
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
The
Four Categories of Universal Annihilation
Tekst
1:

S'rî
S'uka zei: 'De tijd vanaf het kleinste van het atoom en
culminerend in de twee helften [of parârdha's]
van het leven van Brahmâ, o Koning is beschreven [in
3.11]
tezamen met de duur van de yuga's; luister nu naar de
vernietiging van de kalpa.
S'ukadeva
Gosvâmî said: My dear King, I have already
described to you the measurements of time, beginning from
the smallest fraction measured by the movement of a single
atom up to the total life span of Lord Brahmâ. I have
also discussed the measurement of the different millennia of
universal history. Now hear about the time of Brahmâ's
day and the process of annihilation.
Tekst
2:
Duizend cycli
van vier yuga's heet een kalpa, een dag van Brahmâ,
waarin er veertien oervaders van de mensheid zijn
[Manu's].
One
thousand cycles of four ages constitute a single day of
Brahmâ, known as a kalpa. In that period, O King,
fourteen Manus come and go.
Tekst
3
Na hen is er de
desintegratie beschreven als de nacht van Brahmâ die van
dezelfde duur is; tot aan het eind van die tijd blijven deze
drie werelden ontbonden
After
one day of Brahmâ, annihilation occurs during his
night, which is of the same duration. At that time all the
three planetary systems are subject to destruction.
Tekst
4
Dit wordt de
incidentele vernietiging genoemd [of naimittika
pralaya] waarin [Nârâyana] de schepper
van het universum neerligt net als heer Brahmâ, om op
Zijn bed Ananta het universum in Zich op te nemen.
This
is called the naimittika, or occasional, annihilation,
during which the original creator, Lord
Nârâyana, lies down upon the bed of Ananta
S'esha and absorbs the entire universe within Himself while
Lord Brahmâ sleeps.
Tekst
5
Na de volle
tijd van twee parârdha's van het hoogst geplaatste
levende wezen, heer Brahmâ, zijn vervolgens de zeven
elementen [mahat,
ahamkâra
en de tanmâtra's],
onderhevig aan vernietiging.
When
the two halves of the lifetime of Lord Brahmâ, the
most elevated created being, are complete, the seven basic
elements of creation are annihilated.
Tekst
6
Dit, o Koning,
is de elementaire vernietiging, waarna dit universele ei, dit
samenstel [van deze zeven universele principes]
ontbindt, als de tijd van zijn uiteenvallen is
bereikt.
O
King, upon the annihilation of the material elements, the
universal egg, comprising the elemental amalgamation of
creation, is confronted with destruction.
Tekst
7
Een honderd
jaren lang zullen de wolken o Koning, geen regen laten vallen
op de aarde en zullen dan, met de er op volgende hongersnood,
de mensen in de war gestuurd door de tijd, daardoor lijdend
onder honger [zelfs] elkaar consumeren en geleidelijk
aan hun vernietiging vinden.
As
annihilation approaches, O King, there will be no rain upon
the earth for one hundred years. Drought will lead to
famine, and the starving populace will literally consume one
another. The inhabitants of the earth, bewildered by the
force of time, will gradually be destroyed.
Tekst
8
De zon die met
zijn verschrikkelijke stralen niet het geringste terug biedt,
zal alle vocht opdrinken van de aarde, de oceaan en de levende
lichamen.
The
sun in its annihilating form will drink up with its terrible
rays all the water of the ocean, of living bodies and of the
earth itself. But the devastating sun will not give any rain
in return.
Tekst
9
Dan zal het
vuur der vernietiging voortkomen uit de mond van Heer
Sankarshana en aangewakkerd door de kracht van de wind de kale
gebieden van de planeten verbranden [3.11:
30,
8.5:
35].
Next
the great fire of annihilation will flare up from the mouth
of Lord Sankarshana. Carried by the mighty force of the
wind, this fire will burn throughout the universe, scorching
the lifeless cosmic shell.
Tekst
10
Van alle kanten
brandend met de vlammen van het vuur beneden en de zon erboven,
zal het ei van het universum gloeien als een bal
koeienmest.
Burned
from all sides-from above by the blazing sun and from below
by the fire of Lord Sankarshana-the universal sphere will
glow like a burning ball of cow dung.
Tekst
11
Vervolgens zal
er meer dan honderd jaar een verschrikkelijke wind waaien die
de vernietiging brengt en de hemel grijs zal
verduisteren.
A
great and terrible wind of destruction will begin to blow
for more than one hundred years, and the sky, covered with
dust, will turn gray.
Tekst
12
Samengepakte
veelkleurige wolken, mijn beste, zullen het dan honderd jaar
lang laten regenen met enorme donderslagen.
After
that, O King, groups of multicolored clouds will gather,
roaring terribly with thunder, and will pour down floods of
rain for one hundred years.
Tekst
13
Het omhulsel
van het universum zal, vollopend, dan één enkele
[kosmische] zee van water vormen.
At
that time, the shell of the universe will fill up with
water, forming a single cosmic ocean.
Tekst
14
Als het water
ten tijde van de vloed de kwaliteit van de geur wegneemt zal
het aarde-element, verstoken van haar geur, oplossen [zie
ook 3.26:
49-61,
11.3:
9,
11.24:
22-27].
As
the entire universe is flooded, the water will rob the earth
of its unique quality of fragrance, and the element earth,
deprived of its distinguishing quality, will be
dissolved.
Tekst
15-19
Vuur neemt dan
de smaak van het water weg, waarna het, verstoken van haar
unieke kwaliteit, oplost; dan volgt het vuur door de lucht
verstoken van haar vorm. Met het vuur opgegaan in de wind neemt
de ether de kwaliteit [der aanraking] van de lucht weg
en dan volgt de kwaliteit van de ether, het geluid, dat wordt
weggenomen door het oorspronkelijk elementaire [of valse
ego in onwetendheid]. Met de ether vervolgens daarin
opgaand neemt de vitale kracht [vals ego in hartstocht]
bezit van de zinnen, mijn beste, en worden de goden gegrepen
die onderhevig zijn aan verandering [naar het valse ego der
goedheid]. De kosmische intelligentie neemt daar weer bezit
van [van vaikârika] samen met de kwaliteiten
[of manifeste functies] ervan en die mahat wordt dan
door de guna's van sattva en zo voorts binnengehaald. Deze drie
geaardheden o Koning worden dan, er door de Tijd toe aangezet,
overschaduwd door de onuitputtelijke doener [de
oorspronkelijke ongemanifesteerde vorm van de natuur] van
wie er niet de transformatie en dergelijke is met de
verdelingen van de tijd; ongemanifesteerd zonder een begin en
een einde vormt het de onfeilbare eeuwige
oorzaak.
The
element fire then seizes the taste from the element water,
which, deprived of its unique quality, taste, merges into
fire. Air seizes the form inherent in fire, and then fire,
deprived of form, merges into air. The element ether seizes
the quality of air, namely touch, and that air enters into
ether. Then, O King, false ego in ignorance seizes sound,
the quality of ether, after which ether merges into false
ego. False ego in the mode of passion takes hold of the
senses, and false ego in the mode of goodness absorbs the
demigods. Then the total mahat-tattva seizes false ego along
with its various functions, and that mahat is seized by the
three basic modes of nature-goodness, passion and ignorance.
My dear King Parîkshit, these modes are further
overtaken by the original unmanifest form of nature,
impelled by time. That unmanifest nature is not subject to
the six kinds of transformation caused by the influence of
time. Rather, it has no beginning and no end. It is the
unmanifest, eternal and infallible cause of creation.
Tekst
20-21
Daarin vindt
men niet de spraak, geen geest, noch de geaardheid goedheid,
hartstocht of onwetendheid; daar zijn er niet de elementen van
de grotere werkelijkheid - de levensadem, de intelligentie, de
zinnen en zo meer - noch zijn er daar de goden of is er daar de
schikking van de verschillende planetaire vormen van orde. Er
is daar niet het slapen, het waken of de diepe slaap, geen
water, lucht, ether, vuur, aarde of zon; dat, alle logica
verslaand er zijnde als een leegte of iemand die diep in slaap
is, vormt de substantie die dienst doet als de wortel [de
pradhâna],
zo zeggen de autoriteiten.
In
the unmanifest stage of material nature, called
pradhâna, there is no expression of words, no mind and
no manifestation of the subtle elements beginning from the
mahat, nor are there the modes of goodness, passion and
ignorance. There is no life air or intelligence, nor any
senses or demigods. There is no definite arrangement of
planetary systems, nor are there present the different
stages of consciousness-sleep, wakefulness and deep sleep.
There is no ether, water, earth, air, fire or sun. The
situation is just like that of complete sleep, or of
voidness. Indeed, it is indescribable. Authorities in
spiritual science explain, however, that since
pradhâna is the original substance, it is the actual
basis of material creation.
Tekst
22
Deze tijd als
de energieën hulpeloos opgaan, volledig onttakeld door de
Tijd, vormt de [prâkritika pralaya] vernietiging
van al de materiële elementen van de natuur van de
ongeziene Oorspronkelijke Persoon.
This
is the annihilation called prâkritika, during which
the energies belonging to the Supreme Person and His
unmanifest material nature, disassembled by the force of
time, are deprived of their potencies and merge together
totally.
Tekst
23
Het is de
spirituele kennis [het bewustzijn, de Absolute
Waarheid] die zich manifesteert in de vorm van deze
elementen der intelligentie, de zinnen en de zinsobjecten; wat
men ook waarneemt als hebbende een begin en een eind is
inessentieel daar het geen bestaan heeft dat los staat van zijn
oorzaak [maar slechts een aanduiding vormt, vergelijk
11.28:
31].
It
is the Absolute Truth alone who manifests in the forms of
intelligence, the senses and the objects of sense
perception, and who is their ultimate basis. Whatever has a
beginning and an end is insubstantial because of being an
object perceived by limited senses and because of being
nondifferent from its own cause.
Tekst
24
Een lamp, een
waarnemend oog en de waargenomen vorm zijn [als de
omvormingen ervan] niet verschillend van het licht, op
dezelfde manier verschillen de intelligentie, de zintuigen en
de zintuigelijke waarnemingen niet van de [ene] zich
verschillend manifesterende werkelijkheid [zie ook
siddhânta
en B.G. 9.15].
A
lamp, the eye that views by the light of that lamp, and the
visible form that is viewed are all basically nondifferent
from the element fire. In the same way, intelligence, the
senses and sense perceptions have no existence separate from
the supreme reality, although that Absolute Truth remains
totally distinct from them.
Tekst
25
Het waken, de
slaap en de diepe slaap die bij de intelligentie horen worden
aldus een begoocheling van de zinnen genoemd, dit o Koning is
de dualiteit ervaren door de ziel.
The
three states of intelligence are called waking
consciousness, sleep and deep sleep. But, my dear King, the
variegated experiences created for the pure living entity by
these different states are nothing more than
illusion.
Tekst
26
Net zoals
wolken in de lucht er wel en er niet zijn in het Absolute van
de Waarheid, is evenzo dit ganse universum wel en niet aanwezig
zoals het met zijn verschillende delen zich ontwikkelt en weer
opgaat.
Just
as clouds in the sky come into being and are then dispersed
by the amalgamation and dissolution of their constituent
elements, this material universe is created and destroyed
within the Absolute Truth by the amalgamation and
dissolution of its elemental, constituent parts.
Tekst
27
De
samenstellende oorzaak, mijn beste, van welke samengestelde
bestaansvorm dan ook alhier, kan, zo is gesteld [in de
vedânta-sûtra],
los van zijn gemanifesteerde product worden waargenomen,
precies zoals men dat met de draden van stof kan [zie ook
6.3:
12,
11.12:
21].
My
dear King, it is stated [in the
Vedânta-sûtra] that the ingredient cause
that constitutes any manifested product in this universe can
be perceived as a separate reality, just as the threads that
make up a cloth can be perceived separately from their
product.
Tekst
28
Wat men ook
ervaart in termen van een algemene oorzaak en een specifiek
effect is, in die wederzijdse afhankelijkheid, een vorm van
verbijstering, daar alles wat onderhevig is aan het hebben van
een begin en een einde niet wezenlijk is [d.w.z. de fixatie
is de illusie, de materie is echt].
Anything
experienced in terms of general cause and specific effect
must be an illusion, because such causes and effects exist
only relative to each other. Indeed, whatever has a
beginning and an end is unreal.
Tekst
29
Onderhevig aan
verandering is een enkel atoom, hoewel het zich manifesteert,
zonder het Rechtstreekse Bewijs van het Opperste Zelf [in
de vorm van de Tijd] niet denkbaar [of zelfs maar
waarneembaar], zelfs als het zo gelijksoortig [aan de
onveranderlijke ziel] standhoudt zonder te veranderen.
Although
perceived, the transformation of even a single atom of
material nature has no ultimate definition without reference
to the Supreme Soul. To be accepted as factually existing,
something must possess the same quality as pure
spirit-eternal, unchanging existence.
Tekst
30
Dienovereenkomstig
bestaat er wat betreft de Absolute Waarheid geen dualiteit; als
een persoon niet in kennis erover denkt als zijnde tweevoudig
is dat als het hebben van twee hemelen, twee daglichten of twee
winden.
There
is no material duality in the Absolute Truth. The duality
perceived by an ignorant person is like the difference
between the sky contained in an empty pot and the sky
outside the pot, or the difference between the reflection of
the sun in water and the sun itself in the sky, or the
difference between the vital air within one living body and
that within another body.
Tekst
31
Net zoals goud
zich voor mensen voordoet in vele vormen afhankelijk van het
gebruik ervan wordt evenzo de Allerhoogste Heer
Adhokshaja
die zintuiglijk niet te doorgronden is, omschreven in
verschillende termen door zowel de gewone man als door de
vedische persoon.
According
to their different purposes, men utilize gold in various
ways, and gold is therefore perceived in various forms. In
the same way, the Supreme Personality of Godhead, who is
inaccessible to material senses, is described in various
terms, both ordinary and Vedic, by different types of
men.
Tekst
32
Zoals een wolk
als een product van de zon zichtbaar wordt gemaakt door de zon
en waarlijk als een gedeeltelijke expansie van de zon de
duisternis is [van het werpen van een schaduw] voor de
ogen, is zo ook het ik-besef een kwaliteit van God, die
zichtbaar door Hem als een gedeeltelijke expansie van Hem
tegelijkertijd dienst doet als een individuele ziel die
[met een versluierde blik] in verhouding tot de
Opperziel in gebondenheid leeft.
Although
a cloud is a product of the sun and is also made visible by
the sun, it nevertheless creates darkness for the viewing
eye, which is another partial expansion of the sun.
Similarly, material false ego, a particular product of the
Absolute Truth made visible by the Absolute Truth, obstructs
the individual soul, another partial expansion of the
Absolute Truth, from realizing the Absolute Truth.
Tekst
33
Als de wolk als
een product van de zon uiteengedreven is ziet het oog daarop de
zon in zijn eigen vorm, zo ook verwerft men, als het
oppervlakkige valse ego dat de geestelijke ziel verduistert
wordt vernietigd door geestelijk na te speuren, op dat moment
de juiste heugenis.
When
the cloud originally produced from the sun is torn apart,
the eye can see the actual form of the sun. Similarly, when
the spirit soul destroys his material covering of false ego
by inquiring into the transcendental science, he regains his
original spiritual awareness.
Tekst
34
Als men op deze
manier door middel van dit zwaard van onderscheid het
misleidende valse ego [van fixaties] heeft weggesneden
dat de oorzaak vormt van de gebondenheid van de ziel en men een
gedegen realisatie heeft van de Onfeilbare Allerhoogste Ziel
[van het Levende Wezen], is dat wat men noemt de
uiteindelijke vernietiging [âtyantika pralaya],
mijn beste.
My
dear Parîkshit, when the illusory false ego that binds
the soul has been cut off with the sword of discriminating
knowledge and one has developed realization of Lord Acyuta,
the Supreme Soul, this is called the âtyantika, or
ultimate, annihilation of material existence.
Tekst
35
O onderwerper
van de vijanden, door sommige deskundigen in het subtiele wordt
bevestigd dat schepping en vernietiging van al de levende
wezens beginnende bij Brahmâ voortdurend plaats vindt.
Experts
in the subtle workings of nature, O subduer of the enemy,
have declared that there are continuous processes of
creation and annihilation that all created beings, beginning
with Brahmâ, constantly undergo.
Tekst
36
Van de dingen
onderworpen aan verandering welke gezwind worden weggenomen
door de kracht van de machtige stroom van de Tijd, vormen de
verschillende omstandigheden [stadia van bestaan] de
oorzaken van hun constant geboren en vernietigd worden
[nityah pralaya].
All
material entities undergo transformation and are constantly
and swiftly eroded by the mighty currents of time. The
various stages of existence that material things exhibit are
the perpetual causes of their generation and
annihilation.
Tekst
37
De
verschillende stadia gecreëerd door de Tijd die, zonder
een begin en een eind, de representatie vormt van
Î'svara, worden, zoals u weet, niet rechtstreeks
waargenomen, net zoals de bewegingen van de planeten in de
ruimte [of iemands verschillende conditioneringen] niet
direct worden gezien [zie ook 3.10;
10-14].
These
stages of existence created by beginningless and endless
time, the impersonal representative of the Supreme Lord, are
not visible, just as the infinitesimal momentary changes of
position of the planets in the sky cannot be directly
seen.
Tekst
38
Op deze manier
wordt de voortgang van de Tijd [kâla] beschreven
als zijnde van een voortdurende [nitya], incidentele
[naimittika], natuurlijke [elementaire of
prâkritika] en uiteindelijke
[âtyantika] vernietiging.
In
this way the progress of time is described in terms of the
four kinds of annihilation-continuous, occasional, elemental
and final.
Tekst
39
Bondig zijn
deze vertellingen over de lîlâ
van de schepper van het universum, Nârâyana, het
reservoir van alle bestaansvormen, aan u voorgedragen o beste
van de Kuru's; zelfs niet de Ongeborene [Brahmâ]
is in staat ze allen op te sommen.
O
best of the Kurus, I have related to you these narrations of
the pastimes of Lord Nârâyana, the creator of
this world and the ultimate reservoir of all existence,
presenting them to you only in brief summary. Even Lord
Brahmâ himself would be incapable of describing them
entirely.
Tekst
40
Voor de persoon
die, in leed verkerend door het vuur van de verschillende
vormen van ongeluk, het verlangt de moeilijk te boven te komen
oceaan van het materiële bestaan over te steken, bestaat
er geen andere boot dan het leveren van dienst naar de
persoonlijke smaak voor de vertellingen van de
wederwaardigheden van de Fortuinlijke, de Allerhoogste
Persoonlijkheid.
For
a person who is suffering in the fire of countless miseries
and who desires to cross the insurmountable ocean of
material existence, there is no suitable boat except that of
cultivating devotion to the transcendental taste for the
narrations of the Supreme Personality of Godhead's
pastimes.
Tekst
41
Dit
essentiële compendium van al de klassieke verhalen werd
voorheen door de onfeilbare Heer Nara-Nârâyana
uitgesproken voor Nârada die het herhaalde voor
Krishna-dvaipayana [Vyâsa, de schrijver; zie
5.19:
10-15].
Long
ago this essential anthology of all the Purânas was
spoken by the infallible Lord Nara-Nârâyana
Rishi to Nârada, who then repeated it to Krishna
Dvaipâyana Vedavyâsa.
Tekst
42
Hij, die
machtige heer Bâdarâyana,
was er zeker van dit Bhâgavatam, deze bloemlezing, qua
status gelijk aan de vier Veda's, aan mij te vertellen o
Mahârâja.
My
dear Mahârâja Parîkshit, that great
personality S'rîla Vyâsadeva taught me this same
scripture, S'rîmad-Bhâgavatam, which is equal in
stature to the four Vedas.
Tekst
43
Dit zal worden
verteld door Sûta Gosvâmî, die hier bij ons
zit, aan de wijzen aanwezig in het Naimishâranya woud
voor een langdurig offer voorgezeten door S'aunaka, o beste van
de Kuru's [zie 1.1].
O
best of the Kurus, the same Sûta Gosvâmî
who is sitting before us will speak this Bhâgavatam to
the sages assembled in the great sacrifice at
Naimishâranya. This he will do when questioned by the
members of the assembly, headed by S'aunaka.
