S'rî
S'uka zei: 'Akrûra die hooggestemd de nacht doorbracht in
de stad Mathurâ [na 10.36:
40],
beklom toen zijn wagen en vertrok richting Nanda's
koeherdersdorp.
S'ukadeva
Gosvâmî said: After passing the night in the
city of Mathurâ, the high-minded Akrûra mounted
his chariot and set off for the cowherd village of Nanda
Mahârâja. (Vedabase)
Tekst
2
Onderweg ervoer
hij een buitengewoon sterke toewijding voor de
allerfortuinlijkste lotusogige Persoonlijkheid van God en dacht
hij derhalve als volgt:
As
he traveled on the road, the great soul Akrûra felt
tremendous devotion for the lotus-eyed Personality of
Godhead, and thus he began to consider as follows.
(Vedabase)
Tekst
3
'Welke goede
daden heb ik verricht, door welke ernstige boete werd ik
gelouterd of van welke andere aanbidding was ik dat ik vandaag
Kes'ava mag zien?
[S'rî
Akrûra thought:] What pious deeds have I done,
what severe austerities undergone, what worship performed or
charity given so that today I will see Lord Kes'ava?
(Vedabase)
Tekst
4
Mijn reiken tot
de aanwezigheid van Hem die Geprezen Wordt in de Geschriften is
denk ik voor iemand met een wereldse geest evenzo moeilijk te
bereiken als het zingen van vedische mantra's voor iemand van
de laagste klasse.
Since
I am a materialistic person absorbed simply in sense
gratification, I think it is as difficult for me to have
gotten this opportunity to see Lord Uttamahs'loka as it
would be for one born a s'ûdra to be allowed to recite
the Vedic mantras. (Vedabase)
Tekst
5
Maar genoeg
daarover, zelfs voor een gevallen ziel als ik bestaat er een
kans om Acyuta te zien te krijgen; soms bereikt iemand die
wordt meegesleurd door de rivier van de tijd de andere
oever!
But
enough of such thoughts! After all, even a fallen soul like
me can have the chance to behold the infallible Supreme
Lord, for one of the conditioned souls being swept along in
the river of time may sometimes reach the shore.
(Vedabase)
Tekst
6
Vandaag is het
onzuivere verdreven en werpt mijn geboorte zijn vrucht af, daar
het de lotusgelijke voeten van de Opperheer bemediteerd door de
yogi's zijn die ik zal gaan respecteren.
Today
all my sinful reactions have been eradicated and my birth
has become worthwhile, since I will offer my obeisances to
the Supreme Lord's lotus feet, which mystic yogis meditate
upon. (Vedabase)
Tekst
7
Kamsa die me
hierheen stuurde heeft me, door me ertoe te bewegen de voeten
van de Heer op te zoeken die in deze wereld nederdaalde,
werkelijk een grote dienst bewezen; het is bij de gloed van
Zijn geronde teennagels dat velen in het verleden zich konden
bevrijden van de zo moeilijk te overwinnen duisternis van een
materieel bestaan.
Indeed,
today King Kamsa has shown me extreme mercy by sending me to
see the lotus feet of Lord Hari, who has now appeared in
this world. Simply by the effulgence of His toenails, many
souls in the past have transcended the insurmountable
darkness of material existence and achieved liberation.
(Vedabase)
Tekst
8
Het zijn zij
[die voeten], aanbeden door heer Brahmâ, S'iva,
de andere halfgoden, door S'rî, de godin van het geluk,
de wijzen en met de toegewijden, waarmee Hij zich voor het
hoeden van de koeien met Zijn kameraden rondbewoog in het woud
waarin de sporen van de kunkum van de borsten van de
gopî's te vinden is.
Those
lotus feet are worshiped by Brahmâ, S'iva and all the
other demigods, by the goddess of fortune, and also by the
great sages and Vaishnavas. Upon those lotus feet the Lord
walks about the forest while herding the cows with His
companions, and those feet are smeared with the kunkuma from
the gopîs' breasts. (Vedabase)
Tekst
9
Zonder twijfel
zal ik Mukunda's fraaie kaaklijn en neus te zien krijgen, de
glimlachen en de blikken van Zijn roodgekleurde lotusgelijke
ogen en het haar dat zich krult rondom Zijn gezicht; en het is
inderdaad zo dat de herten me van rechts passeren [een
gunstig voorteken]!
Surely
I shall see the face of Lord Mukunda, since the deer are now
walking past me on my right. That face, framed by His curly
hair, is beautified by His attractive cheeks and nose, His
smiling glances and His reddish lotus eyes.
(Vedabase)
Tekst
10
Zeer zeker zal
ik vandaag het genoegen smaken Vishnu recht voor me te zien, de
Hemel der Schoonheid te aanschouwen die vanuit Zijn eigen
verlangen de last van deze wereld te verlichten de gedaante van
een menselijk wezen heeft aangenomen.
I
am going to see the Supreme Lord Vishnu, the reservoir of
all beauty, who by His own sweet will has now assumed a
humanlike form to relieve the earth of her burden. Thus
there is no denying that my eyes will achieve the perfection
of their existence. (Vedabase)
Tekst
11
Hij, hoewel Hij
[net als ik] een getuige is van het ware en onware, is
verstoken van het idee van een ik en heeft bij dat persoonlijk
vermogen van Hem de duisternis en verbijstering uitgebannen van
een afgescheiden bestaan [zie ook 2.5:
14,
2.10:
8-9,
3.27:
18-30 en
10.3:
18]; het
is Hij die vanbinnenuit werkzaam is, die door de geschapen
wezens die zich manifesteren als Hij Zijn blik laat rusten op
de materiële energie van Zijn schepping, slechts indirect
kan worden waargenomen via de poorten van de vitale adem, de
zinnen en de intelligentie in hun lichamen [zie ook
2.2:
35].
He
is the witness of material cause and effect, yet He is
always free from false identification with them. By His
internal potency He dispels the darkness of separation and
confusion. The individual souls in this world, who are
manifested here when He glances upon His material creative
energy, indirectly perceive Him in the activities of their
life airs, senses and intelligence. (Vedabase)
Tekst
12
De goedgunstige
woorden, samengevoegd met de kwaliteiten, handelingen en
incarnaties [van Hem en Zijn expansies], maken een
einde aan al de zonden in de wereld en schenken leven,
schoonheid en zuiverheid aan het ganse universum, terwijl
woorden verstoken van dezen worden beschouwd als mooie dingen
op een lijk.
All
sins are destroyed and all good fortune created by the
Supreme Lord's qualities, activities and appearances, and
words that describe these three things animate, beautify and
purify the world. On the other hand, words bereft of His
glories are like the decorations on a corpse.
(Vedabase)
Tekst
13
En nu is zowaar
nedergedaald in Zijn eigen geslacht van getrouwen
[Sâtvata's] Hij die de gedragscodes handhaaft,
Hij die als de leider der onsterfelijken, genoegen
verschaffend, Zijn roem verbreidt met Zijn aanwezigheid in
Vraja als de Beheerser wiens alles-begunstigende aard de
godsbewusten bezingen.
That
same Supreme Lord has descended into the dynasty of the
Sâtvatas to delight the exalted demigods, who maintain
the principles of religion He has created. Residing in
Vrindâvana, He spreads His fame, which the demigods
glorify in song and which brings auspiciousness to all.
(Vedabase)
Tekst
14
Voorzeker zal
ik Hem vandaag te zien krijgen, de bestemming en de geestelijk
leraar van de grote zielen van al de drie werelden, de ware
schoonheid en het grote feest voor allen die ogen hebben, Hij
die de gedaante vertoont waar het verlangen van de godin naar
uitgaat, die voor mij de vluchthaven is van wie alle
zonsopgangen veranderen in een zichtbare zegening.
Today
I shall certainly see Him, the goal and spiritual master of
the great souls. Seeing Him brings jubilation to all who
have eyes, for He is the true beauty of the universe.
Indeed, His personal form is the shelter desired by the
goddess of fortune. Now all the dawns of my life have become
auspicious. (Vedabase)
Tekst
15
Zo gauw ik uit
mijn wagen stap om de voeten te respecteren van de twee Heren,
de Leidende Persoonlijkheden waaraan zelfs de mediterende
yogi's vasthouden voor hun zelfverwerkelijking, zal ik me voor
Hen verbuigen alsook voor de vrienden die met Hen in het bos
leven.
Then
I will at once alight from my chariot and bow down to the
lotus feet of Krishna and Balarâma, the Supreme
Personalities of Godhead. Theirs are the same feet that
great mystic yogis striving for self-realization bear within
their minds. I will also offer my obeisances to the Lords'
cowherd boyfriends and to all the other residents of
Vrindâvana. (Vedabase)
Tekst
16
En als ik dan
voor de voeten ben neergevallen zal de Almachtige op mijn hoofd
Zijn ene, eigen, lotusgelijke hand leggen die de angst
verdrijft voor het serpent van de tijd vanwege wiens gezwinde
kracht de mensen zwaar verstoord een veilig heenkomen zoeken.
And
when I have fallen at His feet, the almighty Lord will place
His lotus hand upon my head. For those who seek shelter in
Him because they are greatly disturbed by the powerful
serpent of time, that hand removes all fear.
(Vedabase)
Tekst
17
Met het in die
hand een respectvolle offergave leggen verwierven Purandara
[zie 8.13:
4] en
eveneens Bali [zie 8.19]
de heerschappij [de positie van Indra] over de drie
werelden; het is die hand welke tijdens het spel in aanraking
met de dames van Vraja geurig als een welriekende bloem de
vermoeidheid wegwiste [zie 10.33].
By
offering charity to that lotus hand, Purandara and Bali
earned the status of Indra, King of heaven, and during the
pleasure pastimes of the râsa dance, when the Lord
wiped away the gopîs' perspiration and removed their
fatigue, the touch of their faces made that hand as fragrant
as a sweet flower. (Vedabase)
Tekst
18
Naar mij toe
zal Acyuta, hoewel ik een boodschapper van Kamsa ben, geen
vijandige houding aannemen; Hij die alles binnen en buiten het
hart overziet is de Kenner van het veld [van het lichaam,
zie B.G.
13: 3], de
Kenner die met een volmaakte blik alles ziet, wat er ook
geprobeerd of gezocht wordt.
The
infallible Lord will not consider me an enemy, even though
Kamsa has sent me here as his messenger. After all, the
omniscient Lord is the actual knower of the field of this
material body, and with His perfect vision He witnesses,
both externally and internally, all the endeavors of the
conditioned soul's heart. (Vedabase)
Tekst
19
Verankerd aan
de basis van Zijn voeten met samengevouwen handen zal Hij op
mij beminnelijk lachend neerzien zodat met het onmiddellijke
uitbannen van alle besmetting middels Zijn blik ik bevrijd zal
zijn van twijfel en een intens geluk zal
bereiken.
Thus
He will cast His smiling, affectionate glance upon me as I
remain fixed with joined palms, fallen in obeisances at His
feet. Then all my contamination will at once be dispelled,
and I will give up all doubts and feel the most intense
bliss. (Vedabase)
Tekst
20
Als de beste
vriend en als een lid van de familie enkel Hem hebbend als mijn
voorwerp van aanbidding, zal Hij me omhelzen met Zijn twee
grote armen waarop als gevolg daarvan terstond mijn lichaam
geheiligd zal raken en mijn karma-afhankelijke banden minder
zullen knellen.
Recognizing
me as an intimate friend and relative, Krishna will embrace
me with His mighty arms, instantly sanctifying my body and
diminishing to nil all my material bondage, which is due to
fruitive activities. (Vedabase)
Tekst
21
Als ik, met
gebogen hoofd en gevouwen handen, het fysieke contact heb
bereikt, zal Urus'rava ['de vermaarde Heer'] me
aanspreken met woorden als 'O Akrûra, beste verwant' en
zal aldus vanwege de Grootste van Alle Personen mijn geboorte
een succes zijn; inderdaad is hij wiens geboorte niet op die
manier wordt geëerd meelijwekkend!
Having
been embraced by the all-famous Lord Krishna, I will humbly
stand before Him with bowed head and joined palms, and He
will address me, "My dear Akrûra." At that very moment
my life's purpose will be fulfilled. Indeed, the life of
anyone whom the Supreme Personality fails to recognize is
simply pitiable. (Vedabase)
Tekst
22
Niemand is Zijn
favoriet of beste vriend, noch heeft Hij een hekel aan wie dan
ook, haat Hij iemand of minacht Hij iemand [zie
B.G.
9: 29] en
niettemin is Hij wederkerig met Zijn toegewijden [zie ook
10.32:
17-22]
daar zij net als [wens-] bomen uit de hemel zijn die
als men zich tot hen wendt alles schenken wat gewenst werd
[zie vaishnava
pranâma].
The
Supreme Lord has no favorite and no dearmost friend, nor
does He consider anyone undesirable, despicable or fit to be
neglected. All the same, He lovingly reciprocates with His
devotees in whatever manner they worship Him, just as the
trees of heaven fulfill the desires of whoever approaches
them. (Vedabase)
Tekst
23
Verder zal Zijn
oudere broer, de meest excellente Yadu, glimlachend naar mij,
die daar dan staat met een gebogen hoofd, me omhelzen, mijn
handen beetgrijpen en me mee naar Zijn huis nemen om me te
ontvangen met alle egards en zal Hij navraag doen over hoe
Kamsa bezig is met Zijn familieleden.'
And
then Lord Krishna's elder brother, the foremost of the
Yadus, will grasp my joined hands while I am still standing
with my head bowed, and after embracing me He will take me
to His house. There He will honor me with all items of
ritual welcome and inquire from me about how Kamsa has been
treating His family members. (Vedabase)
Tekst
24
S'rî
S'uka zei: 'Aldus met zijn wagen onderweg mijmerend over
Krishna bereikte de zoon van S'vaphalka [zie
9.24:
15] het
dorp Gokula op het moment dat de zon onderging achter de berg,
o Koning.
S'ukadeva
Gosvâmî continued: My dear King, while the son
of S'vaphalka, traveling on the road, thus meditated deeply
on S'rî Krishna, he reached Gokula as the sun was
beginning to set. (Vedabase)
Tekst
25
De afdrukken
van Zijn voeten, waarvan de heersers van alle werelden het
zuivere stof op hun kronen houden, zag hij in de aarde van de
weidegronden: een prachtige versiering zich aftekenend met de
lotus, de korenaar, de olifantendrijfstok en zo meer [zie
ook 10.16:
18 en
10.30:
25*].
In
the cowherd pasture Akrûra saw the footprints of those
feet whose pure dust the rulers of all the planets in the
universe hold on their crowns. Those footprints of the Lord,
distinguished by such marks as the lotus, barleycorn and
elephant goad, made the ground wonderfully beautiful.
(Vedabase)
Tekst
26
De extase ze te
zien deed in hevige mate zijn opwinding toenemen en zijn haren
overeind staan waarbij zijn ogen zich vulden met tranen; van
zijn wagen afkomend rolde hij zich [toen] in de
voetsporen uitroepend: 'O dit is het stof van de voeten van
mijn Meester!'
Increasingly
agitated by ecstasy at seeing the Lord's footprints, his
bodily hairs standing on end because of his pure love, and
his eyes filled with tears, Akrûra jumped down from
his chariot and began rolling about among those footprints,
exclaiming, "Ah, this is the dust from my master's feet!"
(Vedabase)
Tekst
27
Voor alle
belichaamde wezens is dit het levensdoel: om met het voor ogen
hebben van de tekenen van de Heer waarover men verneemt en zo
meer, de trots, de angst en het verdriet op te geven van het
materieel bepaald zijn [door mâyâ, zie
7.5:
23-24].
The
very goal of life for all embodied beings is this ecstasy,
which Akrûra experienced when, upon receiving Kamsa's
order, he put aside all pride, fear and lamentation and
absorbed himself in seeing, hearing and describing the
things that reminded him of Lord Krishna. (Vedabase)
Tekst
28-33
In Vraja zag
hij Krishna en Râma die, gestoken in gele en blauwe
kleding, met Hun ogen zo mooi als herfstlotussen op weg waren
naar waar de koeien worden gemolken. De twee die de toevlucht
zijn van de godin waren, blauwig donker en blank van teint, als
jongeren hoogst fraai om te zien met machtige armen,
aantrekkelijke gezichten en een tred gelijk die van een
olifant. Met Hun voeten getekend door de vlag, de schicht, de
drijfstok en de lotus verhoogden de grote zielen vol van
mededogen met Hun glimlachen en blikken de schoonheid van het
weidegebied. Zij wiens wederwaardigheden zo groots waren en
aantrekkelijk, waren fris gewassen en droegen halskettingen met
juwelen en bloemenslingers, hadden Hun ledematen ingesmeerd met
heilzame, geurige substanties en waren onberispelijk gekleed.
De twee oorspronkelijke, hoogst uitzonderlijke personen, die de
Oorzaak en Heer van het universum zijn [zie ook
5.25],
waren voor het welzijn van dat universum nedergedaald in Hun
afzonderlijke gedaanten van Balarâma en Kes'ava. O
Koning, met Hun uitstraling verdreven Ze, als een berg van
smaragd en een berg van zilver opgesierd met goud, in alle
richtingen de duisternis.
Akrûra
then saw Krishna and Balarâma in the village of Vraja,
going to milk the cows. Krishna wore yellow garments,
Balarâma blue, and Their eyes resembled autumnal
lotuses. One of those two mighty-armed youths, the shelters
of the goddess of fortune, had a dark-blue complexion, and
the other's was white. With Their fine-featured faces They
were the most beautiful of all persons. As They walked with
the gait of young elephants, glancing about with
compassionate smiles, Those two exalted personalities
beautified the cow pasture with the impressions of Their
feet, which bore the marks of the flag, lightning bolt,
elephant goad and lotus. The two Lords, whose pastimes are
most magnanimous and attractive, were ornamented with
jeweled necklaces and flower garlands, anointed with
auspicious, fragrant substances, freshly bathed, and dressed
in spotless raiment. They were the primeval Supreme
Personalities, the masters and original causes of the
universes, who had for the welfare of the earth now
descended in Their distinct forms of Kes'ava and
Balarâma. O King Parîkchit, They resembled two
gold-bedecked mountains, one of emerald and the other of
silver, as with Their effulgence They dispelled the sky's
darkness in all directions. (Vedabase)
Tekst
34
Snel van zijn
wagen klauterend wierp Akrûra overmand door gevoelens van
liefde zich ter aarde aan de voeten van Râma en
Krishna.
Akrûra,
overwhelmed with affection, quickly jumped down from his
chariot and fell at the feet of Krishna and Balarâma
like a rod. (Vedabase)
Tekst
35
Toen hij de
Allerhoogste Persoonlijkheid zag was hij, vanwege de
vreugdetranen opwellend in zijn ogen en de verrukking [van
de extase] die zijn ledematen doortrok, in zijn vervoering
niet in staat zich kenbaar te maken, o Koning.
The
joy of seeing the Supreme Lord flooded Akrûra's eyes
with tears and decorated his limbs with eruptions of
ecstasy. He felt such eagerness that he could not speak to
present himself, O King. (Vedabase)
Tekst
36
De Allerhoogste
Heer, de Zorgdrager der Overgegeven zielen, hem
[niettemin] herkennend, trok hem met Zijn hand gemerkt
met een wagenwiel [de cakra] naar Zich toe en
omhelsde hem verheugd.
Recognizing
Akrûra, Lord Krishna drew him close with His hand,
which bears the sign of the chariot wheel, and then embraced
him. Krishna felt pleased, for He is always benignly
disposed toward His surrendered devotees. (Vedabase)
Tekst
37-38
Vervolgens werd
hij die daar met zijn gezicht naar beneden stond grootmoedig
omhelsd door Sankarshana [Râma], die met Zijn
hand zijn twee handen beetpakkend hem samen met Zijn jongere
broer met Zich meevoerde in huis. Daarna informeerde Hij of
zijn reis aangenaam geweest was en waste Hij, zoals dat was
voorgeschreven bij wijze van een respectvol eerbetoon, hem zijn
voeten met gezoete melk.
As
Akrûra stood with his head bowed, Lord Sankarshana
[Balarâma] grasped his joined hands, and then
Balarâma took him to His house in the company of Lord
Krishna. After inquiring from Akrûra whether his trip
had been comfortable, Balarâma offered him a
first-class seat, bathed his feet in accordance with the
injunctions of scripture and respectfully served him milk
with honey. (Vedabase)
Tekst
39
Een koe
wegschenkend in liefdadigheid en vol van respect de vermoeide
gast een massage gevend, serveerde de Almachtige hem trouw het
juiste voedsel in verschillende smaken.
The
almighty Lord Balarâma presented Akrûra with the
gift of a cow, massaged his feet to relieve him of fatigue
and then with great respect and faith fed him suitably
prepared food of various fine tastes. (Vedabase)
Tekst
40
Na het maal
voorzag Râma, de Allerhoogste Kenner van het Dharma, met
liefde verder nog in kruiderij om de tong van dienst te zijn en
in bloemenslingers om de hoogste voldoening te schenken.
When
Akrûra had eaten to his satisfaction, Lord
Balarâma, the supreme knower of religious duties,
offered him aromatic herbs for sweetening his mouth, along
with fragrances and flower garlands. Thus Akrûra once
again enjoyed the highest pleasure. (Vedabase)
Tekst
41
Nanda vroeg de
geëerde: 'O nakomeling van Das'ârha, hoe vergaat het
u met het in leven zijn van de genadeloze Kamsa, die baas die
net als een slager is met schapen?
Nanda
Mahârâja asked Akrûra: O descendant of
Das'ârha, how are all of you maintaining yourselves
while that merciless Kamsa remains alive? You are just like
sheep under the care of a butcher. (Vedabase)
Tekst
42
Als hij wreed
en zelfzuchtig de baby's van zijn eigen zuster tot haar grote
verdriet doodde, wat zou dat dan wel niet, zo durf ik te
beweren, betekenen voor uw welzijn?'
That
cruel, self-serving Kamsa murdered the infants of his own
sister in her presence, even as she cried in anguish. So why
should we even ask about the well-being of you, his
subjects? (Vedabase)
Tekst
43
Aldus door
Nanda gepast vereerd met ware en aangename bewoordingen wierp
Akrûra de vermoeidheid van de reis van zich af.'
Honored
by Nanda Mahârâja with these true and pleasing
words of inquiry, Akrûra forgot the fatigue of his
journey. (Vedabase)