S'rî
S'uka zei: 'Toen Prithâ, de dochter van de koning van
Subala [Gândhârî] en Draupadî,
Subhadrâ en de vrouwen van de koningen zowel als Zijn
gopî's, vernamen over de liefdevolle gehechtheid
[van de echtgenotes] aan Krishna, Heer Hari, de Ziel
van Allen, waren ze allen, met tranen in hun ogen, zeer
verwonderd.
S'rî
S'uka zei: 'Toen Prithâ, de dochter van de koning van
Subala [Gândhârî] en
Draupadî, Subhadrâ en de vrouwen van de koningen
zowel als Zijn gopî's, vernamen over de liefdevolle
gehechtheid [van de echtgenotes] aan Krishna, Heer
Hari, de Ziel van Allen, vielen allen, met tranen in hun
ogen, in grote verbazing. (Vedabase)
Tekst
2-5
Terwijl de
vrouwen zich aldus onderhielden met de vrouwen en de mannen met
de mannen, arriveerden ter plekke met het verlangen Krishna en
Râma te zien, de wijzen Dvaipâyana, Nârada,
Cyavana, Devala en Asita; Vis'vâmitra, S'atânanda,
Bharadvâja en Gautama; Heer Paras'urâma en zijn
discipelen, Vasishthha, Gâlava, Bhrigu, Pulastya en
Kas'yapa; Atri, Mârkandeya en Brihaspati; Dvita, Trita,
Ekata en de zonen van Brahmâ [de vier
Kumâra's] alsook Angirâ, Âgastya,
Yâjñavalkya en anderen met Vâmadeva aan het
hoofd.
Terwijl
de vrouwen zich aldus onderhielden met de vrouwen en de
mannen met de mannen, arriveerden ter plekke met het
verlangen Krishna en Râma te zien, de wijzen
Dvaipâyana, Nârada, Cyavana, Devala en Asita;
Vis'vâmitra, S'atânanda, Bharadvâja en
Gautama; Heer Paras'urâma en zijn discipelen,
Vasishthha, Gâlava, Bhrigu, Pulastya en Kas'yapa;
Atri, Mârkandeya en Brihaspati; Dvita, Trita, Ekata en
de zonen van Brahmâ [de vier Kumâra's]
als ook Angirâ, Âgastya,
Yâjñavalkya en anderen met Vâmadeva aan
het hoofd. (Vedabase)
Tekst
6
Toen ze hen
zagen stonden de Pândava's, Krishna, Râma, de
koningen en anderen die gezeten waren, meteen op om zich te
verbuigen voor hen die door het ganse universum worden
geëerd.
Toen
ze hen zagen stonden de Pândava's, Krishna,
Râma, de koningen en anderen die tot dusverre
nederzaten, meteen op om zich te verbuigen voor hen die door
het ganse universum worden geëerd.
(Vedabase)
Tekst
7
Zij allen, met
inbegrip van Râma en Acyuta, bewezen hen samen naar
behoren de eer met begroetingen, zitplaatsen, water om hun
voeten te wassen en om te drinken, bloemenslingers, wierook en
sandelhoutpasta.
Zij
allen, met inbegrip van Râma en Acyuta, bewezen hen
tezamen naar behoren de eer met begroetingen, zitplaatsen,
water om hun voeten te wassen en om te drinken,
bloemenslingers, wierook en sandelhoutpasta.
(Vedabase)
Tekst
8
De Allerhoogste
Heer die met Zijn belichaming het dharma verdedigt, sprak in de
met stille aandacht luisterende vergadering van de er
comfortabel gezeten grote zielen toe.
De
Allerhoogste Heer in den vleze het dharma verdedigend, sprak
in de met stille aandacht luisterende vergadering de
comfortabel gezeten grote zielen
toe.
(Vedabase)
Tekst
9
De Opperheer
zei: 'Wij die deze geboorte verwierven plukken er nu
gezamenlijk de vrucht van: de aanwezigheid van de meesters van
de yoga die zelfs door de halfgoden maar zelden wordt
verkregen.
De
Opperheer zei: 'Wij bij elkaar die geboren raakten plukken
er nu de vrucht van: de aanblik van de meesters van de yoga
die zelfs door de halfgoden maar zelden wordt verkregen.
(Vedabase)
Tekst
10
Hoe kan het zo
zijn dat menselijke wezens die pover in hun verzaking God in de
gedaante van de beeltenis in de tempel voor ogen hebben, nu in
uw gezelschap mogen verkeren en u aan mogen raken, vragen mogen
stellen, zich voorover mogen buigen en van eerbetoon mogen zijn
aan uw voeten en dat alles?
Hoe
kan het dat menselijke wezens met ogen voor God als de
beeltenis in de tempel, nu in audiëntie aan mogen
raken, vragen mogen stellen, ons voorover mogen buigen en
van eerbetoon mogen zijn aan de voeten en zo meer?
(Vedabase)
Tekst
11
Door enkel maar
u, de heiligen, te zien raakt men terstond gezuiverd, terwijl
dat niet zo is met de heilige plaatsen bestaande uit water of
de beeltenissen vervaardigd uit klei waarmee het slechts
geleidelijk aan plaatsvindt [1.13:
10].
Gezuiverd
door enkel maar u te zien, de heiligen, zijn het niet de
heilige plaatsen bestaande uit water noch de beeltenissen
vervaardigd uit klei waarmee het zo lang duurt voordat dat
gebeurt [1.13: 10]. (Vedabase)
Tekst
12
Niet het vuur,
noch de zon, de maan of het firmament, niet de aarde, het
water, de ether, de adem, de spraak, noch de geest nemen, als
ze worden aanbeden, de zonden weg van hen die in materiële
tegenstellingen zijn gevangen; maar ze worden weggevaagd door
slechts een enkel moment een man van [brahmaanse]
scholing van dienst te zijn.
Noch
het vuur, noch de zon, de maan noch het firmament, noch de
aarde, het water, de ether, de adem, de spraak, noch de
geest nemen, aanbeden zijnde, de zonden weg van hen die de
dingen tegenover elkaar plaatsen; ze worden weggevaagd door
een enkel moment van dienst aan de mannen van
[brahmaanse] scholing. (Vedabase)
Tekst
13
Hij met het
idee van zichzelf als zijnde het lichaam dat zo kan stinken met
zijn drie elementen [van slijm, gal en lucht], met de
notie van een echtgenote en dat alles als zijnde zijn eigendom,
met zijn omzien naar klei als iets aanbiddelijks, met de
gedachte van water als zijnde een bedevaartsoord, is, [door
de uiterlijkheden beheerst zijnde en] nimmer op het wijze
in de man afgaande, werkelijk niet veel beter dan een koe of
een ezel.'
Hij
met het idee van zichzelf als zijnde het lichaam dat stinkt
met zijn drie elementen [van slijm, gal en lucht],
met de notie van een echtgenote en dat alles als zijnde zijn
eigendom, met zijn omzien naar klei als iets aanbiddelijks,
met de gedachte van water als zijnde een bedevaartsoord, is,
[afgaande op uiterlijkheden maar] nimmer naar het
wijze in de man, waarlijk als een koe of een ezel.'
(Vedabase)
Tekst
14
S'rî
S'uka zei: 'Toen ze dit vernamen uit de mond van de
Allerhoogste Heer Krishna die Onbegrensd is in Zijn Wijsheid,
waren de geschoolden stil, onthutst over de woorden die ze maar
moeilijk konden verteren.
S'rî
S'uka zei: 'Toen ze dit vernamen uit de mond van de
Allerhoogste Heer Krishna Onbegrensd in de Wijsheid, waren
de geschoolden stil, onthutst over de woorden die ze maar
moeilijk konden bevatten. (Vedabase)
Tekst
15
De wijzen
moesten een tijdje peinzen over de Allerhoogste Heer en [de
manier waarop Hij zich verplaatste] in een ondergeschikte
positie. Ze kwamen tot de conclusie dat het was bedoeld om de
mensen een licht op te steken en richtten zich toen met een
glimlache tot Hem, de Geestelijk Leraar van het
Universum.
De
wijzen die een tijdje peinsden over de Allerhoogste
Beheerser en [Zijn aannemen van] de positie van het
beheerst zijn, kwamen tot de slotsom dat het was bedoeld om
de mensen een licht op te steken en richtten zich
glimlachend tot Hem, de Geestelijk Leraar van het Universum.
(Vedabase)
Tekst
16
De
achtenswaardige wijzen zeiden: 'Ach, wij, de beste kenners der
waarheid en belangrijkste scheppers van het universum, zijn
begoocheld door de macht van de materiële illusie
teweeggebracht door de handelingen van de Opperheer, van Hem
die zo verbazingwekkend verdekt in Zijn praktijken doet alsof
Hij degene is die beheerst wordt.
De
achtenswaardige wijzen zeiden: 'Ach, wij, de beste kenners
der waarheid en belangrijkste scheppers van het universum,
zijn begoocheld door de macht van de materiële illusie
van de handelingen van de Opperheer, die zo verbazingwekkend
verdekt in Zijn praktijken doet alsof Hij degene is die
beheerst wordt.
(Vedabase)
Tekst
17
Moeiteloos
schept Hij, geheel op eigen kracht, de veelvoud van dit
universum en handhaaft Hij en vernietigt Hij zonder Zelf
verstrikt te raken. Hij is in Zijn handelingen net als het
element aarde met de vele namen en vormen van zijn
transformaties; och, wat een acteur is de Almachtige met al wat
Hij doet [zie ook 8.6:
10]!
Moeiteloos
schept Hij, helemaal op Zichzelf, de veelvoud van dit
universum en handhaaft en vernietigt Hij zonder verstrikt te
raken, waarlijk net zoals de aarde niet verstrikt raakt in
zijn transformaties met het hebben van vele vormen en namen;
och, welk een schijn vormen de handelingen van de Almachtige
[zie ook 8.6: 10]! (Vedabase)
Tekst
18
Niettemin neemt
Uw goede Zelf, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van de Ziel,
bij tijden, om Uw mensen te beschermen en de slechten af te
straffen, de geaardheid van de goedheid aan, de geaardheid
waarin U middels Uw spel en vermaak het eeuwige vedische pad
van de varnâs'rama statusoriëntaties
handhaaft [zie ook sanâtana
dharma].
Niettemin
neemt Uw goede Zelf, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van
de Ziel, bij tijden, om Uw mensen te beschermen en de
slechten af te straffen, de geaardheid van de goedheid aan,
middels Uw spel en vermaak het eeuwige vedische pad van de
varnâs'rama statusoriëntaties handhavend [zie
ook sanâtana dharma].
(Vedabase)
Tekst
19
Het spirituele
[het 'brahma']
is Uw zuivere hart waarin met verzakingen, studie en het zich
inwaarts keren geconcentreerd in meditatie
[samyama] het eeuwige manifeste en
niet-manifeste wordt gerealiseerd alsook het transcendentale
erbij [zie ook B.G.
7: 5].
Het
spirituele [het 'brahma'] is uw zuivere hart waarin
met verzakingen, studie en het zich inwaarts keren
geconcentreerd in meditatie [samyama] het eeuwige
manifeste en niet-manifeste wordt gerealiseerd als ook het
transcendentale erbij [zie ook: B.G. 7: 5].
(Vedabase)
Tekst
20
Om die reden
bewijst U, o Absolute Waarheid, Uw respect voor de gemeenschap
der brahmanen waarvan men met de hulp van de perfecten onder
hen de geopenbaarde geschriften kan begrijpen, en zo geeft U
dan leiding aan hen die van respect zijn voor het
brahmaanse.
Om
die reden bewijst U, o Absolute van de Waarheid, Uw respect
voor de gemeenschap der brahmanen, door middel van de
volmaakten van wie de geopenbaarde geschriften worden
begrepen, en zo bent U de leider van hen die van respect
zijn voor het brahmaanse. (Vedabase)
Tekst
21
Vandaag zien we
[inderdaad] onze geboorte, opleiding, verzakingen en
visie vrucht dragen, omdat het het doel is van de gelouterden
om omgang te verkrijgen met U, de Gulden Middenweg, het
Uiteindelijke van alle Welzijn.
Vandaag
zien we [inderdaad] onze geboorte, opleiding,
verzakingen en visie vrucht dragen; met U omgang te
verkrijgen is het doel van de geheiligden aangezien U de
Limiet vormt, het Uiteindelijke van alle Welzijn.
(Vedabase)
Tekst
22
Onze
eerbetuigingen voor Hem, de Allerhoogste Heer wiens wijsheid
steeds weer nieuw is, [U] Krishna, de Superziel die met
Zijn yogamâyâ Zijn eigen glorie
overdekt.
Onze
eerbetuigingen voor Hem, de Allerhoogste Heer steeds nieuw
in Zijn wijsheid, [U] Krishna, de Superziel die met
Zijn yoga-mâyâ Zijn eigen glorie overdekt.
(Vedabase)
Tekst
23
Geen van deze
koningen die Uw gezelschap genieten, noch de Vrishni's, kennen
U, die bent verhuld door het gordijn van
mâyâ, als de Allerhoogste Ziel, de Tijd en
de Beheerser [B.G.
6: 26].
Geen
van deze koningen genietend met U, noch de Vrishni's, kennen
U, verhuld door het gordijn van mâyâ, als de
Allerhoogste Ziel, de Tijd en de Beheerser [B.G. 6:
26]. (Vedabase)
Tekst
24-25
Zoals een
persoon in slaap zichzelf een alternatieve werkelijkheid
voorstelt met de namen en gedaanten die hij zich voor de geest
haalt en daarmee geen weet heeft van een aparte werkelijkheid
die daar los van staat, heeft men, op dezelfde manier namen en
gedaanten hebbend, met U geen idee omdat de heugenis niet
constant is als gevolg van de activiteit van de zinnen die met
Uw mâyâ het bewustzijn verbijsteren
[vergelijk B.G.
4: 5 en
4.29:
1b,
10.1:
41 en
7.7:
25].
Zoals
een persoon in slaap zichzelf een alternatieve werkelijkheid
voorstellend met namen en gedaanten met wat hij zich voor de
geest haalt geen weet heeft van een aparte werkelijkheid
daar los van staande, heeft men met U, op dezelfde manier
namen en gedaanten hebbend, door de activiteit van de zinnen
met Uw mâyâ verbijsterd rakend in het
bewustzijn, geen idee vanwege de discontinuïteit van
het geheugen [vergelijk B.G. 4.5 en 4.29:1b, 10.1: 41 en
7.7: 25]. (Vedabase)
Tekst
26
Heden hebben we
van U de voeten, de oorsprong van de Ganges die de overmaat aan
zonden wegwast, mogen aanschouwen; [met hen] goed
geïnstalleerd in het hart wordt door hen wiens
yogapraktijk rijpte en de toegewijde dienst zich volledig
ontwikkelde, de materiële mentaliteit, de overdekking van
hun individuele zielen, vernietigd en de bestemming van U
bereikt - dus alstUblieft, toon Uw toegewijden Uw genade.'
Dat
van U, de voeten, de oorsprong van de Ganges, die de
overmaat aan zonden weg wassen, hebben we vandaag
aanschouwd; [met hen] goed geïnstalleerd in het
hart wordt door hen wiens yogapraktijk rijpte en de
toegewijde dienst zich volledig ontwikkelde, de
materiële mentaliteit, de overdekking van hun
individuele zielen, vernietigd en de bestemming van U
bereikt - dus alstublieft, toon Uw toegewijden Uw genade.'
(Vedabase)
Tekst
27
S'uka zei:
'Nadat ze dit gezegd hadden, namen de wijzen afscheid van
Das'ârha [Krishna], Dhritarâshthra en
Yudhishthhira, o wijze onder de koningen, en troffen ze
voorbereidingen om terug te keren naar hun
hermitages.
S'uka
zei: 'Hiermee afscheid nemend van Dâs'ârha
[Krishna], Dhritarâshthra en Yudhishthhira, o
wijze onder de koningen, overwogen de wijzen terug te keren
naar hun hermitages. (Vedabase)
Tekst
28
Toen de alom
geroemde Vasudeva dit zag benaderde hij hen en greep hij, zich
verbuigend, hun voeten beet met het zorgvuldig onder woorden
brengen van de volgende afweging.
Toen
hij dit zag benaderde de overal geroemde Vasudeva hen en
greep hij, zich buigend, hun voeten beet de volgende
zorgvuldig overwogen woorden tot uitdrukking
brengend.
(Vedabase)
Tekst
29
S'rî
Vasudeva zei: 'Mijn eerbetuigingen voor u die al de goden
vertegenwoordigt [*].
O zieners, alstublieft luister, zeg ons dit: hoe kunnen we van
ons karma verlost raken door het verrichten van arbeid?'
S'rî
Vasudeva zei: 'Mijn eerbetuigingen aan u die al de goden
vertegenwoordigt [*], o zieners, alstublieft
luister, zeg ons dit: hoe kunnen we van ons karma verlost
raken door het verrichten van arbeid?'
(Vedabase)
Tekst
30
S'rî
Nârada zei: 'Beste geleerden, deze vraag die Vasudeva zo
leergierig stelde wat betreft zijn hoogste levensdoel is niet
zo verrassend, omdat hij over Krishna denkt als zijnde een kind
[van hem, zijn zoon].
S'rî
Nârada zei: 'Beste geleerden, dit zo leergierig vragen
stellen van Vasudeva over het hoogste goed voor zichzelf, is
niet zo verrassend, gezien het feit dat hij denkt aan
Krishna als zijnde een kind [van hem, zijn zoon].
(Vedabase)
Tekst
31
Als
stervelingen in deze wereld met elkaar omgaan gaat dat al gauw
ten koste van de achting die men voor elkaar heeft, zoals men
dat b.v. ook kan zien met iemand die aan de oever van de Ganges
woont maar elders zijn heil zoekt om zuivering te
vinden.
Het
voor stervelingen elkaar nabij staan alhier vormt een
oorzaak van minachting zoals dat b.v. met iemand aan de
Ganges wonend is die erop uit gaat om elders zuivering te
vinden. (Vedabase)
Tekst
32-33
[De
Heer] Zijn bewustzijn wordt om geen enkele reden, noch uit
zichzelf noch als gevolg van een invloed van buitenaf, in zijn
kwaliteiten ooit verstoord door het destructieve en creatieve
dat wordt teweeggebracht door de tijd van dit [universum,
zie B.G. 4:
14 en
10:
30]. Hij,
de Ene Beheerser zonder een Tweede, wiens bewustzijn niet is
aangedaan door hindernissen, materiële handelingen en hun
gevolgen en de geaardheden en hun stroom van veranderingen
[kles'a, karma en guna], wordt
door iemand anders [onwetend] beschouwd als zijnde
overdekt door Zijn eigen expansies van prâna en
andere elementen, precies zoals de zon wordt overdekt door
wolken, sneeuw of verduisteringen.'
[De
Heer] Zijn bewustzijn wordt om geen enkele reden, noch
uit zichzelf noch als gevolg van een invloed van buitenaf,
in zijn kwaliteiten ooit verstoord door het destructieve en
creatieve dat wordt teweeg gebracht door de tijd van dit
[universum, zie B.G. 4.14 en 10.30]; Hij, de
Beheerser zonder een Tweede, wiens bewustzijn niet is
aangedaan door hindernissen, materiële handelingen en
hun gevolgen en de geaardheden en hun stroom van
veranderingen [kles'a, karma en guna], wordt door
iemand anders [onwetend] beschouwd als zijnde
overdekt door Zijn eigen expansies van prâna en andere
elementen, precies zoals de zon wordt overdekt door wolken,
sneeuw of verduisteringen.'
(Vedabase)
Tekst
34
Toen, o Koning,
richtten de wijzen zich tot Vasudeva en zeiden ze terwijl al de
koningen alsook Acyuta en Râma toehoorden:
Toen,
o Koning, zeiden de wijzen zich tot Vasudeva richtend
terwijl al de koningen als ook Acyuta en Râma
toehoorden: (Vedabase)
Tekst
35
'Als zijnde
juist is vastgesteld dat het karma wordt tegengegaan door dit
werk: dat men met geloof met offers [levendig, als in een
kirtan] Vishnu aanbidt, de Heer van Alle
Offers.
'Als
zijnde juist is vastgesteld dat het karma wordt tegengegaan
door dit werk: dat men met geloof met offers [levendig,
als in een kirtan] Vishnu aanbidt, de Heer van Alle
Offers. (Vedabase)
Tekst
36
Dit is waarlijk
wat de geleerden door het oog van de S'âstra's aantoonden
als zijnde de makkelijkste manier om de geest tot vrede te
brengen; het is het yoga-dharma dat het hart genoegen
verschaft.
Dit
is waarlijk wat de geleerden door het oog van de
s'âstra's aantoonden als zijnde de makkelijkste manier
om de geest tot vrede te brengen; het is het yoga-dharma dat
het hart genoegen verschaft. (Vedabase)
Tekst
37
De tweemaal
geborene die thuis offers aan het brengen is behoort zuiver en
onzelfzuchtig met de toevertrouwde bezittingen van aanbidding
te zijn voor de Persoonlijkheid van God; dit is het pad dat
naar succes leidt [**].
De
tweemaal geborene die thuis offers aan het brengen is
behoort zuiver en onzelfzuchtig met de toevertrouwde
bezittingen van aanbidding te zijn voor de Persoonlijkheid
van God; dit is het pad dat naar succes leidt [**].
(Vedabase)
Tekst
38
Iemand die
intelligent is behoort het verlangen naar rijkdom te verzaken
door offers te brengen en liefdadig te zijn, het verlangen naar
een vrouw en kinderen te verzaken door zich bezig te houden met
huishoudelijke zaken en het verlangen naar een wereld voor
zichzelf [of een ander leven] te verzaken, o Vasudeva,
met behulp van de Tijd [door zijn effecten te bestuderen,
zie ook 9.5
en B.G. 3:
16]; allen
die nuchter waren verzaakten hun verlangens naar een huiselijk
bestaan en begaven zich voor boetedoeningen het bos in [zie
ook B.G. 2:
13].
Iemand
die intelligent is behoort het verlangen naar rijkdom te
verzaken door offers te brengen en liefdadig te zijn, het
verlangen naar een vrouw en kinderen te verzaken door zich
bezig te houden met huishoudelijke zaken en het verlangen
naar een wereld voor zichzelf [of een ander leven]
te verzaken, o Vasudeva, met behulp van de Tijd [door
zijn effecten te bestuderen, zie ook 9.5 en B.G. 3: 16];
allen die nuchter waren verzaakten hun verlangens naar een
huiselijk bestaan en begaven zich voor boetedoeningen het
bos in [zie ook B.G. 2:
13].
(Vedabase)
Tekst
39
Prabhu, een
tweemaal geboren iemand wordt geboren met drie schulden: de
schuld aan de goden, de wijzen en aan de voorvaderen; ze niet
inlossend door [respectievelijk] offers te brengen
[het celibaat b.v.], de geschriften te bestuderen en
met het leveren van bijproducten [kinderen, leerlingen of
boeken, zie ***]
zal hij, bij het verlaten van het lichaam, ten val komen
[terug in de materiële wereld].
Prabhu,
een tweemaal geboren iemand wordt geboren met drie schulden:
de schuld aan de goden, de wijzen en aan de voorvaderen; ze
niet inlossend door [respectievelijkelijk] offers te
brengen [het celibaat b.v.], de geschriften te
bestuderen en met bijproducten [kinderen, leerlingen of
boeken, zie ***] zal hij, bij het verlaten van het
lichaam, ten val komen [terug in de materiële
wereld]. (Vedabase)
Tekst
40
In feite bent u
echter reeds bevrijd van de twee van die schulden, de schuld
aan de wijzen en de schuld aan de voorvaderen o grootmoedige.
Maak uzelf nu vrij van schuld door aan de goden te offeren en
huis en haard achter te laten.
Maar
met u feitelijk bevrijd van de twee van hen naar de wijzen
toe en de voorvaderen, o grootmoedige, mag u nu, om vrij van
schulden te zijn, uzelf vrijmaken door aan de goden te
offeren en huis en haard achter te laten.
(Vedabase)
Tekst
41
O Vasudeva,
aangezien Hij de rol als zijnde uw zoon op Zich nam, moet uw
goede zelf [in een voorgaand leven] inderdaad wel met
toewijding grondig van aanbidding zijn geweest voor de
Allerhoogste Heer en Beheerser Aller Werelden [zie ook
10.3:
32-45 en
11.5:
41].'
O
Vasudeva, aangezien Hij de rol als zijnde uw zoon op Zich
nam, moet uw goede zelf [in een voorgaand leven]
inderdaad wel met toewijding grondig van aanbidding zijn
geweest voor de Allerhoogste Heer en Beheerser Aller
Werelden [zie ook 10.3: 32-45 en 11.5: 41].'
(Vedabase)
Tekst
42
S'rî
S'uka zei: Toen hij gehoord had wat ze hadden te zeggen, koos
Vasudeva voor de wijzen als zijn priesters en stemde hij ze
gunstig door zijn hoofd voorover te buigen.
S'rî
S'uka zei: Met het hebben aangehoord van hun woorden aldus
uitgesproken, koos Vasudeva de wijzen uit als zijn
priesters, ze gunstig stemmend door zijn hoofd voorover te
buigen. (Vedabase)
Tekst
43
De
rishi's, o Koning, hielpen hem toen met het strikt
volgens de religieuze voorschriften op het heilige veld
[van Kurukshetra] uitvoeren van vuuroffers met
excellente rituele voorzieningen.
De
rishi's, o Koning, uitverkozen door hem daarmee zo religieus
naar de principes, betrokken hem in de vuurrituelen in het
heilige veld [van Kurukshetra] met de meest
verfijnde rituele
voorzieningen.
(Vedabase)
Tekst
44-45
Toen zijn
inwijding aan de orde was, kwamen verheugd de Vrishni's, gebaad
en goed gekleed, met bloemenslingers om en rijkelijk opgesierd
naar de offertent. Ze kwamen samen met hun koninginnen die
gouden hangers om hun nekken hadden, in de fijnste kleren waren
gestoken en ingesmeerd met sandelhoutpasta o Koning, en daarbij
de artikelen voor de aanbidding in hun handen hielden.
Toen
zijn inwijding aan de orde was, kwamen verheugd de
Vrishni's, gebaad en goed gekleed, bloemenslingers om en
rijkelijk opgesierd, samen met hun koninginnen met gouden
hangers om hun nekken, in de fijnste kleren en ingesmeerd
met sandelhoutpasta, naar de offertent, o Koning, met de
artikelen voor de aanbidding in hun handen.
(Vedabase)
Tekst
46
Tweezijdige
kleien trommels, kleine trommeltjes, pauken en drums,
schelphoorns en andere muziekinstrumenten weerklonken,
mannelijke en vrouwelijke dansers dansten en de hofzangers en
lofprijzers zongen zoetgevooisd mee met de zangeressen uit de
hemel en hun echtgenoten.
Tweezijdige
kleien trommels, kleine trommeltjes, pauken en drums,
schelphoorns en andere muziekinstrumenten weerklonken,
mannelijke en vrouwelijke dansers dansten en de hofzangers
en lofprijzers zongen zoetgevooisd mee met de zangeressen
uit de hemel en hun echtgenoten.
(Vedabase)
Tekst
47
Zoals
schriftuurlijk voorgeschreven door de priesters besprenkeld met
gewijd water [voor zijn inwijding], zag hij met zijn
ogen zwart opgemaakt en zijn lichaam ingesmeerd met verse
boter, er met zijn achttien vrouwen [zie
9.24:
21-23 &
45]
uit alsof hij [- als de maan -] omringd was door de
sterren.
Zoals
schriftuurlijk voorgeschreven door de priesters besprenkeld
met gewijd water [voor zijn inwijding], zag hij met
zijn ogen zwart opgemaakt en zijn lichaam ingesmeerd met
verse boter, er met zijn achttien vrouwen [zie 9.24:
21-23 & 45] uit alsof hij [- als de maan -]
omringd was door de sterren. (Vedabase)
Tekst
48
Met hen allen
allerfijnst opgesierd zijden sârî's dragend,
met armbanden om, halskettingen, enkelbelletjes, en oorbellen,
straalde hij, geïnitieerd en gehuld in een hertenvel,
prachtig.
Met
hen allen allerfijnst opgesierd zijden sârî's
dragend, met armbanden om, halskettingen, enkelbelletjes, en
oorbellen, straalde hij, geïnitieerd gehuld in een
hertenvel, prachtig.
(Vedabase)
Tekst
49
O grote Koning,
zijn supervisors en priesters schitterden met hun juwelen en
kledingstukken van zijde als bevonden ze zich in het offerperk
van de doder van Vritra [Indra, zie 6.11].
O
grote Koning, zijn supervisors en priesters schitterden met
hun juwelen en kledingstukken van zijde als bevonden ze zich
in het offerperk van de doder van Vritra [Indra, zie
6.11]. (Vedabase)
Tekst
50
Op dat moment
traden ook de twee Heren Râma en Krishna evenzo glansrijk
naar voren, ieder begeleid door Hun eigen macht aan vrouwen,
zonen en familieleden als expansies van Henzelf.
Op
dat moment traden ook de twee Heren Râma en Krishna
even zo glansrijk naar voren, ieder begeleid door Hun eigen
macht aan vrouwen, zonen en familieleden als expansies van
Henzelf. (Vedabase)
Tekst
51
Vasudeva was
volgens de regels respectvol met alletwee de soorten van
offeren die men omschrijft als primair [naar de
s'ruti] en secundair [aangepast naar andere
bronnen, zie *4].
En zo was hij dan met uitgietingen in het vuur en dergelijke
van aanbidding voor de Heer van de Benodigdheden, de Mantra's
en de Rituelen.
Hij
aanbad volgens de regels met ieder soort van offer
gekenschetst als primair [naar de s'ruti] en
secundair [aangepast naar andere bronnen, zie *4],
met offerandes in het vuur en zo voorts, de Heer van de
Benodigdheden, de Mantra's en de
Rituelen.
(Vedabase)
Tekst
52
Vervolgens gaf
hij, op de aangegeven tijd, aan de priesters die reeds
rijkelijk opgesierd waren, giften uit dankbaarheid die hen nog
meer opsierden, alsook huwbare meisjes, koeien en land van
grote waarde.
Vervolgens
gaf hij, op de aangegeven tijd, aan de priesters die reeds
rijkelijk opgesierd waren, giften uit dankbaarheid die hen
nog meer opsierden, als ook huwbare meisjes, koeien en land
van grote waarde. (Vedabase)
Tekst
53
Na het
volbrengen van de plechtigheid uitgevoerd door de sponsor
[patnî-samyâja] en het afsluitende
ritueel [avabhrithya], baadden de grote wijzen,
met het voorop plaatsen van de geschoolden en de sponsor van de
yajña, in het meer van Heer Paras'urâma
[9.16:
18-19].
Na
het volbrengen van de plechtigheid uitgevoerd door de
sponsor [patnî-samyâja] en het
afsluitende ritueel [avabhrithya], baadden de grote
wijzen, met het voorop plaatsen van de geschoolden en de
sponsor van de yajna, in het meer van Heer Paras'urâma
[9.16: 18-19]. (Vedabase)
Tekst
54
Na dat bad
schonk hij sieraden en kleding weg aan de hofzangers en de
vrouwen en vereerde hij vervolgens in zijn mooiste kleren al de
klassen van mensen en zelfs de honden met voedsel.
Na
dat bad schonk hij sieraden en kleding weg aan de hofzangers
en de vrouwen en vereerde hij vervolgens in zijn mooiste
kleren al de klassen van mensen en zelfs de honden met
voedsel.
(Vedabase)
Tekst
55-56
Met de weelde
aan giften namen zijn verwanten en hun vrouwen en kinderen, de
leiders van de Vidarbha's, Kos'ala's, Kuru's,
Kâs'î's, Kekaya's en Sriñjaya's; de
supervisoren, de priesters, de verschillende soorten van
verlichte zielen, de gewone mensen, de paranormalen ['de
geesten'], de voorvaderen en de achtenswaardigen, allen
afscheid van het Verblijf van S'rî en vertrokken ze vol
van lof zijnde over het offer dat was gebracht.
Met
de weelde aan giften namen zijn verwanten en hun vrouwen en
kinderen, de leiders van de Vidarbha's, Kos'ala's, Kuru's,
Kâs'î's, Kekaya's en Sriñjaya's; de
supervisoren, de priesters, de verschillende soorten van
verlichte zielen, de gewone mensen, de paranormalen ['de
geesten'], de voorvaderen en de achtenswaardigen, allen
afscheid van het Verblijf van S'rî om te vertrekken
vol van lof over het offer dat was gebracht.
(Vedabase)
Tekst
57-58
De naaste
familieleden Dhritarâshthra en zijn jongere broer
[Vidura], Prithâ en haar zoons [Arjuna,
Bhîma en Yudhishthhira], Bhîshma, Drona, de
tweelingen [Nakula en Sahadeva], Nârada, en
Bhagavân Vyâsadeva en andere verwanten keerden
toen, hun vrienden en verwanten, de Yadu's, omhelzend en in hun
hart bewogen over de scheiding, met moeite terug naar hun
respectievelijke woonplaatsen zoals ook de rest van de gasten
dat deed.
De
naaste familieleden Dhritarâshthra en zijn jongere
broer [Vidura], Prithâ en haar zoons
[Arjuna, Bhîma en Yudhishthhira],
Bhîshma, Drona, de tweelingen [Nakula en
Sahadeva], Nârada, en Bhagavân
Vyâsadeva en andere verwanten keerden toen, hun
vrienden en verwanten, de Yadu's, omhelzend, in hun hart
bewogen over de scheiding met moeite terug naar hun
respectievelijke woonplaatsen zoals ook de rest van de
gasten dat deed. (Vedabase)
Tekst
59
Nanda samen met
de koeherders bleef uit genegenheid voor zijn verwanten en werd
door Krishna, Râma, Ugrasena en de rest in aanbidding
zeer ruimhartig vereerd.
Nanda
samen met de koeherders bleef uit genegenheid voor zijn
verwanten en werd door Krishna, Râma, Ugrasena en de
rest in aanbidding zeer ruimhartig vereerd.
(Vedabase)
Tekst
60
Vasudeva die
met gemak de oceaan was overgestoken van zijn grote ambitie
[zie ook 10.3:
11-12],
was er zeer mee in zijn sas en richtte zich, omringd door zijn
weldoeners, tot Nanda, waarbij hij zijn hand beroerde terwijl
hij sprak.
Vasudeva
die met gemak de oceaan was overgestoken van zijn grote
ambitie [zie ook 10.3: 11-12], was er zeer mee in
zijn sas en richtte zich, omringd door zijn weldoeners, tot
Nanda, zijn hand beroerend terwijl hij
sprak.
(Vedabase)
Tekst
61
S'rî
Vasudeva zei: 'De door God gesmede band van de mens die
genegenheid wordt genoemd is, zo meen ik, voor krijgslieden net
zo moeilijk op te geven als voor yogi's.
S'rî
Vasudeva zei: 'De door God gesmede band van de mens die
genegenheid wordt genoemd is, zo meen ik, voor krijgslieden
net zo moeilijk op te geven als voor yogî's.
(Vedabase)
Tekst
62
Ookal wordt de
vriendschap die jullie die zo heilig zijn bieden niet
beantwoord door ons die zo makkelijk vergeten wat jullie gedaan
hebben, neemt ze niettemin nimmer af want ze gaat alles te
boven.
Ookal
wordt de vriendschap geboden door jullie die zo heilig zijn
niet beantwoord door ons zo vergeetachtig met wat jullie
gedaan hebben, neemt ze niettemin nimmer af daar ze alles te
boven gaat. (Vedabase)
Tekst
63
In het verleden
[door Kamsa gevangen gezet] waren we er niet toe in
staat zorg te dragen voor jullie en nu het ons goed gaat, o
broeder, zien we met jullie recht voor ons, jullie niet
werkelijk staan blind als we zijn onder de invloed van de
weelde.
Voorheen
[door Kamsa gevangen gezet] waren we er niet toe in
staat zorg te dragen voor jullie en nu het ons goed gaat, o
broeder, zien we met jullie recht voor ons, jullie niet
werkelijk staan met onze ogen verblind onder de invloed van
de weelde.
(Vedabase)
Tekst
64
Moge voor een
persoon die uit is op het ware voordeel in het leven zich
nimmer het fortuin der koningen opwerpen, o jullie vol van
respect, daar hij met zijn blik aldus verduisterd zelfs zijn
eigen soortgenoten of vrienden niet ziet staan [vergelijk
10.10:
8].'
Moge
voor een persoon uit op het ware voordeel in het leven zich
nimmer het fortuin der koningen opwerpen, o jullie vol
respect, daar hij met zijn blik verduisterd daardoor zelfs
zijn eigen soortgenoten of vrienden niet ziet staan
[vergelijk 10.10: 8].' (Vedabase)
Tekst
65
S'rî
S'uka zei: 'Zich aldus met tranen in zijn ogen herinnerend wat
hij allemaal gedaan had uit vriendschap, moest
Ânakadundubhi, in zijn hart ontroerd door de intimiteit,
huilen.
S'rî
S'uka zei: 'Zich aldus met tranen in zijn ogen herinnerend
wat hij allemaal gedaan had uit vriendschap, moest
Ânakadundubhi, in zijn hart ontroerd door de
intimiteit, huilen.
(Vedabase)
Tekst
66
Nanda hield ook
veel van zijn zo heel warmhartige vriend en zei: 'Ik ga wel
later, ik ga morgen wel', maar bleef uit liefde voor Govinda en
Râma toen drie maanden langer met al de eer die hij
ontving van de Yadu's.
Nanda,
uit liefde voor Govinda en Râma, tot zijn zo openlijk
warmhartige vriend zeggende: 'Ik ga wel later, ik ga morgen
wel', bleef, geëerd door de Yadu's, toen drie
maanden.
(Vedabase)
Tekst
67-68
Nadat ze een
keur aan begerenswaardige zaken aangeboden hadden gekregen
zoals de meest kostbare sieraden, het fijnste linnen en
verschillende meubelstukken van onschatbare waarde, vertrok
hij, uitgewuifd door de Yadu's, samen met de luitjes van Vraja
en zijn familie. Ze hadden al de geschenken van Vasudeva,
Ugrasena, Krishna, Uddhava en anderen geaccepteerd en namen ze
met zich mee.
Overladen
met begerenswaardige zaken als de meest kostbare sieraden,
het fijnste linnen en verschillende meubelstukken van
onschatbare waarde, vertrok hij, uitgewuifd door de Yadu's,
samen met de luitjes van Vraja en zijn familie, onder
medeneming van de gaven geschonken door Krishna, Uddhava en
anderen. (Vedabase)
Tekst
69
Nanda, de
gopa's en de gopî's, niet in staat
Govinda's lotusvoeten uit hun hoofd te zetten, keerden
bijgevolg [heel wat keren] achterom kijkend, weer terug
naar Mathurâ.
Nanda,
de gopa's en de gopî's, niet in staat Govinda's
lotusvoeten uit hun hoofd te zetten, keerden bijgevolg
[heel wat keren] achterom kijkend, weer terug naar
Mathurâ. (Vedabase)
Tekst
70
Met hun
verwanten vertrokken merkten ze dat het regenseizoen zich
aandiende en gingen de Vrishni's, die Krishna als hun
aanbiddelijke godheid hadden, weer terug naar
Dvârakâ.
Met
hun verwanten vertrokken opmerkend dat het regenseizoen zich
aandiende, gingen de Vrishni's, die Krishna als hun
aanbiddelijke godheid hadden, weer terug naar
Dvârakâ. (Vedabase)
Tekst
71
Aan de mensen
[daar] deden ze verslag van de grote festiviteit en van
alles wat zich in relatie tot de heer van de Yadu's
[Vasudeva] en tot allen hen toegenegen die ze tijdens
hun bedevaart hadden ontmoet had afgespeeld [zie
10.82].'
Aan
de mensen [daar] deden ze verslag van de grote
festiviteit en dat alles die zich van de heer van de Yadu's
[Vasudeva] had voorgedaan en vertelden ze over allen
hen toegenegen die ze tijdens hun bedevaart hadden ontmoet
[zie 10.82]. (Vedabase)
*
Deze uitspraak, zo brengt ons de paramparâ in
herinnering, wordt ondersteund in de gezaghebbende
s'ruti-mantra's, welke verklaren 'yâvatîr
vai devatâs tâh sarvâ veda-vidi
brâhmane vasanti': "Welke halfgoden er ook bestaan,
ze houden zich allen in een brâhmana op die de
Veda kent."
**
De paramparâ voegt toe: 'Zowel S'rîdhara
Svâmî als S'rî Jîva Gosvâmî
zijn het op dit punt eens dat het rituele karma van vedische
offers met name is bedoeld voor gehechte huishouders. Zij die
reeds gelouterd zijn in Krishnabewustzijn, zoals Vasudeva zelf,
hoeven alleen maar hun geloof te cultiveren in de Heer Zijn
toegewijden, de beeltenis die men van Hem heeft, Zijn naam, de
overblijfselen van Zijn maaltijd en Zijn leringen zoals geboden
in de Bhagavad Gîtâ en het S'rîmad
Bhâgavatam.'
***
Het woord putra hier gebruikt heeft gewoonlijk
betrekking op een kind, maar betekent ook een pop of enig
kunstmatig iets om zorg voor te dragen zoals een huis, of
kunstwerken, een boek of een ander bijproduct zoals
Prabhupâda en zijn leerlingen het hebben genoemd in b.v.
3.28:
38 en
11.20:
27-28.
Letterlijk betekent het 'het redden uit de hel genaamd Put', de
plaats waar zij die kinderloos zijn verblijven.'
*4
De paramparâ verklaart: 'Het Brâhmana
gedeelte van de Vedische s'ruti specificeert de
volledige stap-voor-stap procedure van enkel maar een paar
prototypische offerplechtigheden, zoals het Jyotishthoma en het
Dars'a-pûrnamâsa. Dezen worden de
prâkrita, of de oorspronkelijke,
yajña's genoemd; de details van andere
yajña's moeten worden afgeleid uit de patronen
van deze prâkrita voorschriften overeenkomstig de
strenge regels van de Mîmâmsâ-s'âstra.
Aangezien andere yajña's dus bekend staan door
afleiding uit de prototypische offers worden ze
vaikrita, of "veranderd"
genoemd.'