regelbalk


 

  

Canto 10

Mahâmantra 4

 
 

Hoofdstuk 23: De Echtgenotes van de Brahmanen Gezegend

(1) De gopa's zeiden: 'Râma, o Râma, o machtig-gearmde, o Krishna, vernietiger van de kwaadwilligen, we hebben last van honger, er moet iets aan gedaan worden.'

(2) S'rî S'uka zei: 'Aldus door de gopa's op de hoogte gesteld sprak de Allerhoogste Heer, de zoon van Devakî, met de wens om een aantal brahmanenvrouwen die Hem toegewijd waren tevreden te stellen, het volgende: (3) 'Ga, als je dat wilt, naar het offerperk van de brahmanen die, met het oog op een plaatsje in de hemel, overeenkomstig de vedische voorschriften momenteel bezig zijn met het uitvoeren van een offerplechtigheid genaamd Ângirasa. (4) Als jullie daar naar toe gaan, beste gopa's, vraag dan om voedsel en zeg ze dat jullie zijn gestuurd door de Allerhoogste Heer Mijn oudste broer alsook in Mijn naam.'

(5) Met deze opdracht van de Allerhoogste Heer daar, zoals hen was gezegd, naar toe gegaan, wierpen ze met hun verzoek zich met gevouwen handen als een stok plat op de grond neer voor de brahmanen: (6) 'O aardse goden, al het goede zij u toegewenst, luister alstublieft, wij, gezonden door Râma, zo moet u begrijpen, zijn hier naartoe gekomen gehoorgevend aan een opdracht van Krishna. (7) Râma en Acyuta weiden Hun koeien niet ver van hier en vragen door de honger geplaagd u om Hen van voedsel te voorzien, o tweemaal geborenen; dus, als u van enig geloof bent, doe dan een schenking, o fijnste kenners der religie. (8) Van het begin van een offerande tot aan het eind van het offeren van het dier, o getrouwen der waarheid, is het, behalve wanneer er sprake is van een [Sautrâmani-]offer voor Indra [*], zelfs niet voor een ingewijde een overtreding om van voedsel te genieten [of het uit te delen].'

(9) Aldus op de hoogte van de Allerhoogste Heer Zijn verzoek gingen ze er niettemin niet op in. Oppervlakkig druk in de weer met hun rituele bezigheden dachten ze dat ze het beter wisten. (10-11) Hoewel plaats en tijd, de artikelen gebruikt, de lofzangen, de rituelen, de priesters en het vuur, de godbewusten die voorgingen, de uitvoerder van de offerande, de uitvoering en het resultaat van dharma allen het rechtstreeks zichtbare uitmaken van de Absolute Waarheid van Hem, de Allerhoogste Heer voorbij de zinnen, beschouwden ze Hem in hun geleende intelligentie als een gewoon iemand. (12) Met hen nog niet eens een ja of nee laten horend, keerden de gopa's aldus ontmoedigd, o bestraffer der vijanden, terug om Krishna en Râma erover te vertellen. (13) Toen ze dat hoorden moest de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum, lachen en richtte Hij zich wederom tot de koeherdersjongens om hen te laten zien hoe het er aantoe gaat in de wereld: (14) 'Meld hun echtgenotes maar dat Ik tezamen met Sankarshana ben aangekomen; zij zullen jullie al het verlangde voedsel verschaffen, omdat zij met hun intelligentie steeds op Mij gericht vol van liefde zijn voor Mij.'

(15) Toen ze vervolgens naar het huis gingen van de echtgenotes verbogen de gopa's zich voor die kuise vrouwen van de tweemaal geborenen die ze daar fraai met sieraden omhangen bijeen zagen zitten, en zeiden ze nederig: (16) 'Weest gegroet, o echtgenotes van de geschoolden, luister alstublieft naar onze woorden: niet ver van hier trekken we rond met Krishna die ons hier naartoe gestuurd heeft. (17) De koeien hoedend met de gopa's en met Râma is Hij van verre gekomen; Hij die met Zijn metgezellen rammelen van de honger zouden wat te eten moeten krijgen'.

(18) Toen ze hoorden dat Krishna in de buurt was die zij, met hun geesten bekoord door de verhalen over Hem, altijd graag wilden zien, gaf dat een hoop opwinding. (19) Als rivieren die naar de oceaan stromen werden de vier soorten [kauwbare, zuigbare, likbare en drinkbare] etenswaren in de vorm van allerlei smakelijke gerechten bijeen gebracht en in potten en pannen naar hun aller beminde vervoerd. (20-21) Hoewel hun echtgenoten, broers, zoons en andere verwanten ze probeerden tegen te houden, richtten ze zich, nu ze al zo lang over Hem gehoord en naar Hem verlangd hadden, tot de Allerhoogste Heer Geprezen in de Geschriften. De dames troffen Hem aan rondtrekkend met de gopa's en Zijn oudere broer in een stukje bos met bloeiende as'oka's nabij de Yamunâ. (22) Met Zijn donkere huidskleur, gouden kledingstuk, slinger van woudbloemen, pauwenveer, kleurige steentjes en bloesemtakken, stond Hij, aangekleed als een danser op een podium, met Zijn hand over de schouder van een vriend en met de andere zwaaiend met een lotus, daar te glimlachen met Zijn lotusgezicht, Zijn haar langs Zijn gezicht en de lelies achter Zijn oren. (23) Keer op keer gehoord hebbend over de heerlijkheden van hun teerbeminde, het sieraad voor hun oren waarin hun geesten waren verzonken, omhelsden ze Hem, die nu binnen hun gezichtsveld was gekomen, voor een lange tijd en gaven ze hun innerlijke smart op, o vorst der mensen, die het resultaat was van het feit dat ze zich met hun lichaam identificeerden. (24) Als degene die het overzicht heeft over de gezichtspunten van alle schepselen richtte Hij met een glimlach op Zijn gezicht het woord tot hen, begrijpend dat daar aangekomen om Hem persoonlijk te ontmoeten ze in die staat gebroken hadden met alle wereldse verwachtingen. (25) 'Ik heet jullie allen van harte welkom, alsjeblieft neem plaats, wat kan Ik voor jullie betekenen; wat goed van jullie dat jullie hier naartoe gekomen zijn om Mij te zien! (26) Mensen van onderscheid zich wel bewust van wat goed voor hen is houden zich steeds direct gericht op Mij, hun meest geliefde Zelf, bezig met een niet aflatende toegewijde dienst die naar behoren is zonder enig nevenmotief. (27) Wat anders ook zou zo dierbaar zijn als dat voorwerp van liefde waarvan het contact het gekoesterde teweegbracht van iemands levenskracht, intelligentie, geest, verwanten, lichaam, echtgenote, kinderen, weelde enzovoorts? (28) Ga derhalve naar het offerperk zodat jullie brahmaanse echtgenoten samen met jullie als huishouders in staat zullen zijn hun offerplechtigheden te volbrengen.'

(29) De vrouwen antwoordden: 'Wees niet zo streng met ons, o Almachtige, wees trouw aan Uw [schriftuurlijke] belofte dat met het verworven hebben van de basis van Uw lotusvoeten wij, met het afzien van alle relaties, op ons hoofd de tulsî-slinger mogen dragen weggeschopt door Uw voet. (30) Onze echtgenoten, vaders, zoons, en broers, andere verwanten en vrienden zullen ons niet weer terugnemen en hoe zouden andere mensen dan reageren? Daarom kan er voor ons, wiens lichamen zijn neergevallen aan Uw voeten, geen andere bestemming zijn o Bestraffer der Vijanden; alstUblieft gun ons dat!'

(31-32) De Allerhoogste Heer zei: 'Jullie echtgenoten zullen niet kwaad zijn van de jaloezie noch zullen jullie vaders, broers, zoons of andere mensen dat zijn; zelfs de halfgoden zullen, op Mijn woord, jullie gunstig gezind zijn. (33) Luisterend, samenkomend [voor de beeltenis en/of bijeenkomst van toegewijden], mediterend op en zingend over Mij, zijn jullie van liefde voor Mij, en niet zozeer door Mij fysiek nabij te zijn; keert daarom allen naar huis terug.'

