Canto
10
Hoofdstuk 47: De Gopî Onthult haar Emoties: Het Lied van de Bij
(1-2) S'rî S'uka zei: 'Toen de vrouwen van Vraja hem, de dienaar van Krishna, zagen met zijn lange armen, zo jong als hij was, met zijn lotusogen, met een geel gewaad aan en een lotusslinger om en met zijn stralende lotusgezicht en gepolijste oorhangers, vroegen ze zich nogal verbluft af waar die knappe man vandaan was gekomen en bij wie hij, met Krishna's kleren en opsier, hoorde. Allen zo pratend dromden zich benieuwd om hem heen die werd beschut door de lotusvoeten van Uttamas'loka [de Heer Geprezen in de Geschriften]. (3) Met gepast respect nederig voor hem buigend en verlegen glimlachend met hun blikken, lieve woorden en dat alles, deden ze bij hem navraag, nadat ze hem apart hadden genomen en plaats hadden doen nemen op een kussen, want ze hadden begrepen dat hij een boodschapper was van de Meester van de Godin van het Fortuin. (4) 'We weten dat u naar hier bent gekomen als de persoonlijke metgezel van de aanvoerder van de Yadu's die als uw Meester u hierheen gestuurd heeft om met uw bemiddeling Zijn ouders een genoegen te doen. (5) We zouden echt niet weten wat er voor Hem anders voor gedenkwaardigs zou zijn in dit koeiengebied; de banden der genegenheid voor iemands verwanten zijn zelfs voor een wijze moeilijk te verzaken. (6) Het belang gesteld in anderen manifesteert zichzelf als vriendschap voor zolang als het duurt; het is een voorwendsel zo goed als de interesse die bijen tonen voor bloemen of die mannen tonen voor vrouwen. (7) Publieke vrouwen keren zich af van een berooid man, burgers keren zich af van een incompetente koning, afgestudeerden gaan weg bij hun leraar en priesters verlaat men na ze een vergoeding gegeven te hebben. (8) Vogels doen dat met een boom die zijn vruchten kwijt is en gasten met het huis waar ze aten; dieren verlaten het bos dat afbrandde en zo ook doet een minnaar dat als hij eenmaal een bekoorde vrouw heeft genoten.'
(9-10) De gopî's met Uddhava, de boodschapper van Krishna die in hun midden was aangekomen, zetten op die manier, met hun praten, hun lichamen en hun geesten gericht op Krishna, hun wereldse zorgen van zich af, zonder schroom zingend en huilend in de intense herinnering aan wat hun Lieveling allemaal had gedaan in Zijn kinder- en jeugdjaren. (11) Een [aangemerkt als Râdhâ, zie ook *] die een honingbij zag tijdens haar mediteren op de omgang met Krishna, stelde zich die voor als een boodschapper gestuurd door haar Geliefde en zei het volgende. (12) De gopî zei: 'O honingbij, jij vriend van een bedrieger, raak mijn voeten niet aan met je haartjes waaraan de kunkum nog kleeft van Zijn bloemenslinger die kwam van de borsten van onze rivale; van Hem die een boodschapper als jij eropuit stuurt heeft men een lage dunk in de vergadering der Yadu's - laat de Heer van Madhu [in plaats daarvan Zelf] van genade zijn voor de vrouwen! [prajalpa **] (13) Nu Hij ons eenmaal liet drinken van de nectar van Zijn verstandsverbijsterende lippen, heeft Hij ons plotsklaps verlaten alsof we maar wat bloemetjes zijn; ik vraag me af waarom, net als jij [o bij], de godin van het geluk [Padmâ] Zijn lotusvoeten dient - dat is zeker zo omdat, helaas, door de praatjes van Krishna ze van haar verstand werd beroofd [parijalpa ***]. (14) O meneertje zespoot, waarom zing je hier voor ons zo druk over de Meester van de Yadu's, oude vriendinnen van de Vriend van Vijaya [Arjuna], die hun thuis achter zich lieten; je kan maar beter over Zijn wederwaardigheden zingen voor de [huidige] vriendinnetjes van wie Hij [nu] de pijn van hun borsten heeft weggenomen - Zijn liefjes zullen je het soelaas bieden dat je zoekt [vijalpa *4]. (15) Welke vrouwen in de hemel, op aarde of lager zouden niet ter beschikking staan van Hem zo misleidend met Zijn charmante glimlachen en wenkbrauwbogen; wat is, als de echtgenote van de Fortuinlijke van aanbidding is met het stof van de voeten, nu de waarde van ons, wij voor wie zo miserabel Hij er tenminste is met de geluidsklank 'Uttamas'loka' [ujjalpa *5]? (16) Hou je koppetje weg van mijn voet! Ik ken je wel, jij expert die als een boodschapper van Mukunda de diplomatie van de vleierij leerde! Waarom zou ik me met Hem verzoenen die ons zo ondankbaar heeft verlaten, wij die ter wille van Hem in dit leven hun kinderen, echtgenoten, en al het overige hebben opgegeven [sañjalpa *6]? (17) Tegen de regels in schoot Hij [als Râma, zie 9.10 & 11] zo wreed als een jager de koning der apen neer [Vâlî], liet Hij zich inpalmen door een vrouw [Sîtâ], verminkte Hij een door lust geplaagde vrouw [S'ûrpanakhâ, de zuster van Râvana] en bond Hij, na Zijn eerbewijzen te hebben genoten [als Vâmana], Bali vast als was hij een kraai [zie 8.21]; daarom, genoeg over die Zwarte Knaap die van alle vriendschappen zo moeilijk op te geven is met het ons verliezen in de onderwerpen die Hem betreffen [avajalpa *7]. (18) De oren, slechts een enkele keer in een druppel delend van de nectar van het spel en vermaak dat Hij voortdurend aan de dag legde, verwijderen iemand geheel van de dualiteit en richten terstond het persoonlijke plichtsbesef te gronde, om reden waarvan vele mensen alhier, met het afwijzen van hun armzalige huisjes en families, als vogels er het levensonderhoud van het bedelen op nahouden [abhijalpa *8]. (19) Wij, met het voor waar houden van Zijn misleidende woorden, hebben als de dwaze wijfjes van het zwarte hert vertrouwen stellend in de lokroep van de jager, bij herhaling deze scherpe pijn van de lust ervaren teweeggebracht door de aanraking van Zijn vingernagels; o boodschappenjongen, ik smeek je, heb het ergens anders over [âjalpa * 9]! (20) O lief vriendje, ben je er door mijn Geliefde wederom op uitgestuurd? Alsjeblieft kies wat je maar wilt, je verdient alle lof mijn beste - waarom wek je bij ons hier deze strijdigheid van gevoelens op met Hem die zo onmogelijk op te geven is; o aardig beestje, bevindt aan Zijn zijde op Zijn borst zich niet altijd Zijn metgezellin, de godin van het geluk S'rî [pratijalpa * 10]? (21) Het is zeker spijtig dat de zoon van Nanda zich nu in Mathurâ ophoudt; herinnert Hij zich zo nu en dan de zaken van Zijn vaders huishouden, Zijn vrienden en de koeherdersjongens, o grote ziel, of ..., heeft Hij het in gesprekken nog over ons, de dienstmaagden? Wanneer bestaat er een kans dat Hij Zijn naar aguru ruikende hand op onze hoofden zal leggen [sujalpa * 11]?'
(22) S'rî S'uka zei: 'Uddhava, die hoorde hoezeer de koeherdersmeisjes ernaar verlangden Krishna te zien, sprak toen teneinde ze tot vrede te bewegen over de boodschappen van hun Lieveling. (23) S'rî Uddhava zei: 'Jullie die op deze manier jullie geesten hebben gewijd aan de Allerhoogste Heer Vâsudeva, zijn voorzeker aanbiddenswaardig voor alle mensen omdat jullie aan het levensdoel van jullie goede zielen hebben beantwoord [van het gestalte geven aan de emoties van het omgaan met Hem]. (24) Door schenkingen, geloften [van armoe, celibaat en vasten], offers, het bidsnoer [japa], door studie, en door je naar binnen te keren je concentrerend en mediterend, en door allerlei andere soorten van goedgunstige praktijken [zie ook yama, niyama, vidhi en bhâgavata dharma] wordt werkelijk in verhouding tot Krishna de bhakti, de toegewijde dienst, gerealiseerd. (25) Door jullie goede zelven is in relatie tot de Allerhoogste Heer die in verheven verzen wordt verheerlijkt, is - en mijn complimenten daarvoor - een toewijding zonder weerga neergezet die zelfs voor de wijzen moeilijk te bereiken is. (26) Tot jullie goede geluk kozen jullie ervoor om jullie zonen, echtgenoten, materiële gemakken, verwanten en huizen achter te laten om omgang te hebben met die superieure mannelijke persoonlijkheid genaamd Krishna. (27) Door de terechte claim van jullie welgemeende liefde in gescheidenheid van Adhokshaia, o glorieuze dames, hebben jullie mij [de Heer en iedereen] een grote dienst bewezen. (28) Alstublieft, goede dames, luister naar het bericht voor jullie van je Geliefde, om reden waarvan ik, als een trouwe uitvoerder van mijn Meester Zijn opdrachten, naar hier ben gekomen.
(29) De Opperheer heeft gezegd: 'Jullie vrouwen zijn feitelijk nimmer gescheiden van Mij, die er altijd is als de Ziel van Allen; net zoals al de elementen, de ether, het vuur, de lucht, het water en de aarde deel uitmaken van alle levende wezens, ben Ik net zo, naar de elementen van de geest, de levensadem, de zinnen, en hun natuurlijke geaardheden [guna, rasa en jalpa] er als hun haven. (30) In Mij schep, vernietig en onderhoudt Ik waarlijk middels Mijzelf, met behulp van de macht van Mijn begoochelend vermogen dat bestaat uit de elementen, de zinnen en de geaardheden. (31) De ziel vol van zuivere geestelijke kennis is naar het effect van de geaardheden onberoerd met wat wordt waargenomen middels de functies van de diepe slaap, de droomslaap en het waakbewustzijn. (32) Wat men mediteert met de zintuigen die hun voorwerpen najagen is vals, zoals een droom dat is bij het ontwaken; alert blijvend behoort men datgene onder controle te brengen wat zich [in de geest] via de zinnen verzamelt [vergelijk B.G. 2: 68 en 6: 35-36]. (33) Dit, net als al de rivieren die eindigen in de oceaan, is van de intelligenten de eindconclusie van alle vedische studies, yoga, analyse, verzaking, boete, zinsbeheersing en waarheidlievendheid [vergelijk B.G. 2: 70]. (34) Het feit dan dat Ik, voor jullie ogen zo dierbaar, inderdaad Me zo ver van jullie vandaan bevindt, is naar Mijn wilsbeschikking dat jullie, in jullie grote zorg om Mij, aan Mij zijn gehecht in de geest. (35) Want de geesten van vrouwen blijven verzonken als degene die hen het meest dierbaar is ver weg is en niet zo zeer de geesten van hen die hem rechtstreeks lijfelijk voor zich hebben. (36) Jullie geesten die volledig zijn opgegaan in Mij zullen, met het - omdat jullie Mij voortdurend herinneren - opgegeven hebben van al de rusteloosheid, Mij spoedig verwerven. (37) Zij die hier in Vraja bleven terwijl Ik Me 's nachts vermaakte in het bos [zie 10.29: 9], en zodoene de râsadans niet meebeleefden, genoten het geluk Mij te bereikten door hun gedachten te richten op Mijn heldendaden. (38) S'rî S'uka zei: 'De vrouwen van Vraja die kennis hadden genomen van de op deze wijze doorgegeven aanwijzingen van hun Geliefde, richtten zich toen tot Uddhava, blij als ze waren met de berichtgeving die hun geheugen opfriste. (39) De gopî's zeiden: 'Gelukkig is de oorzaak van het lijden, de vijand van de Yadu's Kamsa, tezamen met zijn volgelingen ter dood gebracht. Hoe goed dat Acyuta op het ogenblik gelukkig en wel leeft met degenen Hem welgezind die alles hebben bereikt wat ze verlangden. (40) O zachtgeaarde, misschien schenkt de oudere broer van Gada [Krishna, zie 9.24: 46] de vrouwen van de stad de liefde die ons toebehoort, wij die Hem vol genegenheid en verlegen vereren met uitnodigende glimlachen en blikken. (41) Hoe raakt onze Lieveling, die zo goed thuis is in al de zaken van de liefde, nu niet in de ban van de zinsbegoochelende gebaren en woorden van de vrouwen in de stad, die ook [net als wij] constant van aanbidding zijn? (42) En... herinnert Krishna, o vrome, Zich ons wel; brengt Hij ons, dorpsmeisjes, ooit ter sprake als Hij vrijuit praat in het gezelschap van de vrouwen van de stad? (43) Herinnert Hij zich die nachten waarin Hij zich vermaakte in Vrindâvana de plaats die zo betoverend was door de lotus, de jasmijn en de maan, toen Hij met tinkelende enkelbelletjes samen met ons danste, Zijn geliefde vriendinnen, die altijd vol lof over Hem zijn in de bekoorlijke verhalen over Hem? (44) Zal die nazaat van Das'ârha naar hier komen om, met Zijn aanraking wellicht, ons, die gekweld zijn door het verdriet waar hij Zelf aanleiding toe gaf, weer tot leven te wekken, net zoals Indra dat zou met [het weer opnieuw doordrenken van] een bos met zijn wolken? (45) Maar waarom zou Krishna naar hier komen nu dat Hij, omringd door al Zijn aanhangers, er gelukkig mee is dat Hij een koninkrijk heeft verworven, Zijn vijanden heeft gedood en getrouwd is met de dochters van koningen? (46) Wat zouden wij, vrouwen van het bos - of ook andere vrouwen, nou jegens Hem, de grote Ziel en echtgenoot van de godin van het geluk van Wie alle wensen in vervulling zijn gegaan, ons nog als een te vervullen taak kunnen stellen; Hij is volkomen in Zichzelf! (47) Het hoogste geluk vindt men inderdaad in het niet hopen op enig ander iets, zo stelde dat zelfs Pingalâ [een courtisane, zie 11.8], niettemin is het voor ons, die zo gebrand op Krishna zich daarvan bewust zijn, moeilijk om geen hoop te koesteren. (48) Wie kan het verdragen de intieme gesprekken met Uttamas'loka te moeten vergeten, Hij, van wiens zijde de godin, ookal begeert Hij haar niet, nimmer wijkt? (49) Met Sankarshana als Zijn metgezel leefde Krishna, o prabhu, met de rivieren, de heuvels en de plaatsen in het bos, de koeien en de geluiden van de fluit. (50) Ah!, keer op keer doen die plaatsen met de goddelijke afdrukken van Zijn voeten ons weer denken aan de zoon van Nanda die we echt nooit meer kunnen vergeten. (51) O, hoe kunnen wij, wiens harten werden gestolen door Zijn gang, Zijn speelse blikken, Zijn gulle charmante glimlachen en nectargelijke woorden, nu Hem vergeten? (52) O Meester, Meester van de Godin, Meester van Vraja, o Vernietiger van het Lijden, o Govinda hef Gokula op uit de oceaan van de misère waarin ze is ondergedompeld!'
(53) S'rî S'uka zei: 'Zij, met de koorts van hun gescheidenheid verdreven door Krishna's boodschappen, aanbaden hem toen, omdat ze hem als Adhokshaja Zelve herkenden. (54) Daar nog een paar maanden verblijvend al zingend over de onderwerpen van Krishna's spel en vermaak, bracht hij Gokula grote vreugde met het verdrijven van het verdriet van de gopî's. (55) Al de dagen dat Uddhava zich ophield in Nanda's koeherdersdorp verstreken voor de bewoners van Vraja als in een oogwenk, omdat ze allen vol waren van hun gesprekken over Krishna. (56) Met de aanblik van de rivieren, de bossen, de bergen, de valleien en de bloesemende bomen, schiep de dienaar van de Heer er genoegen in de mensen van Vraja te inspireren over Krishna. (57) Toen hij dit alles en nog meer van de gopî's hun volledige verzonkenheid in Krishna opmerkte alsmede de mate waarin ze van streek waren, was Uddhava buitenmate verheugd en zong hij, ze alle respect betuigend, het volgende: (58) 'Deze vrouwen, die met succes hun lichamen handhaven op deze aardkloot als koeherdersvrouwen die er uitsluitend voor Govinda zijn, de Ziel van Allen, hebben geheel zelfstandig de volmaaktheid bereikt in hun liefdevolle extase - een liefde die wordt begeerd door zowel ons als door de wijzen beducht op een materieel bestaan; wat heeft het voor een nut om gezegend te zijn met de [drie] geboorten van een brahmaan [uit zijn moeder, zijn goeroe en zijn offeranden] als men de smaak te pakken heeft van de verhalen over de Onbegrensde Heer? (59) Waar bevindt men zich vergeleken met deze vrouwen die, onzuiver in hun gedrag jegens Krishna, rondtrekken door de bossen; wat is nu iemands postitie vergeleken met dit stadium van volmaakte liefde voor de Opperziel? - zeker vergunt de Heer aan degene die van constante aanbidding is, zelfs al is die niet zo geschoold, rechtstreeks het hoogste goed, het goede dat in zich opgenomen werkt als de allerbeste van alle medicijnen [d.w.z.: ongeacht de persoon]. (60) De zegen van de dames van Vraja die in dezen gezegend waren met de omhelzing van Uttamas'loka in de râsa-dans was er niet voor de vrouwen van de hemel die de geur en de luister van een lotusbloem hebben, en hij was al helemaal niet gegeven aan andere wereldse schoonheden [10.33]. (61) Oh, laat mij verkeren in toewijding tot het stof van de lotusvoeten van de gopî's in Vrindâvana; laat mij een van de struiken, klimplanten of kruiden zijn [daar in verhouding] tot hen die, in aanbidding van de voeten van Mukunda naar wie men op zoek is met behulp van de Veda's, het opgaven met het pad van de burgerlijke correctheid en met de familieleden die zo moeilijk achter te laten zijn. (62) De voeten van de Opperheer van wie de godin, de ongeborene, en de andere goden, zelfs al zijn ze volleerd als meesters in de yoga, alleen maar kunnen dromen, werden door hen werkelijk in de bijeenkomst van de râsa-dans op hun borsten geplaatst, zodat door die omhelzing hun nood werd bedwongen. (63) Bij het stof van de voeten van de koeherdersvrouwen van Vraja, door wiens luide bezingen van de verhalen over Krishna de drie werelden worden gezuiverd, breng ik keer op keer mijn eerbetuigingen.'
(64) S'rî S'uka zei: 'Toen met het van de gopî's, van Yas'odâ en Nanda alsook van de gopa's verkrijgen van toestemming om te vertrekken, besteeg de nazaat van Das'ârha, klaar om eropuit te rijden, zijn wagen. (65) Hem bij zijn vertrek benaderend spraken Nanda en de anderen, met de verschillende artikelen van aanbidding in hun handen, vol genegenheid met tranen in hun ogen. (66) 'Mogen onze geesten zich immer beroepen op de beschutting van de lotusvoeten van Krishna, mogen onze woorden uitdrukking geven aan Zijn namen en mogen onze lichamen zich vooroverbuigend en zo meer, dat doen te Zijnentwille. (67) Waar we voor ons werk naar de bechikking van de Heer ook worden geleid om rond te trekken, moge er daar, met wat we doen en wegschenken in liefdadigheid, het goedgunstige zijn in onze gehechtheid aan Krishna onze Heer.'
(68) Nadat de gopa's hem aldus hadden geëerd met Krishna-bhakti, o eerste onder de mensen, keerde Uddhava terug naar de stad Mathurâ die zich nu onder Krishna's hoede bevond. (69) Nadat hij Krishna ten voeten was gevallen om Hem de eer te bewijzen, vertelde hij Hem over de intense toewijding van de ingezetenen van Vraja en overhandigde hij aan Vasudeva, Balarâma en de koning [Ugrasena] de geschenken die waren meegegeven.'
Tweede editie, geladen 14 augustus 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Toen de vrouwen van Vraja hem, de dienaar van Krishna, zagen met zijn lange armen, zo jong als hij was, met zijn lotusogen, met een geel gewaad aan en een lotusslinger om en met zijn stralende lotusgezicht en gepolijste oorhangers, vroegen ze zich nogal verbluft af waar die knappe man vandaan was gekomen en bij wie hij, met Krishna's kleren en opsier, hoorde. Allen zo pratend dromden zich benieuwd om hem heen die werd beschut door de lotusvoeten van Uttamas'loka [de Heer Geprezen in de Geschriften].S'rî S'uka zei: 'Toen de vrouwen van Vraja hem, de dienaar van Krishna, zagen met zijn lange armen, zo jong als hij was, met zijn lotusogen, met een geel gewaad aan en een lotusslinger om en met zijn stralende lotusgezicht en gepolijste oorhangers, vroegen ze zich nogal verbluft af waar die knappe man vandaan was gekomen en bij wie hij, met Krishna's kleren en opsier, hoorde. Allen zo pratend dromden ze zich benieuwd samen om hem heen die werd beschut door de lotusvoeten van Uttamas'loka [de Heer Geprezen in de Geschriften]. (Vedabase)
Met gepast respect nederig voor hem buigend en verlegen glimlachend met hun blikken, lieve woorden en dat alles, deden ze bij hem navraag, nadat ze hem apart hadden genomen en plaats hadden doen nemen op een kussen, want ze hadden begrepen dat hij een boodschapper was van de Meester van de Godin van het Fortuin.
Met gepast respect nederig voor hem buigend en verlegen glimlachend met hun blikken, lieve woorden en dat alles, deden ze bij hem navraag, nadat ze hem apart hadden genomen en plaats hadden doen nemen op een kussen, daar ze begrepen hadden dat hij een boodschapper was van de Meester van de Godin van het Fortuin. (Vedabase)
'We weten dat u naar hier bent gekomen als de persoonlijke metgezel van de aanvoerder van de Yadu's die als uw Meester u hierheen gestuurd heeft om met uw bemiddeling Zijn ouders een genoegen te doen.
'We weten dat u naar hier bent gekomen als de persoonlijke metgezel van de aanvoerder van de Yadu's die als uw Meester u naar hier gezonden heeft om met uw bemiddeling Zijn ouders een genoegen te doen. (Vedabase)
We zouden echt niet weten wat er voor Hem anders voor gedenkwaardigs zou zijn in dit koeiengebied; de banden der genegenheid voor iemands verwanten zijn zelfs voor een wijze moeilijk te verzaken.
We zouden echt niet weten wat er voor Hem anders voor gedenkwaardigs zou zijn in dit koeiengebied; de banden der genegenheid voor iemands verwanten zijn zelfs voor een wijze moeilijk te verzaken. (Vedabase)
Het belang gesteld in anderen manifesteert zichzelf als vriendschap voor zolang als het duurt; het is een voorwendsel zo goed als de interesse die bijen tonen voor bloemen of die mannen tonen voor vrouwen.
Het belang gesteld in anderen manifesteert zichzelf als vriendschap voor zolang als het duurt; het is een voorwendsel zo goed als de interesse die bijen tonen voor bloemen of die mannen tonen voor vrouwen. (Vedabase)
Publieke vrouwen keren zich af van een berooid man, burgers keren zich af van een incompetente koning, afgestudeerden gaan weg bij hun leraar en priesters verlaat men na ze een vergoeding gegeven te hebben.
Publieke vrouwen keren zich af van een berooid man, burgers keren zich af van een incompetente koning, afgestudeerden gaan weg bij hun leraar en priesters verlaat men na ze een vergoeding gegeven te hebben. (Vedabase)
Vogels doen dat met een boom die zijn vruchten kwijt is en gasten met het huis waar ze aten; dieren verlaten het bos dat afbrandde en zo ook doet een minnaar dat als hij eenmaal een bekoorde vrouw heeft genoten.'
Vogels doen dat met een boom die zijn vruchten kwijt is en gasten met het huis waar ze aten; dieren verlaten het bos dat afbrandde en zo ook doet een minnaar dat als hij eenmaal een bekoorde vrouw heeft genoten.' (Vedabase)
De gopî's met Uddhava, de boodschapper van Krishna die in hun midden was aangekomen, zetten op die manier, met hun praten, hun lichamen en hun geesten gericht op Krishna, hun wereldse zorgen van zich af, zonder schroom zingend en huilend in de intense herinnering aan wat hun Lieveling allemaal had gedaan in Zijn kinder- en jeugdjaren.
De gopî's met Uddhava, de boodschapper van Krishna die in hun midden was aangekomen, zetten aldus, met hun praten, hun lichamen en hun geesten gericht op Krishna, hun wereldse zorgen van zich af, zonder schroom zingend en huilend in de intense herinnering aan wat hun Lieveling allemaal had gedaan in Zijn kinder- en jeugdjaren. (Vedabase)
Een [aangemerkt als Râdhâ, zie ook *] die een honingbij zag tijdens haar mediteren op de omgang met Krishna, stelde zich die voor als een boodschapper gestuurd door haar Geliefde en zei het volgende.
Een [aangemerkt als Râdhâ, zie ook *] die een honingbij zag tijdens haar mediteren op de omgang met Krishna, stelde zich die voor als een boodschapper gestuurd door haar Geliefde en sprak het volgende: (Vedabase)
De gopî zei: 'O honingbij, jij vriend van een bedrieger, raak mijn voeten niet aan met je haartjes waaraan de kunkum nog kleeft van Zijn bloemenslinger die kwam van de borsten van onze rivale; van Hem die een boodschapper als jij eropuit stuurt heeft men een lage dunk in de vergadering der Yadu's - laat de Heer van Madhu [in plaats daarvan Zelf] van genade zijn voor de vrouwen! [prajalpa **]
De gopî zei: 'O honingbij, jij vriend van een bedrieger, raak mijn voeten niet aan met je haartjes waaraan de kunkum nog kleeft van Zijn bloemenslinger die kwam van de borsten van onze rivale; van Hem die een boodschapper als jij er op uit stuurt heeft men een lage dunk in de vergadering der Yadu's - laat de Heer van Madhu [in plaats daarvan Zelf] van genade zijn voor de vrouwen! [prajalpa **] (Vedabase)
Nu Hij ons eenmaal liet drinken van de nectar van Zijn verstandsverbijsterende lippen, heeft Hij ons plotsklaps verlaten alsof we maar wat bloemetjes zijn; ik vraag me af waarom, net als jij [o bij], de godin van het geluk [Padmâ] Zijn lotusvoeten dient - dat is zeker zo omdat, helaas, door de praatjes van Krishna ze van haar verstand werd beroofd [parijalpa ***].
Nu Hij ons eenmaal liet drinken van de nectar van Zijn verstandsverbijsterende lippen, heeft Hij ons plotsklaps verlaten alsof we maar wat bloemetjes zijn; ik vraag me af waarom, net als jij [o bij], de godin van het geluk [Padmâ] Zijn lotusvoeten dient - dat is zeker zo omdat, helaas, door de praatjes van Krishna haar geest werd gestolen [parijalpa ***]. (Vedabase)
O meneertje zespoot, waarom zing je hier voor ons zo druk over de Meester van de Yadu's, oude vriendinnen van de Vriend van Vijaya [Arjuna], die hun thuis achter zich lieten; je kan maar beter over Zijn wederwaardigheden zingen voor de [huidige] vriendinnetjes van wie Hij [nu] de pijn van hun borsten heeft weggenomen - Zijn liefjes zullen je het soelaas bieden dat je zoekt [vijalpa *4].
O meneertje zespoot, waarom zing je hier zo druk over de Meester van de Yadu's voor ons, oude vriendinnen van de Vriend van Vijaya [Arjuna], die hun thuis achter zich lieten; je kan maar beter over Zijn wederwaardigheden zingen voor de [huidige] vriendinnetjes van wie Hij [nu] de pijn van hun borsten heeft weggenomen - Zijn liefjes zullen je het soelaas bieden dat je zoekt [vijalpa *4]. (Vedabase)
Welke vrouwen in de hemel, op aarde of lager zouden niet ter beschikking staan van Hem zo misleidend met Zijn charmante glimlachen en wenkbrauwbogen; wat is, als de echtgenote van de Fortuinlijke van aanbidding is met het stof van de voeten, nu de waarde van ons, wij voor wie zo miserabel Hij er tenminste is met de geluidsklank 'Uttamas'loka' [ujjalpa *5]?
Welke vrouwen in de hemel, op aarde of lager zouden niet ter beschikking staan van Hem zo misleidend met Zijn charmante glimlachen en wenkbrauwbogen; wat is, als de echtgenote van de Fortuinlijke van aanbidding is met het stof van de voeten, nu de waarde van ons, wij voor wie zo miserabel Hij er tenminste is met de geluidsklank 'Uttamas'loka' [ujjalpa *5]? (Vedabase)
Hou je koppetje weg van mijn voet! Ik ken je wel, jij expert die als een boodschapper van Mukunda de diplomatie van de vleierij leerde! Waarom zou ik me met Hem verzoenen die ons zo ondankbaar heeft verlaten, wij die ter wille van Hem in dit leven hun kinderen, echtgenoten, en al het overige hebben opgegeven [sañjalpa *6]?
Hou je koppetje weg van mijn voet! Ik ken je wel, jij expert die als een boodschapper van Mukunda de diplomatie van de vleierij leerde! Waarom zou ik me met Hem verzoenen die ons zo ondankbaar heeft verlaten, wij die ter wille van Hem in dit leven hun kinderen, echtgenoten, en al het overige hebben opgegeven [sañjalpa *6]? (Vedabase)
Tegen de regels in schoot Hij [als Râma, zie 9.10 & 11] zo wreed als een jager de koning der apen neer [Vâlî], liet Hij zich inpalmen door een vrouw [Sîtâ], verminkte Hij een door lust geplaagde vrouw [S'ûrpanakhâ, de zuster van Râvana] en bond Hij, na Zijn eerbewijzen te hebben genoten [als Vâmana], Bali vast als was hij een kraai [zie 8.21]; daarom, genoeg over die Zwarte Knaap die van alle vriendschappen zo moeilijk op te geven is met het ons verliezen in de onderwerpen die Hem betreffen [avajalpa *7].
Tegen de regels in schoot Hij [als Râma, zie 9.10 & 11] zo wreed als een jager de koning der apen neer [Vâlî], liet Hij zich inpalmen door een vrouw [Sîtâ], verminkte Hij een door lust geplaagde vrouw [S'ûrpanakhâ, de zuster van Râvana] en bond Hij, na Zijn eerbewijzen te hebben genoten [als Vâmana], Bali vast als was hij een kraai [zie 8.21]; daarom, genoeg over die Zwarte Knaap die van alle vriendschappen zo moeilijk op te geven is als we ons verliezen in de onderwerpen die Hem betreffen [avajalpa *7]. (Vedabase)
De oren, slechts een enkele keer in een druppel delend van de nectar van het spel en vermaak dat Hij voortdurend aan de dag legde, verwijderen iemand geheel van de dualiteit en richten terstond het persoonlijke plichtsbesef te gronde, om reden waarvan vele mensen alhier, met het afwijzen van hun armzalige huisjes en families, als vogels er het levensonderhoud van het bedelen op nahouden [abhijalpa *8].
De oren, slechts een enkele keer in een druppel delend van de nectar van het spel en vermaak dat Hij voortdurend aan de dag legde, verwijderen iemand geheel van de dualiteit en richten terstond het persoonlijke plichtsbesef te gronde, om reden waarvan vele mensen alhier, met het afwijzen van hun armzalige huisjes en families, als vogels er het levensonderhoud van het bedelen op nahouden [abhijalpa *8]. (Vedabase).
Wij, met het voor waar houden van Zijn misleidende woorden, hebben als de dwaze wijfjes van het zwarte hert vertrouwen stellend in de lokroep van de jager, bij herhaling deze scherpe pijn van de lust ervaren teweeggebracht door de aanraking van Zijn vingernagels; o boodschappenjongen, ik smeek je, heb het ergens anders over [âjalpa * 9]!
Wij, met het voor waar houden van Zijn misleidende woorden, hebben als de dwaze ree-wijfjes van het zwarte hert vertrouwen stellend in de lokroep van de jager, bij herhaling deze scherpe pijn van de lust ervaren teweeg gebracht door de aanraking van Zijn vingernagels; o boodschappenjongen, ik smeek je, heb het ergens anders over [ajalpa * 9]! (Vedabase)
O lief vriendje, ben je er door mijn Geliefde wederom op uitgestuurd? Alsjeblieft kies wat je maar wilt, je verdient alle lof mijn beste - waarom wek je bij ons hier deze strijdigheid van gevoelens op met Hem die zo onmogelijk op te geven is; o aardig beestje, bevindt aan Zijn zijde op Zijn borst zich niet altijd Zijn metgezellin, de godin van het geluk S'rî [pratijalpa * 10]?
O lief vriendje, ben je er door mijn Geliefde wederom op uitgestuurd?, alsjeblieft kies wat je maar wilt, je verdient alle lof mijn beste - waarom breng je naar ons hier deze tweevoud met Hem die zo onmogelijk op te geven is; o aardig beestje, bevindt aan Zijn zijde op Zijn borst zich niet altijd Zijn metgezellin, de godin van het geluk S'rî [pratijalpa * 10]? (Vedabase)
Het is zeker spijtig dat de zoon van Nanda zich nu in Mathurâ ophoudt; herinnert Hij zich zo nu en dan de zaken van Zijn vaders huishouden, Zijn vrienden en de koeherdersjongens, o grote ziel, of ..., heeft Hij het in gesprekken nog over ons, de dienstmaagden? Wanneer bestaat er een kans dat Hij Zijn naar aguru ruikende hand op onze hoofden zal leggen [sujalpa * 11]?'
Het is zeker spijtig dat de zoon van Nanda zich nu in Mathurâ ophoudt; herinnert Hij zich zo nu en dan de zaken van Zijn vaders huishouden, Zijn vrienden en de koeherdersjongens, o grote ziel, of ..., heeft Hij het in gesprekken nog over ons, de dienstmaagden? Wanneer bestaat er een kans dat Hij Zijn naar aguru ruikende hand op onze hoofden zal leggen [sujalpa * 11]?' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Uddhava, die hoorde hoezeer de koeherdersmeisjes ernaar verlangden Krishna te zien, sprak toen teneinde ze tot vrede te bewegen over de boodschappen van hun Lieveling.
S'rî S'uka zei: 'Uddhava, die hoorde hoezeer de koeherdersmeisjes verlangden naar de aanblik van Krishna, sprak toen om ze tot vrede te bewegen over de boodschappen van hun Lieveling. (Vedabase)
S'rî Uddhava zei: 'Jullie die op deze manier jullie geesten hebben gewijd aan de Allerhoogste Heer Vâsudeva, zijn voorzeker aanbiddenswaardig voor alle mensen omdat jullie aan het levensdoel van jullie goede zielen hebben beantwoord [van het gestalte geven aan de emoties van het omgaan met Hem].
S'rî Uddhava zei: 'Jullie die op deze manier jullie geesten hebben gewijd aan de Allerhoogste Heer Vâsudeva, zijn voorzeker te aanbidden door alle mensen daar jullie daadwerkelijk aan het levensdoel van jullie goede zielen hebben beantwoord [van het gestalte geven aan onze emoties van omgaan met Hem]. (Vedabase)
Door schenkingen, geloften [van armoe, celibaat en vasten], offers, het bidsnoer [japa], door studie, en door je naar binnen te keren je concentrerend en mediterend, en door allerlei andere soorten van goedgunstige praktijken [zie ook yama, niyama, vidhi en bhâgavata dharma] wordt werkelijk in verhouding tot Krishna de bhakti, de toegewijde dienst, gerealiseerd.
Door schenkingen, geloften [van armoe, celibaat en vasten], offers, het bidsnoer [japa], door studie, en door je naar binnen te keren je concentrerend en mediterend, en door allerlei andere soorten van goedgunstige praktijken [zie ook yama, niyama, vidhi en bhâgavata dharma] wordt werkelijk in verhouding tot Krishna de bhakti, de toegewijde dienst, gerealiseerd. (Vedabase)
Door jullie goede zelven is in relatie tot de Allerhoogste Heer die in verheven verzen wordt verheerlijkt, is - en mijn complimenten daarvoor - een toewijding zonder weerga neergezet die zelfs voor de wijzen moeilijk te bereiken is.
Door jullie goede zelven jegens de Allerhoogste Heer die in verheven verzen wordt verheerlijkt, hebben jullie - mijn complimenten - een toewijding zonder weerga neergezet die zelfs voor de wijzen moeilijk te bereiken is. (Vedabase)
Tot jullie goede geluk kozen jullie ervoor om jullie zonen, echtgenoten, materiële gemakken, verwanten en huizen achter te laten om omgang te hebben met die superieure mannelijke persoonlijkheid genaamd Krishna.
Tot jullie goede geluk kozen jullie ervoor om jullie zonen, echtgenoten, fysieke gemakken, verwanten en huizen achter te laten om omgang te hebben met die superieure mannelijke persoonlijkheid genaamd Krishna. (Vedabase)
Door de terechte claim van jullie welgemeende liefde in gescheidenheid van Adhokshaya, o glorieuze dames, hebben jullie mij [de Heer en iedereen] een grote dienst bewezen.
Door jullie rechtmatige claimen van jullie welgemeende liefde in gescheidenheid van Adhokshaya, o glorieuze dames, hebben jullie mij [de Heer en iedereen] een grote dienst bewezen. (Vedabase)
Alstublieft, goede dames, luister naar het bericht voor jullie van je Geliefde, om reden waarvan ik, als een trouwe uitvoerder van mijn Meester Zijn opdrachten, naar hier ben gekomen.
Alstublieft, goede dames, luister naar wat het bericht voor jullie is van jullie Geliefde, waarvoor ik, als een trouwe volgeling van mijn Meester Zijn opdrachten, ben gekomen. (Vedabase)
De Opperheer heeft gezegd: 'Jullie vrouwen zijn feitelijk nimmer gescheiden van Mij, die er altijd is als de Ziel van Allen; net zoals al de elementen, de ether, het vuur, de lucht, het water en de aarde deel uitmaken van alle levende wezens, ben Ik net zo, naar de elementen van de geest, de levensadem, de zinnen, en hun natuurlijke geaardheden [guna, rasa en jalpa] er als hun haven.
De Opperheer heeft gezegd: 'Jullie vrouwen zijn feitelijk nimmer gescheiden van Mij, die er altijd is als de Ziel van Allen; net zoals al de elementen, de ether, het vuur, de lucht, het water en de aarde deel uitmaken van alle levende wezens, ben Ik net zo, naar de elementen van de geest, de levensadem, de zinnen, en hun natuurlijke geaardheden [guna, rasa en jalpa] er als hun haven. (Vedabase)
In Mij schep, vernietig en onderhoudt Ik waarlijk middels Mijzelf, met behulp van de macht van Mijn begoochelend vermogen dat bestaat uit de elementen, de zinnen en de geaardheden.
In Mij schep, vernietig en onderhoudt Ik waarlijk middels Mijzelf, met behulp van de macht van Mijn begoochelend vermogen dat bestaat uit de elementen, de zinnen en de geaardheden. (Vedabase)
De ziel vol van zuivere geestelijke kennis is naar het effect van de geaardheden onberoerd met wat wordt waargenomen middels de functies van de diepe slaap, de droomslaap en het waakbewustzijn.
De ziel vol van zuivere geestelijke kennis is naar het effect van de geaardheden onberoerd met wat wordt waargenomen middels de functies van de diepe slaap, de droomslaap en het waakbewustzijn. (Vedabase)
Wat men mediteert met de zintuigen die hun voorwerpen najagen is vals, zoals een droom dat is bij het ontwaken; alert blijvend behoort men datgene onder controle te brengen wat zich [in de geest] via de zinnen verzamelt [vergelijk B.G. 2: 68 en 6: 35-36].
Wat men mediteert met de zintuigen die hun voorwerpen najagen is vals, zoals een droom dat is bij het ontwaken; alert blijvend behoort men datgene onder controle te brengen wat zich [in de geest] via de zinnen verzamelt [vergelijk B.G. 2: 68 en 6: 35-36]. (Vedabase)
Dit, net als al de rivieren die eindigen in de oceaan, is van de intelligenten de eindconclusie van alle vedische studies, yoga, analyse, verzaking, boete, zinsbeheersing en waarheidlievendheid [vergelijk B.G. 2: 70].
Dit, net als al de rivieren die eindigen in de oceaan, is van de intelligenten de eindconclusie van alle vedische studies, yoga, analyse, verzaking, boete, zinsbeheersing en waarheidlievendheid [vergelijk B.G. 2: 70]. (Vedabase)
Het feit dan dat Ik, voor jullie ogen zo dierbaar, inderdaad Me zo ver van jullie vandaan bevindt, is naar Mijn wilsbeschikking dat jullie, in jullie grote zorg om Mij, aan Mij zijn gehecht in de geest.
Het feit dan dat Ik, jullie ogen zo dierbaar, inderdaad Me zo ver van jullie vandaan bevindt, is naar Mijn wilsbeschikking dat jullie, in jullie grote zorg om Mij, zijn gehecht in de geest. (Vedabase)
Want de geesten van vrouwen blijven verzonken als degene die hen het meest dierbaar is ver weg is en niet zo zeer de geesten van hen die hem rechtstreeks lijfelijk voor zich hebben.
Want de geesten van vrouwen blijven verzonken als degene die hen het meest dierbaar is ver weg is en niet zo zeer de geesten van hen die hem voor zich aanwezig hebben. (Vedabase)
Jullie geesten die volledig zijn opgegaan in Mij zullen, met het - omdat jullie Mij voortdurend herinneren - opgegeven hebben van al de rusteloosheid, Mij spoedig verwerven.
Jullie geesten volledig opgegaan in Mij, met het vanwege Mij voortdurend herinneren opgegeven hebben van al de rusteloosheid, zullen spoedig Mij verwerven. (Vedabase)
Zij die hier in Vraja bleven terwijl Ik Me 's nachts vermaakte in het bos [zie 10.29: 9], en zodoene de râsadans niet meebeleefden, genoten het geluk Mij te bereikten door hun gedachten te richten op Mijn heldendaden.'
Zij die hier in Vraja bleven terwijl Ik Me 's nachts vermaakte in het bos [zie 10.29.9], en aldus niet de râsadans meebeleefden, waren fortuinlijk daar zij Mij bereikten door zich te concentreren op Mijn heldendaden.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'De vrouwen van Vraja die kennis hadden genomen van de op deze wijze doorgegeven aanwijzingen van hun Geliefde, richtten zich toen tot Uddhava, blij als ze waren met de berichtgeving die hun geheugen opfriste.
S'rî S'uka zei: 'De vrouwen van Vraja met het vernemen van de aanwijzingen van hun Geliefde op deze manier gegeven, spraken toen, blij zich met de berichtgeving weer te herinneren, tot Uddhava. (Vedabase)
De gopî's zeiden: 'Gelukkig is de oorzaak van het lijden, de vijand van de Yadu's Kamsa, tezamen met zijn volgelingen ter dood gebracht. Hoe goed dat Acyuta op het ogenblik gelukkig en wel leeft met degenen Hem welgezind die alles hebben bereikt wat ze verlangden.
De gopî's zeiden: 'Gelukkig is de oorzaak van het lijden, de vijand van de Yadu's Kamsa, tezamen met zijn volgelingen ter dood gebracht. Hoe goed dat Acyuta op het ogenblik gelukkig en wel leeft met degenen Hem welgezind die alles hebben bereikt wat ze verlangden. (Vedabase)
O zachtgeaarde, misschien schenkt de oudere broer van Gada [Krishna, zie 9.24: 46] de vrouwen van de stad de liefde die ons toebehoort, wij die Hem vol genegenheid en verlegen vereren met uitnodigende glimlachen en blikken.
O zachtgeaarde, misschien schenkt de oudere broer van Gada [Krishna, zie 9.24: 46] de vrouwen van de stad, die Hem vol genegenheid en verlegen vereren met uitnodigende glimlachen en blikken, de liefde die ons toebehoort. (Vedabase)
Hoe raakt onze Lieveling, die zo goed thuis is in al de zaken van de liefde, nu niet in de ban van de zinsbegoochelende gebaren en woorden van de vrouwen in de stad, die ook [net als wij] constant van aanbidding zijn?
Hoe raakt onze Lieveling, zo goed thuis in al de zaken van de liefde, nu niet in de ban van de zinsbegoochelende gebaren en woorden van de vrouwen in de stad, die ook [net als wij] constant van aanbidding zijn? (Vedabase)
En... herinnert Krishna, o vrome, Zich ons wel; brengt Hij ons, dorpsmeisjes, ooit ter sprake als Hij vrijuit praat in het gezelschap van de vrouwen van de stad?
En... herinnert Krishna, o vrome, Zich ons wel; brengt Hij ons, dorpsmeisjes, ooit ter sprake als Hij vrijuit praat in het gezelschap van de vrouwen van de stad? (Vedabase)
Herinnert Hij zich die nachten waarin Hij zich vermaakte in Vrindâvana de plaats die zo betoverend was door de lotus, de jasmijn en de maan, toen Hij met tinkelende enkelbelletjes samen met ons danste, Zijn geliefde vriendinnen, die altijd vol lof over Hem zijn in de bekoorlijke verhalen over Hem?
Herinnert Hij zich die nachten waarin Hij zich vermaakte in Vrindâvana, zo betoverend door de lotus, de jasmijn en de maan, tezamen met ons Zijn geliefde vriendinnen, die altijd vol lof over Hem zijn met Zijn bekoorlijke verhalen, dansend met tinkelende enkelbelletjes? (Vedabase)
Zal die nazaat van Das'ârha naar hier komen om, met Zijn aanraking wellicht, ons, die gekweld zijn door het verdriet waar hij Zelf aanleiding toe gaf, weer tot leven te wekken, net zoals Indra dat zou met [het weer opnieuw doordrenken van] een bos met zijn wolken?
Zal die nazaat van Das'ârha naar hier komen om, met Zijn aanraking wellicht, ons, die gekweld zijn door het verdriet waar hij Zelf aanleiding toe gaf, weer tot leven te wekken, net als Indra zou met [het weer opnieuw doordrenken van] een bos met zijn wolken? (Vedabase)
Maar waarom zou Krishna naar hier komen nu dat Hij, omringd door al Zijn aanhangers, er gelukkig mee is dat Hij een koninkrijk heeft verworven, Zijn vijanden heeft gedood en getrouwd is met de dochters van koningen?
Maar waarom zou Krishna naar hier komen nu dat Hij, omringd door al Zijn steunbetuigers, gelukkig is een koninkrijk verworven te hebben, met Zijn vijanden gedood en getrouwd met de dochters van koningen? (Vedabase)
Wat zouden wij, vrouwen van het bos - of ook andere vrouwen, nou jegens Hem, de grote Ziel en echtgenoot van de godin van het geluk van Wie alle wensen in vervulling zijn gegaan, ons nog als een te vervullen taak kunnen stellen; Hij is volkomen in Zichzelf!
Wat zouden wij, vrouwen van het bos - of ook andere vrouwen, nou jegens Hem, de grote Ziel en echtgenoot van de godin van het geluk van Wie alle wensen in vervulling zijn gegaan, ons nog als een te vervullen taak kunnen stellen; Hij is volkomen in Zichzelf! (Vedabase)
Het hoogste geluk vindt men inderdaad in het niet hopen op enig ander iets, zo stelde dat zelfs Pingalâ [een courtisane, zie 11.8], niettemin is het voor ons, die zo gebrand op Krishna zich daarvan bewust zijn, moeilijk om geen hoop te koesteren.
Het hoogste geluk vindt men inderdaad in het niet hopen op enig ander iets, zo stelde dat zelfs Pingalâ [een courtisane, zie 11.8], niettemin is het voor ons, die zo gebrand op Krishna zich daarvan bewust zijn, moeilijk om geen hoop te koesteren. (Vedabase)
Wie kan het verdragen de intieme gesprekken met Uttamas'loka te moeten vergeten, Hij, van wiens zijde de godin, ookal begeert Hij haar niet, nimmer wijkt?
Wie kan het verdragen het op te geven er een vooropgezet idee op na te houden met Uttamas'loka, van wiens lichaam de godin, ookal begeert Hij niet, nimmer wijkt. (Vedabase)
Met Sankarshana als Zijn metgezel leefde Krishna, o prabhu, met de rivieren, de heuvels en de plaatsen in het bos, de koeien en de geluiden van de fluit.
Met Sankarshana als Zijn metgezel leefde Krishna, o prabhu, met de rivieren, de heuvels en de plaatsen in het bos, de koeien en de geluiden van de fluit. (Vedabase)
Ah!, keer op keer doen die plaatsen met de goddelijke afdrukken van Zijn voeten ons weer denken aan de zoon van Nanda die we echt nooit meer kunnen vergeten.
Ah!, keer op keer doen zij met de goddelijke afdrukken van Zijn voeten ons weer denken aan de zoon van Nanda die we waarlijk nimmer kunnen vergeten. (Vedabase)
O, hoe kunnen wij, wiens harten werden gestolen door Zijn gang, Zijn speelse blikken, Zijn gulle charmante glimlachen en nectargelijke woorden, nu Hem vergeten?
O, hoe kunnen wij, wiens harten werden gestolen door Zijn gang, Zijn speelse blikken, Zijn gulle charmante glimlachen en nectargelijke woorden, nu Hem vergeten? (Vedabase)
O Meester, Meester van de Godin, Meester van Vraja, o Vernietiger van het Lijden, o Govinda hef Gokula op uit de oceaan van de misère waarin ze is ondergedompeld!'
O Meester, Meester van de Godin, Meester van Vraja, o Vernietiger van het Lijden, o Govinda hef Gokula op uit de oceaan van de misère waarin ze is ondergedompeld!' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Zij, met de koorts van hun gescheidenheid verdreven door Krishna's boodschappen, aanbaden hem toen, omdat ze hem als Adhokshaja Zelve herkenden.
S'rî S'uka zei: 'Zij, met de koorts van hun gescheidenheid verdreven door Krishna's boodschappen, aanbaden hem toen, hem als Adhokshaja Zelve herkennend. (Vedabase)
Daar nog een paar maanden verblijvend al zingend over de onderwerpen van Krishna's spel en vermaak, bracht hij Gokula grote vreugde met het verdrijven van het verdriet van de gopî's.
Daar nog een paar maanden verblijvend al zingend over de onderwerpen van Krishna's spel en vermaak, verzette hij Gokula in vreugde met het verdrijven van het verdriet van de gopî's. (Vedabase)
Al de dagen dat Uddhava zich ophield in Nanda's koeherdersdorp verstreken voor de bewoners van Vraja als in een oogwenk, omdat ze allen vol waren van hun gesprekken over Krishna.
Al de dagen dat Uddhava zich ophield in Nanda's koeherdersdorp verstreken voor de bewoners van Vraja als in een oogwenk, omdat ze allen gevuld waren met het bespreken van Krishna. (Vedabase)
Met de aanblik van de rivieren, de bossen, de bergen, de valleien en de bloesemende bomen, schiep de dienaar van de Heer er genoegen in de mensen van Vraja te inspireren over Krishna.
Met de aanblik van de rivieren, de bossen, de bergen, de valleien en de bloesemende bomen, schiep de dienaar van de Heer er genoegen in de mensen van Vraja te inspireren over Krishna. (Vedabase)
Toen hij dit alles en nog meer van de gopî's hun volledige verzonkenheid in Krishna opmerkte alsmede de mate waarin ze van streek waren, was Uddhava buitenmate verheugd en zong hij, ze alle respect betuigend, het volgende:
Dit alles en nog meer van de gopî's hun volledige verzonkenheid in Krishna opmerkend alsmede hun beroering ermee, was Uddhava buitenmate verheugd en zong hij, ze alle respect betuigend, het volgende: (Vedabase)
'Deze vrouwen, die met succes hun lichamen handhaven op deze aardkloot als koeherdersvrouwen die er uitsluitend voor Govinda zijn, de Ziel van Allen, hebben geheel zelfstandig de volmaaktheid bereikt in hun liefdevolle extase - een liefde die wordt begeerd door zowel ons als door de wijzen beducht op een materieel bestaan; wat heeft het voor een nut om gezegend te zijn met de [drie] geboorten van een brahmaan [uit zijn moeder, zijn goeroe en zijn offeranden] als men de smaak te pakken heeft van de verhalen over de Onbegrensde Heer?
'Deze vrouwen, met succes hun lichamen handhavend op deze aardkloot als koeherdersvrouwen er exclusief voor Govinda, de Ziel van Allen, hebben geheel op zichzelf de volmaaktheid bereikt in hun liefdevolle extase - een liefde die wordt begeerd door zowel ons als door de wijzen beducht op een materieel bestaan; wat heeft het voor een nut om gezegend te zijn met de [drie] geboorten van een brahmaan [uit zijn moeder, zijn goeroe en zijn offeranden] als men de smaak te pakken heeft van de onderwerpen van de Onbegrensde Heer? (Vedabase)
Waar bevindt men zich vergeleken met deze vrouwen die, onzuiver in hun gedrag jegens Krishna, rondtrekken door de bossen; wat is nu iemands postitie vergeleken met dit stadium van volmaakte liefde voor de Opperziel? - zeker vergunt de Heer aan degene die van constante aanbidding is, zelfs al is die niet zo geschoold, rechtstreeks het hoogste goed, het goede dat in zich opgenomen werkt als de allerbeste van alle medicijnen [d.w.z.: ongeacht de persoon].
Waar bevindt men zich vergeleken met deze vrouwen die, onzuiver in hun gedrag jegens Krishna, rondtrekken door de bossen; waar is men nu vergeleken met dit stadium van volmaakte liefde voor de Opperziel? - zeker vergunt de Beheerser aan degene die van constante aanbidding is, zelfs al is die niet zo geschoold, rechtstreeks het hoogste goed, dat in zich opgenomen werkt als de allerbeste van alle medicijnen [d.w.z.: ongeacht de persoon]. (Vedabase)
De zegen van de dames van Vraja die in dezen gezegend waren met de omhelzing van Uttamas'loka in de râsa-dans was er niet voor de vrouwen van de hemel die de geur en de luister van een lotusbloem hebben, en hij was al helemaal niet gegeven aan andere wereldse schoonheden [10.33].
Dit was, hoe jammer, niet de godin zo intiem betrokken aan Zijn borst gegeven, dit was niet de vrouwen van de hemel met het aroma en de luister van een lotusbloem vergund, en het was al helemaal niet aan anderen gegeven om de zegen van de armen van Heer Krishna om hun nekken deelachtig te zijn, zoals de schoonheden van Vraja dat bleken te bereiken in de râsa-dans [10.33]. (Vedabase)
Oh, laat mij verkeren in toewijding tot het stof van de lotusvoeten van de gopî's in Vrindâvana; laat mij een van de struiken, klimplanten of kruiden zijn [daar in verhouding] tot hen die, in aanbidding van de voeten van Mukunda naar wie men op zoek is met behulp van de Veda's, het opgaven met het pad van de burgerlijke correctheid en met de familieleden die zo moeilijk achter te laten zijn.
Oh, laat mij verkeren in toewijding tot het stof van de lotusvoeten van de gopî's in Vrindâvana; laat mij een van de struiken, klimplanten of kruiden zijn [daar in verhouding] tot hen die, in aanbidding van de voeten van Mukunda naar wie men op zoek is met behulp van de Veda's, het opgaven met het pad van de burgerlijke correctheid en met de familieleden die zo moeilijk achter te laten zijn. (Vedabase)
De voeten van de Opperheer van wie de godin, de ongeborene, en de andere goden, zelfs al zijn ze volleerd als meesters in de yoga, alleen maar kunnen dromen, werden door hen werkelijk in de bijeenkomst van de râsa-dans op hun borsten geplaatst, zodat door die omhelzing hun nood werd bedwongen.
De voeten van de Opperheer van wie de godin, de ongeborene, en de andere goden, zelfs al zijn ze volleerd als meesters in de yoga, alleen maar kunnen dromen, werden door hen werkelijk in de bijeenkomst van de râsa-dans op hun borsten geplaatst, zodat door die omhelzing hun nood werd bedwongen. (Vedabase)
Bij het stof van de voeten van de koeherdersvrouwen van Vraja, door wiens luide bezingen van de verhalen over Krishna de drie werelden worden gezuiverd, breng ik keer op keer mijn eerbetuigingen.'
Bij het stof van de voeten van de koeherdersvrouwen van Vraja, door wiens luide zingen van de verhalen over Krishna de drie werelden worden gezuiverd, keer op keer mijn eerbetuigingen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Toen met het van de gopî's, van Yas'odâ en Nanda alsook van de gopa's verkrijgen van toestemming om te vertrekken, besteeg de nazaat van Das'ârha, klaar om eropuit te rijden, zijn wagen.
S'rî S'uka zei: 'Toen met het van de gopî's, van Yas'odâ en Nanda als ook van de gopa's verkrijgen van toestemming om te vertrekken, besteeg de nazaat van Das'ârha, klaar om er op uit te rijden, zijn wagen. (Vedabase)
Hem bij zijn vertrek benaderend spraken Nanda en de anderen, met de verschillende artikelen van aanbidding in hun handen, vol genegenheid met tranen in hun ogen.
Hem terwijl hij vertrok benaderend spraken Nanda en de anderen, met de verschillende artikelen van aanbidding in hun handen, vol genegenheid met tranen in hun ogen. (Vedabase)
'Mogen onze geesten zich immer beroepen op de beschutting van de lotusvoeten van Krishna, mogen onze woorden uitdrukking geven aan Zijn namen en mogen onze lichamen zich vooroverbuigend en zo meer, dat doen te Zijnentwille.
'Mogen onze zinvermogens zich immer beroepen op de beschutting van de lotusvoeten van Krishna, mogen onze woorden uitdrukking geven aan Zijn namen en mogen onze lichamen zich verbuigend en dat alles, dat doen te Zijnent wille. (Vedabase)
Waar we voor ons werk naar de bechikking van de Heer ook worden geleid om rond te trekken, moge er daar, met wat we doen en wegschenken in liefdadigheid, het goedgunstige zijn in onze gehechtheid aan Krishna onze Heer.'
Waar we voor ons werk naar de wil van de Beheerser ook worden heengeleid om rond te trekken, moge daar, van wat we doen en wegschenken in liefdadigheid, het goedgunstige zijn in onze gehechtheid aan Krishna onze Heer.' (Vedabase)
Nadat de gopa's hem aldus hadden geëerd met Krishna-bhakti, o eerste onder de mensen, keerde Uddhava terug naar de stad Mathurâ die zich nu onder Krishna's hoede bevond.
Nadat de gopa's hem aldus hadden geëerd met Krishna-bhakti, o eerste onder de mensen, keerde Uddhava terug naar de stad Mathurâ die zich nu onder Krishna's hoede bevond. (Vedabase)
Nadat hij Krishna ten voeten was gevallen om Hem de eer te bewijzen, vertelde hij Hem over de intense toewijding van de ingezetenen van Vraja en overhandigde hij aan Vasudeva, Balarâma en de koning [Ugrasena] de geschenken die waren meegegeven.'
Voor Krishna neergevallen om Hem de eer te bewijzen, vertelde hij Hem over de intense toewijding van de ingezetenen van Vraja en overhandigde hij aan Vasudeva, Balarâma en de koning [Ugrasena] de zoenoffers die waren meegegeven. (Vedabase)
* Om de claim kracht bij te zetten dat het hier om Râdhâ handelt, citeert S'rîla Jîva Gosvâmî de volgende verzen uit de Agni Purâna: "Bij het ochtendgloren deden de gopî's navraag bij de dienaar van Krishna, Uddhava, over de Heer Zijn tijdverdrijf en wederwaardigheden. Alleen S'rîmatî Râdhârânî, verzonken in gedachten over Krishna, zag af van haar belang in de gesprekken. Toen sprak Râdhâ, die wordt aanbeden door de bewoners van Haar Vrindâvana dorp, zich uit temidden van Haar vriendinnen. Haar woorden waren vol van zuivere transcendentale kennis en gaven uitdrukking aan het allerbeste gedeelte van de Veda's."
** S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî geeft aan dat deze en de volgende negen verzen een voorbeeld vormen van de tien soorten van impulsieve spraak [citra-jalpa of vreemde praatjes] geuit door een geliefde als uitdrukkingen van hemelse gekte of goddelijke waanzin [divyonmâda]. S'rîla Rûpa Gosvâmî in de Ujjvala-nîlamani (14.182) zegt over deze uitdrukking: "Prajalpa is de spraak die de tactloosheid van iemands geliefde aan de kaak stelt met uitdrukkingen van disrespect. Het wordt uitgesproken in een jaloerse en trotse gesteldheid."
*** Ujjvala-nîlamani (14.184): 'Parijalpa is die spraak welke, met verschillende middelen, bewijs levert van de eigen slimheid door te wijzen op de genadeloosheid, dubbelhartigheid, onbetrouwbaarheid enzovoorts van iemands Heer van aanbidding.'
*4 Ujjvala-nîlamani (14.186): "Volgens de geschoolde autoriteiten, is vijalpa sarcastische spraak die gericht is op de doder van Agha en die openlijk uitdrukking geeft aan de jaloezie terwijl tegelijkertijd de aandacht wordt gevestigd op de eigen kwaaie trots."
*5 Ujjvala-nîlamani (14.188): "De verklaring van Heer Hari's dubbelhartige natuur in een verwijtende toon geboren uit trots, tezamen met jaloers uitgesproken beledigingen tegen Hem gericht, is door de wijzen met ujjalpa aangeduid."
*6 Ujjvala-nîlamani (14.190): "De geschoolden beschrijven sañjalpa als die spraak welke zich met diepe ironie en beledigende gebaren beklaagt over de ondankbaarheid enzovoorts van de geliefde."
*7 Ujjvala-nîlamani (14.192): "Geheiligde personen hebben geconcludeerd dat als een minnares, gedreven door jaloezie en vrees, verklaart dat Heer Hari haar gehechtheid niet waard is vanwege zijn wreedheid, lustmatigheid en oneerlijkheid, dat dergelijke spraak dan avajalpa heet."
*8 Ujjvala-nîlamani (14.194): "Als een minnares indirect met grote spijt stelt dat haar geliefde in aanmerking komt de bons te krijgen, dat dergelijke spraak, geuit als het klagelijke schreeuwen van een vogel, abhijalpa wordt genoemd."
*9 Ujjvala-nîlamani (14.196): "Een uitlating vol van weerzin, die beschrijft hoezeer de minnaar vol van bedrog is en iemand ellende brengt, en eveneens in zich sluit dat Hij anderen geluk brengt, staat bekend als âjalpa."
*10 Ujjvala-nîlamani (14.198): "Als de minnares nederig stelt dat hoewel ze het niet waard is haar geliefde te bereiken ze de hoop op een liefdesrelatie met Hem niet op kan geven, worden dergelijke woorden, uitgesproken met respect voor de boodschap van haar geliefde, pratijalpa genoemd."
S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî verklaart dat de godin van het geluk, S'rî, de macht heeft om vele verschillende gedaanten aan te nemen. Dus als Krishna andere vrouwen geniet, blijft ze op Zijn borst aanwezig in de vorm van een gouden lijn. Als Hij zich niet ophoud met andere vrouwen, legt ze deze gedaante af en schenkt ze hem plezier in haar natuurlijke mooie gedaante van een jonge vrouw.
*11 Ujjvala-nîlamani (14.200): "Als, eerlijk en oprecht, een minnares S'rî Hari op een ernstige wijze, nederig, wijfelachtig en gretig betwijfelt, staat een dergelijke spraak bekend als sujalpa."
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie
de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
De eerste twee schilderijen op deze pagina zijn klassieke Rajasthani
afbeeldingen van Radha en de Gopis in gescheidenheid.
Bron: Sri
Nathji
galleries.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.