S'rî
S'uka zei: 'De Meester van de godin van het geluk verbleef
gelukkig in Dvârakâ, Zijn eigen stad die rijk was
in alle opzichten en bevolkt werd door de meest vooraanstaande
Vrishni's. Als de fijnste van hun vrouwen, gekleed in nieuwe
kleren, in hun jeugdige schoonheid, met ballen en ander
speelgoed speelden op de daken, straalden ze als de bliksem.
Haar straten waren altijd druk bevolkt met fraai opgetuigde
olifanten die onder de invloed dropen van de bronst, soldaten
te voet en paarden en wagens schitterend van het goud. De stad
was rijkelijk voorzien van tuinen en parken met reeksen
bloeiende bomen die van alle kanten vol waren van de geluiden
van de bijen en de vogels die er af en aan vlogen. Met Zijn
zestienduizend vrouwen genietend als zijnde hun enige ware
liefde had Hij zich in hun weelderig ingerichte verblijven
uitgebreid in evenzovele gedaanten [zie ook
10.69:
41].
Duikend in het glasheldere water waaromheen het tjilpte van de
zwermen vogels en het geurde van het stuifmeel van de 's nachts
bloeiende en overdag bloeiende lotussen en waterlelies, sportte
de Grote Verschijning in de stromen waarbij Zijn Lichaam, dat
omhelsd werd door de vrouwen, besmeurd raakte door de
kunkuma van hun borsten.
S'rî
S'uka zei: 'De Meester van de godin van het geluk verbleef
gelukkig in Dvârakâ, Zijn eigen stad rijk in
alle opzichten en bevolkt door de meest vooraanstaande
Vrishni's. Als de fijnste van hun vrouwen, gekleed in nieuwe
kleren, in hun jeugdige schoonheid, met ballen en ander
speelgoed speelden op de daken, straalden ze als de bliksem.
Haar straten waren altijd druk bevolkt met fraai opgetuigde
olifanten die onder de invloed dropen van de bronst,
soldaten te voet en paarden en wagens schitterend van het
goud. Ze was rijkelijk voorzien van tuinen en parken met
reeksen bloeiende bomen die van alle kanten vol waren van de
geluiden van de bijen en de vogels die er af en aan vlogen.
Zijn zestienduizend vrouwen genietend als hun enige ware
liefde had Hij zich in hun weelderig ingerichte verblijven
uitgebreid in even zo vele gedaanten [zie ook 10.69:
41]. Duikend in het glasheldere water daar tjilpend van
de zwermen vogels en geurig van het stuifmeel van de 's
nachts bloeiende en overdag bloeiende lotussen en
waterlelies, sportte de Grote Verschijning in de stromen met
Zijn Lichaam, omhelsd door de vrouwen, besmeurd met de
kunkum van hun borsten. (Vedabase)
Tekst
8-9
Door de zangers
van de hemel spelend op tweezijdige trommels, pauken en kleine
trommeltjes en door vrouwelijke en mannelijke lofzangers die
speelden op vînâ's verheerlijkt, werd Acyuta
met spuiten door Zijn vrouwen lachend natgespoten met water en
spoot Hij weer terug, zich aan het vermaken zoals de heer der
schatbewaarders [Kuvera] dat doet met de
nimfen.
Door
de zangers van de hemel spelend op tweezijdige trommels,
pauken en kleine trommeltjes en met vrouwelijke en
mannelijke lofprijzers spelend op vînâ's
verheerlijkt, was Acyuta, met spuiten door hen lachend
natgespoten met water en Hij weer terugspuitend, zich aan
het vermaken zoals de heer der schatbewaarders
[Kuvera] dat doet met de nimfen.
(Vedabase)
Tekst
10
Natsproeiend
toonden ze met hun natte kleren hun dijen en borsten en
probeerden ze, met de bloemen van hun grote haarwrongen overal
rondgestrooid, met bloeiende gezichten stralend met brede
glimlachen, Hem te omhelzen terwijl ze de waterspuit van hun
Gemaal wegkaapten.
Zij,
natsproeiend, met natte kleren hun dijen en borsten tonend
en met de bloemen van hun grote haarwrongen overal
rondgestrooid, poogden, met bloeiende gezichten stralend met
brede glimlachen, indachtig hun liefde Hem omhelzend, de
waterspuit van hun Gemaal weg te kapen.
(Vedabase)
Tekst
11
Zoals Krishna
met op Zijn bloemenslinger de kunkuma van hun borsten,
en de schikking van Zijn haardos in de war door Zijn opgaan in
de sport, genoot van het natgespoten worden door en natspuiten
van de vrouwen, was Hij gelijk de koning der olifanten omringd
door de wijfjesolifanten.
Zoals
Krishna met op Zijn bloemenslinger de kunkuma van hun
borsten, en de schikking van Zijn haardos in de war door
Zijn opgaan in de sport, genoot van het natgespoten worden
door en natspuiten van de vrouwen, was Hij gelijk de koning
der olifanten omringd door de wijfjesolifanten.
(Vedabase)
Tekst
12
Klaar met
spelen schonk Krishna de mannelijke en vrouwelijke artiesten
die de kost verdienden met zingen en muziek maken, de sieraden
en kledingsstukken van Hem en Zijn vrouwen.
Klaar
met spelen schonk Krishna de mannelijke en vrouwelijke
artiesten die de kost verdienden met zingen en muziek maken,
de sieraden en kledingsstukken van Hem en Zijn vrouwen.
(Vedabase)
Tekst
13
Aldus werden in
het spel van Krishna's sporten, Zijn bewegen, Zijn converseren,
rondblikken en glimlachen; door Zijn grappen, uitwisselen van
liefdesblijken en omhelzingen, de harten van de vrouwen
gestolen.
Aldus
werden in het spel van Krishna's sporten, Zijn bewegen, Zijn
converseren, rondblikken en glimlachen; door Zijn grappen,
uitwisselen van liefdesblijken en omhelzingen, de harten van
de vrouwen gestolen. (Vedabase)
Tekst
14
Met hun geesten
uitsluitend gericht op Mukunda spraken zij in trance alsof ze
gek waren. Luister nu naar mijn verslag van deze woorden die
resulteerden uit dit denken over de Lotusogige.
Met
hun geesten uitsluitend gericht op Mukunda spraken zij,
denkend over de Lotusogige, in trance als gekken; luister
naar deze woorden zoals ik verslag van ze
doe.
(Vedabase)
Tekst
15
De koninginnen
zeiden [zie ook 10.47:
12-21,
10.83:
8-40]: 'O
kurari
je beklaagt je, verstoken van slaap kan jij geen rust vinden
terwijl de Beheerser die Zich ergens in de wereld op een
onbekende plaats ophoudt vannacht aan het slapen is. Kan het
zijn dat jij, net als wij o vriend, diep in je hart bent
geraakt door de glimlachende, gulle, speelse blik van Zijn
lotusogen?
De
koninginnen zeiden [zie ook 10.47: 12-21, 10.83:
8-40]: 'O Kukarî je beklaagt je, verstoken van
slaap kan je geen rust vinden met de Beheerser die, met Zijn
verblijfplaats onbekend Zich ergens in de wereld ophoudend,
deze nacht aan het slapen is; is het dat jij, net als wij o
vriend, diep in je hart bent geraakt door de glimlachende,
gulle, speelse blik van Zijn lotusogen?
(Vedabase)
Tekst
16
O
cakravâkî,
helaas, met het sluiten van je ogen voor de nacht, schreeuw je
het deerniswekkend uit. Of verlang je, met het gerealiseerd
hebben van de dienstbaarheid, misschien in je gevlochten haar
de bloemenslinger te dragen die het respect van Acyuta's voeten
genoot?
O
cakravâkî, helaas, met het sluiten van je ogen
voor de nacht, schreeuw je het deerniswekkend uit; of
verlang je, net als wij de dienstbaarheid gerealiseerd
hebbende, het misschien in je gevlochten haar de
bloemenslinger naar de eer van Acyuta's voeten te dragen?
(Vedabase)
Tekst
17
O beste, beste
oceaan, je maakt altijd zo'n lawaai, nimmer de slaap vattend.
Lijd je aan slapeloosheid? Of werd je misschien door Mukunda
beroofd van je persoonlijke kwaliteiten en heb jij evenzo de
staat bereikt van waaruit geen ontsnappen mogelijk
is?
O
beste, beste oceaan, je maakt altijd zo'n lawaai, nimmer de
slaap vattend lijd je aan slapeloosheid; of werden je
misschien door Mukunda de persoonlijke kwaliteiten ontstolen
en heb jij eveneens de staat bereikt van waaruit geen
ontsnappen mogelijk is? (Vedabase)
Tekst
18
O maan ben jij,
gegrepen door de verwoestende ziekte van de tering, zo
uitgemergeld dat je de duisternis niet weet te verdrijven met
je stralen? Of lijk je misschien zo bezeten, o beste, omdat je,
net als wij, je niet meer kan herinneren wat Mukunda allemaal
zei?
O
maan ben jij, gegrepen door de verwoestende ziekte van de
tering, zo uitgemergeld dat je de duisternis niet weet te
verdrijven met je stralen, of kom je misschien zo bezeten
voor, o beste, met het je niet meer herinneren van de
gesprekken over Mukunda zoals dat met ons het geval is?
(Vedabase)
Tekst
19
O wind uit de
Malaya-bergen, wat hebben we gedaan dat je zo gegriefd heeft
dat we van de lust bezeten zijn in onze harten, harten die
reeds verscheurd waren door Govinda's zijdelingse
blikken?
O
wind uit de Malaya-bergen, wat hebben we gedaan dat je heeft
gegriefd, om van de lust bezeten te zijn met onze
[arme] harten reeds verscheurd door Govinda's
zijdelingse blikken? (Vedabase)
Tekst
20
Zeer vereerde
wolk, zeker ben je een vriend die zeer geliefd is bij de
Aanvoerder der Yâdava's met de S'rîvatsa op Zijn
borst. Wij, net als jouw goede zelf, zijn aan Hem gebonden in
onze meditatie op de zuivere liefde. Je buitenmate gedreven
hart is net zo verscheurd als het onze. Op dezelfde manier als
jij, denken we keer op keer weer aan Hem en geeft dat regen bij
jou, zo goed als bij ons telkens weer stromen van tranen. Dat
is de pijn die je lijdt in de omgang met Hem.
O
wolk, hoog vereerd, zeker ben je een vriend zeer geliefd bij
de Aanvoerder der Yâdava's met de s'rîvatsa op
Zijn borst; wij, net als jouw goede zelf, zijn gebonden in
meditatie op de zuivere liefde. Je buitenmate gedreven hart
is zo verscheurd als het onze, op dezelfde manier als jij,
keer op keer er weer aan denkend, het doet regenen zoals wij
de tranen keer op keer de loop laten met de misère
van het [missen van het] omgaan met
Hem.
(Vedabase)
Tekst
21
O zoetgevooisde
koekoek, zeg me alsjeblieft wat ik zou moeten doen om jou te
behagen die, met dit stemgeluid dat in staat is om doden op te
wekken, aan de klanken van Hem gestalte geeft wiens geluiden zo
dierbaar zijn.
O
zoetgevooisde koekoek, zeg me alsjeblieft wat ik zou moeten
doen om jou te behagen die, met dit stemgeluid in staat om
doden op te wekken, aan de klanken van Hem gestalte geeft
wiens geluiden zo dierbaar zijn.
(Vedabase)
Tekst
22
O berg zo breed
in je opvattingen, je beweegt je niet noch spreek je. Ben je in
beslag genomen door grote zaken, of verlang je er net als wij
misschien naar om de voeten van de beminde zoon van Vasudeva op
je borsten te houden?
O
berg zo breed in je opvattingen, je beweegt je niet noch
spreek je; ben je in beslag genomen door grote zaken, of
verlang je er misschien naar - net als wij - om de voeten
van de beminde zoon van Vasudeva op je borsten te houden?
(Vedabase)
Tekst
23
O
[rivieren,] echtgenotes van de oceaan, jullie meren
zijn helaas hun rijkdom aan lotussen kwijtgeraakt nu ze
uitgedroogd zijn net als wij die hongeren van het niet
verwerven van onze geliefde echtgenoot, de Heer van
Madhu,
die zo menigmaal onze harten bedroog [zie ook
10.47:
41 en
10.48:
11].
O
[rivieren,] echtgenotes van de oceaan, jullie meren
helaas zijn hun rijkdom aan lotussen kwijt geraakt, nu ze
uitgedroogd zijn net als wij, uitgehongerd van het niet
verwerven van onze geliefde echtgenoot, de Heer van Madhu,
die zo menig maal onze harten bedroog [zie ook 10.47: 41
en 10.48: 11]. (Vedabase)
Tekst
24
O zwaan, wees
welkom en ga zitten, drink alsjeblieft wat melk. Vertel ons o
beste het nieuws, we weten immers dat je een boodschapper van
S'auri
bent. Is alles in orde met de Onoverwinnelijke? Herinnert Hij
die zo grillig is in Zijn vriendschap het zich nog met ons zo
lang geleden gesproken te hebben? Waarom zouden we [achter
Hem aan moeten lopen om] van aanbidding zijn, o dienaar van
de campaka
[een soort magnolia]? Zeg Hem die de begeerte zo opwekt
naar ons toe te komen zonder de godin van het geluk. Waarom zou
die vrouw het alleenrecht hebben met haar toewijding?'
O
zwaan, wees welkom en ga zitten, drink alsjeblieft wat melk,
vertel ons o beste het nieuws, daar we weten dat je een
boodschapper van S'auri bent; is alles in orde met de
Onoverwinnelijke, herinnert Hij, zo grillig in Zijn
vriendschap, het zich nog met ons zo lang geleden gesproken
te hebben; waarom zouden we van aanbidding zijn, o dienaar
van de campaka [een soort magnolia], zeg Hem die de
begeerte zo opwekt naar ons toe te komen zonder de godin van
het geluk, waarom zou zij de enige vrouw zijn die exclusief
in haar toewijding is?' (Vedabase)
Tekst
25
S'rî
S'uka zei: 'Sprekend en handelend met zo een extatische liefde
voor Krishna, de Meester der Yogameesters, bereikten de vrouwen
van Heer Mâdhava het uiteindelijke doel.
S'rî
S'uka zei: 'Sprekend en handelend met zo een extatische
liefde voor Krishna, de Meester der Yogameesters, bereikten
de vrouwen van Heer Mâdhava het uiteindelijke doel.
(Vedabase)
Tekst
26
Hij, in
talrijke liederen bezongen op vele manieren, trekt met grote
kracht de geest aan van welke vrouw ook die enkel maar over Hem
vernam. En hoeveel temeer zou dat niet gelden voor hen die Hem
rechtstreeks voor zich zien?
Hij,
in talrijke liederen bezongen op vele manieren, trekt met
grote kracht de geest aan van welke vrouw ook die enkel maar
over Hem vernam; hoezeer niet te meer zij die Hem direct
voor zich zien? (Vedabase)
Tekst
27
Hoe kunnen ooit
de ontzeggingen worden beschreven van de vrouwen die met het
idee Hem, de Geestelijk Leraar van het Universum, als hun
echtgenoot te hebben, met zuivere liefde Zijn voeten volmaakt
dienden met massages en dergelijke?
Hoe
kunnen ooit de boetedoeningen worden beschreven van hen die,
met de houding Hem, de Geestelijk Leraar van het Universum,
als hun echtgenoot te hebben, met zuivere liefde Zijn voeten
volmaakt dienden met massages en dergelijke?
(Vedabase)
Tekst
28
Op deze manier
tewerk gaand volgens het dharma zoals dat wordt uitgedragen
door de Veda's, demonstreerde Hij, het Doel der Heiligen, hoe
iemands thuis de plaats is om te komen tot de regulatie van de
religiositeit, de economische ontwikkeling en de
zinsbevrediging [de purushârtha's].
Op
deze manier tewerk gaand naar het dharma zoals uitgedrukt
door de Veda's, demonstreerde Hij, het Doel der Geheiligden,
hoe iemands thuis er is als de plaats voor de religiositeit,
de economische ontwikkeling en de regulatie der
zinsbevrediging [de purusârtha's].
(Vedabase)
Tekst
29
Met Krishna
beantwoordend aan de hoogste norm van het huishoudelijk
bestaan, waren er meer dan
zestienduizend-één-honderd koninginnen [zie
ook 10.59**
and 7.14].
Van
Krishna zich bevindend in het hoogste dharma van het
huishoudelijk bestaan, waren er meer dan
zestienduizend-één-honderd koninginnen
[zie ook 10.59** en 7.14].
(Vedabase)
Tekst
30
Onder hen waren
er acht juwelen van vrouwen met Rukminî voorop die ik
tezamen met hun zoons voorheen de een na de ander beschreven
heb, o Koning [zie 10.83
en 10.61:
8-19].
Onder
hen waren er acht juwelen van vrouwen met Rukminî
voorop die ik tezamen met hun zoons voorheen de een na de
ander beschreven heb, o Koning [zie 10.83 en 10.61:
8-19]. (Vedabase)
Tekst
31
Bij ieder van
Zijn vele vrouwen verwekte Krishna, de Allerhoogste Heer Nimmer
Falend in Zijn Moeite, tien zonen [en één
dochter].
Bij
ieder van Zijn vele vrouwen verwekte Krishna, de
Allerhoogste Heer Nimmer Falend in Zijn Moeite, tien zonen
[en één
dochter].
(Vedabase)
Tekst
32
Van dezen waren
er achttien mahâratha's
van een onbegrensd kunnen, wiens faam zich wijd verspreidde;
verneem hun namen van mij.
Van
dezen waren er achttien mahâratha's van een onbegrensd
kunnen, wiens faam zich wijd verspreidde; verneem hun namen
van mij. (Vedabase)
Tekst
33-34
Het waren
Pradyumna en [Zijn kleinzoon of andere zoon] Aniruddha;
Dîptimân en Bhânu alsook Sâmba, Madhu
en Brihadbhânu; Citrabhânu, Vrika en Aruna;
Pushkara en Vedabâhu, S'rutadeva en Sunandana;
Citrabâhu en Virûpa, Kavi en Nyagrodha.
Het
waren Pradyumna en [Zijn kleinzoon of andere zoon]
Aniruddha; Dîptimân en Bhânu als ook
Sâmba, Madhu en Brihadbhânu; Citrabhânu,
Vrika en Aruna; Pushkara en Vedabâhu, S'rutadeva en
Sunandana; Citrabâhu en Virûpa, Kavi en
Nyagrodha. (Vedabase)
Tekst
35
O beste der
koningen, van deze zoons van Krishna, de vijand van Madhu, was
Pradyumna, de zoon van Rukminî, de meest vooraanstaande,
precies als Zijn Vader.
O
beste der koningen, van deze zoons van Krishna, de vijand
van Madhu, was Pradyumna, de zoon van Rukminî, de
meest vooraanstaande, precies als Zijn Vader.
(Vedabase)
Tekst
36
Hij, de grote
strijdwagenvechter, huwde de dochter van Rukmî
[genaamd Rukmavatî] uit wie toen Aniruddha werd
geboren die begiftigd was met de kracht van een tienduizend
olifanten [zie 10.61].
Hij,
de grote strijdwagenvechter, huwde de dochter van
Rukmî [genaamd Rukmavatî] uit wie toen
Aniruddha werd geboren, begiftigd met de kracht van een
tienduizend olifanten [zie 10.61].
(Vedabase)
Tekst
37
Daarenboven nam
Hij, zoals u weet, vervolgens Rukmî's kleindochter
[Rocana] tot Zijn vrouw uit wie Zijn zoon Vajra werd
geboren, de enige die overbleef na de veldslag met de stokken
[zie 3.4:
1 & 2].
Daarenboven
nam Hij, zoals u weet, vervolgens Rukmî's kleindochter
[Rocana] tot Zijn vrouw uit wie Zijn zoon Vajra werd
geboren, de enige die overbleef na de slag met de stokken
[zie 3.4: 1 & 2]. (Vedabase)
Tekst
38
Pratibâhu
kwam er na hem, van wie er toen Subâhu was en van
Subâhu's zoon S'ântasena kwam toen S'atasena als
zijn zoon ter wereld.
Pratibâhu
kwam er na hem, van wie er toen Subâhu was en van
Subâhu's zoon S'ântasena kwam er toen S'atasena
als zijn zoon. (Vedabase)
Tekst
39
Waarlijk
ontbrak het geen van het nageslacht dat in deze familie
verscheen aan weelde of kinderen, noch waren ze kortlevend,
schoten ze tekort in hun kunnen of verwaarloosden ze het
geestelijk belang.
Waarlijk
ontbrak het geen van het nageslacht dat in deze familie
verscheen aan weelde of kinderen, noch waren ze kortlevend,
schoten ze tekort in hun kunnen of faalden ze met het
brahmaanse.
(Vedabase)
Tekst
40
De roemrijke
daden van de mannen geboren in de Yadu-dynastie zijn niet op te
sommen, o Koning, nog niet in tienduizend jaar.
De
roemrijke daden van de mannen geboren in de Yadu-dynastie
zijn niet op te sommen, o Koning, nog niet in tienduizend
jaar. (Vedabase)
Tekst
41
Ik hoorde dat
er voor de kinderen van de Yadu familie achtendertigmiljoen
achthonderdduizend leraren waren.
Men
zei dat er voor de kinderen van de Yadu familie
achtendertigmiljoen achthonderdduizend leraren waren.
(Vedabase)
Tekst
42
Wie kan de tel
bijhouden met de Yâdava's als Ugrasena alleen al zich
onder hen liet gelden met tien op tienduizenden op
honderdduizenden [*]
grote persoonlijkheden?
Wie
kan de tel bijhouden met de Yâdava's als Ugrasena
onder hen aanwezig was met tienduizenden op tienduizenden op
honderdduizenden [*] grote
persoonlijkheden?
(Vedabase)
Tekst
43
De meest
genadeloze Daitya's die in de oorlogen tussen de verlichte en
onverlichte zielen [in het verleden] werden gedood,
namen hun geboorte onder de menselijke wezens en bezorgden ze
met hun arrogantie moeilijkheden.
In
oorlogen tussen de goddelijken en de demonische mensen
werden de meest genadeloze daitya's gedood, die het de
bevolking moeilijk maakten zich arrogant opwerpend onder de
menselijke wezens.
(Vedabase)
Tekst
44
Om hen te
onderwerpen werden de deva's door de Heer opgedragen
neder te dalen in de honderd-en-één clans van de
familie o Koning [zie 10.1:
62-63].
Om
hen te onderwerpen werden de deva's door de Heer opgedragen
in de familie neder te dalen in hun
honderd-en-één clans, o Koning [zie 10.1:
62-63]. (Vedabase)
Tekst
45
Voor hen stond
Krishna vanwege Zijn meesterschap voor het gezag van Heer Hari
om reden waarvan het al de Yâdava's die Zijn trouwe
volgelingen waren goed ging.
Voor
hen was Krishna vanwege Zijn meesterschap het gezag van Heer
Hari waarnaar het al de Yâdava's die Zijn trouwe
volgelingen waren goed ging. (Vedabase)
Tekst
46
In hun
bezigheden van slapen, zitten, rondlopen, converseren, spelen,
baden enzovoorts, waren de Vrishni's die Krishna steeds in
gedachten hadden zich niet bewust van de aanwezigheid van hun
eigen lichamen [en dus onbevreesd, zie ook
10.89:
14-17].
In
hun bezigheden van slapen, zitten, rondlopen, converseren,
spelen, baden en zo voorts, waren de Vrishni's met Krishna
in hun gedachten zich niet bewust van de aanwezigheid van
hun eigen lichamen [en dus onbevreesd, zie ook 10.89:
14-17]. (Vedabase)
Tekst
47
O Koning, Zijn
geboorte nemend onder de Yadu's stelde Hij het pelgrimsoord van
de rivier van de hemel [de Ganges] die van Zijn voeten
spoelt in de schaduw. Met Zijn belichaming bereikten vriend en
vijand hun doel [7.1:
46-47]. De
onovertroffen en hoogst volmaakte godin S'rî voor wie
alle anderen zich in bochten wringen is de Zijne. Zijn naam
gehoord of gezongen is wat het ongunstige vernietigt. Door Hem
werd het dharma ingesteld voor de lijnen van erfopvolging
[van de wijzen]. Met Heer Krishna, wiens wapen het wiel
van de Tijd is, is dit wegnemen van de last van de aarde, niets
verwonderlijks [zie ook 3.2:
7-12].
O
Koning, Zijn geboorte nemend onder de Yadu's stelde Hij het
pelgrimsoord van de rivier van de hemel [de Ganges]
die van Zijn voeten spoelt in de schaduw; vriend en vijand
bereikte zijn doel naar Zijn belichaming [7.1:
46-47]; de onovertroffen en hoogst volmaakte godin
S'rî voor wie alle anderen zich in bochten wringen is
de Zijne; Zijn naam gehoord of gezongen is wat het
ongunstige vernietigt; door Hem werd het dharma ingesteld
voor de lijnen van erfopvolging [van de wijzen]; met
Heer Krishna, wiens wapen het wiel van de Tijd is, is dit
wegnemen van de last van de aarde, niet iets verwonderlijks
[zie ook 3.2: 7-12].
(Vedabase)
Tekst
48
Hij glorieus
als de Uiteindelijke Verblijfplaats en bekend als de zoon van
Devakî, Hij als de toewijding van de Yadu-edelen die met
Zijn armen [of toegewijden] een einde maakt aan de
onrechtvaardigen, Hij als de Vernietiger van het Leed van de
bewegende en niet-bewegende wezens, is de Ene die altijd
glimlachend met Zijn prachtige gezicht Cupido in gang zet met
de dames van Vraja [zie 10.30-33,
10.35,
10.47].
Glorieus
als de Uiteindelijke Verblijfplaats, bekend als de zoon van
Devakî, als de toewijding van de Yadu-edelen die met
Zijn armen [of toegewijden] een einde maakt aan de
onrechtvaardigen, als de Vernietiger van het Leed van de
bewegenden en niet-bewegenden, is Hij de Ene, altijd
glimlachend met Zijn prachtige gezicht, die Cupido opwekt
bij de dames van Vraja [zie 10.30-33, 10.35, 10.47].
(Vedabase)
Tekst
49
Aldus tewerk
gaand met het Allerhoogste heeft Hij met het verlangen Zijn
eigen weg veilig te stellen terwille van Zijn
lîlâ verschillende persoonlijke gedaanten
aangenomen en in navolging van de [menselijke]
handelingen het karma vernietigd. Als men Zijn voeten wil
volgen zal men zich de verhalen over de Beste van de Yadu's ter
harte moeten nemen.
Op
deze manier van het Allerhoogste heeft Hij met het verlangen
Zijn eigen weg veilig te stellen voor Zijn lîlâ
verschillende persoonlijke gedaanten aangenomen en in
navolging van de [menselijke] handelingen het karma
vernietigd; met het verlangen zich te schikken naar Zijn
voeten behoort men te vernemen van de Beste van de Yadu's.
(Vedabase)
Tekst
50
Bij iedere
offerplechtigheid horend van, zingend over en mediterend op de
schitterende onderwerpen aangaande Mukunda, begeeft een
sterveling zich van zijn huis naar Zijn hemelverblijf, alwaar
de onvermijdelijke gang van de dood tot staan wordt gebracht.
Zelfs zij die de scepter zwaaiden over de aarde [zoals
Dhruva en Priyavrata]
gingen terwille van dit doel het bos in.'
Bij
iedere offerplechtigheid horend van, zingend over en
mediterend op de schitterende onderwerpen aangaande Mukunda,
begeeft een sterveling zich van zijn huis naar Zijn
hemelverblijf, alwaar de onvermijdelijke gang van de dood
tot staan wordt gebracht; zelfs zij die de scepter zwaaiden
over het rijk [zoals Dhruva en Priyavrata] gingen
voor dit doel het bos in. (Vedabase)
*
De paramparâ voegt hier aan toe dat naar de regels
van de Mîmâmsâ interpretatie het getal drie
wordt genomen als het uitgangsnummer als geen specifiek nummer
is opgegeven. Zo zou letterlijk naar de regels hier dan gezegd
zijn dat Ugrasena 30 trillioen mensen om zich heen verzameld
zou hebben.