Canto
9
Hoofdstuk 12: De Dynastie van Kus'a, de Zoon van Heer Râmacandra
(1) S'rî S'uka zei: 'Van Kus'a [de zoon van Heer Râma] was er Atithi, en van hem was er Nishadha; Nishadha's zoon was Nabha, Pundarîka kwam na hem en Kshemadhanvâ werd zijn zoon. (2) Devânîka was de zoon van Kshemadhanvâ , de zijne was Anîha die Pâriyâtra als zoon had; Pâriyâtra's zoon was Balasthala en die had weer een zoon genaamd Vajranâbha die afstamde van de zonnegod.(3-4) Van Sagana [van Vajranâbha] was er een zoon genaamd Vidhriti van wie de zoon Hiranyanâbha werd geboren die een leraar in de yoga werd naar Jaimini. Yâjñavalkya bestudeerde als discipel onder hem de spiritualiteit van Kaus'alya [âdhyâtma-yoga, zie 6.15: 12-15]: de hoogst verheven yoga waarin men een ziener wordt die in staat is de materiële knopen in het hart door te snijden. (5) Van Pushpa, de zoon van Hiranyanâbha, kwam Dhruvasandhi ter wereld van wie er Sudars'ana was. Na hem kwam Agnivarna wiens zoon S'îghra heette en Maru was zijn zoon. (6) Zijn persoon existeert nog steeds in Kalâpa-grâma ['verzameling van gemeenschappen'] als iemand volmaakt in de yoga; daar blijvend zal hij aan het einde van Kali-yuga een zoon verwekken zodat de verloren gegane dynastie van de zonnegod weer opnieuw tot leven komt. (7) Van hem was er een zoon: Prasus'ruta die Sandhi had en van hem kwam er een zoon genaamd Amarshana van wiens zoon Mahasvân hij die Vis'vabâhu heette zijn geboorte nam. (8) Van hem was er Prasenajit van wie Takshaka dan weer zijn geboorte zou nemen. Van Takshaka was er Brihadbala, hij die toen door uw vader in een gevecht werd gedood.
(9) Al deze koningen van de Ikshvâku-dynastie behoren allemaal tot het verleden, verneem nu over hen die nog komen: na Brihadbala zal er een zoon zijn genaamd Brihadrana. (10) Brihadrana's zoon zal Ûrukriya zijn, van hem zal Vatsavriddha zijn geboorte nemen, Prativyoma zal zijn zoon zijn en van hem zal Bhânu er zijn, wiens zoon Divâka een grote legeraanvoerder wordt. (11) Sahadeva uit hem geboren zal een grote held op de wereld zetten: Brihadas'va, van wie Bhânumân er zal zijn. Van Bhânumân zal Pratîkâs'va vader zijn van de zoon Supratîka. (12) Marudeva zal daarna geboren worden en van hem zal Sunakshatra er zijn; vervolgens zal Pushkara er zijn en zijn zoon Antariksha zal Sutapâ zijn wiens zoon Amitrajit wordt. (13) Brihadrâja zal dan van hem Barhi voortbrengen, Kritañjaya uit hem geboren zal een zoon genaamd Ranañjaya krijgen en van hem zal Sañjaya ter wereld komen. (14) Van hem zal S'âkya er zijn wiens zoon de gedenkwaardige S'uddhoda zal wezen. Hij wordt vader van Lângala van wie er Prasenajit zal zijn, die op zijn beurt de vader zal zijn van Kshudraka. (15) Ranaka zal uit Kshudraka geboorte nemen, Suratha zal de zoon daarna zijn, en hij die uit hem voortkomt, Sumitra, zal het einde van de lijn van al deze koningen in de Brihadbala-dynastie vormen. (16) Van al deze afstammelingen van Ikshvâku zal Sumitra in de toekomst als de laatste verschijnen omdat met hem als koning het hoogste zal zijn bereikt voor Kali-yuga.'
Tweede editie, geladen 30 december 2007.
Bronteksten:
De dynastie van Kus'a, de zoon van Heer Râmacandra
S'rî S'uka zei: 'Van Kus'a [de zoon van Heer Râma] was er Atithi, en van hem was er Nishadha; Nishadha's zoon was Nabha, Pundarîka kwam na hem en Kshemadhanvâ werd zijn zoon.S'ukadeva Gosvâmî zei: De zoon van Râmacandra heette Kus'a, de zoon van Kus'a verwekte Atithi, Atithi's zoon was Nishadha, en Nishadha had Nabha tot zoon. Nabha's zoon heette Pundarîka, en Pundarîka kreeg een zoon met de naam Kshemadhanvâ . (Vedabase)
Devânîka was de zoon van Kshemadhanvâ , de zijne was Anîha die Pâriyâtra als zoon had; Pâriyâtra's zoon was Balasthala en die had weer een zoon genaamd Vajranâbha die afstamde van de zonnegod.
De zoon van Kshemadhanvâ heette Devânîka, Devânîka's zoon was Anîha, Anîha verwekte Pâriyâtra, en Pâriyâtra had Balasthala tot zoon. Balasthala's zoon heette Vajranâbha, die naar men zegt geboren was uit de stralengloed van de zonnegod. (Vedabase)
Van Sagana [van Vajranâbha] was er een zoon genaamd Vidhriti van wie de zoon Hiranyanâbha werd geboren die een leraar in de yoga werd naar Jaimini. Yâjñavalkya bestudeerde als discipel onder hem de spiritualiteit van Kaus'alya [âdhyâtma-yoga, zie 6.15: 12-15]: de hoogst verheven yoga waarin men een ziener wordt die in staat is de materiële knopen in het hart door te snijden.
De zoon van Vajranâbha heette Sagana en Sagana werd de vader van Vidhriti. Vidhriti had Hiranyanâbha tot zoon, die de leerling van Jaimini werd en tevens een groot âcârya van mystieke yoga. Van deze Hiranyanâbha leerde de grote heilige Yâjñavalkya het uiterst verheven pad van mystieke yoga wat âdhyâtma-yoga genoemd wordt, waarmee men de knopen van materiële gehechtheid in het hart kan losmaken. (Vedabase)
Van Pushpa, de zoon van Hiranyanâbha, kwam Dhruvasandhi ter wereld van wie er Sudars'ana was. Na hem kwam Agnivarna wiens zoon S'îghra heette en Maru was zijn zoon.
De zoon van Hiranyanâbha heette Pushpa, en Pushpa verwekte Dhruvasandhi. Dhruvasandhi had Sudars'ana tot zoon, wiens zoon Agnivarna heette. De zoon van Agnivarna heette S'îghra, en deze verwekte Maru. (Vedabase)
Zijn persoon existeert nog steeds in Kalâpa-grâma ['verzameling van gemeenschappen'] als iemand volmaakt in de yoga; daar blijvend zal hij aan het einde van Kali-yuga een zoon verwekken zodat de verloren gegane dynastie van de zonnegod weer opnieuw tot leven komt.
Maru, die volmaaktheid bereikt heeft in mystieke yoga, leeft nog steeds in een plaats met de naam Kalâpa-grâma. Aan het eind van Kali-yuga zal hij degene zijn die de verloren gegane Sûrya-dynastie opnieuw tot leven brengt door een zoon te verwekken. (Vedabase)
Van hem was er een zoon: Prasus'ruta die Sandhi had en van hem kwam er een zoon genaamd Amarshana van wiens zoon Mahasvân hij die Vis'vabâhu heette zijn geboorte nam.
Maru verwekte een zoon met de naam Prasus'ruta, Prasus'ruta verwekte Sandhi, Sandhi verwekte Amarshana, en Amarshana verwekte een zoon met de naam Mahasvân. Mahasvân kreeg Vis'vabâhu tot zoon. (Vedabase)
Van hem was er Prasenajit van wie Takshaka dan weer zijn geboorte zou nemen. Van Takshaka was er Brihadbala, hij die toen door uw vader in een gevecht werd gedood.
Vis'vabâhu verwekte een zoon met de naam Prasenajit, Prasenajit werd de vader van Takshaka en Takshaka had Brihadbala tot zoon, die in een gevecht door uw vader gedood werd. (Vedabase)
Al deze koningen van de Ikshvâku-dynastie behoren allemaal tot het verleden, verneem nu over hen die nog komen: na Brihadbala zal er een zoon zijn genaamd Brihadrana.
Alle koningen in de dynastie van Ikshvâku zijn intussen overleden. Luister nu alstublieft naar mijn beschrijving van de koningen die in de toekomst geboren zullen worden. Brihadbala zal een zoon met de naam Brihadrana hebben. (Vedabase)
Brihadrana's zoon zal Ûrukriya zijn, van hem zal Vatsavriddha zijn geboorte nemen, Prativyoma zal zijn zoon zijn en van hem zal Bhânu er zijn, wiens zoon Divâka een grote legeraanvoerder wordt.
De zoon van Brihadrana zal Ûrukriya heten, die een zoon met de naam Vatsavriddha zal krijgen. Vatsavriddha's zoon zal Prativyoma heten, en Prativyoma zal een zoon hebben met de naam Bhânu, die Divâka, een groot legeraanvoerder, zal verwekken. (Vedabase)
Sahadeva uit hem geboren zal een grote held op de wereld zetten: Brihadas'va, van wie Bhânumân er zal zijn. Van Bhânumân zal Pratîkâs'va vader zijn van de zoon Supratîka.
Vervolgens zal Divâka een zoon met de naam Sahadeva verwekken, en de zoon van Sahadeva zal een grote held met de naam Brihadas'va zijn. Brihadas'va zal Bhânumân verwekken, en Bhânumân zal de vader van Pratîkâs'va worden. De zoon van Pratîkâs'va zal Supratîka heten. (Vedabase)
Marudeva zal daarna geboren worden en van hem zal Sunakshatra er zijn; vervolgens zal Pushkara er zijn en zijn zoon Antariksha zal Sutapâ zijn wiens zoon Amitrajit wordt.
Daarna zal Supratîka Marudeva verwekken, Marudeva Sunakshatra, Sunakshatra Pushkara, en Pushkara Antariksha. Antariksha zal Sutapâ tot zoon hebben, en diens zoon zal Amitrajit heten. (Vedabase)
Brihadrâja zal dan van hem Barhi voortbrengen, Kritañjaya uit hem geboren zal een zoon genaamd Ranañjaya krijgen en van hem zal Sañjaya ter wereld komen.
Amitrajit zal een zoon krijgen met de naam Brihadrâja, Brihadrâja zal Barhi verwekken en Barhi Kritañjaya. De zoon van Kritañjaya zal Ranañjaya heten, en deze zal vader worden van een zoon met de naam Sañjaya. (Vedabase)
Van hem zal S'âkya er zijn wiens zoon de gedenkwaardige S'uddhoda zal wezen. Hij wordt vader van Lângala van wie er Prasenajit zal zijn, die op zijn beurt de vader zal zijn van Kshudraka.
Sañjaya zal S'âkya verwekken, S'âkya S'uddhoda, en S'uddhoda Lângala. De zoon van Lângala zal Prasenajit heten, en Prasenajit zal een zoon met de naam Kshudraka hebben. (Vedabase)
Ranaka zal uit Kshudraka geboorte nemen, Suratha zal de zoon daarna zijn, en hij die uit hem voortkomt, Sumitra, zal het einde van de lijn van al deze koningen in de Brihadbala-dynastie vormen.
Kshudraka zal Ranaka verwekken, Ranaka zal Suratha verwekken en Suratha zal Sumitra tot zoon hebben, na wie de dynastie ophoudt te bestaan. Dit was de beschrijving van de dynastie van Brihadbala. (Vedabase)
Van al deze afstammelingen van Ikshvâku zal Sumitra in de toekomst als de laatste verschijnen omdat met hem als koning het hoogste zal zijn bereikt voor Kali-yuga.'
De laatste koning in de dynastie van Ikshvâku zal Sumitra zijn; na Sumitra zullen er geen zonen meer in de dynastie van de zonnegod geboren worden, en daarmee komt de dynastie ten einde. (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
Srîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd