regelbalk


 

Canto 10

Gaura Ârati

 

 

Hoofdstuk 30: De Gopî's op Zoek naar Krishna er Vandoor met Râdhâ

(1) S'rî S'uka zei: 'Toen de Allerhoogste Heer zo ineens was verdwenen waren de jonge dames van Vraja zo spijtig Hem niet meer te zien als wijfjesolifanten die hun stier missen. (2) De verliefde dames die in hun harten waren overweldigd door de bewegingen, liefdevolle glimlachen, speelse blikken, charmante praatjes en andere spelletjes van verleiding van de echtgenoot van Ramâ, speelden verzonken in Hem ieder van die wonderbaarlijke activiteiten na. (3) De liefjes verloren in de bewegingen, glimlachen, de blikken, en het praten enzovoorts van hun Geliefde - die zich feitelijk dus door de lichamen van de dames heen uitdrukte - gaven zodoende onder de invloed van de manieren van Krishna ten beste: 'Hij is helemaal in mij!' (4) Aldus allen tezamen hardop over Hem zingend, zochten ze zich gek van hot naar haar in het bos en gingen ze bij de bomen te rade over de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die gelijk de ether zowel vanbinnen als vanbuiten aanwezig is: (5) 'O as'vattha [heilige vijgenboom], o plaksha [golfbladige vijgenboom], o nyagrodha [baniaan], hebben jullie de zoon van Nanda gezien die is weggegaan nadat Hij met Zijn liefdevolle glimlachen en blikken onze harten stal? (6) O kurabaka [rode amaranth], as'oka, nâga, punnâga en campaka, hebben jullie de jongere broer van Balarâma voorbij zien komen die met Zijn glimlach de trots wegvaagt van ieder meisje dat te hooghartig is? (7) O zoete tulsî, zo van liefde voor Govinda's voeten, hebben jullie onze allerliefste Acyuta gezien die jullie met Zich meedraagt met zwermen bijen om zich heen? (8) O mâlati-, jâti-, yûthikâ- en mallikâ-jasmijn, hebben jullie Mâdhava langs zien komen, terwijl Hij jullie met Zijn aanrakingen blij maakte? (9) O cûta [mango-klimplant], priyâla, broodvrucht, âsana, o kovidâra [berg-ebbe], jambu [houtappel], arka, bakula [mimosa] en âmra [mangoboom]; o kadamba en nîpa en wie nog meer van jullie die voor het heil van anderen hier aan de oever van de Yamunâ leven, wees alsjeblieft zo aardig ons, wiens geest op hol is geslagen, te zeggen welk pad Krishna heeft genomen. (10) O aarde, welke verzaking moet u wel niet hebben volbracht dat u werd betreden door Kes'ava's voeten met een vreugde die het haar op uw lichaam [haar grassen en zo] overeind doet staan? Of hebt u misschien uw schoonheid te danken aan de voeten van Vâmanadeva [zie 8.18-22] of omdat u werd betreden en omhelsd door het lichaam van Varâha [3.13]? (11) O ree, o vriendin, ben je Acyuta hier met Zijn Geliefde tegengekomen, die met al Zijn leden een lust voor het oog is; in de lucht hangt nog de geur van de bloemenslinger van de Meester van de Gopî's gekleurd door de kunkum van het in aanraking verkeren met de borsten van Zijn Vriendin. (12) O bomen, toen Râma's jongere broer langskwam, met Zijn arm geplaatst over de schouder van Zijn liefje, een lotus vasthoudend en met de tulsî-bloemen met een zwerm bijen blind van de bedwelming er achteraan - merkte Hij met Zijn liefdevolle blikken op dat je je voor Hem verboog? (13) Laten we het deze klimplanten vragen, zelfs al omklemmen ze de armen van hun meesterboom; ze hebben zeker notie genomen van de aanraking van Zijn vingernagels, zie hoe hun oppervlak zich welft van de vreugde!'

(14) De gopî's zich aldus doldwaas uitlatend raakten, op drift in hun speurtocht naar Krishna, volledig in Hem verzonken met het inderdaad door eenieder van hen een bepaald avontuur of tijdverdrijf naspeelde van hun Heer van Fortuin. (15) Een van hen dronk als Krishna bij een andere die Pûtanâ speelde als was ze een kind aan haar borst, terwijl een andere zich opstelde als de kar die door de voet van een huilende andere om werd geschopt [zie hoofdstukken 10.6 en 7]. (16) Een gopî die Krishna nadeed werd weggedragen door een andere gopî die een Daitya imiteerde [Trinâvarta, zie 10.7] terwijl weer een andere rondkruipend haar enkelbelletjes liet tinkelen met het achter zich aanslepen van haar voeten. (17) Twee optredend als Krishna en Râma en een paar die de gopa's nadeden doodden er een die Vatsâsura nabootste terwijl nog twee anderen Bakâsura deden [zie 10.11]. (18) Net als Krishna roepend naar de koeien ver weg werd er een, die spelend deed alsof ze de fluit liet klinken, door de andere gopî's geprezen met 'Goed zo!' (19) Een van hen liep rond met een arm over een schouder gelegd en verklaarde: 'Kijk, ik ben Hem, die zich zo gracieus beweegt!' en hield op die manier haar geest op Hem gevestigd. (20) 'Weest niet bang voor die wind en regen, door Mij is in jullie verlossing voorzien' aldus sprak er een die er met één hand in slaagde haar bovenkleed omhoog te houden [alsof het de heuvel Govardhana was, zie: 10.25]. (21) O meester der mensen, eentje die bovenop een andere klauterde verklaarde met haar voet op haar hoofd: 'O valse slang, ga weg, Ik heb geboorte genomen als degene die er is om de afgunstigen te bestraffen!' [zie 10.16] (22) Toen zei er een: 'O gopa's, zie die bosbrand zo fel; doe snel jullie ogen dicht, Ik zal voor jullie bescherming zorgen alsof het niks is!' (23) Een slanke gopî met een bloemenslinger vastgebonden door een andere gopî zei: 'Nou heb ik Je te pakken, ik bind Je aan het stampvat vast, Jij pottenbreker en boterdief!' en met dat gezegd bedekte er een haar gezicht en mooie ogen doend alsof ze bang was.

(24) Op deze manier bezig en overal in Vrindâvana de bomen en de klimplanten vragend waar Hij was zagen ze op een plek in het bos de Allerhoogste Ziel Zijn voetafdrukken: (25) 'Werkelijk, dit zijn duidelijk de voetafdrukken van de zoon van Nanda zoals de vlag, de lotus, de bliksemschicht, de korenaar en de olifantendrijfstok dat laten zien [zie voetnoot*]. (26) Aan de hand van de verschillende voetafdrukken Zijn spoor volgend ontdekten de meisjes tot hun grote teleurstelling op dat die heel de weg samengingen met de voetafdrukken van één van hen, waarop ze zeiden: (27) 'En aan wie van ons behoren deze voetafdrukken toe naast die van de zoon van Nanda; over wiens schouder heeft Hij als een stier met een wijfjesolifant Zijn arm gelegd? (28) Hij moet zeker volmaakt aanbeden zijn [ârâdhitah, zie Râdhâ] als de Allerhoogste Ene Heer en Beheerser aangezien Govinda zo behaagd ons heeft laten zitten en Haar apart heeft genomen. (29) O meisjes, heilig de stofdeeltjes van Govinda's lotusvoeten die Brahmâ, S'iva en Ramâdevî [Lakshmî] op hun hoofden nemen om de zonden te verdrijven. (30) Voor ons zijn deze voetafdrukken meer verontrustend want wie van ons gopî's werd er nou apart genomen om in afzondering van Acyuta's lippen te genieten? Kijk, hier kunnen we haar voeten niet meer zien, de grashalmen en twijgjes hebben zeker de zolen van haar tere voeten pijn gedaan zodat Haar geliefde Zijn lieveling heeft opgetild. (31) Zijn liefje dragend gingen de voetafdrukken veel dieper, kijk toch eens o gopî's, hoe, gebukt onder het gewicht, ons zo intelligente voorwerp van verlangen Krishna Zijn vriendin hier neer heeft gezet om wat bloemen te plukken. (32) En zie deze halve voetafdrukken hier; om bloemen de verzamelen voor Zijn Beminde Liefje maakte de Geliefde deze afdruk met het op Zijn tenen staan. (33) En om verder Haar haar te schikken ging de Liefdevolle met Zijn smachtende meisje om precies te zijn hier neerzitten om voor Zijn Geliefde met die bloemen een krans te maken.'

(34) [S'rî S'uka zei:] Hij, hoewel Hij in de Ziel volmaakt tevreden was en in Zichzelf volkomen, had een goede tijd met Haar en demonstreerde daarmee de gevallen staat kenmerkend voor verliefde mensen, alsmede het op zichzelf gerichtte van het vrouwlijke ervan. (35-36) Op deze manier aldus blijk gevend voor welke gopî Krishna de andere vrouwen, de gopî's die helemaal verdwaasd ronddoolden in het bos, had verlaten, dacht Zij daarvan van Zichzelf: 'Met Mij als de beste van alle vrouwen, heeft Hij, de gopî's afwijzend die zich laten leiden door lust, Mij aanvaard als Zijn Geliefde!'

(37) Op weg toen naar die plek in het bos zei Zij, trots rakend, tot Krishna: 'Ik kan niet meer verder gaan, draag Me alsJeblieft waarheen Je maar wilt'.

(38) Aldus aangesproken zei Hij tot Zijn Geliefde: 'Klim maar op Mijn rug' en met deze woorden verdween Krishna tot het grote verdriet van Zijn gezellin.

(39) 'O Meester, o Minnaar, o Liefste, waar ben Je nou, waar ben Je? O met Je machtige armen, alsJeblieft Mijn vriend laat Jezelf zien aan Mij, Je treurende dienstmaagd!'

(40) S'rî S'uka zei: 'De gopî's die niet ver daar vandaan het spoor van de Opperheer volgden ontdekten hun ongelukkige vriendin in staat van verbijstering over het feit dat Ze was gescheiden van Haar Geliefde. (41) Tot hun opperste verbazing hoorden ze Haar zeggen dat Ze Mâdhava's respect had verworven maar dat Hij ook als gevolg van de houding die Ze aannam Haar had laten zitten. (42) Ze gingen daarop voor zover het licht van de maan dat toestond het woud in, maar toen ze zichzelf in het duister zagen belanden zagen de vrouwen er van af. (43) In Hem opgegaan, Hem besprekend, Hem naspelend en vervuld van Zijn aanwezigheid eenvoudig Zijn kwaliteiten bezingend, herinnerden ze zich niet langer hun huishoudens [zie ook 7.5: 23-24]. (44) Terugkerend naar de oever van de Yamunâ mediteerden ze, allen samenzingend, op Krishna, terwijl ze reikhalzend Zijn aankomst afwachtten.'

 

next                     

 
 

 Tweede editie, geladen 12 juni 2008.

 

 

 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

The Gopîs Search for Krishna

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Toen de Allerhoogste Heer zo ineens was verdwenen waren de jonge dames van Vraja zo spijtig Hem niet meer te zien als wijfjesolifanten die hun stier missen.

S'ukadeva Gosvâmî said: When Lord Krishna disappeared so suddenly, the gopîs felt great sorrow at losing sight of Him, like a group of female elephants who have lost their mate. (Vedabase)

 

Tekst 2

De verliefde dames die in hun harten waren overweldigd door de bewegingen, liefdevolle glimlachen, speelse blikken, charmante praatjes en andere spelletjes van verleiding van de echtgenoot van Ramâ, speelden verzonken in Hem ieder van die wonderbaarlijke activiteiten na.

As the cowherd women remembered Lord Krishna, their hearts were overwhelmed by His movements and loving smiles, His playful glances and enchanting talks, and by the many other pastimes He would enjoy with them. Thus absorbed in thoughts of Krishna, the Lord of Ramâ, the gopîs began acting out His various transcendental pastimes. (Vedabase)

 

Tekst 3

De liefjes verloren in de bewegingen, glimlachen, de blikken, en het praten enzovoorts van hun Geliefde - die zich feitelijk dus door de lichamen van de dames heen uitdrukte - gaven zodoende onder de invloed van de manieren van Krishna ten beste: 'Hij is helemaal in mij!'

Because the beloved gopîs were absorbed in thoughts of their beloved Krishna, their bodies imitated His way of moving and smiling, His way of beholding them, His speech and His other distinctive features. Deeply immersed in thinking of Him and maddened by remembering His pastimes, they declared to one another, "I am Krishna!" (Vedabase)

 

Tekst 4

Aldus allen tezamen hardop over Hem zingend, zochten ze zich gek van hot naar haar in het bos en gingen ze bij de bomen te rade over de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die gelijk de ether zowel vanbinnen als vanbuiten aanwezig is:

Singing loudly of Krishna, they searched for Him throughout the Vrindâvana forest like a band of madwomen. They even asked the trees about Him, who as the Supersoul is present inside and outside of all created things, just like the sky. (Vedabase)

 

Tekst 5:

'O as'vattha [heilige vijgenboom], o plaksha [golfbladige vijgenboom], o nyagrodha [baniaan], hebben jullie de zoon van Nanda gezien die is weggegaan nadat Hij met Zijn liefdevolle glimlachen en blikken onze harten stal?

[The gopîs said:] O as'vattha tree, O plaksha, O nyagrodha, have you seen Krishna? That son of Nanda Mahârâja has gone away after stealing our minds with His loving smiles and glances. (Vedabase)

 

Tekst 6

O kurabaka [rode amaranth], as'oka, nâga, punnâga en campaka, hebben jullie de jongere broer van Balarâma voorbij zien komen die met Zijn glimlach de trots wegvaagt van ieder meisje dat te hooghartig is?

O kurabaka tree, O as'oka, O nâga, punnâga and campaka, has Balarâma's younger brother, whose smile removes the audacity of all proud women, passed this way? (Vedabase)

 

Tekst 7

O zoete tulsî, zo van liefde voor Govinda's voeten, hebben jullie onze allerliefste Acyuta gezien die jullie met Zich meedraagt met zwermen bijen om zich heen?

O most kind tulasî, to whom the feet of Govinda are so dear, have you seen that infallible one walk by, wearing you and encircled by swarms of bees? (Vedabase)

   

Tekst 8

O mâlati-, jâti-, yûthikâ- en mallikâ-jasmijn, hebben jullie Mâdhava langs zien komen, terwijl Hij jullie met Zijn aanrakingen blij maakte?

O mâlati, O mallikâ, O jâti and yûthikâ, has Mâdhava gone by here, giving you pleasure with the touch of His hand? (Vedabase)

 

Tekst 9

O cûta [mango-klimplant], priyâla, broodvrucht, âsana, o kovidâra [berg-ebbe], jambu [houtappel], arka, bakula [mimosa] en âmra [mangoboom]; o kadamba en nîpa en wie nog meer van jullie die voor het heil van anderen hier aan de oever van de Yamunâ leven, wees alsjeblieft zo aardig ons, wiens geest op hol is geslagen, te zeggen welk pad Krishna heeft genomen.

O cûta, O priyâla, O panasa, âsana and kovidâra, O jambu, O arka, O bilva, bakula and âmra, O kadamba and nîpa and all you other plants and trees living by the banks of the Yamunâ who have dedicated your very existence to the welfare of others, we gopîs have lost our minds, so please tell us where Krishna has gone. (Vedabase)

   

 Tekst 10

O aarde, welke verzaking moet u wel niet hebben volbracht dat u werd betreden door Kes'ava's voeten met een vreugde die het haar op uw lichaam [haar grassen en zo] overeind doet staan? Of hebt u misschien uw schoonheid te danken aan de voeten van Vâmanadeva [zie 8.18-22] of omdat u werd betreden en omhelsd door het lichaam van Varâha [3.13]?

O mother earth, what austerity did you perform to attain the touch of Lord Kes'ava's lotus feet, which has brought you such great joy that your bodily hairs are standing on end? You appear very beautiful in this condition. Was it during the Lord's current appearance that you acquired this ecstatic symptom, or was it perhaps much earlier, when He stepped upon you in His form of the dwarf Vâmanadeva, or even earlier, when He embraced you in His form of the boar Varâhadeva? (Vedabase)

   

Tekst 11

O ree, o vriendin, ben je Acyuta hier met Zijn Geliefde tegengekomen, die met al Zijn leden een lust voor het oog is; in de lucht hangt nog de geur van de bloemenslinger van de Meester van de Gopî's gekleurd door de kunkum van het in aanraking verkeren met de borsten van Zijn Vriendin.

O friend, wife of the deer, has Lord Acyuta been here with His beloved, bringing great joy to your eyes? Indeed, blowing this way is the fragrance of His garland of kunda flowers, which was smeared with the kunkuma from the breasts of His girlfriend when He embraced Her. (Vedabase)

 

Tekst 12

O bomen, toen Râma's jongere broer langskwam, met Zijn arm geplaatst over de schouder van Zijn liefje, een lotus vasthoudend en met de tulsî-bloemen met een zwerm bijen blind van de bedwelming er achteraan - merkte Hij met Zijn liefdevolle blikken op dat je je voor Hem verboog?

O trees, we see that you are bowing down. When the younger brother of Râma walked by here, followed by intoxicated bees swarming around the tulasi mañjarîs decorating His garland, did He acknowledge your obeisances with His affectionate glances? He must have been resting His arm on the shoulder of His beloved and carrying a lotus flower in His free hand. (Vedabase)

 

Tekst 13

Laten we het deze klimplanten vragen, zelfs al omklemmen ze de armen van hun meesterboom; ze hebben zeker notie genomen van de aanraking van Zijn vingernagels, zie hoe hun oppervlak zich welft van de vreugde!'

Let us ask these creepers about Krishna. Even though they are embracing the arms of their husband, this tree, they certainly must have been touched by Krishna's fingernails, since out of joy they are manifesting eruptions on their skin. (Vedabase)

 

Tekst 14

De gopî's zich aldus doldwaas uitlatend raakten, op drift in hun speurtocht naar Krishna, volledig in Hem verzonken met het inderdaad door eenieder van hen een bepaald avontuur of tijdverdrijf naspeelde van hun Heer van Fortuin.

Having spoken these words, the gopîs, distraught from searching for Krishna, began to act out His various pastimes, fully absorbed in thoughts of Him. (Vedabase)

 

Tekst 15

Een van hen dronk als Krishna bij een andere die Pûtanâ speelde als was ze een kind aan haar borst, terwijl een andere zich opstelde als de kar die door de voet van een huilende andere om werd geschopt [zie hoofdstukken 10.6 en 7].

One gopî imitated Pûtanâ, while another acted like infant Krishna and pretended to suck her breast. Another gopî, crying in imitation of infant Krishna, kicked a gopî who was taking the role of the cart demon, S'akathâsura. (Vedabase)

 

Tekst 16

Een gopî die Krishna nadeed werd weggedragen door een andere gopî die een Daitya imiteerde [Trinâvarta, zie 10.7] terwijl weer een andere rondkruipend haar enkelbelletjes liet tinkelen met het achter zich aanslepen van haar voeten.

One gopî took the role of Trinâvarta and carried away another, who was acting like infant Krishna, while yet another gopî crawled about, her ankle bells tinkling as she pulled her feet. (Vedabase)

 

Tekst 17

Twee optredend als Krishna en Râma en een paar die de gopa's nadeden doodden er een die Vatsâsura nabootste terwijl nog twee anderen Bakâsura deden [zie 10.11].

Two gopîs acted like Râma and Krishna in the midst of several others, who took the role of cowherd boys. One gopî enacted Krishna's killing of the demon Vatsâsura, represented by another gopî, and a pair of gopîs acted out the killing of Bakâsura. (Vedabase)

 

Tekst 18

Net als Krishna roepend naar de koeien ver weg werd er een, die spelend deed alsof ze de fluit liet klinken, door de andere gopî's geprezen met 'Goed zo!'

When one gopî perfectly imitated how Krishna would call the cows who had wandered far away, how He would play His flute and how He would engage in various sports, the others congratulated her with exclamations of "Well done! Well done!" (Vedabase)

 

Tekst 19

Een van hen liep rond met een arm over een schouder gelegd en verklaarde: 'Kijk, ik ben Hem, die zich zo gracieus beweegt!' en hield op die manier haar geest op Hem gevestigd.

Another gopî, her mind fixed on Krishna, walked about with her arm resting on the shoulder of a friend and declared, "I am Krishna! Just see how gracefully I move!" (Vedabase)

 

Tekst 20

'Weest niet bang voor die wind en regen, door Mij is in jullie verlossing voorzien' aldus sprak er een die er met één hand in slaagde haar bovenkleed omhoog te houden [alsof het de heuvel Govardhana was, zie: 10.25].

"Don't be afraid of the wind and rain," said one gopî. "I will save you." And with that she lifted her shawl above her head. (Vedabase)

 

Tekst 21

O meester der mensen, eentje die bovenop een andere klauterde verklaarde met haar voet op haar hoofd: 'O valse slang, ga weg, Ik heb geboorte genomen als degene die er is om de afgunstigen te bestraffen!' [zie 10.16]

[S'ukadeva Gosvâmî continued:] O King, one gopî climbed on another's shoulders and, putting her foot on the other's head, said, "Go away from here, O wicked snake! You should know that I have taken birth in this world just to punish the envious." (Vedabase)

 

Tekst 22

Toen zei er een: 'O gopa's, zie die bosbrand zo fel; doe snel jullie ogen dicht, Ik zal voor jullie bescherming zorgen alsof het niks is!'

Then another gopî spoke up: My dear cowherd boys, look al this raging forest fire! Quickly close your eyes and I will easily protect you. (Vedabase)

 

Tekst 23

Een slanke gopî met een bloemenslinger vastgebonden door een andere gopî zei: 'Nou heb ik Je te pakken, ik bind Je aan het stampvat vast, Jij pottenbreker en boterdief!' en met dat gezegd bedekte er een haar gezicht en mooie ogen doend alsof ze bang was.

One gopî tied up her slender companion with a flower garland and said, "Now I will bind this boy who has broken the butter pots and stolen the butter." The second gopî then covered her face and beautiful eyes, pretending to be afraid. (Vedabase)

 

Tekst 24

Op deze manier bezig en overal in Vrindâvana de bomen en de klimplanten vragend waar Hij was zagen ze op een plek in het bos de Allerhoogste Ziel Zijn voetafdrukken:

While the gopîs were thus imitating Krishna's pastimes and asking Vrindâvana's creepers and trees where Krishna, the Supreme Soul, might be, they happened to see His footprints in a corner of the forest. (Vedabase)

 

Tekst 25

'Werkelijk, dit zijn duidelijk de voetafdrukken van de zoon van Nanda zoals de vlag, de lotus, de bliksemschicht, de korenaar en de olifantendrijfstok dat laten zien [zie voetnoot*].

[The gopîs said:] The marks of a flag, lotus, thunderbolt, elephant goad, barleycorn and so forth on these footprints clearly distinguish them as belonging to that great soul, the son of Nanda Mahârâja. (Vedabase)

 

Tekst 26

Aan de hand van de verschillende voetafdrukken Zijn spoor volgend ontdekten de meisjes tot hun grote teleurstelling op dat die heel de weg samengingen met de voetafdrukken van één van hen, waarop ze zeiden:

The gopîs began following Krishna's path, as shown by His many footprints, but when they saw that these prints were thoroughly intermixed with those of His dearmost consort, they became perturbed and spoke as follows. (Vedabase)

 

Tekst 27

'En aan wie van ons behoren deze voetafdrukken toe naast die van de zoon van Nanda; over wiens schouder heeft Hij als een stier met een wijfjesolifant Zijn arm gelegd?

[The gopîs said:] Here we see the footprints of some gopî who must have been walking along with the son of Nanda Mahârâja. He must have put His arm on Her shoulder, just as an elephant rests His trunk on the shoulder of an accompanying she-elephant. (Vedabase)

 

Tekst 28

Hij moet zeker volmaakt aanbeden zijn [ârâdhitah, zie Râdhâ] als de Allerhoogste Ene Heer en Beheerser aangezien Govinda zo behaagd ons heeft laten zitten en Haar apart heeft genomen.

Certainly this particular gopî has perfectly worshiped the all-powerful Personality of Godhead, Govinda, since He was so pleased with Her that He abandoned the rest of us and brought Her to a secluded place. (Vedabase)

 

Tekst 29

O meisjes, heilig de stofdeeltjes van Govinda's lotusvoeten die Brahmâ, S'iva en Ramâdevî [Lakshmî] op hun hoofden nemen om de zonden te verdrijven.

O girls! The dust of Govinda's lotus feet is so sacred that even Brahmâ, S'iva and the goddess Ramâ take that dust upon their heads to dispel sinful reactions. (Vedabase)

 

Tekst 30

Voor ons zijn deze voetafdrukken meer verontrustend want wie van ons gopî's werd er nou apart genomen om in afzondering van Acyuta's lippen te genieten? Kijk, hier kunnen we haar voeten niet meer zien, de grashalmen en twijgjes hebben zeker de zolen van haar tere voeten pijn gedaan zodat Haar geliefde Zijn lieveling heeft opgetild.

These footprints of that special gopî greatly disturb us. Of all the gopîs, She alone was taken away to a secluded place, where She is enjoying the lips of Krishna. Look, we can't see Her footprints over here! It's obvious that the grass and sprouts were hurting the tender soles of Her feet, and so the lover lifted up His beloved. (Vedabase)

 

Tekst 31

Zijn liefje dragend gingen de voetafdrukken veel dieper, kijk toch eens o gopî's, hoe, gebukt onder het gewicht, ons zo intelligente voorwerp van verlangen Krishna Zijn vriendin hier neer heeft gezet om wat bloemen te plukken.

Please observe, my dear gopîs, how in this place lusty Krishna's footprints are pressed more deeply into the ground. Carrying the weight of His beloved must have been difficult for Him. And over here that intelligent boy must have put Her down to gather some flowers. (Vedabase)

 

Tekst 32

En zie deze halve voetafdrukken hier; om bloemen de verzamelen voor Zijn Beminde Liefje maakte de Geliefde deze afdruk met het op Zijn tenen staan.

Just see how in this place dear Krishna collected flowers for His beloved. Here He has left the impression of only the front part of His feet because He was standing on His toes to reach the flowers. (Vedabase)

 

Tekst 33

En om verder Haar haar te schikken ging de Liefdevolle met Zijn smachtende meisje om precies te zijn hier neerzitten om voor Zijn Geliefde met die bloemen een krans te maken.'

Certainly Krishna sat down here with His girlfriend to arrange Her hair. The lusty boy must have made a crown for that lusty girl out of the flowers He had collected. (Vedabase)

 

Tekst 34

[S'rî S'uka zei:] Hij, hoewel Hij in de Ziel volmaakt tevreden was en in Zichzelf volkomen, had een goede tijd met Haar en demonstreerde daarmee de gevallen staat kenmerkend voor verliefde mensen, alsmede het op zichzelf gerichtte van het vrouwlijke ervan.

[S'ukadeva Gosvâmî continued:] Lord Krishna enjoyed with that gopî, although He enjoys only within, being self-satisfied and complete in Himself. Thus by contrast He showed the wretchedness of ordinary lusty men and hardhearted women. (Vedabase)

 

Tekst 35-36

Op deze manier aldus blijk gevend voor welke gopî Krishna de andere vrouwen, de gopî's die helemaal verdwaasd ronddoolden in het bos, had verlaten, dacht Zij daarvan van Zichzelf: 'Met Mij als de beste van alle vrouwen, heeft Hij, de gopî's afwijzend die zich laten leiden door lust, Mij aanvaard als Zijn Geliefde!'

As the gopîs wandered about, their minds completely bewildered, they pointed out various signs of Krishna's pastimes. The particular gopî whom Krishna had led into a secluded forest when He had abandoned all the other young girls began to think Herself the best of women. "My beloved has rejected all the other gopîs, "She thought, "even though they are driven by Cupid himself. He has chosen to reciprocate with Me alone." (Vedabase)

 

Tekst 37

Op weg toen naar die plek in het bos zei Zij, trots rakend, tot Krishna: 'Ik kan niet meer verder gaan, draag Me alsJeblieft waarheen Je maar wilt'.

As the two lovers passed through one part of the Vrindâvana forest, the special gopî began feeling proud of Herself. She told Lord Kes'ava, "I cannot walk any further. Please carry Me wherever You want to go." (Vedabase)

 

Tekst 38

Aldus aangesproken zei Hij tot Zijn Geliefde: 'Klim maar op Mijn rug' en met deze woorden verdween Krishna tot het grote verdriet van Zijn gezellin.

Thus addressed, Lord Krishna replied, "Just climb on My shoulder." But as soon as He said this, He disappeared. His beloved consort then immediately felt great remorse. (Vedabase)

 

Tekst 39

'O Meester, o Minnaar, o Liefste, waar ben Je nou, waar ben Je? O met Je machtige armen, alsJeblieft Mijn vriend laat Jezelf zien aan Mij, Je treurende dienstmaagd!'

She cried out: O master! My lover! O dearmost, where are You? Where are You? Please, O mighty-armed one, O friend, show Yourself to Me, Your poor servant! (Vedabase)

 

Tekst 40

S'rî S'uka zei: 'De gopî's die niet ver daar vandaan het spoor van de Opperheer volgden ontdekten hun ongelukkige vriendin in staat van verbijstering over het feit dat Ze was gescheiden van Haar Geliefde.

S'ukadeva Gosvâmî said: While continuing to search out Krishna's path, the gopîs discovered their unhappy friend close by. She was bewildered by separation from Her lover. (Vedabase)

 

Tekst 41

Tot hun opperste verbazing hoorden ze Haar zeggen dat Ze Mâdhava's respect had verworven maar dat Hij ook als gevolg van de houding die Ze aannam Haar had laten zitten.

She told them how Mâdhava had given Her much respect, but how She then suffered dishonor because of Her misbehavior. The gopîs were extremely amazed to hear this. (Vedabase)

 

Tekst 42

Ze gingen daarop voor zover het licht van de maan dat toestond het woud in, maar toen ze zichzelf in het duister zagen belanden zagen de vrouwen er van af.

In search of Krishna, the gopîs then entered the depths of the forest as far as the light of the moon shone. But when they found themselves engulfed in darkness, they decided to turn back. (Vedabase)

 

Tekst 43

In Hem opgegaan, Hem besprekend, Hem naspelend en vervuld van Zijn aanwezigheid eenvoudig Zijn kwaliteiten bezingend, herinnerden ze zich niet langer hun huishoudens [zie ook 7.5: 23-24].

Their minds absorbed in thoughts of Him, they conversed about Him, acted out His pastimes and felt themselves filled with His presence. They completely forgot about their homes as they loudly sang the glories of Krishna's transcendental qualities. (Vedabase)

 

Tekst 44

Terugkerend naar de oever van de Yamunâ mediteerden ze, allen samenzingend, op Krishna, terwijl ze reikhalzend Zijn aankomst afwachtten.'  

The gopîs again came to the bank of the Kâlindî. Meditating on Krishna and eagerly hoping He would come, they sat down together to sing of Him. (Vedabase)

 

 * In de Skanda Purâna vindt men een verklaring van deze [in totaal negentien] merktekens: 'Onderaan bij Zijn grote teen op de rechtervoet, draagt de Ongeboren Heer het merkteken van de schijf, welke de zes [mentale] vijanden de pas afsnijdt. Onder aan zijn middelteen van diezelfde voet heeft Heer Acyuta een lotusbloem, welke het verlangen naar Hem doet toenemen in de geesten van de bij-achtige toegewijden die op Zijn voeten mediteren. Onderaan Zijn kleine teen is er een bliksemschicht, die de bergen van terugslagen van zonden in het verleden van de toegewijden vernietigt, en midden op Zijn hiel treft men het merkteken van de olifantendrijfstok aan, welke de olifanten van de geesten van de toegewijden onder controle brengt. Het kootje van zijn rechter grote teen draagt het kenmerk van de korenaar, die allerhande genietbare weelde vertegenwoordigt. Een bliksemschicht wordt aangetroffen aan de rechter kant van Zijn rechtervoet, en een olifantendrijfstok daaronder.' zie de Vedabase van 10.30: 25 voor verdere informatie.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties