regelbalk


 

Canto 10

Mânasa Deho Geho

 

 

Hoofdstuk 29: Het Râsa-spel: Krishna Ontmoet 's Nachts de Gopî's en Ontsnapt

(1) De zoon van Vyâsa zei: 'Hoewel Hij de Allerhoogste Heer was, besloot Hij, afgaand op Zijn innerlijk vermogen [zie yoga-mâyâ], te gaan genieten van die herfstnachten waarin de jasmijnbloemen bloeien. (2) Op dat uur kleurde de koning van de sterren [de maan] met zijn handen het aangezicht van het oosten rood waarmee hij allen die naar hem uitkeken een genoegen deed, precies zoals een minnaar die naar zijn geliefde toekomt een einde maakt aan het leed als hij na een lange tijd zich weer laat zien. (3) Met de aanblik van de kumuda-lotussen die zich openden naar zijn volle ronde gelaat dat, gelijk het gezicht met de verse kunkuma van de godin van het geluk, met zijn licht het woud rood kleurde, speelde Hij, in de klare zachte stralen van dat schijnsel, lieflijk op Zijn fluit waarmee Hij de ogen van de charme [van de gopî's] bekoorde. (4) Het aanhoren van dat lied wekte Cupido op bij de vrouwen van Vraja en in hun geesten meegevoerd door Krishna ging ieder van hen zonder dat de anderen er weet van hadden, met van de haast zwaaiende oorhangers, naar daar waar Hij, hun vriendje, was. (5) Sommigen vertrokken midden onder het melken van de koeien, sommigen lieten in hun graagte de melk staan die op het fornuis stond terwijl anderen eropuit gingen zonder de cake uit de oven te halen. (6-7) Sommigen zetten de kinderen naast zich neer die ze melk aan het geven waren en dosten zich uit zonder nog te denken aan de dienst die ze voor hun echtgenoten verrichtten, sommigen vertrokken midden onder het eten, sommigen olieden, beschilderden zichzelf en maakten hun ogen op, terwijl anderen zich naar Krishna begaven met hun kleren en sieraden in wanorde. (8) Zij, tegengehouden door hun echtgenoten, vaders, broers en andere verwanten keerden echter, bekoord door Govinda met hun harten gestolen, niet weer terug [naar hun plichten]. (9) Sommige gopî's die er niet in slaagden om weg te komen, sloten thuisblijvend hun ogen en mediteerden verbonden in die liefde [zie voetnoot* en 10.1: 62 & 63]. (10-11) De onverdraaglijke, intense kwelling van het gescheiden zijn van hun Geliefde deed al het slechte denken wijken terwijl het goede van hen tot nul reduceerde door de vreugde verkregen in de meditatie op de omhelzing door de Onfeilbare. Ook al was Hij de Opperziel, dachten ze over Hem na als zijnde hun minnaar, maar met het niettemin verkrijgen van Zijn directe omgang gaven ze, met hun banden doorsneden, terstond hun bestaan op zoals dat wordt bepaald door de kwaliteiten der materie.'

(12) S'rî Parîkchit zei: 'Zij kenden Krishna enkel als hun geliefde en niet als de Absolute Waarheid, o wijze, hoe kon er voor hen, zo vol van gedachten over de materiële kwestie, nu het beëindigen van de machtige stroom van de guna's zijn?'

(13) S'rî S'uka zei: 'Hierover heb ik al voorheen met u gesproken [in 3.2: 19 en in 7.1: 16-33]: als de koning van Cedi [S'is'upâla] de volmaaktheid al kon bereiken met zelfs het haten van de Heer van de Zinnen, wat dan zou dat wel niet inhouden voor hen die Hem, de Heer in het Voorbije, dierbaar zijn? (14) Met het hoogste voordeel voor de mensheid voor ogen, o Koning, is er daar het persoonlijke verschijnen van de Allerhoogste, Onvergankelijke en Ondoorgrondelijke Heer, die vrij van de geaardheden de Beheerser van de geaardheden is. (15) Zij die zonder ophouden lust, woede, angst, genegenheid, eenheid en goede wil aan de dag leggen met de Heer kunnen er op rekenen dat ze de verzonkenheid in Hem bereiken. (16) U moet zich wat betreft de Ongeboren, Hoogste Persoonlijkheid hier niet over verbazen daar Hij de meester van alle meesters van de yoga is door wie deze wereld zijn bevrijding vindt. (17) Toen de Opperheer de meisjes van Vraja bij Hem zag aankomen sprak Hij, de beste van alle sprekers, met een weelde aan woorden die hen verbijsterde. (18) De Allerhoogste Heer zei: 'Weest welkom jullie allen, o fortuinlijke dames, wat kan Ik doen om jullie te behagen? Zeg me alsJeblieft of in Vraja alles in orde is en om welke reden jullie hier naar toe kwamen. (19) Deze nacht is vol van angstaanjagende schepselen, keer dus alsjeblieft terug naar Vraja o slanke meisjes, jullie vrouwen behoren hier niet rond te hangen. (20) Het is ongetwijfeld zo dat jullie moeders, vaders, zoons, broers en echtgenoten, naar jullie uitkijkend, jullie nergens kunnen vinden; bezorg jullie verwanten nu geen kopzorgen. (21-22) Jullie hebben Râka (de godin van de dag van de volle maan) zien schitteren met haar maanlicht, jullie hebben nu het woud vol van bloemen gezien dat zelfs nog aangenamer is door het briesje dat vanaf de Yamunâ waaiend speelt door de bladeren van de bomen. Ga nu, zonder dralen, terug naar het koeherdersdorp, jullie moeten je echtgenoten van dienst zijn, o kuise dames, de kalfjes en de kindjes huilen ervoor dat jullie ze melk geven. (23) Of anders, als jullie zijn gekomen omdat jullie harten overstroomden van liefde voor Mij, is dat voorwaar lofwaardig van jullie daar alle levende wezens genegenheid voor Mij koesteren. (24) Voor vrouwen is het voorzeker het hoogste dharma om volijverig haar echtgenoot van dienst te zijn, eenvoudig en eerlijk te zijn met de verwanten en goed te zorgen voor haar gezin. (25) Vermits hij niet ten val kwam [met zijn geloof of zijn huwelijkstrouw] moet een echtgenoot slecht gemutst, onfortuinlijk, oud, afgetakeld, ziek en zelfs arm zijnde door vrouwen die naar de hemel willen niet worden afgewezen [zie ook 9.14: 37 en B.G. 1: 40]. (26) Om verdoold zwak en overspelig te zijn is voor een vrouw van stand in ieder geval iets verwerpelijks: het schaadt de reputatie, veroorzaakt angst, en geeft moeilijkheden. (27) Door te luisteren, in de aanwezigheid te verkeren [van de beeltenis en de toegewijden], door meditatie en door daarbij te zingen is men van liefde voor Mij, en niet zozeer door Mij fysiek nabij te zijn; keert daarom allen naar huis terug [zie ook 10.23: 33].'

(28) S'rî S'uka zei: 'De gopî's die aldus de voor hen minder aangename woorden van Govinda hoorden ondervonden, wanhopig als ze waren te zijn teleurgesteld in hun sterke verlangens, een moeilijk te overwinnen zielenpijn. (29) Verdrietig lieten ze, terwijl ze over de grond stonden te schrapen, hun gezichten hangen en hun bimba-rode lippen al zuchtend verdrogen en droegen ze, met hun tranenvloed die hun make-up bedierf en de kunkum op hun borsten wegwaste, in stilte de last van hun grote leed. (30) Met hun Geliefde in het geheel niet zo lief hen in tegenspraak toesprekend, terwijl zij te Zijnentwille hadden afgezien van al hun materiële verlangens, veegden ze hun tranen weg hun huilen een halt toeroepend en zeiden ze vervolgens met hun stemmen verstikt in de gehechtheid gekweld iets tegen Hem terug.(31) De mooie gopî's zeiden: 'Jouw goede zelf, o Machtige, moet niet zo hardvochtig spreken met het afzweren van iedere vorm van zinnelijk genot; alstJeblieft beantwoordt onze toewijding aan Jouw voeten, wijs ons niet zo moeilijk te krijgen terug, wees net als de Godheid, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die wederkerig is met hen die uitzien naar de bevrijding. (32) O liefste, Jij als de Kenner van het Dharma sprak aldus over de plicht der vrouwen die zou bestaan uit haar trouw aan haar echtgenoot, kinderen en verwanten, zo zij het, maar is het niet zo dat Jij, o Heer, het ware voorwerp van deze instructie bent; Jij, de Godheid hoogst gewaardeerd die voor alle belichaamde wezens de nauwste verwant bent als zijnde de ziel? (33) De deskundigen inderdaad leveren bewijs van de aantrekking tot Jou, Jij die hen immer bekoort als hun eigenlijke Zelf, dus wat moeten we dan met onze echtgenoten, kinderen en verwanten die ons last bezorgen? Wees ons genadig, o Allerhoogste Beheerser, ontneem ons niet de hoop op Jou die we zo lang gekoesterd hebben, o Lotusogige. (34) Zonder moeite nam Je bezit van onze geesten welke opgingen in ons huishouden, zowel als van onze handen die druk waren met huishoudelijk werk; onze voeten zullen zich geen stap van Jouw voeten verwijderen - hoe kunnen we nu teruggaan naar Vraja, wat moeten we dan nog verder beginnen? (35) AlstJeblieft, o Allerbeste, stort de vloed, van de nectar van Je glimlachende blikken en melodieuze liederen die ontsnappen aan Je lippen, uit over het vuur in onze harten; of anders zullen we met onze meditatie onze lichamen aan het vuur overgeven dat brandt van de gescheidenheid en gaan voor het verblijf van Jouw voeten, o Vriend. (36) O, Jij met Je lotusgelijke ogen, voor de godin van het geluk is het een feest te verkeren aan de basis van Je voeten die, bij tijden gekoesterd door de mensen die zich in het woud ophouden, we nu zullen beroeren en van dat moment af aan zullen we, vol van Jouw vreugde, voorzeker er nimmer toe in staat zijn om ons in de directe nabijheid van welke andere man dan ook op te houden! (37) Zoals de godin, die tezamen zelfs met Tulasî-devî het stof van de lotusvoeten begeert, haar positie aan Jouw boezem heeft verworven en voor wiens blik rustend op hen, zo wil het geval, de anderen der verlichting zich inspannen van dienst te zijn als dienaren, zoeken wij overeenkomstig ook het stof van Je voeten. (38) Wees ons daarom genadig, o Vernietiger van Alle Leed, Jouw voeten hebben we benaderd met het verzaken van onze huishoudens in de hoop Je te aanbidden, Jij met Je mooie glimlachen en blikken waar onze harten naar smachtten in een intens verlangen; o sieraad van alle mensen, sta het ons alstJeblieft toe van dienst te zijn. (39) Met de aanblik van Je haar rondom Je gezicht, Je oorhangers, de schoonheid van Je kaken en de nectar van Je glimlachende lippen, die blikken die iemand onbevreesd maken, Je beide machtige armen en met het zien van Je borst, de enige bron van genoegen voor de godin, zijn we overgeleverd als Jouw dienaren. (40) Welke vrouw in de drie werelden, o teerbeminde, zou niet geheel ondersteboven zijn van de melodieën van de liederen die Jij tevoorschijn tovert uit Je fluit en vervolgens niet afwijken in haar burgerlijke gedrag met de aanblik van deze gratie van de drie werelden, deze schitterende gedaante waarmee (zelfs) de koeien, de vogels, de bomen en de herten worden doortrokken door een huiver van vreugde. (41) Jij, net als de aanbiddelijke God, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid, hebt, alle goden en werelden beschermend, geboorte genomen als de Godheid, die zich bewees als de verdrijver van de angst en het leed van de mensen van Vraja; wees daarom zo goed, o Vriend der Nooddruftigen, Je lotusgelijke hand te leggen op de brandende borsten en hoofden van Je dienstmaagden.'

(42) S'rî S'uka zei: 'Toen Hij de vertwijfelde woorden van de gopî's had aangehoord, lachte vol van genade de Heer van alle Heren van de Yoga die ermee tevreden was ondanks Zijn immer in Zichzelf tevreden zijn. (43) Met hen allen tezamen was Hij zo onovertroffen als de, als het hert gespikkelde, maan omringd door de sterren, en deed Hij als de Onfeilbare Heer, zo grootmoedig in Zijn blikken en bewijzen van genegenheid, hun gezichten bloeien met Zijn brede glimlachen die Zijn jasmijngelijke tanden deden blinken. (44) Bezongen en Zelf zingend als de gebieder van honderden vrouwen droeg Hij de vijfkleurige [Vaijayantî-]bloemenslinger waarmee Hij het woud opluisterde waarin Hij zich rondbewoog. (45-46) Samen met de gopî's kwam Hij aan bij de oever van de rivier die, bediend door de golven, koel was met haar zand en aangenaam was door de geur van de lotussen meegevoerd door de wind. Met de Vraja-schoonheden Cupido opwekkend vergenoegde Hij Zich ermee Zijn armen om hen heen te slaan in omhelzingen en hun haar, middel, dijen en borsten te beroeren met Zijn handen en zo ze speels strelend met Zijn vingernagels en Zijn blikken toewerpend, onderhield Hij zich met hen en lachte Hij. (47) Op deze manier van Krishna, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, de speciale aandacht van de Grotere Ziel krijgend, beschouwden ze zichzelf, trots rakend, zowaar de beste van alle vrouwen op aarde. (48) Toen Hij zag hoe ze als gevolg van hun geluk in een bedwelmde staat van valse trots verkeerden, verdween, bij wijze van Zijn genade, Heer Kes'ava vandaar met de bedoeling dat een halt toe te roepen.'

 

next          

 
 

Tweede editie, geladen 11 juni 2008.

 

 

 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

Krishna and the Gopîs Meet for the Râsa Dance

 

Tekst 1

De zoon van Vyâsa zei: 'Hoewel Hij de Allerhoogste Heer was, besloot Hij, afgaand op Zijn innerlijk vermogen [zie yoga-mâyâ], te gaan genieten van die herfstnachten waarin de jasmijnbloemen bloeien.

S'rî Bâdarâyani said: S'rî Krishna is the Supreme Personality of Godhead, full in all opulences, yet upon seeing those autumn nights scented with blossoming jasmine flowers, He turned His mind toward loving affairs. To fulfill His purposes He employed His internal potency. (Vedabase)

 

Tekst 2

Op dat uur kleurde de koning van de sterren [de maan] met zijn handen het aangezicht van het oosten rood waarmee hij allen die naar hem uitkeken een genoegen deed, precies zoals een minnaar die naar zijn geliefde toekomt een einde maakt aan het leed als hij na een lange tijd zich weer laat zien.

The moon then rose, anointing the face of the eastern horizon with the reddish hue of his comforting rays, and thus dispelling the pain of all who watched him rise. The moon was like a beloved husband who returns after a long absence and adorns the face of his beloved wife with red kunkuma. (Vedabase)

 

Tekst 3

Met de aanblik van de kumuda-lotussen die zich openden naar zijn volle ronde gelaat dat, gelijk het gezicht met de verse kunkuma van de godin van het geluk, met zijn licht het woud rood kleurde, speelde Hij, in de klare zachte stralen van dat schijnsel, lieflijk op Zijn fluit waarmee Hij de ogen van de charme [van de gopî's] bekoorde.

Lord Krishna saw the unbroken disk of the full moon glowing with the red effulgence of newly applied vermilion, as if it were the face of the goddess of fortune. He also saw the kumuda lotuses opening in response to the moon's presence and the forest gently illumined by its rays. Thus the Lord began to play sweetly on His flute, attracting the minds of the beautiful-eyed gopîs. (Vedabase)

 

Tekst 4

Het aanhoren van dat lied wekte Cupido op bij de vrouwen van Vraja en in hun geesten meegevoerd door Krishna ging ieder van hen zonder dat de anderen er weet van hadden, met van de haast zwaaiende oorhangers, naar daar waar Hij, hun vriendje, was.

When the young women of Vrindâvana heard Krishna's flute song, which arouses romantic feelings, their minds were captivated by the Lord. They went to where their lover waited, each unknown to the others, moving so quickly that their earrings swung back and forth. (Vedabase)

 

Tekst 5

Sommigen vertrokken midden onder het melken van de koeien, sommigen lieten in hun graagte de melk staan die op het fornuis stond terwijl anderen eropuit gingen zonder de cake uit de oven te halen.

Some of the gopîs were milking cows when they heard Krishna's flute. They stopped milking and went off to meet Him. Some left milk curdling on the stove, and others left cakes burning in the oven. (Vedabase)

 

Tekst 6-7

Sommigen zetten de kinderen naast zich neer die ze melk aan het geven waren en dosten zich uit zonder nog te denken aan de dienst die ze voor hun echtgenoten verrichtten, sommigen vertrokken midden onder het eten, sommigen olieden, beschilderden zichzelf en maakten hun ogen op, terwijl anderen zich naar Krishna begaven met hun kleren en sieraden in wanorde.

Some of them were getting dressed, feeding milk to their infants or rendering personal service to their husbands, but they all gave up these duties and went to meet Krishna. Other gopîs were taking their evening meals, washing themselves, putting on cosmetics or applying kajjala to their eyes. But all the gopîs stopped these activities at once and, though their clothes and ornaments were in complete disarray, rushed off to Krishna. (Vedabase)

   

Tekst 8

Zij, tegengehouden door hun echtgenoten, vaders, broers en andere verwanten keerden echter, bekoord door Govinda met hun harten gestolen, niet weer terug [naar hun plichten].

Their husbands, fathers, brothers and other relatives tried to stop them, but Krishna had already stolen their hearts. Enchanted by the sound of His flute, they refused to turn back. (Vedabase)

 

Tekst 9

Sommige gopî's die er niet in slaagden om weg te komen, sloten thuisblijvend hun ogen en mediteerden verbonden in die liefde [zie voetnoot* en 10.1: 62 & 63].

Some of the gopîs, however, could not manage to get out of their houses, and instead they remained home with eyes closed, meditating upon Him in pure love. (Vedabase)

   

 Tekst 10-11

De onverdraaglijke, intense kwelling van het gescheiden zijn van hun Geliefde deed al het slechte denken wijken terwijl het goede van hen tot nul reduceerde door de vreugde verkregen in de meditatie op de omhelzing door de Onfeilbare. Ook al was Hij de Opperziel, dachten ze over Hem na als zijnde hun minnaar, maar met het niettemin verkrijgen van Zijn directe omgang gaven ze, met hun banden doorsneden, terstond hun bestaan op zoals dat wordt bepaald door de kwaliteiten der materie.'

For those gopîs who could not go to see Krishna, intolerable separation from their beloved caused an intense agony that burned away all impious karma. By meditating upon Him they realized His embrace, and the ecstasy they then felt exhausted their material piety. Although Lord Krishna is the Supreme Soul, these girls simply thought of Him as their male lover and associated with Him in that intimate mood. Thus their karmic bondage was nullified and they abandoned their gross material bodies. (Vedabase)

   

Tekst 12

S'rî Parîkchit zei: 'Zij kenden Krishna enkel als hun geliefde en niet als de Absolute Waarheid, o wijze, hoe kon er voor hen, zo vol van gedachten over de materiële kwestie, nu het beëindigen van de machtige stroom van de guna's zijn?'

S'rî Parîkshit Mahârâja said: O sage, the gopîs knew Krishna only as their lover, not as the Supreme Absolute Truth. So how could these girls, their minds caught up in the waves of the modes of nature, free themselves from material attachment? (Vedabase)

 

Tekst 13

S'rî S'uka zei: 'Hierover heb ik al voorheen met u gesproken [in 3.2: 19 en in 7.1: 16-33]: als de koning van Cedi [S'is'upâla] de volmaaktheid al kon bereiken met zelfs het haten van de Heer van de Zinnen, wat dan zou dat wel niet inhouden voor hen die Hem, de Heer in het Voorbije, dierbaar zijn?

S'ukadeva Gosvâmî said: This point was explained to you previously. Since even S'is'upâla, who hated Krishna, achieved perfection, then what to speak of the Lord's dear devotees. (Vedabase)

 

Tekst 14

Met het hoogste voordeel voor de mensheid voor ogen, o Koning, is er daar het persoonlijke verschijnen van de Allerhoogste, Onvergankelijke en Ondoorgrondelijke Heer, die vrij van de geaardheden de Beheerser van de geaardheden is.

O King, the Supreme Lord is inexhaustible and immeasurable, and He is untouched by the material modes because He is their controller. His personal appearance in this world is meant for bestowing the highest benefit on humanity. (Vedabase)

 

Tekst 15

Zij die zonder ophouden lust, woede, angst, genegenheid, eenheid en goede wil aan de dag leggen met de Heer kunnen er op rekenen dat ze de verzonkenheid in Hem bereiken.

Persons who constantly direct their lust, anger, fear, protective affection, feeling of impersonal oneness or friendship toward Lord Hari are sure to become absorbed in thought of Him. (Vedabase)

 

Tekst 16

U moet zich wat betreft de Ongeboren, Hoogste Persoonlijkheid hier niet over verbazen daar Hij de meester van alle meesters van de yoga is door wie deze wereld zijn bevrijding vindt.

You should not be so astonished by Krishna, the unborn master of all masters of mystic power, the Supreme Personality of Godhead. After all, it is the Lord who liberates this world. (Vedabase)

 

Tekst 17

Toen de Opperheer de meisjes van Vraja bij Hem zag aankomen sprak Hij, de beste van alle sprekers, met een weelde aan woorden die hen verbijsterde.

Seeing that the girls of Vraja had arrived, Lord Krishna, the best of speakers, greeted them with charming words that bewildered their minds. (Vedabase)

 

Tekst 18

De Allerhoogste Heer zei: 'Weest welkom jullie allen, o fortuinlijke dames, wat kan Ik doen om jullie te behagen? Zeg me alsJeblieft of in Vraja alles in orde is en om welke reden jullie hier naar toe kwamen.

Lord Krishna said: O most fortunate ladies, welcome. What may I do to please you? Is everything well in Vraja? Please tell Me the reason for your coming here. (Vedabase)

 

Tekst 19

Deze nacht is vol van angstaanjagende schepselen, keer dus alsjeblieft terug naar Vraja o slanke meisjes, jullie vrouwen behoren hier niet rond te hangen.

This night is quite frightening, and frightening creatures are lurking about. Return to Vraja, slender-waisted girls. This is not a proper place for women. (Vedabase)

 

Tekst 20

Het is ongetwijfeld zo dat jullie moeders, vaders, zoons, broers en echtgenoten, naar jullie uitkijkend, jullie nergens kunnen vinden; bezorg jullie verwanten nu geen kopzorgen.

Not finding you at home, your mothers, fathers, sons, brothers and husbands are certainly searching for you. Don't cause anxiety for your family members. (Vedabase)

 

Tekst 21-22

Jullie hebben Râka (de godin van de dag van de volle maan) zien schitteren met haar maanlicht, jullie hebben nu het woud vol van bloemen gezien dat zelfs nog aangenamer is door het briesje dat vanaf de Yamunâ waaiend speelt door de bladeren van de bomen. Ga nu, zonder dralen, terug naar het koeherdersdorp, jullie moeten je echtgenoten van dienst zijn, o kuise dames, de kalfjes en de kindjes huilen ervoor dat jullie ze melk geven.

Now you have seen this Vrindâvana forest, full of flowers and resplendent with the light of the full moon. You have seen the beauty of the trees, with their leaves trembling in the gentle breeze coming from the Yamunâ. So now go back to the cowherd village. Don't delay. O chaste ladies, serve your husbands and give milk to your crying babies and calves. (Vedabase)

 

Tekst 23

Of anders, als jullie zijn gekomen omdat jullie harten overstroomden van liefde voor Mij, is dat voorwaar lofwaardig van jullie daar alle levende wezens genegenheid voor Mij koesteren.

On the other hand, perhaps you have come here out of your great love for Me, which has taken control of your hearts. This is of course quite commendable on your part, since all living entities possess natural affection for Me. (Vedabase)

 

Tekst 24

Voor vrouwen is het voorzeker het hoogste dharma om volijverig haar echtgenoot van dienst te zijn, eenvoudig en eerlijk te zijn met de verwanten en goed te zorgen voor haar gezin.

The highest religious duty for a woman is to sincerely serve her husband, behave well toward her husband's family and take good care of her children. (Vedabase)

 

Tekst 25

Vermits hij niet ten val kwam [met zijn geloof of zijn huwelijkstrouw] moet een echtgenoot slecht gemutst, onfortuinlijk, oud, afgetakeld, ziek en zelfs arm zijnde door vrouwen die naar de hemel willen niet worden afgewezen [zie ook 9.14: 37 en B.G. 1: 40].

Women who desire a good destination in the next life should never abandon a husband who has not fallen from his religious standards, even if he is obnoxious, unfortunate, old, unintelligent, sickly or poor. (Vedabase)

 

Tekst 26

Om verdoold zwak en overspelig te zijn is voor een vrouw van stand in ieder geval iets verwerpelijks: het schaadt de reputatie, veroorzaakt angst, en geeft moeilijkheden.

For a woman from a respectable family, petty adulterous affairs are always condemned. They bar her from heaven, ruin her reputation and bring her difficulty and fear. (Vedabase)

 

Tekst 27

Door te luisteren, in de aanwezigheid te verkeren [van de beeltenis en de toegewijden], door meditatie en door daarbij te zingen is men van liefde voor Mij, en niet zozeer door Mij fysiek nabij te zijn; keert daarom allen naar huis terug [zie ook 10.23: 33].'

Transcendental love for Me arises by the devotional processes of hearing about Me, seeing My Deity form, meditating on Me and faithfully chanting My glories. The same result is not achieved by mere physical proximity. So please go back to your homes. (Vedabase)

 

Tekst 28

S'rî S'uka zei: 'De gopî's die aldus de voor hen minder aangename woorden van Govinda hoorden ondervonden, wanhopig als ze waren te zijn teleurgesteld in hun sterke verlangens, een moeilijk te overwinnen zielenpijn.

S'ukadeva Gosvâmî said: Hearing these unpleasant words spoken by Govinda, the gopîs became morose. Their great hopes were frustrated and they felt insurmountable anxiety. (Vedabase)

 

Tekst 29

Verdrietig lieten ze, terwijl ze over de grond stonden te schrapen, hun gezichten hangen en hun bimba-rode lippen al zuchtend verdrogen en droegen ze, met hun tranenvloed die hun make-up bedierf en de kunkum op hun borsten wegwaste, in stilte de last van hun grote leed.

Their heads hanging down and their heavy, sorrowful breathing drying up their reddened lips, the gopîs scratched the ground with their toes. Tears flowed from their eyes, carrying their kajjala and washing away the vermilion smeared on their breasts. Thus they stood, silently bearing the burden of their unhappiness. (Vedabase)

 

Tekst 30

Met hun Geliefde in het geheel niet zo lief hen in tegenspraak toesprekend, terwijl zij te Zijnentwille hadden afgezien van al hun materiële verlangens, veegden ze hun tranen weg hun huilen een halt toeroepend en zeiden ze vervolgens met hun stemmen verstikt in de gehechtheid gekweld iets tegen Hem terug.

Although Krishna was their beloved, and although they had abandoned all other objects of desire for His sake, He had been speaking to them unfavorably. Nonetheless, they remained unflinching in their attachment to Him. Stopping their crying, they wiped their eyes and began to speak, their voices stammering with agitation. (Vedabase)

 

Tekst 31

De mooie gopî's zeiden: 'Jouw goede zelf, o Machtige, moet niet zo hardvochtig spreken met het afzweren van iedere vorm van zinnelijk genot; alstJeblieft beantwoordt onze toewijding aan Jouw voeten, wijs ons niet zo moeilijk te krijgen terug, wees net als de Godheid, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die wederkerig is met hen die uitzien naar de bevrijding.

The beautiful gopîs said: O all-powerful one, You should not speak in this cruel way. Do not reject us, who have renounced all material enjoyment to render devotional service to Your lotus feet. Reciprocate with us, O stubborn one, just as the primeval Lord, S'rî Nârâyana, reciprocates with His devotees in their endeavors for liberation. (Vedabase)

 

Tekst 32

O liefste, Jij als de Kenner van het Dharma sprak aldus over de plicht der vrouwen die zou bestaan uit haar trouw aan haar echtgenoot, kinderen en verwanten, zo zij het, maar is het niet zo dat Jij, o Heer, het ware voorwerp van deze instructie bent; Jij, de Godheid hoogst gewaardeerd die voor alle belichaamde wezens de nauwste verwant bent als zijnde de ziel?

Our dear Krishna, as an expert in religion You have advised us that the proper religious duty for women is to faithfully serve their husbands, children and other relatives. We agree that this principle is valid, but actually this service should be rendered to You. After all, O Lord, You are the dearmost friend of all embodied souls. You are their most intimate relative and indeed their very Self. (Vedabase)

 

Tekst 33

De deskundigen inderdaad leveren bewijs van de aantrekking tot Jou, Jij die hen immer bekoort als hun eigenlijke Zelf, dus wat moeten we dan met onze echtgenoten, kinderen en verwanten die ons last bezorgen? Wees ons genadig, o Allerhoogste Beheerser, ontneem ons niet de hoop op Jou die we zo lang gekoesterd hebben, o Lotusogige.

Expert transcendentalists always direct their affection toward You because they recognize You as their true Self and eternal beloved. What use do we have for these husbands, children and relatives of ours, who simply give us trouble? Therefore, O supreme controllers grant us Your mercy. O lotus-eyed one, please do not cut down our long-cherished hope to have Your association. (Vedabase)

 

Tekst 34

Zonder moeite nam Je bezit van onze geesten welke opgingen in ons huishouden, zowel als van onze handen die druk waren met huishoudelijk werk; onze voeten zullen zich geen stap van Jouw voeten verwijderen - hoe kunnen we nu teruggaan naar Vraja, wat moeten we dan nog verder beginnen?

Until today our minds were absorbed in household affairs, but You easily stole both our minds and our hands away from our housework. Now our feet won't move one step from Your lotus feet. How can we go back to Vraja? What would we do there? (Vedabase)

 

Tekst 35

AlstJeblieft, o Allerbeste, stort de vloed, van de nectar van Je glimlachende blikken en melodieuze liederen die ontsnappen aan Je lippen, uit over het vuur in onze harten; of anders zullen we met onze meditatie onze lichamen aan het vuur overgeven dat brandt van de gescheidenheid en gaan voor het verblijf van Jouw voeten, o Vriend.

Dear Krishna, please pour the nectar of Your lips upon the fire within our hearts - a fire You ignited with Your smiling glances and the sweet song of Your flute. If You do not, we will consign our bodies to the fire of separation from You, O friend, and thus like yogis attain to the abode of Your lotus feet by meditation. (Vedabase)

 

Tekst 36

O, Jij met Je lotusgelijke ogen, voor de godin van het geluk is het een feest te verkeren aan de basis van Je voeten die, bij tijden gekoesterd door de mensen die zich in het woud ophouden, we nu zullen beroeren en van dat moment af aan zullen we, vol van Jouw vreugde, voorzeker er nimmer toe in staat zijn om ons in de directe nabijheid van welke andere man dan ook op te houden!

O lotus-eyed one, the goddess of fortune considers it a festive occasion whenever she touches the soles of Your lotus feet. You are very dear to the residents of the forest, and therefore we will also touch those lotus feet. From that time on we will be unable even to stand in the presence of any other man, for we will have been fully satisfied by You. (Vedabase)

 

Tekst 37

Zoals de godin, die tezamen zelfs met Tulasî-devî het stof van de lotusvoeten begeert, haar positie aan Jouw boezem heeft verworven en voor wiens blik rustend op hen, zo wil het geval, de anderen der verlichting zich inspannen van dienst te zijn als dienaren, zoeken wij overeenkomstig ook het stof van Je voeten.

Goddess Lakshmî, whose glance is sought after by the demigods with great endeavor, has achieved the unique position of always remaining on the chest of her Lord, Nârâyana. Still, she desires the dust of His lotus feet, even though she has to share that dust with Tulasî-devî and indeed with the Lord's many other servants. Similarly, we have approached the dust of Your lotus feet for shelter. (Vedabase)

 

Tekst 38

Wees ons daarom genadig, o Vernietiger van Alle Leed, Jouw voeten hebben we benaderd met het verzaken van onze huishoudens in de hoop Je te aanbidden, Jij met Je mooie glimlachen en blikken waar onze harten naar smachtten in een intens verlangen; o sieraad van alle mensen, sta het ons alstJeblieft toe van dienst te zijn.

Therefore, O vanquisher of all distress, please show us mercy. To approach Your lotus feet we abandoned our families and homes, and we have no desire other than to serve You. Our hearts are burning with intense desires generated by Your beautiful smiling glances. O jewel among men, please make us Your maidservants. (Vedabase)

 

Tekst 39

Met de aanblik van Je haar rondom Je gezicht, Je oorhangers, de schoonheid van Je kaken en de nectar van Je glimlachende lippen, die blikken die iemand onbevreesd maken, Je beide machtige armen en met het zien van Je borst, de enige bron van genoegen voor de godin, zijn we overgeleverd als Jouw dienaren.

Seeing Your face encircled by curling locks of hair, Your cheeks beautified by earrings, Your lips full of nectar, and Your smiling glance, and also seeing Your two imposing arms, which take away our fear, and Your chest, which is the only source of pleasure for the goddess of fortune, we must become Your maidservants. (Vedabase)

 

Tekst 40

Welke vrouw in de drie werelden, o teerbeminde, zou niet geheel ondersteboven zijn van de melodieën van de liederen die Jij tevoorschijn tovert uit Je fluit en vervolgens niet afwijken in haar burgerlijke gedrag met de aanblik van deze gratie van de drie werelden, deze schitterende gedaante waarmee (zelfs) de koeien, de vogels, de bomen en de herten worden doortrokken door een huiver van vreugde.

Dear Krishna, what woman in all the three worlds wouldn't deviate from religious behavior when bewildered by the sweet, drawn-out melody of Your flute? Your beauty makes all three worlds auspicious. Indeed, even the cows, birds, trees and deer manifest the ecstatic symptom of bodily hair standing on end when they see Your beautiful form. (Vedabase)

 

Tekst 41

Jij, net als de aanbiddelijke God, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid, hebt, alle goden en werelden beschermend, geboorte genomen als de Godheid, die zich bewees als de verdrijver van de angst en het leed van de mensen van Vraja; wees daarom zo goed, o Vriend der Nooddruftigen, Je lotusgelijke hand te leggen op de brandende borsten en hoofden van Je dienstmaagden.'

Clearly You have taken birth in this world to relieve the fear and distress of the people of Vraja, just as the Supreme Personality of Godhead, the primeval Lord, protects the domain of the demigods. Therefore, O friend of the distressed, kindly place Your lotus hand on Your maidservants' heads and burning breasts. (Vedabase)

 

Tekst 42

S'rî S'uka zei: 'Toen Hij de vertwijfelde woorden van de gopî's had aangehoord, lachte vol van genade de Heer van alle Heren van de Yoga die ermee tevreden was ondanks Zijn immer in Zichzelf tevreden zijn.

S'ukadeva Gosvâmî said: Smiling upon hearing these despondent words from the gopîs, Lord Krishna, the supreme master of all masters of mystic yoga, mercifully enjoyed with them, although He is self-satisfied. (Vedabase)

 

Tekst 43

Met hen allen tezamen was Hij zo onovertroffen als de, als het hert gespikkelde, maan omringd door de sterren, en deed Hij als de Onfeilbare Heer, zo grootmoedig in Zijn blikken en bewijzen van genegenheid, hun gezichten bloeien met Zijn brede glimlachen die Zijn jasmijngelijke tanden deden blinken.

Among the assembled gopîs, the infallible Lord Krishna appeared just like the moon surrounded by stars. He whose activities are so magnanimous made their faces blossom with His affectionate glances, and His broad smiles revealed the effulgence of His jasmine-bud-like teeth. (Vedabase)

 

Tekst 44

Bezongen en Zelf zingend als de gebieder van honderden vrouwen droeg Hij de vijfkleurige [Vaijayantî-]bloemenslinger waarmee Hij het woud opluisterde waarin Hij zich rondbewoog.

As the gopîs sang His praises, that leader of hundreds of women sang loudly in reply. He moved among them, wearing His Vaijayantî garland, beautifying the Vrindâvana forest. (Vedabase)

 

Tekst 45-46

Samen met de gopî's kwam Hij aan bij de oever van de rivier die, bediend door de golven, koel was met haar zand en aangenaam was door de geur van de lotussen meegevoerd door de wind. Met de Vraja-schoonheden Cupido opwekkend vergenoegde Hij Zich ermee Zijn armen om hen heen te slaan in omhelzingen en hun haar, middel, dijen en borsten te beroeren met Zijn handen en zo ze speels strelend met Zijn vingernagels en Zijn blikken toewerpend, onderhield Hij zich met hen en lachte Hij.

S'rî Krishna went with the gopîs to the bank of the Yamunâ, where the sand was cooling and the wind, enlivened by the river's waves, bore the fragrance of lotuses. There Krishna threw His arms around the gopîs and embraced them. He aroused Cupid in the beautiful young ladies of Vraja by touching their hands, hair, thighs, belts and breasts, by playfully scratching them with His fingernails, and also by joking with them, glancing at them and laughing with them. In this way the Lord enjoyed His pastimes. (Vedabase)

 

Tekst 47

Op deze manier van Krishna, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, de speciale aandacht van de Grotere Ziel krijgend, beschouwden ze zichzelf, trots rakend, zowaar de beste van alle vrouwen op aarde.

The gopîs became proud of themselves for having received such special attention from Krishna, the Supreme Personality of Godhead, and each of them thought herself the best woman on earth. (Vedabase)

 

Tekst 48

Toen Hij zag hoe ze als gevolg van hun geluk in een bedwelmde staat van valse trots verkeerden, verdween, bij wijze van Zijn genade, Heer Kes'ava vandaar met de bedoeling dat een halt toe te roepen.'

Lord Kes'ava, seeing the gopîs too proud of their good fortune, wanted to relieve them of this pride and show them further mercy. Thus He immediately disappeared. (Vedabase)

 

  "De verschillende typen gopî's waar hier sprake van schijnt te zijn worden eveneens vermeld in de Padma Purâna:

gopyas tu s'rutayo jñeyâ
rishi-jâ gopa-kanyakâh
deva-kanyâs' ca râjendra
na mânushyâh kathañcana

'Het wordt begrepen dat sommige van de gopî's de Vedische literatuur personifiëren (s'ruti-cârî),terwijl anderen gereïncarneerde wijzen zijn (rishi-cârî's), dochters van koeherders (gopa-kanyâ's), of halfgodenmaagden (deva-kanyâ's). Maar in geen geval, mijn beste Koning, is ook maar een van hen een gewoon menselijk wezen.' Er is ook sprake van sâdhana-siddha's en nitya-siddha's: zij die vervolmaakt in de geestelijke discipline zijn en zij die zo geboren zijn.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het eerste schilderij op deze pagina is van
Râmadâsa Abhirâma dâsa en het tweede van Dhriti devî dâsî.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties