Canto
9
Hoofdstuk 14: Koning Purûravâ in de Ban van Urvas'î
(1) S'rî S'uka zei: 'En verneem nu hierna [na de verhalen over de dynastie van de zonnegod], o Koning, over de dynastie van de maangod, want, om te luisteren naar de louterende beschrijvingen van de koningen met Aila [of Purûravâ] voorop van die dynastie, is een zegenrijk iets. (2) Van de Allerhoogste Geest die duizenden hoofden heeft, Dhâtu [het 'oorspronkelijke element' of Heer Brahmâ], hij die was verschenen op de lotus die voortkwam uit het meer van de navel [van Vishnu], was er een zoon genaamd Atri met dezelfde kwaliteiten als zijn vader. (3) Vanuit zijn vreugdetranen werd een zoon geboren [zie ook 4.1: 15]: Soma, de god van de maan met zijn nectargelijke stralen die daadwerkelijk door Brahmâ was aangesteld als het heersende gezag over de geleerden, de medicinale kruiden en de hemellichten [zie ook B.G. 10: 21 en 6.6: 23]. (4) Hij, na de drie werelden te hebben veroverd, voerde een râjasûya-offer uit en ontvoerde in zijn arrogantie met geweld de vrouw van Brihaspati genaamd Târâ. (5) Toen de geestelijk leraar der godvruchtigen bij herhaling om haar verzocht liet hij in zijn lust haar niet gaan en brak er om die reden een strijd uit tussen de Sura's en de Dânava's. (6) Vanwege de vijandigheid van S'ukra ['zaad', de geestelijk leraar van de Asura's] jegens Brihaspati koos S'ukra met de Asura's de kant van de maangod, maar S'iva met de angstaanjagenden en spookachtigen die hem volgen koos vervuld van genegenheid voor [Brihaspati,] de zoon van zijn goeroe [die Angirâ was uit wie hij lering trok]. (7) De grote Indra nagevolgd door al de verschillende halfgoden sloot zich aan bij de geestelijk leraar [Brihaspati] en de strijd die alzo enkel en alleen om Târâ uitbrak eiste van sura en asura een hoge tol. (8) De beweger van het Universum, Heer Brahmâ, die hier volledig van op de hoogte was gesteld door Angirâ gaf Soma een zware uitbrander en overhandigde Târâ aan haar echtgenoot die ontdekte dat ze zwanger was.
(9) [Brihaspati zei tot haar:] 'Jij dwaze vrouw, breng meteen, breng onmiddellijk dat kind ter wereld uit die baarmoeder die voor mij was gereserveerd; hoewel bevrucht door een ander zal ik jou, ontrouw als je bent, niet op de brandstapel zetten omdat je een vrouw was die smachtte naar een kind.'
(10) Târâ diep beschaamd bracht een kind ter wereld dat een gloed had als van goud, hetgeen Brihaspati en Soma deed begeren naar het kind. (11) 'Het is van mij, niet van jou!' riepen ze over en weer elkaar bevechtend om het kind, maar toen al de geheiligden en goden vragen begonnen te stellen kon Târâ er in haar schaamte niets over vertellen.
(12) Het kind zei kwaad geworden op zijn moeder: 'Wat heeft die schaamte nu voor nut, waarom spreekt u zich niet uit en houdt u het geheim; zeg me nu direct wat voor vergissing u begaan hebt!'
(13) Haar gerust stellend nam Heer Brahmâ haar apart en verzocht hij haar om nadere uitleg waarop ze schoorvoetend toegaf: 'Dit kind behoort Soma toe'. Meteen nam Soma het toen onder zijn hoede. (14) Omdat het zo diep intelligent was verkeerde de god van de maan in opperste verrukking dat hij zo'n zoon had gekregen en vereerde Heer Brahmâ het met de naam Budha. (15-16) Van hem werd, zoals ik al zei [in 9.1], uit Ilâ [de voormalige Sudyumna] Purûravâ geboren. Toen Urvas'î [zie ook 9.13: 6] aan Indra's hof Nârada hoorde spreken over zijn schoonheid, kwaliteiten, grootmoedigheid, gedrag, weelde en macht zocht de devî hem op en werd ze getroffen door de pijlen van Cupido. (17-18) Van de vervloekingen van Mitra en Varuna had de vrouw een aantal menselijke gewoonten overgehouden en zocht ze, toen ze zag hoe de beste der mannen zo mooi was als Cupido, geduldig en bedeesd zijn gezelschap. Toen hij, de koning, de goddelijke dame ontwaarde, richtte hij zich enthousiast tot haar met lieve woorden, stralende ogen en zijn haren overeind van verrukking. (19) De achtenswaardige koning zei: 'Weest welkom o schoonste der schonen, neem alsjeblieft plaats, wat kan ik voor je betekenen? Hou me gezelschap en deel voor vele, vele jaren mijn bed!'
(20) Urvas'î zei: 'Welke vrouw zou zich niet aangetrokken voelen met de gedachte aan en aanblik van u, o schone man, en er van afzien de lust en liefde aan uw borst te genieten? [zie ook 7.9: 45] (21) Deze twee lammetjes, o Koning, zijn ten val gekomen en hebben behoefte aan uw bescherming, o achtenswaardige gastheer; in het gezelschap van een superieure echtgenoot zo zegt men kan een vrouw de seksuele vereniging genieten. (22) Dat wat met ghee bereid is, o held van mij, zal mijn voedsel zijn en ik wil u op geen enkel ander ogenblik naakt zien dan tijdens de geslachtsgemeenschap.' 'En zo zal het dan zijn' beloofde de grote ziel. (23) 'Zie toch hoe mooi je bent en wat een houding je hebt, niemand op deze aarde is zo aantrekkelijk, wie kan er nu zo'n godin weerstaan die in eigen persoon is nedergedaald tussen de menselijke wezens!'
(24) Met haar genoot hij, de beste onder de mensen, wat er naar zijn zin maar te genieten viel in de meest uitgelezen plaatsen en lusthoven als Caitraratha [zie ook 5.16: 13-14]. (25) Verguld met haar en immer meer opgewonden door de geur van haar prachtige gezicht, genoot hij er iedere dag van om voor een lange tijd het leven met haar te delen, dat godsgeschenk dat zo zoet was als de saffraan van een lotus. (26) Urvas'î niet meer ziend zei Indra tot de zangers van de hemel: 'Zonder mijn Urvas'î is mijn verblijf niet meer wat het was'.
(27) Dus kwamen ze in het holst van de nacht, toen alles in duisternis was gehuld, om Urvas'î's twee lammetjes weg te stelen die zij als de vrouw van de koning hem had toevertrouwd. (28) Toen zij hen, die zij als haar zoons behandelde, hoorde schreeuwen toen ze werden meegenomen zei ze: 'Het is gedaan met me, met zo een slechte eunuch van een echtgenoot die zichzelf voor een held houdt! (29) Op hem vetrouwend, heb ik nu dankzij hem die gedurende de dag een kerel is maar 's nachts als een vrouw wegkruipt uit angst voor plunderaars, mijn twee 'zoons' verloren.'
(30) Getroffen door de pijlen van haar scherpe woorden nam hij, als een opgejaagde olifant, in het donker een zwaard ter hand en ging hij woedend naakt naar buiten. (31) Zij [de Gandharva's], baadden nadat ze de lammetjes hadden teruggegeven, het hele terrein in een licht zo fel als de bliksem, zodat Urvas'î haar echtgenoot naakt kon zien terugkeren met de twee in zijn handen [en dus vertrok ze]. (32) Hij die zijn vrouw niet meer in bed aantrof, weeklaagde helemaal van streek zeer terneergeslagen in zijn gehechtheid aan haar en begon de hele aarde als een dolleman af te zoeken. (33) Hij ontdekte Urvas'î in Kurukshetra [een pelgrimsoord, zie ook B.G. 1: 1] aan de Sarasvatî met vijf metgezellen en dolgelukkig sprak Purûravâ haar één en al glimlach aan met de zachtste woorden: (34) 'Oh, mijn echtgenote, blijf, blijf, wees niet zo wreed. Je zou mij niet op hebben moeten geven omdat ik je tot dusverre niet gelukkig wist te maken. Laten we eens wat praten. (35) Dit fraaie lijf van mij, zo ver van huis meegevoerd door jou, zal ter plekke dood neervallen o devî, en de vossen en gieren zullen het verslinden als het niet je goedkeuring weg kan dragen!'
(36) Urvas'î zei: 'Wees een man, vlucht de dood niet in, laat die vossen van de zinnen je niet opvreten; je kan echt niet altijd rekenen op de vriendschap van de vrouwen die met het hart als de wolven kunnen zijn. (37) Pas er voor op, vrouwen [, als mannen hun plicht verzaken, zie B.G. 1: 40] kennen geen genade, zijn doorgewinterd, moeilijk te hanteren, wagen het te doen waar ze maar zin in hebben en halen inderdaad jou als trouwe echtgenoot en broeder naar beneden om de geringste reden zo zegt men. (38) Ze wekken [in hun tactieken] valse hoop in de niets vermoedende, keren [als ze ontevreden zijn] hun weldoeners de rug toe, willen altijd maar nieuwere en nieuwere dingen, bezwijken makkelijk voor de verleiding en zijn [als het moet] ware kampioenen in de onafhankelijkheid. (39) Aan het einde van ieder jaar mag je goede zelf rekenen op enkel één nacht met mij, mijn echtgenoot, om de liefde te bedrijven zodat je de één na de ander kinderen op deze wereld kan zetten, mijn liefste [zie ook 6.18: 38-42].'
(40) Ziend dat Urvas'î zwanger was keerde hij naar zijn paleis terug om aan het einde van het jaar op diezelfde plek Urvas'î, de moeder van een held, weer terug te zien. (41) Met het bereiken van die omgang herenigde hij zich opgetogen met haar genietend van haar gezelschap. Toen de nacht was verstreken zei Urvas'î tot de armzalige die in de put zat bij de gedachte van haar gescheiden te zijn: (42) 'Ga en zoek je heil bij de zangers van de hemel, de Gandharva's, ze zullen je mijns gelijke bieden als je ze tevredenstelt met gebeden', en dat [agnisthâlî] meisje voortgebracht door het vuur van het offer o Koning, deed hem, door het woud lopend, denken dat ze echt was. (43) Het surrogaatmeisje opgevend [sthâlî betekent surrogaat] begon hij, teruggekeerd uit het woud, thuis de hele nacht te mediteren in de tijd dat Tretâ Yuga op het punt stond zijn aanvang te nemen en werden voor zijn geestesoog de drie [trikânda principes van de Veda's, van upâsanâ: offeren, lied en gebed; karma: vruchtdragende arbeid en jñâna: spirituele kennis] onthuld. (44-45) Op weg naar waar hij zijn sthâlî-vrouw had achtergelaten zag hij dat een As'vattha was ontsproten uit het binnenste van een s'amî boom. Van hen twee maakte hij, in zijn verlangen te geraken waar Urvas'î was, twee houtjes [om vuur te maken] en mediteerde hij, de meester van het rijk, met mantra's [*] op Urvas'î als het liggend houtje, zichzelf als het bovenste houtje en wat er tussen hen was als het kind dat hij verwekt had. (46) Uit de wrijving kwam een vuur voort, het vuur dat zo de zoon werd van de koning waarvan er de drie [jâtavedâ] bekende vormen van vedische vervulling zijn [van een leven hebben met je fysieke vader, je geestelijk leraar en met de offers die je brengt, maar ook met de drie letters AUM en de drie offervuren genaamd Âhavanîya, Gârhapatya and Dâkashinâgni]. (47) Op die manier aanbad hij, begeertig Urvas'î's plaats te bereiken, de Beheerser Aller Offers, de Hoogste Persoonlijkheid Gods voorbij aan de zinnen die de Heer is en het Reservoir van alle Halfgoden [zie ook B.G. 3: 10]. (48) Vroeger [in Satya-yuga] waren met slechts één enkele mantra, te weten het omkâra van de Pranava, alle verbale [vedische, atharva] uitingen gedekt, was Nârâyana de enige God en bestond er voor Agni voorzeker geen andere varna [klasse, kleur of roeping] dan één enkele [genaamd hamsa**]. (49) Aldus was er van Purûravâ het vedisch drietal bij de aanvang van Tretâ Yuga, o heerser der mensen; door eenvoudigweg als zijn zoon het vuur te genereren bereikte de koning de verblijfplaats van de Gandharva's.
Tweede editie, geladen 8 januari 2008
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'En verneem nu hierna [na de verhalen over de dynastie van de zonnegod], o Koning, over de dynastie van de maangod, want, om te luisteren naar de louterende beschrijvingen van de koningen met Aila [of Purûravâ] voorop van die dynastie, is een zegenrijk iets.S'rî S'uka zei: 'En verneem nu hierna [na de verhalen over de dynastie van de zonnegod], o Koning, over de dynastie van de maangod, daar dat, dat luisteren naar de louterende beschrijvingen van de koningen met Aila [of Purûravâ] voorop van die dynastie, een glorieus iets is. (Vedabase)
Van de Allerhoogste Geest die duizenden hoofden heeft, Dhâtu [het 'oorspronkelijke element' of Heer Brahmâ], hij die was verschenen op de lotus die voortkwam uit het meer van de navel [van Vishnu], was er een zoon genaamd Atri met dezelfde kwaliteiten als zijn vader.
Van de Allerhoogste Geest die duizenden hoofden heeft, Dhâtu [het 'oorspronkelijke element' of Heer Brahmâ], hij die was verschenen op de lotus die voortkwam uit het meer van de navel [van Vishnu], was er een zoon genaamd Atri met dezelfde kwaliteiten als zijn vader.(Vedabase)
Vanuit zijn vreugdetranen werd een zoon geboren [zie ook 4.1: 15]: Soma, de god van de maan met zijn nectargelijke stralen die daadwerkelijk door Brahmâ was aangesteld als het heersende gezag over de geleerden, de medicinale kruiden en de hemellichten [zie ook B.G. 10: 21 en 6.6: 23].
Vanuit zijn vreugdetranen werd een zoon geboren [zie ook 4.1: 15]: Soma, de god van de maan met zijn nectargelijke stralen die daadwerkelijk door Brahmâ was aangesteld als het heersende gezag over de geleerden, de medicinale kruiden en de hemellichten [zie ook B.G. 10.21 en 6.6: 23]. (Vedabase)
Hij, na de drie werelden te hebben veroverd, voerde een râjasûya-offer uit en ontvoerde in zijn arrogantie met geweld de vrouw van Brihaspati genaamd Târâ.
Hij, na de drie werelden te hebben veroverd, voerde een râjasûya-offer uit en ontvoerde in zijn arrogantie met geweld de vrouw van Brihaspati genaamd Târâ. (Vedabase)
Toen de geestelijk leraar der godvruchtigen bij herhaling om haar verzocht liet hij in zijn lust haar niet gaan en brak er om die reden een strijd uit tussen de Sura's en de Dânava's.
Toen de geestelijk leraar der godvruchtigen hem bij herhaling om haar verzocht liet hij in zijn lust haar niet gaan en brak er om die reden een strijd uit tussen de sura's en de dânava's. (Vedabase)
Vanwege de vijandigheid van S'ukra ['zaad', de geestelijk leraar van de Asura's] jegens Brihaspati koos S'ukra met de Asura's de kant van de maangod, maar S'iva met de angstaanjagenden en spookachtigen die hem volgen koos vervuld van genegenheid voor [Brihaspati,] de zoon van zijn goeroe [die Angirâ was uit wie hij lering trok].
Vanwege de vijandigheid van S'ukra ['zaad', de geestelijk leraar van de asura's] jegens Brihaspati koos S'ukra met de asura's de kant van de maangod, maar S'iva met de angstaanjagenden en spookachtigen die hem volgen koos vervuld van genegenheid voor [Brihaspati,] de zoon van zijn goeroe [die Angirâ was uit wie hij lering trok]. (Vedabase)
De grote Indra nagevolgd door al de verschillende halfgoden sloot zich aan bij de geestelijk leraar [Brihaspati] en de strijd die alzo enkel en alleen om Târâ uitbrak eiste van sura en asura een hoge tol.
De grote Indra nagevolgd door al de verschillende halfgoden sloot zich aan bij de geestelijk leraar [Brihaspati] en de strijd die alzo enkel en alleen om Târâ uitbrak eiste van sura en asura een hoge tol. (Vedabase)
De beweger van het Universum, Heer Brahmâ, die hier volledig van op de hoogte was gesteld door Angirâ gaf Soma een zware uitbrander en overhandigde Târâ aan haar echtgenoot die ontdekte dat ze zwanger was.
De beweger van het Universum, Heer Brahmâ, die hier volledig van op de hoogte was gesteld door Angirâ gaf Soma een zware uitbrander en overhandigde Târâ aan haar echtgenoot die ontdekte dat ze zwanger was. (Vedabase)
[Brihaspati zei tot haar:] 'Jij dwaze vrouw, breng meteen, breng onmiddellijk dat kind ter wereld uit die baarmoeder die voor mij was gereserveerd; hoewel bevrucht door een ander zal ik jou, ontrouw als je bent, niet op de brandstapel zetten omdat je een vrouw was die smachtte naar een kind.'
[Brihaspati zei tot haar:] 'Jij dwaze vrouw, breng meteen, breng onmiddellijk dat kind ter wereld uit die baarmoeder die voor mij was gereserveerd; hoewel bevrucht door een ander zal ik jou, zo ontrouw, niet op de brandstapel zetten daar je een vrouw was die smachtte naar een kind.' (Vedabase)
Târâ diep beschaamd bracht een kind ter wereld dat een gloed had als van goud, hetgeen Brihaspati en Soma deed begeren naar het kind.
Târâ diep beschaamd bracht een kind ter wereld dat een gloed had als van goud hetgeen Brihaspati en Soma werkelijk begeertig maakte naar het kind. (Vedabase)
'Het is van mij, niet van jou!' riepen ze over en weer elkaar bevechtend om het kind, maar toen al de geheiligden en goden vragen begonnen te stellen kon Târâ er in haar schaamte niets over vertellen.
Het is van mij, niet van jou!' riepen ze over en weer elkaar bevechtend om het kind terwijl Târâ al de geheiligden en goden er in haar schaamte niets van kon vertellen. (Vedabase)
Het kind zei kwaad geworden op zijn moeder: 'Wat heeft die schaamte nu voor nut, waarom spreekt u zich niet uit en houdt u het geheim; zeg me nu direct wat voor vergissing u begaan hebt!'
Het kind zei kwaad op zijn moeder: 'Wat heeft die schaamte nu voor nut, waarom spreekt u zich niet uit en houdt u het geheim; zeg me nu direkt wat voor vergissing u begaan hebt!' (Vedabase)
Haar gerust stellend nam Heer Brahmâ haar apart en verzocht hij haar om nadere uitleg waarop ze schoorvoetend toegaf: 'Dit kind behoort Soma toe'. Meteen nam Soma het toen onder zijn hoede.
Haar gerust stellend nam Heer Brahmâ haar apart en deed hij tot in detail navraag bij haar waarop ze schoorvoetend toegaf: 'Dit kind behoort Soma toe'. Meteen nam Soma het toen onder zijn hoede. (Vedabase)
Omdat het zo diep intelligent was verkeerde de god van de maan in opperste verrukking dat hij zo'n zoon had gekregen en vereerde Heer Brahmâ het met de naam Budha.
Omdat het zo diep intelligent was verkeerde de god van de maan in opperste verrukking dat hij zo'n zoon had gekregen en vereerde Heer Brahmâ het met de naam Budha. (Vedabase)
Van hem werd, zoals ik al zei [in 9.1], uit Ilâ [de voormalige Sudyumna] Purûravâ geboren. Toen Urvas'î [zie ook 9.13: 6] aan Indra's hof Nârada hoorde spreken over zijn schoonheid, kwaliteiten, grootmoedigheid, gedrag, weelde en macht zocht de devî hem op en werd ze getroffen door de pijlen van Cupido.
Van hem werd, zoals ik al zei [in 9.1], uit Ilâ [de voormalige Sudyumna] Purûravâ geboren. Toen Urvas'î [zie ook 9.13: 6] aan Indra's hof Nârada hoorde spreken over zijn schoonheid, kwaliteiten, grootmoedigheid, gedrag, weelde en macht zocht de devî hem op en werd ze getroffen door de pijlen van Cupido. (Vedabase)
Van de vervloekingen van Mitra en Varuna had de vrouw een aantal menselijke gewoonten overgehouden en zocht ze, toen ze zag hoe de beste der mannen zo mooi was als Cupido, geduldig en bedeesd zijn gezelschap. Toen hij, de koning, de goddelijke dame ontwaarde, richtte hij zich enthousiast tot haar met lieve woorden, stralende ogen en zijn haren overeind van verrukking.
Van de vervloekingen van Mitra en Varuna had de vrouw een aantal menselijke gewoonten overgehouwen en zocht ze, toen ze zag hoe de beste der mannen zo mooi was als Cupido, geduldig en bedeesd zijn gezelschap. Hij, de koning, toen hij de goddelijke dame ontwaarde richte zich enthousiast tot haar met lieve woorden, oplichtende ogen en zijn haren overeind van verrukking. (Vedabase)
De achtenswaardige koning zei: 'Weest welkom o schoonste der schonen, neem alsjeblieft plaats, wat kan ik voor je betekenen? Hou me gezelschap en deel voor vele, vele jaren mijn bed!'
De achtenswaardige koning zei: 'Weest welkom o schoonste der schonen, neem alsjeblieft plaats, wat kan ik voor je betekenen? Hou me gezelschap en deel voor vele, vele jaren mijn bed!' (Vedabase)
Urvas'î zei: 'Welke vrouw zou zich niet aangetrokken voelen met de gedachte aan en aanblik van u, o schone man, en er van afzien de lust en liefde aan uw borst te genieten? [zie ook 7.9: 45]
Urvas'î zei: 'Welke vrouw zou zich niet aangetrokken voelen tot de aanblik van en gedachte aan u, o schone man, en er van afzien de lust en liefde aan uw borst te genieten? [zie ook 7.9: 45] (Vedabase)
Deze twee lammetjes, o Koning, zijn ten val gekomen en hebben behoefte aan uw bescherming, o achtenswaardige gastheer; in het gezelschap van een superieure echtgenoot zo zegt men kan een vrouw de seksuele vereniging genieten.
Deze twee lammetjes, o Koning, zijn ten val gekomen en hebben behoefte aan uw bescherming, o achtenswaardige gastheer; in het gezelschap van een superieure echtgenoot zo zegt men kan een vrouw de sexuele vereniging genieten. (Vedabase)
Dat wat met ghee bereid is, o held van mij, zal mijn voedsel zijn en ik wil u op geen enkel ander ogenblik naakt zien dan tijdens de geslachtsgemeenschap.' 'En zo zal het dan zijn' beloofde de grote ziel.
Dat wat met ghee bereid is, o held van mij, zal mijn voedsel zijn en ik wil u op geen enkel ander ogenblik naakt zien dan tijdens de geslachtsgemeenschap.' 'En zo zal het dan zijn' beloofde de grote ziel. (Vedabase)
'Zie toch hoe mooi je bent en wat een houding je hebt, niemand op deze aarde is zo aantrekkelijk, wie kan er nu zo'n godin weerstaan die in eigen persoon is nedergedaald tussen de menselijke wezens!'
'Zie toch hoe mooi je bent en wat een houding je hebt, niemand op deze aarde is zo aantrekkelijk, wie kan er nu zo'n godin weerstaan die in eigen persoon is nedergedaald tussen de menselijke wezens!' (Vedabase)
Met haar genoot hij, de beste onder de mensen, wat er naar zijn zin maar te genieten viel in de meest uitgelezen plaatsen en lusthoven als Caitraratha [zie ook 5.16: 13-14].
Met haar genoot hij, de beste onder de mannen, wat er naar zijn zin maar te genieten viel in de meest uitgelezen plaatsen en lusthoven als Caitraratha [zie ook 5.16: 13-14]. (Vedabase)
Verguld met haar en immer meer opgewonden door de geur van haar prachtige gezicht, genoot hij er iedere dag van om voor een lange tijd het leven met haar te delen, dat godsgeschenk dat zo zoet was als de saffraan van een lotus.
Verguld met haar en immer meer opgewonden door de geur van haar prachtige gezicht, genoot hij dag na dag voor een lange tijd van het leven met haar, dat godsgeschenk zo zoet als de saffraan van een lotus. (Vedabase)
Urvas'î niet meer ziend zei Indra tot de zangers van de hemel: 'Zonder mijn Urvas'î is mijn verblijf niet meer wat het was'.
Urvas'î niet meer ziend zei Indra tot de zangers van de hemel: 'Zonder mijn Urvas'î is mijn verblijf niet meer wat het was'. (Vedabase)
Dus kwamen ze in het holst van de nacht, toen alles in duisternis was gehuld, om Urvas'î's twee lammetjes weg te stelen die zij als de vrouw van de koning hem had toevertrouwd.
Dus kwamen ze in het holst van de nacht, toen alles in duisternis was gehuld, om Urvas'î's twee lammetjes weg te stelen die zij als de koning zijn echtgenote hem had toevertrouwd. (Vedabase)
Toen zij hen, die zij als haar zoons behandelde, hoorde schreeuwen toen ze werden meegenomen zei ze: 'Het is gedaan met me, met zo een slechte eunuch van een echtgenoot die zichzelf voor een held houdt!
Toen hij hen, die zij als haar zoons behandelde, hoorde schreeuwen toen ze werden meegenomen zei ze: 'Het is gedaan met me, met zo een slechte eunuch van een echtgenoot die zichzelf voor een held houdt! (Vedabase)
Op hem vetrouwend, heb ik nu dankzij hem die gedurende de dag een kerel is maar 's nachts als een vrouw wegkruipt uit angst voor plunderaars, mijn twee 'zoons' verloren.'
Nu heb ik, me op hem verlatend, dankzij hem die gedurende de dag een kerel is maar 's nachts er bij neerligt als een vrouw bang voor plunderaars, mijn twee 'zoons' verloren.' (Vedabase)
Getroffen door de pijlen van haar scherpe woorden nam hij, als een opgejaagde olifant, in het donker een zwaard ter hand en ging hij woedend naakt naar buiten.
Getroffen door de pijlen van haar scherpe woorden nam hij, als een opgejaagde olifant, in het donker een zwaard ter hand en ging hij woedend naakt naar buiten. (Vedabase)
Zij [de Gandharva's], baadden nadat ze de lammetjes hadden teruggegeven, het hele terrein in een licht zo fel als de bliksem, zodat Urvas'î haar echtgenoot naakt kon zien terugkeren met de twee in zijn handen [en dus vertrok ze].
Zij [de gandharva's], zetten nadat ze de lammetjes hadden teruggegeven, het hele terrein in een licht zo fel als de bliksem, zodat Urvas'î haar echtgenoot naakt kon zien toen hij met de twee in zijn handen terugkeerde [en dus vertrok ze]. (Vedabase)
Hij die zijn vrouw niet meer in bed aantrof, weeklaagde helemaal van streek zeer terneergeslagen in zijn gehechtheid aan haar en begon de hele aarde als een dolleman af te zoeken.
Hij die zijn vrouw niet meer in bed aantrof, weeklaagde helemaal van streek zeer terneer geslagen in zijn gehechtheid aan haar en begon de hele aarde als een dolleman af te zoeken. (Vedabase)
Hij ontdekte Urvas'î in Kurukshetra [een pelgrimsoord, zie ook B.G. 1: 1] aan de Sarasvatî met vijf metgezellen en dolgelukkig sprak Purûravâ haar één en al glimlach aan met de zachtste woorden:
Hij ontdekte Urvas'î in Kurukshetra [een pelgrimsoord, zie ook B.G. 1: 1] aan de Sarasvatî met vijf metgezellen en dolgelukkig sprak Purûravâ haar één en al glimlach aan met de zachtste woorden: (Vedabase)
'Oh, mijn echtgenote, blijf, blijf, wees niet zo wreed. Je zou mij niet op hebben moeten geven omdat ik je tot dusverre niet gelukkig wist te maken. Laten we eens wat praten.
'Oh, mijn echtgenote, blijf, blijf, wees niet zo wreed. Je zou mij niet op hebben moeten geven omdat ik je dusverre niet gelukkig wist te maken. Laten we eens wat praten. (Vedabase)
Dit fraaie lijf van mij, zo ver van huis meegevoerd door jou, zal ter plekke dood neervallen o devî, en de vossen en gieren zullen het verslinden als het niet je goedkeuring weg kan dragen!'
Dit fraaie lijf van mij, zo ver van huis meegevoerd door jou, zal ter plekke dood ter aarde storten o devî, en de vossen en gieren zullen het verslinden als het niet je goedkeuring weg kan dragen!' (Vedabase)
Urvas'î zei: 'Wees een man, vlucht de dood niet in, laat die vossen van de zinnen je niet opvreten; je kan echt niet altijd rekenen op de vriendschap van de vrouwen die met het hart als de wolven kunnen zijn.
Urvas'î zei: 'Wees een man, vlucht de dood niet in, laat die vossen van de zinnen je niet opvreten; reken niet op enige vriendschap van het hart van de vrouwen die als vossen [kunnen] zijn. (Vedabase)
Pas er voor op, vrouwen [, als mannen hun plicht verzaken, zie B.G. 1: 40] kennen geen genade, zijn doorgewinterd, moeilijk te hanteren, wagen het te doen waar ze maar zin in hebben en halen inderdaad jou als trouwe echtgenoot en broeder naar beneden om de geringste reden zo zegt men.
Let wel, vrouwen [als mannen hun plicht verzaken, zie B.G. 1: 40] kennen geen genade, zijn doorgewinterd en moeilijk te hanteren, ze wagen het te doen waar ze maar zin in hebben en halen inderdaad jou als trouwe echtgenoot en broeder naar beneden om de geringste reden zo zegt men.(Vedabase)
Ze wekken [in hun tactieken] valse hoop in de niets vermoedende, keren [als ze ontevreden zijn] hun weldoeners de rug toe, willen altijd maar nieuwere en nieuwere dingen, bezwijken makkelijk voor de verleiding en zijn [als het moet] ware kampioenen in de onafhankelijkheid.
Ze wekken valse hoop in de niets vermoedende, keren hun weldoeners de rug toe, willen altijd maar nieuwere en nieuwere dingen, bezwijken makkelijk voor de verleiding en zijn ware kampioenen in de onafhankelijkheid. (Vedabase)
Aan het einde van ieder jaar mag je goede zelf rekenen op enkel één nacht met mij, mijn echtgenoot, om de liefde te bedrijven zodat je de één na de ander kinderen op deze wereld kan zetten, mijn liefste [zie ook 6.18: 38-42].'
Aan het einde van ieder jaar mag je goede zelf rekenen op enkel één nacht met mij, mijn echtgenoot, om de liefde te bedrijven zodat je de één na de ander kinderen op deze wereld kan zetten, mijn liefste [zie ook 6.18: 38-42].' (Vedabase)
Ziend dat Urvas'î zwanger was keerde hij naar zijn paleis terug om aan het einde van het jaar op diezelfde plek Urvas'î, de moeder van een held, weer terug te zien.
Ziend dat Urvas'î zwanger was keerde hij naar zijn paleis terug om aan het einde van het jaar op diezelfde plek Urvas'î, de moeder van een held, weer terug te zien. (Vedabase)
Met het bereiken van die omgang herenigde hij zich opgetogen met haar genietend van haar gezelschap. Toen de nacht was verstreken zei Urvas'î tot de armzalige die in de put zat bij de gedachte van haar gescheiden te zijn:
Met het bereiken van die omgang herenigde hij zich opgetogen met haar genietend van haar gezelschap. Toen de nacht was verstreken zei Urvas'î tot de armzalige die in de put zat bij de gedachte van haar gescheiden te zijn: (Vedabase)
'Ga en zoek je heil bij de zangers van de hemel, de Gandharva's, ze zullen je mijns gelijke bieden als je ze tevredenstelt met gebeden', en dat [agnisthâlî] meisje voortgebracht door het vuur van het offer o Koning, deed hem, door het woud lopend, denken dat ze echt was.
'Ga en zoek je heil bij de zangers van de hemel, de gandharva's, ze zullen je mijns gelijke bieden als je ze tevreden stelt met gebeden', en dat [agnisthâlî] meisje voortgebracht door het vuur van het offer o Koning, deed hem, door het woud lopend, denken dat ze echt was. (Vedabase)
Het surrogaatmeisje opgevend [sthâlî betekent surrogaat] begon hij, teruggekeerd uit het woud, thuis de hele nacht te mediteren in de tijd dat Tretâ Yuga op het punt stond zijn aanvang te nemen en werden voor zijn geestesoog de drie [trikânda principes van de Veda's, van upâsanâ: offeren, lied en gebed; karma: vruchtdragende arbeid en jñâna: spirituele kennis] onthuld.
Het surrogaatmeisje opgevend [sthâlî betekent surrogaat] begon hij, teruggekeerd uit het woud, thuis de hele nacht te mediteren in de tijd dat Tretâ Yuga op het punt stond zijn aanvang te nemen en werden voor zijn geestesoog de drie [tri-kânda principes van de Veda's, van upâsanâ: offeren, lied en gebed; karma: vruchtdragende arbeid en jnâna: spirituele kennis] onthuld. (Vedabase)
Op weg naar waar hij zijn sthâlî-vrouw had achtergelaten zag hij dat een As'vattha was ontsproten uit het binnenste van een s'amî boom. Van hen twee maakte hij, in zijn verlangen te geraken waar Urvas'î was, twee houtjes [om vuur te maken] en mediteerde hij, de meester van het rijk, met mantra's [*] op Urvas'î als het liggend houtje, zichzelf als het bovenste houtje en wat er tussen hen was als het kind dat hij verwekt had.
Op weg naar waar hij zijn sthâlî-vrouw had achtergelaten zag hij dat een Asvattha was ontsproten uit het binnenste van een s'amî boom. Van hen twee maakte hij, in zijn verlangen te geraken waar Urvas'î was, twee houtjes [om vuur te maken] en mediteerde hij, de meester van het rijk, met mantra's [*] op Urvas'î als het liggend houtje, zichzelf als het bovenste houtje en wat er tussen hen was als het kind dat hij verwekt had. (Vedabase)
Uit de wrijving kwam een vuur voort, het vuur dat zo de zoon werd van de koning waarvan er de drie [jâtavedâ] bekende vormen van vedische vervulling zijn [van een leven hebben met je fysieke vader, je geestelijk leraar en met de offers die je brengt, maar ook met de drie letters AUM en de drie offervuren genaamd Âhavanîya, Gârhapatya and Dâkashinâgni].
Uit de wrijving kwam een vuur voort om vedisch de drie principes te genieten waarvan door de koning een zoon van drie letters [AUM] bleek te zijn geboren [zie B.G. 9: 17, 8: 13 en 17: 24]. (Vedabase)
Op die manier aanbad hij, begeertig Urvas'î's plaats te bereiken, de Beheerser Aller Offers, de Hoogste Persoonlijkheid Gods voorbij aan de zinnen die de Heer is en het Reservoir van alle Halfgoden [zie ook B.G. 3: 10].
Op die manier aanbad hij, begeertig Urvas'î's plaats te bereiken, de Beheerser Aller Offers, de Hoogste Persoonlijkheid Gods voorbij aan de zinnen die de Heer is en het Reservoir van alle Halfgoden [zie ook B.G. 3:10]. (Vedabase)
Vroeger [in Satya-yuga] waren met slechts één enkele mantra, te weten het omkâra van de Pranava, alle verbale [vedische, atharva] uitingen gedekt, was Nârâyana de enige God en bestond er voor Agni voorzeker geen andere varna [klasse, kleur of roeping] dan één enkele [genaamd hamsa**].
Vroeger inderdaad waren met slechts één enkele mantra, te weten het omkâra van de pranava, alle verbale [vedische, atharva] uitingen gedekt, was Nârâyana de enige God en bestond er voor Agni voorzeker geen andere varna [klasse, kleur of roeping] dan één enkele [genaamd hams'a **]. (Vedabase)
Aldus was er van Purûravâ het vedisch drietal bij de aanvang van Tretâ Yuga, o heerser der mensen; door eenvoudigweg als zijn zoon het vuur te genereren bereikte de koning de verblijfplaats van de Gandharva's.
Aldus was er van Purûravâ het vedisch drietal bij de aanvang van Tretâ Yuga, o heerser der mensen; door eenvoudigweg als zijn zoon het vuur te genereren bereikte de koning de verblijfplaats van de gandharva's. (Vedabase)
* In deze samenhang is sprake van de mantra's: 's'amî-garbhâd agnim mantha' 'van binnen de s'amî wordt het vuur opgewekt' en 'urvas'yâm urasi purûravâh': 'door Urvas'î het beste van Purûravâ'.** In Satya-yuga, werd Heer Nârâyana aanbeden middels meditatie (krite yad dhyayâto vishnum): iedereen mediteerde en behaalde succes zich bezinnend op Heer Vishnu, Nârâyana. In de volgende yuga, Tretâ-yuga, nam het uitvoeren van offerplechtigheden zijn aanvang (tretâyâm yajato mukhaih). In Dvâpara-yuga wordt de Heer aanbeden als een koning, terwijl in Kali-yuga de Heer er is als Zijn eigen toegewijde [een bedekte of channa-avatâra] om leiding te geven in toewijding.
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Het schilderij van Urvas'i is van Raja
Ravi Varma.
Bron.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd