Canto
10
Hoofdstuk 30: De Gopî's op Zoek naar Krishna er Vandoor met Râdhâ
(1) S'rî S'uka zei: 'Toen de Allerhoogste Heer zo ineens was verdwenen waren de jonge dames van Vraja zo spijtig Hem niet meer te zien als wijfjesolifanten die hun stier missen. (2) De verliefde dames die in hun harten waren overweldigd door de bewegingen, liefdevolle glimlachen, speelse blikken, charmante praatjes en andere spelletjes van verleiding van de echtgenoot van Ramâ, speelden verzonken in Hem ieder van die wonderbaarlijke activiteiten na. (3) De liefjes verloren in de bewegingen, glimlachen, de blikken, en het praten enzovoorts van hun Geliefde - die zich feitelijk dus door de lichamen van de dames heen uitdrukte - gaven zodoende onder de invloed van de manieren van Krishna ten beste: 'Hij is helemaal in mij!' (4) Aldus allen tezamen hardop over Hem zingend, zochten ze zich gek van hot naar haar in het bos en gingen ze bij de bomen te rade over de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die gelijk de ether zowel vanbinnen als vanbuiten aanwezig is: (5) 'O as'vattha [heilige vijgenboom], o plaksha [golfbladige vijgenboom], o nyagrodha [baniaan], hebben jullie de zoon van Nanda gezien die is weggegaan nadat Hij met Zijn liefdevolle glimlachen en blikken onze harten stal? (6) O kurabaka [rode amaranth], as'oka, nâga, punnâga en campaka, hebben jullie de jongere broer van Balarâma voorbij zien komen die met Zijn glimlach de trots wegvaagt van ieder meisje dat te hooghartig is? (7) O zoete tulsî, zo van liefde voor Govinda's voeten, hebben jullie onze allerliefste Acyuta gezien die jullie met Zich meedraagt met zwermen bijen om zich heen? (8) O mâlati-, jâti-, yûthikâ- en mallikâ-jasmijn, hebben jullie Mâdhava langs zien komen, terwijl Hij jullie met Zijn aanrakingen blij maakte? (9) O cûta [mango-klimplant], priyâla, broodvrucht, âsana, o kovidâra [berg-ebbe], jambu [houtappel], arka, bakula [mimosa] en âmra [mangoboom]; o kadamba en nîpa en wie nog meer van jullie die voor het heil van anderen hier aan de oever van de Yamunâ leven, wees alsjeblieft zo aardig ons, wiens geest op hol is geslagen, te zeggen welk pad Krishna heeft genomen. (10) O aarde, welke verzaking moet u wel niet hebben volbracht dat u werd betreden door Kes'ava's voeten met een vreugde die het haar op uw lichaam [haar grassen en zo] overeind doet staan? Of hebt u misschien uw schoonheid te danken aan de voeten van Vâmanadeva [zie 8.18-22] of omdat u werd betreden en omhelsd door het lichaam van Varâha [3.13]? (11) O ree, o vriendin, ben je Acyuta hier met Zijn Geliefde tegengekomen, die met al Zijn leden een lust voor het oog is; in de lucht hangt nog de geur van de bloemenslinger van de Meester van de Gopî's gekleurd door de kunkum van het in aanraking verkeren met de borsten van Zijn Vriendin. (12) O bomen, toen Râma's jongere broer langskwam, met Zijn arm geplaatst over de schouder van Zijn liefje, een lotus vasthoudend en met de tulsî-bloemen met een zwerm bijen blind van de bedwelming er achteraan - merkte Hij met Zijn liefdevolle blikken op dat je je voor Hem verboog? (13) Laten we het deze klimplanten vragen, zelfs al omklemmen ze de armen van hun meesterboom; ze hebben zeker notie genomen van de aanraking van Zijn vingernagels, zie hoe hun oppervlak zich welft van de vreugde!'
(14) De gopî's zich aldus doldwaas uitlatend raakten, op drift in hun speurtocht naar Krishna, volledig in Hem verzonken met het inderdaad door eenieder van hen een bepaald avontuur of tijdverdrijf naspeelde van hun Heer van Fortuin. (15) Een van hen dronk als Krishna bij een andere die Pûtanâ speelde als was ze een kind aan haar borst, terwijl een andere zich opstelde als de kar die door de voet van een huilende andere om werd geschopt [zie hoofdstukken 10.6 en 7]. (16) Een gopî die Krishna nadeed werd weggedragen door een andere gopî die een Daitya imiteerde [Trinâvarta, zie 10.7] terwijl weer een andere rondkruipend haar enkelbelletjes liet tinkelen met het achter zich aanslepen van haar voeten. (17) Twee optredend als Krishna en Râma en een paar die de gopa's nadeden doodden er een die Vatsâsura nabootste terwijl nog twee anderen Bakâsura deden [zie 10.11]. (18) Net als Krishna roepend naar de koeien ver weg werd er een, die spelend deed alsof ze de fluit liet klinken, door de andere gopî's geprezen met 'Goed zo!' (19) Een van hen liep rond met een arm over een schouder gelegd en verklaarde: 'Kijk, ik ben Hem, die zich zo gracieus beweegt!' en hield op die manier haar geest op Hem gevestigd. (20) 'Weest niet bang voor die wind en regen, door Mij is in jullie verlossing voorzien' aldus sprak er een die er met één hand in slaagde haar bovenkleed omhoog te houden [alsof het de heuvel Govardhana was, zie: 10.25]. (21) O meester der mensen, eentje die bovenop een andere klauterde verklaarde met haar voet op haar hoofd: 'O valse slang, ga weg, Ik heb geboorte genomen als degene die er is om de afgunstigen te bestraffen!' [zie 10.16] (22) Toen zei er een: 'O gopa's, zie die bosbrand zo fel; doe snel jullie ogen dicht, Ik zal voor jullie bescherming zorgen alsof het niks is!' (23) Een slanke gopî met een bloemenslinger vastgebonden door een andere gopî zei: 'Nou heb ik Je te pakken, ik bind Je aan het stampvat vast, Jij pottenbreker en boterdief!' en met dat gezegd bedekte er een haar gezicht en mooie ogen doend alsof ze bang was.
(24) Op deze manier bezig en overal in Vrindâvana de bomen en de klimplanten vragend waar Hij was zagen ze op een plek in het bos de Allerhoogste Ziel Zijn voetafdrukken: (25) 'Werkelijk, dit zijn duidelijk de voetafdrukken van de zoon van Nanda zoals de vlag, de lotus, de bliksemschicht, de korenaar en de olifantendrijfstok dat laten zien [zie voetnoot*]. (26) Aan de hand van de verschillende voetafdrukken Zijn spoor volgend ontdekten de meisjes tot hun grote teleurstelling op dat die heel de weg samengingen met de voetafdrukken van één van hen, waarop ze zeiden: (27) 'En aan wie van ons behoren deze voetafdrukken toe naast die van de zoon van Nanda; over wiens schouder heeft Hij als een stier met een wijfjesolifant Zijn arm gelegd? (28) Hij moet zeker volmaakt aanbeden zijn [ârâdhitah, zie Râdhâ] als de Allerhoogste Ene Heer en Beheerser aangezien Govinda zo behaagd ons heeft laten zitten en Haar apart heeft genomen. (29) O meisjes, heilig de stofdeeltjes van Govinda's lotusvoeten die Brahmâ, S'iva en Ramâdevî [Lakshmî] op hun hoofden nemen om de zonden te verdrijven. (30) Voor ons zijn deze voetafdrukken meer verontrustend want wie van ons gopî's werd er nou apart genomen om in afzondering van Acyuta's lippen te genieten? Kijk, hier kunnen we haar voeten niet meer zien, de grashalmen en twijgjes hebben zeker de zolen van haar tere voeten pijn gedaan zodat Haar geliefde Zijn lieveling heeft opgetild. (31) Zijn liefje dragend gingen de voetafdrukken veel dieper, kijk toch eens o gopî's, hoe, gebukt onder het gewicht, ons zo intelligente voorwerp van verlangen Krishna Zijn vriendin hier neer heeft gezet om wat bloemen te plukken. (32) En zie deze halve voetafdrukken hier; om bloemen de verzamelen voor Zijn Beminde Liefje maakte de Geliefde deze afdruk met het op Zijn tenen staan. (33) En om verder Haar haar te schikken ging de Liefdevolle met Zijn smachtende meisje om precies te zijn hier neerzitten om voor Zijn Geliefde met die bloemen een krans te maken.'
(34) [S'rî S'uka zei:] Hij, hoewel Hij in de Ziel volmaakt tevreden was en in Zichzelf volkomen, had een goede tijd met Haar en demonstreerde daarmee de gevallen staat kenmerkend voor verliefde mensen, alsmede het op zichzelf gerichtte van het vrouwlijke ervan. (35-36) Op deze manier aldus blijk gevend voor welke gopî Krishna de andere vrouwen, de gopî's die helemaal verdwaasd ronddoolden in het bos, had verlaten, dacht Zij daarvan van Zichzelf: 'Met Mij als de beste van alle vrouwen, heeft Hij, de gopî's afwijzend die zich laten leiden door lust, Mij aanvaard als Zijn Geliefde!'
(37) Op weg toen naar die plek in het bos zei Zij, trots rakend, tot Krishna: 'Ik kan niet meer verder gaan, draag Me alsJeblieft waarheen Je maar wilt'.
(38) Aldus aangesproken zei Hij tot Zijn Geliefde: 'Klim maar op Mijn rug' en met deze woorden verdween Krishna tot het grote verdriet van Zijn gezellin.
(39) 'O Meester, o Minnaar, o Liefste, waar ben Je nou, waar ben Je? O met Je machtige armen, alsJeblieft Mijn vriend laat Jezelf zien aan Mij, Je treurende dienstmaagd!'
(40) S'rî S'uka zei: 'De gopî's die niet ver daar vandaan het spoor van de Opperheer volgden ontdekten hun ongelukkige vriendin in staat van verbijstering over het feit dat Ze was gescheiden van Haar Geliefde. (41) Tot hun opperste verbazing hoorden ze Haar zeggen dat Ze Mâdhava's respect had verworven maar dat Hij ook als gevolg van de houding die Ze aannam Haar had laten zitten. (42) Ze gingen daarop voor zover het licht van de maan dat toestond het woud in, maar toen ze zichzelf in het duister zagen belanden zagen de vrouwen er van af. (43) In Hem opgegaan, Hem besprekend, Hem naspelend en vervuld van Zijn aanwezigheid eenvoudig Zijn kwaliteiten bezingend, herinnerden ze zich niet langer hun huishoudens [zie ook 7.5: 23-24]. (44) Terugkerend naar de oever van de Yamunâ mediteerden ze, allen samenzingend, op Krishna, terwijl ze reikhalzend Zijn aankomst afwachtten.'
Tweede editie, geladen 12 juni 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Toen de Allerhoogste Heer zo ineens was verdwenen waren de jonge dames van Vraja zo spijtig Hem niet meer te zien als wijfjesolifanten die hun stier missen.S'rî S'uka zei: 'Toen de Allerhoogste Heer zo ineens was verdwenen waren de jonge dames van Vraja zo spijtig Hem niet meer te zien als wijfjesolifanten die hun stier missen. (Vedabase)
De verliefde dames die in hun harten waren overweldigd door de bewegingen, liefdevolle glimlachen, speelse blikken, charmante praatjes en andere spelletjes van verleiding van de echtgenoot van Ramâ, speelden verzonken in Hem ieder van die wonderbaarlijke activiteiten na.
De verliefde dames die in hun harten waren overweldigd door de bewegingen, liefdevolle glimlachen, speelse blikken, charmante praatjes en andere spelletjes van verleiding van de echtgenoot van Ramâ, speelden verzonken in Hem ieder van die wonderbaarlijke aktiviteiten na. (Vedabase)
De liefjes verloren in de bewegingen, glimlachen, de blikken, en het praten enzovoorts van hun Geliefde - die zich feitelijk dus door de lichamen van de dames heen uitdrukte - gaven zodoende onder de invloed van de manieren van Krishna ten beste: 'Hij is helemaal in mij!'
De liefjes verloren in de bewegingen, glimlachen, de blikken, en het praten enzovoorts van hun Geliefde - die zich feitelijk dus door de lichamen van de dames heen uitdrukte - gaven zo doende onder de invloed van de manieren van Krishna ten beste: 'Hij is helemaal in mij!'. (Vedabase)
Aldus allen tezamen hardop over Hem zingend, zochten ze zich gek van hot naar haar in het bos en gingen ze bij de bomen te rade over de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die gelijk de ether zowel vanbinnen als vanbuiten aanwezig is:
Aldus allen tezamen hardop over Hem zingend, zochten ze zich gek van hot naar haar in het bos en gingen ze bij de bomen te rade over de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die gelijk de ether zowel van binnen als van buiten aanwezig is: (Vedabase)
'O as'vattha [heilige vijgenboom], o plaksha [golfbladige vijgenboom], o nyagrodha [baniaan], hebben jullie de zoon van Nanda gezien die is weggegaan nadat Hij met Zijn liefdevolle glimlachen en blikken onze harten stal?
'O as'vattha [heilige vijgenboom], o plaksha [golfbladige vijgenboom], o nyagrodha [baniaan], hebben jullie de zoon van Nanda gezien die is weggegaan nadat Hij met Zijn liefdevolle glimlachen en blikken onze harten stal? (Vedabase)
O kurabaka [rode amaranth], as'oka, nâga, punnâga en campaka, hebben jullie de jongere broer van Balarâma voorbij zien komen die met Zijn glimlach de trots wegvaagt van ieder meisje dat te hooghartig is?
O kurabaka [rode amaranth], as'oka, nâga, punnâga en campaka, hebben jullie de jongere broer van Balarâma voorbij zien komen die met Zijn glimlach de trots wegvaagt van ieder meisje dat te hooghartig is? (Vedabase)
O zoete tulsî, zo van liefde voor Govinda's voeten, hebben jullie onze allerliefste Acyuta gezien die jullie met Zich meedraagt met zwermen bijen om zich heen?
O zoete tulsî, zo van liefde voor Govinda's voeten, hebben jullie die zo hoogst geliefde Acyuta gezien die jullie met Zich meedraagt tezamen met zwermen bijen? (Vedabase)
O mâlati-, jâti-, yûthikâ- en mallikâ-jasmijn, hebben jullie Mâdhava langs zien komen, terwijl Hij jullie met Zijn aanrakingen blij maakte?
O mâlati-, jâti-, yûthikâ- en mallikâ-jasmijn, hebben jullie Mâdhava langs zien komen, terwijl die jullie met Zijn aanrakingen blij maakte? (Vedabase)
O cûta [mango-klimplant], priyâla, broodvrucht, âsana, o kovidâra [berg-ebbe], jambu [houtappel], arka, bakula [mimosa] en âmra [mangoboom]; o kadamba en nîpa en wie nog meer van jullie die voor het heil van anderen hier aan de oever van de Yamunâ leven, wees alsjeblieft zo aardig ons, wiens geest op hol is geslagen, te zeggen welk pad Krishna heeft genomen.
O mango-klimplant, priyâla, broodvrucht, âsana, o kovidâra [berg-ebbe], houtappel, arka, bilva, mimosa, en mango boom; o kadamba en nîpa en wie nog meer van jullie die voor het heil van anderen hier aan de oever van de Yamunâ leven, wees alsjeblieft zo aardig ons, wiens geest op hol is geslagen, te zeggen welk pad Krishna heeft genomen.(Vedabase)
O aarde, welke verzaking moet u wel niet hebben volbracht dat u werd betreden door Kes'ava's voeten met een vreugde die het haar op uw lichaam [haar grassen en zo] overeind doet staan? Of hebt u misschien uw schoonheid te danken aan de voeten van Vâmanadeva [zie 8.18-22] of omdat u werd betreden en omhelsd door het lichaam van Varâha [3.13]?
O aarde, welke verzaking moet u wel niet hebben volbracht om betreden te zijn door Kes'ava's voeten met een vreugde die het haar op uw lichaam [haar grassen en zo] overeind doet staan? Of hebt u misschien uw schoonheid te danken aan de voeten van Vâmanadeva [zie 8.18-22] of omdat u werd betreden en omhelsd door het lichaam van Varâha [3.13]? (Vedabase)
O ree, o vriendin, ben je Acyuta hier met Zijn Geliefde tegengekomen, die met al Zijn leden een lust voor het oog is; in de lucht hangt nog de geur van de bloemenslinger van de Meester van de Gopî's gekleurd door de kunkum van het in aanraking verkeren met de borsten van Zijn Vriendin.
O ree, o vriendin, ben je Acyuta hier met Zijn Geliefde tegengekomen, die met al Zijn leden een lust is om te zien; in de lucht hangt nog de geur van de bloemenslinger van de Meester van de Gopî's gekleurd door de kunkum van het in aanraking verkeren met de borsten van Zijn Vriendin. (Vedabase)
O bomen, toen Râma's jongere broer langskwam, met Zijn arm geplaatst over de schouder van Zijn liefje, een lotus vasthoudend en met de tulsî-bloemen met een zwerm bijen blind van de bedwelming er achteraan - merkte Hij met Zijn liefdevolle blikken op dat je je voor Hem verboog?
O bomen, toen Râma's jongere broer langs kwam, met Zijn arm geplaatst over de schouder van Zijn liefje, een lotus vasthoudend en met de tulsî-bloemen met een zwerm bijen blind van de bedwelming er achteraan - merkte Hij met Zijn liefdevolle blikken op dat je je voor Hem verboog? (Vedabase)
Laten we het deze klimplanten vragen, zelfs al omklemmen ze de armen van hun meesterboom; ze hebben zeker notie genomen van de aanraking van Zijn vingernagels, zie hoe hun oppervlak zich welft van de vreugde!'
Laten we het deze klimplanten vragen, zelfs al omklemmen ze de armen van hun meesterboom; ze hebben zeker notie genomen van de aanraking van Zijn vingernagels, zie hoe hun oppervlak zich welft van de vreugde!' (Vedabase)
De gopî's zich aldus doldwaas uitlatend raakten, op drift in hun speurtocht naar Krishna, volledig in Hem verzonken met het inderdaad door eenieder van hen een bepaald avontuur of tijdverdrijf naspeelde van hun Heer van Fortuin.
De gopîs zich aldus doldwaas uitlatend raakten, op drift in hun speurtocht naar Krishna, volledig in Hem verzonken met het inderdaad door een ieder van hen naspelen van de spelletjes van hun Heer van Fortuin. (Vedabase)
Een van hen dronk als Krishna bij een andere die Pûtanâ speelde als was ze een kind aan haar borst, terwijl een andere zich opstelde als de kar die door de voet van een huilende andere om werd geschopt [zie hoofdstukken 10.6 en 7].
Een van hen dronk als Krishna bij een andere die Pûtanâ speelde als was ze een kind aan haar borst, terwijl een andere zich opstelde als de kar die door de voet van een huilende andere om werd geschopt [zie hoofdstukken 10.6 en 7]. (Vedabase)
Een gopî die Krishna nadeed werd weggedragen door een andere gopî die een Daitya imiteerde [Trinâvarta, zie 10.7] terwijl weer een andere rondkruipend haar enkelbelletjes liet tinkelen met het achter zich aanslepen van haar voeten.
Een gopî die Krishna nadeed werd weggedragen door een andere gopî die een daitya imiteerde [Trinâvarta, zie 10.7] terwijl weer een andere rondkruipend haar enkelbelletjes liet tinkelen met het achter zich aanslepen van haar voeten. (Vedabase)
Twee optredend als Krishna en Râma en een paar die de gopa's nadeden doodden er een die Vatsâsura nabootste terwijl nog twee anderen Bakâsura deden [zie 10.11].
Twee optredend als Krishna en Râma en een paar die de gopa's nadeden doodden er een die Vatsâsura nabootste terwijl nog twee anderen Bakâsura deden [zie 10.11]. (Vedabase)
Net als Krishna roepend naar de koeien ver weg werd er een, die spelend deed alsof ze de fluit liet klinken, door de andere gopî's geprezen met 'Goed zo!'
Net als Krishna roepend naar de koeien ver weg werd er een, die spelend deed alsof ze de fluit liet klinken, door de andere gopî's geprezen met 'Goed zo!'. (Vedabase)
Een van hen liep rond met een arm over een schouder gelegd en verklaarde: 'Kijk, ik ben Hem, die zich zo gracieus beweegt!' en hield op die manier haar geest op Hem gevestigd.
Een van hen liep rond met een arm over een schouder gelegd en verklaarde: 'Kijk, ik ben Hem, die zich zo gracieus beweegt!' en hield op die manier haar geest op Hem gevestigd. (Vedabase)
'Weest niet bang voor die wind en regen, door Mij is in jullie verlossing voorzien' aldus sprak er een die er met één hand in slaagde haar bovenkleed omhoog te houden [alsof het de heuvel Govardhana was, zie: 10.25].
'Weest niet bang voor die wind en regen, door Mij is in jullie verlossing voorzien' aldus sprak er een die er met één hand in slaagde haar bovenkleed omhoog te houden [alsof het de heuvel Govardhana was, zie: 10.25]. (Vedabase)
O meester der mensen, eentje die bovenop een andere klauterde verklaarde met haar voet op haar hoofd: 'O valse slang, ga weg, Ik heb geboorte genomen als degene die er is om de afgunstigen te bestraffen!' [zie 10.16]
O meester der mensen, eentje die bovenop een andere klauterde verklaarde met haar voet op haar hoofd: 'O valse slang, ga weg, Ik heb geboorte genomen als degene die er is om de afgunstigen te bestraffen!' [zie 10.16] (Vedabase)
Toen zei er een: 'O gopa's, zie die bosbrand zo fel; doe snel jullie ogen dicht, Ik zal voor jullie bescherming zorgen alsof het niks is!'
Toen zei er een: 'O gopa's, zie die bosbrand zo fel; doe snel jullie ogen dicht, Ik zal voor jullie bescherming zorgen alsof het niks is!'(Vedabase)
Een slanke gopî met een bloemenslinger vastgebonden door een andere gopî zei: 'Nou heb ik Je te pakken, ik bind Je aan het stampvat vast, Jij pottenbreker en boterdief!' en met dat gezegd bedekte er een haar gezicht en mooie ogen doend alsof ze bang was.
Een slanke gopî met een bloemenslinger vastgebonden door een andere gopî zei: 'Nou heb ik je te pakken, ik bind je aan het stampvat vast, Jij pottenbreker en boterdief! en met dat gezegd bedekte er een haar gezicht en mooie ogen doend alsof ze bang was. (Vedabase)
Op deze manier bezig en overal in Vrindâvana de bomen en de klimplanten vragend waar Hij was zagen ze op een plek in het bos de Allerhoogste Ziel Zijn voetafdrukken:
Op deze manier overal in Vrindâvana navraag doend bij de bomen en de klimplanten zagen ze op een plek in het bos de Allerhoogste Ziel Zijn voetafdrukken: (Vedabase)
'Werkelijk, dit zijn duidelijk de voetafdrukken van de zoon van Nanda zoals de vlag, de lotus, de bliksemschicht, de korenaar en de olifantendrijfstok dat laten zien [zie voetnoot*].
'Werkelijk, dit zijn duidelijk de voetafdrukken van de zoon van Nanda zoals de vlag, de lotus, de bliksemschicht, de korenaar en de olifanten drijfstok dat laten zien [zie voetnoot*]. (Vedabase)
Aan de hand van de verschillende voetafdrukken Zijn spoor volgend ontdekten de meisjes tot hun grote teleurstelling op dat die heel de weg samengingen met de voetafdrukken van één van hen, waarop ze zeiden:
Met het natrekken van Zijn pad aan de hand van de verschillende voetafdrukken merkten de meisjes tot hun grote teleurstelling op dat die helemaal samenvielen met de voetafdrukken van één van hen, waarop ze zeiden: (Vedabase)
'En aan wie van ons behoren deze voetafdrukken toe naast die van de zoon van Nanda; over wiens schouder heeft Hij als een stier met een wijfjesolifant Zijn arm gelegd?
'En aan wie van ons behoren deze voetafdrukken toe die hier samengaan met de zoon van Nanda; over wiens schouder heeft Hij als een stier met een wijfjesolifant Zijn arm gelegd? (Vedabase)
Hij moet zeker volmaakt aanbeden zijn [ârâdhitah, zie Râdhâ] als de Allerhoogste Ene Heer en Beheerser aangezien Govinda zo behaagd ons heeft laten zitten en Haar apart heeft genomen.
Hij moet zeker volmaakt aanbeden zijn [ârâdhitah, zie Râdhâ] als de Allerhoogste Ene Heer en Beheerser aangezien Govinda behaagd, ons heeft laten zitten en Haar apart heeft genomen. (Vedabase)
O meisjes, heilig de stofdeeltjes van Govinda's lotusvoeten die Brahmâ, S'iva en Ramâdevî [Lakshmî] op hun hoofden nemen om de zonden te verdrijven.
O meisjes, heilig de stofdeeltjes van Govinda's lotusvoeten die door Brahmâ, S'iva en Ramâdevi [Lakshmî] op hun hoofden worden genomen om de zonden te verdrijven. (Vedabase)
Voor ons zijn deze voetafdrukken meer verontrustend want wie van ons gopî's werd er nou apart genomen om in afzondering van Acyuta's lippen te genieten? Kijk, hier kunnen we haar voeten niet meer zien, de grashalmen en twijgjes hebben zeker de zolen van haar tere voeten pijn gedaan zodat Haar geliefde Zijn lieveling heeft opgetild.
Voor ons zijn deze voetafdrukken meer verontrustend want wie van ons gopî's werd nou alleen apart genomen, om in afzondering van Acyuta's lippen te genieten? Kijk, hier kunnen we haar voeten niet meer zien, de grashalmen en twijgjes hebben zeker de zolen van haar tere voeten pijn gedaan zodat Haar geliefde Zijn lieveling heeft opgetild. (Vedabase)
Zijn liefje dragend gingen de voetafdrukken veel dieper, kijk toch eens o gopî's, hoe, gebukt onder het gewicht, ons zo intelligente voorwerp van verlangen Krishna Zijn vriendin hier neer heeft gezet om wat bloemen te plukken.
Zijn gezellin dragend gingen de voetafdrukken veel dieper, kijk toch eens o gopî's, hoe, gebukt onder het gewicht, ons zo intelligente voorwerp van verlangen Krishna Zijn vriendin hier neer heeft gezet om wat bloemen te plukken. (Vedabase)
En zie deze halve voetafdrukken hier; om bloemen de verzamelen voor Zijn Beminde Liefje maakte de Geliefde deze afdruk met het op Zijn tenen staan.
En zie deze halve voetafdrukken hier; om bloemen de verzamelen voor Zijn Geliefde Liefje maakte de Geliefde deze afdruk met het op Zijn tenen staan. (Vedabase)
En om verder Haar haar te schikken ging de Liefdevolle met Zijn smachtende meisje om precies te zijn hier neerzitten om voor Zijn Geliefde met die bloemen een krans te maken.'
En om verder de opmaak van Haar haar te schikken ging de Liefdevolle met Zijn smachtende meisje wel zeker hier precies neerzitten om voor Zijn Geliefde met hen een krans te maken.' (Vedabase)
[S'rî S'uka zei:] Hij, hoewel Hij in de Ziel volmaakt tevreden was en in Zichzelf volkomen, had een goede tijd met Haar en demonstreerde daarmee de gevallen staat kenmerkend voor verliefde mensen, alsmede het op zichzelf gerichtte van het vrouwlijke ervan.
Hij, hoewel bij de Ziel volmaakt tevreden en in Zichzelf volkomen, had Zichzelf met Haar vermaakt waarmee Hij de gevallen staat van verliefde mensen liet zien als ook het op zichzelf gerichtte van het vrouwlijke ervan. (Vedabase)
Op deze manier aldus blijk gevend voor welke gopî Krishna de andere vrouwen, de gopî's die helemaal verdwaasd ronddoolden in het bos, had verlaten, dacht Zij daarvan van Zichzelf: 'Met Mij als de beste van alle vrouwen, heeft Hij, de gopî's afwijzend die zich laten leiden door lust, Mij aanvaard als Zijn Geliefde!'
Op deze manier aldus [voor Haar] blijk gevend voor welke gopî Krishna de andere vrouwen, de gopî's die helemaal verdwaasd ronddoolden in het bos, had verlaten, dacht ook Zij toen van Zichzelf: 'Met Mij als de beste van alle vrouwen, heeft Hij, de gopî's afwijzend die zich laten leiden door lust, Mij aanvaard als Zijn Geliefde!' (Vedabase)
Op weg toen naar die plek in het bos zei Zij, trots rakend, tot Krishna: 'Ik kan niet meer verder gaan, draag Me alsJeblieft waarheen Je maar wilt'.
Op weg toen naar die plek in het bos zei Zij, trots rakend, tot Krishna: 'Ik kan niet meer verder gaan, draag Me alsJeblieft waarheen Je maar wilt'. (Vedabase)
Aldus aangesproken zei Hij tot Zijn Geliefde: 'Klim maar op Mijn rug' en met deze woorden verdween Krishna tot het grote verdriet van Zijn gezellin.
Aldus aangesproken zei Hij tot Zijn Geliefde: 'Klim maar op Mijn rug' en met deze woorden verdween Krishna tot grote smart van Zijn gezellin. (Vedabase)
'O Meester, o Minnaar, o Liefste, waar ben Je nou, waar ben Je? O met Je machtige armen, alsJeblieft Mijn vriend laat Jezelf zien aan Mij, Je treurende dienstmaagd!'
'O Meester, o Minnaar, o Liefste, waar ben Je nou, waar ben Je? O met Je machtige armen, alsJeblieft Mijn vriend laat Jezelf zien aan Mij, Je treurende dienstmaagd!' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'De gopî's die niet ver daar vandaan het spoor van de Opperheer volgden ontdekten hun ongelukkige vriendin in staat van verbijstering over het feit dat Ze was gescheiden van Haar Geliefde.
S'rî S'uka zei: 'De gopî's niet ver daar vandaan het spoor van de Opperheer natrekkend ontdekten hun ongelukkige vriendin verbijsterd over het feit dat ze was gescheiden van Haar Geliefde. (Vedabase)
Tot hun opperste verbazing hoorden ze Haar zeggen dat Ze Mâdhava's respect had verworven maar dat Hij ook als gevolg van de houding die Ze aannam Haar had laten zitten.
Tot hun opperste verbazing hoorden ze Haar zeggen dat Ze Mâdhava's respect had gekregen maar dat Hij ook als gevolg van de houding die ze aannam Haar had laten zitten. (Vedabase)
Ze gingen daarop voor zover het licht van de maan dat toestond het woud in, maar toen ze zichzelf in het duister zagen belanden zagen de vrouwen er van af.
Zij toen gingen voor zover het licht van de maan dat toestond het woud in, maar toen ze zichzelf in het duister zagen belanden zagen de vrouwen er van af. (Vedabase)
In Hem opgegaan, Hem besprekend, Hem naspelend en vervuld van Zijn aanwezigheid eenvoudig Zijn kwaliteiten bezingend, herinnerden ze zich niet langer hun huishoudens [zie ook 7.5: 23-24].
In Hem opgegaan, Hem besprekend, Hem naspelend en vervuld van Zijn aanwezigheid eenvoudig Zijn kwaliteiten bezingend, herinnerden ze zich niet langer hun huishoudens [zie ook 7.5: 23-24]. (Vedabase)
Terugkerend naar de oever van de Yamunâ mediteerden ze, allen samenzingend, op Krishna, terwijl ze reikhalzend Zijn aankomst afwachtten.'
Terugkerend naar de oever van de Yamunâ mediteerden ze, allen samen zingend, op Krishna, terwijl ze reikhalzend Zijn aankomst afwachtten. (Vedabase)
* In de Skanda Purâna vindt men een verklaring van deze [in totaal negentien] merktekens: 'Onderaan bij Zijn grote teen op de rechtervoet, draagt de Ongeboren Heer het merkteken van de schijf, welke de zes [mentale] vijanden de pas afsnijdt. Onder aan zijn middelteen van diezelfde voet heeft Heer Acyuta een lotusbloem, welke het verlangen naar Hem doet toenemen in de geesten van de bij-achtige toegewijden die op Zijn voeten mediteren. Onderaan Zijn kleine teen is er een bliksemschicht, die de bergen van terugslagen van zonden in het verleden van de toegewijden vernietigt, en midden op Zijn hiel treft men het merkteken van de olifantendrijfstok aan, welke de olifanten van de geesten van de toegewijden onder controle brengt. Het kootje van zijn rechter grote teen draagt het kenmerk van de korenaar, die allerhande genietbare weelde vertegenwoordigt. Een bliksemschicht wordt aangetroffen aan de rechter kant van Zijn rechtervoet, en een olifantendrijfstok daaronder.' zie de Vedabase van 10.30: 25 voor verdere informatie.
![]()
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie de
S'rîmad
Bhâgavatam linkspagina.
Het eerste schilderij is getiteld: 'The Gopis Search for Krishna'
(detail),
folio 4 from the Krishna Lila. Jodhpur, ca. 1765 © Mehrangarh
Museum Trust
Het tweede schilderij is een Kangra uit de Punjab Hills (India). 1775
- 1784 India.
Bron:
© Victoria &Albert Museum.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.