Tweede
editie, geladen 25 december 2008

Voorgaande
Aadhar-editie en
Vedabase links:
Tekst
1
S'rî
S'uka zei: 'In de tijd dat Râma en Krishna in
Dvârakâ leefden, was er op een dag
[*]
een zonsverduistering die zo indrukwekkend was als het einde
van de dag van Brahmâ.
S'rî
S'uka zei: 'In de tijd dat Râma en Krishna in
Dvârakâ leefden, was er op een dag [*]
toen een zonsverduistering die indrukwekkend was als het
einde van de dag van Brahmâ.
(Vedabase)
Tekst
2
De mensen die
dat van tevoren reeds wisten, o Koning, kwamen van overal naar
het veld van Samanta-pañcaka ['de vijf meren' te
Kurukshetra] in de hoop daarmee hun voordeel te
doen.
De
mensen die dat van te voren reeds wisten, o Koning, kwamen
van overal naar het veld van Samanta-pañcaka ['de
vijf meren' te Kurukshetra] in de hoop daarmee hun
voordeel te doen.
(Vedabase)
Tekst
3-6
Het is de
plaats waar Heer Paras'urâma, de grootste held op
wapengebied, met het met de aarde verlossen van haar
overheersers met de stromen bloed van de koningen de grote
meren schiep [zie 9.16:
18-19].
Bhagavân Paras'urâma was daartoe, hoewel karmische
terugslagen geen vat op Hem hadden, als de Beheerser om de
wereld in het algemeen instructie te verschaffen, daar van
aanbidding als was hij een andere [een gewone] persoon
die het wenst de zonde van zich af te schudden. Aldus kwam, o
zoon van Bharata, voor die gelegenheid een groot aantal mensen
uit Bhârata daar naartoe voor een heilige bedevaart. De
Vrishni's, met inbegrip van Akrûra, Vasudeva, Âhuka
[Ugrasena] en anderen die een punt wilden zetten achter
hun zonden, gingen allen naar die heilige plaats terwijl Gada,
Pradyumna en anderen met Sucandra, S'uka en Sârana en de
legeraanvoerder Kritavarmâ, thuisbleven om de wacht te
houden.
Het
is de plaats waar Heer Paras'urâma, met de wapens de
grootste held, met het met de aarde verlossen van haar
overheersers, met de stromen bloed van de koningen, de grote
meren schiep [zie 9.16: 18-19]. Bhagavân
Paras'urâma was daartoe, hoewel karmische terugslagen
geen vat op hem hadden, als de Beheerser om de wereld in het
algemeen instructie te verschaffen, daar van aanbidding als
was hij een andere [een gewone] persoon die het
wenst de zonde van zich af te schudden. Aldus kwam, o zoon
van Bharata, voor die gelegenheid een groot aantal mensen
uit Bhârata daar naartoe voor een heilige bedevaart.
De Vrishni's, met inbegrip van Akrûra, Vasudeva,
Âhuka [Ugrasena] en anderen die een punt
wilden zetten achter hun zonden, gingen allen naar die
heilige plaats terwijl Gada, Pradyumna en anderen met
Sucandra, S'uka en Sârana en de legeraanvoerder
Kritavarmâ, achterbleven om thuis de wacht te
houden.
(Vedabase)
Tekst
7-8
Als stralende
Vidyâdhara's
kwamen ze in wagens die leken op die waar de goden in zitten,
zich bewegend in grote golven met paarden en trompetterende
olifanten en massa's voetvolk. Schitterend met hun vrouwen, met
gouden halskettingen, bloemenslingers, uitdossing en kuras,
kwamen ze tijdens hun reis zo verheven goddelijk en
majesteitelijk over als zij die door de hemel
reizen.
Als
stralende vidyâdhara's kwamen ze in wagens gelijk die
waar de goden in zitten, zich bewegend in grote golven met
paarden en trompetterende olifanten en massa's voetvolk.
Schitterend met hun vrouwen, met gouden halskettingen,
bloemenslingers, uitdossing en kuras, kwamen ze zo verheven
goddelijk en majesteitelijk over onderweg als zij die door
de hemel reizen. (Vedabase)
Tekst
9
De zeer vrome
Yâdava's aldaar badend en vastend, droegen er nauwlettend
zorg voor dat de brahmanen koeien werden gegeven,
kledingstukken, bloemenslingers, goud en
halskettingen.
De
zeer vrome Yâdava's aldaar badend en vastend, droegen
er nauwlettend zorg voor dat de brahmanen koeien werden
gegegeven, kledingstukken, bloemenslingers, goud en
halskettingen.
(Vedabase)
Tekst
10
In de meren van
Paras'urâma zoals voorgeschreven nogmaals een bad nemend
[de volgende dag ter afsluiting van het vasten], baden
de Vrishni's, met het de tweemaal geborenen rijkelijk voorzien
van de meest uitgelezen spijzen: 'Moge er onze toewijding voor
Krishna zijn.'
In
de meren van Paras'urâma zoals voorgeschreven nogmaals
een bad nemend [de volgende dag als afsluiting van het
vasten], baden de Vrishni's, met het de tweemaal
geborenen rijkelijk voorzien van de meest uitgelezen
spijzen: 'Moge er onze toewijding voor Krishna
zijn.'
(Vedabase)
Tekst
11
Toen genoten de
Vrishni's, met Krishna als hun enige echte godheid, met Zijn
permissie van de maaltijd, waarbij ze comfortabel in de koele
schaduw van de bomen zaten.
Toen
genoten de Vrishni's, met Krishna als hun enige echte
godheid, met Zijn toestemming van de maaltijd, waarbij ze
comfortabel neerzaten in de koele schaduw van de bomen.
(Vedabase)
Tekst
12-13
Zij, daar
aangekomen, ontmoetten hun vrienden en verwanten, de koningen
van de Matsya's, Us'înara's, Kaus'alya's, Vidarbha's,
Kuru's, Sriñjaya's, Kâmboja's, Kaikaya's, Madra's,
Kuntî's, Ânarta's, Kerala's en anderen, alsook
honderden medestanders en tegenstanders o Koning. Ook zagen ze
er hun vrienden de gopa's en gopî's
aangevoerd door Nanda die er al zo lang naar uitzagen
[om hen te zien].
Zij,
daar aangekomen, troffen hun vrienden en verwanten, de
koningen van de Matsya's, Us'înara's, Kaus'alya's,
Vidarbha's, Kuru's, Sriñjaya's, Kâmboja's,
Kaikaya's, Madra's, Kuntî's, Ânarta's, Kerala's
en anderen, als ook honderden medestanders en tegenstanders,
o Koning, zowel als hun vrienden, de gopa's en gopî's
aangevoerd door Nanda die er al zo lang naar uitzagen
[om hen te zien]. (Vedabase)
Tekst
14
Elkaar weer
treffend omhelsden ze hen krachtig met stromen tranen,
kippenvel en een verstikte stem in de hoogste staat van
vervoering waarbij, door hun emoties, hun harten en gezichten
zo prachtig opbloeiden als lotussen.
Elkaar
weer treffend omhelsden ze, van de emoties met hun harten en
gezichten zo prachtig opbloeiend als lotussen, hen krachtig
met stromen tranen, kippenvel en een verstikte stem in de
hoogste staat van vervoering. (Vedabase)
Tekst
15
De vrouwen die
elkaar weer zagen glimlachten met grote ogen gevuld met tranen
van pure liefde en sloten elkaar met de grootste vriendschap in
hun armen, borsten tegen borsten drukkend die waren ingesmeerd
met kunkuma-pasta.
De
vrouwen die elkaar weer zagen glimlachten, met grote ogen
van zuiverheid gevuld met tranen, met de grootste
vriendschap en sloten elkaar in hun armen, borst tegen
borsten drukkend met kunkuma pasta ingesmeerd.
(Vedabase)
Tekst
16
Vervolgens
bewezen ze de ouderen hun respect en namen ze de eerbetuigingen
in ontvangst van jongere verwanten. Nadat ze elkaar hadden
gevraagd naar hun welzijn en het gemak van hun reis begonnen ze
onderling te praten over Krishna.
Vervolgens
betoonden ze de ouderen hun respect en namen ze de
eerbetuigingen in ontvangst van jongere verwanten, deden ze
navraag over hun welzijn en het gemak van hun reis en
begonnen ze onderling te praten over Krishna.
(Vedabase)
Tekst
17
Kuntî die
haar broers en zusters zag, alsook haar ouders, haar
schoonzussen en Mukunda, vergat haar verdriet op het moment dat
ze met hen sprak.
Kuntî
die haar broers en zusters zag, als ook haar ouders, haar
schoonzussen en Mukunda, liet haar verdriet de vrije loop
toen ze met hen sprak. (Vedabase)
Tekst
18
Kuntî
zei: 'O achtenswaardige, o broer van me, ik voel me zeer
gefrustreerd in mijn verlangens omdat jullie, hoe heilig je ook
bent, niet hebben gedacht aan wat me allemaal overkwam in mijn
tegenspoed [zie ook 1.8:
24]!
Kuntî
zei: 'O achtenswaardige, o broer van me, ik voel me zeer
gefrustreerd in mijn verlangens, daar jullie allen zeer
geheiligd als je bent, er niet aan dachten wat er allemaal
met mij gebeurde in tegenspoed [zie ook 1.8:
24]!
(Vedabase)
Tekst
19
Vrienden,
verwanten - zoons, broers en ouders zelfs - vergeten makkelijk
degene onder hen die het minder goed treft in het
leven.'
Vrienden,
verwanten - zoons, broers en ouders zelfs - herinneren zich
niet diegene van hen die het Lot niet zo gunstig gezind
is.'
(Vedabase)
Tekst
20
S'rî
Vasudeva zei: 'Mijn beste, wees niet boos op ons, de mens is
een speelbal van het lot, een persoon immers, of hij nu op
eigen houtje bezig is of handelt in opdracht, valt altijd onder
het gezag van de Heer.
S'rî
Vasudeva zei: 'Mijn beste, wees niet boos op ons, de mens is
de speelbal van het lot, een persoon immers, op eigen houtje
bezig of in opdracht, wordt bestierd door de Heer.
(Vedabase)
Tekst
21
Zwaar belaagd
door Kamsa hebben we ons in alle richtingen verspreid [zie
10.2:
7 en
10.4];
pas nu keerden we door Goddelijke Voorbeschikking terug naar
onze eigenlijke posities, o zuster.'
Zwaar
belaagd door Kamsa zijn we allen in verschillende richtingen
vertrokken [zie 10.2.7 en 10.4]; pas nu werden we
door Goddelijke Voorbeschikking teruggebracht in onze juiste
posities, o zuster.'
(Vedabase)
Tekst
22
S'rî
S'uka zei: 'Al de koningen daar geëerd door Vasudeva,
Ugrasena en de andere Yâdava's, vonden vrede in de
opperste extase Acyuta te zien.
S'rî
S'uka zei: 'Al de koningen daar geëerd door Vasudeva,
Ugrasena en de andere Yâdava's, vonden vrede in de
opperste extase Acyuta te zien.
(Vedabase)
Tekst
23-26
Bhîshma,
Drona, de zoon van Ambikâ [Dhritarâshthra],
Gândhârî met haar zoons alsook de
Pândava's en hun echtgenotes, Kuntî,
Sañjaya, Vidura en Kripa; Kuntîbhoja en
Virâtha, Bhîshmaka, de grote Nagnajit, Purujit,
Drupada, S'alya, Dhrishthaketu, en hij, de koning van
Kâs'i; Damaghosha, Vis'âlâksha, de koningen
van Maithila, Madra en Kekaya, Yudhâmanyu en
Sus'armâ en Bâhlika en anderen met hun zoons,
alsook, o beste der koningen, vele andere koningen ressorterend
onder Yudhishthhira, waren allen vol van verwondering om het
verblijf van S'rî, de persoonlijke gedaante van
S'âuri,
samen met Zijn vrouwen te aanschouwen.
Bhîshma,
Drona, de zoon van Ambikâ
[Dhritarâshthra], Gândhârî
met haar zoons als ook de Pândava's en hun
echtgenotes, Kuntî, Sañjaya, Vidura en Kripa;
Kuntîbhoja en Virâtha, Bhîshmaka, de grote
Nagnajit, Purujit, Drupada, S'alya, Dhrishthaketu, en hij,
de koning van Kâsi; Damaghosha,
Vis'âlâksha, de koningen van Maithila, Madra en
Kekaya, Yudhâmanyu en Sus'armâ en Bâhlika
en anderen met hun zoons, en, o beste der koningen, vele
andere koningen ressorterend onder Yudhishthhira, waren
allen versteld het verblijf van S'rî, de persoonlijke
gedaante van S'âuri, samen met Zijn vrouwen te
aanschouwen.(Vedabase)
Tekst
27
Toen ze van
Râma en Krishna gepast de eerbewijzen in ontvangst hadden
genomen prezen de koningen op hun beurt vervuld van vreugde
enthousiast de Vrishni's, de persoonlijke metgezellen van
Krishna:
Zij
toen, gepast van Râma en Krishna eerbewijzen in
ontvangst genomen hebbend, prezen vervuld van vreugde
enthousiast de Vrishni's, de persoonlijke metgezellen van
Krishna: (Vedabase)
Tekst
28
'O meester van
de Bhoja's [Ugrasena], u bent van een geboorte die de
moeite waard is onder de mensen in deze wereld, omdat u
herhaaldelijk Krishna ziet die zelfs door de yogi's maar zelden
wordt gezien.
'O
meester van de Bhoja's [Ugrasena], u bent van een
geboorte de moeite waard onder de mensen in deze wereld,
omdat u bij herhaling Krishna ziet, die zelfs door de
yogî's maar zelden wordt gezien.
(Vedabase)
Tekst
29-30
Zijn faam zoals
uitgedragen door de Veda's, het water dat van Zijn voeten
afspoelt en de woorden van de geopenbaarde geschriften zuiveren
grondig dit universum [zie ook B.G.
15: 15].
Door de aanraking van Zijn lotusgelijke voeten is, ookal was
haar goede geluk verwoest door de Tijd, de vitaliteit van de
aarde ontwaakt en laat ze in overvloed op ons neerregenen alles
wat we maar verlangen. Met het door u zien van Hem in eigen
persoon, het Hem aanraken en met Hem rondlopen, converseren,
neerliggen, zitten, eten, getrouwd zijn en het als bloedverwant
verbonden zijn met Hem, hebt u die het [normaal
gesproken] helse pad van het gezinsleven bewandelt nu
Vishnu gevonden, de hemel en bevrijding die het einde vormt
[van iemands zoeken. Zie ook 5.14
en 7.14
en B.G.
11: 41-42].'
Zijn
faam zoals uitgedragen door de Veda's, het water dat van
Zijn voeten afspoelt en de woorden van de geopenbaarde
geschriften [het s'âstrische] zuiveren grondig
dit universum [zie ook B.G. 15: 15]; door de
aanraking van Zijn lotusgelijke voeten is, ookal was haar
goede geluk verwoest door de Tijd, de vitaliteit van de
aarde ontwaakt en regent ze in overvloed op ons neer alles
wat we maar verlangen. Met het door u zien van Hem in eigen
persoon, het Hem aanraken en met Hem rondlopen, converseren,
neerliggen, zitten, eten, getrouwd zijn en het als
bloedverband verbonden zijn met Hem, hebt u die het
[normaal gesproken] helse pad van het gezinsleven
bewandelt nu Vishnu gevonden, de beëindiging [van
het zoeken naar de], hemel en bevrijding [zie ook
5.14 en 7.14 en B.G. 11:
41-42].'
(Vedabase)
Tekst
31
S'rî
S'uka zei: 'Toen Nanda erachter kwam dat de Yadu's onder
leiding van Krishna daar waren aangekomen, ging hij op pad om
Hem te ontmoeten, vergezeld door de gopa's met hun
bezittingen op hun wagens.
S'rî
S'uka zei: 'Nanda er achter komend dat de Yadu's met Krishna
voorop daar waren aangekomen, ging er op uit om Hem te
ontmoeten, vergezeld van de gopa's met hun bezittingen op
hun wagens. (Vedabase)
Tekst
32
Erover verrukt
Hem te zien leefden de Vrishni's helemaal op als ontwaakten ze
uit de dood en omhelsden ze Hem stevig, erover opgewonden na zo
een lange tijd Hem voor zich te zien.
Erover
verrukt hem te zien leefden de Vrishni's helemaal op als
ontwaakten ze uit de dood en omhelsden ze hem stevig, erover
opgewonden na zo een lange tijd hem aanwezig te hebben.
(Vedabase)
Tekst
33
Vasudeva, die
door de liefde buiten zichzelf van vreugde aan het omhelzen
was, herinnerde zich de moeilijkheden zoals ze veroorzaakt
waren door Kamsa en om reden waarvan hij zijn zoons in Gokula
had moeten achterlaten [zie 10.3
& 10.5].
Vasudeva,
van de liefde buiten zichzelf dolblij aan het omhelzen,
herinnerde zich de moeilijkheden veroorzaakt door Kamsa om
reden waarvan hij zijn zoons in Gokula had moeten
achterlaten [zie 10.3 & 10.5].
(Vedabase)
Tekst
34
Krishna en
Râma betoonden met het omhelzen van Hun
[pleeg-]ouders hen de eer en brachten, met Hun kelen
vol van tranen van liefde, niets uit, o grootste held van de
Kuru's.
Krishna
en Râma betoonden met het omhelzen van Hun
[pleeg-] ouders hun de eer en brachten, met hun
kelen vol van tranen van liefde, niets uit, o grootste held
van de Kuru's. (Vedabase)
Tekst
35
Hen op hun
schoten hijsend en Ze in hun armen houdend gaven de twee zo
fortuinlijke zielen, hij en Yas'odâ, hun verdriet op
[van het zo lang gescheiden te zijn
geweest].
Hen
op hun schoten hijsend en Ze in hun armen houdend gaven de
twee o zo fortuinlijke zielen, hij en Yas'odâ, hun
verdriet prijs [zo lang gescheiden te zijn geweest].
(Vedabase)
Tekst
36
Rohinî en
Devakî die daarna de koningin van Vraja omhelsden met in
gedachten wat ze allemaal [voor hen] gedaan had uit
vriendschap, spraken haar toe met kelen vol met
tranen:
Rohinî
en Devakî die daarna de koningin van Vraja omhelsden
met in gedachten wat ze allemaal [voor hen] gedaan
had uit vriendschap, spraken haar toe met kelen vol met
tranen: (Vedabase)
Tekst
37
'Welke vrouw
kan nu de aanhoudende vriendschap vergeten van jou en Nanda, o
koningin van Vraja; zelfs niet het verwerven van de rijkdom van
Indra zou afdoende zijn om het jullie in deze wereld te
vergoeden.
'Welke
vrouw kan de niet aflatende vriendschap vergeten van jullie
twee, o koningin van Vraja; zelfs niet het verwerven van de
rijkdom van Indra zou volstaan om jullie het in deze wereld
te vergoeden. (Vedabase)
Tekst
38
Voordat deze
Twee hun ouders konden ontmoeten ontvingen Ze, verblijvend bij
jullie twee als Hun [stief-]ouders, de opvoeding en
genegenheid, de voeding en bescherming, mijn beste dame. Onder
de vleugels van jullie heiligen, die voor niemand een vreemde
zijn en zo goed van bescherming zijn als oogleden voor de ogen,
hadden Ze niets te vrezen.'
Voordat
deze Twee hun ouders konden ontmoeten ontvingen Ze,
verblijvend bij jullie twee als Hun ouders, de opvoeding en
genegenheid, de voeding en bescherming, mijn beste dame;
onder de vleugels van jullie heiligen, voor niemand een
vreemde en zo goed als oogleden voor de ogen, hadden Ze
niets te vrezen.' (Vedabase)
Tekst
39
S'rî
S'uka zei: 'De gopî's nu ze na zo'n lange tijd
Krishna, het voorwerp van hun verlangen, weer terugzagen - voor
de aanblik van wie ze de schepper van hun oogleden wel konden
verwensen [zie 10.31:
15] -
sloten allen via hun ogen Hem in hun harten om Hem daar naar
hartelust te omhelzen en bereikten zo de extatische vervoering
die zelfs voor hen die voortdurend bezig zijn met mediteren
moeilijk te bereiken is.
S'rî
S'uka zei: 'De gopî's na zo'n lange tijd Krishna, het
voorwerp van hun verlangen, weerziend - voor de aanblik van
wie ze de schepper van hun oogleden wel konden verwensen
[zie 10.31: 15] - sloten allen via hun ogen Hem in
hun harten om Hem naar hartelust te omhelzen en bereikten de
extatische vervoering die zelfs voor hen die voortdurend
bezig zijn met mediteren moeilijk te bereiken is.
(Vedabase)
Tekst
40
De Allerhoogste
Heer, ze meer privé benaderend, vroeg hen, ze omhelzend,
naar hun gezondheid en zei lachend dit:
De
Allerhoogste Heer, ze meer privé benaderend, vroeg
hen, ze omhelzend, naar hun gezondheid en zei, lachend, dit:
(Vedabase)
Tekst
41
'Beste
vriendinnen, herinneren jullie je Ons nog, Wij die eropuit om
de partij van onze vijanden te vernietigen, omwille van die
plicht zo lang wegbleven?
'Beste
vriendinnen, herinneren jullie je Ons nog, die er op uit om
de partij van onze vijanden te vernietigen, omwille van die
plicht zo lang weg bleven?
(Vedabase)
Tekst
42
Misschien
denken jullie wel slecht over Ons ervan uitgaande dat We jullie
uit ons hoofd gezet zouden hebben - maar in feite is het de
Opperheer die de levende wezens samenbrengt en
scheidt.
Misschien
koesteren jullie wel minachting voor Ons erop bedacht dat We
jullie uit ons hoofd gezet zouden hebben - maar in feite is
het de Opperheer die de levende wezens samenbrengt en
scheidt. (Vedabase)
Tekst
43
Zoals de wind
massa's wolken, gras, zaadpluizen en stof samenbrengend, ze
weer uit elkaar gooit, gaat op dezelfde manier de Schepper van
de levenden tewerk met Zijn wezens [vergelijk
10.5:
24-25].
Zoals
de wind massa's wolken, gras, zaadpluizen en stof
samenbrengend, ze weer uit elkaar gooit, gaat op dezelfde
manier de Schepper van de levenden te werk met Zijn wezens
[vergelijk 10.5:
24-25].
(Vedabase)
Tekst
44
Bij genade van
de liefde voor Mij die zich fortuinlijk genoeg ontwikkelde van
de kant van jullie goede zelven, hebben jullie Mij verworven;
en inderdaad is het de toegewijde dienst aan Mij wat de
levenden naar de onsterfelijkheid leidt [vergelijk B.G.
9:
33].
Bij
genade van de liefde voor Mij die zich fortuinlijk genoeg
ontwikkelde van de kant van jullie goede zelven, hebben
jullie Mij verworven; en inderdaad is het de toegewijde
dienst aan Mij wat de levenden naar de onsterfelijkheid
leidt [vergelijk B.G. 9.33].
(Vedabase)
Tekst
45
Zoals de ether,
het water, de aarde, de lucht en het vuur van materiële
zaken, o dames, ben Ik waarlijk binnen en buiten, het begin en
het einde van alle geschapen wezens [zie b.v.
10.9:
13-14].
Zoals
de ether, het water, de aarde, de lucht en het vuur van
materiële zaken, o dames, ben Ik waarlijk binnen en
buiten, het begin en het einde van alle geschapen wezens
[zie b.v. 10.9: 13-14].
(Vedabase)
Tekst
46
Deze
materiële levensvormen, die aldus bestaan temidden van de
elementen der schepping en eveneens er zijn als het
âtmâ [de Ziel, het zelf en de
persoon] dat overeenkomstig zijn eigenlijke aard alles
doorvaart, moeten jullie beide zien als zich bevindend in Mij,
in de Onvergankelijke, Opperste Waarheid [zie ook b.v.
1.3:
1,
3.26:
51,
10.59:
29,
B.G.
9: 15 en
siddhânta].'
Deze
materiële levensvormen, op deze manier inderdaad
bestaande te midden van de elementen der schepping en
[eveneens] als het âtmâ [de Ziel,
het zelf en de persoon] in zijn eigen ware identiteit
[hen] doorvarend, moeten jullie beiderzijds zien als
zich opwerpend in Mij, te weten, de Onvergankelijke,
Opperste Waarheid [zie ook e.g. 1.3: 1, 3.26: 51, 10.59:
29, B.G. 9.15 en siddhânta].'
(Vedabase)
Tekst
47
S'rî
S'uka zei: 'De gopî's die aldus met de instructie over
het âtmâ door Krishna waren onderricht, deden door
voortdurend te mediteren op Hem de subtiele overdekking van de
ziel teniet [zie linga, 7.2:
47 en
4.29]
en kwamen tot het volle begrip van Hem.
S'rî
S'uka zei: 'De gopî's, aldus met de instructie over
het âtmâ door Krishna onderricht, deden door
voortdurend te mediteren op Hem de subtiele overdekking van
de ziel te niet [zie linga, 7.2: 47 en 4.29] en
kwamen tot begrip voor Hem. (Vedabase)
Tekst
48
Ze zeiden: 'Met
dat wat Je zei, o Heer met de Lotusnavel, wensen we dat onze
geesten, hoezeer ze ook in beslag zijn genomen door het
huishouden, immer alert zijn op Jouw Lotusvoeten die door de
grote yogi's en hoog geleerde filosofen in hun harten worden
gehouden om op te mediteren, want ze vormen, voor hen die
vielen in de overwoekerde put van een materieel bestaan, de
enige toevlucht om de oversteek te maken [zie ook
7.5:
5,
10.51:
46,
7.9:
28,
7.15:
46].'
Ze
zeiden: 'Met dat wat Je zei, o Heer met de Lotusnavel,
wensen we dat onze geesten, hoezeer ook opgegaan in het
huishouden, immer alert zijn op Jouw Lotusvoeten welke, door
de grote yogî's en hoog geleerde filosofen in het hart
gehouden om op te mediteren, de enige toevlucht zijn om aan
te landen voor hen die neervielen in de overwoekerde put van
een materieel bestaan [zie ook 7.5: 5, 10.51: 46, 7.9:
28, 7.15: 46].'
(Vedabase)
*
Volgens S'rîla Sanâtana Gosvâmî in zijn
Vaishnava-toshanî commentaar zou deze gebeurtenis,
beschreven in terugblik, zich hebben voorgedaan na
Balarâma's bezoek aan Vraja (10.65)
en voor Mahârâja Yudhishthhira's
Râjasûya offerplechtigheid (in 10.74)
daar direct na de plechtigheid de vijandschap binnen de
Kuru-familie, de verbanning van de Pândava's en de
daaruit volgende oorlog te Kurukshetra zich
voordeed.
