regelbalk


 

 

Canto 11

Hari Haraye Namah

 

 

Hoofdstuk 20: Trikânda Yoga: Bhakti Overtreft Kennis en Onthechting

(1) S'rî Uddhava zei: 'Naar de eer van Jou de Beheerser, o Lotusogige, concentreren de heilige geschriften, die de positieve en negatieve voorschriften bevatten, zich op de deugd en de ondeugd van het karma [akarma en vikarma]. (2) Ze handelen ook over de verscheidenheid van het varnâs'rama-systeem waarin de vader van een hogere [anuloma] dan wel een lagere klasse [pratiloma] kan zijn dan de moeder, ze gaan over hemel en hel en behandelen de onderwerpen van het hebben van bezittingen, de leeftijd, de plaats en de tijd [zie ook 4.8: 54 en *]. (3) Hoe kunnen mensen die deugd en ondeugd niet uit elkaar kunnen houden nu bevrijd raken zonder Jouw verbodsbepalende en regulerende woord [vergelijk 11.19: 40-45]? (4) De vedische kennis die uit Jou voortvloeit biedt zowel de voorvaderen, de goden als de menselijke wezens een superieur inzicht in de niet zomaar voor iedereen duidelijke zin van het leven, dat waar we naar streven en wat we daarvoor moeten aanwenden. (5) Het verschil tussen deugd en ondeugd ziet men met behulp van Jouw vedische kennis, het is een inzicht dat niet uit zichzelf ontstaat, maar het zijn ook Jouw Veda's die een dergelijk verschil weer uitvlakken en dus duidelijk verwarring stichten...'

(6) De Allerhoogste Heer zei: 'De drie wegen van de yoga die Ik heb beschreven met het verlangen het menselijk wezen de volmaaktheid te schenken, zijn het pad van de filosofie [jñâna], het pad van de arbeid [karma] en het pad van de devotie [bhakti]; er zijn buiten hen geen andere wegen te vinden [zie ook B.G. inhoud en tri-kânda]. (7) Voor hen die het niet meer zien zitten met prestatiegerichte werkzaamheden en zich op dat punt onthouden van handelingen is er de yoga van de spirituele kennis en voor hen die daar bewust niet afkerig van zijn en wèl voelen voor materieel geluk is er het pad van de karma-yoga. (8) Als het voorviel dat er zich geloof in mijn verhalen en wat er allemaal zo bijhoort ontwikkelde, zal voor zo een persoon die noch afkerig, noch al te gehecht is, het pad van de bhakti-yoga de volmaaktheid brengen. (9) Zolang men geen genoeg heeft van baatzuchtige arbeid en geen geloof hecht aan mijn verhandelingen of luisteren etc. [7.5: 23-24], moet men maar zo doorgaan [zie ook 1.2: 7, 11.5: 41]. (10) Iemand zal niet naar de hemel gaan, maar ook niet in de hel belanden, Uddhava, als hij eraan vasthoudt niets anders te doen dan zijn voorgeschreven plichten en hij zonder nevenmotieven van aanbidding is met het brengen van offers [zie ook B.G. 8: 16]. (11) Als men, in deze wereld levend, zonder te zondigen vasthoudt aan zijn plichten en zuiver is [in zijn motieven], verwerft men bovenzinnelijke kennis en bereikt men eventueel, als het lot gunstig gezind is, Mijn bhakti [vergelijk 1.5: 23-31]. (12) Net als de bewoners van de hel, verlangen zelfs de bewoners van de hemel naar deze planeet aarde die zo bevorderlijk is voor de spirituele kennis en de toegewijde dienst die in beide posities van weinig waarde lijken te zijn (13) Een menselijk wezen zou nimmer naar de hemel moeten streven of in de hel moeten willen belanden, noch zou een wijs iemand naar deze planeet aarde moeten verlangen, omdat men op basis van een dergelijke lichamelijke betrokkenheid een dwaas wordt. (14) Dit wetende behoort iemand, voordat hij doodgaat, zich te beijveren voor de transcendentie in de wetenschap dat, hoewel [het lichaam is] onderworpen aan de dood, het [materieel bestaan] de volmaaktheid van de levensbestemming binnen bereik brengt. (15) Een vogel die het nest opgeeft dat hij bouwde in een boom die werd omgezaagd door een paar boodschappers van de dood, bereikt het geluk bij de genade van het niet gehecht zijn. (16) Wetend dat met iedere dag en nacht de levensduur bekort wordt heeft men, gegrepen door de angst, begrip voor de bovenzinnelijke positie en bereikt men vrij van begeerte de volmaakte vrede. (17) Het menselijk lichaam dat de bron vormt van alle zegeningen verkrijgt men zomaar ookal komt dat maar zelden voor [gezien de enorme keuze aan levensvormen op de planeet]. Het vormt een schip dat buitengewoon geschikt is voor zijn taak, gegeven een geestelijk leraar als de kapitein en voortgedreven door de gunstige winden die Ik vertegenwoordig. Maar als iemand de oceaan van het materieel bestaan er niet mee oversteekt is hij de moordenaar van zijn eigen ziel. (18) Een yogi, die geen hoop koestert in materiële aangelegenheden, heeft zijn zinnen geheel in bedwang en is onthecht. Hij moet zich concentreren om de geest te stabiliseren in de discipline die hij erop nahoudt met de ziel. (19) Geconcentreerd op het spirituele vlak moet de geest, als die plots wordt weggetrokken uit zijn positie, zorgvuldig, volgens de regels van de kunst, onder controle van het zelf worden gebracht [zie ook B.G. 6: 26]. (20) Men moet, als men vanuit het goede opererend zijn adem en zijn zinnen onderwerpt, niet vergeten wat de zin van het denken is. De geest moet steeds met behulp van de intelligentie worden teruggeleid naar het toezicht van de ziel [om die te dienen, zie B.G. 3: 42]. (21) Dit waarlijk allerverhevenste yogaproces bestaat eruit dat men nauwlettend steeds de geest observeert met het doel om hem geheel in bedwang te krijgen. Men moet er vertrouwenwekkend mee omgaan alsof het een paard is dat men wil temmen [zie ook B.G. 6: 33-34]. (22) Door te analyseren hoe de verschillende onderdelen en beginselen van de spirituele kennis samenhangen en in strijd verkeren, hoe ze ontstaan en weer verloren gaan, moet men de aandacht er steeds bijhouden totdat de geest zijn vervulling heeft bereikt. (23) Van degene die met afdoende tegenzin de materie heeft losgelaten geeft de geest, die aan de hand van de vedische voorschriften steeds bezig wordt gehouden met het analyseren van alles waar die op gericht is, het op zich met dat onderwerp valselijk te vereenzelvigen. (24) Men moet de geest op geen andere manier richten op het doel van de yoga dan met de onthoudingen en procedures van de [achtvoudige] yogamethode, met de logische analyses van de spirituele beschouwing of middels de oefeningen van respect voor Mijn gedaante [karma-, jñâna- en bhakti-yoga]. (25) Als een yogi door nalatigheid een verwerpelijke daad begaat, moet hij met enkel de yogamethode die zonde weer verzengen. Met dit soort zaken moet hij nooit en te nimmer anders tewerk gaan [vergelijk 1.5: 17, B.G. 4: 19, 9: 30]. (26) De gestadige praktijk die een ieder er met zijn eigen methode op nahoudt vormt een lovenswaardige deugd, maar door de aard der vruchtdragende [karmische] handelingen is men niet zuiver bezig. Aan de hand van deze deugd en ondeugd worden de disciplinaire inachtnemingen [van de niyama] ingesteld vanuit het verlangen de verschillende vormen van gehechtheid los te laten. (27-28) Als bij hem het geloof in Mijn vertellingen is ontwaakt en hij afkeer koestert voor al het karma moet hij [de âtmânandi bhakta] die bekend is met de misère die gevormd wordt door de lust - ondanks dat hij niet volledig van beheersing is in het proces van de verzaking - door dat inzicht gesterkt in zijn overtuiging overgaan tot het verheerlijken van Mij [bhajana]. Aldus blijft hij in zijn geloof gelukkig en heeft hij daarbij spijt van de zinsbevrediging die leidde tot het ongeluk. (29) Al de lusten die een wijze in zijn hart heeft worden vernietigd als hij, Mij voortdurend aanbiddend in de bhakti-yoga zoals beschreven, zijn hart stevig in Mij heeft verankerd [zie sthita-prajña]. (30) De knopen in het hart worden doorsneden, alle twijfels worden aan stukken gesneden en de keten van de baatzuchtige handelingen komt ten einde als Ik wordt gezien als de Opperziel van Allen. (31) Om die reden is voor een yogi die, verbonden in Mijn toegewijde dienst, zijn geest op Mij vestigde, over het algemeen noch het pad van de kennis, noch het pad der onthechting [van baatzuchtig handelen] de manier om gelukkig te worden in deze wereld. (32-33) Mocht hij op de een of andere manier de hemel, de zaligheid of Mijn verblijf begeren, dan wordt alles wat wordt verkregen door baatzuchtig handelen, door boete te doen, de kennis te cultiveren en door de dingen los te laten; werkelijk alles wat wordt bereikt door de mystieke yoga, liefdadigheid, religieuze inachtnemingen, gunstige handelingen of anderszins, met gemak door Mijn toegewijde bereikt in de liefdevolle dienst aan Mij. (34) De geheiligden die nuchter zijn, de toegewijden die zonder twijfel één zijn van hart jegens Mij, verlangen het inderdaad nimmer dat Ik ze de verlichting of de vrijheid van geboorte en dood verleen. (35) Men stelt dat men maar beter niets kan begeren, opdat zich bij hem die niet uit is op enig persoonlijk voordeel, bij hem die begeerteloos is, zich als het hoogste stadium van bevrijding de bhakti voor Mij kan voordoen [zie ook 2.3: 10]. (36) Ongunstige kwaliteiten ontspruitend aan zwakheden kunnen zich in de zuivere toegewijden met Mij nimmer [weer] opwerpen omdat zij vrij van begeerte onder alle omstandigheden stabiel zijn in het bewustzijn. Ze behoren nu tot degenen die zich hebben bewogen voorbij dat wat met een materieel ingesteld verstand kan worden begrepen [zie ook B.G. 9: 30].

(37) Zij die deze methoden volgen zoals Ik ze nu heb onderricht, bereiken de geborgenheid van Mijn verblijfplaats in de rechtstreekse waarneming van dat wat de Absolute Waarheid is.'

 

 

 next                         

  

 
 

Tweede editie, geladen 24 juni 2009

 

 

 

 

 

Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:

 

Tekst 1

(1) S'rî Uddhava zei: 'Naar de eer van Jou de Beheerser, o Lotusogige, concentreren de heilige geschriften, die de positieve en negatieve voorschriften bevatten, zich op de deugd en de ondeugd van het karma [akarma en vikarma].

S'rî Uddhava zei: 'Van Jou de Beheerser, o Lotusogige, concentreren de heilige geschriften van positieve en negatieve voorschriften zich op de deugd en de ondeugd van het karma [akarma en vikarma]. (Vedabase)

 

Tekst 2

Ze handelen ook over de verscheidenheid van het varnâs'rama-systeem waarin de vader van een hogere [anuloma] dan wel een lagere klasse [pratiloma] kan zijn dan de moeder, ze gaan over hemel en hel en behandelen de onderwerpen van het hebben van bezittingen, de leeftijd, de plaats en de tijd [zie ook 4.8: 54 en *].

De verscheidenheid van het varnâs'rama-systeem waarin de vader van een hogere [anuloma] danwel een lagere klasse [pratiloma] kan zijn dan de moeder, geeft blijk van hemel en hel met de bezittingen, de leeftijd, de plaats en de tijd [zie ook 4.8: 54 en *]. (Vedabase)

   

Tekst 3

Hoe kunnen mensen die deugd en ondeugd niet uit elkaar kunnen houden nu bevrijd raken zonder Jouw verbodsbepalende en regulerende woord [vergelijk 11.19: 40-45]?

Hoe zijn voor menselijke wezens eigenlijk Jouw woorden, die van een verbiedende en regulerende aard zijn, en de volmaaktheid van het leven nu mogelijk, als ze niet het verschil zien tussen de deugd en de ondeugd [vergelijk 11.19: 40-45]? (Vedabase)

 

Tekst 4

De vedische kennis die uit Jou voortvloeit biedt zowel de voorvaderen, de goden als de menselijke wezens een superieur inzicht in de niet zomaar voor iedereen duidelijke zin van het leven, dat waar we naar streven en wat we daarvoor moeten aanwenden.

Is het niet zo, o Heer, dat voor de voorvaderen, de goden en de menselijke wezens de vedische kennis die uit Jou voortkomt het middel en het doel vormt voor de levensbestemmingen en het superieure oog is voor dat wat niet rechtstreeks kan worden waargenomen? (Vedabase)

 

Tekst 5

Het verschil tussen deugd en ondeugd ziet men met behulp van Jouw vedische kennis, het is een inzicht dat niet uit zichzelf ontstaat, maar het zijn ook Jouw Veda's die een dergelijk verschil weer uitvlakken en dus duidelijk verwarring stichten...'

Van de vedische teksten het verschil ziend tussen vroomheid en zonde is iets dat zich niet uit zichzelf voordoet; Jouw ontkenning van een dergelijk onderscheid sticht dus duidelijk verwarring!' (Vedabase)

 

Tekst 6

De Allerhoogste Heer zei: 'De drie wegen van de yoga die Ik heb beschreven met het verlangen het menselijk wezen de volmaaktheid te schenken, zijn het pad van de filosofie [jñâna], het pad van de arbeid [karma] en het pad van de devotie [bhakti]; er zijn buiten hen geen andere wegen te vinden [zie ook B.G. inhoud en tri-kânda].

De Allerhoogste Heer zei: 'De drie wegen van de yoga die Ik, met het verlangen de volmaaktheid van het menselijk wezen te vergunnen, heb beschreven zijn het pad van de filosofie [jñâna], het pad van de arbeid [karma] en het pad van de devotie [bhakti]; er bestaan hoe dan ook geen wegen buiten hen [zie ook B.G. inhoud en tri-kânda]. (Vedabase)

 

Tekst 7

Voor hen die het niet meer zien zitten met prestatiegerichte werkzaamheden en zich op dat punt onthouden van handelingen is er de yoga van de spirituele kennis en voor hen die daar bewust niet afkerig van zijn en wèl voelen voor materieel geluk is er het pad van de karma-yoga.

Voor hen die weerzin voelen in de verzaking van het werken voor het resultaat is er de yoga van de spirituele kennis in dezen en voor hen die met een bewustzijn zonder weerzin daarin wèl voelen voor materieel geluk is er het pad van de karma-yoga. (Vedabase)

 

 Tekst 8

Als het voorviel dat er zich geloof in mijn verhalen en wat er allemaal zo bijhoort ontwikkelde, zal voor zo een persoon die noch afkerig, noch al te gehecht is, het pad van de bhakti-yoga de volmaaktheid brengen.

Als het zo voorviel dat er zich geloof in mijn vertellingen en dat alles ontwikkelde, zal voor een dergelijke persoon - niet afkerig, noch al te gehecht - dan het pad van de bhakti-yoga belonen met de volmaaktheid. (Vedabase)

 

 Tekst 9

Zolang men geen genoeg heeft van baatzuchtige arbeid en geen geloof hecht aan mijn verhandelingen of luisteren etc. [7.5: 23-24], moet men maar zo doorgaan [zie ook 1.2: 7, 11.5: 41].

Zolang als men niet genoeg heeft van het doen van baatzuchtige arbeid en niet het geloof in mijn verhandelingen of luisteren etc. [7.5: 23-24] is ontwaakt, moet men zo verder gaan [zie ook 1.2: 7, 11.5: 41]. (Vedabase)

 

Tekst 10

Iemand zal niet naar de hemel gaan, maar ook niet in de hel belanden, Uddhava, als hij eraan vasthoudt niets anders te doen dan zijn voorgeschreven plichten en hij zonder nevenmotieven van aanbidding is met het brengen van offers [zie ook B.G. 8: 16].

Als men vanuit zijn voorgeschreven plichten van aanbidding is met offerplechtigheden en niet de vruchten begeert, Uddhava, gaat zo een persoon, als hij er geen andere praktijk op nahoudt, niet naar de hemel, noch naar de hel [zie ook B.G. 8: 16]. (Vedabase)

 

Tekst 11

Als men, in deze wereld levend, zonder te zondigen vasthoudt aan zijn plichten en zuiver is [in zijn motieven], verwerft men bovenzinnelijke kennis en bereikt men eventueel, als het lot gunstig gezind is, Mijn bhakti [vergelijk 1.5: 23-31].

Bestaand in deze wereld zich vrij van zonden en zuiver [van motief] vastklampend aan zijn plichten, reikt men tot de transcendentale kennis of, indien gelukkig, tot Mijn bhakti [vergelijk 1.5: 23-31]. (Vedabase)

 

Tekst 12

Net als de bewoners van de hel, verlangen zelfs de bewoners van de hemel naar deze planeet aarde die zo bevorderlijk is voor de spirituele kennis en de toegewijde dienst die in beide posities van weinig waarde lijken te zijn

Net als de bewoners van de hel, verlangen zelfs de bewoners van de hemel naar deze planeet aarde die zo bevorderlijk is voor de spirituele kennis en de toegewijde dienst die in geen van beide posities van nut lijken. (Vedabase)

 

Tekst 13

Een menselijk wezen zou nimmer naar de hemel moeten streven of in de hel moeten willen belanden, noch zou een wijs iemand naar deze planeet aarde moeten verlangen, omdat men op basis van een dergelijke lichamelijke betrokkenheid een dwaas wordt.

Een menselijk wezen zou nimmer naar de hemel moeten streven of in de hel moeten willen belanden; noch zou een wijs iemand naar deze planeet aarde moeten verlangen, daar vol van het lichaam zijnd men een dwaas wordt. (Vedabase)

 

Tekst 14

Dit wetende behoort iemand, voordat hij doodgaat, zich te beijveren voor de transcendentie in de wetenschap dat, hoewel [het lichaam is] onderworpen aan de dood, het [materieel bestaan] de volmaaktheid van de levensbestemming binnen bereik brengt.

Men zou moeten weten dat, ookal is men sterfelijk, dit [materiële bestaan] voor de dood, als men niet een dwaas zijnd de verantwoordelijkheid inziet het allemaal te overstijgen, de volmaaktheid van de levensbestemming kan geven. (Vedabase)

 

Tekst 15

Een vogel die het nest opgeeft dat hij bouwde in een boom die werd omgezaagd door een paar boodschappers van de dood, bereikt het geluk bij de genade van het niet gehecht zijn.

Een vogel die zijn thuis opgeeft dat hij bouwde in een boom omgezaagd door een paar boodschappers van de dood, bereikt het geluk bij de genade van het niet gehecht zijn. (Vedabase)

 

Tekst 16

Wetend dat met iedere dag en nacht de levensduur bekort wordt heeft men, gegrepen door de angst, begrip voor de bovenzinnelijke positie en bereikt men vrij van begeerte de volmaakte vrede.

Wetend dat de levensduur wordt bekort door de dagen en de nachten bereikt men trillend van de angst en vrij van begeerte de Heer verstaand, de volmaakte vrede. (Vedabase)

  

Tekst 17

Het menselijk lichaam dat de bron vormt van alle zegeningen verkrijgt men zomaar ookal komt dat maar zelden voor [gezien de enorme keuze aan levensvormen op de planeet]. Het vormt een schip dat buitengewoon geschikt is voor zijn taak, gegeven een geestelijk leraar als de kapitein en voortgedreven door de gunstige winden die Ik vertegenwoordig. Maar als iemand de oceaan van het materieel bestaan er niet mee oversteekt is hij de moordenaar van zijn eigen ziel.

Met het menselijke en allerbelangrijkste lichaam, dat zonder moeite wordt verworven maar met inspanning moeilijk te verwerven is, als een boot die hoogst geschikt de geestelijk leraar als zijn kapitein kent en Mijn gunstige winden als de stuwende kracht heeft, is de persoon die niet de oceaan van het materiële bestaan oversteekt de moordenaar van zijn eigen ziel. (Vedabase)

 

Tekst 18

Een yogi, die geen hoop koestert in materiële aangelegenheden, heeft zijn zinnen geheel in bedwang en is onthecht. Hij moet zich concentreren om de geest te stabiliseren in de discipline die hij erop nahoudt met de ziel.

Als de yogî wanhopig in materiële aangelegenheden in de volle beheersing van zijn zinnen onthecht is, moet hij zich concentreren om de geest te stabiliseren in de discipline met de ziel. (Vedabase)

 

Tekst 19

Geconcentreerd op het spirituele vlak moet de geest, als die plots wordt weggetrokken uit zijn positie, zorgvuldig, volgens de regels van de kunst, onder controle van het zelf worden gebracht [zie ook B.G. 6: 26].

Geconcentreerd op het spirituele vlak moet de geest, als die plots wordt weggetrokken uit zijn positie, zorgvuldig, volgens de regels van de kunst, onder controle van het zelf worden gebracht [zie ook B.G. 6: 26]. (Vedabase)

 

Tekst 20

Men moet, als men vanuit het goede opererend zijn adem en zijn zinnen onderwerpt, niet vergeten wat de zin van het denken is. De geest moet steeds met behulp van de intelligentie worden teruggeleid naar het toezicht van de ziel [om die te dienen, zie B.G. 3: 42].

Met het overwonnen hebben van zijn adem en zijn zinnen moet men de bestemming van de geest niet uit het oog verliezen maar eerder, begaan met de goedheid, op intelligente wijze de geest terugleiden onder het toezicht van de ziel [zie B.G. 3: 42]. (Vedabase)

 

Tekst 21

Dit waarlijk allerverhevenste yogaproces bestaat eruit dat men nauwlettend steeds de geest observeert met het doel om hem geheel in bedwang te krijgen. Men moet er vertrouwenwekkend mee omgaan alsof het een paard is dat men wil temmen [zie ook B.G. 6: 33-34].

Men moet altijd nauwlettend toezien op dit waarlijk allerverhevenste yogaproces dat er is voor de volle controle over de geest die, als een paard om te temmen, zo bezien van binnen gekend wordt [zie ook B.G. 6: 33-34]. (Vedabase)

  

 Tekst 22

Door te analyseren hoe de verschillende onderdelen en beginselen van de spirituele kennis samenhangen en in strijd verkeren, hoe ze ontstaan en weer verloren gaan, moet men de aandacht er steeds bijhouden totdat de geest zijn vervulling heeft bereikt.

Middels het analyseren van al de materiële elementen in regressie en progressie, in schepping en vernietiging, moet de geest voortdurend van aandacht zijn tot de [spirituele] bevrediging is bereikt. (Vedabase)

 

 Tekst 23

Van degene die met afdoende tegenzin de materie heeft losgelaten geeft de geest, die aan de hand van de vedische voorschriften steeds bezig wordt gehouden met het analyseren van alles waar die op gericht is, het op zich met dat onderwerp valselijk te vereenzelvigen.

Van een persoon die weerzin heeft en onthecht is geeft de geest, begeleid door de vedische voorschriften, met de constante analyse van wat becontempleerd wordt, het op met het valselijk geïdentificeerd zijn. (Vedabase)

 

 Tekst 24

Men moet de geest op geen andere manier richten op het doel van de yoga dan met de onthoudingen en procedures van de [achtvoudige] yogamethode, met de logische analyses van de spirituele beschouwing of middels de oefeningen van respect voor Mijn gedaante [karma-, jñâna- en bhakti-yoga].

Met alles van de yama en de procedures van de yoga [het karma...] en met het logisch analyseren en de spirituele kennis [de jñâna] behoort men op geen enkele andere dan middels de aanbidding van Mijn gedaante of andere oefeningen van eerbied [de bhakti] de geest te richten op het voorwerp van de Yoga [de tijd ervan, de plaats en de persoon]. (Vedabase)

 

 Tekst 25

Als een yogi door nalatigheid een verwerpelijke daad begaat, moet hij met enkel de yogamethode die zonde weer verzengen. Met dit soort zaken moet hij nooit en te nimmer anders tewerk gaan [vergelijk 1.5: 17, B.G. 4: 19, 9: 30].

Indien als gevolg van nalatigheid de yogî een verwerpelijke daad zou begaan, moet hij met enkel de yogamethode die zonde verbranden; in deze aangelegenheden moet hij nimmer te eniger tijd anders te werk gaan [vergelijk 1.5: 17, B.G. 4: 19, 9.30]. (Vedabase)

 

 Tekst 26

De gestadige praktijk die een ieder er met zijn eigen methode op nahoudt vormt een lovenswaardige deugd, maar door de aard der vruchtdragende [karmische] handelingen is men niet zuiver bezig. Aan de hand van deze deugd en ondeugd worden de disciplinaire inachtnemingen [van de niyama] ingesteld vanuit het verlangen de verschillende vormen van gehechtheid los te laten.

Met de gestadige praktijk van ieder zijn eigen positie is dit de deugd die wordt geprezen terwijl, naar het verlangen de verschillende vormen van gehechtheid te verzaken, met deze disciplinaire beheersing de 'goed' en 'kwaad' -heerschappij van principes [, de grens,] werd gevestigd naar de onzuivere aard van de vruchtdragende handelingen. (Vedabase)

 

 

 Tekst 27-28

Als bij hem het geloof in Mijn vertellingen is ontwaakt en hij afkeer koestert voor al het karma moet hij [de âtmânandi bhakta] die bekend is met de misère die gevormd wordt door de lust - ondanks dat hij niet volledig van beheersing is in het proces van de verzaking - door dat inzicht gesterkt in zijn overtuiging overgaan tot het verheerlijken van Mij [bhajana]. Aldus blijft hij in zijn geloof gelukkig en heeft hij daarbij spijt van de zinsbevrediging die leidde tot het ongeluk.

Met het geloof in Mijn vertellingen ontwaakt en van weerzin voor al het karma moet hij [de âtmânandi bhakta] bekend met de misère die gevormd wordt door de lust, hoewel niet volledig van beheersing zijnd met het proces van de verzaking, van dat inzicht vastbesloten in zijn overtuiging overgaan tot het verheerlijken van Mij [bhajana] en aldus in geloof gelukkig blijven en daarbij spijt hebben van de zinsbevrediging die leidde tot het ongeluk. (Vedabase)

 

 Tekst 29

Al de lusten die een wijze in zijn hart heeft worden vernietigd als hij, Mij voortdurend aanbiddend in de bhakti-yoga zoals beschreven, zijn hart stevig in Mij heeft verankerd [zie sthita-prajña].

(29) Als het hart stevig in Mij is verankerd worden van de wijze die in de bhakti-yoga als beschreven voortdurend Mij aanbidt, al de lusten die in zijn hart zijn vernietigd [zie sthita-prajña]. (Vedabase)

 

 Tekst 30

De knopen in het hart worden doorsneden, alle twijfels worden aan stukken gesneden en de keten van de baatzuchtige handelingen komt ten einde als Ik wordt gezien als de Opperziel van Allen.

De knopen in het hart worden doorsneden, alle twijfels worden aan stukken gesneden en de keten van zijn baatzuchtige handelingen is teneinde als Ik wordt gezien als de Opperziel van Allen. (Vedabase)

 

 Tekst 31

Om die reden is voor een yogi die, verbonden in Mijn toegewijde dienst, zijn geest op Mij vestigde, over het algemeen noch het pad van de kennis, noch het pad der onthechting [van baatzuchtig handelen] de manier om gelukkig te worden in deze wereld.

Om die reden is voor een yogî die verbonden in Mijn toegewijde dienst zijn geest op Mij concentreerde, over het algemeen noch het pad van de kennis, noch het pad der onthechting [van baatzuchtig handelen] de manier om gelukkig te worden in deze wereld. (Vedabase)

 

 Tekst 32-33

Mocht hij op de een of andere manier de hemel, de zaligheid of Mijn verblijf begeren, dan wordt alles wat wordt verkregen door baatzuchtig handelen, door boete te doen, de kennis te cultiveren en door de dingen los te laten; werkelijk alles wat wordt bereikt door de mystieke yoga, liefdadigheid, religieuze inachtnemingen, gunstige handelingen of anderszins, met gemak door Mijn toegewijde bereikt in de liefdevolle dienst aan Mij.

Alles wat wordt verkregen door baatzuchtig handelen, door boete te doen, de kennis te cultiveren en door de dingen los te laten; voorwaar alles wat wordt bereikt door de mystieke yoga, liefdadigheid, religieuze inachtnemingen, gunstige handelingen en anderszins, wordt met gemak door Mijn toegewijde bereikt in de liefdevolle dienst aan Mij als hij op de een of andere manier de hemel, de zaligheid en Mijn verblijf begeert. (Vedabase)

 

 Tekst 34

De geheiligden die nuchter zijn, de toegewijden die zonder twijfel één zijn van hart jegens Mij, verlangen het inderdaad nimmer dat Ik ze de verlichting of de vrijheid van geboorte en dood verleen.

De geheiligden die nuchter zijn, de toegewijden die zonder twijfel één zijn van hart jegens Mij, begeren nimmer inderdaad de verlichting, de vrijheid van geboorte en dood, door Mij vergund. (Vedabase)

 

 Tekst 35

Men stelt dat men maar beter niets kan begeren, opdat zich bij hem die niet uit is op enig persoonlijk voordeel, bij hem die begeerteloos is, zich als het hoogste stadium van bevrijding de bhakti voor Mij kan voordoen [zie ook 2.3: 10].

Men stelt dat het het beste is niet ook maar iets te begeren, en aldus mag van hem die, niet uit op enig persoonlijk voordeel, begeerteloos is, als het hoogste stadium van bevrijding zich de bhakti voor Mij voordoen [zie ook 2.3: 10]. (Vedabase)

 

 Tekst 36

Ongunstige kwaliteiten ontspruitend aan zwakheden kunnen zich in de zuivere toegewijden met Mij nimmer [weer] opwerpen omdat zij vrij van begeerte onder alle omstandigheden stabiel zijn in het bewustzijn. Ze behoren nu tot degenen die zich hebben bewogen voorbij dat wat met een materieel ingesteld verstand kan worden begrepen [zie ook B.G. 9: 30].

Van de zuivere toegewijden kunnen zich in Mij, van wat ongunstig en zondig is, zich nimmer de kwaliteiten voordoen daar zij zich, vrij van begeren en stabiel in het bewustzijn, voorbij hen bevinden die resultaat hadden met een materiële intelligentie [zie ook B.G. 9: 30]. (Vedabase)

 

 Tekst 37

Zij die deze methoden volgen zoals Ik ze nu heb onderricht, bereiken de geborgenheid van Mijn verblijfplaats in de rechtstreekse waarneming van dat wat de Absolute Waarheid is.'

Zij die deze voorstelling van zaken aldus door Mij onderricht navolgen bereiken de veiligheid van Mijn verblijf in het directe gewaarzijn van dat wat de Absolute Waarheid is. (Vedabase)

 

*: De vaidehaka's bestaan uit hen geboren uit een s'ûdra vader en een brâhmana moeder, de sûta's zijn zij die geboren zijn uit een kshatriya vader en een brâhmana moeder of van een s'ûdra vader en een kshatriya moeder. De mûrdhâvasikta's zijn zij geboren uit een brâhmana vader en een kshatriya moeder. Ambashthha's zijn zij die geboren zijn uit een brâhmana vader en een vais'ya moeder [dezen werken vaak in de gezondheidszorg]. Karana is de naam voor hen die geboren zijn uit een vais'ya vader en een s'ûdra moeder of een kshatriya vader en een vais'ya moeder.

 
 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
De afbeelding is een collage van een plaatje uit een
yoga-artikel van Anand Aadhar in de gameWiki
en een afbeelding van het
Bhâgavata dharma van B.K. Mitra.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties