijdperk] zijn tevreden, genadig, vriendelijk, vreedzaam, zelfbeheerst, tolerant, innerlijk voldaan, gelijkgezind en overwegend ascetisch [zie ook 3.13: 35 en 11.17: 10]. (20) In Tretâ-yuga gaat een kwart van [de kracht van ieder van] de poten van het dharma geleidelijk aan verloren als gevolg van tegengestelde, goddeloze kwaliteiten: valsheid, gewelddadigheid, ontevredenheid en tweestrijd [vergelijk 1.17: 25]. (21) Ze zijn dan toegewijd met rituelen en boetedoeningen, zonder een overmaat aan geweld of lustige verlangens. Welvarend in hun respect voor de drie Veda's volgen ze de drie wegen [van de regulatie der religie, de economie en de zinsbevrediging] en zijn de vier klassen overwegend op het brahmaanse georiënteerd, o Koning. (22) De dharmische kwaliteien van verzaking, mededogen, waarheidsliefde en liefdadigheid zijn in Dvâpara-yuga teruggedrongen tot de helft vanwege het adharma dat zich kenmerkt door geweld, misnoegen, leugens en hatelijkheid. (23) Men is [in dat tijdperk] van een hoog moreel gehalte en men houdt van de glorie en van vedische studie. Men is vermogend met grote families en vreugdevol, waarbij de vier klassen voor het grootste deel van een brahmaanse adel zijn. (24) Vervolgens nemen in Kali-yuga, vanwege de toename van de adharma principes, de poten van de religiositeit af tot een kwart [vergelijk 1.17: 25] en zal op het laatst ook dat ene kwart tenondergaan. (25) In die tijd zullen de mensen begeertig zijn, ongemanierd, tekortschieten in mededogen, geneigd zijn tot zinloos geruzie [gepolitiseer], onfortuinlijk zijn, geobsedeerd zijn door materiële verlangens en overwegend verslingerd zijn aan het verrichten van [baatzuchtige] arbeid. (26) De geaardheden van de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid van een persoon worden in beweging gebracht door de Tijd en zijn in verschillende combinaties waar te nemen in de menselijke geest [***]. (27) Als de geest, de intelligentie en de zinnen floreren in de geaardheid goedheid, moet die tijd van behagen scheppen in kennis en verzaking worden begrepen als de tijd van Krita. (28) O man van intelligentie, als de geconditioneerde zielen er in hun plichtsbetrachting nevenmotieven op nahouden en in hun toegewijde dienst op de eer uit zijn, moet u een dergelijk overwegen van de hartstocht beschouwen als de tijd van Tretâ. (29) Als begeerte ongenoegen, valse trots, afgunst en hypocrisie op de voorgrond staan en wat men doet wordt beheerst door zelfzucht spreekt men met die [voorkeur voor de] hartstocht en onwetendheid van het Dvâpara-tijdperk.

(30) Als er sprake is van misleiding, valse getuigenis, luiheid en slaperigheid, geweld, neerslachtigheid, weeklagen, en begoocheling, angst en armoede, dan denkt men aan die tijd als de tijd van Kali, het tijdperk der onwetendheid. (31) Als gevolg daarvan zullen de stervelingen kortzichtig zijn, onfortuinlijk, teveel eten, wellustig zijn, gebrek lijden en zullen de vrouwen naar eigen inzicht handelen en onkuis zijn. (32) De bevolkte gebieden zullen worden gedomineerd door onzalige lieden [of dieven], aan de vedische geschriften zullen valse doctrines [ketters] afbreuk plegen, de politieke leiders zullen de mensen voor zich opeisen [ze 'verslinden'] en de tweemaal geborenen zullen hun magen en geslachtsdelen zijn toegewijd. (33) De jongeren [de studenten] zullen vreemd aan de geloften onzuiver bezig zijn, de huishouders zullen [met wat ze claimen] geneigd zijn zich als bedelaars te gedragen, de teruggetrokkenen [de middelbaren zonder een vrije natuur om zich in terug te trekken] zullen stedelingen zijn en de wereldverzakende orde zal zich begeertig inspannen voor financieel gewin [aan 'reli-business' doen]. (34) Kort van stuk en vraatzuchtig met vele kinderen aan hun rokken [zullen de vrouwen] hun bedeesdheid hebben afgeschud en zich voortdurend ongevoelig uitlaten met een grote brutaliteit en zo bedrieglijk zijn als de dieven. (35) De kooplieden zullen, zonder reden vol van bedrog zijn zodat ze in hun zakelijk handelen waarlijk ellendig bezig zijn en de mensen zullen een laag-bij-de-gronds beroep [zoals bijvoorbeeld in de seksindustrie en het gokwezen] een goede baan noemen. (36) Dienaren zullen een meester in de steek laten die het aan bezit ontbreekt, zelfs al is hij de beste die er is; meesters zullen een gehandicapte dienaar in de steek laten zelfs als hij al generaties lang bij de familie hoorde en de koeien zullen worden [gedood] als ze zijn opgehouden melk te geven. (37) In Kali-yuga zullen de mannen beheerst als ze zijn door hun echtgenotes er ellendig aan toe zijn en zich afkeren van hun eigen familie, hun vrienden, broers en vaders, ten gunste van een op hun seksualiteit gebaseerde vriendschap met de broers en zussen van de familie van zijn vrouw. (38) Mensen uit op een baan zullen voor hun levensonderhoud zich vertonen als wereldverzakers en religieus fondsen werven en op een hoge zetel klimmend spreken over de religieuze beginselen zonder enig plichtsbesef wat betreft de kennis [van offers brengen, ofwel valse predikers...]. (39-40) Met hun geesten voortdurend van streek, geplaagd door belastingen en hongersnood in tijden van schaarste met droogten die de aarde teisteren, zullen ze vol van zorgen in angst leven. Met een tekort aan kleding, voedsel, drinken, rust, afwisseling, het zich baden en sieraden zullen de mensen in Kali-yuga lijken op geestverschijningen. (41) In het Kali-tijdperk zal men zelfs over een enkele rooie cent hatelijkheid ontwikkelen [5.14 en 5.14: 26]. Met het afwijzen van vriendschappelijke relaties zal men zichzelf ter dood brengen en zelfs familieleden ombrengen. (42) Zelfs niet als men uit een fatsoenlijke familie afkomstig is zal men de ouden van dagen, de ouders, de echtgenote en de kinderen in bescherming nemen; eenvoudigweg vanwege het zielige belang van de eigen maag en geslachtsdelen. (43) O Koning, in Kali-yuga zullen de stervelingen doorgaans slechts uit atheïstische overwegingen offers brengen met hun intelligentie die feitelijk zijn oorsprong vindt in de Onfeilbare, de Hoogste Persoonlijkheid van God die de Allerhoogste Geestelijk Leraar is van de drie werelden en aan wiens voeten de verschillende meesters zich verbuigen. (44) In Kali-yuga zijn de mensen niet van aanbidding voor Hem dankzij wie een persoon die op sterven ligt, in zijn leed instortend en met een haperende stem hulpeloos Zijn naam herhalend, bevrijd raakt van de ketenen van het karma en de hoogste bestemming bereikt [zie ook B.G. 8: 10 en 6.2]. (45) De dingen, de plaats en de individuele aard der mensen zijn als gevolg van Kali-yuga vol van fouten, maar als men Bhagavân, de Allerhoogste Persoon in zijn hart toelaat, neemt Hij dat allemaal weg.

(46) Bij die menselijke wezens die zelfs maar hoorden, de lof bezongen, mediteerden, baden tot of de Opperheer verheerlijkten, wordt het ongeluk dat zich van een duizend geboorten in hun harten ophoopte weggezuiverd. (47) Net zoals de verkleuring die men als gevolg van andere metalen aantreft in goud teniet wordt gedaan door vuur, worden de onzuiverheden van de geest van yogabeoefenaren teniet gedaan als ze de ziel bereiken waar Heer Vishnu Zich ophoudt. (48) Kennis ['het aanbidden van halfgoden'], boete, het stoppen van de adem, vriendschap, het baden in heilige wateren, geloften, liefdadigheid en het bidden met het bidsnoer geven niet de zuivering van de geest die men kan bereiken met Hem, de Onbegrensde Persoonlijkheid van God, aanwezig in het hart. (49) Daarom o Koning, span u met heel uw wezen er voor in Heer Kes'ava in uw hart te vestigen; u zal, als u sterft [alhier na deze week], met een dergelijke concentratie de hoogste bestemming bereiken. (50) Als zij die sterven mediteren op de Opperheer die de Allerhoogste Beheerser is, de Ziel en Toevlucht van iedereen, zal Hij hen leiden naar hun ware identiteit, mijn beste. (51) In de oceaan van fouten van Kali-yuga bestaat er gelukkig één goede kwaliteit: door enkel maar te zingen over Krishna [zie bhajans] kan men bevrijd van de materiële gebondenheid het koninkrijk der hemelen bereiken [zie ook bhâgavata dharma en kîrtana]. (52) Hetzelfde resultaat dat men in Satya-yuga bereikt door te mediteren op Vishnu, dat men in Tretâ-yuga bereikt door te aanbidden met offerplechtigheden en dat men in Dvâpara-yuga bereikt door het dienen van de lotusvoeten [van Hem als een Koning], bereikt men in Kali-yuga door het bezingen van de Heer [zie ook 11.5: 38-40].'

 

 

 next                       

 
Tweede editie, geladen 30 september 2009  

 

 

 

 

Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Toen de aarde de koningen druk bezig zag met het veroveren van haar, lachte ze en zei: 'Ach, zie hoe deze koningen, deze speeltjes van de dood, mij wensen te veroveren!

S'rî S'uka zei: 'De aarde die de koningen druk bezig zag in het veroveren van haar, lachte en zei: 'Ach, zie hoe deze koningen, deze speeltjes van de dood, het wensen mij te veroveren! (Vedabase)

 

Tekst 2

Deze lust van de heersers der mensen en zelfs de wijzen is gedoemd te mislukken met die koningen die geloof hechten aan deze klomp [van aardse materie] die te vergelijken is met bubbels [schuim op water].

Deze lust van de heersers der mensen en zelfs de wijzen is gedoemd te mislukken met die koningen die geloof hechten aan deze klomp [van materie, het lichaam] die te vergelijken is met bubbels [van schuim op water]. (Vedabase)

  

Tekst 3-4

Ze mogen dan denken: 'Allereerst de verdeling van zes de baas zijnd [de zinnen en de geest], zullen we de ministers die de leiding hebben overwinnen, dan de adviseurs en ons dan bevrijden van de doornen [het boeventuig], de burgers, de vrienden en de olifantenhouders. Op deze wijze zullen we, stap voor stap de aarde veroveren met inbegrip van haar gordel van zeeën', maar aldus gebonden aan de hoop in hun harten, hebben ze geen besef van hun eindigheid [vergelijk B.G 16: 13-18].

'Allereerst de zesdeling de baas zijnd [de zinnen en de geest], zullen we de ministers die de leiding hebben overwinnen, dan de adviseurs en ons dan bevrijden van de doornen [het boeventuig], de burgers, de vrienden en de olifantenhouders. Op deze wijze zullen we, stap voor stap de aarde veroveren en haar gordel van zeeën.' Aldus van overweging gebonden aan de hoop in hun hart, hebben ze geen besef van hun eindigheid [vergelijk B.G 16: 13-18]. (Vedabase)

  

 Tekst 5

Nadat ze de landen die aan zee liggen hebben veroverd bevaren ze met al hun macht de zeeën; wat is nu het nut van een dergelijke victorie van de zelfbeheersing? Spirituele bevrijding is de [eigenlijke] vrucht der zelfbeheersing!

Na de landen die aan zee liggen veroverd te hebben gaan ze met hun kracht de zeeën op; wat is nu de waarde van deze victorie van de zelfbeheersing? Spirituele bevrijding is de [eigenlijke] vrucht der zelfbeheersing!' (Vedabase)

 

 

Tekst 6

O zoon van de Kuru's[, ze zei: ] 'Onintelligent proberen zij in die worsteling mij te veroveren [terwille van hun eeuwige 'roem'] terwijl de Manu's en hun zonen het allen moesten opgeven en weer [uit deze wereld] moesten vertrekken zoals ze gekomen waren [d.w.z. hulpeloos].

O zoon van de Kuru's [ze zei: ] 'Onintelligent proberen zij in die worsteling mij te veroveren [terwille van hun eeuwige 'roem'] terwijl de Manu's en hun zonen eveneens het allen moesten opgeven, weer vertrekkend zoals ze gekomen waren [d.w.z. hulpeloos]. (Vedabase)

 

Tekst 7

Vanwege mij ontstaat er zo een conflict tussen materialistische personen, een conflict waarin vaders vechten met zoons en zoons met elkaar, omdat in hun streven naar macht ze in hun harten gebonden zijn aan de politiek.

Te mijnent wille werpt zich zo een conflict op tussen materialistische personen, tussen vaders en zoons en zoons en broers eveneens, die in hun harten politiek gebonden zijn aan het hebben van de macht. (Vedabase)

 

 Tekst 8

Dingen zeggend als 'Dit is toch zeker mijn land en niet het jouwe, jij dwaas', zaaien aldus ruziënd de heersers over de mensen dood en verderf en worden ze ook vanwege mij gedood [vergelijk b.v. 2.5: 13, 2.7: 42, 4.29: 5, 5.5: 8, 6.16: 41; 7.8: 7-10; 9.4: 2-12].

'Dit voorzeker is mijn land en niet het jouwe, jij dwaas', zich aldus uitlatend zaaien ruziënd de heersers over de mensen dood en verderf en worden ze gedood ter wille van mij [vergelijk b.v. 2.5: 13, 2.7: 42, 4.29: 5, 5.5: 8, 6.16: 41; 7.8: 7-10; 9.4: 2-12]. (Vedabase)

  

 Tekst 9-13

(9-13) Prithu, Purûravâ, Gâdhi, Nahusha, Bharata, Kârtavîryârjuna, Mândhâtâ, Sagara, Râma [*], Khathvânga, Dhundhuhâ [ofwel] Kuvalayâs'va [9.6: 23-24], Raghu [9.10: 1], Trinabindu [9.2: 30], Yayâti, S'aryâti [9.3: 1], S'antanu [9.22: 12-13], Gaya [5.15: 6-13], Bhagîratha [9.9: 2-17], Kakutstha [9.6: 12], Naishadha [Nala, 9.9: 16-17,9.23: 20-21, van de nakomelingen van Nishadha, 9.12: 1], Nriga [Nâbhâga, 10.64: 10], Hiranyakas'ipu, Vritra, Râvana, die de hele wereld deed weeklagen, Namuci [8.11: 29-49], S'ambara [10.36: 36], Bhauma, Hiranyâksha en Târaka [8.10: 19-24], zowel als vele andere demonen en vorsten die veel macht hadden over anderen, waren stuk voor stuk helden die goed van alles op de hoogte niet te overwinnen waren en allen onderwierpen. Voor mij levend, o machtige, gaven ze blijk van een grote bezitsdrang maar, omdat ze in de greep van de Tijd onderworpen waren aan de dood, bereikten ze niet hun doel, er bleven alleen maar historische verhandelingen van hen over [zie ook B.G. 4: 7].'

Prithu, Purûravâ, Gâdhi, Nahusha, Bharata, Kârtavîryârjuna, Mândhâtâ, Sagara, Râma [*], Khathvânga, Dhundhuhâ [ofwel] Kuvalayâs'va [9.6: 23-24], Raghu [9.10: 1], Trinabindu [9.2: 30], Yayâti, S'aryâti [9.3: 1], S'antanu [9.22: 12-13], Gaya [5.15: 6-13], Bhagîratha [9.9: 2-17], Kakutstha [9.6: 12], Naishadha [Nala, 9.9: 16-17,9.23: 20-21, van de nakomelingen van Nishadha, 9.12: 1], Nriga [Nâbhâga, 10.64: 10], Hiranyakas'ipu, Vritra, Râvana, die de hele wereld deed weeklagen, Namuci [8.11: 29-49], S'ambara [10.36: 36], Bhauma, Hiranyâksha en Târaka [8.10: 19-24], zowel als vele andere demonen en vorsten van een grote macht over anderen, waren stuk voor stuk helden van alles op de hoogte die niet te overwinnen allen overwonnen. Voor mij levend, o Machtige, gaven ze blijk van een grote bezitsdrang en zijn ze, bij de macht van de Tijd onderworpen aan de dood, niet [zo permanent en volledig als de Heer] hun doelen bereikend, veranderd in enkel nog maar historische verhandelingen [terwijl Hij nog steeds religieus gepraktiseerd wordt, zie ook B.G. 4: 7].' (Vedabase)

 

Tekst 14

[S'uka ging verder:] Deze verhalen die u werden verteld over grote koningen wiens roem zich in al de werelden verspreidde waarna ze weer vertrokken, drukken niet het hoogste levensdoel uit; zij, o machtige, vormen niet meer dan een weldaad aan woorden [een decor] om uit te kunnen weiden over de verzaking en wijsheid [van God].

[S'uka ging verder: ] Deze verhalen aan u verteld van grote koningen die hun roem in al de werelden verspreidden en toen weer vertrokken, drukken niet het hoogste doel uit; zij, o machtige, vormen slechts een weldaad aan woorden [een decor] om uit te weiden over de verzaking en wijsheid [van God]. (Vedabase)

 

Tekst 15

Het is nog steeds het altijd weer vertellen over en bezingen van de kwaliteiten van de Heer die wordt geprezen in de Verzen dat alles tenietdoet wat ongunstig is; hij die Heer Krishna Zijn zuivere toegewijde dienst verlangt moet dan ook direct ertoe overgaan regelmatig van dat luisteren te zijn.'

Het is nog steeds het altijd weer vertellen over en bezingen van de kwaliteiten van de Heer geprezen in de Verzen dat alles te niet doet wat ongunstig is; hij die zuivere toegewijde dienst verlangt aan Heer Krishna behoort inderdaad in toenemende mate regelmatig van dat luisteren te zijn.' (Vedabase)

 

Tekst 16

De achtenswaardige koning [Parîkchit] zei: 'Welke methoden, mijn Heer, staan de mensen levend in Kali-yuga ter beschikking om de fouten die er zich als gevolg van dat tijdperk ophoopten te bestrijden; alstublieft vertel het me zoals-het-is.

De achtenswaardige koning [Parîkchit] zei: 'Welke methoden, mijn Heer, staan de mensen levend in Kali-yuga ter beschikking om de fouten die zich van de tijd ophoopten te bestrijden; alstublieft vertel het me zoals-het-is. (Vedabase)

 

Tekst 17

[Vertel me over] de yuga's, de plichten die erbij horen, de tijd die ze beslaan en wanneer ze eindigen, en over de Tijd zelf die de beweging van de Beheerser is, van Heer Vishnu, de Opperziel [zie ook tijdcitaten-pagina]'.

[Vertel me over] de yuga's, de plichten die erbij horen, de tijd die ze beslaan en wanneer ze eindigen, de Tijd die de beweging van de Beheerser, van Heer Vishnu, de Opperziel, vertegenwoordigt [zie ook tijdcitaten-pagina]'. (Vedabase)

 

Tekst 18

S'rî S'uka zei: 'In Krita-yuga wordt door de mensen van die tijd de religie gehandhaafd met al haar vier poten van waarheid [satya], mededogen [dayâ], boete [tapas] en liefdadigheid [dâna, of ook wel s'auca, zuivering [**], vergelijk 1.17: 24, 3.11: 21 en zie niyama].

S'rî S'uka zei: 'In Krita-yuga wordt door de mensen van die tijd de religie gehandhaafd met al haar vier poten van waarheid [satya], mededogen [dayâ], boete [tapas] en liefdadigheid [dâna, of ook wel s'auca, zuivering [**], vergelijk 1.17: 24, 3.11: 21 en zie niyama]. (Vedabase)

 

Tekst 19

De [hamsa-]mensen [van dat tijdperk] zijn tevreden, genadig, vriendelijk, vreedzaam, zelfbeheerst, tolerant, innerlijk voldaan, gelijkgezind en overwegend ascetisch [zie ook 3.13: 35 en 11.17: 10].

De [hamsa-]mensen [te dien tijde] zijn tevreden, genadig, vriendelijk, vreedzaam, zelfbeheerst, tolerant, innerlijk voldaan, gelijkgezind en overwegend ascetisch [zie ook 3.13: 35 en 11.17: 10]. (Vedabase)

 

Tekst 20

In Tretâ-yuga gaat een kwart van [de kracht van ieder van] de poten van het dharma geleidelijk aan verloren als gevolg van tegengestelde, goddeloze kwaliteiten: valsheid, gewelddadigheid, ontevredenheid en tweestrijd [vergelijk 1.17: 25].

In Tretâ-yuga gaat een kwart van [ieder van] de poten van het dharma geleidelijk aan verloren als gevolg van hun tegenhangers: de valsheid, gewelddadigheid, ontevredenheid en tweestrijd [vergelijk 1.17: 25]. (Vedabase)

    

Tekst 21

Ze zijn dan toegewijd met rituelen en boetedoeningen, zonder een overmaat aan geweld of lustige verlangens. Welvarend in hun respect voor de drie Veda's volgen ze de drie wegen [van de regulatie der religie, de economie en de zinsbevrediging] en zijn de vier klassen overwegend op het brahmaanse georiënteerd, o Koning.

Dan met rituelen toegewijd, boetedoeningen, zonder een overmaat aan geweld of lustige verlangens en van de drie wegen [van de regulatie der religie, de economie en de zinsbevrediging], zijn de vier klassen, welvarend van de drie Veda's, overwegend brahmaans georiënteerd, o Koning. (Vedabase)

 

Tekst 22

De dharmische kwaliteien van verzaking, mededogen, waarheidsliefde en liefdadigheid zijn in Dvâpara-yuga teruggedrongen tot de helft vanwege het adharma dat zich kenmerkt door geweld, misnoegen, leugens en hatelijkheid.

De verzaking, het mededogen, de waarheid en liefdadigheid van het dharma zijn in Dvâpara-yuga teruggedrongen tot de helft vanwege de adharma-kwaliteiten van geweld, misnoegen, leugens en hatelijkheid. (Vedabase)

 

 Tekst 23

Men is [in dat tijdperk] van een hoog moreel gehalte en men houdt van de glorie en van vedische studie. Men is vermogend met grote families en vreugdevol, waarbij de vier klassen voor het grootste deel van een brahmaanse adel zijn.

Men is [in dat tijdperk] van moreel gehalte, uit op de glorie, verzonken in vedische studie en vermogend met grote families en vreugdevol, waarbij de vier klassen voor het grootste deel van een brahmaanse adel zijn. (Vedabase)

 

Tekst 24

Vervolgens nemen in Kali-yuga, vanwege de toename van de adharma principes, de poten van de religiositeit af tot een kwart [vergelijk 1.17: 25] en zal op het laatst ook dat ene kwart tenondergaan.

Dan, in Kali-yuga, zijn, vanwege de toename van de adharma-principes, de poten van de religiositeit afgenomen tot een kwart [van hun sterkte, vergelijk 1.17: 25] en zal op het laatst ook dat ene kwart tenondergaan. (Vedabase)

 

Tekst 25

In die tijd zullen de mensen begeertig zijn, ongemanierd, tekortschieten in mededogen, geneigd zijn tot zinloos geruzie [gepolitiseer], onfortuinlijk zijn, geobsedeerd zijn door materiële verlangens en overwegend verslingerd zijn aan het verrichten van [baatzuchtige] arbeid.

Daarin zullen de mensen begeertig zijn, ongemanierd, tekortschieten in mededogen, geneigd zijn tot zinloos geruzie [gepolitiseer], onfortuinlijk, geobsedeerd zijn door materiële verlangens en overwegend verslingerd zijn aan het verrichten van [baatzuchtige] arbeid. (Vedabase)

  

Tekst 26

De geaardheden van de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid van een persoon worden in beweging gebracht door de Tijd en zijn in verschillende combinaties waar te nemen in de menselijke geest [***].

Er door de macht van de tijd toe gedreven zullen aldus in de geest van een persoon [de guna's van] de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid in hun vermenging waar te nemen zijn [***]. (Vedabase)

 

Tekst 27

Als de geest, de intelligentie en de zinnen floreren in de geaardheid goedheid, moet die tijd van behagen scheppen in kennis en verzaking worden begrepen als de tijd van Krita.

Als de geest, de intelligentie en de zinnen zich overwegend manifesteren in de geaardheid goedheid, moet men die tijd van behagen scheppen in kennis en verzaking worden begrepen als de tijd van Krita. (Vedabase)

 

Tekst 28

O man van intelligentie, als de geconditioneerde zielen er in hun plichtsbetrachting nevenmotieven op nahouden en in hun toegewijde dienst op de eer uit zijn, moet u een dergelijk overwegen van de hartstocht beschouwen als de tijd van Tretâ.

O man van intelligentie, als de geconditioneerde zielen in hun plichten van nevenmotieven zijn en in toewijding van dienst op de eer uit zijn, moet u dat overwegen van de hartstocht verstaan als de tijd van Tretâ. (Vedabase)

 

Tekst 29

Als begeerte ongenoegen, valse trots, afgunst en hypocrisie op de voorgrond staan en wat men doet wordt beheerst door zelfzucht spreekt men met die [voorkeur voor de] hartstocht en onwetendheid van het Dvâpara-tijdperk.

Als begeerte ongenoegen, valse trots, afgunst en hypocrisie zich doen gelden en de zelfzucht overheerst in de handelingen is die [voorkeur van] hartstocht en onwetendheid de Dvâpara-tijd. (Vedabase)

Tekst 30

Als er sprake is van misleiding, valse getuigenis, luiheid en slaperigheid, geweld, neerslachtigheid, weeklagen, en begoocheling, angst en armoede, dan denkt men aan die tijd als de tijd van Kali, het tijdperk der onwetendheid.

Als er in de geaardheid onwetendheid sprake is van misleiding, valse getuigenis, luiheid en slaperigheid, geweld, neerslachtigheid, weeklagen, en begoocheling, angst en armoede, dan heugt men zich die tijd als die van Kali. (Vedabase)

 

Tekst 31

Als gevolg daarvan zullen de stervelingen kortzichtig zijn, onfortuinlijk, teveel eten, wellustig zijn, gebrek lijden en zullen de vrouwen naar eigen inzicht handelen en onkuis zijn.

Als gevolg daarvan zullen de stervelingen kortzichtig zijn, onfortuinlijk, te veel eten, wellustig zijn, gebrek lijden en zullen de vrouwen naar eigen inzicht handelend onkuis zijn. (Vedabase)

 

Tekst 32

De bevolkte gebieden zullen worden gedomineerd door onzalige lieden [of dieven], aan de vedische geschriften zullen valse doctrines [ketters] afbreuk plegen, de politieke leiders zullen de mensen voor zich opeisen [ze 'verslinden'] en de tweemaal geborenen zullen hun magen en geslachtsdelen zijn toegewijd.

De bevolkte gebieden zullen worden gedomineerd door onzalige lieden [of dieven], aan de vedische geschriften zullen valse doctrines [ketters] afbreuk plegen, de politieke leiders zullen de mensen voor zich opeisen [ze 'verslinden'] en de tweemaal geborenen zullen hun magen en geslachtsdelen zijn toegewijd. (Vedabase)

 

Tekst 33

De jongeren [de studenten] zullen vreemd aan de geloften onzuiver bezig zijn, de huishouders zullen [met wat ze claimen] geneigd zijn zich als bedelaars te gedragen, de teruggetrokkenen [de middelbaren zonder een vrije natuur om zich in terug te trekken] zullen stedelingen zijn en de wereldverzakende orde zal zich begeertig inspannen voor financieel gewin [aan 'reli-business' doen].

De jongeren [de studenten] vreemd aan de geloften zullen onrein zijn, de huishouders [met de reclame voor zichzelf] zullen geneigd zijn zich als bedelaars te gedragen, de teruggetrokkenen [de middelbaren zonder een vrije natuur om zich in terug te trekken] zullen stedelingen zijn en de wereldverzakende orde zal volijverig zijn in financiële aangelegenheden [aan 'reli-business' doen]. (Vedabase)

 

Tekst 34

Kort van stuk en vraatzuchtig met vele kinderen aan hun rokken [zullen de vrouwen] hun bedeesdheid hebben afgeschud en zich voortdurend ongevoelig uitlaten met een grote brutaliteit en zo bedrieglijk zijn als de dieven.

Kort van stuk en vraatzuchtig met vele kinderen aan hun rokken [zullen de vrouwen] hun bedeesdheid kwijtraken en constant zich ongevoelig uitlaten met een grote brutaliteit en bedrieglijk als de dieven. (Vedabase)

 

Tekst 35

De kooplieden zullen, zonder reden vol van bedrog zijn zodat ze in hun zakelijk handelen waarlijk ellendig bezig zijn en de mensen zullen een laag-bij-de-gronds beroep [zoals bijvoorbeeld in de seksindustrie en het gokwezen] een goede baan noemen.

De kooplieden zullen, zonder reden vol van bedrog, in hun zakelijke handelingen waarlijk ellendig zijn en de mensen zullen een laag-bij-de-gronds beroep [zoals bijvoorbeeld in de sex-industrie] een goede baan noemen. (Vedabase)

 

Tekst 36

Dienaren zullen een meester in de steek laten die het aan bezit ontbreekt, zelfs al is hij de beste die er is; meesters zullen een gehandicapte dienaar in de steek laten zelfs als hij al generaties lang bij de familie hoorde en de koeien zullen worden [gedood] als ze zijn opgehouden melk te geven.

Dienaren zullen een meester in de steek laten die het aan bezit ontbreekt, zelfs al is hij de beste van allen; meesters zullen een gehandicapte dienaar in de steek laten zelfs als hij al generaties lang bij de familie hoorde en zo zal het met koeien gaan [dat ze worden gedood] als ze zijn opgehouden met melk geven. (Vedabase)

 

Tekst 37

In Kali-yuga zullen de mannen beheerst als ze zijn door hun echtgenotes er ellendig aan toe zijn en zich afkeren van hun eigen familie, hun vrienden, broers en vaders, ten gunste van een op hun seksualiteit gebaseerde vriendschap met de broers en zussen van de familie van zijn vrouw.

In Kali-yuga zullen de mannen beheerst door vrouwen er ellendig aan toe zijn, en, hun naaste verwanten, hun vrienden, broers en vaders opgevend, in een sexueel begrip van vriendschap op een geregelde basis omgang hebben met de zussen en broers van hun echtgenotes. (Vedabase)

 

Tekst 38

Mensen uit op een baan zullen voor hun levensonderhoud zich vertonen als wereldverzakers en religieus fondsen werven en op een hoge zetel klimmend spreken over de religieuze beginselen zonder enig plichtsbesef wat betreft de kennis [van offers brengen, ofwel valse predikers...].

Mensen uit op een baan zullen voor hun levensonderhoud, zich vertonend als wereldverzakers, religieus fondsen werven en op een hoge zetel klimmend spreken over de religieuze beginselen zonder enig plichtsbesef wat betreft de kennis [van offers brengen, ofwel valse predikers...]. (Vedabase)

 

Tekst 39-40

Met hun geesten voortdurend van streek, geplaagd door belastingen en hongersnood in tijden van schaarste met droogten die de aarde teisteren, zullen ze vol van zorgen in angst leven. Met een tekort aan kleding, voedsel, drinken, rust, afwisseling, het zich baden en sieraden zullen de mensen in Kali-yuga lijken op geestverschijningen.

Met hun geesten voortdurend van streek, geplaagd door belastingen en hongersnood in tijden van schaarste met droogten heersend op de aarde, zullen ze vol van zorgen in angst leven. Gebrekkig qua kleding, voedsel, drinken, rust, verandering, het zich baden en persoonlijke sierselen zullen de mensen in Kali-yuga zich voordoen als waren ze geestverschijningen. (Vedabase)

 

Tekst 41

In het Kali-tijdperk zal men zelfs over een enkele rooie cent hatelijkheid ontwikkelen [5.14 en 5.14: 26]. Met het afwijzen van vriendschappelijke relaties zal men zichzelf ter dood brengen en zelfs familieleden ombrengen.

In het Kali-tijdperk zal men zelfs over een rooie cent hatelijkheid ontwikkelen [5.14 en 5.14: 26] met het afstoten van vriendschappelijke relaties en het zelfs familieleden en zichzelf ter dood brengen. (Vedabase)

 

Tekst 42

Zelfs niet als men uit een fatsoenlijke familie afkomstig is zal men de ouden van dagen, de ouders, de echtgenote en de kinderen in bescherming nemen; eenvoudigweg vanwege het zielige belang van de eigen maag en geslachtsdelen.

Zelfs niet geboren in een fatsoenlijke familie zal men de ouden van dagen, de ouders, de echtgenote en de kinderen in bescherming nemen; eenvoudigweg in het zielige belang van hun eigen magen en geslachtsdelen. (Vedabase)

 

Tekst 43

O Koning, in Kali-yuga zullen de stervelingen doorgaans slechts uit atheïstische overwegingen offers brengen met hun intelligentie die feitelijk zijn oorsprong vindt in de Onfeilbare, de Hoogste Persoonlijkheid van God die de Allerhoogste Geestelijk Leraar is van de drie werelden en aan wiens voeten de verschillende meesters zich verbuigen.

O Koning, in Kali-yuga zullen de stervelingen meestentijds atheïstisch van opoffering zijn met hun intelligentie afgeleid van de Onfeilbare, de Hoogste Persoonlijkheid van God die de Allerhoogste Geestelijk Leraar is van de drie werelden aan wiens voeten de verschillende meesters zich verbuigen. (Vedabase)

 

Tekst 44

In Kali-yuga zijn de mensen niet van aanbidding voor Hem dankzij wie een persoon die op sterven ligt, in zijn leed instortend en met een haperende stem hulpeloos Zijn naam herhalend, bevrijd raakt van de ketenen van het karma en de hoogste bestemming bereikt [zie ook B.G. 8: 10 en 6.2].

In Kali-yuga zijn de mensen niet van aanbidding voor Hem door wie een persoon op sterven, in zijn leed instortend met een haperende stem hulpeloos Zijn naam herhalend, bevrijd raakt van de ketenen van het karma en de hoogste bestemming bereikt [zie ook B.G. 8: 10 en 6.2]. (Vedabase)

 

Tekst 45

De dingen, de plaats en de individuele aard der mensen zijn als gevolg van Kali-yuga vol van fouten, maar als men Bhagavân, de Allerhoogste Persoon in zijn hart toelaat, neemt Hij dat allemaal weg.

De dingen, de plaats en de individuele aard der mensen zijn als gevolg van Kali-yuga vol van fouten, maar Bhagavân, de Allerhoogste Persoon in het hart gevestigd, neemt dat alles weg. (Vedabase)

 

Tekst 46

Bij die menselijke wezens die zelfs maar hoorden, de lof bezongen, mediteerden, baden tot of de Opperheer verheerlijkten, wordt het ongeluk dat zich van een duizend geboorten in hun harten ophoopte weggezuiverd.

Van de menselijke wezens die zelfs maar hoorden, de lof bezongen, mediteerden, aanbaden of de Opperheer verheerlijkten, wordt het onzalige in hun harten van een duizend geboorten weggezuiverd. (Vedabase)

 

Tekst 47

Net zoals de verkleuring die men als gevolg van andere metalen aantreft in goud teniet wordt gedaan door vuur, worden de onzuiverheden van de geest van yogabeoefenaren teniet gedaan als ze de ziel bereiken waar Heer Vishnu Zich ophoudt.

Net als de verkleuring aangetroffen in goud als gevolg van andere metalen teniet wordt gedaan door vuur, worden de onzuiverheden van de geest van yogabeoefenaren door Heer Vishnu teniet gedaan als Hij in de ziel [naar voren] komt. (Vedabase)

 

Tekst 48

Kennis ['het aanbidden van halfgoden'], boete, het stoppen van de adem, vriendschap, het baden in heilige wateren, geloften, liefdadigheid en het bidden met het bidsnoer geven niet de zuivering van de geest die men kan bereiken met Hem, de Onbegrensde Persoonlijkheid van God, aanwezig in het hart.

Kennis ['halfgoden aanbidding'], boete, het stoppen van de adem, vriendschap, het baden in heilige wateren, geloften, liefdadigheid en het bidden van de rozenkrans geven niet zo'n zuivering van de geest als men kan bereiken met Hem, de Onbegrensde Persoonlijkheid van God, aanwezig in het hart. (Vedabase)

 

Tekst 49

Daarom o Koning, span u met heel uw wezen er voor in Heer Kes'ava in uw hart te vestigen; u zal, als u sterft [alhier na deze week], met een dergelijke concentratie de hoogste bestemming bereiken.

Daarom, met heel uw wezen o Koning, vestig Heer Kes'ava in uw hart; u zal, als u sterft [alhier na deze week], aldus geconcentreerd naar de hoogste bestemming gaan. (Vedabase)

  

Tekst 50

Als zij die sterven mediteren op de Opperheer die de Allerhoogste Beheerser is, de Ziel en Toevlucht van iedereen, zal Hij hen leiden naar hun ware identiteit, mijn beste.

De Opperheer bemediteerd door hen die sterven is de Allerhoogste Beheerser, de Ziel en Toevlucht van iedereen, die hen leidt tot hun eigen ware identiteit, mijn beste. (Vedabase)

 

Tekst 51

In de oceaan van fouten van Kali-yuga bestaat er gelukkig één goede kwaliteit: door enkel maar te zingen over Krishna [zie bhajans] kan men bevrijd van de materiële gebondenheid het koninkrijk der hemelen bereiken [zie ook bhâgavata dharma en kîrtana].

In de oceaan van fouten van Kali-yuga, bestaat er gelukkig één goede kwaliteit: enkel door te zingen over Krishna [zie bhajans] kan men, vrijgemaakt van de materiële gebondenheid, naar het koninkrijk van de hemel gaan [zie ook bhâgavata dharma en kîrtana]. (Vedabase)

 

Tekst 52

Hetzelfde resultaat dat men in Satya-yuga bereikt door te mediteren op Vishnu, dat men in Tretâ-yuga bereikt door te aanbidden met offerplechtigheden en dat men in Dvâpara-yuga bereikt door het dienen van de lotusvoeten [van Hem als een Koning], bereikt men in Kali-yuga door het bezingen van de Heer [zie ook 11.5: 38-40].'

Hetzelfde resultaat in Satya-yuga bereikt met mediteren op Vishnu, in Tretâ-yuga door te aanbidden met offerplechtigheden en in Dvâpara-yuga door het dienen van de lotusvoeten [van Hem als een Koning], wordt in Kali-yuga bereikt met het bezingen van de Heer [zie ook 11.5: 38-40]. (Vedabase)

 

* Volgens S'rîla S'rîdhara Svâmî, en zoals bevestigd door S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura, is de koning Râma hier vermeld niet de incarnatie van God Râmacandra. Dit wordt ondersteund door het M.W. woordenboek dat melding maakt van de halfgod Varuna, schrijvers, leraren en andere grote persoonlijkheden met die naam. Waarschijnlijk wordt Bhârgava ofwel Us'anâ bedoeld die hoogst machtig een dynastie vormde vanuit de wijzen Bhrigu en Mârkandeya [zie 9.16: 32 en 4.1: 45].

** In het M.W. woordenboek worden drie betekenissen gegeven voor het woord dâna: 1. doneren, het doen van schenkingen 2. delen of communiceren en 3. zuivering. De laatste betekenis bevestigt het gebruik van de term s'auca in het Eerste Canto van het S'rîmad-Bhâgavatam als de vierde poot van de stier der religie. Deze alternatieve definitie van het woord dânam wordt bevestigd door S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura.

*** De paramparâ voegt hier aan toe: 'De specifieke tijd gerepresenteerd door de goedheid (Satya), de hartstocht (Tretâ), de hartstocht gecombineerd met onwetendheid (Dvâpara) of de onwetendheid (Kali) bestaat binnen ieder van de andere tijdperken als een subfactor.'

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties