De
zoon van Vyâsa zei: 'Nadat
hij de elfde dag [van de eerste helft van de maanmaand]
gevast had en hij de Handhaver van Allen
[Janârdana] had aanbeden, ging Nanda de twaalfde
dag het water van de Yamunâ in voor een
bad.
S'rî
Bâdarâyani said: Having worshiped Lord
Janârdana and fasted on the Ekâdas'î day,
Nanda Mahârâja entered the water of the
Kâlindî on the Dvâdas'î to take his
bath. (Vedabase)
Tekst
2
Een
duistere dienaar van Varuna greep hem beet en bracht hem op die
de regel had veronachtzaamd dat tijdens de nacht het water
ingaan een goddeloze praktijk was.
Because
Nanda Mahârâja entered the water in the dark of
night, disregarding that the time was inauspicious, a
demoniac servant of Varuna seized him and brought him to his
master. (Vedabase)
Tekst
3
O
Koning, hem niet ziend riepen de gopa's luid uit 'o
Krishna, o Râma!' waarop de Allerhoogste Heer die er
achter kwam dat de vader was meegevoerd van Hem, de Almachtige
die Zijn mensen onbevreesd maakt, toen naar de plaats ging waar
Varuna zich ophield.
O
King, not seeing Nanda Mahârâja, the cowherd men
loudly cried out, "O Krishna! O Râma!" Lord Krishna
heard their cries and understood that His father had been
captured by Varuna. Therefore the almighty Lord, who makes
His devotees fearless, went to the court of Varunadeva.
(Vedabase)
Tekst
4
Op
het moment dat hij zag dat de Heer der Zinnen was gearriveerd
betoonde hij, de godheid die over dat bereik [van de
wateren] regeerde, Hem uitvoerig de eer, er zeer verheugd
over zijnde dat Hij aanwezig was.
Seeing
that the Lord, Hrishîkes'a, had arrived, the demigod
Varuna worshiped Him with elaborate offerings. Varuna was in
a state of great jubilation upon seeing the Lord, and he
spoke as follows. (Vedabase)
Tekst
5
S'rî
Varuna zei: 'Vandaag mag ik de ware weelde genieten van het
succes van mijn lichamelijke aanwezigheid, o Heer, omdat het zo
is dat zij die het gegeven is Uw lotusvoeten te dienen de
bovenzinnelijkheid hebben bereikt in hun materiële
leven.
S'rî
Varuna said: Now my body has fulfilled its function. Indeed,
now the goal of my life is achieved, O Lord. Those who
accept Your lotus feet, O Personality of Godhead, can
transcend the path of material existence. (Vedabase)
Tekst
6
Mijn
eerbetuigingen voor U de Allerhoogste Persoonlijkheid van God,
de Absolute Waarheid en de Ziel Hoogst Verheven die de
schepping van deze wereld teweegbracht en over wie
mâyâ geen zeggenschap heeft.
My
obeisances unto You, the Supreme Personality of Godhead, the
Absolute Truth, the Supreme Soul, within whom there is no
trace of the illusory energy, which orchestrates the
creation of this world. (Vedabase)
Tekst
7
Die onwetende
dienaar van mij was een dwaas niet zijn plicht te kennen
[*]
toen hij hem hier opbracht die Uw vader blijkt te zijn, neem me
niet kwalijk, Uwe goedheid.
Your
father, who is sitting here, was brought to me by a foolish,
ignorant servant of mine who did not understand his proper
duty. Therefore, please forgive us. (Vedabase)
Tekst
8
Wees
zelfs voor mij o Krishna, o U die alles ziet, alstUblieft van
genade, o Govinda; aan U, zo vol zorg voor Uw ouders, behoort
zeer zeker hij hier die Uw vader
is.'
O
Krishna, O seer of everything, please give Your mercy even
to me. O Govinda, You are most affectionate to Your father.
Please take him home. (Vedabase)
Tekst
9
S'rî
S'uka zei: 'Aldus tevredengesteld nam Krishna, de Allerhoogste
Heer en Heerser over alle Heersers, Zijn vader met Zich mee en
begaf Hij zich naar Zijn verwanten die Hij zeer blij
maakte.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus satisfied by Lord Varuna,
S'rî Krishna, the Supreme Personality of Godhead, Lord
of lords, took His father and returned home, where their
relatives were overjoyed to see them. (Vedabase)
Tekst
10
Nanda die
voorheen nooit kennis had gemaakt met de machtige weelde van de
heer van het bereik [der wateren] of getuige was
geweest van de eerbetuigingen die zij [Varuna en zijn
volgelingen] Krishna brachten, sprak vol verwondering tot
zijn vrienden en familieleden.
Nanda
Mahârâja had been astonished to see for the
first time the great opulence of Varuna, the ruler of the
ocean planet, and also to see how Varuna and his servants
had offered such humble respect to Krishna. Nanda described
all this to his fellow cowherd men. (Vedabase)
Tekst
11
Zij,
de gopa's, gretig luisterend, o Koning, dachten met Hem
als hun Heer: 'Misschien bereidt Hij ons de genade ons mee te
nemen naar Zijn bovenzinnelijk
verblijf!'
[Hearing
about Krishna's pastimes with Varuna,] the cowherd men
considered that Krishna must be the Supreme Lord, and their
minds, O King, were filled with eagerness. They thought,
"Will the Supreme Lord bestow upon us His transcendental
abode?" (Vedabase)
Tekst
12
Hij,
de Allerhoogste Heer van Zijn kant als Degene die een Ieder
Ziet doorgrondde hun droom van volmaaktheid en dacht vol
mededogen dit:
Because
He sees everything, Lord Krishna, the Supreme Personality of
Godhead, automatically understood what the cowherd men were
conjecturing. Wanting to show His compassion to them by
fulfilling their desires, the Lord thought as follows.
(Vedabase)
Tekst
13
'Voorzeker zijn
de mensen in deze wereld, die in onachtzaamheid verkerend met
de verlangens van hun handelingen dwalen tussen de hogere en
lagere doelen, zich niet bewust van hun eigenlijke bestemming.'
[Lord
Krishna thought:] Certainly people in this world are
wandering among higher and lower destinations, which they
achieve through activities performed according to their
desires and without full knowledge. Thus people do not know
their real destination. (Vedabase)
Tekst
14-15
Met deze
overweging toonde de Allerhoogste Heer Hari in groot mededogen
de gopa's Zijn eigen verblijf voorbij de duisternis der
materie: het ware onbegrensde spirituele kennen dat het licht
is [zie brahma-jyoti]
van het eeuwige absolute welk inderdaad door de wijzen wordt
waargenomen die in trance ver verwijderd zijn van de
materiële kwaliteiten.
Thus
deeply considering the situation, the all-merciful Supreme
Personality of Godhead Hari revealed to the cowherd men His
abode, which is beyond material
darkness.
Lord
Krishna revealed the indestructible spiritual effulgence,
which is unlimited, conscious and eternal. Sages see that
spiritual existence in trance, when their consciousness is
free of the modes of material nature. (Vedabase)
Tekst
16
Zij werden door
Krishna gebracht naar en ondergedompeld in het meer van de Ene
Geest [brahma-hrada] en daaruit opgetild zagen
ze het verblijf van de Absolute Waarheid op de manier zoals dat
voorheen werd gezien door Akrûra
[3.1:
32,
10.38
& 10.40].
The
cowherd men were brought by Lord Krishna to the
Brahma-hrada, made to submerge in the water, and then lifted
up. From the same vantage point that Akrûra saw the
spiritual world, the cowherd men saw the planet of the
Absolute Truth. (Vedabase)
Tekst
17
Nanda en de
zijnen raakten met dat voor ogen overweldigd door een
goddelijke verrukking en waren er hoogst verrast over hoe
Krishna aldaar werd geprezen met vedische hymnen.'
Nanda
Mahârâja and the other cowherd men felt the
greatest happiness when they saw that transcendental abode.
They were especially amazed to see Krishna Himself there,
surrounded by the personified Vedas, who were offering Him
prayers. (Vedabase)
*
Prabhupâda's
leerlingen geven als commentaar op de preciese uitvoering van
de zaken aangaande het ekâdas'î-vasten en
gunstige tijden om te baden: 'Natuurlijk, Varuna's dienaar zou
zich bewust zijn geweest van deze technische details, welke
bedoeld zijn voor hen die strict naar de vedische rituelen
leven.'