Canto
9
Hoofdstuk 1: Koning Sudyumna Wordt een Vrouw
(1) De koning zei: 'Ik heb geluisterd naar uw beschrijvingen over al de tijdperken van de Manu's en al de wonderbaarlijke handelingen die de Heer der Eeuwige Heldhaftigheid ten toon spreidde in die perioden. (2-3) Hij die bekend stond onder de naam Satyavrata, de wijze koning en heerser over Dravidades'a, ontving aan het einde van de voorgaande dag van Brahmâ de geestelijke kennis door de Oorspronkelijke Persoon van dienst te zijn [de purusha]. Van u hoorde ik hoe hij daadwerkelijk als een zoon van Vivasvân [de zonnegod] aldus de Manu werd. U hebt gesproken over zijn vele zoons, de koningen aangevoerd door Ikshvâku [8.13: 1]. (4) O brahmaan, beschrijf alstublieft ieder van de dynastieën van die koningen en wat hen kenmerkte, o hoogst fortuinlijke, daar zij staan voor het eeuwige van onze dienst aan u. (5) Alstublieft vertel ons over de wederwaardigheden van al die vrome en gevierde zielen die hebben geleefd, die in de toekomst er zullen zijn en en waar we in het heden mee leven.'
(6) S'rî Sûta zei: "Aldus in de bijeenkomst van al de volgelingen van het brahmaanse ertoe verzocht door Parîkchit gaf de meest geleerde in het dharma, de machtige S'uka een antwoord. (7) S'rî S'uka zei: 'Verneem nu van mij over de dynastie van Manu, o onderwerper der vijanden, zover als mogelijk besproken, omdat men er in nog geen honderd jaar mee klaar zou zijn dat uitvoerig te doen. (8) Toen de Superziel die de Oorspronkelijke Transcendentale Persoon is van alle hogere en lagere levensvormen zich aan het einde van de kalpa bevond, was er buiten Hem niets van dit universum of wat dan ook te bekennen. (9) Uit Zijn navel kwam een lotus voort en op die lotus, o Koning, was er de uit zichzelf geborene met zijn vier hoofden [zie ook 3.8]. (10) Marîci nam geboorte uit Brahmâ's geest en van hem was er Kas'yapa die daarna in de dochter van Daksha, Aditi, Visvasvân verwekte als zijn zoon [zie ook 6.6: 38-39]. (11-12) Van hem verscheen in Samjñâ, Manu S'râddhadeva en in zijn vrouw S'râddha verwekte hij vanuit zijn zelfbeheersing tien zoons die van hem de namen Ikshvâku, Nriga, S'aryâti, Dishtha, Dhrishtha, Karûshaka, Narishyanta en Prishadhra, en Nabhaga en Kavi de machtige kregen. (13) Aanvankelijk had hij, de Manu, geen zoon maar de grote persoonlijkheid, de machtige Vasishthha, bracht voor de halfgoden Mitra en Varuna een offer dat voor een zoon zou zorgen. (14) Maar S'râddha, Manu's echtgenote, die zoals staat voorgeschreven met eerbetuigingen en het zich houden aan een payo vrata [gelofte van enkel drinken, zie 8.16] naar voren trad, smeekte de diensdoende priester om een dochter. (15) Aldus verzocht voerde de ritvik de ceremonie uit, met grote aandacht met de ghee aan de slag om een begin te maken met de offerande waarbij de brahmaan de mantra vashath ['voor het Levend Wezen'] opzei.
(16) Met die overtreding van de dienstdoende priester werd een dochter geboren genaamd Ilâ ['de uitgieting'] en Manu toen hij haar zag, zei toen misnoegd tot zijn goeroe: (17) 'O mijn heer, wat is dit nou, als gevolg van wat jullie volgelingen van Brahmâ hebben gedaan, is er helaas dit tegenovergestelde resultaat dat pijnlijk afwijkt van wat er naar de mantra's die werden gebruikt was te verwachten; dit had nooit mogen gebeuren! (18) Hoe kon, van de associatie der wijzen en geleerden, van u allen zo bewust van de Absolute Waarheid en zo zelfbeheerst in boetvaardigheid, met alle onzuiverheden weggebrand, er een dergelijke ongerijmdheid, zo een valsheid, zijn met wat het plan was?'
(19) Toen hij hem dat hoorde zeggen, de meest machtige, de Manu, sprak, met begrip voor de vergissing begaan door de dienstdoende priester, hun overgrootvader Vasishthha tot de zoon van de zonnegod. (20) 'Ondanks dit afwijkend resultaat als gevolg van wat uw priester verkeerd heeft gedaan, ben ik ertoe in staat u te verzekeren van een fraaie zoon!'
(21) Aldus besloten, o Koning, droeg de beroemde, machtige meester Vasishthha gebeden op aan de Oorspronkelijke Persoon om bij Ilâ een keer tot de mannelijkheid te bewerkstelligen. (22) Door hem behaagd verleende de Allerhoogste Beheerser Hari de verlangde gunst zodat Ilâ veranderde in een mooie man genaamd Sudyumna. (23-24) Toen Sudyumna eens op jacht was in het woud, o Koning, begeleid door een gezelschap van getrouwen en rijdend op een paard uit Sindhuprades'a, ging hij noordwaarts achter de dieren aan, ter gelegenheid waarvan hij als een held was uitgerust met zijn boog en pijlen en een opvallend mooi kuras. (25) Aan de voet van de berg Meru betrad hij het Sukumâra bos alwaar de machtige Heer S'iva geniet met zijn vrouw Umâ. (26) Daar binnengegaan zag Sudyumna, de held die allen de baas was, zichzelf inderdaad in een vrouw veranderden en zijn paard in een merrie, o heerser der mensen [zie ook 5.17: 15]. (27) Zo geschiedde het dat hij met al zijn metgezellen in het andere geslacht veranderde en toen ze elkaar op die manier aanschouwden raakten ze diep in de put.'
(28) De achtenswaardige koning [Parîkchit] zei: 'Hoe kan dat gebied een dergelijke kwaliteit bezitten of om welke reden, o machtige, vond dat plaats, hierover zou ik u graag willen zien uitwijden.'
(29) S'rî S'uka antwoordde: 'Ooit kwamen daar in dat bos de grote heiligen op bezoek bij de Heer van de Berg, S'iva; als de besten in de eed hadden ze alle duisternis overwonnen van welke kant ook en zo kwamen ze daar dan aan. (30) Ambikâ [Durgâ] die naakt op de schoot van haar man zat schaamde zich diep toen ze hen zag en snel stond ze op om haar borsten te bedekken. (31) De heiligen die zagen hoe de twee daar van de sex genoten zagen van hun voornemens af en verlieten onmiddellijk die plek om naar de âs'rama van Nara-Nârâyana te gaan. (32) Om die reden zei de machtige heer voor het genoegen van zijn lieveling: 'Een ieder die deze plaats betreedt zal bijgevolg ter plekke in een vrouw veranderen!' (33) Sedertdien betraden met name mannen dat bos niet meer in de buurt waarvan zij [Sudyumna] in het gezelschap van haar metgezellen gedoemd was rond te zwerven.(34) Met haar, de meest opwindende vrouw, op deze manier omringd door andere vrouwen rondhangend in de buurt van zijn âs'rama, begeerde de machtige Budha [de zoon van de maan en de godheid van Mercurius] het haar te genieten. (35) Zij verlangde er ook naar om hem, de mooie zoon van de koning van de maan, als echtgenoot te hebben en zodoende brachte ze van hem een zoon ter wereld genaamd Purûravâ. (36) Op deze manier het tot de vrouwelijkheid hebben gebracht herinnerde Sudyumna, als een koning geboren uit Manu, zich Vasishthha, de geestelijk leraar van de familie, zo heb ik vernomen. (37) Toen die hem in die toestand zag was hij zeer bedroefd en de mannelijkheid verlangend begon hij vanuit zijn genade tot Heer S'ankara [S'iva] te bidden. (38-39) Tevreden met hem, o wetsdienaar, zei hij om zijn woord gestand te doen en om de wijze zijn liefde te tonen: 'Deze discipel van uw lijn zal iedere andere maand een vrouw zijn en met deze regeling mag Sudyumna dan naar wens de wereld regeren.' (40) Met dit ingesteld verkreeg hij door de genade van de âcârya de begeerde mannelijkheid en heerste hij over de wereld, hoewel de burgerij er niet helemaal gelukkig mee was. (41) Van Sudyumna waren er drie zoons die luisterden naar de namen Utkala, Gaya en Vimala, o Koning; zij werden de koningen van de zuidelijke gebieden en waren zeer religieus. (42) Daarna, toen het er de tijd voor was, droeg de meester van het koninkrijk die zo machtig was de wereld over aan zijn zoon Purûravâ en vertrok hij naar het woud.
Tweede editie, geladen 22 november 2007. ![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
De koning zei: 'Ik heb geluisterd naar uw beschrijvingen over al de tijdperken van de Manu's en al de wonderbaarlijke handelingen die de Heer der Eeuwige Heldhaftigheid ten toon spreidde in die perioden.De koning zei: 'Ik heb geluisterd naar uw beschrijvingen over al de tijdperken van de Manu's en al de wonderbaarlijke handelingen van de Heer der Eeuwige Heldhaftigheid ten toon gespreid in die perioden. (Vedabase)
Hij die bekend stond onder de naam Satyavrata, de wijze koning en heerser over Dravidades'a, ontving aan het einde van de voorgaande dag van Brahmâ de geestelijke kennis door de Oorspronkelijke Persoon van dienst te zijn [de purusha]. Van u hoorde ik hoe hij daadwerkelijk als een zoon van Vivasvân [de zonnegod] aldus de Manu werd. U hebt gesproken over zijn vele zoons, de koningen aangevoerd door Ikshvâku [8.13: 1].
Hij die bekend stond onder de naam Satyavrata, de geheiligde koning en heerser over Dravidades'a, ontving aan het einde van de voorgaande dag van Brahmâ de geestelijke kennis door dienst te leveren aan het Mannelijk Principe [de purusha]. Van u hoorde ik hoe hij daadwerkelijk als een zoon van Vivasvân [de zonnegod] aldus de Manu werd. U hebt gesproken over zijn vele zoons, de koningen aangevoerd door Ikshvâku [8.13: 1]. (Vedabase)
O brahmaan, beschrijf alstublieft ieder van de dynastieën van die koningen en wat hen kenmerkte, o hoogst fortuinlijke, daar zij staan voor het eeuwige van onze dienst aan u.
O brahmaan, beschrijf alstublieft ieder van de dynastieën van die koningen en wat hen kenmerkte, o hoogst fortuinlijke, daar dat voorwaar het eeuwige is van onze dienst aan u. (Vedabase)
Alstublieft vertel ons over de wederwaardigheden van al die vrome en gevierde zielen die hebben geleefd, die in de toekomst er zullen zijn en en waar we in het heden mee leven.'
Alstublieft vertel ons over de wederwaardigheden van al die vrome en gevierde zielen die hebben geleefd, die in de toekomst er zullen zijn en die we nu op het ogenblik met ons hebben.' (Vedabase)
S'rî Sûta zei: "Aldus in de bijeenkomst van al de volgelingen van het brahmaanse ertoe verzocht door Parîkchit gaf de meest geleerde in het dharma, de machtige S'uka een antwoord.
S'rî Sûta zei: "Aldus in de bijeenkomst van al de volgelingen van het brahmaanse ertoe verzocht door Parîkchit gaf de meest geleerde in het dharma, de machtige S'uka een antwoord. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Verneem nu van mij over de dynastie van Manu, o onderwerper der vijanden, zover als mogelijk besproken, omdat men er in nog geen honderd jaar mee klaar zou zijn dat uitvoerig te doen.
S'rî S'uka zei: 'Verneem nu van mij over de dynastie van Manu, o onderwerper der vijanden, zover als mogelijk in grote lijnen besproken, daar men er anders in nog geen honderd jaar mee klaar zou zijn. (Vedabase)
Toen de Superziel die de Oorspronkelijke Transcendentale Persoon is van alle hogere en lagere levensvormen zich aan het einde van de kalpa bevond, was er buiten Hem niets van dit universum of wat dan ook te bekennen.
De Superziel, die de Oorspronkelijke Transcendentale Persoon is van alle hogere en lagere levensvormen, bestond er inderdaad aan het einde van de kalpa toen er noch dit universum noch wat ook maar meer bestond. (Vedabase)
Uit Zijn navel kwam een lotus voort en op die lotus, o Koning, was er de uit zichzelf geborene met zijn vier hoofden [zie ook 3.8].
Uit Zijn navel kwam een lotus voort en op die lotus, o Koning, was er de uit zichzelf geborene met zijn vier hoofden [zie ook 3.8]. (Vedabase)
Marîci nam geboorte uit Brahmâ's geest en van hem was er Kas'yapa die daarna in de dochter van Daksha, Aditi, Visvasvân verwekte als zijn zoon [zie ook 6.6: 38-39].
Uit zijn geest nam Marîci zijn geboorte en van hem was er Kâs'yapa die daarna in de dochter van Daksha, Aditi, Visvasvân verwekte als zijn zoon [zie ook 6.6: 38-39]. (Vedabase)
Van hem verscheen in Samjñâ, Manu S'râddhadeva en in zijn vrouw S'râddha verwekte hij vanuit zijn zelfbeheersing tien zoons die van hem de namen Ikshvâku, Nriga, S'aryâti, Dishtha, Dhrishtha, Karûshaka, Narishyanta en Prishadhra, en Nabhaga en Kavi de machtige kregen.
Van hem verscheen in Samjñâ, Manu S'râddhadeva en in zijn vrouw S'râddha verwekte hij vanuit zijn zelfbeheersing tien zoons die van hem de namen Ikshvâku, Nriga, S'aryâti, Dishtha, Dhrishtha, Karûshaka, Narishyanta en Prishadhra, en Nâbhaga en Kavi de machtige kregen. (Vedabase)
Aanvankelijk had hij, de Manu, geen zoon maar de grote persoonlijkheid, de machtige Vasishthha, bracht voor de halfgoden Mitra en Varuna een offer dat voor een zoon zou zorgen.
Aanvankelijk had hij, de Manu, geen zoon maar de grote persoonlijkheid, de machtige Vasishthha, verzekerde zich ervan voor de halfgoden Mitra en Varuna een offer te brengen voor het krijgen van zoons. (Vedabase)
Maar S'râddha, Manu's echtgenote, die zoals staat voorgeschreven met eerbetuigingen en het zich houden aan een payo vrata [gelofte van enkel drinken, zie 8.16] naar voren trad, smeekte de diensdoende priester om een dochter.
Maar in dat offer smeekte S'râddha, Manu's echtgenote, de uitvoerend priester, hem benaderend zoals het hoorde met eerbetuigingen en het zich houden aan een payo vrata [gelofte van enkel drinken, zie 8.16], om een dochter. (Vedabase)
Aldus verzocht voerde de ritvik de ceremonie uit, met grote aandacht met de ghee aan de slag om een begin te maken met de offerande waarbij de brahmaan de mantra vashath ['voor het Levend Wezen'] opzei.
Aldus verzocht voerde de rtvik priester de ceremonie uit, met grote aandacht met de ghee aan de slag om een begin te maken met de offerande waarbij de brahmaan de mantra 'vashat' ['voor het Levend Wezen'] opzei. (Vedabase)
Met die overtreding van de dienstdoende priester werd een dochter geboren genaamd Ilâ ['de uitgieting'] en Manu toen hij haar zag, zei toen misnoegd tot zijn goeroe:
Met die overschrijding van de uitvoerende priester werd een dochter geboren genaamd Ilâ ['de uitgieting'] en Manu toen hij haar zag, zei toen misnoegd tot zijn goeroe: (Vedabase)Tekst 17
'O mijn heer, wat is dit nou, als gevolg van wat jullie volgelingen van Brahmâ hebben gedaan, is er helaas dit tegenovergestelde resultaat dat pijnlijk afwijkt van wat er naar de mantra's die werden gebruikt was te verwachten; dit had nooit mogen gebeuren!
'O mijn heer, wat is dit nou, als gevolg van de handelingen van jullie volgelingen van Brahmâ, is er helaas deze pijnlijke afwijking - is er naar de mantra's dit tegengestelde resultaat dat nooit plaats had mogen vinden! (Vedabase)
Hoe kon, van de associatie der wijzen en geleerden, van u allen zo bewust van de Absolute Waarheid en zo zelfbeheerst in boetvaardigheid, met alle onzuiverheden weggebrand, er een dergelijke ongerijmdheid, zo een valsheid, zijn met wat het plan was?'
Hoe kon, van de associatie der wijzen en geleerden van u allen bewust van de Absolute Waarheid, zo beheerst in boetvaardigheid, met alle onzuiverheden weggebrand, er een dergelijke ongerijmdheid zijn naar het voornemen - zo een valsheid?' (Vedabase)
Toen hij hem dat hoorde zeggen, de meest machtige, de Manu, sprak, met begrip voor de vergissing begaan door de dienstdoende priester, hun overgrootvader Vasishthha tot de zoon van de zonnegod.
Toen hij dat hoorde uitgesproken door hem, de meest machtige, de Manu, sprak hun overgrootvader, Vasishthha tot de zoon van de zonnegod, met begrip voor de tekortkoming opgetreden met de uitvoerend priester. (Vedabase)
'Ondanks dit afwijkend resultaat als gevolg van wat uw priester verkeerd heeft gedaan, ben ik ertoe in staat u te verzekeren van een fraaie zoon!'
'Naar deze ongerijmdheid wat betreft de bedoeling van uw priester afwijkend met de bedoelde uitkomst, ben ik niettemin vanuit mijn eigen kunnen er toe in staat u een fraaie zoon te leveren.' (Vedabase)
Aldus besloten, o Koning, droeg de beroemde, machtige meester Vasishthha gebeden op aan de Oorspronkelijke Persoon om bij Ilâ een keer tot de mannelijkheid te bewerkstelligen.
Aldus besloten, o Koning, bracht de beroemde machtige meester Vasishthha gebeden aan de Oorspronkelijke Persoon om van Ilâ een keer naar de mannelijkheid te hebben. (22) Blij met hem verleende de Allerhoogste Beheerser Hari de verlangde gunst dat Ilâ bijgevolg een mooie man werd genaamd Sudyumna. (Vedabase)
Door hem behaagd verleende de Allerhoogste Beheerser Hari de verlangde gunst zodat Ilâ veranderde in een mooie man genaamd Sudyumna.
Blij met hem verleende de Allerhoogste Beheerser Hari de verlangde gunst dat Ilâ bijgevolg een mooie man werd genaamd Sudyumna. (Vedabase)
Toen Sudyumna eens op jacht was in het woud, o Koning, begeleid door een gezelschap van getrouwen en rijdend op een paard uit Sindhuprades'a, ging hij noordwaarts achter de dieren aan, ter gelegenheid waarvan hij als een held was uitgerust met zijn boog en pijlen en een opvallend mooi kuras.
Toen Sudyumna eens op jacht was in het woud, o Koning, begeleid door een stel van zijn getrouwen en rijdend op een paard uit Sindhupradesha, ging hij noordwaarts achter de dieren aan als een held boog en pijlen vasthoudend en een hoogst opmerkelijk kuras dragend. (Vedabase)
Aan de voet van de berg Meru betrad hij het Sukumâra bos alwaar de machtige Heer S'iva geniet met zijn vrouw Umâ.
Aan de voet van de berg Meru betrad hij het Sukumâra bos alwaar de machtige Heer S'iva geniet met zijn vrouw Umâ. (Vedabase)
Daar binnengegaan zag Sudyumna, de held die allen de baas was, zichzelf inderdaad in een vrouw veranderden en zijn paard in een merrie, o heerser der mensen [zie ook 5.17: 15].
Daar binnengegaan zag Sudyumna, de held boven allen, zichzelf inderdaad in een vrouw veranderd en zijn paard in een merrie, o heerser der mensen [zie ook 5.17: 15]. (Vedabase)
Zo geschiedde het dat hij met al zijn metgezellen in het andere geslacht veranderde en toen ze elkaar op die manier aanschouwden raakten ze diep in de put.'
Zo geschiedde het met al zijn metgezellen dat ze in het andere geslacht veranderden en toen ze elkaar op die manier aanschouwden raakten ze diep in de put.' (Vedabase)
De achtenswaardige koning [Parîkchit] zei: 'Hoe kan dat gebied een dergelijke kwaliteit bezitten of om welke reden, o machtige, vond dat plaats, hierover zou ik u graag willen zien uitwijden.'
De eerbare koning zei [Parîkchit]: 'Hoe kan dat gebied een dergelijke kwaliteit hebben of waarom, o machtige, greep dit plaats, dit is wat ik u vraag reikhalzend uw uitweiden hierover afwachtend.' (Vedabase)
S'rî S'uka antwoordde: 'Ooit kwamen daar in dat bos de grote heiligen op bezoek bij de Heer van de Berg, S'iva; als de besten in de eed hadden ze alle duisternis overwonnen van welke kant ook en zo kwamen ze daar dan aan.
S'rî S'uka antwoordde: 'Ooit kwamen daar in dat bos de grote heiligen op bezoek bij de Heer van de Berg, S'iva; als de besten in de eed hadden ze alle duisternis overwonnen van welke kant ook en zo kwamen ze daar dan aan. (Vedabase)
Ambikâ [Durgâ] die naakt op de schoot van haar man zat schaamde zich diep toen ze hen zag en snel stond ze op om haar borsten te bedekken.
Ambikâ [Durgâ] die naakt op de schoot van haar man zat schaamde zich diep toen ze hen zag en snel stond ze op om haar borsten te bedekken. (Vedabase)
De heiligen die zagen hoe de twee daar van de sex genoten zagen van hun voornemens af en verlieten onmiddellijk die plek om naar de âs'rama van Nara-Nârâyana te gaan.
De heiligen die zagen hoe de twee daar van de sex genoten zagen van hun voornemens af en verlieten onmiddellijk die plek om naar de âs'rama van Nara-Nârâyana te gaan. (Vedabase)
Om die reden zei de machtige heer voor het genoegen van zijn lieveling: 'Een ieder die deze plaats betreedt zal bijgevolg ter plekke in een vrouw veranderen!'
Om die reden zei de machtige heer voor het genoegen van zijn lieveling: 'Een ieder die deze plaats betreedt zal bijgevolg daadwerkelijk in een vrouw veranderen!' (Vedabase)
Sedertdien betraden met name mannen dat bos niet meer in de buurt waarvan zij [Sudyumna] in het gezelschap van haar metgezellen gedoemd was rond te zwerven.
Sedert dien gaan met name mannen dat bos niet meer in waar in de buurt zij [Sudyumna] begeleid door haar metgezellen gedoemd was rond te waren. (Vedabase)
Met haar, de meest opwindende vrouw, op deze manier omringd door andere vrouwen rondhangend in de buurt van zijn âs'rama, begeerde de machtige Budha [de zoon van de maan en de godheid van Mercurius] het haar te genieten.
Met haar, de meest opwindende vrouw, op deze manier omringd door andere vrouwen rondhangend in de buurt van zijn âs'rama, begeerde de machtige Budha [de zoon van de maan en de godheid van Mercurius] het haar te genieten. (Vedabase)
Zij verlangde er ook naar om hem, de mooie zoon van de koning van de maan, als echtgenoot te hebben en zodoende brachte ze van hem een zoon ter wereld genaamd Purûravâ.
Zij verlangde het ook om hem, die als de zoon van koning maan zo mooi was, als haar echtgenoot te hebben en in haar schoot verwekte hij aldus Purûravâ, een zoon. (Vedabase)
Op deze manier het tot de vrouwelijkheid hebben gebracht herinnerde Sudyumna, als een koning geboren uit Manu, zich Vasishthha, de geestelijk leraar van de familie, zo heb ik vernomen.
Op deze manier het tot de vrouwelijkheid hebben gebracht herinnerde Sudyumna, als een koning geboren uit Manu, zich Vashishta, de raadsman van de familie, zo heb ik vernomen. (Vedabase)
Toen die hem in die toestand zag was hij zeer bedroefd en de mannelijkheid verlangend begon hij vanuit zijn genade tot Heer S'ankara [S'iva] te bidden.
Toen die hem in die toestand zag was hij zeer bedroefd en de mannelijkheid verlangend begon hij vanuit zijn genade Heer S'ankara [S'iva] te aanbidden. (Vedabase)
Tevreden met hem, o wetsdienaar, zei hij om zijn woord gestand te doen en om de wijze zijn liefde te tonen: 'Deze discipel van uw lijn zal iedere andere maand een vrouw zijn en met deze regeling mag Sudyumna dan naar wens de wereld regeren.'
Tevreden met hem, o wetsdienaar, zei hij om zijn woord gestand te doen en om de wijze zijn liefde te tonen: 'Deze discipel van uw lijn zal iedere andere maand een vrouw zijn en met deze regeling mag Sudyumna zoals verlangd de wereld regeren.' (Vedabase)
Met dit ingesteld verkreeg hij door de genade van de âcârya de begeerde mannelijkheid en heerste hij over de wereld, hoewel de burgerij er niet helemaal gelukkig mee was.
Met dit ingesteld verkreeg hij door de genade van de âcârya de begeerde mannelijkheid en heerste hij over de wereld hoewel de burgerij niet met hem was ingenomen. (Vedabase)
Van Sudyumna waren er drie zoons die luisterden naar de namen Utkala, Gaya en Vimala, o Koning; zij werden de koningen van de zuidelijke gebieden en waren zeer religieus.
Van Sudyumna waren er drie zoons die luisterden naar de namen Utkala, Gaya en Vimala, o Koning; zij werden de koningen van de zuidelijke gebieden en waren zeer religieus. (Vedabase)
Daarna, toen het er de tijd voor was, droeg de meester van het koninkrijk die zo machtig was de wereld over aan zijn zoon Purûravâ en vertrok hij naar het woud.
Daarna toen het er de tijd voor was droeg de meester van het koninkrijk zo machtig de wereld over aan zijn zoon Purûravâ en vertrok hij naar het woud. (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7.
Het schilderij is getiteld 'Shakuntala stops to look back' en is van
Raja
Ravi Varma.
Bron.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd