(1)
S'rî Uddhava zei: 'Naar de eer van Jou de Beheerser, o
Lotusogige, concentreren de heilige geschriften, die de
positieve en negatieve voorschriften bevatten, zich op de deugd
en de ondeugd van het karma [akarma
en vikarma].
S'rî
Uddhava zei: 'Van Jou de Beheerser, o Lotusogige,
concentreren de heilige geschriften van positieve en
negatieve voorschriften zich op de deugd en de ondeugd van
het karma [akarma en vikarma].
(Vedabase)
Tekst
2
Ze handelen ook
over de verscheidenheid van het
varnâs'rama-systeem waarin de vader van een hogere
[anuloma] dan wel een lagere klasse
[pratiloma] kan zijn dan de moeder, ze gaan over
hemel en hel en behandelen de onderwerpen van het hebben van
bezittingen, de leeftijd, de plaats en de tijd [zie ook
4.8:
54 en
*].
De
verscheidenheid van het varnâs'rama-systeem waarin de
vader van een hogere [anuloma] danwel een lagere
klasse [pratiloma] kan zijn dan de moeder, geeft
blijk van hemel en hel met de bezittingen, de leeftijd, de
plaats en de tijd [zie ook 4.8: 54 en *].
(Vedabase)
Tekst
3
Hoe kunnen
mensen die deugd en ondeugd niet uit elkaar kunnen houden nu
bevrijd raken zonder Jouw verbodsbepalende en regulerende woord
[vergelijk 11.19:
40-45]?
Hoe
zijn voor menselijke wezens eigenlijk Jouw woorden, die van
een verbiedende en regulerende aard zijn, en de volmaaktheid
van het leven nu mogelijk, als ze niet het verschil zien
tussen de deugd en de ondeugd [vergelijk 11.19:
40-45]?
(Vedabase)
Tekst
4
De vedische
kennis die uit Jou voortvloeit biedt zowel de voorvaderen, de
goden als de menselijke wezens een superieur inzicht in de niet
zomaar voor iedereen duidelijke zin van het leven, dat waar we
naar streven en wat we daarvoor moeten
aanwenden.
Is
het niet zo, o Heer, dat voor de voorvaderen, de goden en de
menselijke wezens de vedische kennis die uit Jou voortkomt
het middel en het doel vormt voor de levensbestemmingen en
het superieure oog is voor dat wat niet rechtstreeks kan
worden waargenomen? (Vedabase)
Tekst
5
Het
verschil tussen deugd en ondeugd ziet men met behulp van Jouw
vedische kennis, het is een inzicht dat niet uit zichzelf
ontstaat, maar het zijn ook Jouw Veda's die een dergelijk
verschil weer uitvlakken en dus duidelijk verwarring
stichten...'
Van
de vedische teksten het verschil ziend tussen vroomheid en
zonde is iets dat zich niet uit zichzelf voordoet; Jouw
ontkenning van een dergelijk onderscheid sticht dus
duidelijk verwarring!' (Vedabase)
Tekst
6
De Allerhoogste
Heer zei: 'De drie wegen van de yoga die Ik heb beschreven met
het verlangen het menselijk wezen de volmaaktheid te schenken,
zijn het pad van de filosofie
[jñâna], het pad van de arbeid
[karma] en het pad van de devotie [bhakti]; er
zijn buiten hen geen andere wegen te vinden [zie ook
B.G.
inhoud en
tri-kânda].
De
Allerhoogste Heer zei: 'De drie wegen van de yoga die Ik,
met het verlangen de volmaaktheid van het menselijk wezen te
vergunnen, heb beschreven zijn het pad van de filosofie
[jñâna], het pad van de arbeid
[karma] en het pad van de devotie [bhakti];
er bestaan hoe dan ook geen wegen buiten hen [zie ook
B.G. inhoud en tri-kânda].
(Vedabase)
Tekst
7
Voor hen die
het niet meer zien zitten met prestatiegerichte werkzaamheden
en zich op dat punt onthouden van handelingen is er de yoga van
de spirituele kennis en voor hen die daar bewust niet afkerig
van zijn en wèl voelen voor materieel geluk is er het
pad van de karma-yoga.
Voor
hen die weerzin voelen in de verzaking van het werken voor
het resultaat is er de yoga van de spirituele kennis in
dezen en voor hen die met een bewustzijn zonder weerzin
daarin wèl voelen voor materieel geluk is er het pad
van de karma-yoga. (Vedabase)
Tekst
8
Als het
voorviel dat er zich geloof in mijn verhalen en wat er allemaal
zo bijhoort ontwikkelde, zal voor zo een persoon die noch
afkerig, noch al te gehecht is, het pad van de bhakti-yoga de
volmaaktheid brengen.
Als
het zo voorviel dat er zich geloof in mijn vertellingen en
dat alles ontwikkelde, zal voor een dergelijke persoon -
niet afkerig, noch al te gehecht - dan het pad van de
bhakti-yoga belonen met de volmaaktheid.
(Vedabase)
Tekst
9
Zolang men geen
genoeg heeft van baatzuchtige arbeid en geen geloof hecht aan
mijn verhandelingen of luisteren etc. [7.5:
23-24],
moet men maar zo doorgaan [zie ook 1.2:
7,
11.5:
41].
Zolang
als men niet genoeg heeft van het doen van baatzuchtige
arbeid en niet het geloof in mijn verhandelingen of
luisteren etc. [7.5: 23-24] is ontwaakt, moet men zo
verder gaan [zie ook 1.2: 7, 11.5:
41].
(Vedabase)
Tekst
10
Iemand zal niet
naar de hemel gaan, maar ook niet in de hel belanden, Uddhava,
als hij eraan vasthoudt niets anders te doen dan zijn
voorgeschreven plichten en hij zonder nevenmotieven van
aanbidding is met het brengen van offers [zie ook B.G.
8:
16].
Als
men vanuit zijn voorgeschreven plichten van aanbidding is
met offerplechtigheden en niet de vruchten begeert, Uddhava,
gaat zo een persoon, als hij er geen andere praktijk op
nahoudt, niet naar de hemel, noch naar de hel [zie ook
B.G. 8: 16]. (Vedabase)
Tekst
11
Als men, in
deze wereld levend, zonder te zondigen vasthoudt aan zijn
plichten en zuiver is [in zijn motieven], verwerft men
bovenzinnelijke kennis en bereikt men eventueel, als het lot
gunstig gezind is, Mijn bhakti [vergelijk
1.5:
23-31].
Bestaand
in deze wereld zich vrij van zonden en zuiver [van
motief] vastklampend aan zijn plichten, reikt men tot de
transcendentale kennis of, indien gelukkig, tot Mijn bhakti
[vergelijk 1.5: 23-31].
(Vedabase)
Tekst
12
Net als de
bewoners van de hel, verlangen zelfs de bewoners van de hemel
naar deze planeet aarde die zo bevorderlijk is voor de
spirituele kennis en de toegewijde dienst die in beide posities
van weinig waarde lijken te zijn
Net
als de bewoners van de hel, verlangen zelfs de bewoners van
de hemel naar deze planeet aarde die zo bevorderlijk is voor
de spirituele kennis en de toegewijde dienst die in geen van
beide posities van nut lijken. (Vedabase)
Tekst
13
Een menselijk
wezen zou nimmer naar de hemel moeten streven of in de hel
moeten willen belanden, noch zou een wijs iemand naar deze
planeet aarde moeten verlangen, omdat men op basis van een
dergelijke lichamelijke betrokkenheid een dwaas wordt.
Een
menselijk wezen zou nimmer naar de hemel moeten streven of
in de hel moeten willen belanden; noch zou een wijs iemand
naar deze planeet aarde moeten verlangen, daar vol van het
lichaam zijnd men een dwaas wordt.
(Vedabase)
Tekst
14
Dit wetende
behoort iemand, voordat hij doodgaat, zich te beijveren voor de
transcendentie in de wetenschap dat, hoewel [het lichaam
is] onderworpen aan de dood, het [materieel
bestaan] de volmaaktheid van de levensbestemming binnen
bereik brengt.
Men
zou moeten weten dat, ookal is men sterfelijk, dit
[materiële bestaan] voor de dood, als men niet
een dwaas zijnd de verantwoordelijkheid inziet het allemaal
te overstijgen, de volmaaktheid van de levensbestemming kan
geven.
(Vedabase)
Tekst
15
Een vogel die
het nest opgeeft dat hij bouwde in een boom die werd omgezaagd
door een paar boodschappers van de dood, bereikt het geluk bij
de genade van het niet gehecht zijn.
Een
vogel die zijn thuis opgeeft dat hij bouwde in een boom
omgezaagd door een paar boodschappers van de dood, bereikt
het geluk bij de genade van het niet gehecht zijn.
(Vedabase)
Tekst
16
Wetend dat met
iedere dag en nacht de levensduur bekort wordt heeft men,
gegrepen door de angst, begrip voor de bovenzinnelijke positie
en bereikt men vrij van begeerte de volmaakte
vrede.
Wetend
dat de levensduur wordt bekort door de dagen en de nachten
bereikt men trillend van de angst en vrij van begeerte de
Heer verstaand, de volmaakte vrede.
(Vedabase)
Tekst
17
Het menselijk
lichaam dat de bron vormt van alle zegeningen verkrijgt men
zomaar ookal komt dat maar zelden voor [gezien de enorme
keuze aan levensvormen op de planeet]. Het vormt een schip
dat buitengewoon geschikt is voor zijn taak, gegeven een
geestelijk leraar als de kapitein en voortgedreven door de
gunstige winden die Ik vertegenwoordig. Maar als iemand de
oceaan van het materieel bestaan er niet mee oversteekt is hij
de moordenaar van zijn eigen ziel.
Met
het menselijke en allerbelangrijkste lichaam, dat zonder
moeite wordt verworven maar met inspanning moeilijk te
verwerven is, als een boot die hoogst geschikt de geestelijk
leraar als zijn kapitein kent en Mijn gunstige winden als de
stuwende kracht heeft, is de persoon die niet de oceaan van
het materiële bestaan oversteekt de moordenaar van zijn
eigen ziel. (Vedabase)
Tekst
18
Een yogi, die
geen hoop koestert in materiële aangelegenheden, heeft
zijn zinnen geheel in bedwang en is onthecht. Hij moet zich
concentreren om de geest te stabiliseren in de discipline die
hij erop nahoudt met de ziel.
Als
de yogî wanhopig in materiële aangelegenheden in
de volle beheersing van zijn zinnen onthecht is, moet hij
zich concentreren om de geest te stabiliseren in de
discipline met de ziel. (Vedabase)
Tekst
19
Geconcentreerd
op het spirituele vlak moet de geest, als die plots wordt
weggetrokken uit zijn positie, zorgvuldig, volgens de regels
van de kunst, onder controle van het zelf worden gebracht
[zie ook B.G. 6:
26].
Geconcentreerd
op het spirituele vlak moet de geest, als die plots wordt
weggetrokken uit zijn positie, zorgvuldig, volgens de regels
van de kunst, onder controle van het zelf worden gebracht
[zie ook B.G. 6: 26].
(Vedabase)
Tekst
20
Men moet, als
men vanuit het goede opererend zijn adem en zijn zinnen
onderwerpt, niet vergeten wat de zin van het denken is. De
geest moet steeds met behulp van de intelligentie worden
teruggeleid naar het toezicht van de ziel [om die te
dienen, zie B.G. 3:
42].
Met
het overwonnen hebben van zijn adem en zijn zinnen moet men
de bestemming van de geest niet uit het oog verliezen maar
eerder, begaan met de goedheid, op intelligente wijze de
geest terugleiden onder het toezicht van de ziel [zie
B.G. 3: 42]. (Vedabase)
Tekst
21
Dit waarlijk
allerverhevenste yogaproces bestaat eruit dat men nauwlettend
steeds de geest observeert met het doel om hem geheel in
bedwang te krijgen. Men moet er vertrouwenwekkend mee omgaan
alsof het een paard is dat men wil temmen [zie ook B.G.
6:
33-34].
Men
moet altijd nauwlettend toezien op dit waarlijk
allerverhevenste yogaproces dat er is voor de volle controle
over de geest die, als een paard om te temmen, zo bezien van
binnen gekend wordt [zie ook B.G. 6: 33-34].
(Vedabase)
Tekst
22
Door te
analyseren hoe de verschillende onderdelen en beginselen van de
spirituele kennis samenhangen en in strijd verkeren, hoe ze
ontstaan en weer verloren gaan, moet men de aandacht er steeds
bijhouden totdat de geest zijn vervulling heeft
bereikt.
Middels
het analyseren van al de materiële elementen in
regressie en progressie, in schepping en vernietiging, moet
de geest voortdurend van aandacht zijn tot de
[spirituele] bevrediging is bereikt.
(Vedabase)
Tekst
23
Van degene die
met afdoende tegenzin de materie heeft losgelaten geeft de
geest, die aan de hand van de vedische voorschriften steeds
bezig wordt gehouden met het analyseren van alles waar die op
gericht is, het op zich met dat onderwerp valselijk te
vereenzelvigen.
Van
een persoon die weerzin heeft en onthecht is geeft de geest,
begeleid door de vedische voorschriften, met de constante
analyse van wat becontempleerd wordt, het op met het
valselijk geïdentificeerd
zijn.
(Vedabase)
Tekst
24
Men moet de
geest op geen andere manier richten op het doel van de yoga
dan met de onthoudingen en procedures van de
[achtvoudige] yogamethode, met de logische analyses van
de spirituele beschouwing of middels de oefeningen van respect
voor Mijn gedaante [karma-, jñâna- en
bhakti-yoga].
Met
alles van de yama en de procedures van de yoga [het
karma...] en met het logisch analyseren en de spirituele
kennis [de jñâna] behoort men op geen
enkele andere dan middels de aanbidding van Mijn gedaante of
andere oefeningen van eerbied [de bhakti] de geest
te richten op het voorwerp van de Yoga [de tijd ervan,
de plaats en de persoon]. (Vedabase)
Tekst
25
Als een yogi
door nalatigheid een verwerpelijke daad begaat, moet hij met
enkel de yogamethode die zonde weer verzengen. Met dit soort
zaken moet hij nooit en te nimmer anders tewerk gaan
[vergelijk 1.5:
17, B.G.
4:
19,
9:
30].
Indien
als gevolg van nalatigheid de yogî een verwerpelijke
daad zou begaan, moet hij met enkel de yogamethode die zonde
verbranden; in deze aangelegenheden moet hij nimmer te
eniger tijd anders te werk gaan [vergelijk 1.5: 17,
B.G. 4: 19, 9.30].
(Vedabase)
Tekst
26
De gestadige
praktijk die een ieder er met zijn eigen methode op nahoudt
vormt een lovenswaardige deugd, maar door de aard der
vruchtdragende [karmische] handelingen is men niet
zuiver bezig. Aan de hand van deze deugd en ondeugd worden de
disciplinaire inachtnemingen [van de niyama]
ingesteld vanuit het verlangen de verschillende vormen van
gehechtheid los te laten.
Met
de gestadige praktijk van ieder zijn eigen positie is dit de
deugd die wordt geprezen terwijl, naar het verlangen de
verschillende vormen van gehechtheid te verzaken, met deze
disciplinaire beheersing de 'goed' en 'kwaad' -heerschappij
van principes [, de grens,] werd gevestigd naar de
onzuivere aard van de vruchtdragende handelingen.
(Vedabase)
Tekst
27-28
Als bij hem het
geloof in Mijn vertellingen is ontwaakt en hij afkeer koestert
voor al het karma moet hij [de âtmânandi
bhakta]
die bekend is met de misère die gevormd wordt door de
lust - ondanks dat hij niet volledig van beheersing is in het
proces van de verzaking - door dat inzicht gesterkt in zijn
overtuiging overgaan tot het verheerlijken van Mij
[bhajana]. Aldus blijft hij in zijn geloof
gelukkig en heeft hij daarbij spijt van de zinsbevrediging die
leidde tot het ongeluk.
Met
het geloof in Mijn vertellingen ontwaakt en van weerzin voor
al het karma moet hij [de âtmânandi
bhakta] bekend met de misère die gevormd wordt
door de lust, hoewel niet volledig van beheersing zijnd met
het proces van de verzaking, van dat inzicht vastbesloten in
zijn overtuiging overgaan tot het verheerlijken van Mij
[bhajana] en aldus in geloof gelukkig blijven en
daarbij spijt hebben van de zinsbevrediging die leidde tot
het ongeluk. (Vedabase)
Tekst
29
Al de lusten
die een wijze in zijn hart heeft worden vernietigd als hij, Mij
voortdurend aanbiddend in de bhakti-yoga zoals beschreven, zijn
hart stevig in Mij heeft verankerd [zie
sthita-prajña].
(29)
Als het hart stevig in Mij is verankerd worden van de wijze
die in de bhakti-yoga als beschreven voortdurend Mij
aanbidt, al de lusten die in zijn hart zijn vernietigd
[zie sthita-prajña].
(Vedabase)
Tekst
30
De knopen in
het hart worden doorsneden, alle twijfels worden aan stukken
gesneden en de keten van de baatzuchtige handelingen komt ten
einde als Ik wordt gezien als de Opperziel van
Allen.
De
knopen in het hart worden doorsneden, alle twijfels worden
aan stukken gesneden en de keten van zijn baatzuchtige
handelingen is teneinde als Ik wordt gezien als de Opperziel
van Allen. (Vedabase)
Tekst
31
Om die reden is
voor een yogi die, verbonden in Mijn toegewijde dienst, zijn
geest op Mij vestigde, over het algemeen noch het pad van de
kennis, noch het pad der onthechting [van baatzuchtig
handelen] de manier om gelukkig te worden in deze
wereld.
Om
die reden is voor een yogî die verbonden in Mijn
toegewijde dienst zijn geest op Mij concentreerde, over het
algemeen noch het pad van de kennis, noch het pad der
onthechting [van baatzuchtig handelen] de manier om
gelukkig te worden in deze wereld.
(Vedabase)
Tekst
32-33
Mocht hij op de
een of andere manier de hemel, de zaligheid of Mijn verblijf
begeren, dan wordt alles wat wordt verkregen door baatzuchtig
handelen, door boete te doen, de kennis te cultiveren en door
de dingen los te laten; werkelijk alles wat wordt bereikt door
de mystieke yoga, liefdadigheid, religieuze inachtnemingen,
gunstige handelingen of anderszins, met gemak door Mijn
toegewijde bereikt in de liefdevolle dienst aan
Mij.
Alles
wat wordt verkregen door baatzuchtig handelen, door boete te
doen, de kennis te cultiveren en door de dingen los te
laten; voorwaar alles wat wordt bereikt door de mystieke
yoga, liefdadigheid, religieuze inachtnemingen, gunstige
handelingen en anderszins, wordt met gemak door Mijn
toegewijde bereikt in de liefdevolle dienst aan Mij als hij
op de een of andere manier de hemel, de zaligheid en Mijn
verblijf begeert. (Vedabase)
Tekst
34
De geheiligden
die nuchter zijn, de toegewijden die zonder twijfel
één zijn van hart jegens Mij, verlangen het
inderdaad nimmer dat Ik ze de verlichting of de vrijheid van
geboorte en dood verleen.
De
geheiligden die nuchter zijn, de toegewijden die zonder
twijfel één zijn van hart jegens Mij, begeren
nimmer inderdaad de verlichting, de vrijheid van geboorte en
dood, door Mij vergund. (Vedabase)
Tekst
35
Men stelt dat
men maar beter niets kan begeren, opdat zich bij hem die niet
uit is op enig persoonlijk voordeel, bij hem die begeerteloos
is, zich als het hoogste stadium van bevrijding de bhakti voor
Mij kan voordoen [zie ook 2.3:
10].
Men
stelt dat het het beste is niet ook maar iets te begeren, en
aldus mag van hem die, niet uit op enig persoonlijk
voordeel, begeerteloos is, als het hoogste stadium van
bevrijding zich de bhakti voor Mij voordoen [zie ook
2.3: 10]. (Vedabase)
Tekst
36
Ongunstige
kwaliteiten ontspruitend aan zwakheden kunnen zich in de
zuivere toegewijden met Mij nimmer [weer] opwerpen
omdat zij vrij van begeerte onder alle omstandigheden stabiel
zijn in het bewustzijn. Ze behoren nu tot degenen die zich
hebben bewogen voorbij dat wat met een materieel ingesteld
verstand kan worden begrepen [zie ook B.G.
9:
30].
Van
de zuivere toegewijden kunnen zich in Mij, van wat ongunstig
en zondig is, zich nimmer de kwaliteiten voordoen daar zij
zich, vrij van begeren en stabiel in het bewustzijn, voorbij
hen bevinden die resultaat hadden met een materiële
intelligentie [zie ook B.G. 9: 30].
(Vedabase)
Tekst
37
Zij die deze
methoden volgen zoals Ik ze nu heb onderricht, bereiken de
geborgenheid van Mijn verblijfplaats in de rechtstreekse
waarneming van dat wat de Absolute Waarheid is.'
Zij
die deze voorstelling van zaken aldus door Mij onderricht
navolgen bereiken de veiligheid van Mijn verblijf in het
directe gewaarzijn van dat wat de Absolute Waarheid
is.
(Vedabase)
*:
De vaidehaka's bestaan uit hen geboren uit een
s'ûdra vader en een brâhmana moeder,
de sûta's zijn zij die geboren zijn uit een
kshatriya vader en een brâhmana moeder of
van een s'ûdra vader en een kshatriya
moeder. De mûrdhâvasikta's zijn zij geboren
uit een brâhmana vader en een kshatriya
moeder. Ambashthha's zijn zij die geboren zijn uit een
brâhmana vader en een vais'ya moeder
[dezen werken vaak in de gezondheidszorg].
Karana is de naam voor hen die geboren zijn uit een
vais'ya vader en een s'ûdra moeder of een
kshatriya vader en een vais'ya moeder.