
Canto
6
Hoofdstuk 18: Diti doet een Gelofte om Koning Indra te Doden
(1) S'rî S'uka zei: 'Van Pris'ni, de vrouw van Savitâ [de vijfde van de twaalf zoons van Aditi] waren er toen [de drie dochters] Sâvitrî, Vyâhriti en Trayî en [uit hen werden geboren de zoons] Agnihotra, Pas'u, Soma, Câturmâsya en de vijf Mahâyajñas. (2) Siddhi, de echtgenote van Bhaga [de zesde zoon van de twaalf zoons van Aditi], mijn beste Koning, gaf geboorte aan [de zoons] Mahimâ, Vibhu en Prabhu en aan Âs'î, een zeer mooie en deugdzame dochter. (3-4) Uit Dhâtâ [de zevende zoon van Aditi] zijn vrouwen Kuhû, Sinîvâlî, Râkâ en Anumati kwamen respectievelijk [de zoons] Sâyam, Dars'a, Prâtah en Pûrnamâsa ter wereld. De vuurgoden genaamd de Purîshya's werden uit Kriyâ verwekt door de volgende zoon [van Aditi: Vidhâtâ] en Carsanî van Varuna [de negende zoon van Aditi] was degene uit wie Bhrigu opnieuw geboorte nam. (5) Vâlmîki, de grote yogi werd [uit het zaad van Varuna] geboren uit een mierenheuvel [vandaar zijn naam] en inderdaad waren de twee wijzen Âgastya en Vasishthha [als hun gemeenschappelijke zoons] er ook uit Mitra [de tiende zoon] en Varuna. (6) Van het verkeren in de aanwezigheid van Urvas'î werd [door Mitra en Varuna] zaad geloosd in een aarden pot [en uit dat zaad werden de twee wijzen als gemeenschappelijke zoons geboren]. In Revatî verwekte Mitra [de drie zoons] Utsarga, Arishtha en Pippala. (7) In Paulomî [of S'acîdevî] naar wij vernomen mijn beste, verwekte heer Indra drie zoons Jayanta, Rishabha en Mîdhusha als de derde. (8) Van [de twaalfde zoon] Urukrama [of Vâmana], de Heer die vanuit Zijn innerlijk vermogen in de vorm van een dwerg was verschenen, werd uit Zijn vrouw Kîrti de zoon Brihats'loka geboren uit wie er met Saubhaga voorop nog vele anderen waren. (9) De handelingen, kwaliteiten en het vermogen van deze grote ziel en hoe Hij uit Aditi daadwerkelijk nederdaalde als de zoon van Kas'yapa, zal ik later beschrijven.
(10) Nu zal ik u vertellen over hoe uit Diti er de [demonische] zoons geboren uit het zaad van Kas'yapa [zie 3.14] waren, alsook de [latere familieleden, de] grote en rijk gezegende toegewijde Prahlâda en ook Bali Mahârâja [die door Vâmana werd verslagen]. (11) De twee zoons van Diti die konden rekenen op de aanbidding van de daitya's en de dânava's stonden bekend onder de namen Hiranyakas'ipu en Hiranyâksha. (12-13) De vrouw van Hiranyakas'ipu genaamd Kayâdhu, was een dochter geboren uit Jambha en een nazaat van Danu. Zij schonk vier zoons het leven met Samhlâda als de eerste waarna Anuhlâda, Hlâda en Prahlâda er kwamen en een zuster genaamd Simhikâ die van Vipracit Râhu kreeg. (14) Zijn [Râhu's] hoofd werd door Heer Hari met de werpschijf van de romp gescheiden toen hij [met de halfgoden] dronk van de nectar. Kriti, de echtgenote van Samhlâda, gaf van hem geboorte aan [de zoon] Pañcajana. (15) Dhamani, de vrouw van Hlâda, bracht [de zoons] Vâtâpi en Ilvala ter wereld. De laatstgenoemde werd [in de gedaante van een ram] door Vâtâpi gekookt toen Âgastya als haar gast bij haar op bezoek kwam. (16) Van Anuhlâda's vrouw Sûryâ waren er [de twee zoons] Bâshkala en Mahisha. Virocana was ontwijfelbaar [de zoon] van Prahlâda en van zijn echtgenote was er Bali. (17) Met Bâna als zijn oudste verwekte hij [Bali] bij As'anâ een honderdtal zoons; ik ben van zins het loffelijke van zijn karakter op een later tijdstip te bespreken. (18) Bâna die Heer S'iva vereerde werd door hem bevorderd tot het niveau van zijn belangrijkste naaste metgezellen, en om die reden beschermt de grote Heer tot op de dag van vandaag nog zijn hoofdstad. (19) De negenenveertig Maruts, eveneens zonen van Diti, hadden zelf geen zoons en werden door Indra allen verheven tot de positie van halfgoden.'
(20) De koning zei: 'Waarom o goeroe, gaven zij de atheïstische mentaliteit op waarmee ze werden geboren; gingen ze dermate heilig te werk dat ze door Indra daarvan werden veranderd in halfgoden? (21) O brahmaan, deze wijzen met mij tezamen verlangen er allen naar erachter te komen hoe het hiermee zit o grootheid, leg het alstublieft daarom aan ons uit'."
(22) S'rî Sûta zei: "Die woorden van respect horend van de dienaar van Vishnu prees hij, de zoon van Vyâsa, zeer verheugd over de waarde ervan hem kort en gaf hij antwoord, o S'aunaka. (23) S'rî S'uka zei: 'Diti, wiens zoons werden gedood door Heer Vishnu in het bijstaan van Indra, was overmand door woede en dacht, verduisterd door het leed: (24) 'Wanneer zal ik, met de harteloze, wrede en zondige doder van deze op plezier beluste zoons, die [Vishnu] er toe aanzetten een einde te maken aan hun levens, genoegdoening krijgen? (25) Als iemand, aangewezen als de koning, met zijn lichaam, dat onvermijdelijk zal eindigen met de wormen, als uitwerpselen of als as, desalniettemin anderen leed berokkent in het najagen van het eigen geluk, is men dan wel van ware kennis? Wacht zo iemand niet de straf van de hel? (26) Hij, die denkt dat dit [materiële omhulsel] het eeuwige leven heeft, is zijn verstand kwijt; kan ik rekenen op een zoon van mezelf die deze waanzin van Indra zal bestrijden?' (27-28) Zij [Diti] was toen, vol van dat voornemen, voortdurend met allerlei soorten van gepaai vol liefde en nederigheid, zelfbeperking en grote toewijding, o Koning, haar echtgenoot [Kas'yapa] van dienst, wiens geest zij, wel bekend met zijn aard, met bekoorlijke lieve woorden, glimlachen en steelse blikken in haar macht wist te krijgen. (29) Hoewel een zeer bedreven en geleerd deskundige raakte hij aldus door de vrouw bekoord en gaf hij, in haar greep verkerend, derhalve toe aan haar verlangens; iets wat in het geheel niet verrassend is in relatie tot een vrouw. (30) Toen God de Vader in het begin van de schepping de levende wezens onthecht zag, schiep hij de vrouw als de andere helft van zijn lichaam en door haar wordt de mannelijke geest op hol gebracht. (31) Aldus op zijn wenken bediend, o mijn beste, was de machtige Kas'yapa zeer tevreden met de glimlachende vrouw waarop hij vol waardering tot Diti sprak.
(32) Kas'yapa zei: 'Vraag me om welke gunst dan ook, o mijn schoonheid, daar ik, o onberispelijke dame, zeer tevreden over je ben; wat zou er voor een vrouw vol verlangen moeilijk voor elkaar te krijgen zijn als haar echtgenoot het naar de zin heeft? (33-34) De echtgenoot wordt beschouwd als zijnde de verheven godheid waar de vrouw op kan rekenen omdat, in het hart van allen, zich Vâsudeva als de echtgenoot van de Godin van het Geluk ophoudt. Hij, begrepen middels de verschillende gedaanten en namen van de verschillende godheden, wordt als zijnde de Allerhoogste Heer door de mannen aanbeden, alsook door de vrouwen in de vorm van hun echtgenoot [zie ook B.G. 9: 23]. (35) Om die reden hebben gewetensvolle vrouwen achting voor hun echtgenoten, o volslanke dame; en als de echtgenoot van aanbidding en toewijding is wordt hij een man van beheersing die de Superziel vertegenwoordigt. (36) Ik, aanbeden door jou met zoveel toewijding mijn liefste, zal als zijnde zo iemand tegemoet komen aan die verlangens die voor de leugenachtigen niet realistisch zijn.'
(37) Diti zei: 'Als jij voor mij degene bent die de gunsten verleent, o brahmaan, vraag ik jou in dat geval, met mijn twee zoons dood, om een onsterfelijke zoon die in staat is Indra te doden, daar hij degene is die er verantwoordelijk voor is dat de twee ter dood werden gebracht.'
(38) Haar woorden aanhorend was de brahmaan diep bedroefd en weeklaagde hij voor zichzelf: 'Och arme, welk een grote zedeloosheid is mij vandaag ten deel gevallen! (39) Jammer genoeg, ben ik te veel gehecht geraakt aan zinnelijk genot in de gedaante van de vrouw hier aanwezig voor me; met mijn geest corrupt als die in beslag is genomen door mâyâ zal ik voorzeker in de hel belanden. (40) Wat een overtreding is het om in deze wereld naar de pijpen van de vrouw te dansen; omdat ik op die manier de controle over mijn zinnen kwijt ben, ben ik helaas gedoemd niet te weten wat goed voor me is. (41) Haar gezicht is als een bloeiende lotusbloem in de herfst en haar woorden zijn zo aangenaam voor het oor, maar het gekonkel van de vrouw snijdt als een scheermes door het hart van hem die weet. (42) Het feitelijk belang van de vrouwen in relatie tot hun teerbeminde echtgenoot, zoon en broer, bestaat eruit niemand zoveel lief te hebben als de wensen die ze voor zichzelf koesteren; ze zouden zelfs in dat belang een moord plegen of laten plegen.(43) Wat beloofd is is beloofd echter, dat mag geen valse voorstelling van zaken zijn, maar het ter dood brengen van Indra in dat verband kan niet de juiste gang van zaken zijn, daarvoor weet ik iets toepasselijks.'
(44) De machtige Muni aldus in gedachten o afstammeling van Kuru, werd lichtelijk kwaad in het vervloeken van zichzelf en sprak toen. (45) S'rî Kas'yapa zei: 'Je zoon zal, als een vriend van de goddelozen, Indra nazitten o zachtmoedige, mits je terwille daarvan voor de duur van een jaar een gelofte in acht neemt
(46) Diti zei: 'Zo'n gelofte neem ik van je aan beste brahmaan, alsjeblieft zeg me wat me te doen staat en wat verboden is en ook wat ik moet doen om niet met de gelofte te breken.'
(47) S'rî Kas'yapa zei: 'Doe geen levend wezen kwaad, vloek noch lieg, knip je nagels en haar niet en raak geen onreine zaken aan. (48) Ga niet het water in om een bad te nemen, maak je niet kwaad en spreek niet met slechte mensen en draag geen vuile kleren of draag ooit een bloemenslinger reeds gedragen. (49) Eet geen kliekjes, noch voedsel waar vlees in zit geofferd aan Kâlî, noch moet je voedsel nuttigen gebracht door een s'ûdra of voedsel waar een vrouw die menstrueert voor heeft gezorgd en drink geen water uit je handen. (50) Ga 's avonds, na het eten, niet uit zonder je gewassen te hebben, met je haren los, zonder sieraden, zonder dat je ernstig bent of zonder je te bedekken. (51) Ga niet naar bed zonder dat je je vuile voeten gewassen hebt noch met je voeten nat, met je hoofd naar het noorden of naar het westen en leg je niet ten ruste met andere vrouwen, naakt of tijdens zonsopkomst of zonsondergang. (52) In schone kleding, altijd gewassen en opgesierd met al wat gunstig is, moet je vóór het ontbijt de koeien en de brahmanen, de Godin van het Geluk en de Onfeilbare de eer bewijzen. (53) Vrouwen met een echtgenoot en zoon moet je eren met het aanbieden van bloemenslingers, sandelhoutpasta en versieringen, en in aanbidding voor je echtgenoot moet je gebeden brengen en mediteren en met hem in je [tijdens de geslachtsgemeenschap of de zwangerschap] moet je dat ook doen. (54) Als je zonder overtredingen vasthoudt aan deze pumsavana gelofte ['van de persoon in het bos'] voor de duur van een jaar, zal er voor jou een zoon zijn om Indra ter dood te brengen.'
(55) Ermee instemmend ontving Diti aldus, o Koning, vol vreugde het zaad van Kas'yapa en leefde ze strikt de gelofte na. (56) O beste koning van respect voor allen, Indra die de voornemens van de zus van zijn moeder door had, ondersteunde, met het oog op zijn eigenbelang, toen Diti door haar van dienst te zijn in de tijd dat ze zich ophield in een âs'rama. (57) Dagelijks bracht hij op de juiste tijd voor haar uit het woud bloemen, vruchten, wortels en hout voor het offervuur alsook bladeren, kus'agras, jonge spruiten, aarde en water. (58) Aldus, o heerser der mensen, met haar gewetensvolle plichtsbetrachting proberend een fout op te merken in haar trouw aan de gelofte, diende Indra haar met bedrog als was hij een jager die zich voordoet als een hert. (59) Maar hij kon geen enkele misser opmerken in haar praktijk en daarop gebrand, o meester van de wereld, vroeg hij toen zich in grote bezorgdheid af: 'Hoe kan het mij nu in deze wereld goed vergaan?' (60) Op een keer echter, beroerde ze, verzwakt door de gelofte, na te hebben gegeten, geen water en waste ze ook haar voeten niet en ging ze, in de war over de regels, naar bed toen de avond viel. (61) Nadat hij de fout opmerkte ging Indra als een meester in de yoga met de macht van zijn mystiek vermogen de baarmoeder binnen van Diti, die zich van niets bewust lag te slapen.(62) Hij sneed de foetus, die er als van goud uitzag, in zeven stukken met zijn bliksemschicht, en sneed ieder huilend stuk in nog weer zeven stukken, ze zeggend dat ze niet moesten huilen. (63) Gepijnigd zeiden ze hem met gevouwen handen: 'O heerser, waarom wilt u ons doden, o Indra, we zijn uw broeders!'
(64) Hij zei toen zijn toegewijde volgelingen, de Maruts: 'Jullie moeten hier niet bang voor zijn mijn broeders.'
(65) Bij de genade van S'rînivâsa [Vishnu als de toevlucht van Lakshmî] ging de vrucht van Diti, die in vele stukken was gesneden door de bliksemschicht, niet dood, net zoals u [mijn beste Parîkchit] niet doodging van het wapen van As'vatthâmâ [zie 1.8]. (66-67) Een persoon die eenmaal de Oorspronkelijke Persoon heeft aanbeden, reikt tot Zijn hoogsteigen natuur, en zo verging het ook Diti na voor bijna een jaar de Heer te hebben aanbeden [zie 5.18:12]. Door wat Indra deed waren de Maruts er om de fouten van hun moeder ongedaan te maken, en door de Heer werden ze veranderd in soma-drinkers [priesters]. (68) Diti, toen ze wakker werd, zag de kinderen tesamen met Indra stralen zo helder als de god van het vuur. Het was een aanblik die de godin, gezuiverd [door de boete], zeer verheugde. (69) Ze zei daarop tegen Indra: 'Om terreur af te roepen over de Âditya's leefde ik, een zoon verlangend, deze gelofte na die zo moeilijk na te komen is. (70) Ik bad slechts voor één zoon maar het werden er negenenveertig; hoe kon dat zo komen? Zeg het me als je het weet, mijn beste zoon, en lieg me niet voor.'
(71) Indra zei: 'O moeder, toen ik begreep wat uw gelofte was merkte ik, me in uw nabijheid begeven hebbend, een fout op waarop ik, in mijn eigenbelang het zicht verloren hebbend op het dharma, de foetus aan stukken sneed. (72) De vrucht werd in zeven stukken gesneden door mij en toen werden het zeven kindjes; en hoewel ik ieder van hen ook weer in zeven stukken sneed, stierf er geen een. (73) Van dat grote wonder getuige kwam ik toen tot de slotsom dat het een neveneffect moest zijn van uw aanbidden van de Allerhoogste Persoonlijkheid. (74) Zij die zonder begeerte te koesteren belang hechten aan de aanbidding van de Allerhoogste Heer en daarbij nog niet eens de bovenzinnelijke positie verlangen, mag men beschouwen als experts in het verlichte eigenbelang [vergelijk 2.3: 10 en B.G. 9: 22]. (75) Zou een intelligent iemand ook nog maar enige vorm van materiële bevrediging op het oog hebben die men zelfs in de hel kan vinden, nadat hij van het eerbetoon is geweest waarmee Hij, de Heer van het Universum en de meest vertrouwde godheid, Zichzelf aan hem heeft gegeven? [zie ook de S'ikshâshthaka] (76) O beste der vrouwen, excuseert u mij alstublieft een dergelijke dwaas te zijn geweest met deze slechte daad van mij; o moeder, door uw goede geluk kwam het kind in u dat ik ter dood bracht weer tot leven.'
(77) S'rî S'uka zei: 'Met haar tevreden over zijn goede manieren vertrok toen, nadat hij de Maruts en haar de eer bewezen had, Indra met haar permissie naar de werelden van de Heer. (78) Aldus heb ik u alles verteld waar u mij om vroeg wat betreft de goedgunstige geboorte van de Maruts, wat moet ik u nog meer vertellen?'
Tweede editie, geladen 28 mei 2007.
![]()
Bronteksten:
Diti legt een gelofte af om koning Indra te doden
S'rî S'uka zei: 'Van Pris'ni, de vrouw van Savitâ [de vijfde van de twaalf zoons van Aditi] waren er toen [de drie dochters] Sâvitrî, Vyâhriti en Trayî en [uit hen werden geboren de zoons] Agnihotra, Pas'u, Soma, Câturmâsya en de vijf Mahâyajñas.S'rî S'ukadeva Gosvâmî zei: Pris'ni, de vrouw van Savitâ, de vijfde van de twaalf zoons van Aditi, bracht drie dochters ter wereld - Sâvitrî, Vyâhriti en Trayî - en een aantal zoons, genaamd Agnihotra, Pas'u, Soma, Câturmâsya en de vijf Mahâyajña's. (Vedabase)
Siddhi, de echtgenote van Bhaga [de zesde zoon van de twaalf zoons van Aditi], mijn beste Koning, gaf geboorte aan [de zoons] Mahimâ, Vibhu en Prabhu en aan Âs'î, een zeer mooie en deugdzame dochter.
O koning, Siddhi, de vrouw van Bhaga, de zesde zoon van Aditi kreeg drie zoons die Mahimâ, Vibhu en Prabhu heetten, en een uitzonderlijk mooie dochter met de naam Âs'î. (Vedabase)
Uit Dhâtâ [de zevende zoon van Aditi] zijn vrouwen Kuhû, Sinîvâlî, Râkâ en Anumati kwamen respectievelijk [de zoons] Sâyam, Dars'a, Prâtah en Pûrnamâsa ter wereld. De vuurgoden genaamd de Purîshya's werden uit Kriyâ verwekt door de volgende zoon [van Aditi: Vidhâtâ] en Carsanî van Varuna [de negende zoon van Aditi] was degene uit wie Bhrigu opnieuw geboorte nam.
Dhâtâ, de zevende zoon van Aditi, had vier vrouwen, Kuhû, Sinîvâlî, Râkâ en Anumati genaamd. Deze vrouwen kregen elk een zoon, respectievelijk Sâyam, Dars'a, Prâtah en Pûrnamâsa genaamd. De vrouw van Vidhâtâ, de achtste zoon van Aditi, heette Kriyâ. Bij haar verwekte Vidhâtâ de vijf vuurgoden die de naam Purîshya's dragen. De vrouw van Varuna, de negende zoon van Aditi, heette Carsanî. Bhrigu, de zoon van Brahmâ, werd wedergeboren uit haar schoot. (Vedabase)
Vâlmîki, de grote yogi werd [uit het zaad van Varuna] geboren uit een mierenheuvel [vandaar zijn naam] en inderdaad waren de twee wijzen Âgastya en Vasishthha [als hun gemeenschappelijke zoons] er ook uit Mitra [de tiende zoon] en Varuna.
Door het zaad van Varuna werd de grote mysticus Vâlmîki geboren uit een mierenhoop. Bhrigu en Vâlmîki waren dus alleen zoons van Varuna, terwijl Âgastya en Vasishthha Rishi's zoons waren van zowel Varuna als Mitra, de tiende zoon van Aditi. (Vedabase)
Van het verkeren in de aanwezigheid van Urvas'î werd [door Mitra en Varuna] zaad geloosd in een aarden pot [en uit dat zaad werden de twee wijzen als gemeenschappelijke zoons geboren]. In Revatî verwekte Mitra [de drie zoons] Utsarga, Arishtha en Pippala.
Bij het zien van Urvas'î, de hemelse courtisane, verloren Mitra en Varuna allebei hun zaad, en ze bewaarden dit zaad in een aarden pot. Later kwamen de twee zoons Âgastya en Vasishthha uit die pot te voorschijn, en daarom zijn dat de gemeenschappelijke zoons van Mitra en Varuna. Bij zijn vrouw Revatî verwekte Mitra drie zoons, genaamd Utsarga, Arishtha en Pippala. (Vedabase)
In Paulomî [of S'acîdevî] naar wij vernomen mijn beste, verwekte heer Indra drie zoons Jayanta, Rishabha en Mîdhusha als de derde.
O koning Parîkshit, Indra, de koning van de hemelse planeten en de elfde zoon van Aditi, verwekte bij zijn vrouw Paulomî drie zoons, Jayanta, Rishabha en Mîdhusha geheten. Dat is wat we gehoord hebben. (Vedabase)
Van [de twaalfde zoon] Urukrama [of Vâmana], de Heer die vanuit Zijn innerlijk vermogen in de vorm van een dwerg was verschenen, werd uit Zijn vrouw Kîrti de zoon Brihats'loka geboren uit wie er met Saubhaga voorop nog vele anderen waren.
De Allerhoogste Godspersoon, die veelsoortige energieën heeft, verscheen door middel van Zijn eigen vermogen in de gedaante van de dwerg Urukrama, de twaalfde zoon van Aditi. Hij verwekte één zoon bij Zijn vrouw Kîrti, Brihats'loka genaamd, die op zijn beurt weer een heleboel zoons kreeg, waarvan Saubhaga de oudste was. (Vedabase)
De handelingen, kwaliteiten en het vermogen van deze grote ziel en hoe Hij uit Aditi daadwerkelijk nederdaalde als de zoon van Kas'yapa, zal ik later beschrijven.
Later [in het achtste canto van het S'rîmad Bhâgavatam] zal ik beschrijven hoe Urukrama, Heer Vâmanadeva, als zoon van de grote wijze Kas'yapa verscheen, en hoe Hij met drie stappen de drie werelden bestreek. Ik zal dan vertellen over Zijn ongewone activiteiten. Zijn eigenschappen, Zijn macht en hoe Hij geboren werd uit de schoot van Aditi. (Vedabase)Nu zal ik u vertellen over hoe uit Diti er de [demonische] zoons geboren uit het zaad van Kas'yapa [zie 3.14] waren, alsook de [latere familieleden, de] grote en rijk gezegende toegewijde Prahlâda en ook Bali Mahârâja [die door Vâmana werd verslagen].
Laat me nu de zoons van Diti beschrijven, die eveneens verwekt waren door Kas'yapa, maar demonen werden. In deze demonische familie verscheen zowel de grote toegewijde Prahlâda als Bali Mahârâja. Omdat de demonen voort zijn gekomen uit de schoot van Diti staan ze bekend als Daitya's. (Vedabase)
De twee zoons van Diti die konden rekenen op de aanbidding van de daitya's en de dânava's stonden bekend onder de namen Hiranyakas'ipu en Hiranyâksha.
De twee eerste zoons van Diti heetten Hiranyakas'ipu en Hiranyâksha. Ze waren allebei zeer machtig en werden door de Daitya's en de Dânava's aanbeden. (Vedabase)
De vrouw van Hiranyakas'ipu genaamd Kayâdhu, was een dochter geboren uit Jambha en een nazaat van Danu. Zij schonk vier zoons het leven met Samhlâda als de eerste waarna Anuhlâda, Hlâda en Prahlâda er kwamen en een zuster genaamd Simhikâ die van Vipracit Râhu kreeg.
De vrouw van Hiranyakas'ipu heette Kayâdhu. Ze was de dochter van Jambha en een afstammeling van Danu. Ze bracht vier zoons ter wereld, namelijk Samhlâda, Anuhlâda, Hlâda en Prahlâda. Deze vier zoons hadden een zuster met de naam Simhikâ. Zij trouwde met de demon Vipracit en bracht eveneens een demon ter wereld, Râhu genaamd. (Vedabase)
Zijn [Râhu's] hoofd werd door Heer Hari met de werpschijf van de romp gescheiden toen hij [met de halfgoden] dronk van de nectar. Kriti, de echtgenote van Samhlâda, gaf van hem geboorte aan [de zoon] Pañcajana.
Terwijl Râhu in vermomming met de halfgoden nectar dronk, sneed de Allerhoogste Godspersoon zijn hoofd eraf. De vrouw van Samhlâda heette Kriti, en na gemeenschap met Samhlâda kreeg Kriti een zoon die Pañcajana genoemd werd. (Vedabase)
Dhamani, de vrouw van Hlâda, bracht [de zoons] Vâtâpi en Ilvala ter wereld. De laatstgenoemde werd [in de gedaante van een ram] door Vâtâpi gekookt toen Âgastya als haar gast bij haar op bezoek kwam.
De vrouw van Hlâda heette Dhamani. Ze kreeg twee zoons, Vâtâpi en Ilvala. Toen Âgastya Muni bij Ilvala te gast was, bereidde Ilvala hem een feestmaal door Vâtâpi te koken in de gedaante van een ram. (Vedabase)
Van Anuhlâda's vrouw Sûryâ waren er [de twee zoons] Bâshkala en Mahisha. Virocana was ontwijfelbaar [de zoon] van Prahlâda en van zijn echtgenote was er Bali.
De vrouw van Anuhlâda heette Sûryâ. Ze bracht twee zoons ter wereld, namelijk Bâshkala en Mahisha. Prahlâda had één zoon, Virocana, en diens vrouw kreeg Bali Mahârâja als zoon. (Vedabase)
Met Bâna als zijn oudste verwekte hij [Bali] bij As'anâ een honderdtal zoons; ik ben van zins het loffelijke van zijn karakter op een later tijdstip te bespreken.
Bali Mahârâja verwekte daarna honderd zoons bij As'anâ. Van deze honderd zoons was koning Bâna de oudste. De activiteiten van Bali Mahârâja, die heel prijzenswaardig zijn, zal ik later beschrijven [in het achtste canto]. (Vedabase)
Bâna die Heer S'iva vereerde werd door hem bevorderd tot het niveau van zijn belangrijkste naaste metgezellen, en om die reden beschermt de grote Heer tot op de dag van vandaag nog zijn hoofdstad.
Omdat koning Bâna een groot vereerder van Heer S'iva was, werd hij een van diens meest beroemde metgezellen. Zelfs nu nog beschermt Heer S'iva de hoofdstad van koning Bâna en staat hij altijd aan zijn zijde. (Vedabase)
De negenenveertig Maruts, eveneens zonen van Diti, hadden zelf geen zoons en werden door Indra allen verheven tot de positie van halfgoden.'
Diti bracht ook negenenveertig halfgoden ter wereld - de Maruts genaamd. Ze hadden geen van allen zoons. Hoewel het kinderen van Diti waren, gaf koning Indra ze toch de positie van halfgoden. (Vedabase)
De koning zei: 'Waarom o goeroe, gaven zij de atheïstische mentaliteit op waarmee ze werden geboren; gingen ze dermate heilig te werk dat ze door Indra daarvan werden veranderd in halfgoden?
Koning Parîkshit vroeg: Beste heer, de negenenveertig Maruts moeten gezien hun geboorte een demonische mentaliteit gehad hebben. Waarom maakte Indra, de hemelkoning, ze dan tot halfgoden? Hadden ze soms bepaalde rituelen of vrome activiteiten verricht? (Vedabase)
O brahmaan, deze wijzen met mij tezamen verlangen er allen naar erachter te komen hoe het hiermee zit o grootheid, leg het alstublieft daarom aan ons uit'."
Beste brâhmana, ikzelf en alle wijzen die hier bij me zijn, willen hier graag meer over weten. O grote ziel, leg ons daarom alstublieft uit wat daar de reden van was. (Vedabase)
S'rî Sûta zei: "Die woorden van respect horend van de dienaar van Vishnu prees hij, de zoon van Vyâsa, zeer verheugd over de waarde ervan hem kort en gaf hij antwoord, o S'aunaka.
S'rî Sûta Gosvâmî zei: O grote wijze S'aunaka, toen S'ukadeva Gosvâmî, die overal van op de hoogte was, Mahârâja Parîkshit zo eerbiedig en bondig vragen hoorde stellen over zulke essentiële onderwerpen, prees hij hem met veel plezier en gaf hem als volgt antwoord. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Diti, wiens zoons werden gedood door Heer Vishnu in het bijstaan van Indra, was overmand door woede en dacht, verduisterd door het leed:
S'rî S'ukadeva Gosvâmî zei: Om Indra te helpen, had Heer Vishnu de twee broers Hiranyâksha en Hiranyakas'ipu gedood. Dit was de reden waarom hun moeder Diti, overmand door verdriet en woede, zich overgaf aan de volgende overpeinzingen. (Vedabase)
'Wanneer zal ik, met de harteloze, wrede en zondige doder van deze op plezier beluste zoons, die [Vishnu] er toe aanzetten een einde te maken aan hun levens, genoegdoening krijgen?
Heer Indra, die dol is op zinsbevrediging, heeft door tussenkomst van Heer Vishnu de twee broers Hiranyâksha en Hiranyakas'ipu gedood. Daarom is hij wreed, zondig en heeft hij een hart van steen. Wanneer zal ik hem kunnen doden zodat mijn geest weer rust zal kennen? (Vedabase)
Als iemand, aangewezen als de koning, met zijn lichaam, dat onvermijdelijk zal eindigen met de wormen, als uitwerpselen of als as, desalniettemin anderen leed berokkent in het najagen van het eigen geluk, is men dan wel van ware kennis? Wacht zo iemand niet de straf van de hel?
Als de heersers die nu bekendheid genieten als koningen en grote leiders eenmaal dood zijn, zal hun lichaam veranderen in wormen, uitwerpselen of as. Als men door afgunst gedreven anderen ter dood brengt omdat men zo'n lichaam wil beschermen, weet men dan feitelijk wel wat zijn werkelijke belang in het leven is? Nee, beslist niet, want als men jaloers is op andere wezens gaat men zeker naar de hel. (Vedabase)
Hij, die denkt dat dit [materiële omhulsel] het eeuwige leven heeft, is zijn verstand kwijt; kan ik rekenen op een zoon van mezelf die deze waanzin van Indra zal bestrijden?'
Diti dacht: Indra denkt dat zijn lichaam eeuwig is en daardoor heeft hij al zijn zelfbeheersing verloren. Daarom wens ik dat ik een zoon mag krijgen die een eind kan maken aan Indra's waanzin. Ik moet een manier vinden om dit doel te bereiken.
Zij [Diti] was toen, vol van dat voornemen, voortdurend met allerlei soorten van gepaai vol liefde en nederigheid, zelfbeperking en grote toewijding, o Koning, haar echtgenoot [Kas'yapa] van dienst, wiens geest zij, wel bekend met zijn aard, met bekoorlijke lieve woorden, glimlachen en steelse blikken in haar macht wist te krijgen.
Met deze gedachten in haar achterhoofd [met het verlangen naar een zoon die Indra kon doden] begon Diti het Kas'yapa voortdurend zo aangenaam mogelijk te maken. O koning, ze voerde Kas'yapa's bevelen altijd heel trouw uit, precies zoals hij het verlangde. Met haar diensten, haar liefde, nederigheid, zelfbeheersing, lieve woordjes, lachjes en haar blikken wist ze zijn geest te bekoren en kreeg ze hem in haar macht. (Vedabase)
Hoewel een zeer bedreven en geleerd deskundige raakte hij aldus door de vrouw bekoord en gaf hij, in haar greep verkerend, derhalve toe aan haar verlangens; iets wat in het geheel niet verrassend is in relatie tot een vrouw.
Hoewel Kas'yapa Muni een groot geleerde was, raakte hij bekoord door het gekunstelde gedrag van Diti en kwam onder haar invloed te staan. Hij verzekerde zijn vrouw dan ook dat hij al haar wensen zou vervullen. Dat een man zoiets belooft, hoeft niemand te verbazen. (Vedabase)
Toen God de Vader in het begin van de schepping de levende wezens onthecht zag, schiep hij de vrouw als de andere helft van zijn lichaam en door haar wordt de mannelijke geest op hol gebracht.
In het begin van de schepping zag Heer Brahmâ, de vader van de levende wezens in dit universum, dat alle wezens onthecht waren. Omdat hij echter wilde dat de bevolking zou toenemen, schiep hij toen de vrouw, en wel uit de betere helft van het lichaam van de man, want het gedrag van een vrouw brengt de geest van een man op hol. (Vedabase)
Aldus op zijn wenken bediend, o mijn beste, was de machtige Kas'yapa zeer tevreden met de glimlachende vrouw waarop hij vol waardering tot Diti sprak.
O mijn beste Parîkshit, de zeer machtige wijze Kas'yapa was zo geweldig ingenomen met de welwillende houding van zijn vrouw Diti dat hij glimlachte en haar als volgt toesprak. (Vedabase)
Kas'yapa zei: 'Vraag me om welke gunst dan ook, o mijn schoonheid, daar ik, o onberispelijke dame, zeer tevreden over je ben; wat zou er voor een vrouw vol verlangen moeilijk voor elkaar te krijgen zijn als haar echtgenoot het naar de zin heeft?
Kas'yapa Muni zei: O mooie vrouw, o onberispelijke dame, ik ben zo tevreden over je gedrag dat je me om elke zegen mag vragen die je maar wilt. Want welke wensen kan een vrouw niet vervuld krijgen, of het nu in deze wereld is of in de volgende, als haar man tevreden over haar is? (Vedabase)
De echtgenoot wordt beschouwd als zijnde de verheven godheid waar de vrouw op kan rekenen omdat, in het hart van allen, zich Vâsudeva als de echtgenoot van de Godin van het Geluk ophoudt. Hij, begrepen middels de verschillende gedaanten en namen van de verschillende godheden, wordt als zijnde de Allerhoogste Heer door de mannen aanbeden, alsook door de vrouwen in de vorm van hun echtgenoot [zie ook B.G. 9: 23].
Voor een vrouw is haar eigen man de allerhoogste halfgod. De Allerhoogste Godspersoon, Heer Vâsudeva, de echtgenoot van de godin van het geluk, zetelt in ieders hart en wordt door hen die zich overgeven aan baatzuchtig werk aanbeden onder de verschillende namen en in de verschillende gedaantes van de halfgoden. Precies zo is voor een vrouw haar eigen man de vertegenwoordiger van de Heer en een object van verering. (Vedabase)
Om die reden hebben gewetensvolle vrouwen achting voor hun echtgenoten, o volslanke dame; en als de echtgenoot van aanbidding en toewijding is wordt hij een man van beheersing die de Superziel vertegenwoordigt.
Lieve vrouw met je mooie lichaam en je slanke taille, een gewetensvolle vrouw moet haar echtgenoot altijd trouw blijven en zijn bevelen opvolgen. Ze dient haar man met grote toewijding te vereren als de vertegenwoordiger van Vâsudeva. (Vedabase)
Ik, aanbeden door jou met zoveel toewijding mijn liefste, zal als zijnde zo iemand tegemoet komen aan die verlangens die voor de leugenachtigen niet realistisch zijn.'
Lieve, tedere vrouw, omdat je me met grote toewijding gediend hebt als een vertegenwoordiger van de Allerhoogste Godspersoon, zal ik je belonen en je wensen vervullen. Een ontrouwe vrouw zou dit nooit kunnen bereiken. (Vedabase)
Diti zei: 'Als jij voor mij degene bent die de gunsten verleent, o brahmaan, vraag ik jou in dat geval, met mijn twee zoons dood, om een onsterfelijke zoon die in staat is Indra te doden, daar hij degene is die er verantwoordelijk voor is dat de twee ter dood werden gebracht.'
Diti antwoordde: O echtgenoot, o grote ziel, ik heb mijn beide zoons verloren. Als je me ergens mee wilt zegenen, vraag ik je om een onsterfelijke zoon die Indra kan doden. Ik bid je hierom omdat Indra met de hulp van Vishnu mijn twee zoons Hiranyâksha en Hiranyakas'ipu gedood heeft. (Vedabase)
Haar woorden aanhorend was de brahmaan diep bedroefd en weeklaagde hij voor zichzelf: 'Och arme, welk een grote zedeloosheid is mij vandaag ten deel gevallen!
Toen Kas'yapa Muni Diti's verzoek hoorde was hij zeer ongelukkig. "Helaas", klaagde hij, "nu loop ik het gevaar om een goddeloze daad te begaan door Indra te doden!". (Vedabase)
Jammer genoeg, ben ik te veel gehecht geraakt aan zinnelijk genot in de gedaante van de vrouw hier aanwezig voor me; met mijn geest corrupt als die in beslag is genomen door mâyâ zal ik voorzeker in de hel belanden.
Kas'yapa Muni dacht: Helaas, ik ben te zeer gehecht geraakt aan materieel genot. Mijn geest heeft daar gebruik van gemaakt en zich laten bekoren door de begoochelende energie van de Allerhoogste Godspersoon in de gedaante van een vrouw [mijn echtgenote]. Daarom ben ik een ellendig mens en zal ik zeker in de hel terechtkomen. (Vedabase)
Wat een overtreding is het om in deze wereld naar de pijpen van de vrouw te dansen; omdat ik op die manier de controle over mijn zinnen kwijt ben, ben ik helaas gedoemd niet te weten wat goed voor me is.
Om te krijgen wat ze wilde, heeft deze vrouw, mijn echtgenote, gewoon haar natuur gevolgd en daarom valt haar niets te verwijten. Maar omdat ik een man ben, ligt alle schuld bij mij! Ik weet helemaal niet wat goed voor me is, want ik was niet in staat om mijn zinnen te beheersen. (Vedabase)
Haar gezicht is als een bloeiende lotusbloem in de herfst en haar woorden zijn zo aangenaam voor het oor, maar het gekonkel van de vrouw snijdt als een scheermes door het hart van hem die weet.
Het gezicht van een vrouw is even aantrekkelijk en mooi als een bloeiende lotus in de herfst. Haar woorden zijn heel zoet en een genot voor het oor, maar als we het hart van een vrouw onder de loep nemen, zien we dat het zo scherp is als een scheermes. Wie kan gezien dit alles nog begrijpen wat een vrouw in de zin heeft? (Vedabase)
Het feitelijk belang van de vrouwen in relatie tot hun teerbeminde echtgenoot, zoon en broer, bestaat eruit niemand zoveel lief te hebben als de wensen die ze voor zichzelf koesteren; ze zouden zelfs in dat belang een moord plegen of laten plegen.
Vrouwen doen alsof de mannen waarmee ze omgaan hun bijzonder dierbaar zijn, maar in feite houden ze van niemand en doen ze alleen maar zo om hun eigenbelang te dienen. Men neemt aan dat vrouwen heel heilig zijn, maar als het om hun eigenbelang gaat, zijn ze in staat om zelfs hun man, zoon of broer te doden of ze door anderen te laten vermoorden. (Vedabase)
Wat beloofd is is beloofd echter, dat mag geen valse voorstelling van zaken zijn, maar het ter dood brengen van Indra in dat verband kan niet de juiste gang van zaken zijn, daarvoor weet ik iets toepasselijks.'
Ik heb haar een zegening beloofd, en ik kan niet op die belofte terugkomen, maar Indra verdient het niet om gedood te worden. Nu de zaak zo ligt, heb ik een heel geschikte oplossing. (Vedabase)
De machtige Muni aldus in gedachten o afstammeling van Kuru, werd lichtelijk kwaad in het vervloeken van zichzelf en sprak toen.
S'rî S'ukadeva Gosvâmî zei: Al deze gedachten maakten Kas'yapa Muni een beetje boos. O Mahârâja Parîkshit, afstammeling van Kuru, vol zelfverwijt sprak hij Diti als volgt toe. (Vedabase)
S'rî Kas'yapa zei: 'Je zoon zal, als een vriend van de goddelozen, Indra nazitten o zachtmoedige, mits je terwille daarvan voor de duur van een jaar een gelofte in acht neemt.'
Kas'yapa Muni zei: Mijn lieve, zachte vrouw, als je je tenminste één jaar lang aan mijn instructies houdt betreffende deze gelofte, zal je inderdaad een zoon krijgen die Indra kan doden. Maar als je deze gelofte om de Vaishnava-principes na te leven breekt, zul je een zoon krijgen die het goed met Indra voorheeft. (Vedabase)
Diti zei: 'Zo'n gelofte neem ik van je aan beste brahmaan, alsjeblieft zeg me wat me te doen staat en wat verboden is en ook wat ik moet doen om niet met de gelofte te breken.'
Diti antwoordde: Mijn beste brâhmana, ik moet je raad aannemen en zal me aan deze gelofte houden. Laat me daarom weten wat ik moet doen en wat ik absoluut moet laten om mijn gelofte niet te breken. Leg me dat alsjeblieft allemaal heel duidelijk uit. (Vedabase)
S'rî Kas'yapa zei: 'Doe geen levend wezen kwaad, vloek noch lieg, knip je nagels en haar niet en raak geen onreine zaken aan.
Kas'yapa Muni zei: Lieve vrouw, als je je aan deze gelofte wilt houden, mag je geen geweld gebruiken en niemand kwaad doen. Vervloek niemand en lieg nooit. Knip je nagels noch je haar en raak geen onzuivere dingen aan zoals schedels en beenderen. (Vedabase)
Ga niet het water in om een bad te nemen, maak je niet kwaad en spreek niet met slechte mensen en draag geen vuile kleren of draag ooit een bloemenslinger reeds gedragen.
Kas'yapa Muni vervolgde: Mijn lieve, zachte vrouw, stap nooit het water in terwijl je je baadt, word nooit kwaad en ga niet met slechte mensen om of spreek ook maar één woord tegen ze. Draag nooit kleren die niet behoorlijk gewassen zijn en doe geen bloemenslinger om je hals die al een keer gedragen is. (Vedabase)
Eet geen kliekjes, noch voedsel waar vlees in zit geofferd aan Kâlî, noch moet je voedsel nuttigen gebracht door een s'ûdra of voedsel waar een vrouw die menstrueert voor heeft gezorgd en drink geen water uit je handen.
Eet nooit restjes, eet nooit prasâda die aan de godin Kâlî [Durgâ] geofferd is, en eet nooit iets dat verontreinigd is door vlees of vis. Je mag niets eten dat gebracht of aangeraakt is door een s'ûdra, of gezien door een vrouw tijdens haar menstruatie. Drink ook geen water uit de kom van je handen. (Vedabase)
Ga 's avonds, na het eten, niet uit zonder je gewassen te hebben, met je haren los, zonder sieraden, zonder dat je ernstig bent of zonder je te bedekken.
Na het eten mag je niet de straat op zonder eerst je mond, handen en voeten gewassen te hebben. Je mag het huis 's avonds niet uitgaan en ook niet met loshangende haren naar buiten gaan of zonder dat je je netjes met sieraden getooid hebt. Je mag het huis evenmin verlaten als je niet heel ernstig bent en je lichaam niet voldoende bedekt is. (Vedabase)
Ga niet naar bed zonder dat je je vuile voeten gewassen hebt noch met je voeten nat, met je hoofd naar het noorden of naar het westen en leg je niet ten ruste met andere vrouwen, naakt of tijdens zonsopkomst of zonsondergang.
Je mag niet gaan rusten zonder allebei je voeten gewassen te hebben of zonder gereinigd te zijn, en ook niet met natte voeten of met je hoofd naar het westen of het noorden. Je mag evenmin naakt in bed liggen, of samen met andere vrouwen, of bij zonsop- of zonsondergang. (Vedabase)
In schone kleding, altijd gewassen en opgesierd met al wat gunstig is, moet je vóór het ontbijt de koeien en de brahmanen, de Godin van het Geluk en de Onfeilbare de eer bewijzen.
Nadat je schone kleren hebt aangetrokken en je opgemaakt hebt met kurkuma, sandelhoutpulp en andere zegenrijke dingen, moet je in volkomen zuivere staat vóór het ontbijt de koeien, de brâhmana's, de godin van het geluk en de Allerhoogste Godspersoon vereren. (Vedabase)
Vrouwen met een echtgenoot en zoon moet je eren met het aanbieden van bloemenslingers, sandelhoutpasta en versieringen, en in aanbidding voor je echtgenoot moet je gebeden brengen en mediteren en met hem in je [tijdens de geslachtsgemeenschap of de zwangerschap] moet je dat ook doen.
Een vrouw die deze gelofte aflegt, moet andere vrouwen met zoons en waarvan de man nog in leven is, vereren met bloemenslingers, sandelhoutpulp, sieraden en andere artikelen. Een zwangere vrouw moet haar man vereren en gebeden tot hem richten. Ze moet op hem mediteren en denken dat hij het is die zich in haar schoot bevindt. (Vedabase)
Als je zonder overtredingen vasthoudt aan deze pumsavana gelofte ['van de persoon in het bos'] voor de duur van een jaar, zal er voor jou een zoon zijn om Indra ter dood te brengen.'
Kas'yapa Muni vervolgde: Als je deze ceremonie, pumsavana genaamd, verricht en je minstens één jaar lang trouw aan deze gelofte houdt, zal je een zoon ter wereld brengen die voorbestemd is om Indra te doden. Maar als je ook maar enigszins van je gelofte afwijkt, wordt je zoon een vriend van Indra. (Vedabase)
Ermee instemmend ontving Diti aldus, o Koning, vol vreugde het zaad van Kas'yapa en leefde ze strikt de gelofte na.
O koning Parîkshit, Diti, de vrouw van Kas'yapa, stemde ermee in om het pumsavana-zuiveringsproces te volgen. "Ja", zei ze, "ik zal alles precies zo doen zoals je het me gezegd hebt." Nadat ze het zaad van Kas'yapa ontvangen had, werd ze tot haar grote vreugde zwanger en begon ze haar gelofte trouw uit te voeren. (Vedabase)
O beste koning van respect voor allen, Indra die de voornemens van de zus van zijn moeder door had, ondersteunde, met het oog op zijn eigenbelang, toen Diti door haar van dienst te zijn in de tijd dat ze zich ophield in een âs'rama.
O koning, u die iedereen met respect behandelt, toen Indra begreep wat Diti's bedoeling was, bedacht hij een manier om zijn eigen belangen te dienen. Hij volgde de logische redenering dat zelfbehoud de voornaamste natuurwet is en besloot om te proberen Diti haar gelofte te laten breken. Daarom zorgde hij ervoor dat hij in dienst van zijn tante Diti kwam, die in een âs'rama woonde. (Vedabase)
Dagelijks bracht hij op de juiste tijd voor haar uit het woud bloemen, vruchten, wortels en hout voor het offervuur alsook bladeren, kus'agras, jonge spruiten, aarde en water.
Indra diende zijn tante elke dag door bloemen, wortels en hout voor de yajña's voor haar mee te brengen uit het woud. Ook bezorgde hij haar precies op tijd kus'a-gras, bladeren, net ontkiemde zaden, aarde en water. (Vedabase)
Aldus, o heerser der mensen, met haar gewetensvolle plichtsbetrachting proberend een fout op te merken in haar trouw aan de gelofte, diende Indra haar met bedrog als was hij een jager die zich voordoet als een hert.
O koning Parîkshit, zoals een jager zich als een hert vermomt door zich in een hertevel te hullen en het vertrouwen van het dier wint door hem van alles te geven, zo gedroeg Indra zich uiterlijk heel vriendelijk en diende hij Diti trouw, hoewel hij in feite de vijand van Diti's zoons was. Het was Indra's bedoeling om een fout te ontdekken in de manier waarop Diti de geloftes van de rituele ceremonie uitvoerde en haar dan te slim af te zijn. Hij wilde echter niet ontmaskerd worden en daarom diende hij haar met de grootste omzichtigheid. (Vedabase)
Maar hij kon geen enkele misser opmerken in haar praktijk en daarop gebrand, o meester van de wereld, vroeg hij toen zich in grote bezorgdheid af: 'Hoe kan het mij nu in deze wereld goed vergaan?'
O meester van de wereld, toen Indra geen enkele fout bij Diti kon ontdekken, dacht hij: "O, zal het geluk me ooit nog toelachen?" Hij was dus vreselijk benauwd. (Vedabase)
Op een keer echter, beroerde ze, verzwakt door de gelofte, na te hebben gegeten, geen water en waste ze ook haar voeten niet en ging ze, in de war over de regels, naar bed toen de avond viel.
Diti, die mager en zwak geworden was doordat ze haar gelofte zo strikt naleefde, vergat echter helaas een keer om na het eten haar mond, handen en voeten te wassen en viel nog tijdens de schemering in slaap. (Vedabase)
Nadat hij de fout opmerkte ging Indra als een meester in de yoga met de macht van zijn mystiek vermogen de baarmoeder binnen van Diti, die zich van niets bewust lag te slapen.
Toen Indra, die alle mystieke krachten bezit [yoga-siddhi's zoals animâ en laghimâ], deze fout ontdekte, ging hij Diti's schoot binnen terwijl ze in diepe slaap verzonken was. (Vedabase)
Hij sneed de foetus, die er als van goud uitzag, in zeven stukken met zijn bliksemschicht, en sneed ieder huilend stuk in nog weer zeven stukken, ze zeggend dat ze niet moesten huilen.
Binnenin Diti's schoot sneed Indra haar embryo, die straalde als goud, met behulp van zijn bliksem in zeven stukken. Toen begonnen er op zeven plaatsen zeven verschillende levende wezens te huilen. "Huil niet", zei Indra tegen ze, en toen sneed hij ieder van hen nogmaals in zeven stukken. (Vedabase)
Gepijnigd zeiden ze hem met gevouwen handen: 'O heerser, waarom wilt u ons doden, o Indra, we zijn uw broeders!'
O koning, ze smeekten Indra in grote nood met gevouwen handen om genade met de woorden: "Beste Indra, we zijn de Maruts, je eigen broers. Waarom probeer je ons te doden?" (Vedabase)
Hij zei toen zijn toegewijde volgelingen, de Maruts: 'Jullie moeten hier niet bang voor zijn mijn broeders.'
Toen Indra zag dat ze in werkelijkheid zijn toegewijde volgelingen waren, zei hij tegen ze: Als jullie inderdaad allemaal broers van me zijn, hebben jullie niets meer van me te vrezen. (Vedabase)
Bij de genade van S'rînivâsa [Vishnu als de toevlucht van Lakshmî] ging de vrucht van Diti, die in vele stukken was gesneden door de bliksemschicht, niet dood, net zoals u [mijn beste Parîkchit] niet doodging van het wapen van As'vatthâmâ [zie 1.8].
S'ukadeva Gosvâmî zei: Beste koning Parîkshit, u bent zelf door Heer Krishna gered doordat Hij de schoot van uw moeder binnenging toen u verbrand dreigde te raken door de brahmâstra van As'vatthâmâ. Hetzelfde gebeurde met deze embryo, want hoewel hij in negenenveertig stukken werd gehakt door de bliksem van Indra, werden die allemaal gered door de genade van de Allerhoogste Godspersoon. (Vedabase)
Een persoon die eenmaal de Oorspronkelijke Persoon heeft aanbeden, reikt tot Zijn hoogsteigen natuur, en zo verging het ook Diti na voor bijna een jaar de Heer te hebben aanbeden [zie 5.18:12]. Om de fouten van de moeder ongedaan te maken werden de negenveertig delen die Indra had geschapen, de Maruts, de goden die door de Heer in het bestaan waren geroepen als soma-drinkers [priesters].
Zelfs als men de Allerhoogste Godspersoon, de oorspronkelijke persoon, maar één keer vereert, wordt men naar de geestelijke wereld verheven en krijgt men precies hetzelfde uiterlijk als Vishnu. Diti legde een strenge gelofte af en vereerde Heer Vishnu bijna een jaar lang, en door haar grote geestelijke kracht werden de negenenveertig Maruts geboren. Is het dan zo vreemd dat de Maruts ondanks het feit dat ze uit de schoot van Diti kwamen, toch de genade van de Allerhoogste Heer ontvingen en de gelijken van de halfgoden werden? (Vedabase)
Diti, toen ze wakker werd, zag de kinderen tesamen met Indra stralen zo helder als de god van het vuur. Het was een aanblik die de godin, gezuiverd [door de boete], zeer verheugde.
Door haar verering van de Allerhoogste Godspersoon was Diti volledig gezuiverd. Toen ze van haar bed kwam, zag ze haar negenenveertig zoons staan, samen met Indra. Deze negenenveertig zoons, die stuk voor stuk straalden als vuur, waren goede vrienden met Indra, en daar was ze erg verheugd over. (Vedabase)
Ze zei daarop tegen Indra: 'Om terreur af te roepen over de Âditya's leefde ik, een zoon verlangend, deze gelofte na die zo moeilijk na te komen is.
Vervolgens zei Diti tegen Indra: Beste zoon, de enige reden waarom ik me aan deze zware gelofte gehouden heb, was om een zoon te krijgen die jullie, de twaalf Âditya's, zou doden. (Vedabase)
Ik bad slechts voor één zoon maar het werden er negenenveertig; hoe kon dat zo komen? Zeg het me als je het weet, mijn beste zoon, en lieg me niet voor.'
Ik heb slechts om één zoon gebeden, maar nu zie ik er hier negenenveertig staan. Hoe is dat gekomen? Beste Indra, mijn lieve zoon, als je het weet, zeg me dan alsjeblieft de waarheid. Probeer me geen leugens te vertellen. (Vedabase)
Indra zei: 'O moeder, toen ik begreep wat uw gelofte was merkte ik, me in uw nabijheid begeven hebbend, een fout op waarop ik, in mijn eigenbelang het zicht verloren hebbend op het dharma, de foetus aan stukken sneed.
Indra antwoordde: Lieve moeder, doordat ik totaal verblind was door eigenbelang, verloor ik mijn religieuze besef. Toen ik begreep dat u een plechtige gelofte had afgelegd om u aan het geestelijk leven te gaan wijden, wilde ik een fout in u ontdekken. Toen ik die vond, ging ik uw schoot binnen en sneed ik het embryo in stukken. (Vedabase)
De vrucht werd in zeven stukken gesneden door mij en toen werden het zeven kindjes; en hoewel ik ieder van hen ook weer in zeven stukken sneed, stierf er geen een.
Eerst sneed ik het kind in uw schoot in zeven stukken, maar dit werden zeven kinderen. Toen sneed ik elk kind nogmaals in zeven stukken. Door de genade van de Allerhoogste Heer stierf echter geen van hen. (Vedabase)
Van dat grote wonder getuige kwam ik toen tot de slotsom dat het een neveneffect moest zijn van uw aanbidden van de Allerhoogste Persoonlijkheid.
Lieve moeder, toen ik zag dat al uw negenenveertig zoons nog leefden, was ik natuurlijk met stomheid geslagen. Ik besefte dat dit een neveneffect moest zijn van de toegewijde dienst aan Heer Vishnu die u met zo'n grote regelmaat hebt verricht. (Vedabase)
Zij die zonder begeerte te koesteren belang hechten aan de aanbidding van de Allerhoogste Heer en daarbij nog niet eens de bovenzinnelijke positie verlangen, mag men beschouwen als experts in het verlichte eigenbelang [vergelijk 2.3: 10 en B.G. 9: 22].
Hoewel mensen die alleen geïnteresseerd zijn in het vereren van de Allerhoogste Godspersoon niets materieels van de Heer verlangen en zelfs niet bevrijd willen worden, vervult Heer Krishna al hun wensen. (Vedabase)
Zou een intelligent iemand ook nog maar enige vorm van materiële bevrediging op het oog hebben die men zelfs in de hel kan vinden, nadat hij van het eerbetoon is geweest waarmee Hij, de Heer van het Universum en de meest vertrouwde godheid, Zichzelf aan hem heeft gegeven? [zie ook de S'ikshâshthaka]
Het allerhoogste doel van elk streven is om een dienaar van de Allerhoogste Godspersoon te worden. Hoe kan een intelligent mens de allerdierbaarste Heer dienen, die Zijn toegewijden tenslotte Zichzelf geeft, en tegelijkertijd naar materieel geluk verlangen, wat zelfs in de hel te verkrijgen is? (Vedabase)
O beste der vrouwen, excuseert u mij alstublieft een dergelijke dwaas te zijn geweest met deze slechte daad van mij; o moeder, door uw goede geluk kwam het kind in u dat ik ter dood bracht weer tot leven.'
O mijn moeder, o beste van alle vrouwen, ik ben een dwaas. Schenk me alstublieft vergeving voor alle overtredingen die ik heb begaan. Het is aan uw toegewijde dienst te danken dat al uw negenenveertig zoons ongedeerd ter wereld zijn gekomen. Ik was hun vijand en daarom sneed ik ze aan stukken, maar dankzij uw buitengewone toegewijde dienst zijn ze niet gestorven. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Met haar tevreden over zijn goede manieren vertrok toen, nadat hij de Maruts en haar de eer bewezen had, Indra met haar permissie naar de werelden van de Heer.
S'rî S'ukadeva Gosvâmî vervolgde: Diti was buitengewoon tevreden over Indra's goede gedrag. Toen betoonde Indra zijn tante zijn respect door haar vele malen zijn eerbetuigingen aan te bieden, en zij gaf hem daarop toestemming om samen met zijn broers de Maruts naar de hemelse planeten te vertrekken. (Vedabase)
Aldus verhaalde ik u over alles waar u mij om gevraagd hebt aangaande het goedgunstige van de geboorte van de Maruts, wat moet ik u nog meer vertellen?'
Beste koning Parîkshit, ik heb de vragen die u mij gesteld hebt zo goed mogelijk beantwoord, vooral aangaande dit zuivere en zegenrijke verhaal over de Maruts. Als u nog meer vragen heeft, zal ik graag verdere uitleg geven. (Vedabase)
![]()
Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties