
Canto
3
Hoofdstuk 13: Het Verschijnen van Heer Varâha
(1) S'rî S'uka zei: 'Nadat hij Maitreya Muni die sprak over het meest deugdzame had aangehoord, o Koning, stelde de beste der Kuru's van aanbidding voor de verhalen over Vâsudeva, nog meer vragen. (2) Vidura zei: 'O grote wijze, wat deed Svâyambhuva Manu, de koning aller koningen en beminde zoon van Brahmâ, nadat hij zijn liefdevolle echtgenote verkregen had? (3) Wees zo goed me te vertellen over het karakter van deze heilige, oorspronkelijke koning, o meest deugdzame, ik zou heel graag vernemen over die koning die zijn toevlucht gezocht moet hebben in de veilige haven van Vishnu. (4) Personen die standvastig en met inspanning luisteren naar dat wat zeer zeker uitvoerig wordt verklaard door zuivere toegewijden, zullen door hun uitspraken de kwaliteit van geest vinden van hen die de lotusvoeten van de Heer der Bevrijding in hun hart hebben geplaatst'.'
(5) S'rî S'uka zei: 'Aldus heel bescheiden sprekend vond hij de lotusvoeten van het wonder der energieën en intelligentie in zijn schoot en stonden zijn haren overeind in de realisatie ervan. Toen, geïnspireerd door de geest van de woorden in relatie tot de Heer, nam de wijze het woord. (6) Maitreya zei: 'Toen Svâyambhuva Manu tezamen met zijn vrouw was verschenen, richtte de vader van de mensheid met gevouwen handen en eerbetuigingen zich tot het reservoir der vedische wijsheid: (7) 'U bent de enige ware verwekker van alle levende wezens, de vader en bron van het bestaan, maar hoe kunnen wij, van allen die uit u geboren zijn, u eveneens van dienst zijn? (8) Geef ons, met alle respect, o aanbiddelijke, daarvoor aanwijzingen aangaande de verplichtingen naar u toe, naar gelang onze capaciteiten van het handelen in deze wereld zoals men dat behoort te doen voor de verspreiding van de roem alom en de vooruitgang naar de volgende wereld.'
(9) Brahmâ zei: 'Ik ben heel tevreden over jou, mijn zoon, moge al mijn zegen op jullie allebei rusten, o Heer van de wereld, omdat je zonder enige terughoudendheid van hart je ziel aan mij hebt overgegeven. (10) Precies op deze manier behoort nageslacht, o held, voorzeker respect te oefenen voor de leraren; zij die goed bij hun verstand zijn behoren naar hun beste kunnen, met grote vreugde en vrij van afgunst, lering te trekken. (11) Zorgt U daarom bij haar voor kinderen die gelijk uzelve van eigenschappen zijn, zodat ze eenmaal geboren over de wereld kunnen heersen met de principes der menselijkheid, offerend en respect tonend voor de Oorspronkelijke Persoonlijkheid. (12) De levende wezens in bescherming nemen moet u zien als de beste manier om mij van dienst te zijn, o heerser over de mensen; met u als de bewaker van hun levens is Hrishîkes'a, de Opperheer der Zinnen, het meest tevreden. (13) Het werk van diegenen die nooit de Allerhoogste Heer Janârdana [Krishna als Hij die de mens voortdrijft en], het voorwerp van alle offeranden tevredenstelden, is zeker nutteloos daar ze niet de Allerhoogste Ziel respecteerden als hun eigen zelf.'
(14) Manu zei: 'Ik zal me houden aan de opdracht van uw machtige zelf, o doder van alle zonde, alstublieft zeg me wat mijn plaats is in deze wereld en wat de plaats is van diegenen die uit mij zijn geboren. (15) Laat, omdat deze wereld die is verzonken in de uitgestrekte wateren [van de Garbhodhaka ocean van het geschapen universum] de verblijfplaats is van alle wezens, o god van deze planeet, het alstublieft zo zijn dat u probeert deze op te heffen.'
(16) Maitreya zei: 'Hij van het voorbije [Brahmâ] die eveneens zag dat de aarde zich in het water bevond dacht: 'Hoe zal ik haar opheffen?' en besteedde er zo aandacht aan er een lange tijd [als volgt] op mediterend: (17) 'Toen ik bezig was met haar schepping, is de aarde diep ondergedompeld geraakt ten onder gaand in een vloed. Wat zou voor ons, die verwikkeld zijn in deze kwestie van de schepping, de juiste handelwijze zijn? Moge Hij uit wiens hart ik werd geboren de Heer zijn die me daarin leidt.' (18) Terwijl hij aldus nadacht kwam er opeens uit zijn neusgat, o zondeloze, een klein zwijntje [Varâha], tevoorschijn dat niet groter was dan het topje van een duim. (19) Toen hij Hem zo in de lucht zag breidde waarlijk die vorm zich in één keer uit, o zoon van Bharata, tot een wonderbaarlijke gigantische gedaante met de afmeting van een olifant. (20) De vorm van die zwijnachtige verschijning beziend, begon hij met Manu en al de geleerde zonen met Marîci aan het hoofd met zichzelf op verschillende manieren te argumenteren: (21) 'Wie is dit uitzonderlijke wezen dat zich voordoet als een zwijn? O hoe wonderbaarlijk is het feit dat Hij uit mijn neus tevoorschijn kwam! (22) Het ene moment is Hij slechts zo groot als de top van een duim en direct daarop is Hij zo groot als een monoliet! Zou dit de Opperheer der offers Vishnu zijn? Ik sta versteld!' (23) Terwijl Brahmâ zo met zijn zoons aan het uitweiden was, maakte de Allerhoogste Heer der Opoffering, de Oorspronkelijke Persoon, een enorm tumult. (24) Brahmâ en de rest der brahmanen opwekkend, liet de almachtige Heer een tot dusverre onbekend stemgeluid uit alle richtingen weerklinken. (25) Toen de grote wijzen en denkers als de inwoners van de werelden der mensen, heiligen en de waarheid het luide gebrul hoorden waarmee de al-genadige Heer als Zwijn al het geweeklaag vernietigde, zongen zij allen van de drie Veda's de alles begunstigende mantra's.
(26) Zichzelf heel goed kennend als de uitgebreide vorm van het vedisch geluid van al de kennis der groten van de waarheid, brulde Hij wederom in reactie op de bovenzinnelijke verheerlijkingen der wijzen en intelligenten en ging Hij, spelend als een olifant, het water in tot hun voordeel. (27) Met Zijn staart in de lucht zwiepend en huiverend met de scherpe en harde haren van Zijn vacht, verdreef Hij de wolken met Zijn hoeven en straalde Hij met Zijn blinkend witte slagtanden als de Opperheer en Handhaver van de wereld. (28) Naar de aarde snuffelend, was Hij die het transcendentale lichaam van een zwijn had aangenomen, op zoek en toonde Hij zijn schrikwekkende slagtanden, hoewel desondanks al de brahmanen die bezig waren met bidden onbevreesd waren toen ze zagen hoe Hij Zijn blik op hen wierp terwijl Hij het water inging. (29) Die enorme berg van een lichaam dreef door de kracht van de duik de oceaan uiteen twee hoge golven teweegbrengend waardoor die als met twee armen in nood het gebed uitriep: 'O meester van alle offers, alstublieft bescherm me hiertegen!'.(30) Als de Meester der Offers met Zijn hoeven scherp als pijlen het water binnendringend vond Hij de grens van het onbegrensde en zag Hij daar de aarde zoals in den beginne liggen, de weelde van de levende wezens, en hief Hij haar persoonlijk op. (31) Omhoog komend uit het water, de ondergedompelde aarde opheffend met Zijn slagtanden, verscheen Hij in Zijn volle glorie en hief Hij met een heftige woede daar Zijn cakra [Zijn werpschijf of wiel] op tegen de demon [Hiranyâksha - die met de gouden ogen] die zich met een strijdknots in Zijn richting spoedde. (32) Met Zijn onnavolgbare kunnen doodde Hij toen in het water met gemak de tegenstrevende vijand precies zoals een olifant dat doet met een leeuw en raakten Zijn kaken en mond met bloed besmeurd zoals een olifant er uitziet door het graven in de [roodgekleurde] aarde. (33) Blauwachtig als een tamâla-boom terwijl Hij de aarde omhoog hield op Zijn gekromde slagtanden zoals een spelende olifant dat doet, o Vidura, konden zij die geleid werden door Brahmâ Hem begrijpen als zijnde de Allerhoogste Heer en brachten ze Hem bijgevolg met gevouwen handen hun gebeden.
(34) De wijzen drukten zich uit: 'Alle glorie en victorie aan U, o Onoverwinnelijke, die door offers wordt bemind en de persoonlijke belichaming bent van de Veda's, alle eer voor Hem in wiens poriën van Zijn lichaam de verzonken oceanen zich roeren; onze eerbetuigingen aan Hem die zich geroepen voelde de gedaante van een Zwijn aan te nemen! (35) O Heer, voor de onverlaten is deze gedaante van U maar moeilijk te zien; dat wat door opoffering te aanbidden is, de gâyatrî en andere mantra's, is Uw aanraking; de haren op Uw lichaam zijn het kus'agras [waarop men zit als men mediteert]; de geklaarde boter [gebruikt bij het offeren] is als Uw ogen en Uw vier poten zijn de vier functies van het offeren [zie 3.12:35]. (36) Uw tong is het offerbord en Uw neusgaten vormen een ander bord, o Heer; in Uw buik zien we het offerbord voor het voedsel en de gaten van Uw oren zijn ook zo'n bord; Uw mond is het bord van het geestelijk offeren en Uw keel is het bord voor de soma [een rituele drank], maar dat wat van Uw kauwen is, o Allerhoogste Heer, is wat U tot zich neemt middels het offervuur [agni-hotra]. (37) Met Uw herhaalde incarnaties wijdt U in, Uw nek staat voor de drie verlangens [naar een relatie, activiteiten en het uiteindelijke doel] en Uw slagtanden zijn het begin van U en het einde van alle begeerte; Uw tong is de voorbereiding, Uw hoofd is het vuur met, zowel als het vuur zonder offerande en voorzeker herbergt Uw levensadem alle verlangens [of offers]. (38) Uw zaad is het soma van de offerande, Uw stadia van groei zijn de ochtendrituelen, o Heer, Uw vlees en beenderen zijn de zeven soorten van offers [zie 3.12:40], de gewrichten van Uw lichaam zijn de verschillende offers die men in een tijd van twaalf dagen brengt; o Heer, U bent het voorwerp van alle verlangens en alle soma- en niet-soma-offeranden die binden. (39) Onze eerbetuigingen aan U, die te aanbidden bent middels de universele gebeden als de Allerhoogste Heer voor al de ingrediënten en soorten van offers; U kan worden gerealiseerd als het opperste der offers door de geest te overwinnen in toewijding. U als de geestelijk leraar van dergelijke kennis, brengen we keer op keer onze eerbetuigingen. (40) Met de aarde en zijn bergen zo prachtig zich bevindend op de toppen van Uw vooruitstekende tanden, o Opperheer der Verheffing, kwam U uit het water tevoorschijn als een verwoede olifant die met zijn slagtand een lotus met bladeren en al gegrepen heeft. (41) Deze gedaante van een zwijn en de Veda in eigen persoon, die nu de aarde omhoog houdt op Zijn slagtanden, schittert voorzeker als de toppen van grote bergen waarvan de schoonheid wordt verhoogd door de omlijsting van wolken. (42) Voor het verblijf van wat zich zowel beweegt als niet beweegt, heft U als de vader deze moeder aarde als Uw echtgenote op; zowel als naar U toe, betonen wij deze moeder aarde in wie U Uw vermogen heeft geïnvesteerd, zoals het offervuur ontstoken in arani-hout, ons respect. (43) Wie anders dan U, o meester, kon, de aarde uit het water bevrijden. Voor U zijn zulke daden niets wonderlijks daar het wonder van het wonderbaarlijke universum dat U schiep uit Uw vermogens alle andere overtreft. (44) Toen U als de verpersoonlijking van de Veda's Uw lichaam uitschudde, werden wij als de bewoners van de werelden der mensen, heiligen en de waarheid met de druppels die waren achtergebleven in het haar op Uw schouders besprenkeld en gezuiverd, o Allerhoogste Heer. (45) Hij die het verlangt de limiet te kennen van Uw handelingen is zeker onzinnig; de eenheid en het vermogen van Hem die van onbeperkte activiteiten is verbijstert met mystiek vermogen het gehele universum van de natuurlijke geaardheden; o Hoogste Persoonlijkheid van God, vergun ons enkel Uw grondeloze genade. '
(46) Maitreya zei: 'Aldus geprezen door de grote wijzen en transcendentalisten plaatste Heer Zwijn, de Handhaver, de aarde op het water dat Hij met Zijn hoeven had beroerd. (47) Hij, de Persoonlijkheid van God, Vishvaksena, de Meester van Alle Levende Wezens, bracht op deze wijze als de Allerhoogste Heer, de aarde en haar schepselen bij wijze van spel en vermaak van onder het water er boven op en keerde toen naar Zijn woning terug. (48) Met degene die met een toegewijde houding anderen verteld van deze gunstige en waardevolle geschiedenis over Hem die het materiële motief vernietigt, is de Heer ofwel zeer tevreden of zal Hij zeer spoedig in het hart tevreden zijn. (49) De Heer, tevredengesteld, is van alle zegen jegens hem en zal hem, van wat zo moeilijk te bereiken is, alles schenken wat zich los staande van de toegewijde dienst toont als onbeduidend gewin; verblijvend in de harten van hen die van toewijding zijn verheft Hij persoonlijk tot de allerhoogste transcendentie van Zijn woning. (50) Inderdaad, wie anders dan, helaas, het niet-menselijke wezen, zou, in de wereld bekend met het levensdoel en de essentie van de klassieke geschiedenissen aangaande de Fortuinlijke, de nectar weigeren van deze vertellingen welke, ingedronken door de oren, een einde maken aan alle materiële pijnen?
Tweede Editie, geladen 11 juni, 2006.
Bronteksten:
Het verschijnen van Heer Varâha
S'rî S'uka zei: 'Nadat hij Maitreya Muni die sprak over het meest deugdzame had aangehoord, o Koning, stelde de beste der Kuru's van aanbidding voor de verhalen over Vâsudeva, nog meer vragen.S'rî S'ukadeva Gosvâmî zei: O koning, nadat Vidura van de wijze Maitreya over al deze hoogst verheven onderwerpen had horen spreken, wilde hij nog meer over de Allerhoogste Godspersoon weten, omdat hij er nooit genoeg van kreeg om te luisteren naar wat er over Hem verteld wordt. (Vedabase)
Vidura zei: 'O grote wijze, wat deed Svâyambhuva Manu, de koning aller koningen en beminde zoon van Brahmâ, nadat hij zijn liefdevolle echtgenote verkregen had?
Vidura zei: O grote wijze, wat deed Svâyambhuva, Brahmâ's dierbare zoon, nadat hij zijn zeer liefhebbende vrouw gekregen had? (Vedabase)
Wees zo goed me te vertellen over het karakter van deze heilige, oorspronkelijke koning, o meest deugdzame, ik zou heel graag vernemen over die koning die zijn toevlucht gezocht moet hebben in de veilige haven van Vishnu.
O beste onder de deugdzamen, de oorspronkelijke koning der koningen [Manu] was een groot toegewijde van de Godspersoon Hari, en daarom is het de moeite waard om over zijn verheven karakter en activiteiten te horen. Beschrijf ze alstublieft. Ik wil er heel graag alles van weten. (Vedabase)
Personen die standvastig en met inspanning luisteren naar dat wat zeer zeker uitvoerig wordt verklaard door zuivere toegewijden, zullen door hun uitspraken de kwaliteit van geest vinden van hen die de lotusvoeten van de Heer der Bevrijding in hun hart hebben geplaatst'.'
Mensen die langdurig en ingespannen naar een geestelijk leraar luisteren, moeten uit de mond van zuivere toegewijden horen over het karakter en de activiteiten van andere zuivere toegewijden. Zuivere toegewijden denken in hun hart altijd aan de lotusvoeten van de Godspersoon, die Zijn toegewijden verlossing schenkt. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Aldus heel bescheiden sprekend vond hij de lotusvoeten van het wonder der energieën en intelligentie in zijn schoot en stonden zijn haren overeind in de realisatie ervan. Toen, geïnspireerd door de geest van de woorden in relatie tot de Heer, nam de wijze het woord.
S'rî S'ukadeva Gosvâmî zei: S'rî Krishna, de Godspersoon, plaatste met plezier Zijn lotusvoeten op Vidura's schoot, omdat Vidura zeer bescheiden en zachtmoedig was. De wijze Maitreya was erg gelukkig met Vidura's woorden, en, door hem geïnspireerd, probeerde hij te spreken. (Vedabase)
Maitreya zei: 'Toen Svâyambhuva Manu tezamen met zijn vrouw was verschenen, richtte de vader van de mensheid met gevouwen handen en eerbetuigingen zich tot het reservoir der vedische wijsheid:
De wijze Maitreya zei tot Vidura: Na zijn verschijning sprak Manu, de vader van de mensheid, vergezeld door zijn vrouw, als volgt tot Brahmâ, de bron van alle vedische kennis, na hem met gevouwen handen zijn eer te hebben betuigd. (Vedabase)
'U bent de enige ware verwekker van alle levende wezens, de vader en bron van het bestaan, maar hoe kunnen wij, van allen die uit u geboren zijn, u eveneens van dienst zijn?
U bent de vader van alle levende wezens en de bron van hun bestaan, omdat ze allen uit u geboren zijn. Zeg ons alstublieft hoe we u kunnen dienen. (Vedabase)
Geef ons, met alle respect, o aanbiddelijke, daarvoor aanwijzingen aangaande de verplichtingen naar u toe, naar gelang onze capaciteiten van het handelen in deze wereld zoals men dat behoort te doen voor de verspreiding van de roem alom en de vooruitgang naar de volgende wereld.
O eerbiedwaardige, wijs ons alstublieft hoe we onze plicht moeten vervullen - voor zover dat binnen ons vermogen ligt - zodat we ons daaraan kunnen houden en zodoende roem in dit leven verwerven en vooruitgang in het volgende. (Vedabase)Brahmâ zei: 'Ik ben heel tevreden over jou, mijn zoon, moge al mijn zegen op jullie allebei rusten, o Heer van de wereld, omdat je zonder enige terughoudendheid van hart je ziel aan mij hebt overgegeven.
Heer Brahmâ zei: Mijn beste zoon, o heer der wereld, ik ben bijzonder tevreden over je en wens jou en je vrouw alle zegen toe. Je hebt je van ganser harte zonder voorbehoud aan me overgegeven om door mij te worden onderricht. (Vedabase)
Precies op deze manier behoort nageslacht, o held, voorzeker respect te oefenen voor de leraren; zij die goed bij hun verstand zijn behoren naar hun beste kunnen, met grote vreugde en vrij van afgunst, lering te trekken.
O held, het voorbeeld dat je geeft is zeer gepast in de relatie tussen een zoon en zijn vader. Deze verering van de meerdere is vereist. Wie verstandig is en over zijn afgunst heen is, neemt de opdracht van zijn vader met grote vreugde ter harte en voert haar naar zijn beste kunnen uit. (Vedabase)
Zorgt U daarom bij haar voor kinderen die gelijk uzelve van eigenschappen zijn, zodat ze eenmaal geboren over de wereld kunnen heersen met de principes der menselijkheid, offerend en respect tonend voor de Oorspronkelijke Persoonlijkheid.
Aangezien je mijn zeer gehoorzame zoon bent, verzoek ik je bij je vrouw kinderen te verwekken, die dezelfde kwaliteiten bezitten als jijzelf. Regeer de wereld overeenkomstig de beginselen van de toegewijde dienst aan de Allerhoogste Godspersoon en eer de Heer door middel van yajña. (Vedabase)
De levende wezens in bescherming nemen moet u zien als de beste manier om mij van dienst te zijn, o heerser over de mensen; met u als de bewaker van hun levens is Hrishîkes'a, de Opperheer der Zinnen, het meest tevreden.
O koning, je zult me het beste dienen als je de levende wezens in de materiële wereld goed beschermt. Wanneer de Allerhoogste ziet dat je een goede beschermer van de gebonden zielen bent, zal de Heer dere zinnen beslist zeer tevreden over je zijn. (Vedabase)
Het werk van diegenen die nooit de Allerhoogste Heer Janârdana [Krishna als Hij die de mens voortdrijft en], het voorwerp van alle offeranden tevredenstelden, is zeker nutteloos daar ze niet de Allerhoogste Ziel respecteerden als hun eigen zelf.
De Allerhoogste Godspersoon, Janârdana [Heer Krishna], is degene die het resultaat van alle offers aanvaardt. Is Hij niet voldaan, dan streeft men tevergeefs naar vooruitgang. Hij is het diepste Zelf; daarom verwaarloost iemand die Hem niet tevredenstelt beslist zijn eigenbelang. (Vedabase)
Manu zei: 'Ik zal me houden aan de opdracht van uw machtige zelf, o doder van alle zonde, alstublieft zeg me wat mijn plaats is in deze wereld en wat de plaats is van diegenen die uit mij zijn geboren.
S'rî Manu zei: O almachtige heer, O u die alle zonden tenietdoet, ik zal me aan uw opdracht houden. Laat me nu alstublieft mijn plaats kennen en die van de uit mij geboren levende wezens. (Vedabase)
Laat, omdat deze wereld die is verzonken in de uitgestrekte wateren [van de Garbhodhaka ocean van het geschapen universum] de verblijfplaats is van alle wezens, o god van deze planeet, het alstublieft zo zijn dat u probeert deze op te heffen.'
O meester van de halfgoden, tracht alstublieft de aarde die in het grote water ligt op te tillen, want ze is de woonplaats van alle levende wezens. Door uw inspanning en door de genade van de Heer is het mogelijk. (Vedabase)
Maitreya zei: 'Hij van het voorbije [Brahmâ] die eveneens zag dat de aarde zich in het water bevond dacht: 'Hoe zal ik haar opheffen?' en besteedde er zo aandacht aan er een lange tijd [als volgt] op mediterend:
S'rî Maitreya zei: Toen hij de aarde zo in het water zag liggen, overwoog Brahmâ lange tijd hoe ze eruit opgetild zou kunnen worden. (Vedabase)
'Toen ik bezig was met haar schepping, is de aarde diep ondergedompeld geraakt ten onder gaand in een vloed. Wat zou voor ons, die verwikkeld zijn in deze kwestie van de schepping, de juiste handelwijze zijn? Moge Hij uit wiens hart ik werd geboren de Heer zijn die me daarin leidt.'
Brahmâ dacht: Terwijl ik bezig was met scheppen, is de aarde door een vloedgolf verzwolgen en naar de diepte van de oceaan gezonken. Wat kan ik, die me met scheppen bezighoud, hieraan doen? Het is het beste om de leiding van de Almachtige te aanvaarden. (Vedabase)
Terwijl hij aldus nadacht kwam er opeens uit zijn neusgat, o zondeloze, een klein zwijntje [Varâha], tevoorschijn dat niet groter was dan het topje van een duim.
O zondeloze Vidura, terwijl Brahmâ zo nadacht, kwam er opeens een peipklein zwijntje uit zijn neusgat. Het schepseltje was niet groter dan het topje van een duim. (Vedabase)
Toen hij Hem zo in de lucht zag breidde waarlijk die vorm zich in één keer uit, o zoon van Bharata, tot een wonderbaarlijke gigantische gedaante met de afmeting van een olifant.
O telg van Bharata, terwijl Brahmâ naar Hem keek, groeide dat zwijn in de lucht tot een schitterend verschijnsel, zo groot als een reusachtige olifant. (Vedabase)
De vorm van die zwijnachtige verschijning beziend, begon hij met Manu en al de geleerde zonen met Marîci aan het hoofd met zichzelf op verschillende manieren te argumenteren:
Uiterst verbaasd bij het zien van deze schitterende zwijnegedaante in de lucht, begon Brahmâ erover van gedachten te wisselen met grote brâhmana's als Marîci, de Kumâra's en Manu. (Vedabase)
'Wie is dit uitzonderlijke wezen dat zich voordoet als een zwijn? O hoe wonderbaarlijk is het feit dat Hij uit mijn neus tevoorschijn kwam!
Is dit een buitengewoon wezen, dat zich voordoet als een zwijn? Het is zeer bijzonder dat het uit mijn neus gekomen is. (Vedabase)
Het ene moment is Hij slechts zo groot als de top van een duim en direct daarop is Hij zo groot als een monoliet! Zou dit de Opperheer der offers Vishnu zijn? Ik sta versteld!'
Eerst zag dit zwijn er niet groter uit dan het topje van een duim, en een ogenblik later was het zo groot als een steen. Mijn geest is van streek. Is Hij de Allerhoogste Godspersoon, Vishnu? (Vedabase)
Terwijl Brahmâ zo met zijn zoons aan het uitweiden was, maakte de Allerhoogste Heer der Opoffering, de Oorspronkelijke Persoon, een enorm tumult.
Terwijl Brahmâ met zijn zoons aan het overleggen was, liet de Allerhoogste Godspersoon, Vishnu, een daverend gebulder horen, als van een berg. (Vedabase)
Brahmâ en de rest der brahmanen opwekkend, liet de almachtige Heer een tot dusverre onbekend stemgeluid uit alle richtingen weerklinken.
De almachtige Allerhoogste Godspersoon verlevendigde Brahmâ en de andere hoog verheven brâhmana's door Zijn ongewone stem opnieuw te laten bulderen, zodat het in alle windstreken weergalmde. (Vedabase)
Tekst 25:
Toen de grote wijzen en denkers als de inwoners van de werelden der mensen, heiligen en de waarheid het luide gebrul hoorden waarmee de al-genadige Heer als Zwijn al het geweeklaag vernietigde, zongen zij allen van de drie Veda's de alles begunstigende mantra's.
Toen de grote wijzen en denkers van Janaloka, Tapoloka en Satyaloka de oorverdovende stem van Heer Zwijn - het alzegenrijke geluid van de algenadige Heer - hoorden, begonnen ze heilrijke mantra's uit de drie Veda's te chanten. (Vedabase)
Zichzelf heel goed kennend als de uitgebreide vorm van het vedisch geluid van al de kennis der groten van de waarheid, brulde Hij wederom in reactie op de bovenzinnelijke verheerlijkingen der wijzen en intelligenten en ging Hij, spelend als een olifant, het water in tot hun voordeel.
Nadat Hij nogmaals gebulderd had in antwoord op de vedische gebeden van de grote toegewijden, ging Hij als een olifant het water in. De vedische gebeden zijn bestemd voor de Heer, en daarom begreep Hij dat de toegewijden zich tot Hem richtten. (Vedabase)
Met Zijn staart in de lucht zwiepend en huiverend met de scherpe en harde haren van Zijn vacht, verdreef Hij de wolken met Zijn hoeven en straalde Hij met Zijn blinkend witte slagtanden als de Opperheer en Handhaver van de wereld.
Voordat Hij het water indook om de aarde te redden, vloog Heer Zwijn met zwiepende staart door de lucht. Zijn harde haren trilden, Zijn blik straalde, en met Zijn hoeven en blikkerende witte slagtanden verstrooide Hij de wolken. (Vedabase)
Naar de aarde snuffelend, was Hij die het transcendentale lichaam van een zwijn had aangenomen, op zoek en toonde Hij zijn schrikwekkende slagtanden, hoewel desondanks al de brahmanen die bezig waren met bidden onbevreesd waren toen ze zagen hoe Hij Zijn blik op hen wierp terwijl Hij het water inging.
Hij was de Allerhoogste Heer Vishnu in eigen persoon en was daarom bovenzinnelijk. Maar omdat Hij de gedaante van een zwijn had aangenomen, zocht Hij op de geur af naar de aarde. Zijn slagtanden waren angstaanjagend. Hij wierp een blik naar de toegewijde brâhmana's, die gebeden tot Hem opzonden en toen ging Hij het water in. (Vedabase)
Die enorme berg van een lichaam dreef door de kracht van de duik de oceaan uiteen twee hoge golven teweegbrengend waardoor die als met twee armen in nood het gebed uitriep: 'O meester van alle offers, alstublieft bescherm me hiertegen!'.
Toen Hij als een reusachtige berg het water in dook, spleet Heer Zwijn de oceanen doormidden, waarop zich twee golven verhieven, als armen van de oceaan, die schreeuwde, als in gebed: O Heer van alle offers, hak me niet doormidden! Bescherm me alstublieft. (Vedabase)
Als de Meester der Offers met Zijn hoeven scherp als pijlen het water binnendringend vond Hij de grens van het onbegrensde en zag Hij daar de aarde zoals in den beginne liggen, de weelde van de levende wezens, en hief Hij haar persoonlijk op.
Heer Zwijn doorkliefde het water met Zijn hoeven, die als scherpe pijlpunten waren, en vond het einde van de oceaan, hoewel hij oneindig was. Hij ontwaarde de aarde, de rustplaats van alle wezens, die daar lag als in het begin van de schepping, en tilde haar persoonlijk op. (Vedabase)
Omhoog komend uit het water, de ondergedompelde aarde opheffend met Zijn slagtanden, verscheen Hij in Zijn volle glorie en hief Hij met een heftige woede daar Zijn cakra [Zijn werpschijf of wiel] op tegen de demon [Hiranyâksha - die met de gouden ogen] die zich met een strijdknots in Zijn richting spoedde.
Heer Zwijn nam de aarde zonder moeite op Zijn slagtanden en hief haar boven water. Het was een schitterend gezicht. Laaiend van woede als de sudars'ana-werpschijf, doodde Hij dadelijk de demon [Hiranyâksa], ondanks diens pogingen om met Hem te vechten. (Vedabase)
Met Zijn onnavolgbare kunnen doodde Hij toen in het water met gemak de tegenstrevende vijand precies zoals een olifant dat doet met een leeuw en raakten Zijn kaken en mond met bloed besmeurd zoals een olifant er uitziet door het graven in de [roodgekleurde] aarde.
Daarop doodde Heer Zwijn de demon in het water, zoals een leeuw een olifant doodt. De wangen en tong van de Heer raakten besmeurd met het bloed van de demon, zoals een olifant roodachtig wordt van het wroeten in de purperen aarde. (Vedabase)
Blauwachtig als een tamâla-boom terwijl Hij de aarde omhoog hield op Zijn gekromde slagtanden zoals een spelende olifant dat doet, o Vidura, konden zij die geleid werden door Brahmâ Hem begrijpen als zijnde de Allerhoogste Heer en brachten ze Hem bijgevolg met gevouwen handen hun gebeden.
Toen hield de Heer, voor olifant spelend, de aarde op de punt van Zijn kromme witte slagtanden. Hij nam een blauwe kleur aan, als die van een tamâla-boom, en daardoor konden de wijzen onder leiding van Brahmâ, begrijpen dat Hij de Allerhoogste Godspersoon was en brachten ze Hem vol respect hun eerbetuigingen. (Vedabase)
De wijzen drukten zich uit: 'Alle glorie en victorie aan U, o Onoverwinnelijke, die door offers wordt bemind en de persoonlijke belichaming bent van de Veda's, alle eer voor Hem in wiens poriën van Zijn lichaam de verzonken oceanen zich roeren; onze eerbetuigingen aan Hem die zich geroepen voelde de gedaante van een Zwijn aan te nemen!'
Alle wijzen zeiden met grote eerbied: O onoverwinnelijke genieter van alle offers, alle eer en zege aan U! U beweegt U rond in de gedaante van de Veda's in eigen persoon, en in de poriën van Uw lichaam liggen de oceanen verzonken. Om een bepaalde reden [het optillen van de aarde] hebt U nu de gedaante van een zwijn aangenomen. (Vedabase)
O Heer, voor de onverlaten is deze gedaante van U maar moeilijk te zien; dat wat door opoffering te aanbidden is, de gâyatrî en andere mantra's, is Uw aanraking; de haren op Uw lichaam zijn het kus'agras [waarop men zit als men mediteert]; de geklaarde boter [gebruikt bij het offeren] is als Uw ogen en Uw vier poten zijn de vier functies van het offeren [zie 3.12:35].
O Heer, Uw gedaante is waardig om met offers aanbeden te worden, maar zielen die slechts kwaadaardig zijn, kunnen haar niet aanschouwen. Alle vedische mantra's, de gâyatrî en andere, zijn in de aanraking van Uw huid. In Uw beharing is het kus'a-gras, in Uw ogen is de geklaarde boter en in Uw poten zijn de vier vormen van baatzuchtige activiteit. (Vedabase)
Uw tong is het offerbord en Uw neusgaten vormen een ander bord, o Heer; in Uw buik zien we het offerbord voor het voedsel en de gaten van Uw oren zijn ook zo'n bord; Uw mond is het bord van het geestelijk offeren en Uw keel is het bord voor de soma [een rituele drank], maar dat wat van Uw kauwen is, o Allerhoogste Heer, is wat U tot zich neemt middels het offervuur [agni-hotra].
O Heer, Uw tong is een offerschaal, Uw neus is een andere offerschaal, in Uw maag is het etensbord voor het geofferde en weer een andere offerschaal zijn Uw oorgaten. In Uw mond is de Brahmâ-offerschaal, Uw keel is de soma-offerschaal en alles wat U kauwt kent men als agni-hotra. (Vedabase)
Met Uw herhaalde incarnaties wijdt U in, Uw nek staat voor de drie verlangens [naar een relatie, activiteiten en het uiteindelijke doel] en Uw slagtanden zijn het begin van U en het einde van alle begeerte; Uw tong is de voorbereiding, Uw hoofd is het vuur met, zowel als het vuur zonder offerande en voorzeker herbergt Uw levensadem alle verlangens [of offers].
Bovendien, o Heer, wekt Uw herhaald verschijnen het verlangen naar allerlei vormen van inwijding op. Uw nek is de plaats voor drie vormen van verlangen, en Uw slagtanden vormen het inwijdingsresultaat en het doel van alle verlangens. Uw tong vormt de activiteiten voorafgaande aan de inwijding. Uw kop is het vuur zonder offerande alsook het aanbiddingsvuur, en Uw levenskrachten vormen het geheel van alle verlangens. (Vedabase)
Uw zaad is het soma van de offerande, Uw stadia van groei zijn de ochtendrituelen, o Heer, Uw vlees en beenderen zijn de zeven soorten van offers [zie 3.12:40], de gewrichten van Uw lichaam zijn de verschillende offers die men in een tijd van twaalf dagen brengt; o Heer, U bent het voorwerp van alle verlangens en alle soma- en niet-soma-offeranden die binden.
O Heer, Uw zaad is de offerande genaamd soma-yajña. Uw groei vormt het ochtendritueel. Uw huid en de gewaarwordingen ervan zijn de zeven elementen van de agnishthoma-offerande. Uw lichaamsgewrichten symboliseren verschillende andere offerandes, die gebracht worden tijdens een periode van twaalf dagen. Daarom bent U het doel van alle soma- en asoma-offerandes en kan men U slechts door yajña's binden. (Vedabase)
Onze eerbetuigingen aan U, die te aanbidden bent middels de universele gebeden als de Allerhoogste Heer voor al de ingrediënten en soorten van offers; U kan worden gerealiseerd als het opperste der offers door de geest te overwinnen in toewijding. U als de geestelijk leraar van dergelijke kennis, brengen we keer op keer onze eerbetuigingen.
O Heer, U bent de Allerhoogste Godspersoon en aanbiddenswaardig met universele gebeden, vedische mantra's en offergaven. We brengen U onze eerbetuigingen. U kunt worden gerealiseerd door de zuivere geest, die vrij is van alle zichtbare en onzichtbare materiële onzuiverheden. We brengen U als leraar van de hoogste geestelijke kennis in toegewijde dienst, vol respect onze eerbetuigingen. (Vedabase)
Met de aarde en zijn bergen zo prachtig zich bevindend op de toppen van Uw vooruitstekende tanden, o Opperheer der Verheffing, kwam U uit het water tevoorschijn als een verwoede olifant die met zijn slagtand een lotus met bladeren en al gegrepen heeft.
O wereld-heffer, de aarde met haar bergen, die U op Uw slagtanden omhoog hebt getild, is even fraai als een lotus met bladeren op de geheven slurf van een woedende olifant die juist uit het water oprijst. (Vedabase)
Deze gedaante van een zwijn en de Veda in eigen persoon, die nu de aarde omhoog houdt op Zijn slagtanden, schittert voorzeker als de toppen van grote bergen waarvan de schoonheid wordt verhoogd door de omlijsting van wolken.
O Heer, zoals de pieken van grote bergen mooi worden wanneer ze met wolken worden versierd, is Uw bovenzinnelijke lichaam des te fraaier, omdat U de aarde op de punten van Uw slagtanden opheft. (Vedabase)
Voor het verblijf van wat zich zowel beweegt als niet beweegt, heft U als de vader deze moeder aarde als Uw echtgenote op; zowel als naar U toe, betonen wij deze moeder aarde in wie U Uw vermogen heeft geinvesteerd, zoals het offervuur ontstoken in arani-hout, ons respect.
O Heer, om een onderkomen te bieden aan alle bewegende en niet-bewegende bewoners, is deze aarde Uw echtgenote en bent U de allerhoogste vader. We brengen vol respect onze eerbetuigingen aan U en aan moeder aarde, aan wie U Uw eigen vermogen verleend hebt, zoals een deskundig offeraar het arani-hout ontbranden laat. (Vedabase)
Wie anders dan U, o meester, kon, de aarde uit het water bevrijden. Voor U zijn zulke daden niets wonderlijks daar het wonder van het wonderbaarlijke universum dat U schiep uit Uw vermogens alle andere overtreft.
Wie anders dan Uzelf, de Allerhoogste Godspersoon, zou de aarde uit het water kunnen redden? Voor U is dat trouwens niet zo'n wonder, omdat U nu eenmaal bij de schepping van het universum de meest wonderbaarlijke dingen hebt gedaan. Door Uw energie heeft U deze wonderbaarlijke kosmische openbaring geschapen. (Vedabase)
Toen U als de verpersoonlijking van de Veda's Uw lichaam uitschudde, werden wij als de bewoners van de werelden der mensen, heiligen en de waarheid met de druppels die waren achtergebleven in het haar op Uw schouders besprenkeld en gezuiverd, o Allerhoogste Heer.
O Allerhoogste Heer, het is beslist een feit dat wij bewoners van de vroomste planeten zijn - Jana-, Tapo- en Satyaloka. Dat neemt niet weg dat we gezuiverd zijn door de waterdruppels die van Uw schouderhaar afspatten, toen U Zich uitschudde. (Vedabase)
Hij die het verlangt de limiet te kennen van Uw handelingen is zeker onzinnig; de eenheid en het vermogen van Hem die van onbeperkte activiteiten is verbijstert met mystiek vermogen het gehele universum van de natuurlijke geaardheden; o Hoogste Persoonlijkheid van God, vergun ons enkel Uw grondeloze genade.
O Heer, Uw wondere daden zijn eindeloos. Wie de grenzen van Uw doen en laten wil kennen is beslist onzinnig. Iedereen in deze wereld is geconditioneerd door machtige mystieke krachten. Schenk deze gebonden zielen alstublieft Uw grondeloze genade. (Vedabase)
Maitreya zei: 'Aldus geprezen door de grote wijzen en transcendentalisten plaatste Heer Zwijn, de Handhaver, de aarde op het water dat Hij met Zijn hoeven had beroerd.
De wijze Maitreya zei: Aldus door alle grote wijzen en transcendentalisten aanbeden, raakte de Heer de aarde met zijn hoeven aan en plaatste haar op het water. (Vedabase)
Hij, de Persoonlijkheid van God, Vishvaksena, de Meester van Alle Levende Wezens, bracht op deze wijze als de Allerhoogste Heer, de aarde en haar schepselen bij wijze van spel en vermaak van onder het water er boven op en keerde toen naar Zijn woning terug.
Zo hief de Godspersoon, Heer Vishnu, de instandhouder van alle wezens, de aarde uit het water op en keerde, nadat Hij haar op de golven had gelegd, naar Zijn eigen woning terug. (Vedabase)
Met diegene die met een toegewijde houding anderen verteld van deze gunstige en waardevolle geschiedenis over Hem die het materiële motief vernietigt, is de Heer ofwel zeer tevreden of zal Hij zeer spoedig in het hart tevreden zijn.
Als iemand deze heilzame geschiedenis van Heer Zwijn - die het vertellen waard is - vol toewijding hoort en navertelt, voelt de Heer, die in ieders hart verblijft, Zich zeer voldaan. (Vedabase)
De Heer tevredengesteld is van alle zegen jegens hem en zal hem, van wat zo moeilijk te bereiken is, alles schenken wat zich los staande van de toegewijde dienst toont als onbeduidend gewin; verblijvend in de harten van hen die van toewijding zijn verheft Hij persoonlijk tot de allerhoogste transcendentie van Zijn woning.
Niets blijft onverwerkelijkt wanneer de Allerhoogste Godspersoon tevreden over iemand is. Als men het transcendente bereikt heeft, begrijpt men dat al het andere onbeduidend is. Wie zich wijdt aan de bovenzinnelijke liefdedienst wordt door de Heer Zelf, die in ieders hart verblijft, tot het hoogste niveau van volmaaktheid verheven. (Vedabase)
Inderdaad, wie anders dan, helaas, het niet-menselijke wezen, zou, in de wereld bekend met het levensdoel en de essentie van de klassieke geschiedenissen aangaande de Fortuinlijke, de nectar weigeren van deze vertellingen welke, ingedronken door de oren, een einde maken aan alle materiële pijnen?
Wie anders dan niet-menselijke wezens kunnen er in deze wereld bestaan zonder belang te stellen in het uiteindelijke levensdoel? Wie kan de nectar afwijzen van de verhalen over de activiteiten van de Godspersoon - de nectar die op zichzelf al bevrijding kan schenken van alle materiële pijn? (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
De afbeelding van Heer Varâha op deze pagina is van
Dhrti
devî dâsî
Produktie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties