Canto 1 |
|
Hoofdstuk 2: Goddelijkheid en Dienst aan God
(1) Volmaakt tevreden over de juiste vragen van de wijzen daar aanwezig, probeerde de zoon van Romaharshana [Sûta] antwoord te geven na hen bedankt te hebben voor hun woorden. (2) Sûta zei: "Hij [S'ukadeva] die wegging om te leven met de wereldverzakende orde zonder de voorgeschreven vormings-ceremonie van de heilige draad, deed Vyâsadeva, die bang was voor de gescheidenheid uitroepen: 'O mijn zoon', en al de bomen en levende wezens antwoordden sympathizerend in het hart van de wijze. (3) Laat mij mijn eerbetuigingen brengen aan hem, die van zijn levens-ervaring, als het enige transcendentale baken in het verlangen de duisternis te verdrijven van het materiële bestaan van de materialistische mens, zich de essentie van de Veda's eigen maakte en vanuit zijn grondeloze genade de zeer vertrouwelijke kennis overdroeg als de meester der grote wijzen. (4) Na eerst eerbetuigingen te hebben gebracht aan Nara-Nârâyana, [de Heer als] het opperste menselijke wezen, de godin van het leren en Vyâsadeva, laat er dan de verkondiging zijn van alles wat nodig is om te overwinnen.
(5) O wijzen, uw vragen over Heer Krishna zijn van belang voor het welzijn van de wereld omdat ze het ware zelf voldoening schenken. (6) Die plichtsvervulling is zonder twijfel voor de mensheid de hoogste, waarvan er de ononderbroken toegewijde dienst zonder nevenmotieven is aan Krishna als de Bovenzinnelijke Ene [Vishnu] die leidt tot de volledige bevrediging van de ziel. (7) De praktijk van het zich verbinden in toewijding tot Vâsudeva, de Persoonlijkheid Gods, leidt zeer spoedig tot de onthechting en de spirituele kennis die berust op eigen kracht. (8) Wat de mens doet in zijn verplichtingen overeenkomstig de eigen positie, is zinloze arbeid die nergens toe leidt, als ze niet leidt tot de boodschap van Vishvaksena [de Opperbevelhebber]. (9) Iemands beroepsmatige verplichtingen zijn zeker bedoeld voor de uiteindelijke bevrijding en niet voor de zaak van het materiële gewin, noch is, overeenkomstig de wijzen, de materiële vooruitgang van de plichtsbetrachting in toegewijde dienst er voor het realiseren van zinsbevrediging. (10) Iemands verlangen is er niet zozeer voor de bevrediging van de zinnen, het profijt en het zelfbehoud, maar in plaats daarvan is het karma er voor geen andere bedoeling dan te achterhalen wat de Absolute Waarheid is. (11) De geleerde zielen zeggen dat de werkelijkheid van de onverdeelde kennis bekend staat als Brahman, Paramâtmâ en Bhagavân [het onpersoonlijke, gelokaliseerde en persoonlijke aspect]. (12) De wijzen die, met het goede van de kennis en de onthechting, er een serieuze wil tot onderzoek op na houden, zullen in zichzelf en het Paramâtma in toegewijde dienst precies dat zien waarvan ze in de Veda's hebben gehoord. (13) Zo bereikt de mens, o besten der tweemaal geborenen, de hoogste volmaaktheid van beroepsmatige plichtsbetrachting overeenkomstig de verdelingen van status en roeping door de Heer te behagen. (14) Daarom moet men met onverdeelde aandacht voortdurend over de Opperheer, de beschermer van de toegewijden, vernemen en Hem verheerlijken en herinneren. (15) Wie zou geen aandacht besteden aan deze boodschap van het zich op intelligente wijze heugen van de Heer door de banden van de materieel gemotiveerde arbeid [karma] te doorbreken? (16) Iemand die met zorg en aandacht met respect voor Vâsudeva luistert, zal door de toegewijde dienst verleend aan zuivere toegewijden affiniteit vinden met de boodschap, o geleerden, en van alle ondeugd gezuiverd worden. (17) Degenen die dit horen van Zijn woorden ontwikkelden zullen deugd vinden in het luisteren en zingen en zullen zeker in hun harten hun verlangen om te genieten gezuiverd zien door de begunstiger van de waarheidlievenden. (18) Door regelmatig aandacht te besteden aan het fortuinlijke [van het boek en de toegewijde] zal vrijwel al het ongunstige zijn greep verliezen, en zal aldus de Opperheer van dienst zijnd met transcendentale gebeden onherroepelijk liefdevolle dienstbaarheid tot stand komen. (19) Te dien tijde, niet aangedaan door de effecten van de hartstocht en de onwetendheid zoals de lust, de begeerte en wat dies meer zij, zal het bewustzijn zijn gevestigd in goedheid en het geluk vinden. (20) Het denken in samenhang met de toegewijde dienst aan de Heer aldus opgehelderd, krijgt, door de omgang bevrijd, dan greep op de kennis der wijsheid in relatie tot de Fortuinlijke. (21) De ontdekking dat het [ware] zelf op die manier de meester is zal zeker de knopen in het hart aan stukken snijden, al de twijfels oplossen en een einde maken aan de keten van materiëel gemotiveerde handelingen [karma]. (22) Daarom heeft het alle transcendentalisten altijd behaagd Krishna dienstbaar te zijn - het brengt hun ziel tot leven. (23) Het uiteindelijk voordeel van de Transcendentale Persoonlijkheid, dat zowel geassocieerd is met de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid, als met de Handhaver Vishnu, de Schepper Brahmâ en de Vernietiger S'iva, wordt natuurlijk gevonden in de vorm van de kwaliteit van de goedheid [Vishnu]. (24) Zoals we het brandhout van de offers hebben dat van de aarde afkomstig is en rook produceert, zo hebben we ook de hartstocht afkomstig van traagheid die leidt tot de goedheid van welke de essentiële aard wordt gerealiseerd.
(25) Wie deze wijzen ook volgt die voordien aldus dienst leverden aan de transcendentale Heer die boven deze drie geaardheden van de natuur staat, verdient hetzelfde voordeel. (26) Om die reden verwerpen zij die de bevrijding zoeken de minder aantrekkelijke vormen der halfgoden en zijn ze, zonder afgunst, de vele vormen van de gelukzalige Heer Vishnu [Nârâyana] toegewijd. (27) Degenen die onwetend zijn en van de hartstocht, begeren weelde, macht en nageslacht, vasthoudend aan voorvaderen en andere wezens van kosmische heerschappij van een gelijksoortige aard.(28-29) Maar Vâsudeva is het voorwerp van de kennis, het doel van de offers en de yoga, de heerser over alle materiële activiteiten en de hoogste kennis, verzaking, kwaliteit, religie en doel van het leven. (30) Vanaf het begin der manifestatie is Hij, door Zijn innerlijk vermogen, de oorzaak en het gevolg geweest van alle vormen van de schepping en is Hij het transcendentale Absolute van de geaardheden der natuur. (31) Hoewel Hij zich manifesterend met de geaardheden, daarin binnen gegaan, onder de invloed van de geaardheden schijnt te staan, is Hij de volle manifestaie van alle wijsheid. (32) Hij, als de Superziel, doordringt al de levende wezens als de bron van de schepping zoals vuur dat doet in hout en treedt naar buiten als verschillende levende wezens, terwijl Hij tegelijkertijd de Absolute Persoon is. (33) Die Superziel, schiep de subtiele zintuigen beïnvloed door de geaardheden der natuur door de levende wezens in Zijn eigen schepping binnen te gaan, hen ertoe aanzettend te genieten van die geaardheden. (34) Aldus behoudt Hij alles in de geaardheid goedheid, Zelf belichaamd zijnd in het vertoon van Zijn spel en vermaak als de meester over al de werelden van de goddelijke, menselijke en de dierlijke wezens."
Derde editie, geladen 27 juni 2006.
Bronteksten:
De Heer, en hoe Hem te dienen.
Volmaakt tevreden over de juiste vragen van de wijzen daar aanwezig, probeerde de zoon van Romaharshana [Sûta] antwoord te geven na hen bedankt te hebben voor hun woorden.Ugras'ravâ [Sûta Gosvâmî], de zoon van Romaharshana, volkomen tevreden als hij was met de volmaakte vragen van de brâhmana's, dankte ze en trachtte als volgt te antwoorden. (Vedabase)
Sûta zei: "Hij [S'ukadeva] die wegging om te leven met de wereldverzakende orde zonder de voorgeschreven vormings-ceremonie van de heilige draad, deed Vyâsadeva, die bang was voor de gescheidenheid uitroepen: 'O mijn zoon', en al de bomen en levende wezens antwoordden sympathizerend in het hart van de wijze.
S'rîla Sûta Gosvâmî zei: Laat me mijn eerbiedige eerbetuigingen brengen aan die grote wijze [S'ukadeva Gosvâmî], die in ieders hart kan binnengaan. Toen hij heenging om tot de wereldverzakende levensorde [sannyâsa] toe te treden, zonder dat hij eerst de heilige draad ontvangen had en de andere rituelen van de hoogste kasten had ondergaan, riep zijn vader, Vyâsadeva, die vreesde voorgoed van hem gescheiden te zullen worden: "O, mijn zoon!" Het waren slechts de bomen, welke in dezelfde gevoelens van gescheidenheid opgingen, die in antwoord op de bedroefde vader een echo lieten horen. (Vedabase)
Laat mij mijn eerbetuigingen brengen aan hem, die van zijn levens-ervaring, als het enige transcendentale baken in het verlangen de duisternis te verdrijven van het materiële bestaan van de materialistische mens, zich de essentie van de Veda's eigen maakte en vanuit zijn grondeloze genade de zeer vertrouwelijke kennis overdroeg als de meester der grote wijzen.
Laat me mijn eerbiedige eerbetuigingen brengen aan hem [S'uka], de geestelijk leraar van alle wijzen, de zoon van Vyâsadeva, die uit zijn groot mededogen jegens de grove materialisten, die zich door de duisterste uithoeken van het stoffelijk bestaan heen trachten te worstelen, nadat hij zich haar door persoonlijke beleving eigen gemaakt had, deze aanvulling op de essentie der Vedische kennis uitsprak. (Vedabase)
Na eerst eerbetuigingen te hebben gebracht aan Nara-Nârâyana, [de Heer als] het opperste menselijke wezen, de godin van het leren en Vyâsadeva, laat er dan de verkondiging zijn van alles wat nodig is om te overwinnen.
Alvorens dit S'rîmad-Bhâgavatam, waarmee de overwinning zal worden behaald, te laten opklinken, dient men zijn eerbiedige eerbetuigingen te brengen aan de Persoonlijkheid Gods, Nârâyana, aan Nara-nârâyana Rishi, het hoogst verheven menselijk wezen, aan moeder Sarasvatî, de godin der geleerdheid, en aan S'rîla Vyâsadeva, die het op schrift heeft gesteld. (Vedabase)
O wijzen, uw vragen over Heer Krishna zijn van belang voor het welzijn van de wereld omdat ze het ware zelf voldoening schenken.
O wijzen, u hebt me goede en waardige vragen gesteld, omdat ze betrekking hebben op Heer Krishna en derhalve op het welzijn der wereld. Alleen zulke vragen kunnen het zelf volkomen voldoening schenken. (Vedabase)
Die plichtsvervulling is zonder twijfel voor de mensheid de hoogste, waarvan er de ononderbroken toegewijde dienst zonder nevenmotieven is aan Krishna als de Bovenzinnelijke Ene [Vishnu] die leidt tot de volledige bevrediging van de ziel.
Het hoogste streven [dharma] voor de hele mensheid is dat waardoor ze tot toegewijde liefdedienst aan de bovenzinnelijke Heer komt. Deze toegewijde dienst mag geen bijbedoelingen hebben en geen onderbreking kennen, wil ze het zelf volkomen voldoening schenken. (Vedabase)
De praktijk van het zich verbinden in toewijding tot Vâsudeva, de Persoonlijkheid Gods, leidt zeer spoedig tot de onthechting en de spirituele kennis die berust op eigen kracht.
Door toegewijde dienst aan de Persoonlijkheid Gods, S'rî Krishna, verwerft men zich terstond grondeloze kennis en onthechting van de wereld. (Vedabase)
Wat de mens doet in zijn verplichtingen overeenkomstig de eigen positie, is zinloze arbeid die nergens toe leidt, als ze niet leidt tot de boodschap van Vishvaksena [de Opperbevelhebber].
De activiteiten welke men verricht overeenkomstig de positie die men bekleedt zijn niets anders dan vergeefse moeite als ze er niet toe leiden dat men tot de boodschap van de Persoonlijkheid Gods aangetrokken raakt. (Vedabase)
Iemands beroepsmatige verplichtingen zijn zeker bedoeld voor de uiteindelijke bevrijding en niet voor de zaak van het materiële gewin, noch is, overeenkomstig de wijzen, de materiële vooruitgang van de plichtsbetrachting in toegewijde dienst er voor het realiseren van zinsbevrediging.
Alle bezigheid overeenkomstig de positie welke men bekleedt heeft uiteindelijk bevrijding tot doel. Ze dient nooit om materieel gewin te worden verricht. Verder, zo zeggen de wijzen, dient iemand die zich overeenkomstig zijn positie in deze uiteindelijke dienst verbonden heeft het materieel gewin dat hij ontvangt nimmer voor het bevorderen van zingenot te gebruiken. (Vedabase)
Iemands verlangen is er niet zozeer voor de bevrediging van de zinnen, het profijt en het zelfbehoud, maar in plaats daarvan is het karma er voor geen andere bedoeling dan te achterhalen wat de Absolute Waarheid is.
Men dient zijn levensverlangen niet naar zinsbevrediging te laten uitgaan. Men dient slechts een gezond bestaan of levensbehoud te begeren, aangezien het doel van het mensenleven eruit bestaat de Absolute Waarheid te ontdekken. Dat en niets anders behoort het doel van ieders doen en laten te zijn. (Vedabase)
De geleerde zielen zeggen dat de werkelijkheid van de onverdeelde kennis bekend staat als Brahman, Paramâtmâ en Bhagavân [het onpersoonlijke, gelokaliseerde en persoonlijke aspect].
Geleerde transcendentalisten die de Absolute Waarheid kennen zeggen dat ze niet-dualistische kennis is en Brahman, Paramâtmâ en Bhagavân wordt genoemd. (Vedabase)
De wijzen die, met het goede van de kennis en de onthechting, er een serieuze wil tot onderzoek op na houden, zullen in zichzelf en het Paramâtma in toegewijde dienst precies dat zien waarvan ze in de Veda's hebben gehoord.
De werkelijk nieuwsgierige leerling of wijze, welvoorzien van kennis en onthechting, doorschouwt die Absolute Waarheid door het verrichten van toegewijde dienst overeenkomstig hetgeen hij uit de Vedânta-sruti vernomen heeft. (Vedabase)
Zo bereikt de mens, o besten der tweemaal geborenen, de hoogste volmaaktheid van beroepsmatige plichtsbetrachting overeenkomstig de verdelingen van status en roeping door de Heer te behagen.
O beste onder de tweemaal geborenen, daarom dient de slotsom te luiden dat de hoogste volmaaktheid welke men bij het vervullen van zijn plicht naar gelang zijn plaats binnen de kasten en levensorden bereiken kan eruit bestaat de Persoonlijkheid Gods voldoening te schenken. (Vedabase)
Daarom moet men met onverdeelde aandacht voortdurend over de Opperheer, de beschermer van de toegewijden, vernemen en Hem verheerlijken en herinneren.
Daarom dient men met onverdeelde aandacht onophoudelijk over de Persoonlijkheid Gods, de beschermer der toegewijden, te vernemen, Hem te verheerlijken, aan Hem te denken en Hem te aanbidden. (Vedabase)
Wie zou geen aandacht besteden aan deze boodschap van het zich op intelligente wijze heugen van de Heer door de banden van de materieel gemotiveerde arbeid [karma] te doorbreken?
Schrandere lieden hakken met het zwaard van het denken aan de Persoonlijkheid Gods de knoop door waarin ze door de terugslagen van hun doen en laten [karma] verstrikt zijn geraakt. Wie zal er dan niet naar Zijn boodschap willen horen? (Vedabase)
Iemand die met zorg en aandacht met respect voor Vâsudeva luistert, zal door de toegewijde dienst verleend aan zuivere toegewijden affiniteit vinden met de boodschap, o geleerden, en van alle ondeugd gezuiverd worden.
O tweemaal geboren wijzen, door verheven toegewijden te dienen, die van alle kwaad verschoond zijn, doet men een groot werk. Door deze dienst begint men steeds gretiger naar de boodschap aangaande Vâsudeva te luisteren. (Vedabase)
Degenen die dit horen van Zijn woorden ontwikkelden zullen deugd vinden in het luisteren en zingen en zullen zeker in hun harten hun verlangen om te genieten gezuiverd zien door de begunstiger van de waarheidlievenden.
S'rî Krishna, de Persoonlijkheid Gods, die de Paramâtmâ [Superziel] in ieders hart en de weldoener van de waarheidlievende toegewijde is, reinigt hem van zijn innerlijk verlangen naar materieel genot, omdat hij de neiging ontwikkeld heeft naar Zijn boodschap te luisteren, welke op zichzelf, indien op de juiste wijze vernomen en uitgedragen, alle deugd bezit. (Vedabase)
Door regelmatig aandacht te besteden aan het fortuinlijke [van het boek en de toegewijde] zal vrijwel al het ongunstige zijn greep verliezen, en zal aldus de Opperheer van dienst zijnd met transcendentale gebeden onherroepelijk liefdevolle dienstbaarheid tot stand komen.
Door geregeld te luisteren naar het Bhâgavatam en de zuivere toegewijde te dienen, raakt alles wat het hart benauwt vrijwel vernietigd en wordt het liefdevol dienen van de stralende Heer, wiens lof met bovenzinnelijke liederen geprezen wordt, een onherroepelijk feit. (Vedabase)
Te dien tijde, niet aangedaan door de effecten van de hartstocht en de onwetendheid zoals de lust, de begeerte en wat dies meer zij, zal het bewustzijn zijn gevestigd in goedheid en het geluk vinden.
Zodra het liefdevol dienen onherroepelijk bezit genomen heeft van het hart, wijken de symptomen van de geaardheden onwetendheid en hartstocht, zoals lust, begeerte en verlangen. De toegewijde raakt dan in de geaardheid goedheid gevestigd en wordt volkomen gelukkig. (Vedabase)
Het denken in samenhang met de toegewijde dienst aan de Heer aldus opgehelderd, krijgt, door de omgang bevrijd, dan greep op de kennis der wijsheid in relatie tot de Fortuinlijke.
Eenmaal in onverbasterde goedheid gevestigd, ontvangt degeen wiens geest verkwikt is door aanraking met de toegewijde dienst aan de Heer, positieve wetenschappelijke kennis aangaande de Persoonlijkheid Gods, waarbij hij bevrijd wordt van de omgang met al het stoffelijke. (Vedabase)
De ontdekking dat het [ware] zelf op die manier de meester is zal zeker de knopen in het hart aan stukken snijden, al de twijfels oplossen en een einde maken aan de keten van materiëel gemotiveerde handelingen [karma].
Zo wordt de knoop in het hart doorgehakt en alle twijfel in stukken gesneden. De keten van oorzaak en gevolg van het baatzuchtig streven breekt wanneer men het zelf als meester ziet. (Vedabase)
Daarom heeft het alle transcendentalisten altijd behaagd Krishna dienstbaar te zijn - het brengt hun ziel tot leven.
Daarom hebben sinds onheuglijke tijden alle transcendentalisten beslist met grote vreugde toegewijde dienst aan Heer Krishna, de Persoonlijkheid Gods, bewezen, aangezien deze toegewijde dienst het zelf verkwikt. (Vedabase)
Het uiteindelijk voordeel van de Transcendentale Persoonlijkheid, dat zowel geassocieerd is met de goedheid, de hartstocht en de onwetendheid. (traagheid), als met de Handhaver Vishnu, de Schepper Brahmâ en de Vernietiger S'iva, wordt natuurlijk gevonden in de vorm van de kwaliteit van de goedheid [Vishnu].
De bovenzinnelijke Persoonlijkheid Gods heeft slechts indirekt te maken met de drie geaardheden der stoffelijke natuur, te weten goedheid, hartstocht en onwetendheid, en louter terwille van schepping, instandhouding en vernietiging van de stoffelijke wereld neemt Hij de drie geaardheids-gedaanten Brahmâ, Vishnu en S'iva aan. Van deze drie is het Vishnu, de gedaante van de geaardheid goedheid, die alle menselijke wezens uiteindelijk tot heil is. (Vedabase)
Zoals we het brandhout van de offers hebben dat van de aarde afkomstig is en rook produceert, zo hebben we ook de hartstocht afkomstig van traagheid die leidt tot de goedheid van welke de essentiële aard wordt gerealiseerd.
Brandhout is een overgangsvorm van aarde, maar rook is hoger dan het ruwe hout. En vuur is nog hoger, want door vuur kunnen we het heil van hogere kennis ontvangen [door Vedische offers]. Evenzo is hartstocht [rajas] hoger dan onwetendheid [tamas], maar goedheid [sattva] is het beste, omdat men door goedheid de Absolute Waarheid kan realiseren. (Vedabase)
Wie deze wijzen ook volgt die voordien aldus dienst leverden aan de transcendentale Heer die boven deze drie geaardheden van de natuur staat, verdient hetzelfde voordeel.
In het verleden dienden alle grote wijzen de Persoonlijkheid Gods, omdat Hij verheven is boven de drieërlei aard der stoffelijke natuur. Ze aanbaden Hem, opdat ze bevrijd zouden worden van hun materiële gebondenheid en zo het uiteindelijke heil verwerven. Een ieder die het voorbeeld van zulke grote autoriteiten volgt komt eveneens voor verlossing uit de stoffelijke wereld in aanmerking. (Vedabase)
Om die reden verwerpen zij die de bevrijding zoeken de minder aantrekkelijke vormen der halfgoden en zijn ze, zonder afgunst, de vele vormen van de gelukzalige Heer Vishnu [Nârâyana] toegewijd.
Degenen die serieus op hun bevrijding uit zijn kennen in het geheel geen afgunst en dragen iedereen achting toe. Niettemin moeten ze niets van de gruwelijke gedaanten van de halfgoden hebben en aanbidden slechts de algelukzalige gedaanten van Heer Vishnu en Zijn volkomen expansies. (Vedabase)
Degenen die onwetend zijn en van de hartstocht, begeren weelde, macht en nageslacht, vasthoudend aan voorvaderen en andere wezens van kosmische heerschappij van een gelijksoortige aard.
Degenen die in de geaardheid hartstocht en onwetendheid zijn aanbidden de voorvaders, andere levende wezens en de halfgoden, die de activiteiten van het kosmisch bestel besturen, aangezien ze het stoffelijk heil van vrouwen, rijkdom, macht en nageslacht begeren. (Vedabase)
Maar Vâsudeva is het voorwerp van de kennis, het doel van de offers en de yoga, de heerser over alle materiële activiteiten en de hoogste kennis, verzaking, kwaliteit, religie en doel van het leven.
In de geopenbaarde Schriften is het hoogste objekt van alle kennis S'rî Krishna, de Persoonlijkheid Gods. De bedoeling van het brengen van offers is Hem voldoening te schenken. Yoga dient ertoe Hem te doorschouwen. Alle baatzuchtige activiteiten worden uiteindelijk alleen door Hem beloond. Hij is de allerhoogste kennis, en alle strenge boete wordt verricht om er Hem door te leren kennen. Religie [dharma] is Hem liefdedienst bewijzen. Hij is het hoogste levensdoel. (Vedabase)
Vanaf het begin der manifestatie is Hij, door Zijn innerlijk vermogen, de oorzaak en het gevolg geweest van alle vormen van de schepping en is Hij het transcendentale Absolute van de geaardheden der natuur.
In het begin der stoffelijke schepping schiep deze Absolute Persoonlijkheid Gods [Vâsudeva] vanuit Zijn bovenzinnelijke positie door Zijn eigen innerlijk vermogen de energieën van oorzaak en gevolg. (Vedabase)
Hoewel Hij zich manifesterend met de geaardheden, daarin binnen gegaan, onder de invloed van de geaardheden schijnt te staan, is Hij de volle manifestaie van alle wijsheid.
Na de schepping van de stoffelijke substantie expandeert de Heer [Vâsudeva] Zich en gaat erin binnen. En hoewel Hij Zich in de wereld van de geaardheden der natuur bevindt en een der geschapen wezens schijnt te zijn, is Hij altijd volkomen verlicht, in bovenzinnelijke positie. (Vedabase)
Hij, als de Superziel, doordringt al de levende wezens als de bron van de schepping zoals vuur dat doet in hout en treedt naar buiten als verschillende levende wezens, terwijl Hij tegelijkertijd de Absolute Persoon is.
De Heer doordringt als Superziel alle dingen, zoals vuur hout doordringt, en daardoor lijkt Hij uiterst verscheiden te zijn, hoewel Hij de ene, ongeëvenaarde Absolute is. (Vedabase)
Die Superziel, schiep de subtiele zintuigen beïnvloed door de geaardheden der natuur door de levende wezens in Zijn eigen schepping binnen te gaan, hen ertoe aanzettend te genieten van die geaardheden.
De Superziel gaat binnen in het lichaam van de schepselen die door de geaardheden der stoffelijke natuur beïnvloed worden en laat ze met de fijnstoffelijke geest van de werking van deze geaardheden genieten. (Vedabase)
Aldus behoudt Hij alles in de geaardheid goedheid, Zelf belichaamd zijnd in het vertoon van Zijn spel en vermaak als de meester over al de werelden van de goddelijke, menselijke en de dierlijke wezens."
Zo houdt de Heer der universa alle planeten, bewoond door halfgoden, mensen en lagere dieren, in stand. In de rol van avatâra's ontvouwt Hij Zijn spel en vermaak teneinde degenen die zich in zuivere goedheid bevinden voor Zich terug te winnen. (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties