De
zoon van Vyâsa zei: 'Hoewel Hij de Allerhoogste Heer was,
besloot Hij, afgaand op Zijn innerlijk vermogen [zie
yoga-mâyâ],
te gaan genieten van die herfstnachten waarin de jasmijnbloemen
bloeien.
S'rî
Bâdarâyani said: S'rî Krishna is the
Supreme Personality of Godhead, full in all opulences, yet
upon seeing those autumn nights scented with blossoming
jasmine flowers, He turned His mind toward loving affairs.
To fulfill His purposes He employed His internal potency.
(Vedabase)
Tekst
2
Op dat uur
kleurde de koning van de sterren [de maan] met zijn
handen het aangezicht van het oosten rood waarmee hij allen die
naar hem uitkeken een genoegen deed, precies zoals een minnaar
die naar zijn geliefde toekomt een einde maakt aan het leed als
hij na een lange tijd zich weer laat zien.
The
moon then rose, anointing the face of the eastern horizon
with the reddish hue of his comforting rays, and thus
dispelling the pain of all who watched him rise. The moon
was like a beloved husband who returns after a long absence
and adorns the face of his beloved wife with red kunkuma.
(Vedabase)
Tekst
3
Met de aanblik
van de kumuda-lotussen die zich openden naar zijn volle ronde
gelaat dat, gelijk het gezicht met de verse kunkuma van de
godin van het geluk, met zijn licht het woud rood kleurde,
speelde Hij, in de klare zachte stralen van dat schijnsel,
lieflijk op Zijn fluit waarmee Hij de ogen van de charme
[van de gopî's] bekoorde.
Lord
Krishna saw the unbroken disk of the full moon glowing with
the red effulgence of newly applied vermilion, as if it were
the face of the goddess of fortune. He also saw the kumuda
lotuses opening in response to the moon's presence and the
forest gently illumined by its rays. Thus the Lord began to
play sweetly on His flute, attracting the minds of the
beautiful-eyed gopîs. (Vedabase)
Tekst
4
Het aanhoren
van dat lied wekte Cupido op bij de vrouwen van Vraja en in hun
geesten meegevoerd door Krishna ging ieder van hen zonder dat
de anderen er weet van hadden, met van de haast zwaaiende
oorhangers, naar daar waar Hij, hun vriendje, was.
When
the young women of Vrindâvana heard Krishna's flute
song, which arouses romantic feelings, their minds were
captivated by the Lord. They went to where their lover
waited, each unknown to the others, moving so quickly that
their earrings swung back and forth. (Vedabase)
Tekst
5
Sommigen
vertrokken midden onder het melken van de koeien, sommigen
lieten in hun graagte de melk staan die op het fornuis stond
terwijl anderen eropuit gingen zonder de cake uit de oven te
halen.
Some
of the gopîs were milking cows when they heard
Krishna's flute. They stopped milking and went off to meet
Him. Some left milk curdling on the stove, and others left
cakes burning in the oven. (Vedabase)
Tekst
6-7
Sommigen zetten
de kinderen naast zich neer die ze melk aan het geven waren en
dosten zich uit zonder nog te denken aan de dienst die ze voor
hun echtgenoten verrichtten, sommigen vertrokken midden onder
het eten, sommigen olieden, beschilderden zichzelf en maakten
hun ogen op, terwijl anderen zich naar Krishna begaven met hun
kleren en sieraden in wanorde.
Some
of them were getting dressed, feeding milk to their infants
or rendering personal service to their husbands, but they
all gave up these duties and went to meet Krishna. Other
gopîs were taking their evening meals, washing
themselves, putting on cosmetics or applying kajjala to
their eyes. But all the gopîs stopped these
activities at once and, though their clothes and ornaments
were in complete disarray, rushed off to Krishna.
(Vedabase)
Tekst
8
Zij,
tegengehouden door hun echtgenoten, vaders, broers en andere
verwanten keerden echter, bekoord door Govinda met hun harten
gestolen, niet weer terug [naar hun plichten].
Their
husbands, fathers, brothers and other relatives tried to
stop them, but Krishna had already stolen their hearts.
Enchanted by the sound of His flute, they refused to turn
back. (Vedabase)
Tekst
9
Sommige
gopî's die er niet in slaagden om weg te komen,
sloten thuisblijvend hun ogen en mediteerden verbonden in die
liefde [zie
voetnoot* en
10.1:
62 & 63].
Some
of the gopîs, however, could not manage to get
out of their houses, and instead they remained home with
eyes closed, meditating upon Him in pure love.
(Vedabase)
Tekst
10-11
De
onverdraaglijke, intense kwelling van het gescheiden zijn van
hun Geliefde deed al het slechte denken wijken terwijl het
goede van hen tot nul reduceerde door de vreugde verkregen in
de meditatie op de omhelzing door de Onfeilbare. Ook al was Hij
de Opperziel, dachten ze over Hem na als zijnde hun minnaar,
maar met het niettemin verkrijgen van Zijn directe omgang gaven
ze, met hun banden doorsneden, terstond hun bestaan op zoals
dat wordt bepaald door de kwaliteiten der materie.'
For
those gopîs who could not go to see Krishna,
intolerable separation from their beloved caused an intense
agony that burned away all impious karma. By meditating upon
Him they realized His embrace, and the ecstasy they then
felt exhausted their material piety. Although Lord Krishna
is the Supreme Soul, these girls simply thought of Him as
their male lover and associated with Him in that intimate
mood. Thus their karmic bondage was nullified and they
abandoned their gross material bodies. (Vedabase)
Tekst
12
S'rî
Parîkchit zei: 'Zij kenden Krishna enkel als hun geliefde
en niet als de Absolute Waarheid, o wijze, hoe kon er voor hen,
zo vol van gedachten over de materiële kwestie, nu het
beëindigen van de machtige stroom van de guna's
zijn?'
S'rî
Parîkshit Mahârâja said: O sage, the
gopîs knew Krishna only as their lover, not as
the Supreme Absolute Truth. So how could these girls, their
minds caught up in the waves of the modes of nature, free
themselves from material attachment? (Vedabase)
Tekst
13
S'rî
S'uka zei: 'Hierover heb ik al voorheen met u gesproken [in
3.2:
19 en in
7.1:
16-33]:
als de koning van Cedi [S'is'upâla] de
volmaaktheid al kon bereiken met zelfs het haten van de Heer
van de Zinnen, wat dan zou dat wel niet inhouden voor hen die
Hem, de Heer in het Voorbije, dierbaar zijn?
S'ukadeva
Gosvâmî said: This point was explained to you
previously. Since even S'is'upâla, who hated Krishna,
achieved perfection, then what to speak of the Lord's dear
devotees. (Vedabase)
Tekst
14
Met het hoogste
voordeel voor de mensheid voor ogen, o Koning, is er daar het
persoonlijke verschijnen van de Allerhoogste, Onvergankelijke
en Ondoorgrondelijke Heer, die vrij van de geaardheden de
Beheerser van de geaardheden is.
O
King, the Supreme Lord is inexhaustible and immeasurable,
and He is untouched by the material modes because He is
their controller. His personal appearance in this world is
meant for bestowing the highest benefit on humanity.
(Vedabase)
Tekst
15
Zij die zonder
ophouden lust, woede, angst, genegenheid, eenheid en goede wil
aan de dag leggen met de Heer kunnen er op rekenen dat ze de
verzonkenheid in Hem bereiken.
Persons
who constantly direct their lust, anger, fear, protective
affection, feeling of impersonal oneness or friendship
toward Lord Hari are sure to become absorbed in thought of
Him. (Vedabase)
Tekst
16
U moet zich wat
betreft de Ongeboren, Hoogste Persoonlijkheid hier niet over
verbazen daar Hij de meester van alle meesters van de yoga is
door wie deze wereld zijn bevrijding vindt.
You
should not be so astonished by Krishna, the unborn master of
all masters of mystic power, the Supreme Personality of
Godhead. After all, it is the Lord who liberates this world.
(Vedabase)
Tekst
17
Toen de
Opperheer de meisjes van Vraja bij Hem zag aankomen sprak Hij,
de beste van alle sprekers, met een weelde aan woorden die hen
verbijsterde.
Seeing
that the girls of Vraja had arrived, Lord Krishna, the best
of speakers, greeted them with charming words that
bewildered their minds. (Vedabase)
Tekst
18
De Allerhoogste
Heer zei: 'Weest welkom jullie allen, o fortuinlijke dames, wat
kan Ik doen om jullie te behagen? Zeg me alsJeblieft of in
Vraja alles in orde is en om welke reden jullie hier naar toe
kwamen.
Lord
Krishna said: O most fortunate ladies, welcome. What may I
do to please you? Is everything well in Vraja? Please tell
Me the reason for your coming here. (Vedabase)
Tekst
19
Deze nacht is
vol van angstaanjagende schepselen, keer dus alsjeblieft terug
naar Vraja o slanke meisjes, jullie vrouwen behoren hier niet
rond te hangen.
This
night is quite frightening, and frightening creatures are
lurking about. Return to Vraja, slender-waisted girls. This
is not a proper place for women. (Vedabase)
Tekst
20
Het is
ongetwijfeld zo dat jullie moeders, vaders, zoons, broers en
echtgenoten, naar jullie uitkijkend, jullie nergens kunnen
vinden; bezorg jullie verwanten nu geen
kopzorgen.
Not
finding you at home, your mothers, fathers, sons, brothers
and husbands are certainly searching for you. Don't cause
anxiety for your family members. (Vedabase)
Tekst
21-22
Jullie hebben
Râka (de godin van de dag van de volle maan) zien
schitteren met haar maanlicht, jullie hebben nu het woud vol
van bloemen gezien dat zelfs nog aangenamer is door het briesje
dat vanaf de Yamunâ waaiend speelt door de bladeren van
de bomen. Ga nu, zonder dralen, terug naar het koeherdersdorp,
jullie moeten je echtgenoten van dienst zijn, o kuise dames, de
kalfjes en de kindjes huilen ervoor dat jullie ze melk
geven.
Now
you have seen this Vrindâvana forest, full of flowers
and resplendent with the light of the full moon. You have
seen the beauty of the trees, with their leaves trembling in
the gentle breeze coming from the Yamunâ. So now go
back to the cowherd village. Don't delay. O chaste ladies,
serve your husbands and give milk to your crying babies and
calves. (Vedabase)
Tekst
23
Of anders, als
jullie zijn gekomen omdat jullie harten overstroomden van
liefde voor Mij, is dat voorwaar lofwaardig van jullie daar
alle levende wezens genegenheid voor Mij
koesteren.
On
the other hand, perhaps you have come here out of your great
love for Me, which has taken control of your hearts. This is
of course quite commendable on your part, since all living
entities possess natural affection for Me. (Vedabase)
Tekst
24
Voor vrouwen is
het voorzeker het hoogste dharma om volijverig haar echtgenoot
van dienst te zijn, eenvoudig en eerlijk te zijn met de
verwanten en goed te zorgen voor haar gezin.
The
highest religious duty for a woman is to sincerely serve her
husband, behave well toward her husband's family and take
good care of her children. (Vedabase)
Tekst
25
Vermits hij
niet ten val kwam [met zijn geloof of zijn
huwelijkstrouw] moet een echtgenoot slecht gemutst,
onfortuinlijk, oud, afgetakeld, ziek en zelfs arm zijnde door
vrouwen die naar de hemel willen niet worden afgewezen [zie
ook 9.14:
37 en
B.G.
1: 40].
Women
who desire a good destination in the next life should never
abandon a husband who has not fallen from his religious
standards, even if he is obnoxious, unfortunate, old,
unintelligent, sickly or poor. (Vedabase)
Tekst
26
Om verdoold
zwak en overspelig te zijn is voor een vrouw van stand in ieder
geval iets verwerpelijks: het schaadt de reputatie, veroorzaakt
angst, en geeft moeilijkheden.
For
a woman from a respectable family, petty adulterous affairs
are always condemned. They bar her from heaven, ruin her
reputation and bring her difficulty and fear.
(Vedabase)
Tekst
27
Door te
luisteren, in de aanwezigheid te verkeren [van de beeltenis
en de toegewijden], door meditatie en door daarbij te
zingen is men van liefde voor Mij, en niet zozeer door Mij
fysiek nabij te zijn; keert daarom allen naar huis terug
[zie ook 10.23:
33].'
Transcendental
love for Me arises by the devotional processes of hearing
about Me, seeing My Deity form, meditating on Me and
faithfully chanting My glories. The same result is not
achieved by mere physical proximity. So please go back to
your homes. (Vedabase)
Tekst
28
S'rî
S'uka zei: 'De gopî's die aldus de voor hen minder
aangename woorden van Govinda hoorden ondervonden, wanhopig als
ze waren te zijn teleurgesteld in hun sterke verlangens, een
moeilijk te overwinnen zielenpijn.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Hearing these unpleasant words
spoken by Govinda, the gopîs became morose.
Their great hopes were frustrated and they felt
insurmountable anxiety. (Vedabase)
Tekst
29
Verdrietig
lieten ze, terwijl ze over de grond stonden te schrapen, hun
gezichten hangen en hun bimba-rode lippen al zuchtend verdrogen
en droegen ze, met hun tranenvloed die hun make-up bedierf en
de kunkum op hun borsten wegwaste, in stilte de last van hun
grote leed.
Their
heads hanging down and their heavy, sorrowful breathing
drying up their reddened lips, the gopîs
scratched the ground with their toes. Tears flowed from
their eyes, carrying their kajjala and washing away the
vermilion smeared on their breasts. Thus they stood,
silently bearing the burden of their unhappiness.
(Vedabase)
Tekst
30
Met hun
Geliefde in het geheel niet zo lief hen in tegenspraak
toesprekend, terwijl zij te Zijnentwille hadden afgezien van al
hun materiële verlangens, veegden ze hun tranen weg hun
huilen een halt toeroepend en zeiden ze vervolgens met hun
stemmen verstikt in de gehechtheid gekweld iets tegen Hem
terug.
Although
Krishna was their beloved, and although they had abandoned
all other objects of desire for His sake, He had been
speaking to them unfavorably. Nonetheless, they remained
unflinching in their attachment to Him. Stopping their
crying, they wiped their eyes and began to speak, their
voices stammering with agitation. (Vedabase)
Tekst
31
De mooie
gopî's zeiden: 'Jouw goede zelf, o Machtige, moet
niet zo hardvochtig spreken met het afzweren van iedere vorm
van zinnelijk genot; alstJeblieft beantwoordt onze toewijding
aan Jouw voeten, wijs ons niet zo moeilijk te krijgen terug,
wees net als de Godheid, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die
wederkerig is met hen die uitzien naar de bevrijding.
The
beautiful gopîs said: O all-powerful one, You
should not speak in this cruel way. Do not reject us, who
have renounced all material enjoyment to render devotional
service to Your lotus feet. Reciprocate with us, O stubborn
one, just as the primeval Lord, S'rî
Nârâyana, reciprocates with His devotees in
their endeavors for liberation. (Vedabase)
Tekst
32
O liefste, Jij
als de Kenner van het Dharma sprak aldus over de plicht der
vrouwen die zou bestaan uit haar trouw aan haar echtgenoot,
kinderen en verwanten, zo zij het, maar is het niet zo dat Jij,
o Heer, het ware voorwerp van deze instructie bent; Jij, de
Godheid hoogst gewaardeerd die voor alle belichaamde wezens de
nauwste verwant bent als zijnde de ziel?
Our
dear Krishna, as an expert in religion You have advised us
that the proper religious duty for women is to faithfully
serve their husbands, children and other relatives. We agree
that this principle is valid, but actually this service
should be rendered to You. After all, O Lord, You are the
dearmost friend of all embodied souls. You are their most
intimate relative and indeed their very Self.
(Vedabase)
Tekst
33
De deskundigen
inderdaad leveren bewijs van de aantrekking tot Jou, Jij die
hen immer bekoort als hun eigenlijke Zelf, dus wat moeten we
dan met onze echtgenoten, kinderen en verwanten die ons last
bezorgen? Wees ons genadig, o Allerhoogste Beheerser, ontneem
ons niet de hoop op Jou die we zo lang gekoesterd hebben, o
Lotusogige.
Expert
transcendentalists always direct their affection toward You
because they recognize You as their true Self and eternal
beloved. What use do we have for these husbands, children
and relatives of ours, who simply give us trouble?
Therefore, O supreme controllers grant us Your mercy. O
lotus-eyed one, please do not cut down our long-cherished
hope to have Your association. (Vedabase)
Tekst
34
Zonder moeite
nam Je bezit van onze geesten welke opgingen in ons huishouden,
zowel als van onze handen die druk waren met huishoudelijk
werk; onze voeten zullen zich geen stap van Jouw voeten
verwijderen - hoe kunnen we nu teruggaan naar Vraja, wat moeten
we dan nog verder beginnen?
Until
today our minds were absorbed in household affairs, but You
easily stole both our minds and our hands away from our
housework. Now our feet won't move one step from Your lotus
feet. How can we go back to Vraja? What would we do there?
(Vedabase)
Tekst
35
AlstJeblieft, o
Allerbeste, stort de vloed, van de nectar van Je glimlachende
blikken en melodieuze liederen die ontsnappen aan Je lippen,
uit over het vuur in onze harten; of anders zullen we met onze
meditatie onze lichamen aan het vuur overgeven dat brandt van
de gescheidenheid en gaan voor het verblijf van Jouw voeten, o
Vriend.
Dear
Krishna, please pour the nectar of Your lips upon the fire
within our hearts - a fire You ignited with Your smiling
glances and the sweet song of Your flute. If You do not, we
will consign our bodies to the fire of separation from You,
O friend, and thus like yogis attain to the abode of Your
lotus feet by meditation. (Vedabase)
Tekst
36
O, Jij met Je
lotusgelijke ogen, voor de godin van het geluk is het een feest
te verkeren aan de basis van Je voeten die, bij tijden
gekoesterd door de mensen die zich in het woud ophouden, we nu
zullen beroeren en van dat moment af aan zullen we, vol van
Jouw vreugde, voorzeker er nimmer toe in staat zijn om ons in
de directe nabijheid van welke andere man dan ook op te houden!
O
lotus-eyed one, the goddess of fortune considers it a
festive occasion whenever she touches the soles of Your
lotus feet. You are very dear to the residents of the
forest, and therefore we will also touch those lotus feet.
From that time on we will be unable even to stand in the
presence of any other man, for we will have been fully
satisfied by You. (Vedabase)
Tekst
37
Zoals de godin,
die tezamen zelfs met Tulasî-devî het stof van de
lotusvoeten begeert, haar positie aan Jouw boezem heeft
verworven en voor wiens blik rustend op hen, zo wil het geval,
de anderen der verlichting zich inspannen van dienst te zijn
als dienaren, zoeken wij overeenkomstig ook het stof van Je
voeten.
Goddess
Lakshmî, whose glance is sought after by the demigods
with great endeavor, has achieved the unique position of
always remaining on the chest of her Lord,
Nârâyana. Still, she desires the dust of His
lotus feet, even though she has to share that dust with
Tulasî-devî and indeed with the Lord's many
other servants. Similarly, we have approached the dust of
Your lotus feet for shelter. (Vedabase)
Tekst
38
Wees ons daarom
genadig, o Vernietiger van Alle Leed, Jouw voeten hebben we
benaderd met het verzaken van onze huishoudens in de hoop Je te
aanbidden, Jij met Je mooie glimlachen en blikken waar onze
harten naar smachtten in een intens verlangen; o sieraad van
alle mensen, sta het ons alstJeblieft toe van dienst te
zijn.
Therefore,
O vanquisher of all distress, please show us mercy. To
approach Your lotus feet we abandoned our families and
homes, and we have no desire other than to serve You. Our
hearts are burning with intense desires generated by Your
beautiful smiling glances. O jewel among men, please make us
Your maidservants. (Vedabase)
Tekst
39
Met de aanblik
van Je haar rondom Je gezicht, Je oorhangers, de schoonheid van
Je kaken en de nectar van Je glimlachende lippen, die blikken
die iemand onbevreesd maken, Je beide machtige armen en met het
zien van Je borst, de enige bron van genoegen voor de godin,
zijn we overgeleverd als Jouw dienaren.
Seeing
Your face encircled by curling locks of hair, Your cheeks
beautified by earrings, Your lips full of nectar, and Your
smiling glance, and also seeing Your two imposing arms,
which take away our fear, and Your chest, which is the only
source of pleasure for the goddess of fortune, we must
become Your maidservants. (Vedabase)
Tekst
40
Welke vrouw in
de drie werelden, o teerbeminde, zou niet geheel ondersteboven
zijn van de melodieën van de liederen die Jij tevoorschijn
tovert uit Je fluit en vervolgens niet afwijken in haar
burgerlijke gedrag met de aanblik van deze gratie van de drie
werelden, deze schitterende gedaante waarmee (zelfs) de koeien,
de vogels, de bomen en de herten worden doortrokken door een
huiver van vreugde.
Dear
Krishna, what woman in all the three worlds wouldn't deviate
from religious behavior when bewildered by the sweet,
drawn-out melody of Your flute? Your beauty makes all three
worlds auspicious. Indeed, even the cows, birds, trees and
deer manifest the ecstatic symptom of bodily hair standing
on end when they see Your beautiful form. (Vedabase)
Tekst
41
Jij, net als de
aanbiddelijke God, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid, hebt,
alle goden en werelden beschermend, geboorte genomen als de
Godheid, die zich bewees als de verdrijver van de angst en het
leed van de mensen van Vraja; wees daarom zo goed, o Vriend der
Nooddruftigen, Je lotusgelijke hand te leggen op de brandende
borsten en hoofden van Je dienstmaagden.'
Clearly
You have taken birth in this world to relieve the fear and
distress of the people of Vraja, just as the Supreme
Personality of Godhead, the primeval Lord, protects the
domain of the demigods. Therefore, O friend of the
distressed, kindly place Your lotus hand on Your
maidservants' heads and burning breasts. (Vedabase)
Tekst
42
S'rî
S'uka zei: 'Toen Hij de vertwijfelde woorden van de
gopî's had aangehoord, lachte vol van genade de
Heer van alle Heren van de Yoga die ermee tevreden was ondanks
Zijn immer in Zichzelf tevreden zijn.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Smiling upon hearing these
despondent words from the gopîs, Lord Krishna,
the supreme master of all masters of mystic yoga, mercifully
enjoyed with them, although He is self-satisfied.
(Vedabase)
Tekst
43
Met hen allen
tezamen was Hij zo onovertroffen als de, als het hert
gespikkelde, maan omringd door de sterren, en deed Hij als de
Onfeilbare Heer, zo grootmoedig in Zijn blikken en bewijzen van
genegenheid, hun gezichten bloeien met Zijn brede glimlachen
die Zijn jasmijngelijke tanden deden blinken.
Among
the assembled gopîs, the infallible Lord
Krishna appeared just like the moon surrounded by stars. He
whose activities are so magnanimous made their faces blossom
with His affectionate glances, and His broad smiles revealed
the effulgence of His jasmine-bud-like teeth.
(Vedabase)
Tekst
44
Bezongen en
Zelf zingend als de gebieder van honderden vrouwen droeg Hij de
vijfkleurige [Vaijayantî-]bloemenslinger waarmee
Hij het woud opluisterde waarin Hij zich rondbewoog.
As
the gopîs sang His praises, that leader of
hundreds of women sang loudly in reply. He moved among them,
wearing His Vaijayantî garland, beautifying the
Vrindâvana forest. (Vedabase)
Tekst
45-46
Samen met de
gopî's kwam Hij aan bij de oever van de
rivier die, bediend door de golven, koel was met haar zand en
aangenaam was door de geur van de lotussen meegevoerd door de
wind. Met de Vraja-schoonheden Cupido opwekkend vergenoegde Hij
Zich ermee Zijn armen om hen heen te slaan in omhelzingen en
hun haar, middel, dijen en borsten te beroeren met Zijn handen
en zo ze speels strelend met Zijn vingernagels en Zijn blikken
toewerpend, onderhield Hij zich met hen en lachte
Hij.
S'rî
Krishna went with the gopîs to the bank of the
Yamunâ, where the sand was cooling and the wind,
enlivened by the river's waves, bore the fragrance of
lotuses. There Krishna threw His arms around the
gopîs and embraced them. He aroused Cupid in
the beautiful young ladies of Vraja by touching their hands,
hair, thighs, belts and breasts, by playfully scratching
them with His fingernails, and also by joking with them,
glancing at them and laughing with them. In this way the
Lord enjoyed His pastimes. (Vedabase)
Tekst
47
Op deze manier
van Krishna, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, de
speciale aandacht van de Grotere Ziel krijgend, beschouwden ze
zichzelf, trots rakend, zowaar de beste van alle vrouwen op
aarde.
The
gopîs became proud of themselves for having
received such special attention from Krishna, the Supreme
Personality of Godhead, and each of them thought herself the
best woman on earth. (Vedabase)
Tekst
48
Toen Hij zag
hoe ze als gevolg van hun geluk in een bedwelmde staat van
valse trots verkeerden, verdween, bij wijze van Zijn genade,
Heer Kes'ava vandaar met de bedoeling dat een halt toe te
roepen.'
Lord
Kes'ava, seeing the gopîs too proud of their
good fortune, wanted to relieve them of this pride and show
them further mercy. Thus He immediately disappeared.
(Vedabase)
"De verschillende typen gopî's waar hier sprake
van schijnt te zijn worden eveneens vermeld in de Padma
Purâna:
gopyas
tu s'rutayo jñeyâ
rishi-jâ gopa-kanyakâh
deva-kanyâs' ca râjendra
na mânushyâh kathañcana
'Het
wordt begrepen dat sommige van de gopî's de
Vedische literatuur personifiëren
(s'ruti-cârî),terwijl anderen
gereïncarneerde wijzen zijn
(rishi-cârî's), dochters van koeherders
(gopa-kanyâ's), of halfgodenmaagden
(deva-kanyâ's). Maar in geen geval, mijn beste
Koning, is ook maar een van hen een gewoon menselijk wezen.' Er
is ook sprake van sâdhana-siddha's en
nitya-siddha's: zij die vervolmaakt in de geestelijke
discipline zijn en zij die zo geboren
zijn.