regelbalk

 

Nârada Muni

 

 

 

Canto 10

 

Hoofdstuk 77

 

Een Einde aan S'âlva en het Saubha-fort

(1) S'rî S'uka zei: 'Met het beroeren van water, aansjorren van Zijn kuras en het oppakken van Zijn Boog zei Hij [Pradyumna] tot Zijn wagenmenner: 'Breng Me naar waar de krijger Dyumân zich ophoudt.'  (2) Met Dyumân die huishield onder Zijn troepen sloeg Rukminî's zoon terug met een glimlach, in de tegenaanval met acht nârâva-pijlen [van ijzer]. (3) Hij sloeg toe met vier voor de vier paarden, een voor de menner, met twee voor de boog en vlag en met een voor zijn hoofd. (4) Gada, Sâtyaki, Sâmba en anderen maakten een einde aan het leger van de meester van Saubha; allen in Saubha vielen in de oceaan met hun nekken doorklieft. (5) Het gevecht tussen de elkaar aanvallende Yadu's en de volgelingen van S'âlva, dat om die reden tumultueus en angstwekkend was, duurde zevenentwintig dagen en nachten voort. (6-7) Krishna die geroepen door de zoon van Dharma weg was naar Indraprastha [zie 10.71] nam toen, met de râjasûya beëindigd, S'is'upâla ter dood gebracht en met kwade voortekenen voor ogen, afscheid van de Kuru-ouderen, de wijzen en Prithâ en haar zoons, en ging naar Dvârakâ. (8) Hij zei tot Zichzelf: 'Terwijl Ik, vergezeld van Mijn vermaarde oudere broer, naar deze plaats kwam, zouden ondertussen de koningen van S'is'upâla's kant wel eens Mijn stad aan het belegeren kunnen zijn.' 

(9) Kes'ava, toen Hij koning S'âlva's Saubha en de vernietiging die zich voltrok van al het Zijne zag, trof Zijn maatregelen ter bescherming van de stad en zei tot Dâruka: (10) 'Breng me Mijn strijdwagen, en breng me snel in de nabijheid van S'alva; en pas op, wordt niet het slachtoffer in de war rakend van deze heer van Saubha, hij is een groot magiër.'

(11) Aldus opgedragen de teugel ter hand nemend reed hij de wagen er naar toe en zag, [met Hem] daar aankomend, ieder van Zijn eigen mannen en van de tegenpartij het embleem [van Garuda]. (12) S'âlva, die als de meester van een vrijwel geheel vernietigde strijdmacht Heer Krishna op het slagveld zag, smeet zijn speer met een angstwekkend geluid op Krishna's menner af. (13) Er op af vliegend alle richtingen in het licht zettend als was hij een grote meteoor, werd hij snel door Krishna in zijn vlucht in honderd stukken gebroken.  (14) Zoals de zon met zijn stralen in de lucht, belaagde Hij hem met zes doorborende pijlen en had Hij voor het rondbewegende Saubha-fort een hele stortvloed. (15) Maar toen S'âlva S'auri's linkerarm trof, de arm met Zijn boog, viel, hoogst verbazingwekkend, de S'ârnga uit handen van S'ârngadhanvâ. (16) Terwijl van de kant van alle levende wezens die hier getuige van waren een grote schreeuw van teleurstelling oprees, brulde de heer van Saubha, dit tegen Janârdana uitbrengend:  (17-18) 'Aangezien door Jou, o dwaas, recht onder onze ogen de bruid van Je broeder [neef in feite], een vriend [S'is'upâla], werd weggekaapt en hij, een vriend van mij dus, door Jou temidden van de vergadering werd gedood [10.74], zal Jij zelf, die zo overtuigd bent van Je eigen onoverwinnelijkheid, nu vandaag door mijn scherpe pijlen naar het land waar je niet van terugkeert worden gestuurd, als Je het waagt Je tegenover Mij op te stellen!' 

(19) De Allerhoogste Heer zei: 'Jij, zwakzinnige, staat met de dood voor ogen niet in de gaten maar wat uit je nek te kletsen; helden daarentegen tonen hun kunsten, ze staan niet te ratelen!'

(20) Zich aldus uitlatend sloeg de Allerhoogste Heer vertoornd met een angstaanjagende macht en snelheid met Zijn knots hem bovenop het sleutelbeen zodat hij trillend op zijn benen bloed opgaf. (21) Maar toen de knots weer werd binnengehaald was S'âlva verdwenen en verscheen een ogenblik later voor Krishna een man met het hoofd gebogen die jammerend de woorden sprak: 'Moeder Devakî heeft me gestuurd! (22) Krishna, o Krishna, o Machtig Gearmde vol van genegenheid voor Uw ouders, Uw vader is gevangen genomen en meegevoerd door S'âlva, als was het een slager die een tam beest te pakken neemt.'

 (23) Met het aanhoren van deze verontrustende woorden sprak Krishna, in het aangenomen hebben van de menselijke aard, uit liefde met mededogen ontgoocheld, als was Hij een gewoon man: (24) 'Hoe kan met Balarâma nimmer van slag, onoverwinnelijk sura en asura verslaand, nu die zielige S'âlva Mijn vader ontvoeren; hoe machtig is het lot wel niet!' 

(25) Met Govinda zich aldus uitend kwam de meester van Saubha op Krishna af alsof hij Vasudeva vooruit duwde en zei hij het volgende: (26) 'Deze hier is degene die Jou verwekte, hij voor wie Jij in deze wereld rondloopt; ik zal hem hier recht voor je neus afmaken; redt hem maar als Je kunt, Jij kleuter!' 

(27) De magiër aldus van minachting sloeg de 'Ânakadundubhi' het hoofd af en klom, het hoofd meenemend, in het Saubha-vehikel dat in de lucht hing. (28) Hoewel Hij er alles van wist, was Hij voor een ogenblik verzonken in het normale vasthouden aan Zijn genegenheid voor degenen Hem dierbaar, maar toen drong het, met Zijn grote vermogens van waarnemen, tot Hem door als zijnde de demonische begoochelende toverkunst ingezet door S'âlva naar de ontwerpen van Maya Dânava. (29) Toen Hij als was het in een droom niet meer de boodschapper noch het lichaam van Zijn vader zag en opmerkte dat Zijn vijand zittend in zijn Saubha zich door de lucht bewoog, maakte Acyuta, scherp erbij op het slagveld, Zich op om hem ter dood te brengen (30) Dat is hoe sommige wijzen die het niet goed beredeneren zeggen, o ziener onder de koningen; zij voorzeker verkeren in tegenspraak met hun eigen uitlatingen als ze er niet in slagen zich te herinneren hoe het in feite is. [vergelijk b.v. 10.3: 15-17; 10.11: 7; 10.12: 27; 10.31: *; 10.33: 37; 10.37: 23; 10.38: 10; 10.50: 29; 10.52: 7 en 10.60: 58]. (31) Wat is nu het weeklagen, de verbijstering, de genegenheid of de angst allemaal voortgekomen uit onwetendheid, in verhouding tot de oneindige waarneming, kennis en weelde van de Oneindige? (32) Hij aan wiens voeten zij die, gesterkt door de dienst in zelfverwerkelijking, de foutieve identificatie naar het Zelf zonder een begin uitbannen en in een persoonlijke relatie de eeuwige glorie bereiken - hoe ter wereld kan er voor Hem, de Hoogste Bestemming der Waarachtigen verbijstering bestaan? (33) En terwijl S'âlva met veel geweld Hem aanviel met een stortvloed aan wapens, doorboorde Heer Krishna onfeilbaar in Zijn kunnen, met Zijn pijlen zijn kuras, boog en kroonjuweel en sloeg Hij met Zijn knots het Saubha-voertuig van Zijn vijand stuk. (34) In duizenden stukken uiteen geslagen door de knots gehanteerd door Krishna, stortte het in het water waarop S'âlva het verlatend, staande op de grond, zijn knots opnam en tegenover Krishna in de aanval op Hem afstormde.  (35) Op Hem af hollend met zijn knots omhoog werd zijn arm van zijn romp gescheiden met een bhalla snij-pijl en hield Hij, stralend als een berg tegen de rijzende zon, om S'âlva te doden vervolgens Zijn wapenschijf omhoog die er precies zo uitzag als de explosie van licht aan het einde der tijden. (36) Daarmee ging de Heer er toe over het hoofd van die meester der toverkunsten af te snijden, compleet met oorhangers en helm, net zoals heer Indra met zijn bliksemschicht dat deed met Vritrâsura [zie 6.12]; waarop er van de kant van zijn mannen een luid prijsgegeven 'Helaas, helaas!' te horen was. 

(37) Met de zondaar gevallen en het Saubha-fort door de knots vernietigd, weerklonken de pauken in de hemel bespeeld door de groepen halfgoden, o Koning, terwijl Dantavakra woedend, om zijn vrienden te wreken, naar voren stormde.

  

next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

Lord Krishna Slays the Demon S'âlva

 

Tekst 1:

S'rî S'uka zei: 'Met het beroeren van water, aansjorren van Zijn kuras en het oppakken van Zijn Boog zei Hij [Pradyumna] tot Zijn wagenmenner: 'Breng Me naar waar de krijger Dyumân zich ophoudt.'

S'ukadeva Gosvâmî said: After refreshing Himself with water, putting on His armor and picking up His bow, Lord Pradyumna told His driver, "Take Me back to where the hero Dyumân is standing."

 

Tekst 2:

Met Dyumân die huishield onder Zijn troepen sloeg Rukminî's zoon terug met een glimlach, in de tegenaanval met acht nârâva-pijlen [van ijzer].

In Pradyumna's absence, Dyumân had been devastating His army, but now Pradyumna counterattacked Dyumân and, smiling, pierced him with eight nârâca arrows.

 

Tekst 3:

Hij sloeg toe met vier voor de vier paarden, een voor de menner, met twee voor de boog en vlag en met een voor zijn hoofd.

With four of these arrows He struck Dyumân's four horses, with one arrow, his driver, with two more arrows, his bow and chariot flag, and with the last arrow, Dyumân's head.

 

Tekst 4:

Gada, Sâtyaki, Sâmba en anderen maakten een einde aan het leger van de meester van Saubha; allen in Saubha vielen in de oceaan met hun nekken doorklieft. 

Gada, Sâtyaki, Sâmba and others began killing S'âlva's army, and thus all the soldiers inside the airship began falling into the ocean, their necks severed.

 

Tekst 5:

Het gevecht tussen de elkaar aanvallende Yadu's en de volgelingen van S'âlva, dat om die reden tumultueus en angstwekkend was, duurde zevenentwintig dagen en nachten voort. 

As the Yadus and S'âlva's followers thus went on attacking one another, the tumultuous, fearsome battle continued for twenty-seven days and nights.

 

Tekst 6-7:

Krishna die geroepen door de zoon van Dharma weg was naar Indraprastha [zie 10.71] nam toen, met de râjasûya beëindigd, S'is'upâla ter dood gebracht en met kwade voortekenen voor ogen, afscheid van de Kuru-ouderen, de wijzen en Prithâ en haar zoons, en ging naar Dvârakâ. 

Invited by Yudhishthhira, the son of Dharma, Lord Krishna had gone to Indraprastha. Now that the Râjasûya sacrifice had been completed and S'is'upâla killed, the Lord began to see inauspicious omens. So He took leave of the Kuru elders and the great sages, and also of Prithâ and her sons, and returned to Dvârakâ.

     

Tekst 8:

Hij zei tot Zichzelf: 'Terwijl Ik, vergezeld van Mijn vermaarde oudere broer, naar deze plaats kwam, zouden ondertussen de koningen van S'is'upâla's kant wel eens Mijn stad aan het belegeren kunnen zijn.' 

The Lord said to Himself: Because I have come here with My respected elder brother, kings partial to S'is'upâla may well be attacking My capital city.

 

Tekst 9:

Kes'ava, toen Hij koning S'âlva's Saubha en de vernietiging die zich voltrok van al het Zijne zag, trof Zijn maatregelen ter bescherming van de stad en zei tot Dâruka:

[S'ukadeva Gosvâmî continued:] After He arrived at Dvârakâ and saw how His people were threatened with destruction, and also saw S'âlva and his Saubha airship, Lord Kes'ava arranged for the city's defense and then addressed Dâruka as follows.

  

Tekst 10

'Breng me Mijn strijdwagen, en breng me snel in de nabijheid van S'alva; en pas op, wordt niet het slachtoffer in de war rakend van deze heer van Saubha, hij is een groot magiër.'

[Lord Krishna said:] O driver, quickly take My chariot near S'âlva. This lord of Saubha is a powerful magician; don't let him bewilder you.

 

Tekst 11

Aldus opgedragen de teugel ter hand nemend reed hij de wagen er naar toe en zag, [met Hem] daar aankomend, ieder van Zijn eigen mannen en van de tegenpartij het embleem [van Garuda].

Thus ordered, Dâruka took command of the Lord's chariot and drove forth. As the chariot entered the battlefield, everyone there, both friend and foe, caught sight of the emblem of Garuda.

 

Tekst 12

S'âlva, die als de meester van een vrijwel geheel vernietigde strijdmacht Heer Krishna op het slagveld zag, smeet zijn speer met een angstwekkend geluid op Krishna's menner af.

When S'âlva, the master of a decimated army, saw Lord Krishna approaching, he hurled his spear at the Lord's charioteer. The spear roared frighteningly as it flew across the battlefield.

 

Tekst 13

Er op af vliegend alle richtingen in het licht zettend als was hij een grote meteoor, werd hij snel door Krishna in zijn vlucht in honderd stukken gebroken.

S'âlva's hurtling spear lit up the whole sky like a mighty meteor, but Lord S'auri tore the great weapon into hundreds of pieces with His arrows.

 

Tekst 14

Zoals de zon met zijn stralen in de lucht, belaagde Hij hem met zes doorborende pijlen en had Hij voor het rondbewegende Saubha-fort een hele stortvloed.

Lord Krishna then pierced S'âlva with sixteen arrows and struck the Saubha airship with a deluge of arrows as it darted about the sky. Firing His arrows, the Lord appeared like the sun flooding the heavens with its rays.

 

Tekst 15

Maar toen S'âlva S'auri's linkerarm trof, de arm met Zijn boog, viel, hoogst verbazingwekkend, de S'ârnga uit handen van S'ârngadhanvâ.

S'âlva then managed to strike Lord Krishna's left arm, which held His bow S'ârnga, and, amazingly, S'ârnga fell from His hand.

 

Tekst 16

Terwijl van de kant van alle levende wezens die hier getuige van waren een grote schreeuw van teleurstelling oprees, brulde de heer van Saubha, dit tegen Janârdana uitbrengend:

Those who witnessed this all cried out in dismay. Then the master of Saubha roared loudly and addressed Lord Janârdana.

 

Tekst 17-18

'Aangezien door Jou, o dwaas, recht onder onze ogen de bruid van Je broeder [neef in feite], een vriend [S'is'upâla], werd weggekaapt en hij, een vriend van mij dus, door Jou temidden van de vergadering werd gedood [10.74], zal Jij zelf, die zo overtuigd bent van Je eigen onoverwinnelijkheid, nu vandaag door mijn scherpe pijlen naar het land waar je niet van terugkeert worden gestuurd, als Je het waagt Je tegenover Mij op te stellen!' 

[S'âlva said:] You fool! Because in our presence You kidnapped the bride of our friend S'is'upâla, Your own cousin, and because You later murdered him in the sacred assembly while he was inattentive, today with my sharp arrows I will send You to the land of no return! Though You think Yourself invincible, I will kill You now if You dare stand before me.

 

Tekst 19

De Allerhoogste Heer zei: 'Jij, zwakzinnige, staat met de dood voor ogen niet in de gaten maar wat uit je nek te kletsen; helden daarentegen tonen hun kunsten, ze staan niet te ratelen!'

The Supreme Lord said: O dullard, you boast in vain, since you fail to see death standing near you. Real heroes do not talk much but rather show their prowess in action.

  

Tekst 20

Zich aldus uitlatend sloeg de Allerhoogste Heer vertoornd met een angstaanjagende macht en snelheid met Zijn knots hem bovenop het sleutelbeen zodat hij trillend op zijn benen bloed opgaf.

Having said this, the furious Lord swung His club with frightening power and speed and hit S'âlva on the collarbone, making him tremble and vomit blood.

 

Tekst 21

Maar toen de knots weer werd binnengehaald was S'âlva verdwenen en verscheen een ogenblik later voor Krishna een man met het hoofd gebogen die jammerend de woorden sprak: 'Moeder Devakî heeft me gestuurd!

But as soon as Lord Acyuta withdrew His club, S'âlva disappeared from sight, and a moment later a man approached the Lord. Bowing his head down to Him, he announced, "Devakî has sent me," and, sobbing, spoke the following words.

   

 Tekst 22

Krishna, o Krishna, o Machtig Gearmde vol van genegenheid voor Uw ouders, Uw vader is gevangen genomen en meegevoerd door S'âlva, als was het een slager die een tam beest te pakken neemt.'

[The man said:] O Krishna, Krishna, mighty-armed one, who are so affectionate to Your parents! S'âlva has seized Your father and taken him away, as a butcher leads an animal to slaughter.

   

Tekst 23

Met het aanhoren van deze verontrustende woorden sprak Krishna, in het aangenomen hebben van de menselijke aard, uit liefde met mededogen ontgoocheld, als was Hij een gewoon man: 

When He heard this disturbing news, Lord Krishna, who was playing the role of a mortal man, showed sorrow and compassion, and out of love for His parents He spoke the following words like an ordinary conditioned soul.

 

Tekst 24

'Hoe kan met Balarâma nimmer van slag, onoverwinnelijk sura en asura verslaand, nu die zielige S'âlva Mijn vader ontvoeren; hoe machtig is het lot wel niet!' 

[Lord Krishna said:] Balarâma is ever vigilant, and no demigod or demon can defeat Him. So how could this insignificant S'âlva defeat Him and abduct My father? Indeed, fate is all-powerful!

 

 Tekst 25

Met Govinda zich aldus uitend kwam de meester van Saubha op Krishna af alsof hij Vasudeva vooruit duwde en zei hij het volgende:

After Govinda spoke these words, the master of Saubha again appeared, apparently leading Vasudeva before the Lord. S'âlva then spoke as follows.

 

 Tekst 26

'Deze hier is degene die Jou verwekte, hij voor wie Jij in deze wereld rondloopt; ik zal hem hier recht voor je neus afmaken; redt hem maar als Je kunt, Jij kleuter!' 

[S'âlva said:] Here is Your dear father, who begot You and for whose sake You are living in this world. I shall now kill him before Your very eyes. Save him if You can, weakling!

 

 Tekst 27

De magiër aldus van minachting sloeg de 'Ânakadundubhi' het hoofd af en klom, het hoofd meenemend, in het Saubha-vehikel dat in de lucht hing.

After he had mocked the Lord in this way, the magician S'âlva appeared to cut off Vasudeva's head with his sword. Taking the head with him, he entered the Saubha vehicle, which was hovering in the sky.

 

 Tekst 28

Hoewel Hij er alles van wist, was Hij voor een ogenblik verzonken in het normale vasthouden aan Zijn genegenheid voor degenen Hem dierbaar, maar toen drong het, met Zijn grote vermogens van waarnemen, tot Hem door als zijnde de demonische begoochelende toverkunst ingezet door S'âlva naar de ontwerpen van Maya Dânava. 

By nature Lord Krishna is full in knowledge, and He possesses unlimited powers of perception. Yet for a moment, out of great affection for His loved ones, He remained absorbed in the mood of an ordinary human being. He soon recalled, however, that this was all a demoniac illusion engineered by Maya Dânava and employed by S'âlva.

 

 Tekst 29

Toen Hij als was het in een droom niet meer de boodschapper noch het lichaam van Zijn vader zag en opmerkte dat Zijn vijand zittend in zijn Saubha zich door de lucht bewoog, maakte Acyuta, scherp erbij op het slagveld, Zich op om hem ter dood te brengen.

Now alert to the actual situation, Lord Acyuta saw before Him on the battlefield neither the messenger nor His father's body. It was as if He had awakened from a dream. Seeing His enemy flying above Him in his Saubha plane, the Lord then prepared to kill him.

 

 Tekst 30

Dat is hoe sommige wijzen die het niet goed beredeneren zeggen, o ziener onder de koningen; zij voorzeker verkeren in tegenspraak met hun eigen uitlatingen als ze er niet in slagen zich te herinneren hoe het in feite is. [vergelijk b.v. 10.3: 15-17; 10.11: 7; 10.12: 27; 10.31: *; 10.33: 37; 10.37: 23; 10.38: 10; 10.50: 29; 10.52: 7 en 10.60: 58]. 

Such is the account given by some sages, O wise King, but those who speak in this illogical way are contradicting themselves, having forgotten their own previous statements.

 

 Tekst 31

Wat is nu het weeklagen, de verbijstering, de genegenheid of de angst allemaal voortgekomen uit onwetendheid, in verhouding tot de oneindige waarneming, kennis en weelde van de Oneindige?

How can lamentation, bewilderment, material affection or fear, all born out of ignorance, be ascribed to the infinite Supreme Lord, whose perception, knowledge and power are all similarly infinite?

 

 Tekst 32

Hij aan wiens voeten zij die, gesterkt door de dienst in zelfverwerkelijking, de foutieve identificatie naar het Zelf zonder een begin uitbannen en in een persoonlijke relatie de eeuwige glorie bereiken - hoe ter wereld kan er voor Hem, de Hoogste Bestemming der Waarachtigen verbijstering bestaan? 

By virtue of self-realization fortified by service rendered to His feet, devotees of the Lord dispel the bodily concept of life, which has bewildered the soul since time immemorial. Thus they attain eternal glory in His personal association. How, then, can that Supreme Truth, the destination of all genuine saints, be subject to illusion?

 

 Tekst 33

En terwijl S'âlva met veel geweld Hem aanviel met een stortvloed aan wapens, doorboorde Heer Krishna onfeilbaar in Zijn kunnen, met Zijn pijlen zijn kuras, boog en kroonjuweel en sloeg Hij met Zijn knots het Saubha-voertuig van Zijn vijand stuk.

While S'âlva continued to hurl torrents of weapons at Him with great force, Lord Krishna, whose prowess never fails, shot His arrows at S'âlva, wounding him and shattering his armor, bow and crest jewel. Then with His club the Lord smashed His enemy's Saubha airship.

 

 Tekst 34

In duizenden stukken uiteen geslagen door de knots gehanteerd door Krishna, stortte het in het water waarop S'âlva het verlatend, staande op de grond, zijn knots opnam en tegenover Krishna in de aanval op Hem afstormde.

Shattered into thousands of pieces by Lord Krishna's club, the Saubha airship plummeted into the water. S'âlva abandoned it, stationed himself on the ground, took up his club and rushed toward Lord Acyuta.

 

 Tekst 35

Op Hem af hollend met zijn knots omhoog werd zijn arm van zijn romp gescheiden met een bhalla snij-pijl en hield Hij, stralend als een berg tegen de rijzende zon, om S'âlva te doden vervolgens Zijn wapenschijf omhoog die er precies zo uitzag als de explosie van licht aan het einde der tijden.

As S'âlva rushed at Him, the Lord shot a bhalla dart and cut off his arm that held the club. Having finally decided to kill S'âlva, Krishna then raised His Sudars'ana disc weapon, which resembled the sun at the time of universal annihilation. The brilliantly shining Lord appeared like the easternmost mountain bearing the rising sun.

 

 Tekst 36

Daarmee ging de Heer er toe over het hoofd van die meester der toverkunsten af te snijden, compleet met oorhangers en helm, net zoals heer Indra met zijn bliksemschicht dat deed met Vritrâsura [zie 6.12]; waarop er van de kant van zijn mannen een luid prijsgegeven 'Helaas, helaas!' te horen was. 

Employing His disc, Lord Hari removed that great magician's head with its earrings and crown, just as Purandara had used his thunderbolt to cut off Vritra's head. Seeing this, all of S'âlva's followers cried out, "Alas, alas!"

 

 Tekst 37

Met de zondaar gevallen en het Saubha-fort door de knots vernietigd, weerklonken de pauken in de hemel bespeeld door de groepen halfgoden, o Koning, terwijl Dantavakra woedend, om zijn vrienden te wreken, naar voren stormde.

 With the sinful S'âlva now dead and his Saubha airship destroyed, the heavens resounded with kettledrums played by groups of demigods. Then Dantavakra, wanting to avenge the death of his friends, furiously attacked the Lord.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Produktie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties