
Bronteksten
(geen voorgaande vertaling in het Nederlands beschikbaar):
Arjuna
Kidnaps Subhadrâ, and Krishna Blesses His
Devotees
Tekst
1:
De
achtenswaardige koning (Parîkchit) zei: 'O brahmaan, we
willen graag weten hoe zij die mijn grootmoeder is, de zuster
van Krishna en Râma [Subhadrâ, zie
9.24:
53-55],
getrouwd raakte met Arjuna.'
King
Parîkchit said: O brâhmana, we would like to
learn how Arjuna married Lord Balarâma's and Lord
Krishna's sister, who was my grandmother.
Tekst
2-3:
S'rî
S'uka zei: 'Arjuna, de grote heer, weg op een bedevaart naar
Prabhâsa rondtrekkend over de aarde, hoorde dat
Râma van plan was zijn nicht van moeders zijde weg te
schenken aan Duryodhana en aan niemand anders, en zo ging hij,
haar begerend, naar Dvârakâ veranderd in een asceet
met een tridanda [*].
S'ukadeva
Gosvâmî said: While traveling far and wide
visiting various holy places of pilgrimage, Arjuna came to
Prabhâsa. There he heard that Lord Balarâma
intended to give his maternal cousin Subhadrâ to
Duryodhana in marriage, and that no one else approved of
this plan. Arjuna wanted to marry her himself, so he
disguised himself as a renunciant, complete with triple
staff, and went to Dvârakâ.
Tekst
4:
Aldaar hield
hij, vastberaden zijn doel te bereiken, zich op gedurende de
maanden van het regenseizoen en werd hij gedurende die tijd
geëerd door de burgers en door Râma die zich er niet
bewust van was met wie hij te doen had.
He
stayed there during the monsoon months to fulfill his
purpose. Lord Balarâma and the other residents of the
city, not recognizing him, offered him all honor and
hospitality.
Tekst
5:
Op een dag
uitgenodigd als gast werd hij naar Balarâma's huis
gebracht alwaar Hij hem gelovig van voedsel voorzag zodat hij
kon eten.
One
day Lord Balarâma brought him to His home as His
invited dinner guest, and Arjuna ate the food the Lord
respectfully offered him.
Tekst
6:
Daar, met ogen
opbloeiend van geluk het wonderschone meisje ziend dat de
helden het hoofd op hol brengt, zette hij, hevig verliefd, zijn
zinnen op haar.
There
he saw the wonderful maiden Subhadrâ, who was
enchanting to heroes. His eyes opened wide with delight, and
his mind became agitated and absorbed in thoughts of
her.
Tekst
7:
Zij met hem
voor ogen die iedere vrouw het hart stal, fixeerde, vol
verlangen hem een bedeesde glimlach en blik gunnend, haar hart
en ogen op hem.
Arjuna
was very attractive to women, and as soon as Subhadrâ
saw him, she wanted to have him as her husband. Smiling
bashfully with sidelong glances, she fixed her heart and
eyes upon him.
Tekst
8:
Aan niets
anders dan aan haar denkend het juiste ogenblik afwachtend kon
Arjuna, met zijn hart trillend van het hevigste verlangen, geen
rust vinden.
Meditating
only on her and waiting for the opportunity to take her
away, Arjuna had no peace. His heart trembled with
passionate desire.
Tekst
9:
Toen ze tijdens
een belangrijke feestdag vanuit de vesting wegreed in een
wagen, greep de machtige krijger, met medeweten van haar ouders
en [zie 10.1:
56]
Krishna, zijn kans met haar die zijn hart had gestolen.
Once,
on the occasion of a great temple festival in honor of the
Supreme Lord, Subhadrâ rode out of the fortresslike
palace on a chariot, and at that time the mighty chariot
warrior Arjuna took the opportunity to kidnap her.
Subhadrâ's parents and Krishna had sanctioned
this.
Tekst
10
Staande op de
wagen zijn boog heffend dreef hij, als de koning der dieren
zijn deel opeisend, de helden en wachters terug die, onder de
woedende kreten van zijn verwanten, hem probeerden tegen te
houden.
Standing
on his chariot, Arjuna took up his bow and drove off the
valiant fighters and palace guards who tried to block his
way. As her relatives shouted in anger, he took
Subhadrâ away just as a lion takes his prey from the
midst of lesser animals.
Tekst
11
Toen dit
Râma ter ore kwam en Hij zo van streek was als de oceaan
tijdens een conflictueuze maan [astrologische conjunctie of
oppositie], werd Hij door Heer Krishna en Zijn familie bij
de voeten gegrepen en met zorg tot vrede
bewogen.
When
He heard of Subhadrâ's kidnapping, Lord Balarâma
became as disturbed as the ocean during the full moon, but
Lord Krishna respectfully took hold of His feet and,
together with other family members, pacified Him by
explaining the matter.
Tekst
12
En zo zond Hij
met genoegen cadeaus van grote waarde, olifanten en paarden en
mannen en vrouwen [om van dienst te zijn] als
huwelijkscadeau voor de bruid en bruidegom.'
Lord
Balarâma then happily sent the bride and groom very
valuable wedding gifts consisting of elephants, chariots,
horses and male and female servants.
Tekst
13
S'rî
S'uka ging verder: 'Van Heer Krishna was er S'rutadeva, een van
de besten onder de tweemaal geborenen, die bekend stond om de
volkomenheid van zijn realisatie - zijn sereniteit, geleerdheid
en vrij zijn van zinsbevrediging - in een toewijding tot
Krishna alleen.
S'ukadeva
Gosvâmî continued: There was a devotee of
Krishna's known as S'rutadeva, who was a first-class
brâhmana. Perfectly satisfied by rendering unalloyed
devotional service to Lord Krishna, he was peaceful, learned
and free from sense gratification.
Tekst
14
Hij, als een
huishouder zich ophoudend in Mithilâ in het koninkrijk
Videha, kwam zijn verplichtingen na zonder zich te bekommeren
om wat er voor zijn levensonderhoud op hem af
kwam.
Living
as a religious householder in the city of Mithilâ,
within the kingdom of Videha, he managed to fulfill his
obligations while maintaining himself with whatever
sustenance easily came his way.
Tekst
15
Dag na dag zijn
plichten nakomend zoals vereist, was hij gelukkig met slechts
dat - en niets meer dan - wat voor een karig levensonderhoud
hem bij lotsbeschikking ten deel viel.
By
the will of Providence he obtained each day just what he
needed for his maintenance, and no more. Satisfied with this
much, he properly executed his religious duties.
Tekst
16
De heerser van
dat koninkrijk van de lijn van Koning Mithilâ
[Janaka]
bekend als Bahulâs'va was evenzo onzelfzuchtig van aard,
mijn beste; ze waren Acyuta inderdaad beiden
lief.
Similarly
free from false ego was the ruler of that kingdom, my dear
Parîkchit, a descendant of the Mithilâ dynasty
named Bahulâs'va. Both these devotees were very dear
to Lord Acyuta.
Tekst
17
Tevreden over
hen allebei klom de Opperheer in Zijn wagen voorgereden door
Dâruka, en samen met een groep wijzen op reis gaand ging
de Meester naar Videha.
Pleased
with both of them, the Supreme Personality of Godhead
mounted His chariot, which Dâruka had brought, and
traveled to Videha with a group of sages.
Tekst
18
Mee kwamen
Nârada, Vâmadeva, Atri, Krishna-dvaipâyana
Vyâsa, Paras'urâma, Asita, Aruni, ikzelf
[S'uka], Brihaspati, Kanva, Maitreya en Cyavana en
anderen.
Among
these sages were Nârada, Vâmadeva, Atri,
Krishna-dvaipâyana Vyâsa, Paras'urâma,
Asita, Aruni, myself, Brihaspati, Kanva, Maitreya and
Cyavana.
Tekst
19
Overal waar Hij
kwam naderden de burgers en dorpelingen met arghya
[wateroffers] om Hem te begroeten die als de rijzende
zon was omringd door de planeten.
In
every city and town the Lord passed along the way, O King,
the people came forward to worship Him with offerings of
arghya water in their hands, as if to worship the risen sun
surrounded by planets.
Tekst
20
In Ânarta
[waar zich Dvârakâ bevind], Dhanva [het
woestijngebied], Kuru-jângala [Thaneswar en
Kurukshetra], Kanka, Matsya [Jaipur en Aloyar],
Pañcâla [het gebied van de Ganges], Kunti,
Madhu, Kekaya [noordoost Punjab], Kos'ala [van
Kas'i tot aan de Himalaya's], Arna [ten oosten van
Mithilâ] en in vele andere koninkrijken, dronken de
mannen en vrouwen met hun ogen het lotusgezicht in zo gul met
Zijn glimlachen en liefdevolle blikken, o
Koning.
The
men and women of Ânarta, Dhanva, Kuru-jângala,
Kanka, Matsya, Pañcâla, Kunti, Madhu, Kekaya,
Kos'ala, Arna and many other kingdoms drank with their eyes
the nectarean beauty of Lord Krishna's lotuslike face, which
was graced with generous smiles and affectionate
glances.
Tekst
21
Als de
Geestelijk Leraar van de Drie Werelden schonk Hij, de blindheid
van hun ogen wegnemend, hen de onbevreesdheid van de spirituele
visie, en hoorde Hij, geleidelijk aan Videha bereikend, hoe
Zijn heerlijkheden die alle ongeluk uitdrijven en iedere hoek
van het universum zuiveren, werden bezongen door de goddelijken
en de gewone mensen.
Simply
by glancing at those who came to see Him, Lord Krishna, the
spiritual master of the three worlds, delivered them from
the blindness of materialism. As He thus endowed them with
fearlessness and divine vision, He heard demigods and men
singing His glories, which purify the entire universe and
destroy all misfortune. Gradually, He reached Videha.
Tekst
22
Zo gauw de
dorpelingen en stadsbewoners hoorden dat Acyuta was
gearriveerd, o Koning, kwamen ze verheugd op Hem af met
offergaven in hun handen.
Hearing
that Lord Acyuta had arrived, O King, the residents of the
cities and villages of Videha joyfully came forth to receive
Him with offerings in their hands.
Tekst
23
Met het zien
van Hem Die Geprezen Wordt in de Verzen, bogen ze zich met hun
gezichten en hun harten bloeiend van de liefde voorover met hun
palmen bijeen gehouden bij hun hoofden, zoals ze dat ook deden
voor de wijzen die ze kenden van horen zeggen.
As
soon as the people saw Lord Uttamahs'loka, their faces and
hearts blossomed with affection. Joining their palms above
their heads, they bowed down to the Lord and to the sages
accompanying Him, whom they had previously only heard
about.
Tekst
24
De koning van
Mithilâ en S'rutadeva vielen ieder neer aan de voeten
denkend dat de Geestelijk Leraar van het Universum was
aangekomen om voor hem van genade te zijn.
Both
the King of Mithilâ and S'rutadeva fell at the Lord's
feet, each thinking that the spiritual master of the
universe had come there just to show him mercy.
Tekst
25
Bahulâs'va
en S'rutadeva die gelijktijdig hun handen bijeenbrachten,
nodigden als hun gast de Nakomeling van Das'ârha uit
tezamen met de tweemaal geborenen.
At
exactly the same time, King Maithila and S'rutadeva each
went forward with joined palms and invited the Lord of the
Das'ârhas to be his guest, along with the
brâhmana sages.
Tekst
26
De Allerhoogste
Heer die graag beiden een plezier wilde doen ging, ze beiden
aanvaardend, ieder zijn huis binnen zonder dat ze het zagen
[dat Hij dat tegelijkertijd deed in vaibhava-prakâs'a].
Wanting
to please them both, the Lord accepted both their
invitations. Thus He simultaneously went to both homes, and
neither could see Him entering the other's house.
Tekst
27-29
De afstammeling
van Janaka [Bahulas'va] die ze toen van een afstand
vermoeid naar zijn huis zag komen, bracht voor hen bedachtzaam
fijne zetels naar buiten zodat ze gemakkelijk konden zitten.
Met een hart vol vreugde met intense toewijding en ogen wazig
van de tranen boog hij zich voorover om die voeten te wassen
waarvan het water in staat is de hele wereld te zuiveren. Het
samen met zijn familie op hun hoofden nemend, aanbad hij de
Heer der Heerscharen [en de wijzen] met pasta,
bloemenslingers, kleding, sieraden, wierook, lampen, arghya,
koeien en stieren.
When
King Bahulâs'va, a descendant of Janaka, saw Lord
Krishna approaching his house from a distance with the
sages, who were somewhat fatigued from the journey, he
immediately arranged to have seats of honor brought out for
them. After they were all comfortably seated, the wise King,
his heart overflowing with joy and his eyes clouded by
tears, bowed down to them and washed their feet with intense
devotion. Taking the wash water, which could purify the
entire world, he sprinkled it on his head and the heads of
his family members. Then he worshiped all those great lords
by offering them fragrant sandalwood paste, flower garlands,
fine clothing and ornaments, incense, lamps, arghya and cows
and bulls.
Tekst
30
Tot hen voldaan
van het voedsel sprak hij langzaam, gelukkig de voeten van
Vishnu op zijn schoot masserend, het volgende, met een zachte
stem hen proberend te behagen.
When
they had eaten to their full satisfaction, for their further
pleasure the King began to speak slowly and in a gentle
voice as he held Lord Vishnu's feet in his lap and happily
massaged them.
Tekst
31
S'rî
Bahulâs'va zei: 'U waarlijk de Zelf-verlichtte Getuige en
Ziel van Alle Geschapen Wezens, o Almachtige, bent nu voor ons
die Uw voeten in gedachten houden zichtbaar
geworden.
S'rî
Bahulâs'va said: O almighty Lord, You are the Soul of
all created beings, their self-illumined witness, and now
You are giving Your audience to us, who constantly meditate
on Your lotus feet.
Tekst
32
Om Uw uitlating
gestand te doen van 'Niemand, zelfs niet Ananta, S'rî of
de Ongeboren Brahmâ is Mij zo lief als de zuivere
toegewijde', hebt U Zichzelf toegankelijk gemaakt voor onze
ogen [zie ook 7.7:
51-52,
10.9.20-21,
10.
47: 58-63].
You
have said, "Neither Ananta, Goddess S'rî nor unborn
Brahmâ is dearer to Me than My unalloyed devotee." To
prove Your own words true, You have now revealed Yourself to
our eyes.
Tekst
33
Wie ook, welke
persoon van kennis op deze manier, zou Uw lotusvoeten in de
steek laten met U die Zichzelf geeft aan de wijzen die
vreedzaam zijn zonder bezittingen van henzelf?
What
person who knows this truth would ever abandon Your lotus
feet, when You are ready to give Your very self to peaceful
sages who call nothing their own?
Tekst
34
Nederdalend in
de Yadu-dynastie voor de mensen gevangen in de wereldse liefde
[samsâra]
hebt U, om dat een halt toe te roepen, Uw faam verbreid welke
de zonden van de drie werelden wegneemt.
Appearing
in the Yadu dynasty, You have spread Your glories, which can
remove all the sins of the three worlds, just to deliver
those entrapped in the cycle of birth and death.
Tekst
35
Alle eer aan U
Krishna, de Allerhoogste Heer steeds nieuw in Zijn
intelligentie, aan Nara-Nârâyana,
volmaakt van vrede in het ondergaan van de
boetedoeningen.
Obeisances
to You, the Supreme Personality of Godhead, Lord Krishna,
whose intelligence is ever unrestricted. Obeisances to the
sage Nara-Nârâyana, who always undergoes
austerities in perfect peace.
Tekst
36
AlstUblieft o
Alomtegenwoordige, verblijf, vergezeld van de tweemaal
geborenen, een paar dagen bij ons thuis en verlos met het stof
van Uw voeten deze dynastie van Nimi.'
Please
stay a few days in our house, along with these
brâhmanas, O all- pervading one, and with the dust of
Your feet sanctify this dynasty of Nimi.
Tekst
37
S'rî
S'uka zei: 'Aldus door de koning uitgenodigd bleef de Opperheer
en Handhaver van de Ganse Wereld, daarmee de mannen en vrouwen
van Mithilâ het geluk brengend.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Thus invited by the
King, the Supreme Lord, sustainer of the world, consented to
stay for some time to bestow good fortune on the men and
women of Mithilâ.
Tekst
38
S'rutadeva, net
als Bahulas'va Krishna bij hem thuis ontvangend, boog neer voor
de wijzen bij gelegenheid waarvan hij verrukt danste met
wapperende kleren.
S'rutadeva
received Lord Acyuta into his home with as much enthusiasm
as that shown by King Bahulâs'va. After bowing down to
the Lord and the sages, S'rutadeva began to dance with great
joy, waving his shawl.
Tekst
39
Ze plaats doen
nemend op matten van darbha-gras
welke hij aansleepte, begroette hij hen met woorden ter
verwelkoming en waste hij tevreden samen met zijn vrouw hun de
voeten.
After
bringing mats of grass and darbha straw and seating his
guests upon them, he greeted them with words of welcome.
Then he and his wife washed their feet with great
pleasure.
Tekst
40
Met het water
overgoot hij, dolblij al zijn wensen in vervulling gegaan te
zien, allervroomst zichzelf, zijn huis en zijn familie.
With
the wash water, the virtuous S'rutadeva copiously sprinkled
himself, his house and his family. Overjoyed, he felt that
all his desires had now been fulfilled.
Tekst
41
Met offers van
vruchten, geurige wortel [us'îra], zuiver
nectarzoet water, aromatische klei, tulsîblaadjes,
kus'a-gras
en lotusbloemen vereerde hij hen met alle beschikbare middelen
van aanbidding en met voedsel bevorderlijk voor de stemming der
goedheid [zie B.G.
17: 8].
He
worshiped them with offerings of auspicious items easily
available to him, such as fruits, us'îra root, pure,
nectarean water, fragrant clay, tulasî leaves, kus'a
grass and lotus flowers. Then he offered them food that
increases the mode of goodness.
Tekst
42
Hij probeerde
te begrijpen: 'Om welke reden kon het mij, neergevallen in de
overwoekerde put van het gezinsleven, zo toevallen om te gaan
met Krishna en deze goddelijke mensen waarin Hij zich ophoudt;
het is waarlijk het stof van hun voeten dat de waardigheid van
alle heilige plaatsen uitmaakt.
He
wondered: How is it that I, fallen into the blind well of
family life, have been able to meet Lord Krishna? And how
have I also been allowed to meet these great
brâhmanas, who always carry the Lord within their
hearts? Indeed, the dust of their feet is the shelter of all
holy places.
Tekst
43
Met hen
comfortabel gezeten en de gastvrijheid betoond, sprak
S'rutadeva, met zijn vrouw, verwanten en kinderen nabij
gezeten, terwijl Hij zijn voeten masseerde.
When
his guests were seated comfortably, having each received a
proper welcome, S'rutadeva approached them and sat down
nearby with his wife, children and other dependents. Then,
while massaging the Lord's feet, he addressed Krishna and
the sages.
Tekst
44
S'rutadeva zei:
'Het is niet enkel vandaag dat we de visie hebben verkregen van
de Allerhoogste Persoonlijkheid; in feite is dat zo sedert Hij,
met het met Zijn energieën scheppen van dit universum, het
universum binnenging in Zijn eigen staat van
[bovenzinnelijk] zijn [als avatâra's].
S'rutadeva
said: It is not that we have attained the audience of the
Supreme Person only today, for we have in fact been
associating with Him ever since He created this universe
with His energies and then entered it in His transcendental
form.
Tekst
45
Hij verschijnt
gelijk een slapende persoon die een droom binnengaat, alleen
met zijn geest middels zijn eigen voorstellingsvermogen een
aparte wereld scheppend.
The
Lord is like a sleeping person who creates a separate world
in his imagination and then enters his own dream and sees
himself within it.
Tekst
46
Voor die mensen
verschijnt U in het hart die met geesten zuiver keer op keer
over U vernemen, over U spreken en, U de eer betuigend, U
aanbidden en converseren over U.
You
reveal Yourself within the hearts of those persons of pure
consciousness who constantly hear about You, chant about
You, worship You, glorify You and converse with one another
about You.
Tekst
47
Hoewel zich
bevindend in het hart bent U ver weg voor geesten die zich
opwinden over materiële activiteiten; hoewel men op eigen
kracht geen vat op U kan krijgen, bent U die harten nabij die
Uw kwaliteiten realiseerden [zie ook B.G.
7:
25].
But
although You reside within the heart, You are very far away
from those whose minds are disturbed by their entanglement
in material work. Indeed, no one can grasp You by his
material powers, for You reveal Yourself only in the hearts
of those who have learned to appreciate Your transcendental
qualities.
Tekst
48
Mogen er mijn
eerbetuigingen zijn voor U, de Allerhoogste Geest voor hen die
de Superziel kennen, de Ene die [als de Tijd] de
geconditioneerde ziel de Dood brengt; Hij die gedaanten
aannemend die een oorzaak hebben [het universum] en
zonder een oorzaak zijn [het transcendentale],
[respectievelijk] in de weg staat en [dan weer
nederdalend voor Uw toegewijden] de blik verruimt middels
Uw eigen begoochelende vermogen.
Let
me offer my obeisances unto You. You are realized as the
Supreme Soul by those who know the Absolute Truth, whereas
in Your form of time You impose death upon the forgetful
souls. You appear both in Your causeless spiritual form and
in the created form of this universe, thus simultaneously
uncovering the eyes of Your devotees and obstructing the
vision of the nondevotees.
Tekst
49
U als Hem,
gebiedt ons Uw dienaren. Wat o God staat ons te doen? Oh, het
hebben van dit van U, Uw goede Zelf, zichtbaar voor onze ogen,
is wat een einde maakt aan de moeilijkheden die de mensheid
heeft!'
S'rî
S'ukadeva Gosvâmî said: After hearing S'rutadeva
speak these words, the Supreme Personality of Godhead, who
relieves His surrendered devotees' distress, took
S'rutadeva's hand in His own and, smiling, spoke to him as
follows.
Tekst
50
S'rî
S'uka zei: 'Aanhorend wat hij aldus tot Hem zei, sprak de
Opperheer, de Vernietiger van het Leed van de Overgegevenen,
tot hem, met een brede glimlach zijn hand in de Zijne
nemend.
S'rî
S'ukadeva Gosvâmî said: After hearing S'rutadeva
speak these words, the Supreme Personality of Godhead, who
relieves His surrendered devotees' distress, took
S'rutadeva's hand in His own and, smiling, spoke to him as
follows.
Tekst
51
De Opperheer
zei: 'O brahmaan, u moet weten dat deze wijzen kwamen met de
bedoeling u te zegenen; met Mij rondtrekkend, zuiveren ze alle
werelden met het stof van hun voeten.
The
Supreme Lord said: My dear brâhmana, you should know
that these great sages have come here just to bless you.
They travel throughout the worlds with Me, purifying them
with the dust of their feet.
Tekst
52
De
beeltenissen, bedevaartsoorden en heilige rivieren aanschouwd,
aangeraakt en aanbeden zuiveren geleidelijk aan, maar door de
blik van hem die het meest aanbiddelijk is wordt dat alles in
één keer bereikt [zie ook
4.30:
37,
7.9:
44,
10.9:21,
10.84:
11].
One
can gradually become purified by seeing, touching and
worshiping temple deities, places of pilgrimage and holy
rivers. But one can attain the same result immediately
simply by receiving the glance of exalted sages.
Tekst
53
Een brahmaan is
van geboorte de beste van alle levende wezens, en wat zou hij
niet nog meer voor Me betekenen, als hij door zijn ascese, zijn
geleerdheid en zijn tevredenheid begiftigd is met
een
greep op de tijd
[van dit Kali-tijdperk, zie ook **
en kâla]!
By
his very birth, a brâhmana is the best of all living
beings in this world, and he becomes even more exalted when
he is endowed with austerity, learning and
self-satisfaction, what to speak of devotion to Me.
Tekst
54
Deze vierarmige
gedaante is Me niet zo dierbaar als een brahmaan is; een man
van [brahmaanse] geleerdheid omvat al de Veda's
inderdaad zoals Ik al de goden omvat [zie ook
10.84:
12].
Even
My own four-armed form is no dearer to Me than a
brâhmana. Within himself a learned brâhmana
comprises all the Vedas, just as within Myself I comprise
all the demigods.
Tekst
55
Zij die
bedorven in hun intelligentie er niet in slagen het op deze
manier te begrijpen, gedragen zich, nalatig, afgunstig jegens
de man van [brahmaanse] geleerdheid, hun goeroe, Mij,
hun eigenlijke Zelf; terwijl ze de zichtbare vorm van een
godsbeeld wel het aanbidden waard vinden.
Ignorant
of this truth, foolish people neglect and enviously offend a
learned brâhmana, who, being nondifferent from Me, is
their spiritual master and very self. They consider
worshipable only such obvious manifestations of divinity as
My Deity form.
Tekst
56
Het bewegende
en niet-bewegende van dit universum zowel als de
elementaire
categorieën
daaraan ten grondslag liggend, worden door de geleerde met
achting voor Mij in gedachten gehouden als zijnde vormen van
Mij [zie ook B.G.
5: 18].
Because
he has realized Me, a brâhmana is firmly fixed in the
knowledge that everything moving and nonmoving in the
universe, and also the primary elements of its creation, are
all manifest forms expanded from Me.
Tekst
57
Derhalve o
brahmaan aanbidt enkel, met Mij van geloof, deze brahmaanse
zieners, en aldus te werk gaand zal Ik daar rechtstreeks mee
aanbeden zijn; niet op enige andere wijze als met [b.v. het
aanbieden van] grote schatten [en dergelijke].'
Therefore
you should worship these brâhmana sages, O
brâhmana, with the same faith you have in Me. If you
do so, you will worship Me directly, which you cannot do
otherwise, even with offerings of vast riches.
Tekst
58
S'rî
S'ûka zei: 'Hij als ook de koning van Mithilâ op
deze manier geïnstrueerd door de Heer, bereikte door met
doelbewuste toewijding Krishna en Zijn gezelschap van de meest
verheven tweemaal geborenen te aanbidden, de bovenzinnelijke
bestemming.
S'rî
S'uka said: So instructed by his Lord, with single-minded
devotion S'rutadeva worshiped S'rî Krishna and the
topmost brâhmanas accompanying Him, and King
Bahulâs'va did the same. Thus both S'rutadeva and the
King attained the ultimate transcendental
destination.
Tekst
59
De Opperheer
van Toewijding tot de Toegewijden, aldus verblijvend en de twee
toegewijden onderrichtend over het pad der waarachtigen
[***],
o Koning, keerde toen terug naar
Dvârakâ.
O
King, thus the Personality of Godhead, who is devoted to His
own devotees, stayed for some time with His two great
devotees S'rutadeva and Bahulâs'va, teaching them the
behavior of perfect saints. Then the Lord returned to
Dvârakâ.
* De
tridanda is een staf meegevoerd door de vaishnava
sannayâsi's die het drievoudige symboliseert van de
verzaking in gedachten, spraak en handelen. In al deze drie
heeft de verzaker de gelofte afgelegd Vishnu te dienen. De staf
bestaat uit drie stokken gewikkeld in saffraankleurige stof met
een klein stokje extra erbij gewikkeld aan de
bovenkant.
** De
Tijd is de Heer Zijn onpersoonlijke aspect. De p
a r a m p a r â
zegt: 'Het wordt verstaan van de Vedische wetenschap der
epistemologie, de 'Nyâya-s'âstra', dat
kennis van een object (prameya) afhangt van een valide
methode van kennen (pramâna)' (pp 10.86:
54).
Zo zou het kennen van K
r i s h n a
in de vorm van de Tijd zoals-Hij-is (Ik ben de Tijd, het licht
van de zon en de maan, zoals Hij in de Gîtâ zegt),
door middel van klokken valide lopend naar Zijn natuur, de zon,
zoals met een zonnewijzer, en kalenders geldig ingesteld naar
Zijn orde, de maan, zoals met de maanfasen, de juiste
brahmaanse gedragswijze vormen. Met weken naar de maan en
klokken naar de zon, zou de standaardtijd met de doodsheid van
de gemiddelde tijd, de willekeurige valse eenheid van de
zonetijd en de instabiliteit van de zomertijd, dan de tijd van
onwetendheid zijn in ontkenning van K
r i s h n a,
de vader van de Tijd, zelfs hoewel K
r i s h n a
de aanbidding van het pragmatische en dus karmische dictaat van
de standaardtijd erkent, maar niettemin die halfgodenaanbidding
verkeerd en minder aantrekkelijk noemt [in 1'2:
26].
[zie ook cakra,
kâla
en B.G. 9.23,
10:
21,
30
& 33,
7:
8 en
Bhâgavatam
timequotes]
***
Prabhupâda voegt hier aan toe: "De les die we leren uit
dit verhaal is dat Koning Bahulâs'va en S'rutadeva de
brâhmana door de Heer werden geaccepteerd op hetzelfde
nivo omdat ze beiden zuivere toegewijden waren. Dit is de ware
kwalificatie om erkend te worden door de Allerhoogste
Persoonlijkheid van God."
