De
gopî's zeiden: 'Door Jouw geboorte is het land van
Vraja almaar heerlijker en verblijft de godin van het geluk
daar onophoudelijk; inderdaad, o geliefde, moge men Jou in alle
richtingen aantreffen, Jij voor wie Je toegewijden op zoek naar
Jou hun levensadem gaande houden.
The
gopîs said: O beloved, Your birth in the land
of Vraja has made it exceedingly glorious, and thus
Indirâ, the goddess of fortune, always resides here.
It is only for Your sake that we, Your devoted servants,
maintain our lives. We have been searching everywhere for
You, so please show Yourself to us. (Vedabase)
Tekst
2
Als Jij hier
niet bent, o Fijnste der Genade, maak Jij, met de schoonheid
van Je blik, welke de exquisiete schoonheid van het hart van de
lotus overtreft die zo volmaakt groeide in het herfstmeer, een
einde aan het leven van ons, de dienstmaagden die zich aan Jou
gaven zonder iets terug te verwachten, o Heer van de Liefde; is
dat geen moord?
O
Lord of love, in beauty Your glance excels the whorl of the
finest, most perfectly formed lotus within the autumn pond.
O bestower of benedictions, You are killing the maidservants
who have given themselves to You freely, without any price.
Isn't this murder? (Vedabase)
Tekst
3
Telkens weer, o
Grootste Persoonlijkheid, zijn we door Jou beschermd tegen al
het angstwekkende: tegen het teloor gaan door het water
[van Kâliya, 10.16],
tegen de demon [Agha, 10.12],
tegen de regens, de storm en de bliksemschichten [van
Indra, 10.25]
en tegen de stier en de zoon van Maya [de incidenten met
Arishthâsura en Vyomâsura die S'uka later
bespreekt].
O
greatest of personalities, You have repeatedly saved us from
all kinds of danger - from poisoned water, from the terrible
man-eater Agha, from the great rains, from the wind demon,
from the fiery thunderbolt of Indra, from the bull demon and
from the son of Maya Dânava. (Vedabase)
Tekst
4
O Vriend,
voorwaar ben Jij die tevoorschijn trad in de dynastie van Je
toegewijden [de Sâtvata's] niet de zoon van een
gopî [Yas'odâ]; Jij vormt de
Heerlijkheid van de ziener, het innerlijke bewustzijn van alle
belichaamde wezens, o Jij die verscheen op verzoek van
Brahmâ [aldus genaamd Vikhanasâ, 'hij die
opgraaft', zie 3.8:
16 en
10.14]
die bad voor de bescherming van het universum.
You
are not actually the son of the gopî
Yas'odâ, O friend, but rather the indwelling witness
in the hearts of all embodied souls. Because Lord
Brahmâ prayed for You to come and protect the
universe, You have now appeared in the Sâtvata
dynasty. (Vedabase)
Tekst
5
Jij die de hand
van de godin beet nam, o beste van de Vrishni's, bracht de
onbevreesdheid voor hen die in de angst van hun materiële
bestaan Jouw voeten benaderden; alstJeblieft, o Minnaar
beantwoordend aan de verlangens, leg Je lotushand op onze
hoofden.
O
best of the Vrishni's, Your lotuslike hand, which holds the
hand of the goddess of fortune, grants fearlessness to those
who approach Your feet out of fear of material existence. O
lover, please place that wish-fulfilling lotus hand on our
heads. (Vedabase)
Tekst
6
O Vernietiger
van het lijden van de bewoners van Vraja, o Held van de vrouwen
die middels Zijn eigen glimlach de valse lach van de mensen
doet vergaan, accepteer alstJeblieft, o Vriend, ons, die Je
eeuwige dienstmaagden zijn; alstJeblieft laat Je prachtige
lotusgezicht zien.
O
You who destroy the suffering of Vraja's people, O hero of
all women, Your smile shatters the false pride of Your
devotees. Please, dear friend, accept us as Your
maidservants and show us Your beautiful lotus face.
(Vedabase)
Tekst
7
Jij die van de
belichaamden overgegeven aan Jou de zonden wegneemt, die achter
de grazers aangaat, die het verblijf van de godin bent, die
Zijn voeten plaatste op de kragen van het serpent; alstJeblieft
plaats Je lotusvoeten op onze borsten en ban de lust uit onze
harten.
Your
lotus feet destroy the past sins of all embodied souls who
surrender to them. Those feet follow after the cows in the
pastures and are the eternal abode of the goddess of
fortune. Since You once put those feet on the hoods of the
great serpent Kâliya, please place them upon our
breasts and tear away the lust in our hearts.
(Vedabase)
Tekst
8
O Jij met Je
lotusogen, door Jouw lieve charmante stem en woorden zo
aantrekkelijk voor de intelligenten, zijn deze dienstmaagden, o
Held, hun verstand aan het verliezen; alstJeblieft breng ons
weer bij zinnen met de nectar van Je lippen.
O
lotus-eyed one, Your sweet voice and charming words, which
attract the minds of the intelligent, are bewildering us
more and more. Our dear hero, please revive Your
maidservants with the nectar of Your lips. (Vedabase)
Tekst
9
Jouw zoete
verhandelingen zoals beschreven door de grote denkers wekken,
al de zonden verdrijvend, de gekwelden weer tot leven en geven,
beladen met spirituele macht, als men ze hoort het geestelijk
voordeel; o hoe weldadig de personen die met gezang die
verhalen verspreiden over gans de wereld
[*].
The
nectar of Your words and the descriptions of Your activities
are the life and soul of those suffering in this material
world. These narrations, transmitted by learned sages,
eradicate one's sinful reactions and bestow good fortune
upon whoever hears them. These narrations are broadcast all
over the world and are filled with spiritual power.
Certainly those who spread the message of Godhead are most
munificent. (Vedabase)
Tekst
10
We zijn er
gelukkig mee op Je liefdevolle glimlachen vol goddelijke
liefde, Je blikken en op Je wederwaardigheden te mediteren,
maar de onderonsjes in het geheim, welke ons in ons hart raken,
o schurk, brengen onze geesten van streek!
Your
smiles, Your sweet, loving glances, the intimate pastimes
and confidential talks we enjoyed with You - all these are
auspicious to meditate upon, and they touch our hearts. But
at the same time, O deceiver, they very much agitate our
minds. (Vedabase)
Tekst
11
Als Je Vraja
verlaat om de dieren te hoeden, o Meester, kwelt ons dat, en
voelen we ons ongemakkelijk vanbinnen, o Minnaar, als we denken
aan de zaaddozen, grassen en opschietende planten die zo scherp
zijn voor Je voeten die nog prachtiger zijn dan een lotus, o
Meester.
Dear
master, dear lover, when You leave the cowherd village to
herd the cows, our minds are disturbed with the thought that
Your feet, more beautiful than a lotus, will be pricked by
the spiked husks of grain and the rough grass and plants.
(Vedabase)
Tekst
12
Als Je tegen de
avond Je blauwzwarte lokken en lotusgezicht weer laat zien
dicht overdekt met stof, wek Je telkens weer opnieuw Cupido op
in onze geesten, o Held.
At
the end of the day You repeatedly show us Your lotus face,
covered with dark blue locks of hair and thickly powdered
with dust. Thus, O hero, You arouse lusty desires in our
minds. (Vedabase)
Tekst
13
Met het
vervullen van de verlangens van hen die zich verbuigen, met het
aanbeden zijn door hem die op de lotus zijn geboorte nam
[Brahmâ], schenken de lotusvoeten, die de pracht
van de aarde vormen en het juiste voorwerp zijn om op te
mediteren in tijden van nood, de hoogste voldoening; dus
alstJeblieft o Minnaar, o Verdrijver van de Angst, plaats Je
voeten op onze borsten.
Your
lotus feet, which are worshiped by Lord Brahmâ,
fulfill the desires of all who bow down to them. They are
the ornament of the earth, they give the highest
satisfaction, and in times of danger they are the
appropriate object of meditation. O lover, O destroyer of
anxiety, please put those lotus feet upon our breasts.
(Vedabase)
Tekst
14
Door de klanken
van Je fluit neemt het geluk van de liefde toe en wordt het
lijden vernietigd; overvloedig gekust [door Jou] zijn
de gehechtheden aan andere personen vergeten - alstJeblieft, o
Held, laat ons delen in de nectar van Je lippen!
O
hero, kindly distribute to us the nectar of Your lips, which
enhances conjugal pleasure and vanquishes grief. That nectar
is thoroughly relished by Your vibrating flute and makes
people forget any other attachment. (Vedabase)
Tekst
15
Als Je overdag
weggaat wordt voor hen die Je krullende haarlokken en Je
prachtige gezicht niet zien, een enkel moment als een
eeuwigheid; en hoe dwaas jegens hen die de aanblik dan is
vergund is niet hij [Brahmâ] die de oogleden
geschapen heeft!
When
You go off to the forest during the day, a tiny fraction of
a second becomes like a millennium for us because we cannot
see You. And even when we can eagerly look upon Your
beautiful face, so lovely with its adornment of curly locks,
our pleasure is hindered by our eyelids, which were
fashioned by the foolish creator. (Vedabase)
Tekst
16
Totaal onze
echtgenoten, kinderen, voorouders, broers en andere verwanten
verwaarlozend zochten we Jouw aanwezigheid o Acyuta, Jij die op
de hoogte bent van onze beweegredenen; o bedrieger, hoe kon Je
nu de vrouwen in de steek laten wiens geesten van slag waren
door het heldere geluid van Je fluit in de nacht!
Dear
Acyuta, You know very well why we have come here. Who but a
cheater like You would abandon young women who come to see
Him in the middle of the night, enchanted by the loud song
of His flute? Just to see You, we have completely rejected
our husbands, children, ancestors, brothers and other
relatives. (Vedabase)
Tekst
17
Privé
ons onderhoudend en de lust opkomen voelend in onze harten, je
ziend met Je glimlachende gezicht en liefdevolle blikken en met
Je brede borst die het verblijf is van de godin, zijn onze
geesten, gek van verlangen, keer op keer op hol geslagen door
Jou.
Our
minds are repeatedly bewildered as we think of the intimate
conversations we had with You in secret, feel the rise of
lust in our hearts and remember Your smiling face, Your
loving glances and Your broad chest, the resting place of
the goddess of fortune. Thus we experience the most severe
hankering for You. (Vedabase)
Tekst
18
Jouw zo tere
lotusvoeten plaatsen wij, o liefde, zachtjes op onze borsten
bevreesd dat het bos waar Je in rondtrekt te ruig voor ze is;
wij, die de Heerlijkheid van Jou tot ons eigen leven rekenen,
zijn met onze fladderende geesten er bezorgd over dat ze niet
te lijden hebben onder kleine steentjes en dergelijke.'
[zie verder ook de
S'ikshâshthaka]
O
beloved, Your all-auspicious appearance vanquishes the
distress of those living in Vraja's forests. Our minds long
for Your association. Please give to us just a bit of that
medicine, which counteracts the disease in Your devotees'
hearts. (Vedabase)
*
De
leerlingen van
Prabhupâda
refereren
hier aan het volgende verhaal: 'Koning Pratâparudra
reciteerde dit vers voor S'rî Caitanya Mahâprabhu
tijdens het Ratha-yâtrâ festival van Heer
Jagannâtha. Terwijl de Heer rustte in een tuin, deed
Koning Pratâparudra nederig zijn intrede en begon hij
Zijn benen en lotusvoeten te masseren. Toen reciteerde de
Koning het Eenendertigste Hoofdstuk van het Tiende canto van
het S'rîmad-Bhâgavatam, de gezangen van de
gopî's. De Caitanya-caritâmrita onthult dat
toen Heer Caitanya dit vers hoorde, beginnende met tava
kathâmritam, Hij terstond oprees in extatische liefde
en Koning Pratâparudra omhelsde. Het voorval wordt in
detail beschreven in de Caitanya-caritâmrita
(Madhya
14.4 - 18),
en in zijn uitgave heeft S'rîla Prabhupâda er een
uitgebreid commentaar bij
gegeven.'