regelbalk

 

Hari Harye Namah

 

 

 

Canto 11

 

Hoofdstuk 20

 

Trikânda Yoga: Bhakti Overtreft Kennis en Onthechting

(1) S'rî Uddhava zei: 'Van Jou de Beheerser, o Lotusogige, concentreren de heilige geschriften van positieve en negatieve voorschriften zich op de deugd en de ondeugd van het karma [akarma en vikarma]. (2) De verscheidenheid van het varnâs'rama-systeem waarin de vader van een hogere [anuloma] dan wel een lagere klasse [pratiloma] kan zijn dan de moeder, geeft blijk van hemel en hel met de bezittingen, de leeftijd, de plaats en de tijd [zie ook 4.8: 54 en *]. (3) Hoe zijn voor menselijke wezens eigenlijk Jouw woorden, die van een verbiedende en regulerende aard zijn, en de volmaaktheid van het leven nu mogelijk, als ze niet het verschil zien tussen de deugd en de ondeugd [vergelijk 11.19: 40-45]? (4) Is het niet zo, o Heer, dat voor de voorvaderen, de goden en de menselijke wezens de vedische kennis die uit Jou voortkomt het middel en het doel vormt voor de levensbestemmingen en het superieure oog is voor dat wat niet rechtstreeks kan worden waargenomen? (5) Van de vedische teksten het verschil ziend tussen vroomheid en zonde is iets dat zich niet uit zichzelf voordoet; Jouw ontkenning van een dergelijk onderscheid sticht dus duidelijk verwarring!'

(6) De Allerhoogste Heer zei: 'De drie wegen van de yoga die Ik, met het verlangen de volmaaktheid van het menselijk wezen te vergunnen, heb beschreven zijn het pad van de filosofie [jñâna], het pad van de arbeid [karma] en het pad van de devotie [bhakti]; er bestaan hoe dan ook geen wegen buiten hen [zie ook B.G. inhoud en tri-kânda]. (7) Voor hen die weerzin voelen in de verzaking van het werken voor het resultaat is er de yoga van de spirituele kennis in dezen en voor hen die met een bewustzijn zonder weerzin daarin wèl voelen voor materieel geluk is er het pad van de karma-yoga. (8) Als het zo voorviel dat er zich geloof in mijn vertellingen en dat alles ontwikkelde, zal voor een dergelijke persoon - niet afkerig, noch al te gehecht - dan het pad van de bhakti-yoga belonen met de volmaaktheid. (9) Zolang als men niet genoeg heeft van het doen van baatzuchtige arbeid en niet het geloof in mijn verhandelingen of luisteren etc. [7.5: 23-24] is ontwaakt, moet men zo verder gaan [zie ook 1.2: 7, 11.5: 41]. (10) Als men vanuit zijn voorgeschreven plichten van aanbidding is met offerplechtigheden en niet de vruchten begeert, Uddhava, gaat zo een persoon, als hij er geen andere praktijk op na houdt, niet naar de hemel, noch naar de hel [zie ook B.G. 8: 16]. (11) Bestaand in deze wereld zich vrij van zonden en zuiver [van motief] vastklampend aan zijn plichten, reikt men tot de transcendentale kennis of, indien gelukkig, tot Mijn bhakti [vergelijk 1.5: 23-31]. (12) Net als de bewoners van de hel, verlangen zelfs de bewoners van de hemel naar deze planeet aarde die zo bevorderlijk is voor de spirituele kennis en de toegewijde dienst die in geen van beide posities van nut lijken. (13) Een menselijk wezen zou nimmer naar de hemel moeten streven of in de hel moeten willen belanden; noch zou een wijs iemand naar deze planeet aarde moeten verlangen, daar vol van het lichaam zijnd men een dwaas wordt. (14) Men zou moeten weten dat, ookal is men sterfelijk, dit [materiële bestaan] voor de dood, als men niet een dwaas zijnd de verantwoordelijkheid inziet het allemaal te overstijgen, de volmaaktheid van de levensbestemming kan geven. (15) Een vogel die zijn thuis opgeeft dat hij bouwde in een boom omgezaagd door een paar boodschappers van de dood, bereikt het geluk bij de genade van het niet gehecht zijn. (16) Wetend dat de levensduur wordt bekort door de dagen en de nachten bereikt men trillend van de angst en vrij van begeerte de Heer verstaand, de volmaakte vrede. (17) Met het menselijke en allerbelangrijkste lichaam, dat zonder moeite wordt verworven maar met inspanning moeilijk te verwerven is, als een boot die hoogst geschikt de geestelijk leraar als zijn kapitein kent en Mijn gunstige winden als de stuwende kracht heeft, is de persoon die niet de oceaan van het materiële bestaan oversteekt de moordenaar van zijn eigen ziel. (18) Als de yogî wanhopig in materiële aangelegenheden in de volle beheersing van zijn zinnen onthecht is, moet hij zich concentreren om de geest te stabiliseren in de discipline met de ziel. (19) Geconcentreerd op het spirituele vlak moet de geest, als die plots wordt weggetrokken uit zijn positie, zorgvuldig, volgens de regels van de kunst, onder controle van het zelf worden gebracht [zie ook B.G. 6: 26]. (20) Met het overwonnen hebben van zijn adem en zijn zinnen moet men de bestemming van de geest niet uit het oog verliezen maar eerder, begaan met de goedheid, op intelligente wijze de geest terugleiden onder het toezicht van de ziel [zie B.G. 3: 42]. (21) Men moet altijd nauwlettend toezien op dit waarlijk allerverhevenste yogaproces dat er is voor de volle controle over de geest die, als een paard om te temmen, zo bezien van binnen gekend wordt [zie ook B.G. 6: 33-34]. (22) Middels het analyseren van al de materiële elementen in regressie en progressie, in schepping en vernietiging, moet de geest voortdurend van aandacht zijn tot de [spirituele] bevrediging is bereikt. (23) Van een persoon die weerzin heeft en onthecht is geeft de geest, begeleid door de vedische voorschriften, met de constante analyse van wat becontempleerd wordt, het op met het valselijk geïdentificeerd zijn. (24) Met alles van de yama en de procedures van de yoga [het karma...] en met het logisch analyseren en de spirituele kennis [de jñâna] behoort men op geen enkele andere dan middels de aanbidding van Mijn gedaante of andere oefeningen van eerbied [de bhakti] de geest te richten op het voorwerp van de Yoga [de tijd ervan, de plaats en de persoon]. (25) Indien als gevolg van nalatigheid de yogî een verwerpelijke daad zou begaan, moet hij met enkel de yogamethode die zonde verbranden; in deze aangelegenheden moet hij nimmer te eniger tijd anders te werk gaan [vergelijk 1.5: 17, B.G. 4: 19, 9.30]. (26) Met de gestadige praktijk van ieder zijn eigen positie is dit de deugd die wordt geprezen terwijl, naar het verlangen de verschillende vormen van gehechtheid te verzaken, met deze disciplinaire beheersing de 'goed' en 'kwaad' -heerschappij van principes [, de grens,] werd gevestigd naar de onzuivere aard van de vruchtdragende handelingen. (27-28) Met het geloof in Mijn vertellingen ontwaakt en van weerzin voor al het karma moet hij [de âtmânandi bhakta] bekend met de misère die gevormd wordt door de lust, hoewel niet volledig van beheersing zijnd met het proces van de verzaking, van dat inzicht vastbesloten in zijn overtuiging overgaan tot het verheerlijken van Mij [bhajana] en aldus in geloof gelukkig blijven en daarbij spijt hebben van de zinsbevrediging die leidde tot het ongeluk. (29) Als het hart stevig in Mij is verankerd worden van de wijze die in de bhakti-yoga als beschreven voortdurend Mij aanbidt, al de lusten die in zijn hart zijn vernietigd [zie sthita-prajña]. (30) De knopen in het hart worden doorsneden, alle twijfels worden aan stukken gesneden en de keten van zijn baatzuchtige handelingen is ten einde als Ik wordt gezien als de Opperziel van Allen. (31) Om die reden is voor een yogî die verbonden in Mijn toegewijde dienst zijn geest op Mij concentreerde, over het algemeen noch het pad van de kennis, noch het pad der onthechting [van baatzuchtig handelen] de manier om gelukkig te worden in deze wereld. (32-33) Alles wat wordt verkregen door baatzuchtig handelen, door boete te doen, de kennis te cultiveren en door de dingen los te laten; voorwaar alles wat wordt bereikt door de mystieke yoga, liefdadigheid, religieuze inachtnemingen, gunstige handelingen en anderszins, wordt met gemak door Mijn toegewijde bereikt in de liefdevolle dienst aan Mij als hij op de een of andere manier de hemel, de zaligheid en Mijn verblijf begeert. (34) De geheiligden die nuchter zijn, de toegewijden die zonder twijfel één zijn van hart jegens Mij, begeren nimmer inderdaad de verlichting, de vrijheid van geboorte en dood, door Mij vergund. (35) Men stelt dat het het beste is niet ook maar iets te begeren, en aldus mag van hem die, niet uit op enig persoonlijk voordeel, begeerteloos is, als het hoogste stadium van bevrijding zich de bhakti voor Mij voordoen [zie ook 2.3: 10]. (36) Van de zuivere toegewijden kunnen zich in Mij, van wat ongunstig en zondig is, zich nimmer de kwaliteiten voordoen daar zij zich, vrij van begeren en stabiel in het bewustzijn, voorbij hen bevinden die resultaat hadden met een materiële intelligentie [zie ook B.G. 9: 30].

(37) Zij die deze voorstelling van zaken aldus door Mij onderricht navolgen bereiken de veiligheid van Mijn verblijf in het directe gewaarzijn van dat wat de Absolute Waarheid is.

 

 

 next        

 
 

 

 

Bronteksten [geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar]:

Pure Devotional Service Surpasses Knowledge and Detachment

 

Tekst 1:

(1) S'rî Uddhava zei: 'Van Jou de Beheerser, o Lotusogige, concentreren de heilige geschriften van positieve en negatieve voorschriften zich op de deugd en de ondeugd van het karma [akarma en vikarma].

S'rî Uddhava said - My dear lotus-eyed Krishna, You are the Supreme Lord, and thus the Vedic literatures, consisting of positive and negative injunctions, constitute Your order. Such literatures focus upon the good and bad qualities of work.

 

Tekst 2:

De verscheidenheid van het varnâs'rama-systeem waarin de vader van een hogere [anuloma] dan wel een lagere klasse [pratiloma] kan zijn dan de moeder, geeft blijk van hemel en hel met de bezittingen, de leeftijd, de plaats en de tijd [zie ook 4.8: 54 en *].

According to Vedic literature, the superior and inferior varieties found in the human social system, varnâs'rama, are due to pious and sinful modes of family planning. Thus piety and sin are constant points of reference in the Vedic analysis of the components of a given situation - namely the material ingredients, place, age and time. Indeed, the Vedas reveal the existence of material heaven and hell, which are certainly based on piety and sin.

   

Tekst 3:

Hoe zijn voor menselijke wezens eigenlijk Jouw woorden, die van een verbiedende en regulerende aard zijn, en de volmaaktheid van het leven nu mogelijk, als ze niet het verschil zien tussen de deugd en de ondeugd [vergelijk 11.19: 40-45]?

Without seeing the difference between piety and sin, how can one understand Your own instructions in the form of Vedic literatures, which order one to act piously and forbid one to act sinfully? Furthermore, without such authorized Vedic literatures, which ultimately award liberation, how can human beings achieve the perfection of life?

 

Tekst 4

Is het niet zo, o Heer, dat voor de voorvaderen, de goden en de menselijke wezens de vedische kennis die uit Jou voortkomt het middel en het doel vormt voor de levensbestemmingen en het superieure oog is voor dat wat niet rechtstreeks kan worden waargenomen?

My dear Lord, in order to understand those things beyond direct experience - such as spiritual liberation or attainment of heaven and other material enjoyments beyond our present capacity - and in general to understand the means and end of all things, the forefathers, demigods and human beings must consult the Vedic literatures, which are Your own laws, for these constitute the highest evidence and revelation.

 

Tekst 5

Van de vedische teksten het verschil ziend tussen vroomheid en zonde is iets dat zich niet uit zichzelf voordoet; Jouw ontkenning van een dergelijk onderscheid sticht dus duidelijk verwarring!'

My dear Lord, the distinction observed between piety and sin comes from Your own Vedic knowledge and does not arise by itself. If the same Vedic literature subsequently nullifies such distinction between piety and sin, there will certainly be confusion.

 

Tekst 6

De Allerhoogste Heer zei: 'De drie wegen van de yoga die Ik, met het verlangen de volmaaktheid van het menselijk wezen te vergunnen, heb beschreven zijn het pad van de filosofie [jñâna], het pad van de arbeid [karma] en het pad van de devotie [bhakti]; er bestaan hoe dan ook geen wegen buiten hen [zie ook B.G. inhoud en tri-kânda].

The Supreme Personality of Godhead said - My dear Uddhava, because I desire that human beings may achieve perfection, I have presented three paths of advancement - the path of knowledge, the path of work and the path of devotion. Besides these three there is absolutely no other means of elevation.

 

Tekst 7

Voor hen die weerzin voelen in de verzaking van het werken voor het resultaat is er de yoga van de spirituele kennis in dezen en voor hen die met een bewustzijn zonder weerzin daarin wèl voelen voor materieel geluk is er het pad van de karma-yoga.

Among these three paths, jñâna-yoga, the path of philosophical speculation, is recommended for those who are disgusted with material life and are thus detached from ordinary, fruitive activities. Those who are not disgusted with material life, having many desires yet to fulfill, should seek perfection through the path of karma-yoga.

 

 Tekst 8

Als het zo voorviel dat er zich geloof in mijn vertellingen en dat alles ontwikkelde, zal voor een dergelijke persoon - niet afkerig, noch al te gehecht - dan het pad van de bhakti-yoga belonen met de volmaaktheid.

If somehow or other by good fortune one develops faith in hearing and chanting My glories, such a person, being neither very disgusted with nor attached to material life, should achieve perfection through the path of loving devotion to Me.

 

 Tekst 9

Zolang als men niet genoeg heeft van het doen van baatzuchtige arbeid en niet het geloof in mijn verhandelingen of luisteren etc. [7.5: 23-24] is ontwaakt, moet men zo verder gaan [zie ook 1.2: 7, 11.5: 41].

As long as one is not satiated by fruitive activity and has not awakened his taste for devotional service by s'ravanam kîrtanam vishnoh [SB 7.5.23] one has to act according to the regulative principles of the Vedic injunctions.

 

Tekst 10

Als men vanuit zijn voorgeschreven plichten van aanbidding is met offerplechtigheden en niet de vruchten begeert, Uddhava, gaat zo een persoon, als hij er geen andere praktijk op na houdt, niet naar de hemel, noch naar de hel [zie ook B.G. 8: 16].

My dear Uddhava, a person who is situated in his prescribed duty, properly worshiping by Vedic sacrifices but not desiring the fruitive result of such worship, will not go to the heavenly planets; similarly, by not performing forbidden activities he will not go to hell.

 

Tekst 11

Bestaand in deze wereld zich vrij van zonden en zuiver [van motief] vastklampend aan zijn plichten, reikt men tot de transcendentale kennis of, indien gelukkig, tot Mijn bhakti [vergelijk 1.5: 23-31].

One who is situated in his prescribed duty, free from sinful activities and cleansed of material contamination, in this very life obtains transcendental knowledge or, by fortune, devotional service unto Me.

 

Tekst 12

Net als de bewoners van de hel, verlangen zelfs de bewoners van de hemel naar deze planeet aarde die zo bevorderlijk is voor de spirituele kennis en de toegewijde dienst die in geen van beide posities van nut lijken.

The residents of both heaven and hell desire human birth on the earth planet because human life facilitates the achievement of transcendental knowledge and love of Godhead, whereas neither heavenly nor hellish bodies efficiently provide such opportunities.

 

Tekst 13

Een menselijk wezen zou nimmer naar de hemel moeten streven of in de hel moeten willen belanden; noch zou een wijs iemand naar deze planeet aarde moeten verlangen, daar vol van het lichaam zijnd men een dwaas wordt.

A human being who is wise should never desire promotion to heavenly planets or residence in hell. Indeed, a human being should also never desire permanent residence on the earth, for by such absorption in the material body one becomes foolishly negligent of one's actual self-interest.

 

Tekst 14

Men zou moeten weten dat, ookal is men sterfelijk, dit [materiële bestaan] voor de dood, als men niet een dwaas zijnd de verantwoordelijkheid inziet het allemaal te overstijgen, de volmaaktheid van de levensbestemming kan geven.

A wise person, knowing that although the material body is subject to death it can still award the perfection of one's life, should not foolishly neglect to take advantage of this opportunity before death arrives.

 

Tekst 15

Een vogel die zijn thuis opgeeft dat hij bouwde in een boom omgezaagd door een paar boodschappers van de dood, bereikt het geluk bij de genade van het niet gehecht zijn.

Without attachment, a bird gives up the tree in which his nest was constructed when that tree is cut down by cruel men who are like death personified, and thus the bird achieves happiness in another place.

 

Tekst 16

Wetend dat de levensduur wordt bekort door de dagen en de nachten bereikt men trillend van de angst en vrij van begeerte de Heer verstaand, de volmaakte vrede.

Knowing that one's duration of life is being similarly cut down by the passing of days and nights, one should be shaken by fear. In this way, giving up all material attachment and desire, one understands the Supreme Lord and achieves perfect peace.

  

Tekst 17

Met het menselijke en allerbelangrijkste lichaam, dat zonder moeite wordt verworven maar met inspanning moeilijk te verwerven is, als een boot die hoogst geschikt de geestelijk leraar als zijn kapitein kent en Mijn gunstige winden als de stuwende kracht heeft, is de persoon die niet de oceaan van het materiële bestaan oversteekt de moordenaar van zijn eigen ziel.

The human body, which can award all benefit in life, is automatically obtained by the laws of nature, although it is a very rare achievement. This human body can be compared to a perfectly constructed boat having the spiritual master as the captain and the instructions of the Personality of Godhead as favorable winds impelling it on its course. Considering all these advantages, a human being who does not utilize his human life to cross the ocean of material existence must be considered the killer of his own soul.

 

Tekst 18

Als de yogî wanhopig in materiële aangelegenheden in de volle beheersing van zijn zinnen onthecht is, moet hij zich concentreren om de geest te stabiliseren in de discipline met de ziel.

A transcendentalist, having become disgusted and hopeless in all endeavors for material happiness, completely controls the senses and develops detachment. By spiritual practice he should then fix the mind on the spiritual platform without deviation.

 

Tekst 19

Geconcentreerd op het spirituele vlak moet de geest, als die plots wordt weggetrokken uit zijn positie, zorgvuldig, volgens de regels van de kunst, onder controle van het zelf worden gebracht [zie ook B.G. 6: 26].

Whenever the mind, being concentrated on the spiritual platform, is suddenly deviated from its spiritual position, one should carefully bring it under the control of the self by following the prescribed means.

 

Tekst 20

Met het overwonnen hebben van zijn adem en zijn zinnen moet men de bestemming van de geest niet uit het oog verliezen maar eerder, begaan met de goedheid, op intelligente wijze de geest terugleiden onder het toezicht van de ziel [zie B.G. 3: 42].

One should never lose sight of the actual goal of mental activities, but rather, conquering the life air and senses and utilizing intelligence strengthened by the mode of goodness, one should bring the mind under the control of the self.

 

Tekst 21

Men moet altijd nauwlettend toezien op dit waarlijk allerverhevenste yogaproces dat er is voor de volle controle over de geest die, als een paard om te temmen, zo bezien van binnen gekend wordt [zie ook B.G. 6: 33-34].

An expert horseman, desiring to tame a headstrong horse, first lets the horse have his way for a moment and then, pulling the reins, gradually places the horse on the desired path. Similarly, the supreme yoga process is that by which one carefully observes the movements and desires of the mind and gradually brings them under full control.

  

 Tekst 22

Middels het analyseren van al de materiële elementen in regressie en progressie, in schepping en vernietiging, moet de geest voortdurend van aandacht zijn tot de [spirituele] bevrediging is bereikt.

Until one's mind is fixed in spiritual satisfaction, one should analytically study the temporary nature of all material objects, whether cosmic, earthly or atomic. One should constantly observe the process of creation through the natural progressive function and the process of annihilation through the regressive function.

 

 Tekst 23

Van een persoon die weerzin heeft en onthecht is geeft de geest, begeleid door de vedische voorschriften, met de constante analyse van wat becontempleerd wordt, het op met het valselijk geïdentificeerd zijn.

When a person is disgusted with the temporary, illusory nature of this world and is thus detached from it, his mind, guided by the instructions of his spiritual master, considers again and again the nature of this world and eventually gives up the false identification with matter.

 

 Tekst 24

Met alles van de yama en de procedures van de yoga [het karma...] en met het logisch analyseren en de spirituele kennis [de jñâna] behoort men op geen enkele andere dan middels de aanbidding van Mijn gedaante of andere oefeningen van eerbied [de bhakti] de geest te richten op het voorwerp van de Yoga [de tijd ervan, de plaats en de persoon].

Through the various disciplinary regulations and the purificatory procedures of the yoga system, through logic and spiritual education or through worship and adoration of Me, one should constantly engage his mind in remembering the Personality of Godhead, the goal of yoga. No other means should be employed for this purpose.

 

 Tekst 25

Indien als gevolg van nalatigheid de yogî een verwerpelijke daad zou begaan, moet hij met enkel de yogamethode die zonde verbranden; in deze aangelegenheden moet hij nimmer te eniger tijd anders te werk gaan [vergelijk 1.5: 17, B.G. 4: 19, 9.30].

If, because of momentary inattention, a yogî accidentally commits an abominable activity, then by the very practice of yoga he should burn to ashes the sinful reaction, without at any time employing any other procedure.

 

 Tekst 26

Met de gestadige praktijk van ieder zijn eigen positie is dit de deugd die wordt geprezen terwijl, naar het verlangen de verschillende vormen van gehechtheid te verzaken, met deze disciplinaire beheersing de 'goed' en 'kwaad' -heerschappij van principes [, de grens,] werd gevestigd naar de onzuivere aard van de vruchtdragende handelingen.

It is firmly declared that the steady adherence of transcendentalists to their respective spiritual positions constitutes real piety and that sin occurs when a transcendentalist neglects his prescribed duty. One who adopts this standard of piety and sin, sincerely desiring to give up all past association with sense gratification, is able to subdue materialistic activities, which are by nature impure.

 

 Tekst 27-28

Met het geloof in Mijn vertellingen ontwaakt en van weerzin voor al het karma moet hij [de âtmânandi bhakta] bekend met de misère die gevormd wordt door de lust, hoewel niet volledig van beheersing zijnd met het proces van de verzaking, van dat inzicht vastbesloten in zijn overtuiging overgaan tot het verheerlijken van Mij [bhajana] en aldus in geloof gelukkig blijven en daarbij spijt hebben van de zinsbevrediging die leidde tot het ongeluk.

Having awakened faith in the narrations of My glories, being disgusted with all material activities, knowing that all sense gratification leads to misery, but still being unable to renounce all sense enjoyment, My devotee should remain happy and worship Me with great faith and conviction. Even though he is sometimes engaged in sense enjoyment, My devotee knows that all sense gratification leads to a miserable result, and he sincerely repents such activities.

 

 Tekst 29

Als het hart stevig in Mij is verankerd worden van de wijze die in de bhakti-yoga als beschreven voortdurend Mij aanbidt, al de lusten die in zijn hart zijn vernietigd [zie sthita-prajña].

When an intelligent person engages constantly in worshiping Me through loving devotional service as described by Me, his heart becomes firmly situated in Me. Thus all material desires within the heart are destroyed.

 

 Tekst 30

De knopen in het hart worden doorsneden, alle twijfels worden aan stukken gesneden en de keten van zijn baatzuchtige handelingen is ten einde als Ik wordt gezien als de Opperziel van Allen.

The knot in the heart is pierced, all misgivings are cut to pieces and the chain of fruitive actions is terminated when I am seen as the Supreme Personality of Godhead.

 

 Tekst 31

Om die reden is voor een yogî die verbonden in Mijn toegewijde dienst zijn geest op Mij concentreerde, over het algemeen noch het pad van de kennis, noch het pad der onthechting [van baatzuchtig handelen] de manier om gelukkig te worden in deze wereld.

Therefore, for a devotee engaged in My loving service, with mind fixed on Me, the cultivation of knowledge and renunciation is generally not the means of achieving the highest perfection within this world.

 

 Tekst 32-33

Alles wat wordt verkregen door baatzuchtig handelen, door boete te doen, de kennis te cultiveren en door de dingen los te laten; voorwaar alles wat wordt bereikt door de mystieke yoga, liefdadigheid, religieuze inachtnemingen, gunstige handelingen en anderszins, wordt met gemak door Mijn toegewijde bereikt in de liefdevolle dienst aan Mij als hij op de een of andere manier de hemel, de zaligheid en Mijn verblijf begeert.

Everything that can be achieved by fruitive activities, penance, knowledge, detachment, mystic yoga, charity, religious duties and all other means of perfecting life is easily achieved by My devotee through loving service unto Me. If somehow or other My devotee desires promotion to heaven, liberation, or residence in My abode, he easily achieves such benedictions.

 

 Tekst 34

De geheiligden die nuchter zijn, de toegewijden die zonder twijfel één zijn van hart jegens Mij, begeren nimmer inderdaad de verlichting, de vrijheid van geboorte en dood, door Mij vergund.

Because My devotees possess saintly behavior and deep intelligence, they completely dedicate themselves to Me and do not desire anything besides Me. Indeed, even if I offer them liberation from birth and death, they do not accept it.

 

 Tekst 35

Men stelt dat het het beste is niet ook maar iets te begeren, en aldus mag van hem die, niet uit op enig persoonlijk voordeel, begeerteloos is, als het hoogste stadium van bevrijding zich de bhakti voor Mij voordoen [zie ook 2.3: 10].

It is said that complete detachment is the highest stage of freedom. Therefore, one who has no personal desire and does not pursue personal rewards can achieve loving devotional service unto Me.

 

 Tekst 36

Van de zuivere toegewijden kunnen zich in Mij, van wat ongunstig en zondig is, zich nimmer de kwaliteiten voordoen daar zij zich, vrij van begeren en stabiel in het bewustzijn, voorbij hen bevinden die resultaat hadden met een materiële intelligentie [zie ook B.G. 9: 30].

Material piety and sin, which arise from the good and evil of this world, cannot exist within My unalloyed devotees, who, being free from material hankering, maintain steady spiritual consciousness in all circumstances. Indeed, such devotees have achieved Me, the Supreme Lord, who am beyond anything that can be conceived by material intelligence.

 

 Tekst 37

Zij die deze voorstelling van zaken aldus door Mij onderricht navolgen bereiken de veiligheid van Mijn verblijf in het directe gewaarzijn van dat wat de Absolute Waarheid is.

Persons who seriously follow these methods of achieving Me, which I have personally taught, attain freedom from illusion, and upon reaching My personal abode they perfectly understand the Absolute Truth.

 

*: De vaidehaka's bestaan uit hen geboren uit een s'ûdra father en een brâhmana moeder, de sûta's zijn zij die geboren zijn uit een kshatriya vader en een brâhmana moeder of van een s'ûdra vader en een kshatriya moeder. De mûrdhâvasikta's zijn zij geboren uit een brâhmana vader en een kshatriya moeder. Ambasthha's zijn zij die geboren zijn uit een brâhmana vader en een vais'ya moeder [dezen werken vaak in de gezondheidszorg]. Karana is de naam voor hen die geboren zijn uit een vais'ya vader en een s'ûdra moeder of een kshatriya vader en een vais'ya moeder.

 
 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties