Canto
9
Hoofdstuk 3: Het Huwelijk van Sukanyâ en Cyavana Muni
(1) S'rî S'uka zei: 'De zoon van Manu genaamd S'aryâti was een brahmaanse koning en zo ontwikkelde hij zich tot iemand die uitleg verschafte over zaken als de plechtigheden die op de tweede dag in het offerperk van de nazaten van Angirâ moesten worden uitgevoerd. (2) Er was een lotus-ogige dochter van hem genaamd Sukanyâ die met hem naar het bos ging om de âs'rama van de wijze Cyavana te bezoeken. (3) Toen zij in het gezelschap van haar vriendinnen vruchten en bloemen van de bomen aan het verzamelen was, zag ze in een mierenheuvel een tweetal soort lichtjes schijnen [vergelijk 7.3: 15-16]. (4) Toen het jonge meisje, maar wat proberend, met een doorn in de twee oplichtende dingen prikte, druppelde er bloed naar buiten. (5) De tieners stonden verschrikt als aan de grond genageld zodat de koning, die zag wat zich had voorgedaan, zich tot de verraste kinderen moest richten waar hij voor verantwoordelijk was. (6) 'Helaas, we hebben iets verkeerds gedaan in het benaderen van de verlichte wijze; het moge duidelijk zijn dat met wat een van ons heeft aangericht hier zijn âs'rama is geschonden!'
(7) Bang zei Sukanyâ tot haar vader: 'Ik was het die, niet wetend waar ik mee bezig was, met een doorn in twee lichtende dingen heb geprikt.'
(8) Toen hij zijn dochter dit hoorde zeggen maakte S'aryâti zich er zeer bezorgd over om hem, de wijze die zich in de mierenheuvel bleek op te houden, tevreden te stellen. (9) Doorhebbend wat er nodig was om alles goed te maken schonk hij, er de grootste moeite mee hebbend, zijn dochter weg aan de muni en keerde hij met zijn permissie weer terug naar huis.(10) Sukanyâ nadat ze Cyavana als haar echtgenoot had gekregen had begrip voor hem die nogal knorrig met haar bleef en ze probeerde hem te behagen door hem zonder lichtzinnigheid van dienst te zijn. (11) Maar nadat er enige tijd was verstreken op deze manier bereikten de twee As'vins [de heelmeesters van de hemel] de âs'rama. Nadat hij hun zijn eerbetuigingen gebracht had zei de wijze: 'O Meesters, alstublieft vergun mij de jeugd! (12) Ik beloof u dat ik een vat vol soma-rasa zal offeren - hoewel u geen soma drinkt - geef me enkel de jeugd en schoonheid terug die zo begeerlijk is voor de vrouwen.'
(13) 'Zo zij het' zegden ze toen de geleerde man toe hem in hun rol van de twee grote heelmeesters complimenterend, 'duik enkel in dit meer dat u alle volmaaktheid zal schenken.'
(14) Aldus toegesproken werd de bejaarde met zijn grijze haar, slappe huid en zwakke lichaam waarvan je de aderen kon zien, door de As'vins het meer in geholpen. (15) De drie toen ze weer uit het meer tevoorschijn kwamen waren van de grootst mogelijke schoonheid die maar voor een vrouw aantrekkelijk kon zijn: met lotusbloemenslingers, oorhangers, gelijksoortige trekken en mooie kleren. (16) Toen de jonge schoonheid ze zag kon de kuise vrouw niet uitmaken welke van hen nu haar echtgenoot was daar ze allen evenzo mooi als de zon straalden en dus nam ze haar toevlucht maar tot de As'vins. (17) Verheugd over de kracht van haar geloof toonden ze haar de heilige die haar echtgenoot was en keerden ze, met zijn toestemming, in hun hemelwagen terug naar het hemelrijk. (18) Vertrokken richting Cyavana's âs'rama, met de wens een yajña uit te voeren, zag koning S'aryâti aldus hoe aan de zijde van zijn dochter er een man was die straalde als de zon. (19) De koning toen gunde zijn dochter, nadat ze hem de eer had bewezen, niet zijn zegen daar hij in het geheel niet zo gelukkig met haar bleek: (20) 'Waar denk je nu mee bezig te zijn met het bedriegen van je echtgenoot, die grote wijze die geëerd wordt door alle mensen? Heb je hem, omdat hij gebrekkig is van de ouderdom, o overspelige, en je hem niet zo aantrekkelijk vindt, opgegeven om deze kerel, deze bedelaar, als minnaar te nemen?(21) Ben je je verstand kwijt? Jij, het houdend met deze minnaar, als dochter uit de meest gerespecteerde familie, bent een schandvlek voor de gehele dynastie; jij, zo schaamteloos, doet je vader zowel als je echtgenoot in het diepste duister belanden.'
(22) Kuis lachend gaf ze haar vader die haar aldus terecht wees ten antwoord: 'O vader hij hier is uw schoonzoon, de zoon van Bhrigu!'
(23) Ze beschreef haar vader alles over hoe hij was veranderd van leeftijd en schoonheid waarop hij toen uiterst verheugd en verrast gelukkig zijn dochter omhelsde. (24) Cyavana Muni stelde bij de genade van zijn eigen vermogen de grote man er toe in staat het soma-offer te brengen, waarbij hij de As'vins, die er geen interesse in hadden het te drinken, een vat vol van de soma-rasa leverde. (25) Hoogst verstoord nam Indra om hem ter dood te brengen, heetgebakerd, terstond zijn bliksemstraal ter hand maar de man van Bhrigu verlamde de arm van Indra die de bliksemschicht vasthield. (26) Met de instemming van al de halfgoden was er van toen af aan voor de As'vins, die als artsen voordien een aandeel in de soma-yajña was ontzegd, het vat vol met soma.
(27) Uttânabarhi, Ânarta en Bhûrishena waren S'aryâti's drie zonen en verwekt door Ânarta werd Revata geboren. (28) Hij, nadat hij in de diepte van de oceaan een stad had gebouwd genaamd Kus'asthalî, leefde een materieel gelukkig leven en heerste over koninkrijken als Ânarta en anderen, o onderwerper der vijanden, en zijn honderd zonen waarvan de oudste Kakudmî was werden geboren als degenen die [na hem] aan de macht zouden zijn. (29) Met het doel een echtgenoot te bedingen voor zijn dochter leidde Kakudmî zijn dochter Revatî voor aan Heer Brahmâ in zijn streven te ijveren voor zijn verblijf voorbij de geaardheden. (30) Omdat hij druk was te genieten van het spel van de muzikanten van de hemel had hij geen seconde tijd voor hem maar toen dat was afgelopen kon Kakudmî Heer Brahmâ zijn verlangen voorleggen onder het brengen van zijn eerbetuigingen. (31) De almachtige Heer moest lachen over wat hij te horen kreeg en zei tot hem: 'Helaas , o Koning, in de loop van de tijd, zijn al degenen die u graag in uw hart had willen sluiten verdwenen! (32) We vernemen niet langer over de zoons, de kleinzoons, de nazaten en de geslachten, daar een tijdsspanne van drie maal negen mahâ-yuga's is verstreken! (33) Zoek derhalve naar Baladeva, Hij is de grootheid van de macht van wie Heer Vishnu een volkomen deelaspect is, en schenk Hem, de Uitnemendheid van de Mens, deze schone dochter o Koning. (34) De Allerhoogste Heer, de Eeuwige Barmhartigheid die de last der wereld wegneemt, de Deugd van het luisteren en zingen, is nu nedergedaald met alles wat bij Hem hoort.' [zie ook 5.25] (35) Met die opdracht keerde de koning, nadat hij de Ongeborene zijn respect had betoond, terug naar zijn eigen woonplaats die door zijn broers was verlaten; zij hadden zich bevreesd voor de mensen van verdienste in alle richtingen verspreid. (36) Nadat hij zijn volmaakt geschapen dochter aan de meest machtige, Heer Baladeva, had overgedragen ging de koning ter wille van zijn boetedoeningen naar Badarikâs'rama, de plaats van Nara-Nârâyana.
Tweede editie, geladen 27 november 2007.
Bronteksten:
Het Huwelijk tussen Sukanyâ en Cyavana Muni
S'rî S'uka zei: 'De zoon van Manu genaamd S'aryâti was een brahmaanse koning en zo ontwikkelde hij zich tot iemand die uitleg verschafte over zaken als de plechtigheden die op de tweede dag in het offerperk van de nazaten van Angirâ moesten worden uitgevoerd.S'rî S'ukadeva Gosvâmî vervolgde: O koning, S'aryâti, een van de andere zonen van Manu, was een vorst die volledig op de hoogte was van de vedische kennis. Hij legde de nakomelingen van Angirâ uit welke ceremonieën ze op de tweede dag van het offer moesten verrichten. (Vedabase)
Er was een lotus-ogige dochter van hem genaamd Sukanyâ die met hem naar het bos ging om de âs'rama van de wijze Cyavana te bezoeken.
S'aryâti had een wonderschone dochter met ogen als lotussen, die de naam Sukanyâ droeg. Toen de koning naar het woud ging om de âs'rama van Cyavana Muni te bezoeken, nam hij haar met zich mee. (Vedabase)
Toen zij in het gezelschap van haar vriendinnen vruchten en bloemen van de bomen aan het verzamelen was, zag ze in een mierenheuvel een tweetal soort lichtjes schijnen [vergelijk 7.3: 15-16].
Toen deze Sukanyâ, omringd door haar vriendinnen, allerlei vruchten aan het verzamelen was van de bomen in het woud, zag ze in het hol van een aardworm twee objecten die schitterden als sterren. (Vedabase)
Toen het jonge meisje, maar wat proberend, met een doorn in de twee oplichtende dingen prikte, druppelde er bloed naar buiten.
Alsof ze er door de voorzienigheid toe werd gedwongen, prikte het meisje in haar onwetendheid met een doorn in die twee glimwormen, waarop er bloed uit begon te sijpelen. (Vedabase)
De tieners stonden verschrikt als aan de grond genageld zodat de koning, die zag wat zich had voorgedaan, zich tot de verraste kinderen moest richten waar hij voor verantwoordelijk was.
Daarop konden alle soldaten van Saryâti plotseling niet meer urineren of zich ontlasten. Toen Saryâti dit bemerkte, sprak hij in grote verbazing als volgt tot zijn metgezellen. (Vedabase)
'Helaas, we hebben iets verkeerds gedaan in het benaderen van de verlichte wijze; het moge duidelijk zijn dat met wat een van ons heeft aangericht hier zijn âs'rama is geschonden!'
Hoe vreemd dat een van ons geprobeerd heeft om Cyavana Muni, de zoon van Bhrigu, kwaad te doen. Het lijkt me duidelijk dat iemand van ons deze âs'rama ontheiligd heeft. (Vedabase)
Bang zei Sukanyâ tot haar vader: 'Ik was het die, niet wetend waar ik mee bezig was, met een doorn in twee lichtende dingen heb geprikt.'
De kleine Sukanyâ, die heel erg bang geworden was, zei tot haar vader: Ik heb iets verkeerd gedaan, want zonder erbij na te deken heb ik deze twee lichtgevende voorwerpen met een doorn doorboord. (Vedabase)
Toen hij zijn dochter dit hoorde zeggen maakte S'aryâti zich er zeer bezorgd over om hem, de wijze die zich in de mierenheuvel bleek op te houden, tevreden te stellen.
Toen koning S'aryâti deze verklaring van zijn dochter hoorde, sloeg de angst hem om het hart. Hij probeerde Cyavana Muni op allerlei manieren te sussen, want hij was het die in het hol van de aardworm zat. (Vedabase)
Doorhebbend wat er nodig was om alles goed te maken schonk hij, er de grootste moeite mee hebbend, zijn dochter weg aan de muni en keerde hij met zijn permissie weer terug naar huis.
Koning S'aryâti kon dankzij zijn diepe inzicht begrijpen wat de bedoeling van Cyavana Muni was en schonk de wijze zijn dochter. Na aldus met grote moeite aan het gevaar ontkomen te zijn, keerde hij met toestemming van Cyavana Muni terug naar huis. (Vedabase)
Sukanyâ nadat ze Cyavana als haar echtgenoot had gekregen had begrip voor hem die nogal knorrig met haar bleef en ze probeerde hem te behagen door hem zonder lichtzinnigheid van dienst te zijn.
Cyavana Muni was erg prikkelbaar, maar aangezien Sukanyâ hem als haar echtgenoot had gekregen, behandelde ze hem heel voorzichtig en hield steeds rekening met zijn humeur. Omdat ze zijn mentaliteit begreep, diende ze hem zonder zich in verwarring te laten brengen. (Vedabase)
Maar nadat er enige tijd was verstreken op deze manier bereikten de twee As'vins [de heelmeesters van de hemel] de âs'rama. Nadat hij hun zijn eerbetuigingen gebracht had zei de wijze: 'O Meesters, alstublieft vergun mij de jeugd!
Enige tijd later brachten de gebroeders As'vinî-kumâra, de heelmeesters van de hemelse planeten, een bezoek aan Cyavana Muni's âs'rama. Na hen zijn nederige eerbetuigingen te hebben gebracht, verzocht Cyavana Muni ze om hem zijn jeugd terug te geven, want zij waren daartoe in staat. (Vedabase)
Ik beloof u dat ik een vat vol soma-rasa zal offeren - hoewel u geen soma drinkt - geef me enkel de jeugd en schoonheid terug die zo begeerlijk is voor de vrouwen.'
Cyavana Muni zei: Hoewel jullie er niet voor in aanmerking komen om bij offerplechtigheden soma-rasa te drinken, beloof ik jullie dat ik je er een volle pot van zal geven. Zorg er alsjeblieft voor dat ik jong en knap word, want dat vinden jonge vrouwen aantrekkelijk. (Vedabase)
'Zo zij het' zegden ze toen de geleerde man toe hem in hun rol van de twee grote heelmeesters complimenterend, 'duik enkel in dit meer dat u alle volmaaktheid zal schenken.'
De grote heelmeesters, de As'vinî-kumâra's, gingen maar al te graag op Cyavana Muni's voorstel in. Daarom zeiden ze tegen de brâhmana: "Neem gewoon een duik in dit meer van welslagen." [Wie in dit meer baadt, krijgt al zijn verlangens vervuld.] (Vedabase)
Aldus toegesproken werd de bejaarde met zijn grijze haar, slappe huid en zwakke lichaam waarvan je de aderen kon zien, door de As'vins het meer in geholpen.
Nadat ze dit gezegd hadden, pakten de As'vinî-kumâra's Cyavana Muni beet, die een oude, zieke invalide was en een gerimpelde huid, wit haar en overal over zijn lichaam zichtbare aderen had, en begaven zich met zijn drieën het meer in. (Vedabase)
De drie toen ze weer uit het meer tevoorschijn kwamen waren van de grootst mogelijke schoonheid die maar voor een vrouw aantrekkelijk kon zijn: met lotusbloemenslingers, oorhangers, gelijksoortige trekken en mooie kleren.
Daarna doken er drie zeer knappe mannen uit het meer op. Ze waren fraai gekleed en getooid met oorringen en kransen van lotusbloemen en waren alledrie even mooi. (Vedabase)
Toen de jonge schoonheid ze zag kon de kuise vrouw niet uitmaken welke van hen nu haar echtgenoot was daar ze allen evenzo mooi als de zon straalden en dus nam ze haar toevlucht maar tot de As'vins.
De kuise en mooie Sukanyâ kon niet bepalen wie van de drie haar echtgenoot was, want ze waren alledrie even knap. In haar verwarring nam ze haar toevlucht tot de As'vinî-kumâra's. (Vedabase)Tekst 17:
Verheugd over de kracht van haar geloof toonden ze haar de heilige die haar echtgenoot was en keerden ze, met zijn toestemming, in hun hemelwagen terug naar het hemelrijk.
De As'vinî-kumâra's waren erg ingenomen met Sukanyâ's kuisheid en trouw. Daarom toonden ze haar wie Cyavana Muni, haar echtgenoot, was en vervolgens keerden ze, na de muni om toestemming te hebben gevraagd, in hun vliegtuig terug naar de hemelse planeten. (Vedabase)
Vertrokken richting Cyavana's âs'rama, met de wens een yajña uit te voeren, zag koning S'aryâti aldus hoe aan de zijde van zijn dochter er een man was die straalde als de zon.
Enige tijd daarna begaf koning S'aryâti zich naar de âs'rama van Cyavana Muni met het verlangen om een offer te verrichten. Maar toen hij daar aankwam, zag hij aan de zijde van zijn dochter een zeer knappe jongeman die straalde als de zon. (Vedabase)
De koning toen gunde zijn dochter, nadat ze hem de eer had bewezen, niet zijn zegen daar hij in het geheel niet zo gelukkig met haar bleek:
Nadat de koning de eerbetuigingen van zijn dochter in ontvangst genomen had, gaf hij haar niet zijn zegeningen maar bleek daarentegen erg ontstemd te zijn en sprak als volgt. (Vedabase)
'Waar denk je nu mee bezig te zijn met het bedriegen van je echtgenoot, die grote wijze die geëerd wordt door alle mensen? Heb je hem, omdat hij gebrekkig is van de ouderdom, o overspelige, en je hem niet zo aantrekkelijk vindt, opgegeven om deze kerel, deze bedelaar, als minnaar te nemen?
O onkuis kind, wat heb je nu gedaan? Je hebt de meest eerbiedwaardige echtgenoot bedrogen, die door iedereen geëerd wordt, want ik zie dat je zijn gezelschap hebt opgegeven omdat hij oud, ziek en daarom onaantrekkelijk was, en deze jongeman, die een bedelaar van de straat lijkt te zijn, tot echtgenoot hebt genomen. (Vedabase)
Ben je je verstand kwijt? Jij, het houdend met deze minnaar, als dochter uit de meest gerespecteerde familie, bent een schandvlek voor de gehele dynastie; jij, zo schaamteloos, doet je vader zowel als je echtgenoot in het diepste duister belanden.'
O dochter, geboren in een eerbiedwaardige familie, hoe heb je je bewustzijn zo kunnen verlagen? Hoe is het mogelijk dat je er schaamteloos een minnaar op na houdt? Zo zul je zowel de dynastie van je vader als die van je echtgenoot in een helse toestand storten. (Vedabase)
Kuis lachend gaf ze haar vader die haar aldus terecht wees ten antwoord: 'O vader hij hier is uw schoonzoon, de zoon van Bhrigu!'
Sukanyâ, die erg trots op haar kuisheid was, moest echter glimlachen toen ze de verwijten van haar vader hoorde en zei: "Beste vader, deze jongeman hier aan mijn zijde is werkelijk uw schoonzoon, de grote wijze Cyavana, telg van de familie van Bhrigu." (Vedabase)
Ze beschreef haar vader alles over hoe hij was veranderd van leeftijd en schoonheid waarop hij toen uiterst verheugd en verrast gelukkig zijn dochter omhelsde.
Daarna legde Sukunyâ uit hoe haar echtgenoot het mooie lichaam van een jongeman gekregen had. Toen de koning dit vernam, was hij erg verbaasd en omhelsde zijn dierbare dochter vol vreugde. (Vedabase)
Cyavana Muni stelde bij de genade van zijn eigen vermogen de grote man er toe in staat het soma-offer te brengen, waarbij hij de As'vins, die er geen interesse in hadden het te drinken, een vat vol van de soma-rasa leverde.
Cyavana Muni stelde koning S'aryâti door zijn persoonlijke vermogens in staat om het soma-yajña te verrichten. De muni bood de As'vinî-kumâra's vervolgens een volle pot soma-rasa aan, hoewel het hen normaal gesproken niet toegestaan was om soma-rasa te drinken. (Vedabase)
Hoogst verstoord nam Indra om hem ter dood te brengen, heetgebakerd, terstond zijn bliksemstraal ter hand maar de man van Bhrigu verlamde de arm van Indra die de bliksemschicht vasthield.
Koning Indra was hierdoor zo verstoord en boos dat hij Cyavana Muni wilde doden en onbesuisd naar zijn bliksem greep. Maar Cyavana Muni wist dankzij zijn vermogens Indra's arm te verlammen. (Vedabase)
Met de instemming van al de halfgoden was er van toen af aan voor de As'vins, die als artsen voordien een aandeel in de soma-yajña was ontzegd, het vat vol met soma.
Hoewel de As'vinî-kumâra's slechts heelmeesters waren en als zodanig buitengesloten waren van het drinken van soma-rasa tijdens offerplechtigheden, stonden de halfgoden hun vanaf dat moment toe om er ook van te drinken. (Vedabase)
Uttânabarhi, Ânarta en Bhûrishena waren S'aryâti's drie zonen en verwekt door Ânarta werd Revata geboren.
Koning S'aryâti kreeg drie zonen, namelijk Uttânabarhi, Ânarta en Bhûrishena. Ânarta verwekte een zoon met de naam Revata. (Vedabase)
Hij, nadat hij in de diepte van de oceaan een stad had gebouwd genaamd Kus'asthalî, leefde een materieel gelukkig leven en heerste over koninkrijken als Ânarta en anderen, o onderwerper der vijanden, en zijn honderd zonen waarvan de oudste Kakudmî was werden geboren als degenen die [na hem] aan de macht zouden zijn.
O Mahârâja Parîkshit, bedwinger van de vijand, deze Revata bouwde in de diepten van de oceaan een koninkrijk genaamd Kus'asthalî. Daar woonde hij en heerste over landstreken als Ânarta enzovoort. Hij had honderd zeer goede zonen, waarvan de oudste Kakudmî heette. (Vedabase)
Met het doel een echtgenoot te bedingen voor zijn dochter leidde Kakudmî zijn dochter Revatî voor aan Heer Brahmâ in zijn streven te ijveren voor zijn verblijf voorbij de geaardheden.
Op een dag nam Kakudmî zijn dochter Revatî met zich mee en begaf zich naar Heer Brahmâ op Brahmaloka, dat ontstegen is aan de drie geaardheden der materiële natuur, om hem om een echtgenoot voor haar te vragen. (Vedabase)
Omdat hij druk was te genieten van het spel van de muzikanten van de hemel had hij geen seconde tijd voor hem maar toen dat was afgelopen kon Kakudmî Heer Brahmâ zijn verlangen voorleggen onder het brengen van zijn eerbetuigingen.
Toen Kakudmî daar aankwam, was Heer Brahmâ naar een muziekuitvoering van de Gandharva's aan het luisteren en had geen tijd om met hem te spreken. Daarom wachtte Kakudmî tot het concert was afgelopen, waarna hij Heer Brahmâ zijn eerbetuigingen bracht en hem zijn langgekoesterde wens voorlegde. (Vedabase)
De almachtige Heer moest lachen over wat hij te horen kreeg en zei tot hem: 'Helaas , o Koning, in de loop van de tijd, zijn al degenen die u graag in uw hart had willen sluiten verdwenen!
Na hem te hebben aangehoord barstte de zeer machtige Heer Brahmâ in lachen uit en zei tot Kakudmî: O koning, al degenen die u in uw hart tot schoonzoon hebt gekozen zijn al lang geleden gestorven. (Vedabase)
We vernemen niet langer over de zoons, de kleinzoons, de nazaten en de geslachten, daar een tijdsspanne van drie maal negen mahâ-yuga's is verstreken!
Er zijn nu al zevenentwintig catur-yuga's verstreken. Degenen op wie je je keuze had laten vallen zijn reeds heengegaan, evenals hun zonen, kleinzonen en andere nakomelingen. Zelfs hun namen zijn in vergetelheid geraakt. (Vedabase)
Zoek derhalve naar Baladeva, Hij is de grootheid van de macht van wie Heer Vishnu een volkomen deelaspect is, en schenk Hem, de Uitnemendheid van de Mens, deze schone dochter o Koning.
O koning, vertrek nu van hier en schenk uw dochter aan Heer Baladeva, die nog steeds op aarde is. Hij is bijzonder machtig. Hij is namelijk niemand anders dan de Allerhoogste Godspersoon, wiens volkomen expansie Heer Vishnu is. Uw dochter is het waard om aan Hem uitgehuwelijkt te worden. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer, de Eeuwige Barmhartigheid die de last der wereld wegneemt, de Deugd van het luisteren en zingen, is nu nedergedaald met alles wat bij Hem hoort.' [zie ook 5.25]
Heer Baladeva is de Allerhoogste Godspersoon. Wie over Hem hoort of chant, raakt gezuiverd. Omdat Hij de eeuwige vriend van alle levende wezens is, is Hij samen met al Zijn toebehoren neergedaald om de hele wereld te zuiveren en haar last te verlichten. (Vedabase)
Met die opdracht keerde de koning, nadat hij de Ongeborene zijn respect had betoond, terug naar zijn eigen woonplaats die door zijn broers was verlaten; zij hadden zich bevreesd voor de mensen van verdienste in alle richtingen verspreid.
Na deze opdracht van Heer Brahmâ ontvangen te hebben, bracht Kakudmî hem zijn eerbetuigingen en keerde naar zijn eigen verblijfplaats terug. Daar aangekomen zag hij dat deze verlaten was omdat zijn broers en andere verwanten uit angst voor hogere levende wezens, zoals de Yaksha's, in alle richtingen gevlucht waren. (Vedabase)
Nadat hij zijn volmaakt geschapen dochter aan de meest machtige, Heer Baladeva, had overgedragen ging de koning ter wille van zijn boetedoeningen naar Badarikâs'rama, de plaats van Nara-Nârâyana.
Daarna schonk de koning zijn bijzondere knappe dochter ten huwelijk aan de oneindig machtige Baladeva en trok zich uit het wereldse leven terug om in Badarikâs'rama Nara-Nârâyana te plezieren. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Het tweede schilderij op deze pagina is van Drigha
devî dâsî
(Dominique
Amendola).
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd