S'rî
S'uka zei: 'Asti en Prâpti, de twee koninginnen van
Kamsa, o held van de Bharata's, ongelukkig dat hun echtgenoot
gedood was, gingen vol verdriet naar het huis van hun
vader.
S'rî
S'uka zei: 'Asti en Prâpti, de twee koninginnen van
Kamsa, o held van de Bharata's, ongelukkig dat hun
echtgenoot gedood was, gingen vol verdriet naar het huis van
hun vader. (Vedabase)
Tekst
2
Hun vader, de
koning van Magadha genaamd Jarâsandha [zie
1.15:
9,
9.22:
8,
10.2:
1-2,
10.36:
36],
vertelden ze alles over de oorzaak van hun
weduwschap.
Hun
vader, de koning van Magadha genaamd Jarâsandha
[zie 1.15: 9, 9.22:8, 10.2: 1-2, 10.36: 36],
vertelden ze alles over de oorzaak van hun weduwschap.
(Vedabase)
Tekst
3
Toen hij dat
slechte nieuws hoorde, zette hij vol van leed en wrok o Koning,
zich tot het extreme plan de Yâdava's van de aarde weg te
vagen.
Toen
hij dat slechte nieuws hoorde, zette hij vol van leed en
wrok, o Koning, zich tot het extreme plan de Yâdava's
van de aarde weg te vagen. (Vedabase)
Tekst
4
Met
drieëntwintig akshauhinî's
groepeerde hij zich rondom Mathurâ om de residentie van
de Yadu's van alle kanten te belegeren.
Met
drieëntwintig akshauhinî's groepeerde hij zich
rondom Mathurâ om de residentie van de Yadu's van alle
kanten te belegeren. (Vedabase)
Tekst5-6
Toen Krishna,
de Allerhoogste Heer Hari, zag hoe door zijn troepenmacht, als
een oceaan die buiten zijn oevers was getreden, Zijn stad werd
belegerd en Zijn burgers door de angst bevangen waren,
overdacht Hij als de Uiteindelijke Oorzaak in een Menselijke
Gedaante wat voor de bedoeling van Zijn nederdaling in deze
wereld gepast zou zijn gezien de tijd en plaats:
Krishna,
de Allerhoogste Heer Hari, die zag hoe door zijn
troepenmacht, als een oceaan die buiten zijn oevers was
getreden, Zijn stad werd belegerd en Zijn burgers door de
angst bevangen waren, overdacht als de Uiteindelijke Oorzaak
in een Menselijke Gedaante wat voor de bedoeling van Zijn
nederdaling in deze wereld gepast zou zijn gezien de tijd en
plaats: (Vedabase)
Tekst
7-8
'Ik zal zeker
zijn leger vernietigen, deze last van de aarde op de been
gebracht door de koning van Magadha waarin hij allen verzameld
heeft die ondergeschikt de leiding op zich namen en nu kunnen
worden geteld in akshauhinî's van infanterie,
cavalerie, strijdwagens en vechtolifanten; Jarâsandha
echter, moet Ik sparen zodat hij het opnieuw zal proberen om
een leger bijeen te brengen.
'Ik
zal zeker zijn leger vernietigen, deze last van de aarde, op
de been gebracht door de Koning van Magadha waarin hij allen
verzameld heeft die ondergeschikt de leiding op zich namen
en nu kunnen worden geteld in akshauhinî's van
infanterie, cavalerie, strijdwagens en vechtolifanten;
Jarâsandha echter, moet ik sparen zodat hij het
opnieuw zal proberen om een leger bijeen te brengen.
(Vedabase)
Tekst
9
Dit is de
bedoeling van Mijn nederdalen: dat de last van deze aarde wordt
weggenomen, dat de geheiligden ten volle beschermd zijn en dat
zij die tegenstreven de dood vinden.
Dit
is de bedoeling van Mijn nederdalen: dat de last van deze
aarde wordt weggenomen, de geheiligden ten volle beschermd
zijn en dat zij die tegenstreven de dood vinden.
(Vedabase)
Tekst
10
Ook andere
lichamen worden door Mij aangenomen voor het verdedigen van het
dharma, zo gauw na een zekere tijd het onrecht overheerst
[zie ook 2.7,
en B.G. 4:
7].'
Ook
andere lichamen worden door Mij aangenomen voor het
verdedigen van het dharma wanneer ook maar, na verloop van
tijd, het onrecht overheerst [zie ook 2.7, en B.G. 4:
7].'
(Vedabase)
Tekst
11
Terwijl Hij op
deze manier mediteerde verschenen er op datzelfde moment uit de
hemel [uit Vaikunthha] twee strijdwagens met een gloed
als die van de zon compleet met wagenmenners en een uitrusting.
Terwijl
Hij op deze manier mediteerde verschenen op dat zelfde
moment uit de hemel [uit Vaikuntha] twee
strijdwagens met een gloed als die van de zon compleet met
wagenmenners en een uitrusting.
(Vedabase)
Tekst
12
En zo deden dat
ook op eigen gelegenheid de Heer Zijn klassieke en goddelijke
wapens, en hen ziende zei de Heer der Zinnen tot
Sankarshana:
En
zo deden dat ook op eigen gelegenheid de Heer Zijn klassieke
en goddelijke wapens, en hen ziende zei de Heer der Zinnen
tot Sankarshana:
(Vedabase)
Tekst
13-14
'AlsJeblieft
sla acht, o Gerespecteerde, op deze acute dreiging voor de
Yadu's die door Jou beschermd worden Prabhu, en op deze
strijdwagen die is gearriveerd met Je favoriete wapens. Het is
inderdaad voor deze bedoeling dat Wij geboren werden: om te
handelen o Heer, ten gunste van de geheiligden; wees dus zo
goed de last van deze drieëntwintig legers van de aarde
weg te nemen.'
'AlsJeblieft
neem in ogenschouw, o Gerespecteerde, deze acute dreiging
voor de Yadu's die door Jou beschermd worden, Prabhu, en
deze strijdwagen die is aangekomen met Je favoriete wapens.
Het is inderdaad voor deze bedoeling dat Wij geboren werden:
om te handelen, o Heer, ten gunste van de geheiligden; wees
dus zo goed de last van deze drieëntwintig legers van
de aarde weg te nemen.'
(Vedabase)
Tekst
15
Hem er aldus
toe uitnodigend reden de twee nazaten van Das'ârha, in
wapenrusting schitterend met Hun wapens, de stad uit in Hun
strijdwagens vergezeld door een heel minieme troepenmacht.
Hem
er aldus toe uitnodigend reden de twee nazaten van
Das'ârha, in wapenrusting schitterend met hun wapens,
de stad uit in hun strijdwagens vergezeld door een heel
minieme troepenmacht.
(Vedabase)
Tekst
16
Toen de
Allerhoogste Persoonlijkheid met Dâruka aan de teugels
tevoorschijn kwam, blies Hij op Zijn schelphoorn welke de
harten van de vijandige soldaten deed beven van schrik.
De
Allerhoogste Persoonlijkheid met Dâruka aan de teugels
uitrijdend, blies op Zijn schelphoorn welke de harten van de
vijandige soldaten deed beven van schrik.
(Vedabase)
Tekst
17
Jarâsandha
wierp een blik op Hen beiden en zei: 'Krishna jij slechtste van
alle personen, ik verlang het niet om me te meten met Jou, een
jongen slechts, die zich uit schaamte verbergt! Met een dwaas
als Jij zal ik de strijd niet aangaan, ga nou gauw Jij
moordenaar van Je verwanten !
Jarâsandha
wierp een blik op Hen beiden en zei: 'Krishna jij slechtste
van alle personen, ik verlang het niet om me te meten met
Jou, een jongen slechts, die zich uit schaamte verbergt! Met
een dwaas als Jij zal ik de strijd niet aangaan, ga toch
heen Jij moordenaar van je
verwanten!
(Vedabase)
.
Tekst
18
En als Jij,
Râma, het lef hebt te vechten, raap dan Je moed maar
bijeen; ofwel leg Je doorkliefd door mijn pijlen het loodje en
ga Je naar de hemel of Je brengt mij ter dood!'
En
als Jij, Râma, het lef hebt te vechten: raap dan je
moed maar bijeen; ofwel leg je het loodje en ga je naar de
hemel door mijn pijlen doorklieft of je brengt mij ter
dood!'
(Vedabase)
Tekst
19
De Allerhoogste
Heer zei: 'Waarlijk, helden hoeven niet zo op te snijden, ze
geven simpel blijk van hun kunnen; hoe kunnen We de woorden nu
serieus nemen o Koning, van een man die met de dood voor ogen
aan het ijlen is?'
De
Allerhoogste Heer zei: 'Waarlijk, helden hoeven niet zo op
te snijden, ze geven simpel blijk van hun kunnen; hoe kunnen
we de woorden nu serieus nemen, o Koning, van een man ijlend
met de dood voor ogen?' (Vedabase)
Tekst
20
S'rî
S'uka zei: 'De zoon van Jarâ, marcheerde met zijn
gigantische overmacht aan troepen toen voorwaarts op de twee
afstammelingen van Madhu af, die toen werden omringd door de
soldaten, strijdwagens, vlaggen, paarden en wagenmenners zoals
de wind de zon verhuld met wolken of een vuur met stof.
S'rî
S'uka zei: 'De zoon van Jarâ, met zijn gigantische
vloed aan machtige troepen marcheerde toen voorwaarts op de
twee afstammelingen van Madhu af, die toen werden omringd
door de soldaten, strijdwagens, vlaggen, paarden en
wagenmenners zoals de wind de zon verhuld met wolken of een
vuur met stof. (Vedabase)
Tekst
21
Toen Hari's en
Râma's twee strijdwagenvaandels gemerkt met de palmboom
en Garuda niet meer te zien waren in het strijdgewoel, vielen
de vrouwen van de stad die zich hadden opgesteld op de
wachttorens, de paleizen en de doorgangen, in zwijm getroffen
als ze waren door verdriet.
Toen
Hari's en Râma's twee strijdwagenvaandels gemerkt met
de palmboom en Garuda niet meer konden worden waargenomen in
het strijdgewoel, vielen de vrouwen van de stad die zich
hadden opgesteld op de wachttorens, de paleizen en de
doorgangen, in zwijm getroffen door
verdriet.
(Vedabase)
Tekst
22
De Heer, Hij
die wordt aanbeden door verlicht en onverlicht, ziende hoe Zijn
leger werd belaagd door de woeste wolken pijlen die de
vijandige strijdkrachten niet aflatend op Hen deden
neerregenen, liet daarop S'ârnga, Zijn hoogst uitnemende
boog zingen.
De
Heer, Hij die wordt aanbeden door verlicht en onverlicht,
ziende hoe Zijn leger werd belaagd door de woeste wolken
pijlen die de vijandige strijdkrachten keer op keer op hen
deden neerregenen, liet daarop S'ârnga, Zijn hoogst
uitnemende boog zingen. (Vedabase)
Tekst
23
Vanuit Zijn
pijlenkoker toen een stortvloed aan scherpe pijlen aanleggend,
aanspannend en afvurend, trof Hij zonder ophouden, als een
brandende toorts rondgedraaid, de strijdwagens, olifanten,
paarden en soldaten te voet.
Vanuit
Zijn pijlenkoker toen een stortvloed aan scherpe pijlen
aanleggend, aanspannend en afvurend, trof Hij zonder
ophouden, als een brandende toorts rondgedraaid, de
strijdwagens, olifanten, paarden en soldaten te voet.
(Vedabase)
Tekst
24
Olifanten
vielen met koppen opengespleten, en vele paarden van de
cavalerie en de strijdwagens hadden tegelijk hun halzen en
vlaggen doorkliefd door de pijlen en van de strijdwagenmenners,
hun meesters en het voetvolk werden armen, benen en schouders
eraf geschoten.
Olifanten
vielen met koppen opengespleten, en vele paarden van de
cavalerie en de strijdwagens hadden tegelijk hun halzen en
vlaggen doorkliefd door de pijlen en van de
strijdwagenmenners, hun meesters en het voetvolk werden
armen, benen en schouders er af
geschoten.
(Vedabase)
Tekst
25-28
Van de
ledematen van de tweebenigen, de olifanten en de paarden die
eraf lagen, stroomde het bloed in honderden rivieren die vol
lagen met armen die eruit zagen als slangen, mensenhoofden die
waren als schildpadden, dode olifanten als eilanden en dode
paarden die waren als krokodillen. Vol van handen en bovenbenen
als vissen, mensenhaar gelijk waterplanten, bogen gelijk golven
en wapens gelijk apart staande struiken leken de wagenwielen op
beangstigende draaikolken en de kostbare edelstenen en fraaie
juwelen op de stenen en het grind. De schuchteren schrik
aanjagend en de intelligenten inspirerend met vreugde, maaide
Sankarshana, met Zijn onbegrensde vermogen, met Zijn ploeg de
een na de ander Zijn furieuze vijanden neer. Die troepen voor
de vernietiging geleid door de koning van Magadha, mijn beste,
die zo onafzienbaar, beangstigend en onoverkomelijk grenzeloos
als de oceaan waren, vormden voor de Heren van het Universum,
de twee zoons van Vasudeva, niet meer dan een
spelletje.
Van
de ledematen van de tweebenigen, de olifanten en de paarden
die er af lagen, stroomde het bloed in honderden rivieren
die vol lagen met armen die eruit zagen als slangen,
mensenhoofden die waren als schildpadden, dode olifanten als
eilanden en dode paarden die waren als krokodillen. Vol van
handen en bovenbenen als vissen, mensenhaar gelijk
waterplanten, bogen gelijk golven en wapens gelijk apart
staande struiken leken de wagenwielen op beangstigende
draaikolken en de kostbare edelstenen en fraaie juwelen op
de stenen en het grind. De schuchteren schrik aanjagend en
de intelligenten inspirerend met vreugde, maaide
Sankarshana, met Zijn onbegrensde vermogen, met Zijn ploeg
de een na de ander Zijn furieuze vijanden neer. Die troepen
voor de vernietiging geleid door de koning van Magadha, mijn
beste, die zo onafzienbaar, beangstigend en onoverkomelijk
grenzeloos als de oceaan waren, vormden voor de Heren van
het Universum, de twee zoons van Vasudeva, niet meer dan een
een spelletje. (Vedabase)
Tekst
29
Het wekt geen
verwondering als Hij, van Oneindige Kwaliteiten, die de
handhaving, schepping en vernietiging van de drie werelden
bewerkstelligt, een tegenstrevende partij onderwerpt, maar
niettemin [in reactie op filosofen die Zijn afzijdigheid
verkondigen] wordt het omschreven als een spel van Hem in
navolging van de menselijke manier van doen.
Het
wekt geen verwondering als Hij, van Oneindige Kwaliteiten,
die de handhaving, schepping en vernietiging van de drie
werelden bewerkstelligt, een tegenstrevende partij
onderwerpt, maar niettemin [in reactie op filosofen die
Zijn afzijdigheid verkondigen] wordt het omschreven als
een spel van Hem in navolging van de menselijke manier van
doen. (Vedabase)
Tekst
30
De zo heel
sterke Jarâsandha, wiens leger was vernietigd en die
verstoken van zijn strijdwagen alleen nog maar zijn adem
restte, werd door Râma zo krachtdadig beetgegrepen als
een leeuw die een andere leeuw te pakken neemt.
De
zo heel sterke Jarâsandha, wiens leger was vernietigd
en die verstoken van zijn strijdwagen alleen nog maar zijn
adem restte, werd door Râma zo krachtdadig
beetgegrepen als een leeuw die een andere leeuw te pakken
neemt. (Vedabase)
Tekst
31
Maar, terwijl
Hij hem die zo vele tegenstanders had gedood aan het knevelen
was, met de touwen van Varuna [vergelijk
5.24:
23] en die
van normale mensen, werd Hij tegengehouden door Govinda daar
Hij hem nodig had om een ander doel te dienen.
Maar,
terwijl Hij hem die zo vele tegenstanders had gedood aan het
knevelen was, met de touwen van Varuna [vergelijk 5.24:
23] en die van normale mensen, werd Hij tegengehouden
door Govinda daar Hij hem nodig had om een ander doel te
dienen.(Vedabase)
Tekst
32-33
Hij,
geëerd door helden, schaamde zich ervoor vrijgelaten te
zijn door de twee Heren van het Universum en dacht eraan zich
te onderwerpen aan boetedoeningen, maar werd in zijn besluit op
weg naar huis halverwege tegengehouden door de rest van de
edellieden die hem in klare termen, betekenisvolle woorden
alsook met praktische argumenten uitlegden: 'Dit verslagen zijn
door de Yadu's heeft zich voorgedaan als gevolg van je eigen
karmische gebondenheid'.
Hij,
geëerd door helden, schaamde zich ervoor vrijgelaten te
zijn door de twee Heren van het Universum en dacht eraan
zich te onderwerpen aan boetedoeningen, maar werd in zijn
besluit op weg naar huis halverwege tegengehouden door de
rest van de edellieden die hem in klare termen,
betekenisvolle woorden als ook met praktische argumenten
uitlegden: 'Dit verslagen zijn door de Yadu's heeft zich
voorgedaan als gevolg van je eigen karmische gebondenheid'.
(Vedabase)
Tekst
34
De zoon van
Brihadratha
met al zijn soldaten gedood en achtergelaten door de Opperheer,
kwam toen zwaar terneergeslagen terug in Magadha.
De
zoon van Brihadratha met al zijn soldaten gedood en
achtergelaten door de Opperheer, kwam toen zwaar
terneergeslagen terug in Magadha.
(Vedabase)
Tekst
35-36
Mukunda die met
Zijn troepen ongebroken de oceaan van de legers van Zijn vijand
had overgestoken, werd door de dienaren der drie werelden vol
lof bestrooid met bloemen. Tegemoetgekomen door de mensen van
Mathurâ, die met hun koorts bezworen in grote vreugde
verzet waren, werd Zijn glorie bezongen door hofzangers,
boodschappers en lofredenaars.
Mukunda
die met Zijn troepen ongebroken de oceaan van de legers van
Zijn vijand had overgestoken, werd door de dienaren der drie
werelden vol lof bestrooid met bloemen. Tegemoet gekomen
door de mensen van Mathurâ, die met hun koorts
bezworen in grote vreugde verzet waren, werd Zijn glorie
bezongen door hofzangers, boodschappers en lofredenaars.
(Vedabase)
Tekst
37-38
Toen Hij de
stad binnenkwam met zijn besprenkelde straten en vele vaandels,
weerklonken schelphoorns, pauken, trommels en hoorns allen
tezamen met vînâ's, fluiten en mridanga's
[tweezijdige trommels voor de toewijding] en
reciteerden de uitgelaten burgers luidkeels vedische verzen bij
de feestelijk versierde doorgangen.
Terwijl
Hij de stad binnentrad met zijn besprenkelde straten en vele
vaandels, weerklonken schelphoorns, pauken, trommels en
hoorns allen tezamen met vînâ's, fluiten, en
mridanga's [tweezijdige trommels voor de toewijding]
en chanten de uitgelaten burgers luidkeels vedische verzen
bij de feestelijk versierde doorgangen.
(Vedabase)
Tekst
39
Met wijdopen
ogen starend vol van liefde en genegenheid overlaadden de
vrouwen Hem met bloemenslingers, yoghurt, geroosterde rijst en
spruiten.
Met
wijdopen ogen starend vol van liefde en genegenheid
overlaadden de vrouwen Hem met bloemenslingers, yoghurt,
geroosterde rijst en spruiten.
(Vedabase)
Tekst
40
De talloze
kostbaarheden van de helden die in de slag gevallen waren
werden door de Heer allen tezamen gepresenteerd aan de koning
van de Yadu's [Ugrasena].
De
talloze kostbaarheden van de helden die in de slag gevallen
waren werden door de Heer allen tezamen gepresenteerd aan de
koning van de Yadu's [Ugrasena].
(Vedabase)
Tekst
41
En zo deed zich
het zeventien keer voor dat de koning van Magadha met zijn
akshauhinî's de Yadu's bevocht die werden
beschermd door Krishna's militaire kracht.
En
zo deed zich het zeventien keer voor dat de koning van
Magadha met zijn akshauhinî's de Yadu's bevocht die
werden beschermd door Krishna's militaire
kracht.
(Vedabase)
Tekst
42
De Vrishni's
vernietigden met de macht van Krishna de macht van de koning in
zijn geheel: iedere keer dat zijn soldaten gedood waren werd
hij achtergelaten en ging hij weer weg.
De
Vrishni's vernietigden met de macht van Krishna de macht van
de koning in zijn geheel: iedere keer dat zijn soldaten
gedood waren werd hij achtergelaten en ging hij weer
weg.
(Vedabase)
Tekst
43
Juist toen de
achttiende veldslag op handen was verscheen er een strijder uit
het buitenland [Kâlayavana] die was gestuurd door
Nârada.
Juist
toen de achttiende veldslag op handen was verscheen er een
strijder uit het buitenland [Kâlayavana] die
was gestuurd door Nârada.
(Vedabase)
Tekst
44
Over de
Vrishni's vernomen hebbend arriveerde hij daar met drie croren
[dertig miljoen] barbaren [mleccha's]
en belegerde hij Mathurâ, daar hij onder de mensen
niemand had gevonden die zich met hem kon meten.
Over
de Vrishni's vernomen hebbende arriveerde hij daar met drie
croren [dertig miljoen] barbaren [mleccha's]
en belegerde hij Mathurâ, daar hij onder de mensen
niemand had gevonden die zich met hem kon meten.
(Vedabase)
Tekst
45
Toen Hij hem
zag dacht Krishna met Sankarshana Zijn helper: 'Ah, van twee
kanten; nu staan de Yadu's voor een groot
probleem!
Toen
Hij hem zag dacht Krishna met Sankarshana Zijn helper: 'Ah,
van twee kanten; nu staan de Yadu's voor een groot probleem!
(Vedabase)
Tekst
46
Deze Yavana
vandaag tegenover Ons opgesteld is van dezelfde grote kracht
als Jarâsandha, die hier ook vandaag, morgen of
overmorgen zal aankomen.
Deze
yavana vandaag tegenover Ons opgesteld is van de zelfde
grote kracht als Jarâsandha, die hier ook vandaag,
morgen of overmorgen zal aankomen.
(Vedabase)
Tekst
47
Terwijl Wij
tweeën met hem in gevecht zijn zal de zoon van Jarâ,
als hij komt, onze verwanten doden of ze anders met zich
meevoeren naar zijn eigen vesting.
Terwijl
Wij tweeën met hem in gevecht zijn zal de zoon van
Jarâ, als hij komt, onze verwanten doden of ze anders
met zich meevoeren naar zijn eigen
vesting.
(Vedabase)
Tekst
48
Laten we daarom
vandaag de barbaren doden en ons een stad bouwen waar onze
getrouwen zich kunnen vestigen, een fort ondoordringbaar voor
de tweebenigen.'
Laten
we daarom vandaag de barbaren doden en ons een stad bouwen,
waar onze getrouwen zich kunnen vestigen, een fort
ondoordringbaar voor de tweebenigen.'
(Vedabase)
Tekst
49
De Opperheer
met aldus de zaak voor ogen voorzag in een vesting van twaalf
yojana's [in omtrek] gelegen in zee alwaar Hij
een stad had [genaamd Dvârakâ of
'veel-poortig', zie ook 1:
11] die
van allerlei wonderbaarlijks was voorzien.
De
Opperheer met aldus de zaak voor ogen voorzag in een vesting
van twaalf yoyana's [in omtrek] gelegen in zee
alwaar hij een stad had [genaamd Dvârakâ of
'veel-poortig', zie ook 1: 11] met al het
wonderbaarlijke. (Vedabase)
Tekst
50-53
Daarin kon de
wetenschap van de architectuur van Tvashthâ
[Vis'vakarmâ] worden bewonderd die met zijn
kennis van zaken de hoofdwegen aanlegde, de hoven en de
bedieningswegen bij de vele grondstukken. Hij herbergde vele
prachtige tuinen en parken met daarin de bomen en struiken van
de goddelijken en doorgangen van kwarts met een bovenbouw die
met torentjes van goud de hemel raakte. De dienstgebouwen met
zilver en brons waren opgesierd met gouden vaten, hadden daken
met edelstenen en de huizen hadden vloeren ingelegd met
kostbare smaragden. De huishoudens bevolkt door de vier
varna's
van de mensen hadden tempels voor de huisvesting van hun
heersende goden en waren uitgerust met uitkijktorens; en nog
het mooist daarbij waren de paleizen van de
Yadu-godheid.
Daarin
kon de wetenschap van de architectuur van Tvashthâ
[Vis'vakarma] worden bewonderd die met zijn kennis
van zaken de hoofdwegen aanlegde, de hoven en de
bedieningswegen bij de vele grondstukken. Hij herbergde vele
prachtige tuinen en parken met daarin de bomen en struiken
van de goddelijken en doorgangen van kwarts met een
bovenbouw die met torentjes van goud de hemel raakte. De
dienstgebouwen met zilver en brons waren opgesierd met
gouden vaten, hadden daken met edelstenen en de huizen
hadden vloeren ingelegd met kostbare smaragden. De
huishoudens bevolkt door de vier varna's van de mensen
hadden tempels voor hun heersende goden en waren uitgerust
met uitkijktorens; en nog het mooist daarbij waren de
paleizen van de Yadu-godheid. (Vedabase)
Tekst
54
Heer Indra
leverde de Heer de pârijâta
[koraal-]boom en de Sudharmâ-hal ['de goede
wet'] waarin een sterveling die zich er ophoudt niet
onderhevig is aan de wetten der sterfelijkheid.
Heer
Indra leverde de Heer de pârijâta
[koraal-]boom en de Sudharmâ-hal ['de
goede wet'] waarin een sterveling zich bevindend niet
onderhevig is aan de wetten der sterfelijkheid.
(Vedabase)
Tekst
55
Varuna leverde
paarden zo snel als de wind die wit waren en exclusief
donkergrijs gekleurd; de schatbewaarder der goddelijken leverde
de acht mystieke schatten [zie nidhi]
en ieder van de lokale heersers droeg met zijn eigen weelde
bij.
Varuna
leverde paarden zo snel als de wind die wit waren en
exclusief donkergrijs gekleurd; de schatbewaarder der
goddelijken leverde de acht mystieke schatten [zie
nidhi] en ieder van de lokale heersers bracht zijn eigen
weelde in. (Vedabase)
Tekst
56
Welke macht van
beheersing ook die de Allerhoogste Heer had geschonken als hun
eigen volmaaktheden werd allemaal weer terug aangeboden aan
Krishna, nu dat Hij op aarde was gekomen.
Welke
macht van beheersing ook die de Allerhoogste Heer had
geschonken als hun eigen volmaaktheden werd allemaal weer
terug aangeboden aan Krishna, nu dat Hij op aarde was
gekomen. (Vedabase)
Tekst
57
Krishna nadat
hij, middels de macht van Zijn yoga, al Zijn onderdanen naar
daar had overgebracht [*],
ging toen op aanraden van Balarâma, de beschermer van de
burgers, ongewapend de stadspoort uit, met een slinger van
lotusbloemen om.'
Krishna
nadat hij, middels de macht van Zijn yoga, al Zijn
onderdanen naar daar had overgebracht [*], ging toen
op aanraden van Balarâma, de beschermer van de
burgers, ongewapend de stadspoort uit, met een slinger van
lotusbloemen om.
(Vedabase)
*
S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî haalt hierbij
de volgende verzen aan uit de S'rî Padma Purâna,
Uttara-khanda: "In het holst van de nacht, toen de burgers
van Mathurâ sliepen, haalde Heer Janârdana ze
plotseling weg uit die stad en plaatste hij ze in
Dvârakâ. Toen de mannen wakker werden, stonden ze
allen versteld dat ze zich met hun kinderen en vrouwen bevonden
in paleizen gemaakt van goud."