regelbalk



 
Canto 3

S'rî Râdhika Stava

 
 

Hoofdstuk 13: Het Verschijnen van Heer Varâha

(1) S'rî S'uka zei: 'Na te hebben geluisterd naar deze zo heilige woorden van Maitreya Muni, o Koning, stelde de beste onder de Kuru's nog meer vragen betreffende de verhalen over Vâsudeva waar hij zo van hield. (2) Vidura zei: 'O grote wijze, wat deed Svâyambhuva Manu, de koning aller koningen en beminde zoon van Brahmâ, nadat hij zijn liefdevolle echtgenote had verworven? (3) Wees zo goed me te vertellen over de handelingen van deze heilige, oorspronkelijke koning, o beste van allen. Ik zou heel graag vernemen over die koning die zijn toevlucht zocht bij Vishvaksena  [de almachtige Heer Vishnu]. (4) Personen die standvastig zich moeite getroosten te luisteren naar dat wat uitvoerig wordt verklaard door zuivere toegewijden, zullen dankzij de uitspraken van hen die de lotusvoeten van de Heer van de Bevrijding in hun hart plaatsten, de bovenzinnelijke kwaliteit van een trouwe geest vinden.' (5) S'rî S'uka zei: 'Nadat hij, zo uiterst bescheiden, zich aldus had uitgelaten kreeg Vidura, die op zijn schoot de lotusvoeten ontving van Hem met de duizend hoofden, de complimenten alsook een antwoord van de wijze van wie, in extase, de haren overeind stonden toen hij het woord nam met zijn verhalen over de Allerhoogste Heer.

(6) Maitreya zei: 'Nadat Svâyambhuva Manu samen met zijn vrouw was verschenen, richtte hij, de vader van de mensheid, met gevouwen handen en eerbetuigingen zich tot het reservoir van de Vedische wijsheid [Brahmâ]: (7) 'U bent de ene, ware verwekker van alle levende wezens, de vader en bron van hun levensonderhoud, maar wij, die allen uit u werden geboren, vragen ons af hoe we u van dienst kunnen zijn. (8) Geef ons, met alle respect, o aanbiddelijke, daarvoor aanwijzingen. Wat zijn die plichten die we, voor zover dat in ons vermogen ligt, voor u moeten naleven? Wat moet men doen voor Zijn goede naam [Zijn roem] alom in deze wereld en wat moet men doen om te vorderen naar de volgende wereld?'

(9) Brahmâ zei: 'Ik ben heel tevreden over jou, mijn zoon, moge al mijn zegen op jullie beiden rusten, o heer van de wereld, want je hebt je in je hart zonder enige terughoudendheid aan mij overgegeven vragend om mijn leiding. (10) Dit is precies de goede manier, o heer van de wereld, om de geestelijk leraar te eren. Zij die een gezond verstand hebben en hun jaloezie de baas zijn, behoren naar hun volle vermogen en met de hoogste achting, deze instructie te aanvaarden. (11) Zorg in die rol daarom bij haar voor kinderen met dezelfde eigenschappen als jij, zodat ze, eenmaal geboren, over de wereld kunnen heersen op basis van de religieuze beginselen [de vidhi], het brengen van offers en het aanbidden van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid. (12) Beschouw het beschermen van de levende wezens als de beste manier om mij van dienst te zijn, o heerser over de mensen. Hrishîkes'a, de Opperheer van de Zinnen, zal tevreden zijn als je de bewaker van hun levens bent. (13) Het werk van hen die er nooit in slaagden de Allerhoogste Heer Janârdana ['de Heer van alle levende wezens'], het voorwerp van alle offeranden, tevreden te stellen, is gegarandeerd tevergeefs, want ze respecteerden niet hun eigen ware zelf als zijnde de Allerhoogste Ziel.'

(14) Manu zei: 'Ik zal me houden aan wat uw machtige zelf heeft opgedragen, o doder van alle zonde, alstublieft zeg me wat mijn plaats is in deze wereld en wat de plaats is van hen die uit mij geboren zijn. (15) O god van deze planeet, de aarde, de verblijfplaats van alle wezens, is verzonken in de uitgestrekte wateren [van de Garbhodhaka oceaan van het geschapen universum]. Wilt u haar alstublieft naar boven halen?'

(16) Maitreya zei: 'De persoonlijkheid van de transcendentie [Brahmâ] die ook zag dat de aarde was ondergedompeld dacht: 'Hoe zal ik haar opheffen?' en mediteerde daarop er een lange tijd als volgt over: (17) 'Toen ik bezig was met haar schepping, werd de aarde overspoeld door een vloed en raakte ze diep ondergedompeld. Wat kunnen wij die verwikkeld zijn in deze kwestie van het scheppen nu het beste doen? Moge de Heer uit wiens hart ik werd geboren me hierin bijstaan!' (18) Aldus in gedachten verzonken kwam er opeens uit zijn neusgat, o zondeloze, een klein zwijntje [Varâha] tevoorschijn dat niet groter was dan het topje van een duim. (19) Toen hij dat zag gebeuren,  breidde de gedaante zich op wonderbaarlijke wijze plotseling uit in de lucht, transformerend tot het formaat van een gigantische olifant, o zoon van Bharata. (20) Met de gedaante van die zwijnachtige verschijning voor zich begon hij toen met Manu, de brahmanen die door Marîci werden aangevoerd en de Kumâra's de zaak op verschillende manieren onder woorden te brengen: (21) 'Wie is dit uitzonderlijke wezen dat zich voordoet als een zwijn? En hoe wonderlijk dat Hij uit mijn neus tevoorschijn kwam! (22) Het ene moment is Hij slechts zo groot als de top van een duim en direct daarop is Hij zo groot als een megaliet! Zou dit de Opperheer van de offers Vishnu zijn? Ik sta versteld!' (23) Terwijl Brahmâ aldus met zijn zoons aan het overleggen was, produceerde de Allerhoogste Heer van de Opoffering, de Oorspronkelijke Persoon, een woeste schreeuw alsof Hij wilde aanvallen. (24) Met het ongekende stemgeluid dat in alle richtingen weergalmde, verzette de almachtige Heer zowel Brahmâ als de hoog verheven brahmanen in grote vreugde. (25) Met in hun oren het luide gebrul waarmee de algenadige Heer in de gedaante van een Zwijn aan het persoonlijk leed een einde maakte, hieven de bewoners van Tapoloka, Satyaloka en Janaloka [zie 2.5: 39] toen allen een lofzang aan met de heilige mantra's van de drie Veda's.

(26) Zichzelf heel goed kennend als de gedaante die het resultaat is van de verbreiding van het Vedische geluid dat voortspruit uit de kennis van de autoriteiten van de Waarheid, brulde Hij nogmaals in reactie op het bovenzinnelijk eerbetoon van de wijzen en intelligenten en ging, speels als een olifant, ter wille van hun het water in. (27) Met Zijn staart in de lucht zwiepend en huiverend met de scherpe en harde haren van Zijn vacht, dreef Hij de wolken met Zijn hoeven uiteen en straalde Hij met Zijn blinkend witte slagtanden als de glorie van de Opperheer en Handhaver van de wereld. (28) Met Zijn neus naar de aarde snuffelend, speurde Hij die het bovenzinnelijk lichaam van een zwijn had aangenomen, overal en toonde Hij Zijn schrikwekkende slagtanden, maar niettemin begonnen al de brahmanen te bidden toen ze zagen hoe Hij Zijn blik op hen wierp terwijl Hij het water inging. (29) De enorme berg van Zijn lichaam dreef door de kracht van de duik de oceaan uiteen in twee hoge golven waardoor die, als met twee armen behept, in nood hardop het gebed uitsprak: 'O Meester van alle Offers, bescherm mij alstUblieft!' (30) Hij, die als de Meester van alle Offers met Zijn vlijmscherpe hoeven het water binnendrong, vond haar tenslotte toen Hij de grenzen van de grenzeloze oceaan bereikte. Hij zag haar, de weelde van de levende wezens, daar liggen zoals ze altijd was geweest en tilde haar persoonlijk omhoog. (31) Omhoog komend uit het water verscheen Hij, die de ondergedompelde aarde ophief met Zijn slagtanden, in Zijn volle glorie. Maar toen moest Hij, gloeiend in een heftige woede, Zijn cakra [Zijn werpschijf of wiel] inzetten tegen de demon [Hiranyâksha - 'hij met de gouden ogen'] die zich met een strijdknots in Zijn richting spoedde. (32) Niet te bedwingen doodde Hij toen vaardig zonder moeite de zich in het water tegenover Hem opgestelde vijand, zoals een olifant zich ontdoet van een leeuw. Daarbij raakten Zijn kaken en tong met bloed besmeurd als was Hij een olifant die heeft zitten graven in de [roodgekleurde] aarde. (33) Op het moment dat Hij blauwgekleurd als een tamâla-boom, als was Hij een spelende olifant, de aarde omhoog hield op Zijn gekromde slagtanden, o Vidura, konden zij die werden aangevoerd door Brahmâ Hem herkennen als de Allerhoogste Heer. Daarop brachten ze Hem met gevouwen handen gebeden uit de Vedische hymnen.

(34) De wijzen zeiden: 'U zij de glorie en victorie, o Onoverwinnelijke, U die middels het brengen van offers wordt begrepen. Al onze eerbetuigingen gelden U die met Uw lichaam schudt dat bestaat uit de drie Veda's en in wiens poriën van de haren op Uw lichaam deze [Vedische waarheid] schuilt. Wij betuigen U de eer die Zich geroepen voelde de gedaante van een Zwijn aan te nemen! (35) O Heer, voor de onverlaten is deze gedaante van U maar moeilijk te zien die men middels het brengen van offers kan aanbidden: met de Gâyatrî en andere mantra's vereert men Uw huid, met het kus'agras [waarop men zit als men mediteert] vereert men de haren op Uw lichaam; met de geklaarde boter [die wordt gebruikt bij het offeren] eert men Uw ogen en met de vier functies van het offeren respecteert men Uw vier poten [zie 3.12: 35]. (36) Uw tong is het offerbord en Uw neusgaten vormen een ander bord, o Heer. In Uw buik herkennen we het bord om van te eten en de gaten van Uw oren vormen ook zo'n bord. Uw mond is het [Brahmâ]bord voor het  geestelijk aspect van het offeren en Uw keel is het bord voor de soma [een rituele drank], maar dat wat U vermaalt met Uw tanden, o Allerhoogste Heer, is wat U tot Zich neemt middels het offervuur [agni-hotra]. (37) De drie [upasada ishthi's of] inzegeningen vormen samen Uw nek. Uw herhaalde incarnaties vormen de inleidende offers van uitgietingen in het vuur [genaamd de dîkshanîya ishthi], Uw slagtanden vormen samen het [prâyanîya ishthi] verloop en de [udayanîya ishthi] afsluiting van de inzegening. Uw tong wordt gevormd door de [pravargya] aanheffingen [voor de drie upasada's]. Uw hoofd zijn de vuren zonder offerplechtigheden [satya] alsook de vuren met offerplechtigheden [âvasatya] en Uw levensadem bestaat uit de combinatie van alle offers. (38) Uw semen is de soma offerande, Uw stabiliteit respecteert men met de rituelen in de ochtend, de middag en de avond, o Heer, de verschillende lagen van Uw lichaam vormen de zeven soorten offers [zie 3.12: 40] en de gewrichten van Uw lichaam zijn de verschillende offerplechtigheden [genaamd de satrâni's] die men gedurende een periode van twaalf dagen uitvoert. U, , o Heer, die Zich slechts laat binden door offers, bent het voorwerp van aanbidding van al de soma- en asoma-offers. (39) Wij bewijzen U de eer die, als de Allerhoogste Heer voor al de ingrediënten en soorten van offers, te aanbidden bent met behulp van de universele gebeden. Als men met verzaking en toewijding de geest de baas is, kan men zich U realiseren als de essentie van alle offers. U als de geestelijk leraar van dergelijke kennis, brengen we keer op keer onze eerbetuigingen. (40) O Allerhoogste Heer, met het ondersteunen van de aarde en haar bergen zo prachtig gesitueerd op de toppen van Uw vooruitstekende tanden, o Heer van de Verheffing, kwam U uit het water tevoorschijn als een statige olifant met op Zijn slagtand een lotus compleet met zijn bladeren. (41) Deze gedaante van U van de Veda's in eigen persoon die als een zwijn de planeet aarde op Zijn slagtanden omhoog houdt, straalt met de schoonheid van grote bergtoppen die nog mooier lijken door de wolken eromheen. (42) U als de vader tilt deze moeder aarde als Uw echtgenote op, waar de zich bewegende en niet-bewegende levende wezens hun verblijf hebben. Laten we U onze eerbetuigen brengen alsook haar in wie U Uw vermogen investeerde, zoals een offeraar aranihout in brand steekt. (43) Wie anders dan U, o meester, kon de aarde uit haar positie in het water bevrijden? Voor U zijn zulke daden niet verwonderlijk, want het wonder van het wonderbaarlijke universum dat U op basis van Uw vermogens schiep, overtreft alle andere. (44) Toen U als de verpersoonlijking van de Veda's Uw lichaam uitschudde, werden wij als de bewoners van Janaloka, Tapoloka en Satyaloka besprenkeld met de druppels die waren achtergebleven in het haar op Uw schouders en raakten zo geheel gezuiverd, o Allerhoogste Heer. (45) Hij die de grens wil kennen die aan Uw talloze handelingen gesteld zou zijn is zijn verstand kwijt. Het hele universum dat wordt beheerst door de materiële kwaliteiten is begoocheld door de eenheid van Uw innerlijk [yogamâyâ] vermogen. O Heer van de Volheden, schenk ons Uw genade!'

(46) Maitreya zei: 'Aldus geprezen door de grote wijzen en transcendentalisten plaatste Heer Zwijn, de Handhaver, de aarde op het water dat Hij beroerde met Zijn hoeven. (47) Nadat de Almachtige Persoonlijkheid van God Vishvaksena, de Meester van Alle Levende Wezens, aldus de aarde en haar schepselen bij wijze van spel en vermaak boven water had getild, keerde de Heer terug naar Zijn hemelverblijf. (48) Over degene die met een toegewijde houding luistert naar of anderen vertelt over deze heilzame en waardevolle geschiedenis van de Heer die een einde maakt aan het materiële motief, zal de Heer aanwezig in 't hart [van een ieder] terstond tevreden zijn. (49) Wat zou er moeilijk te bereiken zijn voor iemand die de grenzeloze genade van Zijn tevredenheid geniet? Als iets buiten die genade valt ziet het er onbeduidend uit. Die toegewijden die niets anders dan Zijn genade wensen verheft Hij, die persoonlijk verblijft in het hart, tot de allerhoogste transcendentie van Zijn woning. (50) Och, ben je wel een mens te noemen als je, eenmaal vertrouwd met de essentie van de klassieke verhalen, je verzet via je oren te laven aan de nectar van de vertellingen over de Heer die een einde maakt aan de pijn van het materiële bestaan?'

 

 

next                       

 
Derde herziene editie, geladen 11 januari 2017.

 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Na te hebben geluisterd naar deze zo heilige woorden van Maitreya Muni, o Koning, stelde de beste onder de Kuru's nog meer vragen betreffende de verhalen over Vâsudeva waar hij zo van hield.
S'rî S'uka zei: 'Nadat hij Maitreya Muni die sprak over het meest deugdzame had aangehoord, o Koning, stelde de beste der Kuru's van aanbidding voor de verhalen over Vâsudeva, nog meer vragen. (Vedabase)

 

Tekst 2

Vidura zei: 'O grote wijze, wat deed Svâyambhuva Manu, de koning aller koningen en beminde zoon van Brahmâ, nadat hij zijn liefdevolle echtgenote had verworven?

Vidura zei: 'O grote wijze, wat deed Svâyambhuva Manu, de koning aller koningen en beminde zoon van Brahmâ, nadat hij zijn liefdevolle echtgenote verkregen had? (Vedabase)

 

Tekst 3

Wees zo goed me te vertellen over de handelingen van deze heilige, oorspronkelijke koning, o beste van allen. Ik zou heel graag vernemen over die koning die zijn toevlucht zocht bij Vishvaksena [de almachtige Heer Vishnu].

Wees zo goed me te vertellen over het karakter van deze heilige, oorspronkelijke koning, o meest deugdzame, ik zou heel graag vernemen over die koning die zijn toevlucht gezocht moet hebben in de veilige haven van Vishnu. (Vedabase)

 

Tekst 4

Personen die standvastig zich moeite getroosten te luisteren naar dat wat uitvoerig wordt verklaard door zuivere toegewijden, zullen dankzij de uitspraken van hen die de lotusvoeten van de Heer van de Bevrijding in hun hart plaatsten, de bovenzinnelijke kwaliteit van een trouwe geest vinden.'

Personen die standvastig en met inspanning luisteren naar dat wat zeer zeker uitvoerig wordt verklaard door zuivere toegewijden, zullen door hun uitspraken de kwaliteit van geest vinden van hen die de lotusvoeten van de Heer der Bevrijding in hun hart hebben geplaatst'.' (Vedabase)

 

Tekst 5

S'rî S'uka zei: 'Nadat hij, zo uiterst bescheiden, zich aldus had uitgelaten kreeg Vidura, die op zijn schoot de lotusvoeten ontving van Hem met de duizend hoofden, de complimenten alsook een antwoord van de wijze van wie, in extase, de haren overeind stonden toen hij het woord nam met zijn verhalen over de Allerhoogste Heer.

S'rî S'uka zei: 'Aldus heel bescheiden sprekend vond hij de lotusvoeten van het wonder der energieën en intelligentie in zijn schoot en stonden zijn haren overeind in de realisatie ervan. Toen, geïnspireerd door de geest van de woorden in relatie tot de Heer, nam de wijze het woord. (Vedabase)


Tekst 6

Maitreya zei: 'Nadat Svâyambhuva Manu samen met zijn vrouw was verschenen, richtte hij, de vader van de mensheid, met gevouwen handen en eerbetuigingen zich tot het reservoir van de Vedische wijsheid [Brahmâ]:

Maitreya zei: 'Toen Svâyambhuva Manu tezamen met zijn vrouw was verschenen, richtte de vader van de mensheid met gevouwen handen en eerbetuigingen zich tot het reservoir der vedische wijsheid: (Vedabase)

  

Tekst 7

'U bent de ene, ware verwekker van alle levende wezens, de vader en bron van hun levensonderhoud, maar wij, die allen uit u werden geboren, vragen ons af hoe we u van dienst kunnen zijn.

'U bent de enige ware verwekker van alle levende wezens, de vader en bron van het bestaan, maar hoe kunnen wij, van allen die uit u geboren zijn, u eveneens van dienst zijn? (Vedabase)


Tekst 8

Geef ons, met alle respect, o aanbiddelijke, daarvoor aanwijzingen. Wat zijn die plichten die we, voor zover dat in ons vermogen ligt, voor u moeten naleven? Wat moet men doen voor Zijn goede naam [Zijn roem] alom in deze wereld en wat moet men doen om te vorderen naar de volgende wereld?'

Geef ons, met alle respect, o aanbiddelijke, daarvoor aanwijzingen aangaande de verplichtingen naar u toe, naar gelang onze capaciteiten van het handelen in deze wereld zoals men dat behoort te doen voor de verspreiding van de roem alom en de vooruitgang naar de volgende wereld.' (Vedabase)
  

Tekst 9

Brahmâ zei: 'Ik ben heel tevreden over jou, mijn zoon, moge al mijn zegen op jullie beiden rusten, o heer van de wereld, want je hebt je in je hart zonder enige terughoudendheid aan mij overgegeven vragend om mijn leiding.

Brahmâ zei: 'Ik ben heel tevreden over jou, mijn zoon, moge al mijn zegen op jullie allebei rusten, o Heer van de wereld, omdat je zonder enige terughoudendheid van hart je ziel aan mij hebt overgegeven. (Vedabase)

 

Tekst 10

Dit is precies de goede manier, o heer van de wereld, om de geestelijk leraar te eren. Zij die een gezond verstand hebben en hun jaloezie de baas zijn, behoren naar hun volle vermogen en met de hoogste achting, deze instructie te aanvaarden.

Precies op deze manier behoort nageslacht, o held, voorzeker respect te oefenen voor de leraren; zij die goed bij hun verstand zijn behoren naar hun beste kunnen, met grote vreugde en vrij van afgunst, lering te trekken. (Vedabase)


Tekst 11

Zorg in die rol daarom bij haar voor kinderen met dezelfde eigenschappen als jij, zodat ze, eenmaal geboren, over de wereld kunnen heersen op basis van de religieuze beginselen [de vidhi], het brengen van offers en het aanbidden van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid.

Zorgt U daarom bij haar voor kinderen die gelijk uzelve van eigenschappen zijn, zodat ze eenmaal geboren over de wereld kunnen heersen met de principes der menselijkheid, offerend en respect tonend voor de Oorspronkelijke Persoonlijkheid. (Vedabase)

 

Tekst 12

Beschouw het beschermen van de levende wezens als de beste manier om mij van dienst te zijn, o heerser over de mensen. Hrishîkes'a, de Opperheer van de Zinnen, zal tevreden zijn als je de bewaker van hun levens bent.

De levende wezens in bescherming nemen moet u zien als de beste manier om mij van dienst te zijn, o heerser over de mensen; met u als de bewaker van hun levens is Hrishîkes'a, de Opperheer der Zinnen, het meest tevreden. (Vedabase)

 

Tekst 13

Het werk van hen die er nooit in slaagden de Allerhoogste Heer Janârdana ['de Heer van alle levende wezens'], het voorwerp van alle offeranden, tevreden te stellen, is gegarandeerd tevergeefs, want ze respecteerden niet hun eigen ware zelf als zijnde de Allerhoogste Ziel.'

Het werk van diegenen die nooit de Allerhoogste Heer Janârdana [Krishna als Hij die de mens voortdrijft en], het voorwerp van alle offeranden tevredenstelden, is zeker nutteloos daar ze niet de Allerhoogste Ziel respecteerden als hun eigen zelf.' (Vedabase)

  

Tekst 14

Manu zei: 'Ik zal me houden aan wat uw machtige zelf heeft opgedragen, o doder van alle zonde, alstublieft zeg me wat mijn plaats is in deze wereld en wat de plaats is van hen die uit mij geboren zijn.

Manu zei: 'Ik zal me houden aan de opdracht van uw machtige zelf, o doder van alle zonde, alstublieft zeg me wat mijn plaats is in deze wereld en wat de plaats is van diegenen die uit mij zijn geboren. (Vedabase)

 

Tekst 15

O god van deze planeet, de aarde, de verblijfplaats van alle wezens, is verzonken in de uitgestrekte wateren [van de Garbhodhaka oceaan van het geschapen universum]. Wilt u haar alstublieft naar boven halen?'

Laat, omdat deze wereld die is verzonken in de uitgestrekte wateren [van de Garbhodhaka ocean van het geschapen universum] de verblijfplaats is van alle wezens, o god van deze planeet, het alstublieft zo zijn dat u probeert deze op te heffen.' (Vedabase)

 

Tekst 16

Maitreya zei: 'De persoonlijkheid van de transcendentie [Brahmâ] die ook zag dat de aarde was ondergedompeld dacht: 'Hoe zal ik haar opheffen?' en mediteerde daarop er een lange tijd als volgt over:

Maitreya zei: 'Hij van het voorbije [Brahmâ] die eveneens zag dat de aarde zich in het water bevond dacht: 'Hoe zal ik haar opheffen?' en besteedde er zo aandacht aan er een lange tijd [als volgt] op mediterend: (Vedabase)

 

Tekst 17

'Toen ik bezig was met haar schepping, werd de aarde overspoeld door een vloed en raakte ze diep ondergedompeld. Wat kunnen wij die verwikkeld zijn in deze kwestie van het scheppen nu het beste doen? Moge de Heer uit wiens hart ik werd geboren me hierin bijstaan!'

'Toen ik bezig was met haar schepping, is de aarde diep ondergedompeld geraakt ten onder gaand in een vloed. Wat zou voor ons, die verwikkeld zijn in deze kwestie van de schepping, de juiste handelwijze zijn? Moge Hij uit wiens hart ik werd geboren de Heer zijn die me daarin leidt.' (Vedabase)

 

Tekst 18

Aldus in gedachten verzonken kwam er opeens uit zijn neusgat, o zondeloze, een klein zwijntje [Varâha] tevoorschijn dat niet groter was dan het topje van een duim.

Terwijl hij aldus nadacht kwam er opeens uit zijn neusgat, o zondeloze, een klein zwijntje [Varâha], tevoorschijn dat niet groter was dan het topje van een duim.  (Vedabase)

 

Tekst 19

Toen hij dat zag gebeuren, breidde de gedaante zich op wonderbaarlijke wijze plotseling uit in de lucht, transformerend tot het formaat van een gigantische olifant, o zoon van Bharata.

Toen hij Hem zo in de lucht zag breidde waarlijk die vorm zich in één keer uit, o zoon van Bharata, tot een wonderbaarlijke gigantische gedaante met de afmeting van een olifant. (Vedabase)

 

Tekst 20

Met de gedaante van die zwijnachtige verschijning voor zich, begon hij toen met Manu, de brahmanen die door Marîci werden aangevoerd en de Kumâra's de zaak op verschillende manieren onder woorden te brengen:

De vorm van die zwijnachtige verschijning beziend, begon hij met Manu en al de geleerde zonen met Marîci aan het hoofd met zichzelf op verschillende manieren te argumenteren:  (Vedabase)

 

Tekst 21

'Wie is dit uitzonderlijke wezen dat zich voordoet als een zwijn? En hoe wonderlijk dat Hij uit mijn neus tevoorschijn kwam!

(21) 'Wie is dit uitzonderlijke wezen dat zich voordoet als een zwijn? O hoe wonderbaarlijk is het feit dat Hij uit mijn neus tevoorschijn kwam! (Vedabase)

 

Tekst 22

Het ene moment is Hij slechts zo groot als de top van een duim en direct daarop is Hij zo groot als een megaliet! Zou dit de Opperheer van de offers Vishnu zijn? Ik sta versteld!'

Het ene moment is Hij slechts zo groot als de top van een duim en direct daarop is Hij zo groot als een monoliet! Zou dit de Opperheer der offers Vishnu zijn? Ik sta versteld!' (Vedabase)

 

Tekst 23

Terwijl Brahmâ aldus met zijn zoons aan het overleggen was, produceerde de Allerhoogste Heer van de Opoffering, de Oorspronkelijke Persoon, een woeste schreeuw alsof Hij wilde aanvallen.

Terwijl Brahmâ zo met zijn zoons aan het uitweiden was, maakte de Allerhoogste Heer der Opoffering, de Oorspronkelijke Persoon, een enorm tumult. (Vedabase)

 

Tekst 24

Met het ongekende stemgeluid dat in alle richtingen weergalmde, verzette de almachtige Heer zowel Brahmâ als de hoog verheven brahmanen in grote vreugde.

Brahmâ en de rest der brahmanen opwekkend, liet de almachtige Heer een tot dusverre onbekend stemgeluid uit alle richtingen weerklinken. (Vedabase)

 

Tekst 25

Met in hun oren het luide gebrul waarmee de algenadige Heer in de gedaante van een Zwijn aan het persoonlijk leed een einde maakte, hieven de bewoners van Tapoloka, Satyaloka en Janaloka [zie 2.5: 39] toen allen een lofzang aan met de heilige mantra's van de drie Veda's.

Toen de grote wijzen en denkers als de inwoners van de werelden der mensen, heiligen en de waarheid het luide gebrul hoorden waarmee de al-genadige Heer als Zwijn al het geweeklaag vernietigde, zongen zij allen van de drie Veda's de alles begunstigende mantra's. (Vedabase)

 

Tekst 26

Zichzelf heel goed kennend als de gedaante die het resultaat is van de verbreiding van het Vedische geluid dat voortspruit uit de kennis van de autoriteiten van de Waarheid, brulde Hij nogmaals in reactie op het bovenzinnelijk eerbetoon van de wijzen en intelligenten en ging, speels als een olifant, ter wille van hun het water in.

Zichzelf heel goed kennend als de uitgebreide vorm van het vedisch geluid van al de kennis der groten van de waarheid, brulde Hij wederom in reactie op de bovenzinnelijke verheerlijkingen der wijzen en intelligenten en ging Hij, spelend als een olifant, het water in tot hun voordeel. (Vedabase)

 

Tekst 27

Met Zijn staart in de lucht zwiepend en huiverend met de scherpe en harde haren van Zijn vacht, dreef Hij de wolken met Zijn hoeven uiteen en straalde Hij met Zijn blinkend witte slagtanden als de glorie van de Opperheer en Handhaver van de wereld.

Met Zijn staart in de lucht zwiepend en huiverend met de scherpe en harde haren van Zijn vacht, verdreef Hij de wolken met Zijn hoeven en straalde Hij met Zijn blinkend witte slagtanden als de Opperheer en Handhaver van de wereld. (Vedabase)

 

Tekst 28

Met Zijn neus naar de aarde snuffelend, speurde Hij die het bovenzinnelijk lichaam van een zwijn had aangenomen, overal en toonde Hij Zijn schrikwekkende slagtanden, maar niettemin begonnen al de brahmanen te bidden toen ze zagen hoe Hij Zijn blik op hen wierp terwijl Hij het water inging.

Naar de aarde snuffelend, was Hij die het transcendentale lichaam van een zwijn had aangenomen, op zoek en toonde Hij zijn schrikwekkende slagtanden, hoewel desondanks al de brahmanen die bezig waren met bidden onbevreesd waren toen ze zagen hoe Hij Zijn blik op hen wierp terwijl Hij het water inging. (Vedabase)

 

Tekst 29

De enorme berg van Zijn lichaam dreef door de kracht van de duik de oceaan uiteen in twee hoge golven waardoor die als met twee armen behept in nood hardop het gebed uitsprak: 'O Meester van alle Offers, bescherm mij alstUblieft!'

Die enorme berg van een lichaam dreef door de kracht van de duik de oceaan uiteen twee hoge golven teweegbrengend waardoor die als met twee armen in nood het gebed uitriep: 'O meester van alle offers, alstublieft bescherm me hiertegen!'. (Vedabase)

 

Tekst 30

Hij, die als de Meester van alle Offers met Zijn vlijmscherpe hoeven het water binnendrong, vond haar tenslotte toen Hij de grenzen van de grenzeloze oceaan bereikte. Hij zag haar, de weelde van de levende wezens, daar liggen zoals ze altijd was geweest en tilde haar persoonlijk omhoog.

Als de Meester der Offers met Zijn hoeven scherp als pijlen het water binnendringend vond Hij de grens van het onbegrensde en zag Hij daar de aarde zoals in den beginne liggen, de weelde van de levende wezens, en hief Hij haar persoonlijk op. (Vedabase)


Tekst 31

Omhoog komend uit het water verscheen Hij, die de ondergedompelde aarde ophief met Zijn slagtanden, in Zijn volle glorie. Maar toen moest Hij, gloeiend in een heftige woede, Zijn cakra [Zijn werpschijf of wiel] inzetten tegen de demon [Hiranyâksha - 'hij met de gouden ogen'] die zich met een strijdknots in Zijn richting spoedde.

Omhoog komend uit het water, de ondergedompelde aarde opheffend met Zijn slagtanden, verscheen Hij in Zijn volle glorie en hief Hij met een heftige woede daar Zijn cakra [Zijn werpschijf of wiel] op tegen de demon [Hiranyâksha - die met de gouden ogen] die zich met een strijdknots in Zijn richting spoedde. (Vedabase)

 

Tekst 32

Niet te bedwingen doodde Hij toen vaardig zonder moeite de zich in het water tegenover Hem opgestelde vijand, zoals een olifant zich ontdoet van een leeuw. Daarbij raakten Zijn kaken en tong met bloed besmeurd als was Hij een olifant die heeft zitten graven in de [roodgekleurde] aarde.

Met Zijn onnavolgbare kunnen doodde Hij toen in het water met gemak de tegenstrevende vijand precies zoals een olifant dat doet met een leeuw en raakten Zijn kaken en mond met bloed besmeurd zoals een olifant er uitziet door het graven in de [roodgekleurde] aarde. (Vedabase)


Tekst 33

Op het moment dat Hij blauwgekleurd als een tamâla-boom, als was Hij een spelende olifant, de aarde omhoog hield op Zijn gekromde slagtanden, o Vidura, konden zij die werden aangevoerd door Brahmâ Hem herkennen als de Allerhoogste Heer. Daarop brachten ze Hem met gevouwen handen gebeden uit de Vedische hymnen.

Blauwachtig als een tamâla-boom terwijl Hij de aarde omhoog hield op Zijn gekromde slagtanden zoals een spelende olifant dat doet, o Vidura, konden zij die geleid werden door Brahmâ Hem begrijpen als zijnde de Allerhoogste Heer en brachten ze Hem bijgevolg met gevouwen handen hun gebeden. (Vedabase)

 

Tekst 34

De wijzen zeiden: 'U zij de glorie en victorie, o Onoverwinnelijke, U die middels het brengen van offers wordt begrepen. Al onze eerbetuigingen gelden U die met Uw lichaam schudt dat bestaat uit de drie Veda's en in wiens poriën van de haren op Uw lichaam deze [Vedische waarheid] schuilt. Wij betuigen U de eer die Zich geroepen voelde de gedaante van een Zwijn aan te nemen!

De wijzen drukten zich uit: 'Alle glorie en victorie aan U, o Onoverwinnelijke, die door offers wordt bemind en de persoonlijke belichaming bent van de Veda's, alle eer voor Hem in wiens poriën van Zijn lichaam de verzonken oceanen zich roeren; onze eerbetuigingen aan Hem die zich geroepen voelde de gedaante van een Zwijn aan te nemen! (Vedabase)


Tekst 35

O Heer, voor de onverlaten is deze gedaante van U maar moeilijk te zien die men middels het brengen van offers kan aanbidden: met de Gâyatrî en andere mantra's vereert men Uw huid, met het kus'agras [waarop men zit als men mediteert] vereert men de haren op Uw lichaam; met de geklaarde boter [die wordt gebruikt bij het offeren] eert men Uw ogen en met de vier functies van het offeren respecteert men Uw vier poten [zie 3.12: 35].

O Heer, voor de onverlaten is deze gedaante van U maar moeilijk te zien; dat wat door opoffering te aanbidden is, de gâyatrî en andere mantra's, is Uw aanraking; de haren op Uw lichaam zijn het kus'agras [waarop men zit als men mediteert]; de geklaarde boter [gebruikt bij het offeren] is als Uw ogen en Uw vier poten zijn de vier functies van het offeren [zie 3.12:35]. (Vedabase)

 

Tekst 36

Uw tong is het offerbord en Uw neusgaten vormen een ander bord, o Heer. In Uw buik herkennen we het bord om van te eten en de gaten van Uw oren vormen ook zo'n bord. Uw mond is het [Brahmâ]bord voor het  geestelijk aspect van het offeren en Uw keel is het bord voor de soma [een rituele drank], maar dat wat U vermaalt met Uw tanden, o Allerhoogste Heer, is wat U tot Zich neemt middels het offervuur [agni-hotra].

Uw tong is het offerbord en Uw neusgaten vormen een ander bord, o Heer; in Uw buik zien we het offerbord voor het voedsel en de gaten van Uw oren zijn ook zo'n bord; Uw mond is het bord van het geestelijk offeren en Uw keel is het bord voor de soma [een rituele drank], maar dat wat van Uw kauwen is, o Allerhoogste Heer, is wat U tot zich neemt middels het offervuur [agni-hotra]. (Vedabase)

 

Tekst 37

De drie [upasada ishthi's of] inzegeningen vormen samen Uw nek. Uw herhaalde incarnaties vormen de inleidende offers van uitgietingen in het vuur [genaamd de dîkshanîya ishthi], Uw slagtanden vormen samen het [prâyanîya ishthi] verloop en de [udayanîya ishthi] afsluiting van de inzegening. Uw tong wordt gevormd door de [pravargya] aanheffingen [voor de drie upasada's]. Uw hoofd zijn de vuren zonder offerplechtigheden [satya] alsook de vuren met offerplechtigheden [âvasatya] en Uw levensadem bestaat uit de combinatie van alle offers.

Met Uw herhaalde incarnaties wijdt U in, Uw nek staat voor de drie verlangens [naar een relatie, activiteiten en het uiteindelijke doel] en Uw slagtanden zijn het begin van U en het einde van alle begeerte; Uw tong is de voorbereiding, Uw hoofd is het vuur met, zowel als het vuur zonder offerande en voorzeker herbergt Uw levensadem alle verlangens [of offers]. (Vedabase)

 

Tekst 38

Uw semen is de soma offerande, Uw stabiliteit respecteert men met de rituelen in de ochtend, de middag en de avond, o Heer, de verschillende lagen van Uw lichaam vormen de zeven soorten offers [zie 3.12: 40] en de gewrichten van Uw lichaam zijn de verschillende offerplechtigheden [genaamd de satrâni's] die men gedurende een periode van twaalf dagen uitvoert. U, , o Heer, die Zich slechts laat binden door offers, bent het voorwerp van aanbidding van al de soma- en asoma-offers.

Uw zaad is het soma van de offerande, Uw stadia van groei zijn de ochtendrituelen, o Heer, Uw vlees en beenderen zijn de zeven soorten van offers [zie 3.12:40], de gewrichten van Uw lichaam zijn de verschillende offers die men in een tijd van twaalf dagen brengt; o Heer, U bent het voorwerp van alle verlangens en alle soma- en niet-soma-offeranden die binden. (Vedabase)


Tekst 39

Wij bewijzen U de eer die, als de Allerhoogste Heer voor al de ingrediënten en soorten van offers, te aanbidden bent met behulp van de universele gebeden. Als men met verzaking en toewijding de geest de baas is, kan men zich U realiseren als de essentie van alle offers. U als de geestelijk leraar van dergelijke kennis, brengen we keer op keer onze eerbetuigingen.

Onze eerbetuigingen aan U, die te aanbidden bent middels de universele gebeden als de Allerhoogste Heer voor al de ingrediënten en soorten van offers; U kan worden gerealiseerd als het opperste der offers door de geest te overwinnen in toewijding. U als de geestelijk leraar van dergelijke kennis, brengen we keer op keer onze eerbetuigingen. (Vedabase)

 

Tekst 40

O Allerhoogste Heer, met het ondersteunen van de aarde en haar bergen zo prachtig gesitueerd op de toppen van Uw vooruitstekende tanden, o Heer van de Verheffing, kwam U uit het water tevoorschijn als een statige olifant met op Zijn slagtand een lotus compleet met zijn bladeren.

Met de aarde en zijn bergen zo prachtig zich bevindend op de toppen van Uw vooruitstekende tanden, o Opperheer der Verheffing, kwam U uit het water tevoorschijn als een verwoede olifant die met zijn slagtand een lotus met bladeren en al gegrepen heeft. (Vedabase)

 

Tekst 41

Deze gedaante van U van de Veda's in eigen persoon die als een zwijn de planeet aarde op Zijn slagtanden omhoog houdt, straalt met de schoonheid van grote bergtoppen die nog mooier lijken door de wolken eromheen.

Deze gedaante van een zwijn en de Veda in eigen persoon, die nu de aarde omhoog houdt op Zijn slagtanden, schittert voorzeker als de toppen van grote bergen waarvan de schoonheid wordt verhoogd door de omlijsting van wolken. (Vedabase)

 

Tekst 42

U als de vader tilt deze moeder aarde als Uw echtgenote op, waar de zich bewegende en niet-bewegende levende wezens hun verblijf hebben. Laten we U onze eerbetuigen brengen alsook haar in wie U Uw vermogen investeerde, zoals een offeraar aranihout in brand steekt.

Voor het verblijf van wat zich zowel beweegt als niet beweegt, heft U als de vader deze moeder aarde als Uw echtgenote op; zowel als naar U toe, betonen wij deze moeder aarde in wie U Uw vermogen heeft geïnvesteerd, zoals het offervuur ontstoken in arani-hout, ons respect. (Vedabase)


Tekst 43

Wie anders dan U, o meester, kon de aarde uit haar positie in het water bevrijden? Voor U zijn zulke daden niet verwonderlijk, want het wonder van het wonderbaarlijke universum dat U op basis van Uw vermogens schiep, overtreft alle andere.

Wie anders dan U, o meester, kon, de aarde uit het water bevrijden. Voor U zijn zulke daden niets wonderlijks daar het wonder van het wonderbaarlijke universum dat U schiep uit Uw vermogens alle andere overtreft. (Vedabase)

 

Tekst 44

Toen U als de verpersoonlijking van de Veda's Uw lichaam uitschudde, werden wij als de bewoners van Janaloka, Tapoloka en Satyaloka besprenkeld met de druppels die waren achtergebleven in het haar op Uw schouders en raakten zo geheel gezuiverd, o Allerhoogste Heer.

Toen U als de verpersoonlijking van de Veda's Uw lichaam uitschudde, werden wij als de bewoners van de werelden der mensen, heiligen en de waarheid met de druppels die waren achtergebleven in het haar op Uw schouders besprenkeld en gezuiverd, o Allerhoogste Heer. (Vedabase)


Tekst 45

Hij die de grens wil kennen die aan Uw talloze handelingen gesteld zou zijn is zijn verstand kwijt. Het hele universum dat wordt beheerst door de materiële kwaliteiten is begoocheld door de eenheid van Uw innerlijk [yogamâyâ] vermogen. O Heer van de Volheden, schenk ons Uw genade!'

Hij die het verlangt de limiet te kennen van Uw handelingen is zeker onzinnig; de eenheid en het vermogen van Hem die van onbeperkte activiteiten is verbijstert met mystiek vermogen het gehele universum van de natuurlijke geaardheden;, o Hoogste Persoonlijkheid van God, vergun ons enkel Uw grondeloze genade.' (Vedabase)

 

Tekst 46

Maitreya zei: 'Aldus geprezen door de grote wijzen en transcendentalisten plaatste Heer Zwijn, de Handhaver, de aarde op het water dat Hij beroerde met Zijn hoeven.

Maitreya zei: 'Aldus geprezen door de grote wijzen en transcendentalisten plaatste Heer Zwijn, de Handhaver, de aarde op het water dat Hij met Zijn hoeven had beroerd. (Vedabase)

 

Tekst 47

Nadat de Almachtige Persoonlijkheid van God Vishvaksena, de Meester van Alle Levende Wezens, aldus de aarde en haar schepselen bij wijze van spel en vermaak boven water had getild, keerde de Heer terug naar Zijn hemelverblijf.

Hij, de Persoonlijkheid van God, Vishvaksena, de Meester van Alle Levende Wezens, bracht op deze wijze als de Allerhoogste Heer, de aarde en haar schepselen bij wijze van spel en vermaak van onder het water er boven op en keerde toen naar Zijn woning terug. (Vedabase)

 

Tekst 48

Over degene die met een toegewijde houding luistert naar of anderen vertelt over deze heilzame en waardevolle geschiedenis van de Heer die een einde maakt aan het materiële motief, zal de Heer aanwezig in 't hart [van een ieder] terstond tevreden zijn.

Met degene die met een toegewijde houding anderen verteld van deze gunstige en waardevolle geschiedenis over Hem die het materiële motief vernietigt, is de Heer ofwel zeer tevreden of zal Hij zeer spoedig in het hart tevreden zijn. (Vedabase)

 

Tekst 49

Wat zou er moeilijk te bereiken zijn voor iemand die de grenzeloze genade van Zijn tevredenheid geniet? Als iets buiten die genade valt ziet het er onbeduidend uit. Die toegewijden die niets anders dan Zijn genade wensen verheft Hij, die persoonlijk verblijft in het hart, tot de allerhoogste transcendentie van Zijn woning.

De Heer, tevredengesteld, is van alle zegen jegens hem en zal hem, van wat zo moeilijk te bereiken is, alles schenken wat zich los staande van de toegewijde dienst toont als onbeduidend gewin; verblijvend in de harten van hen die van toewijding zijn verheft Hij persoonlijk tot de allerhoogste transcendentie van Zijn woning. (Vedabase)



Tekst 50

Och, ben je wel een mens te noemen als je, eenmaal vertrouwd met de essentie van de klassieke verhalen, je verzet via je oren te laven aan de nectar van de vertellingen over de Heer die een einde maakt aan de pijn van het materiële bestaan?'

Inderdaad, wie anders dan, helaas, het niet-menselijke wezen, zou, in de wereld bekend met het levensdoel en de essentie van de klassieke geschiedenissen aangaande de Fortuinlijke, de nectar weigeren van deze vertellingen welke, ingedronken door de oren, een einde maken aan alle materiële pijnen? (Vedabase)

 


 

 

 

 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.

De hedendaagse afbeelding is getiteld: 'Varâha Avatâra'.
©
Exoticindiaart.com, gebruikt met toestemming.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties