
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Lord
Krishna Slays the Demon S'âlva
Tekst
1:
S'rî
S'uka zei: 'Met het beroeren van water, aansjorren van Zijn
kuras en het oppakken van Zijn Boog zei Hij [Pradyumna]
tot Zijn wagenmenner: 'Breng Me naar waar de krijger
Dyumân zich ophoudt.'
S'ukadeva
Gosvâmî said: After refreshing Himself with
water, putting on His armor and picking up His bow, Lord
Pradyumna told His driver, "Take Me back to where the hero
Dyumân is standing."
Tekst
2:
Met
Dyumân die huishield onder Zijn troepen sloeg
Rukminî's zoon terug met een glimlach, in de tegenaanval
met acht nârâva-pijlen [van
ijzer].
In
Pradyumna's absence, Dyumân had been devastating His
army, but now Pradyumna counterattacked Dyumân and,
smiling, pierced him with eight nârâca
arrows.
Tekst
3:
Hij sloeg toe
met vier voor de vier paarden, een voor de menner, met twee
voor de boog en vlag en met een voor zijn hoofd.
With
four of these arrows He struck Dyumân's four horses,
with one arrow, his driver, with two more arrows, his bow
and chariot flag, and with the last arrow, Dyumân's
head.
Tekst
4:
Gada,
Sâtyaki, Sâmba en anderen maakten een einde aan het
leger van de meester van Saubha; allen in Saubha vielen in de
oceaan met hun nekken doorklieft.
Gada,
Sâtyaki, Sâmba and others began killing
S'âlva's army, and thus all the soldiers inside the
airship began falling into the ocean, their necks
severed.
Tekst
5:
Het gevecht
tussen de elkaar aanvallende Yadu's en de volgelingen van
S'âlva, dat om die reden tumultueus en angstwekkend was,
duurde zevenentwintig dagen en nachten
voort.
As
the Yadus and S'âlva's followers thus went on
attacking one another, the tumultuous, fearsome battle
continued for twenty-seven days and nights.
Tekst
6-7:
Krishna die
geroepen door de zoon van Dharma weg was naar Indraprastha
[zie 10.71]
nam toen, met de râjasûya beëindigd,
S'is'upâla ter dood gebracht en met kwade voortekenen
voor ogen, afscheid van de Kuru-ouderen, de wijzen en
Prithâ en haar zoons, en ging naar
Dvârakâ.
Invited
by Yudhishthhira, the son of Dharma, Lord Krishna had gone
to Indraprastha. Now that the Râjasûya sacrifice
had been completed and S'is'upâla killed, the Lord
began to see inauspicious omens. So He took leave of the
Kuru elders and the great sages, and also of Prithâ
and her sons, and returned to Dvârakâ.
Tekst
8:
Hij zei tot
Zichzelf: 'Terwijl Ik, vergezeld van Mijn vermaarde oudere
broer, naar deze plaats kwam, zouden ondertussen de koningen
van S'is'upâla's kant wel eens Mijn stad aan het
belegeren kunnen zijn.'
The
Lord said to Himself: Because I have come here with My
respected elder brother, kings partial to S'is'upâla
may well be attacking My capital city.
Tekst
9:
Kes'ava, toen
Hij koning S'âlva's Saubha en de vernietiging die zich
voltrok van al het Zijne zag, trof Zijn maatregelen ter
bescherming van de stad en zei tot Dâruka:
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] After He arrived at
Dvârakâ and saw how His people were threatened
with destruction, and also saw S'âlva and his Saubha
airship, Lord Kes'ava arranged for the city's defense and
then addressed Dâruka as follows.
Tekst
10
'Breng me Mijn
strijdwagen, en breng me snel in de nabijheid van S'alva; en
pas op, wordt niet het slachtoffer in de war rakend van deze
heer van Saubha, hij is een groot magiër.'
[Lord
Krishna said:] O driver, quickly take My chariot near
S'âlva. This lord of Saubha is a powerful magician;
don't let him bewilder you.
Tekst
11
Aldus
opgedragen de teugel ter hand nemend reed hij de wagen er naar
toe en zag, [met Hem] daar aankomend, ieder van Zijn
eigen mannen en van de tegenpartij het embleem [van
Garuda].
Thus
ordered, Dâruka took command of the Lord's chariot and
drove forth. As the chariot entered the battlefield,
everyone there, both friend and foe, caught sight of the
emblem of Garuda.
Tekst
12
S'âlva,
die als de meester van een vrijwel geheel vernietigde
strijdmacht Heer Krishna op het slagveld zag, smeet zijn speer
met een angstwekkend geluid op Krishna's menner
af.
When
S'âlva, the master of a decimated army, saw Lord
Krishna approaching, he hurled his spear at the Lord's
charioteer. The spear roared frighteningly as it flew across
the battlefield.
Tekst
13
Er op af
vliegend alle richtingen in het licht zettend als was hij een
grote meteoor, werd hij snel door Krishna in zijn vlucht in
honderd stukken gebroken.
S'âlva's
hurtling spear lit up the whole sky like a mighty meteor,
but Lord S'auri tore the great weapon into hundreds of
pieces with His arrows.
Tekst
14
Zoals de zon
met zijn stralen in de lucht, belaagde Hij hem met zes
doorborende pijlen en had Hij voor het rondbewegende
Saubha-fort een hele stortvloed.
Lord
Krishna then pierced S'âlva with sixteen arrows and
struck the Saubha airship with a deluge of arrows as it
darted about the sky. Firing His arrows, the Lord appeared
like the sun flooding the heavens with its rays.
Tekst
15
Maar toen
S'âlva S'auri's linkerarm trof, de arm met Zijn boog,
viel, hoogst verbazingwekkend, de S'ârnga uit handen van
S'ârngadhanvâ.
S'âlva
then managed to strike Lord Krishna's left arm, which held
His bow S'ârnga, and, amazingly, S'ârnga fell
from His hand.
Tekst
16
Terwijl van de
kant van alle levende wezens die hier getuige van waren een
grote schreeuw van teleurstelling oprees, brulde de heer van
Saubha, dit tegen Janârdana uitbrengend:
Those
who witnessed this all cried out in dismay. Then the master
of Saubha roared loudly and addressed Lord
Janârdana.
Tekst
17-18
'Aangezien door
Jou, o dwaas, recht onder onze ogen de bruid van Je broeder
[neef in feite], een vriend [S'is'upâla],
werd weggekaapt en hij, een vriend van mij dus, door Jou
temidden van de vergadering werd gedood
[10.74],
zal Jij zelf, die zo overtuigd bent van Je eigen
onoverwinnelijkheid, nu vandaag door mijn scherpe pijlen naar
het land waar je niet van terugkeert worden gestuurd, als Je
het waagt Je tegenover Mij op te stellen!'
[S'âlva
said:] You fool! Because in our presence You kidnapped
the bride of our friend S'is'upâla, Your own cousin,
and because You later murdered him in the sacred assembly
while he was inattentive, today with my sharp arrows I will
send You to the land of no return! Though You think Yourself
invincible, I will kill You now if You dare stand before
me.
Tekst
19
De Allerhoogste
Heer zei: 'Jij, zwakzinnige, staat met de dood voor ogen niet
in de gaten maar wat uit je nek te kletsen; helden daarentegen
tonen hun kunsten, ze staan niet te ratelen!'
The
Supreme Lord said: O dullard, you boast in vain, since you
fail to see death standing near you. Real heroes do not talk
much but rather show their prowess in action.
Tekst
20
Zich aldus
uitlatend sloeg de Allerhoogste Heer vertoornd met een
angstaanjagende macht en snelheid met Zijn knots hem bovenop
het sleutelbeen zodat hij trillend op zijn benen bloed
opgaf.
Having
said this, the furious Lord swung His club with frightening
power and speed and hit S'âlva on the collarbone,
making him tremble and vomit blood.
Tekst
21
Maar toen de
knots weer werd binnengehaald was S'âlva verdwenen en
verscheen een ogenblik later voor Krishna een man met het hoofd
gebogen die jammerend de woorden sprak: 'Moeder Devakî
heeft me gestuurd!
But
as soon as Lord Acyuta withdrew His club, S'âlva
disappeared from sight, and a moment later a man approached
the Lord. Bowing his head down to Him, he announced,
"Devakî has sent me," and, sobbing, spoke the
following words.
Tekst
22
Krishna, o
Krishna, o Machtig Gearmde vol van genegenheid voor Uw ouders,
Uw vader is gevangen genomen en meegevoerd door S'âlva,
als was het een slager die een tam beest te pakken
neemt.'
[The
man said:] O Krishna, Krishna, mighty-armed one, who are
so affectionate to Your parents! S'âlva has seized
Your father and taken him away, as a butcher leads an animal
to slaughter.
Tekst
23
Met het
aanhoren van deze verontrustende woorden sprak Krishna, in het
aangenomen hebben van de menselijke aard, uit liefde met
mededogen ontgoocheld, als was Hij een gewoon
man:
When
He heard this disturbing news, Lord Krishna, who was playing
the role of a mortal man, showed sorrow and compassion, and
out of love for His parents He spoke the following words
like an ordinary conditioned soul.
Tekst
24
'Hoe kan met
Balarâma nimmer van slag, onoverwinnelijk sura en asura
verslaand, nu die zielige S'âlva Mijn vader ontvoeren;
hoe machtig is het lot wel niet!'
[Lord
Krishna said:] Balarâma is ever vigilant, and no
demigod or demon can defeat Him. So how could this
insignificant S'âlva defeat Him and abduct My father?
Indeed, fate is all-powerful!
Tekst
25
Met Govinda
zich aldus uitend kwam de meester van Saubha op Krishna af
alsof hij Vasudeva vooruit duwde en zei hij het
volgende:
After
Govinda spoke these words, the master of Saubha again
appeared, apparently leading Vasudeva before the Lord.
S'âlva then spoke as follows.
Tekst
26
'Deze hier is
degene die Jou verwekte, hij voor wie Jij in deze wereld
rondloopt; ik zal hem hier recht voor je neus afmaken; redt hem
maar als Je kunt, Jij kleuter!'
[S'âlva
said:] Here is Your dear father, who begot You and for
whose sake You are living in this world. I shall now kill
him before Your very eyes. Save him if You can,
weakling!
Tekst
27
De magiër
aldus van minachting sloeg de 'Ânakadundubhi' het hoofd
af en klom, het hoofd meenemend, in het Saubha-vehikel dat in
de lucht hing.
After
he had mocked the Lord in this way, the magician
S'âlva appeared to cut off Vasudeva's head with his
sword. Taking the head with him, he entered the Saubha
vehicle, which was hovering in the sky.
Tekst
28
Hoewel Hij er
alles van wist, was Hij voor een ogenblik verzonken in het
normale vasthouden aan Zijn genegenheid voor degenen Hem
dierbaar, maar toen drong het, met Zijn grote vermogens van
waarnemen, tot Hem door als zijnde de demonische begoochelende
toverkunst ingezet door S'âlva naar de ontwerpen van Maya
Dânava.
By
nature Lord Krishna is full in knowledge, and He possesses
unlimited powers of perception. Yet for a moment, out of
great affection for His loved ones, He remained absorbed in
the mood of an ordinary human being. He soon recalled,
however, that this was all a demoniac illusion engineered by
Maya Dânava and employed by S'âlva.
Tekst
29
Toen Hij als
was het in een droom niet meer de boodschapper noch het lichaam
van Zijn vader zag en opmerkte dat Zijn vijand zittend in zijn
Saubha zich door de lucht bewoog, maakte Acyuta, scherp erbij
op het slagveld, Zich op om hem ter dood te
brengen.
Now
alert to the actual situation, Lord Acyuta saw before Him on
the battlefield neither the messenger nor His father's body.
It was as if He had awakened from a dream. Seeing His enemy
flying above Him in his Saubha plane, the Lord then prepared
to kill him.
Tekst
30
Dat is hoe
sommige wijzen die het niet goed beredeneren zeggen, o ziener
onder de koningen; zij voorzeker verkeren in tegenspraak met
hun eigen uitlatingen als ze er niet in slagen zich te
herinneren hoe het in feite is. [vergelijk b.v.
10.3:
15-17;
10.11:
7;
10.12:
27;
10.31:
*;
10.33:
37;
10.37:
23;
10.38:
10;
10.50:
29;
10.52:
7 en
10.60:
58].
Such
is the account given by some sages, O wise King, but those
who speak in this illogical way are contradicting
themselves, having forgotten their own previous
statements.
Tekst
31
Wat is nu het
weeklagen, de verbijstering, de genegenheid of de angst
allemaal voortgekomen uit onwetendheid, in verhouding tot de
oneindige waarneming, kennis en weelde van de
Oneindige?
How
can lamentation, bewilderment, material affection or fear,
all born out of ignorance, be ascribed to the infinite
Supreme Lord, whose perception, knowledge and power are all
similarly infinite?
Tekst
32
Hij aan wiens
voeten zij die, gesterkt door de dienst in zelfverwerkelijking,
de foutieve identificatie naar het Zelf zonder een begin
uitbannen en in een persoonlijke relatie de eeuwige glorie
bereiken - hoe ter wereld kan er voor Hem, de Hoogste
Bestemming der Waarachtigen verbijstering
bestaan?
By
virtue of self-realization fortified by service rendered to
His feet, devotees of the Lord dispel the bodily concept of
life, which has bewildered the soul since time immemorial.
Thus they attain eternal glory in His personal association.
How, then, can that Supreme Truth, the destination of all
genuine saints, be subject to illusion?
Tekst
33
En terwijl
S'âlva met veel geweld Hem aanviel met een stortvloed aan
wapens, doorboorde Heer Krishna onfeilbaar in Zijn kunnen, met
Zijn pijlen zijn kuras, boog en kroonjuweel en sloeg Hij met
Zijn knots het Saubha-voertuig van Zijn vijand
stuk.
While
S'âlva continued to hurl torrents of weapons at Him
with great force, Lord Krishna, whose prowess never fails,
shot His arrows at S'âlva, wounding him and shattering
his armor, bow and crest jewel. Then with His club the Lord
smashed His enemy's Saubha airship.
Tekst
34
In duizenden
stukken uiteen geslagen door de knots gehanteerd door Krishna,
stortte het in het water waarop S'âlva het verlatend,
staande op de grond, zijn knots opnam en tegenover Krishna in
de aanval op Hem afstormde.
Shattered
into thousands of pieces by Lord Krishna's club, the Saubha
airship plummeted into the water. S'âlva abandoned it,
stationed himself on the ground, took up his club and rushed
toward Lord Acyuta.
Tekst
35
Op Hem af
hollend met zijn knots omhoog werd zijn arm van zijn romp
gescheiden met een bhalla snij-pijl en hield Hij, stralend als
een berg tegen de rijzende zon, om S'âlva te doden
vervolgens Zijn wapenschijf omhoog die er precies zo uitzag als
de explosie van licht aan het einde der tijden.
As
S'âlva rushed at Him, the Lord shot a bhalla dart and
cut off his arm that held the club. Having finally decided
to kill S'âlva, Krishna then raised His Sudars'ana
disc weapon, which resembled the sun at the time of
universal annihilation. The brilliantly shining Lord
appeared like the easternmost mountain bearing the rising
sun.
Tekst
36
Daarmee ging de
Heer er toe over het hoofd van die meester der toverkunsten af
te snijden, compleet met oorhangers en helm, net zoals heer
Indra met zijn bliksemschicht dat deed met Vritrâsura
[zie 6.12];
waarop er van de kant van zijn mannen een luid prijsgegeven
'Helaas, helaas!' te horen was.
Employing
His disc, Lord Hari removed that great magician's head with
its earrings and crown, just as Purandara had used his
thunderbolt to cut off Vritra's head. Seeing this, all of
S'âlva's followers cried out, "Alas, alas!"
Tekst
37
Met de zondaar
gevallen en het Saubha-fort door de knots vernietigd,
weerklonken de pauken in de hemel bespeeld door de groepen
halfgoden, o Koning, terwijl Dantavakra woedend, om zijn
vrienden te wreken, naar voren stormde.
With
the sinful S'âlva now dead and his Saubha airship
destroyed, the heavens resounded with kettledrums played by
groups of demigods. Then Dantavakra, wanting to avenge the
death of his friends, furiously attacked the Lord.
