regelbalk



 

Canto 6

Prabhupâda Pranâti


 

Hoofdstuk 2: Ajâmila Bevrijd door de Vishnudûta's: de Motivatie voor de Heilige Naam

(1) De zoon van Vyâsadeva zei: 'O Koning, toen de dienaren van de Allerhoogste Heer hadden gehoord wat de Yamadûta's zeiden, gaven zij antwoord als deskundigen in de leer. (2) De Vishnudûta's zeiden: 'Helaas, hoe pijnlijk is het om te zien hoe goddeloosheid de gemeenschap van de kenners van het dharma aantast, hoe door hen die de taak is toebedeeld, zonder noodzaak onschuldige mensen gestraft worden. (3) Tot wie moeten de burgers hun toevlucht nemen als diegenen onrechtvaardig zijn die als hun beschermers, behept met alle goede kwaliteiten en allen gelijk behandelend, de wet [willen] uitdragen? (4) Wat de betere man ook doet wordt nagedaan door de rest van de bevolking, wat hij ook doet wordt door de gewone man aanvaard als de te volgen standaard [zie ook B.G. 3: 21]. (5-6) De grote massa, die niet zo precies weet wat nu dharma of adharma is, heeft zijn hoofd in de schoot van de betere gelegd om daar in vrede te rusten. Hoe kan een achtenswaardig iemand die met hart voor een ieder het vertrouwen geniet van de levende wezens, nu de onwetende massa pijn doen die zich als een [kudde] dier[en] in goed vertrouwen en vriendschap aan hem overgaf? (7) Deze man hier heeft reeds afgerekend met de zonden van miljoenen geboorten omdat hij, in hulpeloze toestand, de naam van de Heer uitsprak. Dat is de manier om het geluk van de Heer te vinden. (8) Toen hij 'O Nârâyana, kom alsjeblieft' zei, slaagde hij, omdat hij aldus de vier lettergrepen [nâ-râ-ya-na] uitsprak, er in geheel af te rekenen met al de ondeugd die hij als zondaar op z'n geweten had. (9-10) Ongeacht de ernst van de zonde die men begaan heeft als een dief, een alcoholist, als iemand die een vriend verraad, iemand die een brahmaan ter dood bracht, iemand die de vrouw van zijn goeroe begeerde of als iemand die een vrouw, een koning, koeien of zijn vader van het leven beroofde, of welke andere soort van zondaar nog meer, zal de aandacht van Vishnu trekken vanwege zijn respect voor Zijn naam. Hij [Vishnu] beschouwt het zingen van de heilige naam als de perfecte vorm van boeten [*]. (11) Een zondaar raakt niet in dezelfde mate gezuiverd door de boete die hij doet met het zich houden aan geloften zoals dat brahmaans is voorgeschreven, als hij wordt door het uiten van de lettergrepen van de naam van de Heer, want het noemen van Zijn naam roept de kwaliteiten van Uttamas'loka in herinnering [Hem Geprezen in de Geschriften, vergelijk 6.1: 16]. (12) Omdat het hart, ondanks dat men boete deed, niet volledig gezuiverd raakt [zonder het zingen van Zijn naam], zal de geest zich opnieuw uitputten op het pad van tijdgebonden zaken. Zij die er oprecht in geïnteresseerd zijn een einde te maken aan hun karma [zie B.G. 4: 16], zuiveren derhalve hun bestaan door de heerlijkheid van de Heer te herhalen [vergelijk 1.2: 17]. (13) Probeer hem daarom niet met jullie mee te nemen. Omdat hij op zijn doodsbed de naam van de Allerhoogste Heer uitsprak heeft hij reeds afgerekend met al zijn zonden [zie ook B.G. 7: 27 en 8: 5]. (14) Weet dat, of men het nu met andere bedoelingen, voor de lol, bij wijze van vermaak of terloops doet, het aanwenden van de naam [van de Heer] van Vaikunthha een onbegrensd vermogen in zich draagt om de zonde te neutraliseren. (15) Iemand die ten val kwam, uitgleed, zijn botten brak, werd gebeten, geplaagd werd door ziekte of anderszins getroffen werd, verdient het niet in de hel te belanden als hij daarbij onwillekeurig de [naam van de] Heer uitsprak [zie ook B.G. 8: 6]. (16) Door heiligen die goed op de hoogte zijn wordt zware en lichte boete voorgeschreven voor [respectievelijk] zware en lichte zonden. (17) Maar het naar hun woord verdrijven van al de zonde middels verzaking, liefdadigheid, geloften en dergelijke, maakt nog geen einde aan het effect van adharma in het hart [het hebben van materiële verlangens of geconditioneerd zijn]. Dat bereikt men [alleen maar] door de voeten van de Heer te dienen. (18) Met het bewust of onwillekeurig uitspreken van de heilige namen van Uttamas'loka, worden de zonden van een persoon tot as verbrand, zoals vuur dat doet met droog gras. (19) Een mantra die wordt uitgesproken manifesteert, net zoals een medicijn dat men inneemt, zijn vermogen, zelfs als die op de ene of andere manier op de goede manier werd gebruikt door een onwetend iemand.'

(20) S'rî S'uka zei: 'Zij [de Vishnudûta's], aldus volkomen duidelijk makend wat dharma in de zin van toegewijde dienst inhoudt, o Koning, bevrijdden hem van de strop van Yamarâja en redden hem uit de greep van de dood. (21) O onderwerper van de vijanden, de Yamadûta's, zo van repliek gediend, gingen naar het verblijf van Yamarâja om hem gewetensvol tot in detail op de hoogte te stellen van alles wat zich had voorgedaan. (22) De brahmaan bevrijd van de strop, nu vrij van angst, kwam weer tot zichzelf en bewees, blij de dienaren van Vishnu te zien, hen de eer door zijn hoofd voor hen te buigen. A good death - William Blake(23) De dienaren van de Hoogste Persoonlijkheid, o zondeloze, die begrepen dat hij iets wilde zeggen, verdwenen echter plotseling uit het zicht. (24-25) Ajâmila die, door wat de dienaren van Vishnu en Yamarâja hadden gezegd over Heer Hari, aldus beter op de hoogte was geraakt van wat zuiverheid van dharma in relatie tot de Heer [het Bhâgavatam] inhoudt, hoe dat beschreven wordt in de Veda's en hoe iemand geconditioneerd door de natuurlijke geaardheden in zijn toewijding tot de Allerhoogste Heer direct gezuiverd raakt door te luisteren naar de verheerlijking van de naam, had grote spijt van al de slechte daden die hij zich herinnerde: (26) 'Helaas, omdat ik de beheersing over mezelf verloor toen ik kinderen verwekte met  deze vrouw van laag allooi, verloor ik al mijn brahmaanse kwaliteiten en eindigde ik in de opperste misère. (27) Een eerlijk man veroordeelt hem die zijn kuise, jonge vrouw in de steek liet ter wille van een relatie met een onkuise meid die van drinken houdt. Verdoemd ben ik die in zonde vervallen zijn familie te schande maakte! (28) Mijn hulpeloze oude vader en moeder hadden, met geen andere verwant om voor hen te zorgen, het moeilijk toen ze door mij, zo ondankbaar als iemand zonder klasse, helaas in de steek werden gelaten. (29) Ik ben duidelijk gedoemd in de allerverschrikkelijkste hel te belanden waar zij, die vol van lust braken met het dharma, de vergelding van Yamarāja moeten ondergaan. (30) Heb ik het gedroomd of ben ik getuige van een wonder hier? Waar zijn zij nu allemaal gebleven die me met de strop in hun handen aan het wegslepen waren? (31) En waar zijn die vier volmaakte persoonlijkheden van uitzonderlijke schoonheid gebleven die me bevrijdden toen ik, in de boeien geslagen, naar de hel werd weggesleept? (32) Omdat ik deze verheven toegewijden zag, moesten de zaken zich voor mij, ondanks mijn ongeluk, wel ten gunste keren. (33) Hoe zou een man, onzuiver bezig als de echtgenoot van een vrouw van lagere komaf, er anders toe in staat zijn om op zijn sterfbed zijn tong de heilige naam van de Heer van Vaikunthha te laten uitspreken? (34) Waar blijf ik nu, als een bedrieger, zondaar in eigen persoon en schaamteloos vernietiger van zijn eigen cultuur, met deze immer gunstige, heilige naam van Nârâyana? (35) Ik die zo bezig was zal me ervoor inspannen mijn zinnen, geest en ademhaling onder controle te krijgen, zodat mijn ziel niet nogmaals ten onder gaat in het duister van de onwetendheid. (36-37) Als ik mezelf bevrijd van dit gebonden zijn aan karmische handelingen op basis van lust en onwetendheid, zal ik  een zelfgerealiseerde, alleraardigste, genadige en vredige vriend van alle levende wezens zijn en zal ik mijn ziel losmaken uit de val van het verstrikt zijn in mâyâ in de gedaante van een vrouw, een vrouw die met mij, gevallen als ik was, speelde alsof ik een huisdier was. (38) Het aldus opgevend met het 'ik' en 'mijn' van het lichaam en wat dies meer zij, zal ik, zonder de valsheid, in meditatie op het doel, mijn geest richten op de Allerhoogste Heer met behulp van het zuiverende zingen van Zijn naam en dergelijke.'

(39) Bevrijd van alle gebondenheid door enkel maar een ogenblik omgang te hebben met de heilige toegewijden, gaf hij aldus het idee van een materieel leven op en begaf hij zich naar de plaats waar de Ganges de laagvlakten instroomt [te Hardvar 'de poort naar Hari']. (40) Aldaar in een oord voor het disciplineren van de geest [een ashram of tempel] keerde hij, met het doen van yoga-oefeningen, zijn geest naar binnen, weg van zijn zintuigen, en richtte hij zich op het ware zelf. (41) Geheel verzonken in dat zelf koppelde hij zichzelf vervolgens los van de [werking van de] geaardheden [van de tijd] en wijdde hij zich aan het absolute in de vorm van de Heer die zuiver bewustzijn is. (42) Zo gauw zijn geest en intelligentie hun anker hadden gevonden, zag hij de [vier goddelijke] personen voor zich die hij voordien had gezien, en boog de brahmaan eerbiedig zijn hoofd. (43) Toen hij hen daar op die heilige plaats aan de Ganges zag, gaf hij direct zijn voertuig van de tijd, zijn lichaam op, om de oorspronkelijke geestelijke gedaante [svarûpa] aan te nemen die past bij een metgezel van de Heer. (44) De man van kennis klom daarop, samen met de dienaren van de Heer, aan boord van een hemelvoertuig [een vimâna] gemaakt van goud en vertrok naar de hemel waar de echtgenoot van de Geluksgodin [Vishnu] zich ophoudt. (45) Hij die alle dharma had opgegeven, die was getrouwd met een laaggeboren meid, was vervallen in abominabele handelingen, al zijn geloften had gebroken en in een hels leven was beland, vond aldus terstond bevrijding toen hij de naam van de Allerhoogste Heer zong. (46) Om niet opnieuw gehecht te raken aan baatzuchtig handelen, bestaat er daarom, voor personen die graag willen ontsnappen aan de materiële gebondenheid, geen betere methode om te breken met de karmische gevolgen dan het herhaalde zingen van de naam van Hem die de toevlucht van alle heilige plaatsen vormt. Alle andere methoden leiden tot een geest besmet door hartstocht en onwetendheid. (47-48) Welke persoon ook die met geloof verneemt over of met grote toewijding deze vertrouwelijke geschiedenis navertelt die je van alle zonde bevrijdt, zal niet op het gezag van de dienaren van Yamarâja naar de hel gaan, maar worden verwelkomd in de geestelijke wereld van Vishnu, wat voor ongunstigs [hij] ook [deed in zijn leven]. (49) Als Ajâmila ten tijde van zijn dood door vast te houden aan de naam van de Heer naar de hemel ging, ook al doelde hij op zijn zoon, wat zou dat dan niet inhouden voor iemand die met geloof en liefde vasthoudt aan de naam?'

 

next                        

 
Derde herziene editie, geladen 14 augustus, 2018.
 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

De zoon van Vyâsadeva zei: 'O Koning, toen de dienaren van de Allerhoogste Heer hadden gehoord wat de Yamadûta's zeiden, gaven zij antwoord als deskundigen in de leer.
De zoon van Vyâsadeva zei: 'O Koning, toen de dienaren van de Allerhoogste Heer hadden vernomen wat de Yamadûta's zeiden gaven ze hen, goed als ze waren in argumenteren en de logica, antwoord in gepaste termen. (Vedabase)

 

Tekst 2

De Vishnudûta's zeiden: 'Helaas, hoe pijnlijk is het om te zien hoe goddeloosheid de gemeenschap van de kenners van het dharma aantast, hoe door hen die de taak is toebedeeld, zonder noodzaak onschuldige mensen gestraft worden.

De Vishnudûta's zeiden: 'Helaas, hoe pijnlijk is het om te zien hoe goddeloosheid de dharmische gemeenschap aantast; hoe door hen, die de taak is toegewezen, zondeloze mensen niet noodzakelijk straf moeten ondergaan. (Vedabase)

 

Tekst 3

Tot wie moeten de burgers hun toevlucht nemen als diegenen onrechtvaardig zijn die als hun beschermers, behept met alle goede kwaliteiten en allen gelijk behandelend, de wet [willen] uitdragen?

Tot de toevlucht van wie moeten de burgers zich keren als het verkeerde gedaan wordt door hen die, als de beschermers der bevolking, toegerust met alle goede kwaliteiten en allen gelijkgezind, aanwijzingen behoren te geven? (Vedabase)

 

Tekst 4

Wat de betere man ook doet wordt nagedaan door de rest van de bevolking, wat hij ook doet wordt door de gewone man aanvaard als de te volgen standaard [zie ook B.G. 3: 21].

Wat de betere man ook in de praktijk brengt, wordt door de rest gedaan daar wat hij ook doet, door de mensen in het algemeen die van navolging zijn, wordt aanvaard als het juiste [zie ook B.G. 3: 21].  (Vedabase)

 

Tekst 5-6

De grote massa, die niet zo precies weet wat nu dharma of adharma is, heeft zijn hoofd in de schoot van de betere gelegd om daar in vrede te rusten. Hoe kan een achtenswaardig iemand die met hart voor een ieder het vertrouwen geniet van de levende wezens, nu de onwetende massa pijn doen die zich als een [kudde] dier[en] in goed vertrouwen en vriendschap aan hem overgaf?

De grote massa die werkelijk niet weet wat nu precies dharma of adharma zou zijn, heeft zijn hoofd gelegd in de schoot van de betere om in vrede te rusten. Hoe kan een dergelijke persoon, die met een welwillend hart het vertrouwen geniet van de levende wezens, de onbewusten nu pijn bezorgen die zich overgaven in goed vertrouwen en in vriendschap? (Vedabase)

 

Tekst 7

Deze man hier heeft reeds afgerekend met de zonden van miljoenen geboorten omdat hij, in hulpeloze toestand, de naam van de Heer uitsprak. Dat is de manier om het geluk van de Heer te vinden.

Hij hier heeft inderdaad reeds afgedaan met de zonden van miljoenen geboorten omdat hij, hulpeloos, van de Heer de naam uitsprak, die het middel van de bevrijding vormt. (Vedabase)

  

Tekst 8

Toen hij 'O Nârâyana, kom alsjeblieft' zei, slaagde hij, omdat hij aldus de vier lettergrepen [nâ-râ-ya-na] uitsprak, er in geheel af te rekenen met al de ondeugd die hij als zondaar op z'n geweten had.

Toen hij 'O Nârâyana, kom alsjeblieft' zei realiseerde hij, omdat hij aldus de vier lettergrepen [nâ-râ-ya-na] uitsprak, het volledige afdoen van alle ondeugd die hij als zondaar op z'n geweten had. (Vedabase)

 

Tekst 9-10

Ongeacht de ernst van de zonde die men begaan heeft als een dief, een alcoholist, als iemand die een vriend verraad, iemand die een brahmaan ter dood bracht, iemand die de vrouw van zijn goeroe begeerde of als iemand die een vrouw, een koning, koeien of zijn vader van het leven beroofde, of welke andere soort van zondaar nog meer, zal de aandacht van Vishnu trekken vanwege zijn respect voor Zijn naam. Hij [Vishnu] beschouwt het zingen van de heilige naam als de perfecte vorm van boeten [*].

Ongeacht de ernst van de zonde die men begaan heeft als een dief, een alcoholist, als iemand van minachting, iemand die een brahmaan ter dood bracht, iemand die de vrouw van zijn goeroe begeerde of als iemand die een vrouw, een koning, koeien of zijn vader van het leven beroofde, zal Vishnu Zijn aandacht schenken aan een ieder die van een dergelijk respect voor Zijn naam is, omdat Hij het zingen van de heilige naam als de perfectie van het afdoen beschouwt. (*) (Vedabase)

 

Tekst 11

Een zondaar raakt niet in dezelfde mate gezuiverd door de boete die hij doet met het zich houden aan geloften zoals dat brahmaans is voorgeschreven, als hij wordt door het uiten van de lettergrepen van de naam van de Heer, want het noemen van Zijn naam roept de kwaliteiten van Uttamas'loka in herinnering [Hem Geprezen in de Geschriften, vergelijk 6.1: 16].

Een zondig man is niet in die mate gezuiverd door het afdoen in de gehoorzaamheid van geloften voorgeschreven door het brahmaanse als hij is met het uiten van de lettergrepen van de Heer Zijn naam die iemand zich de kwaliteiten van Hem die in de geschriften wordt geprezen helpt herinneren [vergelijk: 6.1: 16]. (Vedabase)

 

Tekst 12

Omdat het hart, ondanks dat men boete deed, niet volledig gezuiverd raakt [zonder het zingen van Zijn naam], zal de geest zich opnieuw uitputten op het pad van tijdgebonden zaken. Zij die er oprecht in geïnteresseerd zijn een einde te maken aan hun karma [zie B.G. 4: 16], zuiveren derhalve hun bestaan door de heerlijkheid van de Heer te herhalen [vergelijk 1.2: 17].

Alhoewel men van afdoen was, zal de geest zich opnieuw uitputten op de weg van het onware, omdat het hart niet volledig gezuiverd was geraakt; derhalve zuiveren zij die oprecht geïnteresseerd zijn een einde te maken aan hun karma [zie B.G. 4: 16], hun bestaan door hun monden te zetten naar de heerlijkheid van de Heer [vergelijk: 1.2: 17]. (Vedabase)

 

Tekst 13

Probeer hem daarom niet met jullie mee te nemen. Omdat hij op zijn doodsbed de naam van de Allerhoogste Heer uitsprak heeft hij reeds afgerekend met al zijn zonden [zie ook B.G. 7: 27 en 8: 5].

Probeer hem daarom niet met jullie mee te voeren; hij heeft reeds het oneindige gevonden voor het afrekenen met zijn zonden omdat hij op zijn doodsbed de naam van de Allerhoogste Heer uitsprak [zie ook B.G. 7: 27 en 8: 5]. (Vedabase)

 

Tekst 14

Weet dat, of men het nu met andere bedoelingen, voor de lol, bij wijze van vermaak of terloops doet, het aanwenden van de naam [van de Heer] van Vaikunthha een onbegrensd vermogen in zich draagt om de zonde te neutraliseren.

Met andere bedoelingen, voor de lol, bij wijze van vermaak of terloops gedaan heeft laten klinken van de naam [van de Heer] van Vaikunthha, een onbeperkt vermogen om de zonde te neutraliseren, zo weten de gevorderden. (Vedabase)

 

Tekst 15

Iemand die ten val kwam, uitgleed, zijn botten brak, werd gebeten, geplaagd werd door ziekte of anderszins getroffen werd, verdient het niet in de hel te belanden als hij daarbij onwillekeurig de [naam van de] Heer uitsprak [zie ook B.G. 8: 6].

Als men ten val kwam, uitgleed, zijn botten brak, werd gebeten of geplaagd werd door ziekte of gewond raakte, is een persoon, aldus verzeild in relatie tot de Heer, er zeker van niet tot een hels leven te worden veroordeeld [zie ook B.G. 8: 6]. (Vedabase)

 

Tekst 16

Door heiligen die goed op de hoogte zijn wordt zware en lichte boete voorgeschreven voor [respectievelijk] zware en lichte zonden.

Door de heiligen die goed op de hoogte zijn is het zware en lichte van het afdoen voorgeschreven voor het zware en lichte van de zonden. (Vedabase)
 
Tekst 17

Maar het naar hun woord verdrijven van al de zonde middels verzaking, liefdadigheid, geloften en dergelijke, maakt nog geen einde aan het effect van adharma in het hart [het hebben van materiële verlangens of geconditioneerd zijn]. Dat bereikt men [alleen maar] door de voeten van de Heer te dienen.

Maar al het zondige dat volgens hen zijn einde vindt in verzaking, liefdadigheid, geloften en dergelijke, ontwart niet de knoop van adharma in het hart; dàt bereikt men in dienst aan wat de Beheerser toebehoort. (Vedabase)

 

Tekst 18

Met het bewust of onwillekeurig uitspreken van de heilige namen van Uttamas'loka, worden de zonden van een persoon tot as verbrand, zoals vuur dat doet met droog gras.

Dat wat, zoals vuur dat doet met droog gras, de zonden van een persoon tot as verbrand, is het bewust of onbewust uitspreken van de heilige namen van Hem die in de geschriften wordt geprezen. (Vedabase)

 

Tekst 19

Een mantra die wordt uitgesproken manifesteert, net zoals een medicijn dat men inneemt, zijn vermogen, zelfs als die op de ene of andere manier op de goede manier werd gebruikt door een onwetend iemand.'

Een uitgesproken mantra manifesteert zijn vermogen precies zoals een krachtig medicijn dat doet als het op deze of gene manier zelfs door een onwetende persoon op de juiste manier werd ingenomen.' (Vedabase)

 

Tekst 20

S'rî S'uka zei: 'Zij [de Vishnudûta's], aldus volkomen duidelijk makend wat dharma in de zin van toegewijde dienst inhoudt, o Koning, bevrijdden hem van de strop van Yamarâja en redden hem uit de greep van de dood.

S'rî S'uka zei: 'Zij, volmaakt duidelijk makend wat dharma is in de zin van dienstbaarheid aan de Heer, o Koning, redden, hem van de dood verlossend, hem aldus van de strop van Yamarâja. (Vedabase)

 

Tekst 21

O onderwerper van de vijanden, de Yamadûta's, zo van repliek gediend, gingen naar het verblijf van Yamarâja om hem gewetensvol tot in detail op de hoogte te stellen van alles wat zich had voorgedaan.

O onderwerper der vijanden, de Yamadûta's aldus van repliek gediend gingen naar het verblijf van Yamarâja om hem de verschuldigde verantwoording af te leggen waarbij ze tot in detail informatie verschaften over alles wat zich had voorgedaan. (Vedabase)

 

Tekst 22

De brahmaan bevrijd van de strop, nu vrij van angst, kwam weer tot zichzelf en bewees, blij de dienaren van Vishnu te zien, hen de eer door zijn hoofd voor hen te buigen.

De tweemaal geborene bevrijd van de strop, nu vrij van angst, kwam bij zinnen en betoonde zijn respect door het hoofd te buigen voor de dienaren van Vishnu, blij als hij was ze te zien. (Vedabase)

 

Tekst 23

De dienaren van de Hoogste Persoonlijkheid o zondeloze, die begrepen dat hij iets wilde zeggen, verdwenen echter plotseling uit het zicht.

De dienaren van de Hoogste Persoonlijkheid echter die begrepen, o zondeloze, dat hij iets wilde zeggen, verdwenen onder zijn ogen plots vandaar. (Vedabase)

 

Tekst 24-25

Ajâmila die, door wat de dienaren van Vishnu en Yamarâja hadden gezegd over Heer Hari, aldus beter op de hoogte was geraakt van wat zuiverheid van dharma in relatie tot de Heer [het Bhâgavatam] inhoudt, hoe dat beschreven wordt in de Veda's en hoe iemand geconditioneerd door de natuurlijke geaardheden in zijn toewijding tot de Allerhoogste Heer direct gezuiverd raakt door te luisteren naar de verheerlijking van de naam, had grote spijt van al de slechte daden die hij zich herinnerde:

Ajâmila die vanwege de gesprekken over Heer Hari aldus van de dienaren van Vishnu en Yamarâja beter op de hoogte was geraakt van wat het zuivere van dharma inhoudt in relatie tot de Heer, hoe het beschreven wordt in de Veda's en hoe onder de geaardheden der natuur in toewijding voor de Allerhoogste Heer de verheerlijking van de naam onmiddellijk zuivert, had grote spijt van al het slechte wat hij zich herinnerde gedaan te hebben: (Vedabase)

 

Tekst 26

'Helaas, omdat ik de beheersing over mezelf verloor toen ik kinderen verwekte met deze vrouw van laag allooi, verloor ik al mijn brahmaanse kwaliteiten en eindigde ik in de opperste misère.

'Helaas, omdat ik de beheersing over mezelf verloor met deze vrouw van laag allooi kinderen verwekkend, vernietigde ik al het brahmaanse in me en eindigde ik in de opperste misère. (Vedabase)

 

Tekst 27

Een eerlijk man veroordeelt hem die zijn kuise, jonge vrouw in de steek liet ter wille van een relatie met een onkuise meid die van drinken houdt. Verdoemd ben ik die in zonde vervallen zijn familie te schande maakte!

Hij wordt veroordeeld door de oprechten die zijn kuise jonge vrouw in de steek liet en, vervallen in zonde, zijn familie te schande maakte; verdoemd ben ik, ik, die seks had met een onkuise wijndrinkende meid. (Vedabase)

  

Tekst 28

Mijn hulpeloze oude vader en moeder hadden, met geen andere verwant om voor hen te zorgen, het moeilijk toen ze door mij, zo ondankbaar als iemand zonder klasse, helaas in de steek werden gelaten.

Mijn vader en moeder, oud, met niemand anders, met geen andere vriend om voor ze te zorgen, hadden zwaar te lijden vanaf het ogenblik dat ze door mij, ondankbaar als de laagste, in de steek werden gelaten. (Vedabase)

 

Tekst 29

Ik ben duidelijk gedoemd in de allerverschrikkelijkste hel te belanden waar zij, die vol van lust braken met het dharma, de vergelding van Yamarāja moeten ondergaan.

Het moge duidelijk zijn dat ik als zodanig, een waarlijk miserabele persoon die al te lustig brak met het dharma, in de hel behoor te belanden om aldaar de pijn der vergelding te ondergaan. (Vedabase)

 

Tekst 30

Heb ik het gedroomd of ben ik getuige van een wonder hier? Waar zijn zij nu allemaal gebleven die me met de strop in hun handen aan het wegslepen waren?

Heb ik het gedroomd of ben ik getuige van een wonder hier? Waar zijn zij allen nu gebleven die me met touwen in hun handen aan het wegslepen waren? (Vedabase)

 

Tekst 31

En waar zijn die vier volmaakte persoonlijkheden van uitzonderlijke schoonheid gebleven die me bevrijdden toen ik, in de boeien geslagen, naar de hel werd weggesleept?

En waar zijn die volmaakte persoonlijkheden van uitzonderlijke schoonheid naar toe die me bevrijdden toen ik in de richting van de hel werd meegevoerd opgebracht in touwen? (Vedabase)


Tekst 32

Omdat ik deze verheven toegewijden zag, moesten de zaken zich voor mij, ondanks mijn ongeluk, wel ten gunste keren.

Het was vanwege de aanblik van deze verheven toegewijden, dankzij wie het goedgunstige zich wel moest voltrekken, dat ik, ondanks mijn kwade lot, mezelf werkelijk gelukkig kon zien worden! (Vedabase)


Tekst 33

Hoe zou een man, onzuiver bezig als de echtgenoot van een vrouw van lagere komaf, er anders toe in staat zijn om op zijn sterfbed zijn tong de heilige naam van de Heer van Vaikunthha te laten uitspreken?

Hoe zou het ook zonder kunnen dat een man die de dood tegemoet treedt, alleronreinst als een getrouwe van een prostituée, in die hoedanigheid in staat is zijn tong het woord van de heilige naam van de Heer van Vaikunthha te laten spreken? (Vedabase)

 

Tekst 34

Waar blijf ik nu, als een bedrieger, zondaar in eigen persoon en schaamteloos vernietiger van zijn eigen cultuur, met deze immer gunstige, heilige naam van Nârâyana?

Waar blijf ik nou als een bedrieger, zondaar in eigen persoon en schaamteloze vernietiger van zijn eigen cultuur; waar zou Nârâyana, de al-gunstige van de heilige naam van de Allerhoogste Heer dan zijn? (Vedabase)

 

Tekst 35

Ik die zo bezig was zal me ervoor inspannen mijn zinnen, geest en ademhaling onder controle te krijgen, zodat mijn ziel niet nogmaals ten onder gaat in het duister van de onwetendheid.

Als zo'n toegewijde zal ik op die manier mijn weg vervolgen, zodat met het beheersen van de zinnen, de geest en de adem, mijn ziel niet nogmaals door onwetendheid in de duisternis zal worden getrokken. (Vedabase)


Tekst 36-37

Als ik mezelf bevrijd van dit gebonden zijn aan karmische handelingen op basis van lust en onwetendheid, zal ik  een zelfgerealiseerde, alleraardigste, genadige en vredige vriend van alle levende wezens zijn en zal ik mijn ziel losmaken uit de val van het verstrikt zijn in mâyâ in de gedaante van een vrouw, een vrouw die met mij, gevallen als ik was, speelde alsof ik een huisdier was.

Bevrijd van deze gebondenheid in karmische acties van onwetendheid en lust zal ik de zelfgerealiseerde, alleraardigste, genadige en vredige vriend zijn van alle levende wezens. Ik zal me losmaken van de kluister van mijn ziel, de gevangenschap in mâyâ in de vorm van een vrouw, welke voorzeker, zo gevallen, met mij speelde alsof ik een huisdier was. (Vedabase)


Tekst 38

Het aldus opgevend met het 'ik' en 'mijn' van het lichaam en wat dies meer zij, zal ik, zonder de valsheid, in meditatie op het doel, mijn geest richten op de Allerhoogste Heer met behulp van het zuiverende zingen van Zijn naam en dergelijke.'

Het aldus opgevend met het 'ik' en 'mijn' van het lichaam en de zaken die ermee verband houden, zal ik mijn geest, me concentrerend en me gedragend volgens de regels, bezig houden met het zuivere van de Allerhoogste Heer Zijn naam in gezang en met alles wat erbij hoort.' (Vedabase).


Tekst 39

Bevrijd van alle gebondenheid door enkel maar een ogenblik omgang te hebben met de heilige toegewijden, gaf hij aldus het idee van een materieel leven op en begaf hij zich naar de plaats waar de Ganges de laagvlakten instroomt  [te Hardvar 'de poort naar Hari'].

Aldus gaf hij het idee op van een materieel leven en ging hij naar Hardvar [van de Ganges 'de poort naar Hari'] bevrijd zijnde van alle gebondenheid door enkel maar voor een ogenblik omgang te hebben met het heilige. (Vedabase).

 

Tekst 40

Aldaar in een oord voor het disciplineren van de geest [een ashram of tempel] keerde hij, met het doen van yoga-oefeningen, zijn geest naar binnen, weg van zijn zintuigen, en richtte hij zich op het ware zelf.

Aldaar op een plek van geestelijke discipline [een ashram of tempel] fixeerde hij met de yoga als leidraad zich [aldus] inwaarts afkerend van zijn zintuigen, zijn geest op het ware van het zelf. (Vedabase).

 

Tekst 41

Geheel verzonken in dat zelf koppelde hij zichzelf vervolgens los van de [werking van de] geaardheden [van de tijd] en wijdde hij zich aan het absolute in de vorm van de Heer die zuiver bewustzijn is.

Daartoe innerlijk verzonken, de geest losmakend van de sturing der geaardheden, hield hij zich bezig met de Superziel als de gedaante van de Heer wiens Zelf stap voor stap gerealiseerd wordt. (Vedabase).



Tekst 42

Zo gauw zijn geest en intelligentie hun anker hadden gevonden, zag hij de [vier goddelijke] personen voor zich die hij voordien had gezien, en boog de brahmaan eerbiedig zijn hoofd.

Zo gauw hij zijn geest en intelligentie vastgelegd had, kreeg hij de [vier goddelijke] personen voor zich te zien die hij voorheen had gezien, waarop de brahmaan toen zijn hoofd eerbiedig voorover boog. (Vedabase).

 

Tekst 43

Toen hij hen daar op die heilige plaats aan de Ganges zag, gaf hij direct zijn voertuig van de tijd, zijn lichaam op, om de oorspronkelijke geestelijke gedaante [svarûpa] aan te nemen die past bij een metgezel van de Heer.

Hen op die heilige plaats aan de Ganges ziend, gaf hij direct zijn voertuig van de tijd op, om zijn oorspronkelijke geestelijke gedaante [svarûpa] aan te nemen geschikt voor hem als metgezel van de Heer. (Vedabase).

 

Tekst 44

De man van kennis klom daarop, samen met de dienaren van de Heer, aan boord van een hemelvoertuig [een vimâna] gemaakt van goud en vertrok naar de hemel waar de echtgenoot van de Geluksgodin [Vishnu] zich ophoudt.

Op weg naar de hemel waar de echtgenoot van de Geluksgodin [Vishnu] verblijft, klom de man van kennis tezamen met de dienaren van Vishnu aan boord van een hemelvoertuig [vimâna] gemaakt van goud. (Vedabase).

 

Tekst 45

Hij die alle dharma had opgegeven, die was getrouwd met een laaggeboren meid, was vervallen in abominabele handelingen, al zijn geloften had gebroken en in een hels leven was beland, vond aldus terstond bevrijding toen hij de naam van de Allerhoogste Heer zong.

Op deze manier vond hij die alle dharma eraan had gegeven, die was getrouwd met een laaggeboren meid, was vervallen in abominabele handelingen en, gebroken hebbend met al zijn geloften, in een hels leven was beland, direct de bevrijding toen hij zich bediende van de naam van de Allerhoogste Heer. (Vedabase).

 

Tekst 46

Om niet opnieuw gehecht te raken aan baatzuchtig handelen, bestaat er daarom, voor personen die graag willen ontsnappen aan de materiële gebondenheid, geen betere methode om te breken met de karmische gevolgen dan het herhaalde zingen van de naam van Hem die de toevlucht van alle heilige plaatsen vormt. Alle andere methoden leiden tot een geest besmet door hartstocht en onwetendheid.

Derhalve, ten einde niet opnieuw gehecht te raken aan baatzuchtig handelen met een geest besmet door hartstocht en onwetendheid, bestaat er voor personen verlangend te ontsnappen aan de materiële gebondenheid geen betere methode om te breken met de karmische gevolgen dan het herhaaldelijk zingen van de naam van de Toevlucht aller Heilige Plaatsen. (Vedabase).

 

Tekst 47-48

Welke persoon ook die met geloof verneemt over of met grote toewijding deze vertrouwelijke geschiedenis navertelt die je van alle zonde bevrijdt, zal niet op het gezag van de dienaren van Yamarâja naar de hel gaan, maar worden verwelkomd in de geestelijke wereld van Vishnu, wat voor ongunstigs [hij] ook [deed in zijn leven].

Welke persoon ook die met geloof verneemt over of met grote toewijding deze vertrouwelijke geschiedenis die je van alle zonde bevrijdt navertelt, zal inderdaad niet, onder het gezag van de dienaren van Yamarâja, naar de hel gaan, maar worden verwelkomt in de geestelijke wereld van Vishnu, welke misstap hij ook beging in zijn materieel bestaan. (Vedabase).

 

Tekst 49

Als Ajâmila ten tijde van zijn dood door vast te houden aan de naam van de Heer naar de hemel ging, ook al doelde hij op zijn zoon, wat zou dat dan niet inhouden voor iemand die met geloof en liefde vasthoudt aan de naam?'

Als ten tijde van zijn dood Ajâmila door de naam van de Heer aan te grijpen al naar de hemel ging, ookal bedoelde hij maar zijn zoon, wat zou dat dan niet inhouden voor degene die met geloof en liefde vasthoudt aan de naam? (Vedabase)

 

*: Het is dit vers dat âcârya's als S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura van de erfopvolging aanhalen om het argument schriftuurlijk te onderbouwen dat het zingen van de heilige naam iemand onmiddellijk zal zuiveren van alle zonden. Het is de manier waarop men de bescherming van de Heer aanroept. Het is Zijn dharma daaraan gevolg te geven. Hij zal er zelfs voor incarneren als dat nodig is zoals hij uitlegt in de Gîtâ (4: 7). Hij daalde om deze reden ook als Heer Caitanya neer, daartoe aangeroepen door S'rî Advaita. Op die manier stelde hij opnieuw de noodzaak aan de orde van dit Bhâgavatam en het zingen van de heilige namen ter wille van de religieuze hervorming van de mensen van onze moderne tijd.

 

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

De afbeelding is getiteld: "The death of the good old man" en is van William Blake.
Object 14 van illustrations to Robert Blair's, ' The Grave'. Bron:
William Blake Archive.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.



 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties