S'rî
S'uka zei: 'Toen de nazaat van Yadu [Krishna] het
vertrouwelijke bericht aanhoorde van de prinses van Vidarbha,
nam Hij de hand van de boodschapper in de Zijne en zei
glimlachend het volgende.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus hearing the confidential
message of Princess Vaidarbhî, Lord Yadunandana took
the brâhmana's hand and, smiling, spoke to him as
follows. (Vedabase)
Tekst
2
De Allerhoogste
Heer zei: 'Ook Ik moet op dezelfde manier steeds weer aan haar
denken en kan 's nachts de slaap niet vatten; Ik weet dat
Rukmî in zijn vijandigheid er tegen is dat Ik met haar
trouw.
The
Supreme Lord said: Just as Rukminî's mind is fixed on
Me, My mind is fixed on her. I can't even sleep at night. I
know that Rukmî, out of envy, has forbidden our
marriage. (Vedabase)
Tekst
3
Ik zal haar,
die onbetwistbare schoonheid die Mij de beste acht, naar hier
halen en in het gevecht korte metten maken met die halfwas
edellieden, zoals men een vuur stookt van brandhout!'
She
has dedicated herself exclusively to Me, and her beauty is
flawless. I will bring her here after thrashing those
worthless kings in battle, just as one brings a blazing
flame out of firewood. (Vedabase)
Tekst
4
S'rî
S'uka zei: 'En bekend met de precieze tijd van Rukminî's
trouwen zei Madhusûdana tegen Zijn wagenmenner:
'Dâruka, maak onmiddellijk de wagen
klaar'.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Lord Madhusûdana also
understood the exact lunar time for Rukminî's wedding.
Thus He told His driver, "Dâruka, ready My chariot
immediately." (Vedabase)
Tekst
5
Hij naar wat
Krishna zei de wagen brengend met de paarden genaamd S'aibya,
Sugrîva, Meghapushpa en Balâhaka
[*],
stond daarop voor Hem met gevouwen handen.
Dâruka
brought the Lord's chariot, yoked with the horses named
S'aibya, Sugrîva, Meghapushpa and Balâhaka. He
then stood before Lord Krishna with joined palms.
(Vedabase)
Tekst
6
S'auri
samen met de brahmaan in Zijn wagen klimmend reed gezwind met
Zijn paarden in een enkele nacht naar het Vidarbha
koninkrijk.
Lord
S'auri mounted His chariot and had the brâhmana do
likewise. Then the Lord's swift horses took them from the
Ânarta district to Vidarbha in a single night.
(Vedabase)
Tekst
7
Koning
Bhîshmaka die in zijn genegenheid gehoor gaf aan de
wensen van zijn zoon [Rukmî], was bereid zijn
dochter weg te schenken aan S'is'upâla en zag erop toe
dat aan de nodige verplichtingen werd voldaan.
King
Bhîshmaka, the master of Kundina, having succumbed to
the sway of affection for his son, was about to give his
daughter to S'is'upâla. The King saw to all the
required preparations. (Vedabase)
Tekst
8-9
De stad grondig
gereinigd en met haar lanen, straten en kruispunten overvloedig
besprenkeld met water, werd versierd met vaandels op
vlaggenmasten en met erebogen. Met hun huizen geurend van de
aguru stelden de vrouwen en mannen van de stad zich op in
smetteloze kleding, behangen met juwelen, geurend en opgesierd
met bloemen en ander fraais.
The
king had the main avenues, commercial roads and
intersections thoroughly cleaned and then sprinkled with
water, and he also had the city decorated with triumphant
archways and multicolored banners on poles. The men and
women of the city, arrayed in spotless raiment and anointed
with fragrant sandalwood paste, wore precious necklaces,
flower garlands and jeweled ornaments, and their opulent
homes were filled with the aroma of aguru. (Vedabase)
Tekst
10
Volgens de
regels op de juiste manier de voorvaderen en de halfgoden
aanbiddend, o Koning, en de geleerden zoals het hoorde te eten
gevend, liet hij [Bhîshmaka] de gunstige mantra's
chanten.
O
King, in accordance with prescribed rituals,
Mahârâja Bhîshmaka worshiped the
forefathers, demigods and brâhmanas, feeding them all
properly. Then He had the traditional mantras chanted for
the well-being of the bride. (Vedabase)
Tekst
11
De
bruid baadde zich uitgebreid en deed, met haar tanden
gereinigd, de gelukbrengende huwelijksdraad om. Ook stak ze
zich in een gloednieuw stel kleren en sierde ze zich met de
meest uitgelezen juwelen.
The
bride cleaned her teeth and bathed, after which she put on
the auspicious wedding necklace. Then she was dressed in
brand-new upper and lower garments and adorned with most
excellent jeweled ornaments. (Vedabase)
Tekst
12
Voor de
bescherming van de bruid werden, door de besten der tweemaal
geborenen, mantra's gezongen uit de Sâma-, Rig- en
Yajurveda en deden de priesters bedreven in de Atharva-mantra's
zoals het hoorde uitgietingen van ghee terwille van de vrede
der heersende planeten.
The
best of brâhmanas chanted mantras of the Rig,
Sâma and Yajur Vedas for the bride's protection, and
the priest learned in the Atharva Veda offered oblations to
pacify the controlling planets. (Vedabase)
Tekst
13
Als de besten
bekend met de vidhi
doneerde de koning goud, zilver, kleding en sesamzaad vermengd
met grove suiker aan de brahmanen.
Outstanding
in his knowledge of regulative principles, the King rewarded
the brâhmanas with gold, silver, clothing, cows and
sesame seeds mixed with raw sugar. (Vedabase)
Tekst
14
Op dezelfde
manier liet de heer van Cedi, koning Damaghosha, voor zijn zoon
[de bruidegom] zo door de kenners van de mantra's alles
doen wat bevorderlijk was voor zijn voorspoed.
Râjâ
Damaghosha, lord of Cedi, had also engaged brâhmanas
expert in chanting mantras to perform all rituals necessary
to assure his son's prosperity. (Vedabase)
Tekst
15
Hij reisde naar
Kundina [Bhîshmaka's hoofdstad] vergezeld door
een menigte olifanten druipend van de bronst en reeksen gouden
strijdwagens opgesierd met bloemenslingers met daar omheen
legers voetsoldaten en paarden.
King
Damaghosha traveled to Kundina accompanied by armies of
elephants exuding mada, chariots hung with golden chains,
and numerous cavalry and infantry soldiers.
(Vedabase)
Tekst
16
De meester van
Vidarbha die hem halverwege tegemoet kwam voorzag met genoegen
eervol in een plaats speciaal voor hem gebouwd.
Bhîshmaka,
the lord of Vidarbha, came out of the city and met King
Damaghosha, offering him tokens of respect. Bhîshmaka
then settled Damaghosha in a residence especially
constructed for the occasion. (Vedabase)
Tekst
17
S'âlva,
Jarâsandha, Dantavakra en Vidûratha die voor de
kant van S'is'upâla kozen, kwamen tezamen met Paundraka
en duizenden anderen.
S'is'upâla's
supporters - S'âlva, Jarâsandha, Dantavakra and
Vidûratha - all came, along with Paundraka and
thousands of other kings. (Vedabase)
Tekst
18-19
Zij vijandig
jegens Krishna en Râma hadden het zich aldus voorgenomen:
'Om ons te verzekeren van de bruid voor S'is'upâla zullen
wij, mocht Krishna vergezeld door Râma en andere Yadu's
komen en haar wegkapen, aaneengesloten de strijd met Hem
aanbinden', en aldus besloten waren al de koningen compleet met
een contingent aan troepen gekomen.
To
secure the bride for S'is'upâla, the kings who envied
Krishna and Balarâma came to the following decision
among themselves: "If Krishna comes here with Balarâma
and the other Yadus to steal the bride, we shall band
together and fight Him." Thus those envious kings went to
the wedding with their entire armies and a full complement
of military conveyances. (Vedabase)
Tekst
20-21
Toen Heer
Balarâma hoorde van deze vijandige voorbereidingen door
de koningen en dat Krishna er in Zijn eentje op uit was gegaan
om de bruid te stelen, ging Hij, beducht voor een gevecht,
vervuld van liefde voor Zijn broer snel naar Kundina samen met
een machtig contingent aan olifanten, paarden, strijdwagens en
soldaten te voet.
When
Lord Balarâma heard about these preparations of the
inimical kings and how Lord Krishna had set off alone to
steal the bride, He feared that a fight would ensue.
Immersed in affection for His brother, He hurried to Kundina
with a mighty army consisting of infantry and of soldiers
riding on elephants, horses and chariots. (Vedabase)
Tekst
22
De dochter van
Bhîshmaka met haar fraaie heupen in afwachting van
Krishna, die de brahmaan niet zag terugkeren, vroeg zich toen
af:
The
lovely daughter of Bhîshmaka anxiously awaited the
arrival of Krishna, but when she did not see the
brâhmana return she thought as follows.
(Vedabase)
Tekst
23
'Helaas,
drie yama's [negen uur] resten slechts voordat
ik, zonder enig geluk te smaken, zal trouwen; de Lotusogige
komt niet en ik weet niet wat er de reden van is, ook is tot nu
toe de drager van mijn boodschap niet
teruggekeerd.
[Princess
Rukminî thought:] Alas, my wedding is to take
place when the night ends! How unlucky I am! Lotus-eyed
Krishna does not come. I don't know why. And even the
brâhmana messenger has not yet returned.
(Vedabase)
Tekst
24
Wellicht ziet
Hij Foutloos van Geest en Lichaam, bereid als Hij
oorspronkelijk zeker is, iets afkeurenswaardigs in mij dat hij
niet voor mijn hand is komen opdagen.
Perhaps
the faultless Lord, even while preparing to come here, saw
something contemptible in me and therefore has not come to
take my hand. (Vedabase)
Tekst
25
Hoe
onfortuinlijk, de schepper is me niet gunstig gezind, noch is
de grote Heer S'iva dat, of misschien heeft Devî zijn
gezellin, [bekend als] Gaurî,
Rudrânî, Girijâ of Satî zich tegen mij
gekeerd.'
I
am extremely unfortunate, for the creator is not favorably
disposed toward me, nor is the great Lord S'iva. Or perhaps
S'iva's wife, Devî, who is known as Gaurî,
Rudrânî, Girijâ and Satî, has turned
against me. (Vedabase)
Tekst
26
Aldus piekerend
deed het jonge meisje, wiens hart door Krishna was gestolen,
haar ogen die vol stonden met tranen dicht, denkend aan de tijd
[die nog restte].
As
she thought in this way, the young maiden, whose mind had
been stolen by Krishna, closed her tear-filled eyes,
remembering that there was still time. (Vedabase)
Tekst
27
Terwijl de
bruid aldus in afwachting verkeerde van Govinda's aankomst, o
Koning, trilde haar linkerdij, arm en oog als voorbode van iets
wenselijks.
O
King, as the bride thus awaited the arrival of Govinda, she
felt a twitch in her left thigh, arm and eye. This was a
sign that something desirable would happen.
(Vedabase)
Tekst
28
Op dat moment
verscheen die zuiverste der tweemaal geborenen door Krishna
gestuurd ten tonele, om de goddelijke dochter van de koning te
zien die zich ophield in het binnenste van het
paleis.
Just
then the purest of learned brâhmanas, following
Krishna's order, came to see the divine Princess
Rukminî within the inner chambers of the palace.
(Vedabase)
Tekst
29
Toen ze zijn
opgetogen gezicht zag en de ontspannen bewegingen van zijn
lichaam deed ze, als expert in het herkennen der tekenen,
navraag met een zuivere lach.
Noting
the brâhmana's joyful face and serene movements,
saintly Rukminî, who could expertly interpret such
symptoms, inquired from him with a pure smile.
(Vedabase)
Tekst
30
Hij vertelde
haar van de aankomst van dat Kind van de Yadu's en bracht de
woorden over die Hij had uitgesproken in de verzekering dat Hij
met haar zou trouwen.
The
brâhmana announced to her the arrival of Lord
Yadunandana and relayed the Lord's promise to marry her.
(Vedabase)
Tekst
31
Concluderend
dat Hij was aangekomen, monterde de geest van Vaidarbhî
op, waarop ze geen beter antwoord had dan zich te verbuigen
voor de beminde brahmaan.
Princess
Vaidarbhî was overjoyed to learn of Krishna's arrival.
Not finding anything at hand suitable to offer the
brâhmana, she simply bowed down to him.
(Vedabase)
Tekst
32
Horende dat
Hij, om getuige te zijn van zijn dochter's huwelijk, was
gearriveerd kwam hij [koning Bhîshmaka] met het
weerklinken van muziekinstrumenten en met overvloedige
offergaven naar Râma en Krishna toe.
The
King, upon hearing that Krishna and Balarâma had come
and were eager to witness his daughter's wedding, went forth
with abundant offerings to greet Them as music resounded.
(Vedabase)
Tekst
33
Zoals
voorgeschreven was hij van eerbetoon met gewenste zaken als
honingmelk [madhu-parka] en bracht hij nieuwe
kleren.
Presenting
Them with madhu-parka, new clothing and other
desirable gifts, he worshiped Them according to standard
rituals. (Vedabase)
Tekst
34
Genereus
voorziend in een luxe verblijf bood hij Hen, tezamen met Hun
soldaten en metgezellen, gepast gastvrijheid.
Generous
King Bhîshmaka arranged opulent accommodations for the
two Lords, and also for Their army and entourage. In this
way he afforded Them proper hospitality. (Vedabase)
Tekst
35
Aldus was hij
naar gelang ieder zijn macht, leeftijd, kracht en weelde met
alles wat wenselijk was van respect voor de koningen die waren
samengekomen.
Thus
it was that Bhîshmaka gave all desirable things to the
kings who had assembled for the occasion, honoring them as
befitted their political power, age, physical prowess and
wealth. (Vedabase)
Tekst
36
De inwoners van
Vidarbha-pura die hoorden dat Krishna was gekomen, kwamen allen
om Zijn lotusgezicht in te drinken met de gevouwen handpalmen
van hun ogen [en zeiden]:
When
the residents of Vidarbha-pura heard that Lord Krishna had
come, they all went to see Him. With the cupped palms of
their eyes they drank the honey of His lotus face.
(Vedabase)
Tekst
37
'Alleen Hij,
wiens lichaam net zo volmaakt is, verdient Rukminî als
echtgenote, en niemand anders; Hij is de meest geschikte
echtgenoot voor prinses Bhaishmî!
[The
people of the city said:] Rukminî, and no one
else, deserves to become His wife, and He also, possessing
such flawless beauty, is the only suitable husband for
Princess Bhaishmî. (Vedabase)
Tekst
38
Moge, met welke
van onze goede daden ook, de Schepper der Drie Werelden zo
genadig zijn, dat Acyuta de hand neemt van Rukminî.'
May
Acyuta, the creator of the three worlds, be satisfied with
whatever pious work we may have done and show His mercy by
taking the hand of Vaidarbhî. (Vedabase)
Tekst
39
Aldus
overlopend van liefde spraken de burgers in hun fascinatie en
verliet de bruid beschermd door bewakers de binnenruimten van
het paleis om naar de tempel van Ambikâ te gaan [zie
ook 10.52:
42].
Bound
by their swelling love, the city's residents spoke in this
way. Then the bride, protected by guards, left the inner
palace to visit the temple of Ambikâ.
(Vedabase)
Tekst
40-41
En zij, te voet
eropuit om de lotusvoeten van Bhavânî te zien,
hield zich, volledig opgegaan in het mediteren op Krishna's
lotusvoeten, stil temidden van haar moeders en vrouwelijke
metgezellen. Bewaakt door de kloeke, gewapende soldaten van de
koning die met hun wapens geheven klaar stonden, werd er op
cimbalen en mridanga's, schelphoorns, hoorns en andere
blaasinstrumenten gespeeld.
Rukminî
silently went out on foot to see the lotus feet of the deity
Bhavânî. Accompanied by her mothers and
girlfriends and protected by the King's valiant soldiers,
who held their upraised weapons at the ready, she simply
absorbed her mind in the lotus feet of Krishna. And all the
while mridangas, conchshells, panavas, horns
and other instruments resounded. (Vedabase)
Tekst
42-43
De bruid
begeleidend waren er daar de fraai uitgedoste echtgenotes van
de tweemaal geborenen, duizenden van vooraanstaande
uitverkorenen met verscheidene artikelen van aanbidding en
cadeaus, bloemenslingers, geuren, kleding en sieraden; zangers
die gebeden zongen, muzikanten als ook hofzangers,
geschiedschrijvers en herauten.
Behind
the bride followed thousands of prominent courtesans bearing
various offerings and presents, along with well-adorned
brâhmanas' wives singing and reciting prayers and
bearing gifts of garlands, scents, clothing and jewelry.
There were also professional singers, musicians, bards,
chroniclers and heralds. (Vedabase)
Tekst
44
Met het
bereiken van de tempel van de godin waste ze haar voeten en
lotusgelijke handen, sipte ze water ter zuivering en betrad ze
geheiligd en vredig de plaats waar Ambikâ
was.
Upon
reaching the goddess's temple, Rukminî first washed
her lotus feet and hands and then sipped water for
purification. Thus sanctified and peaceful, she came into
the presence of mother Ambikâ. (Vedabase)
Tekst
45
Het zo heel
jonge meisje werd door de oudere vrouwen van de brahmanen die
goed op de hoogte waren van de bepalingen, begeleid in haar
eerbetoon voor Bhavânî, de vrouw van Heer Bhava
[S'iva].
The
older wives of brâhmanas, expert in the knowledge of
rituals, led young Rukminî in offering respects to
Bhavânî, who appeared with her consort, Lord
Bhava. (Vedabase)
Tekst
46
'Ik tezamen met
uw kinderen biedt u keer op keer mijn eerbetuigingen o
Ambikâ, alstublieft sta het toe dat Krishna, de
Opperheer, mijn echtgenoot wordt.'
[Princess
Rukminî prayed:] O mother Ambikâ, wife of
Lord S'iva, I repeatedly offer my obeisances unto you,
together with your children. May Lord Krishna become my
husband. Please grant this! (Vedabase)
Tekst
47-48
Met
verscheidene offergaven en offers van water, geurige
substanties, ongebroken granen, wierook, kleding,
bloemenslingers, halskettingen, sierselen en een reeks lampen,
was ieder van de brahmaanse dames van aanbidding uitgerust met
deze artikelen alsook met lekkernijen, gebak, toebereide
betelnoot, heilige draden, vruchten en suikerriet.
Rukminî
worshiped the goddess with water, scents, whole grains,
incense, clothing, garlands, necklaces, jewelry and other
prescribed offerings and gifts, and also with arrays of
lamps. The married brâhmana women each performed
worship simultaneously with the same items, also offering
savories and cakes, prepared betel nut, sacred threads,
fruit and sugar-cane juice. (Vedabase)
Tekst
49
Nadat ze haar
hadden gegeven wat er van het offer over was gebleven alsmede
hun zegen verleenden, boog de bruid zich voor hen en voor de
beeltenis en nam ze wat van het geofferde
voedsel.
The
ladies gave the bride the remnants of the offerings and then
blessed her. She in turn bowed down to them and the deity
and accepted the remnants as prasâdam.
(Vedabase)
Tekst
50
Toen, haar
gelofte van stilte beëindigend, verliet ze de tempel van
Ambikâ, met haar hand, die was opgesierd met een ring met
een edelsteen, een dienstmaagd vasthoudend.
The
princess then gave up her vow of silence and left the
Ambikâ temple, holding on to a maidservant with her
hand, which was adorned with a jeweled ring.
(Vedabase)
Tekst
51-55
Als was ze het
begoochelend vermogen [Mâyâdevî, zie ook
8.12:
38-40;
10.2***]
van de Heer zelve dat zelfs de nuchteren verbijstert, raakten
de verzamelde, respectabele helden bevangen toen ze haar zagen
met haar oorbellen die de maagdelijke schoonheid van haar
gezicht opsierden, haar met juwelen bestikte gordel om haar
heupen, haar ontluikende borsten, haar ogen verlegen bij haar
haarlokken, haar zuivere glimlach en tanden rood van de gloed
van haar bimba-lippen, de knoppen van haar zich verplaatsende
jasmijnvoeten, haar gang zo gracieus als een koninklijke zwaan
en het getinkel van de kunstig gemaakte enkelbelletjes die
[haar voeten] verfraaiden met hun gloed. Er wierp zich
bij deze koningen met het zien van haar brede glimlachen,
verlegenheid en verbijsterende blikken een lust op die ze van
hun verstand beroofde, hun harten verscheurde en waardoor ze
hun wapens op de grond lieten vallen. Zittend op hun paarden,
olifanten en wagens vielen ze, met hun geesten op hol, neer op
de grond toen ze, in het kader van de processie, Heer Hari haar
schoonheid bood. Langzaam lopend, de ene voet voor de andere
zettend schreed ze voort met de wervelingen van haar
lotusbloemenvoeten, onderwijl vol verlangen uitziend naar de
komst van de Hoogste Persoonlijkheid. Haar haar naar achteren
werpend met de nagels van haar hand ontwaarde ze, bedeesd
kijkend vanuit haar ooghoeken naar een ieder aanwezig, op dat
moment Acyuta. Recht voor de ogen van Zijn vijanden, pakte
Krishna toen de dochter van de koning die klaar stond om in de
wagen te stappen.
Rukminî
appeared as enchanting as the Lord's illusory potency, who
enchants even the sober and grave. Thus the kings gazed upon
her virgin beauty, her shapely waist, and her lovely face
adorned with earrings. Her hips were graced with a
jewel-studded belt, her breasts were just budding, and her
eyes seemed apprehensive of her encroaching locks of hair.
She smiled sweetly, her jasmine-bud teeth reflecting the
glow of her bimba-red lips. As she walked with the motions
of a royal swan, the effulgence of her tinkling ankle bells
beautified her feet. Seeing her, the assembled heroes were
totally bewildered. Lust tore at their hearts. Indeed, when
the kings saw her broad smile and shy glance, they became
stupefied, dropped their weapons and fell unconscious to the
ground from their elephants, chariots and horses. On the
pretext of the procession, Rukminî displayed her
beauty for Krishna alone. Slowly she advanced the two moving
lotus-whorls of her feet, awaiting the arrival of the
Supreme Lord. With the fingernails of her left hand she
pushed some strands of hair away from her face and shyly
looked from the corners of her eyes at the kings standing
before her. At that moment she saw Krishna. Then, while His
enemies looked on, the Lord seized the princess, who was
eager to mount His chariot. (Vedabase)
Tekst
56
Haar in Zijn
strijdwagen gemerkt met [de vlag van] Garuda tillend
dreef Hij de kring van edelen terug en vertrok Hij langzaam
aan, met Balarâma voor Zich uit, vandaar zoals een leeuw
temidden van de jakhalzen dat zou doen met het wegslepen van
zijn prooi.
Lifting
the princess onto His chariot, whose flag bore the emblem of
Garuda, Lord Mâdhava drove back the circle of kings.
With Balarâma in the lead, He slowly exited, like a
lion removing his prey from the midst of jackals.
(Vedabase)
Tekst
57
De
tegenstanders met Jarâsandha aan het hoofd, ingebeeld als
ze waren, konden met hun eer te grabbel, de nederlaag niet
verkroppen: 'Vervloekt zijn wij met onze eer als boogschutters
gestolen door die koeherders die als een stelletje
onderkruipers ons, de leeuwen, voor aap zetten!'
The
kings inimical to the Lord, headed by Jarâsandha,
could not tolerate this humiliating defeat. They exclaimed,
"Oh, damn us! Though we are mighty archers, mere cowherds
have stolen our honor, just as puny animals might steal the
honor of lions!" (Vedabase)
*
S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî haalt de
volgende tekst aan van de Padma Purâna die een
omschrijving geeft van Heer Krishna's paarden: "S'aibya was zo
groen als de vleugels van een papegaai, Sugrîva goudgeel,
Meghapushpa had de kleur van een wolk, en Balâhaka was
wit."