(34) S'rî S'uka zei: 'Toen Hij dit tegen de echtgenotes van de tweemaal geborenen gezegd had gingen ze terug naar de offerplaats waar hun mannen die hen niet terechtwezen samen met hen de uitvoering afrondden. (35) Een van hen, die met geweld tegen was gehouden door haar echtgenoot, omarmde, van de anderen vernemend over de Allerhoogste Heer, Hem in haar hart en gaf haar lichaam op dat de basis vormde voor de karmische gebondenheid. (36) De Allerhoogste Heer, ook wel bekend als Govinda, gaf met datzelfde voedsel in vier soorten de gopa's te eten, waarna ook Hij, de Almachtige, een deel nam. (37) En zo genoot Hij ervan in Zijn wederwaardigheden, met Zijn bovenzinnelijke verschijning de gang van zaken volgend met de menselijke aangelegenheid, om de koeien, de gopa's en de gopî's te behagen met Zijn schoonheid, woorden en daden. (38) Nadien kwamen de brahmanen weer bij zinnen en voelden ze zich zeer bezwaard zo in overtreding te zijn geweest met hun verbeelding in relatie tot het nederige verzoek van de Heren van het Universum die waren verschenen als menselijke wezens. (39) Toen ze zagen hoe bij de echtgenotes jegens Krishna, de Allerhoogste Heer, hun toewijding een geweldige vlucht had genomen, een toewijding die bij hen totaal ontbrak, veroordeelden ze zichzelf al weeklagend: (40) 'Vervloekt al die drie geboorten van ons [biologisch, brahmaans en ritueel], onze geloften, onze uitgebreide geestelijke kennis, onze afstamming en onze deskundigheid met de rituelen, als wij ons hebben afgekeerd van Hem, de Ongeziene. (41) Waarlijk is de Allerhoogste Heer Zijn mâyâ, die zelfs de grootste yogi's misleidt, er de oorzaak van dat wij, de tweemaal geborenen, de geestelijk leraren van de samenleving, verbijsterd zijn geraakt wat betreft ons ware eigenbelang. (42) Zie toch hoe er zelfs met deze vrouwen voor Krishna, de geestelijk leraar van het universum, een onbegrensde toewijding is die de band met de dood heeft doorbroken die bekend staat als het gezinsleven. (43-44) Van hun kant waren er geen zuiveringsriten van wedergeboorte, ze woonden niet bij de goeroe en hielden zich niet bezig met verzakingen, noch waren ze van filosofisch onderzoek naar de ware aard van het zelf of van enige bijzondere reinheid of vroom handelen; niettemin zijn ze, in tegenstelling tot ons - hoe vol we van die zuivering ook allemaal zijn-, stevig verankerd in hun toegewijde dienst voor Krishna, de Heer Geprezen in de Verzen en de Meester van alle Meesters van de Yoga. (45) Och, hoezeer heeft Hij niet, middels de woorden van de bovenzinnelijke zielen van die koeherdersjongens, ons herinnerd aan de uiteindelijke bestemming die er bestaat voor ons die inderdaad door ons verzot zijn in onze huishoudelijke aangelegenheden verbijsterd waren wat betreft ons ware eigenbelang. (46) Om welke andere reden zou Hij, de Meester der Bevrijding en alle andere zegeningen die voldaan is in ieder opzicht, met ons, degenen die moeten worden beheerst, van deze aanspraak zijn? (47) Met Zijn verzoek [om voedsel] dat de menselijke wezens verbijstert, is de Godin van het Geluk, anderen vergetend en een eind makend aan de fouten [van trots en wispelturigheid] in haar eigen wezen, van aanbidding voor Hem in een constant verlangen Zijn voeten aan te raken. (48-49) De plaats en de tijd, de gebruikte artikelen, de lofzangen, de rituelen, de priesters en het vuur, de voorzittende godsbewusten, de uitvoerder van het offer, de plechtigheid en het dharmische resultaat ervan [zie vers 10-11] uitmakend, heeft Hij, de Allerhoogste Heer van Vishnu, de Meester der Yogameesters, inderdaad rechtstreeks zichtbaar geboorte genomen onder de Yadu's, maar ondanks het feit dat we hiervan gehoord hadden slaagden wij er verdwaasd niet in het te begrijpen. (50) Hem, de Allerhoogste Heer Krishna van een onmetelijke intelligentie, door wiens begoochelend vermogen wij met verbijsterde geesten ronddolen op de wegen van het baatzuchtig handelen, bieden we onze eerbetuigingen. (51) Hij, onze Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God wiens invloed we met onze geesten verbijsterd door mâyâ niet kunnen peilen, moet ons onze overtreding maar vergeven.'

(52) Aldus hun eigen overtreding overpeinzend tegen Krishna wensten zij na hun acte van berouw het toen om Hem in Vraja te zien maar, bang om Kamsa (zijn aandacht dan teveel op Hem te vestigen], gingen ze er niet naar toe.'

 

next           

 
 

Tweede editie, geladen 18 mei 2008.

 

 

 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande Nederlandse tekst beschikbaar):

The Brâhmanas' Wives Blessed

 

Tekst 1

De gopa's zeiden: 'Râma, o Râma, o machtig-gearmde, o Krishna, vernietiger van de kwaadwilligen, we hebben last van honger, er moet iets aan gedaan worden.'

The cowherd boys said: O Râma, Râma, mighty-armed one! O Krishna, chastiser of the wicked! We are being harassed by hunger, and You should do something about it. (Vedabase)

 

Tekst 2

S'rî S'uka zei: 'Aldus door de gopa's op de hoogte gesteld sprak de Allerhoogste Heer, de zoon van Devakî, met de wens om een aantal brahmanenvrouwen die Hem toegewijd waren tevreden te stellen, het volgende:

S'ukadeva Gosvâmî said: Thus entreated by the cowherd boys, the Supreme Personality of Godhead, the son of Devakî, replied as follows, desiring to please certain of His devotees who were brâhmanas' wives. (Vedabase)

 

Tekst 3

'Ga, als je dat wilt, naar het offerperk van de brahmanen die, met het oog op een plaatsje in de hemel, overeenkomstig de vedische voorschriften momenteel bezig zijn met het uitvoeren van een offerplechtigheid genaamd Ângirasa.

[Lord Krishna said:] Please go to the sacrificial arena where a group of brâhmanas, learned in the Vedic injunctions, are now performing the Ângirasa sacrifice to gain promotion to heaven. (Vedabase)

 

Tekst 4

Als jullie daar naar toe gaan, beste gopa's, vraag dan om voedsel en zeg ze dat jullie zijn gestuurd door de Allerhoogste Heer Mijn oudste broer alsook in Mijn naam.'

When you go there, My dear cowherd boys, simply request some food. Declare to them the name of My elder brother, the Supreme Lord Balarâma, and also My name, and explain that you have been sent by Us. (Vedabase)

 

Tekst 5

Met deze opdracht van de Allerhoogste Heer daar, zoals hen was gezegd, naar toe gegaan, wierpen ze met hun verzoek zich met gevouwen handn als een stok plat op de grond neer voor de brahmanen:

Thus instructed by the Supreme Personality of Godhead, the cowherd boys went there and submitted their request. They stood before the brâhmanas with palms joined in supplication and then fell flat on the ground to offer respect. (Vedabase)

 

Tekst 6

'O aardse goden, al het goede zij u toegewenst, luister alstublieft, wij, gezonden door Râma, zo moet u begrijpen, zijn hier naartoe gekomen gehoorgevend aan een opdracht van Krishna.

[The cowherd boys said:] O earthly gods, please hear us. We cowherd boys are executing the orders of Krishna, and we have been sent here by Balarâma. We wish all good for you. Please acknowledge our arrival. (Vedabase)

   

Tekst 7

Râma en Acyuta weiden Hun koeien niet ver van hier en vragen door de honger geplaagd u om Hen van voedsel te voorzien, o tweemaal geborenen; dus, als u van enig geloof bent, doe dan een schenking, o fijnste kenners der religie.

Lord Râma and Lord Acyuta are tending Their cows not far from here. They are hungry and want you to give Them some of your food. Therefore, O brâhmanas, O best of the knowers of religion, if you have faith please give some food to Them. (Vedabase)

 

Tekst 8

Van het begin van een offerande tot aan het eind van het offeren van het dier, o getrouwen der waarheid, is het, behalve wanneer er sprake is van een [Sautrâmani-]offer voor Indra [*], zelfs niet voor een ingewijde een overtreding om van voedsel te genieten [of het uit te delen].'

Except during the interval between the initiation of the performer of a sacrifice and the actual sacrifice of the animal, O most pure brâhmanas, it is not contaminating for even the initiated to partake of food, at least in sacrifices other than the Sautrâmani. (Vedabase)

  

Tekst 9

Aldus op de hoogte van de Allerhoogste Heer Zijn verzoek gingen ze er niettemin niet op in. Oppervlakkig druk in de weer met hun rituele bezigheden dachten ze dat ze het beter wisten.

The brâhmanas heard this supplication from the Supreme Personality of Godhead, yet they refused to pay heed. Indeed, they were full of petty desires and entangled in elaborate rituals. Though presuming themselves advanced in Vedic learning, they were actually inexperienced fools. (Vedabase)

 

 Tekst 10-11

Hoewel plaats en tijd, de artikelen gebruikt, de lofzangen, de rituelen, de priesters en het vuur, de godbewusten die voorgingen, de uitvoerder van de offerande, de uitvoering en het resultaat van dharma allen het rechtstreeks zichtbare uitmaken van de Absolute Waarheid van Hem, de Allerhoogste Heer voorbij de zinnen, beschouwden ze Hem in hun geleende intelligentie als een gewoon iemand.

Although the ingredients of sacrificial performance - the place, time, particular paraphernalia, mantras, rituals, priests, fires, demigods, performer, offering and the as yet unseen beneficial results - are all simply aspects of His opulences, the brâhmanas saw Lord Krishna as an ordinary human because of their perverted intelligence. They failed to recognize that He is the Supreme Absolute Truth, the directly manifest Personality of Godhead, whom the material senses cannot ordinarily perceive. Thus bewildered by their false identification with the mortal body, they did not show Him proper respect. (Vedabase)

   

Tekst 12

Met hen nog niet eens een ja of nee laten horend, keerden de gopa's aldus ontmoedigd, o Bestraffer der vijanden, terug om Krishna en Râma erover te vertellen.

When the brâhmanas failed to reply even with a simple yes or no, O chastiser of the enemy [Parîkshit], the cowherd boys returned disappointed to Krishna and Râma and reported this to Them. (Vedabase)

 

Tekst 13

Toen ze dat hoorden moest de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum, lachen en richtte Hij zich wederom tot de koeherdersjongens om hen te laten zien hoe het er aantoe gaat in de wereld:

Hearing what had happened, the Supreme Personality of Godhead, the Lord of the universe, simply laughed. Then He again addressed the cowherd boys, showing them the way men act in this world. (Vedabase)

 

Tekst 14

'Meld hun echtgenotes maar dat Ik tezamen met Sankarshana ben aangekomen; zij zullen jullie al het verlangde voedsel verschaffen, omdat zij met hun intelligentie steeds op Mij gericht vol van liefde zijn voor Mij.'

[Lord Krishna said:] Tell the wives of the brâhmanas that I have come here with Lord Sankarshana. They will certainly give you all the food you want, for they are most affectionate toward Me and, indeed, with their intelligence reside in Me alone. (Vedabase)

  

Tekst 15

Toen ze vervolgens naar het huis gingen van de echtgenotes verbogen de gopa's zich voor die kuise vrouwen van de tweemaal geborenen die ze daar fraai met sieraden omhangen bijeen zagen zitten, en zeiden ze nederig:

The cowherd boys then went to the house where the brâhmanas' wives were staying. There the boys saw those chaste ladies sitting, nicely decorated with fine ornaments. Bowing down to the brâhmana ladies, the boys addressed them in all humility. (Vedabase)

 

Tekst 16

'Weest gegroet, o echtgenotes van de geschoolden, luister alstublieft naar onze woorden: niet ver van hier trekken we rond met Krishna die ons hier naartoe gestuurd heeft.

[The cowherd boys said:] Obeisances unto you, O wives of the learned brâhmanas. Kindly hear our words. We have been sent here by Lord Krishna, who is passing by not far from here. (Vedabase)

 

Tekst 17

De koeien hoedend met de gopa's en met Râma is Hij van verre gekomen; Hij die met Zijn metgezellen rammelen van de honger zouden wat te eten moeten krijgen'.

He has come a long way with the cowherd boys and Lord Balarâma, tending the cows. Now He is hungry, so some food should be given for Him and His companions. (Vedabase)

 

Tekst 18

Toen ze hoorden dat Krishna in de buurt was die zij, met hun geesten bekoord door de verhalen over Hem, altijd graag wilden zien, gaf dat een hoop opwinding.

The wives of the brâhmanas were always eager to see Krishna, for their minds had been enchanted by descriptions of Him. Thus as soon as they heard that He had come, they became very excited. (Vedabase)

 

Tekst 19

Als rivieren die naar de oceaan stromen werden de vier soorten [kauwbare, zuigbare, likbare en drinkbare] etenswaren in de vorm van allerlei smakelijke gerechten bijeen gebracht en in potten en pannen naar hun aller beminde vervoerd.

Taking along in large vessels the four kinds of foods, full of fine tastes and aromas, all the ladies went forth to meet their beloved, just as rivers flow toward the sea. (Vedabase)

 

Tekst 20-21

Hoewel hun echtgenoten, broers, zoons en andere verwanten ze probeerden tegen te houden, richtten ze zich, nu ze al zo lang over Hem gehoord en naar Hem verlangd hadden, tot de Allerhoogste Heer Geprezen in de Geschriften. De dames troffen Hem aan rondtrekkend met de gopa's en Zijn oudere broer in een stukje bos met bloeiende as'oka's nabij de Yamunâ.

Although their husbands, brothers, sons and other relatives tried to forbid them from going, their hope of seeing Krishna, cultivated by extensive hearing of His transcendental qualities, won out. Along the river Yamunâ, within a garden decorated with buds of as'oka trees, they caught sight of Him strolling along in the company of the cowherd boys and His elder brother, Balarâma. (Vedabase)

 

Tekst 22

Met Zijn donkere huidskleur, gouden kledingstuk, slinger van woudbloemen, pauwenveer, kleurige steentjes en bloesemtakken, stond Hij, aangekleed als een danser op een podium, met Zijn hand over de schouder van een vriend en met de andere zwaaiend met een lotus, daar te glimlachen met Zijn lotusgezicht, Zijn haar langs Zijn gezicht en de lelies achter Zijn oren.

His complexion was dark blue and His garment golden. Wearing a peacock feather, colored minerals, sprigs of flower buds, and a garland of forest flowers and leaves, He was dressed just like a dramatic dancer. He rested one hand upon the shoulder of a friend and with the other twirled a lotus. Lilies graced His ears, His hair hung down over His cheeks, and His lotuslike face was smiling. (Vedabase)

 

Tekst 23

Keer op keer gehoord hebbend over de heerlijkheden van hun teerbeminde, het sieraad voor hun oren waarin hun geesten waren verzonken, omhelsden ze Hem, die nu binnen hun gezichtsveld was gekomen, voor een lange tijd en gaven ze hun innerlijke smart op, o vorst der mensen, die het resultaat was van het feit dat ze zich met hun lichaam identificeerden.

O ruler of men, for a long time those brâhmana ladies had heard about Krishna, their beloved, and His glories had become the constant ornaments of their ears. Indeed, their minds were always absorbed in Him. Through the apertures of their eyes they now forced Him to enter within their hearts, and then they embraced Him within for a long time. In this way they finally gave up the pain of separation from Him, just as sages give up the anxiety of false ego by embracing their innermost consciousness. (Vedabase)

 

Tekst 24

Als degene die het overzicht heeft over de gezichtspunten van alle schepselen richtte Hij met een glimlach op Zijn gezicht het woord tot hen, begrijpend dat daar aangekomen om Hem persoonlijk te ontmoeten ze in die staat gebroken hadden met alle wereldse verwachtingen.

Lord Krishna, who witnesses the thoughts of all creatures, understood how those ladies had abandoned all worldly hopes and come there simply to see Him. Thus He addressed them as follows with a smile upon His face. (Vedabase)

 

Tekst 25

'Ik heet jullie allen van harte welkom, alsjeblieft neem plaats, wat kan Ik voor jullie betekenen; wat goed van jullie dat jullie hier naartoe gekomen zijn om Mij te zien!

[Lord Krishna said:] Welcome, O most fortunate ladies. Please sit down and make yourselves comfortable. What can I do for you? That you have come here to see Me is most appropriate. (Vedabase)

 

Tekst 26

Mensen van onderscheid zich wel bewust van wat goed voor hen is houden zich steeds direct gericht op Mij, hun meest geliefde Zelf, bezig met een niet aflatende toegewijde dienst die naar behoren is zonder enig nevenmotief.

Certainly expert personalities, who can see their own true interest, render unmotivated and uninterrupted devotional service directly unto Me, for I am most dear to the soul. (Vedabase)

 

Tekst 27

Wat anders ook zou zo dierbaar zijn als dat voorwerp van liefde waarvan het contact het gekoesterde teweegbracht van iemands levenskracht, intelligentie, geest, verwanten, lichaam, echtgenote, kinderen, weelde enzovoorts?

It is only by contact with the self that one's vital breath, intelligence, mind, friends, body, wife, children, wealth and so on are dear. Therefore what object can possibly be more dear than one's own self? (Vedabase)

 

Tekst 28

Ga derhalve naar het offerperk zodat jullie brahmaanse echtgenoten samen met jullie als huishouders in staat zullen zijn hun offerplechtigheden te volbrengen.'

You should thus return to the sacrificial arena, because your husbands, the learned brâhmanas, are householders and need your assistance to finish their respective sacrifices. (Vedabase)

 

Tekst 29

De vrouwen antwoordden: 'Wees niet zo streng met ons, o Almachtige, wees trouw aan Uw [schriftuurlijke] belofte dat met het verworven hebben van de basis van Uw lotusvoeten wij, met het afzien van alle relaties, op ons hoofd de tulsî-slinger mogen dragen weggeschopt door Uw voet.

The wives of the brâhmanas replied: O almighty one, please do not speak such cruel words. Rather, You should fulfill Your promise that You always reciprocate with Your devotees in kind. Now that we have attained Your lotus feet, we simply wish to remain here in the forest so we may carry upon our heads the garlands of tulasî leaves You may neglectfully kick away with Your lotus feet. We are ready to give up all material relationships. (Vedabase)

 

Tekst 30

Onze echtgenoten, vaders, zoons, en broers, andere verwanten en vrienden zullen ons niet weer terugnemen en hoe zouden andere mensen dan reageren? Daarom kan er voor ons, wiens lichamen zijn neergevallen aan Uw voeten, geen andere bestemming zijn o Bestraffer der Vijanden; alstUblieft gun ons dat!'

Our husbands, fathers, sons, brothers, other relatives and friends will no longer take us back, and how could anyone else be willing to give us shelter? Therefore, since we have thrown ourselves at Your lotus feet and have no other destination, please, O chastiser of enemies, grant our desire. (Vedabase)

 

Tekst 31-32

De Allerhoogste Heer zei: 'Jullie echtgenoten zullen niet kwaad zijn van de jaloezie noch zullen jullie vaders, broers, zoons of andere mensen dat zijn; zelfs de halfgoden zullen, op Mijn woord, jullie gunstig gezind zijn.

The Supreme Personality of Godhead replied: Rest assured that your husbands will not be inimical toward you, nor will your fathers, brothers, sons, other relatives or the general populace. I will personally advise them of the situation. Indeed, even the demigods will express their approval. (Vedabase)

 

Tekst 33

Luisterend, samenkomend [voor de beeltenis en/of bijeenkomst van toegewijden], mediterend op en zingend over Mij, zijn jullie van liefde voor Mij, en niet zozeer door Mij fysiek nabij te zijn; keert daarom allen naar huis terug.'

It is by hearing about Me, seeing My Deity form, meditating upon Me and chanting My names and glories that love for Me develops, not by physical proximity. Therefore please go back to your homes. (Vedabase)

 

Tekst 34

S'rî S'uka zei: 'Toen Hij dit tegen de echtgenotes van de tweemaal geborenen gezegd had gingen ze terug naar de offerplaats waar hun mannen die hen niet terechtwezen samen met hen de uitvoering afrondden.

S'rîla S'ukadeva Gosvâmî said: Thus instructed, the wives of the brâhmanas returned to the place of sacrifice. The brâhmanas did not find any fault with their wives, and together with them they finished the sacrifice. (Vedabase)

 

Tekst 35

Een van hen, die met geweld tegen was gehouden door haar echtgenoot, omarmde, van de anderen vernemend over de Allerhoogste Heer, Hem in haar hart en gaf haar lichaam op dat de basis vormde voor de karmische gebondenheid.

One of the ladies had been forcibly kept back by her husband. When she heard the others describe the Supreme Lord Krishna, she embraced Him within her heart and gave up her material body, the basis of bondage to material activity. (Vedabase)

 

Tekst 36

De Allerhoogste Heer, ook wel bekend als Govinda, gaf met datzelfde voedsel in vier soorten de gopa's te eten, waarna ook Hij, de Almachtige, een deel nam.

Govinda, the Supreme Personality of Godhead, fed the cowherd boys with that food of four varieties. Then the all-powerful Lord Himself partook of the preparations. (Vedabase)

 

Tekst 37

En zo genoot Hij ervan in Zijn wederwaardigheden, met Zijn bovenzinnelijke verschijning de gang van zaken volgend met de menselijke aangelegenheid, om de koeien, de gopa's en de gopî's te behagen met Zijn schoonheid, woorden en daden.

Thus the Supreme Lord, appearing like a human being to perform His pastimes, imitated the ways of human society. He enjoyed pleasing His cows, cowherd boyfriends and cowherd girlfriends with His beauty, words and actions. (Vedabase)

 

Tekst 38

Nadien kwamen de brahmanen weer bij zinnen en voelden ze zich zeer bezwaard zo in overtreding te zijn geweest met hun verbeelding in relatie tot het nederige verzoek van de Heren van het Universum die waren verschenen als menselijke wezens.

The brâhmanas then came to their senses and began to feel great remorse. They thought, "We have sinned, for we have denied the request of the two Lords of the universe, who deceptively appeared as ordinary human beings." (Vedabase)

 

Tekst 39

Toen ze zagen hoe bij de echtgenotes jegens Krishna, de Allerhoogste Heer, hun toewijding een geweldige vlucht had genomen, een toewijding die bij hen totaal ontbrak, veroordeelden ze zichzelf al weeklagend:

Taking note of their wives' pure, transcendental devotion for Lord Krishna, the Supreme Personality of Godhead, and seeing their own lack of devotion, the brâhmanas felt most sorrowful and began to condemn themselves. (Vedabase)

 

Tekst 40

'Vervloekt al die drie geboorten van ons [biologisch, brahmaans en ritueel], onze geloften, onze uitgebreide geestelijke kennis, onze afstamming en onze deskundigheid met de rituelen, als wij ons hebben afgekeerd van Hem, de Ongeziene.

[The brâhmanas said:] To hell with our threefold birth, our vow of celibacy and our extensive learning! To hell with our aristocratic background and our expertise in the rituals of sacrifice! These are all condemned because we were inimical to the transcendental Personality of Godhead. (Vedabase)

 

Tekst 41

Waarlijk is de Allerhoogste Heer Zijn mâyâ, die zelfs de grootste yogi's misleidt, er de oorzaak van dat wij, de tweemaal geborenen, de geestelijk leraren van de samenleving, verbijsterd zijn geraakt wat betreft ons ware eigenbelang.

The illusory potency of the Supreme Lord certainly bewilders even the great mystics, what to speak of us. As brâhmanas we are supposed to be the spiritual masters of all classes of men, yet we have been bewildered about our own real interest. (Vedabase)

 

Tekst 42

Zie toch hoe er zelfs met deze vrouwen voor Krishna, de geestelijk leraar van het universum, een onbegrensde toewijding is die de band met de dood heeft doorbroken die bekend staat als het gezinsleven.

Just see the unlimited love these women have developed for Lord Krishna, the spiritual master of the entire universe! This love has broken for them the very bonds of death - their attachment to family life. (Vedabase)

 

Tekst 43-44

Van hun kant waren er geen zuiveringsriten van wedergeboorte, ze woonden niet bij de goeroe en hielden zich niet bezig met verzakingen, noch waren ze van filosofisch onderzoek naar de ware aard van het zelf of van enige bijzondere reinheid of vroom handelen; niettemin zijn ze, in tegenstelling tot ons - hoe vol we van die zuivering ook allemaal zijn-, stevig verankerd in hun toegewijde dienst voor Krishna, de Heer Geprezen in de Verzen en de Meester van alle Meesters van de Yoga.

These women have never undergone the purificatory rites of the twice-born classes, nor have they lived as brahmacârîs in the âs'rama of a spiritual master, nor have they executed austerities, speculated on the nature of the self, followed the formalities of cleanliness or engaged in pious rituals. Nevertheless, they have firm devotion for Lord Krishna, whose glories are chanted by the exalted hymns of the Vedas and who is the supreme master of all masters of mystic power. We, on the other hand, have no such devotion for the Lord, although we have executed all these processes. (Vedabase)

 

Tekst 45

Och, hoezeer heeft Hij niet, middels de woorden van de bovenzinnelijke zielen van die koeherdersjongens, ons herinnerd aan de uiteindelijke bestemming die er bestaat voor ons die inderdaad door ons verzot zijn in onze huishoudelijke aangelegenheden verbijsterd waren wat betreft ons ware eigenbelang.

Indeed, infatuated as we are with our household affairs, we have deviated completely from the real aim of our life. But now just see how the Lord, through the words of these simple cowherd boys, has reminded us of the ultimate destination of all true transcendentalists. (Vedabase)

 

Tekst 46

Om welke andere reden zou Hij, de Meester der Bevrijding en alle andere zegeningen die voldaan is in ieder opzicht, met ons, degenen die moeten worden beheerst, van deze aanspraak zijn?

Otherwise, why would the supreme controller - whose every desire is already fulfilled and who is the master of liberation and all other transcendental benedictions - enact this pretense with us, who are always to be controlled by Him? (Vedabase)

 

Tekst 47

Met Zijn verzoek [om voedsel] dat de menselijke wezens verbijstert, is de Godin van het Geluk, anderen vergetend en een eind makend aan de fouten [van trots en wispelturigheid] in haar eigen wezen, van aanbidding voor Hem in een constant verlangen Zijn voeten aan te raken.

Hoping for the touch of His lotus feet, the goddess of fortune perpetually worships Him alone, leaving aside all others and renouncing her pride and fickleness. That He begs is certainly astonishing to everyone. (Vedabase)

 

Tekst 48-49

De plaats en de tijd, de gebruikte artikelen, de lofzangen, de rituelen, de priesters en het vuur, de voorzittende godsbewusten, de uitvoerder van het offer, de plechtigheid en het dharmische resultaat ervan [zie vers 10-11] uitmakend, heeft Hij, de Allerhoogste Heer van Vishnu, de Meester der Yogameesters, inderdaad rechtstreeks zichtbaar geboorte genomen onder de Yadu's, maar ondanks het feit dat we hiervan gehoord hadden slaagden wij er verdwaasd niet in het te begrijpen.

All the aspects of sacrifice - the auspicious place and time, the various items of paraphernalia, the Vedic hymns, the prescribed rituals, the priests and sacrificial fires, the demigods, the patron of the sacrifice, the sacrificial offering and the pious results obtained - all are simply manifestations of His opulences. Yet even though we had heard that the Supreme Personality of Godhead, Vishnu, the Lord of all mystic controllers, had taken birth in the Yadu dynasty, we were so foolish that we could not recognize S'rî Krishna to be none other than Him. (Vedabase)

 

Tekst 50

Hem, de Allerhoogste Heer Krishna van een onmetelijke intelligentie, door wiens begoochelend vermogen wij met verbijsterde geesten ronddolen op de wegen van het baatzuchtig handelen, bieden we onze eerbetuigingen.

The brâhmanas then came to their senses and began to feel great remorse. They thought, "We have sinned, for we have denied the request of the two Lords of the universe, who deceptively appeared as ordinary human beings." (Vedabase)

 

Tekst 51

Hij, onze Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God wiens invloed we met onze geesten verbijsterd door mâyâ niet kunnen peilen, moet ons onze overtreding maar vergeven.'

We were bewildered by Lord Krishna's illusory potency and thus could not understand His influence as the original Personality of Godhead. Now we hope He will kindly forgive our offense. (Vedabase)

 

Tekst 52

Aldus hun eigen overtreding overpeinzend tegen Krishna wensten zij na hun acte van berouw het toen om Hem in Vraja te zien maar, bang om Kamsa (zijn aandacht dan teveel op Hem te vestigen], gingen ze er niet naar toe.'

Thus reflecting on the sin they had committed by neglecting Lord Krishna, they became very eager to see Him. But being afraid of King Kamsa, they did not dare go to Vraja. (Vedabase)

 

 * Er wordt beweerd dat iedereen geheiligd door het Sautrâmani offer voor Heer Indra zich onder de goden begeeft en sarva-tanûh geboren wordt, dat wil zeggen, met zijn gehele lichaam.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het eerste schilderij op deze pagina is van
Râmadâsa Abhirâma dâsa & Dhriti devî dâsî
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties