regelbalk



 

  

Canto 10

Mahâmantra 4

 
 

Hoofdstuk 23: De Echtgenotes van de Brahmanen Gezegend

(1) De gopa's zeiden: 'Râma, o Râma, o machtig-gearmde, o Krishna vernietiger der kwaadwilligen, we hebben last van honger, doe er alsJeblieft iets tegen.'

(2) S'rî S'uka zei: 'Krishna koesterde de wens om een aantal brahmanenvrouwen die Hem toegewijd waren tevreden te stellen. Nadat Hij door de gopa's aldus op de hoogte was gesteld zei de Allerhoogste Heer, de zoon van Devakî, het volgende: (3) 'Ga alsjeblieft naar het offerperk van de brahmanen die, met het oog op een plaatsje in de hemel, in overeenstemming met de Vedische voorschriften momenteel bezig zijn met het uitvoeren van een offerplechtigheid genaamd Ângirasa. (4) Als jullie daarnaartoe gaan, vraag dan beste gopa's, om wat voedsel en zeg ze dat jullie zijn gestuurd door Bhagavân [Balarâma] mijn oudere broer en door Mij.'

(5) Met deze opdracht van de Allerhoogste Heer daarnaartoe gegaan vroegen ze wat hen gezegd was. Hun verzoek doend met gevouwen handen, wierpen ze zich als een stok plat op de grond neer voor de brahmanen: (6) 'O aardse goden, we wensen u het beste toe. Luister alstublieft. Weet dat wij koeherdersjongens door Râma werden gestuurd en hier kwamen met een opdracht van Krishna. (7) Râma en Acyuta weiden Hun koeien niet ver van hier en vragen, door de honger geplaagd, u om Hen van wat voedsel te voorzien, o tweemaal geborenen. Dus, als u van geloof bent, doe dan een schenking, o fijnste kenners der religie. (8) Van het begin van een offerande tot aan het eind van het offeren van het dier, o getrouwen der waarheid, is het, behalve wanneer er sprake is van een [Sautrâmani-]offer voor Indra [*], zelfs niet voor een ingewijde een overtreding om van voedsel te genieten [of het uit te delen].'



(9) Aldus op de hoogte van het verzoek van de Allerhoogste Heer, sloegen ze er niettemin geen acht op. In het oppervlakkig najagen van hun rituele bezigheden dachten ze, als ouderen, heel kinderachtig dat ze het beter wisten. (10-11) Hoewel de plaats en tijd, de gebruikte artikelen, de lofzangen, de rituelen, de priesters en het vuur, de halfgoden, de uitvoerder van de offerplechtigheid, het geofferde en het dharmische resultaat ervan allen deel uitmaken van de rechtstreeks zichtbare werkelijkheid van Zijn Absolute Waarheid, van Hem, de Allerhoogste Heer Voorbij de Zinnen, beschouwden ze Hem in hun geleende intelligentie laatdunkend als een gewoon iemand. (12) De gopa's ontmoedigd met hen die nog niet eens een ja of nee lieten horen, keerden, o bestraffer van de vijand, toen terug om Krishna en Râma erover te informeren. (13) Toen Ze dat hoorden moest de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum, lachen en richtte Hij zich wederom tot de koeherdersjongens om hen te laten zien hoe het er aan toe gaat in de wereld: (14) 'Deel hun echtgenotes mede dat Ik samen met Sankarshana ben gearriveerd. Zij zullen jullie al het nodige voedsel verschaffen, want zij, die met hun intelligentie steeds in Mij verkeren, zijn vol van liefde voor Mij.'

(15) Toen ze daarop naar het huis van de echtgenotes gingen, zagen ze ze daar fraai met sieraden omhangen bijeen zitten. De gopa's verbogen zich voor de kuise vrouwen van de tweemaal geborenen en zeiden nederig: (16) 'Onze eerbetuigingen o echtgenotes van de brahmanen, luister alstublieft naar onze woorden: niet ver van hier trekken we rond met Krishna die ons hier naartoe gestuurd heeft. (17) De koeien hoedend met de gopa's en met Râma heeft Hij een lange weg afgelegd. Samen met Zijn metgezellen heeft Hij honger en Hem zou wat voedsel moeten worden gegeven.'

(18) Toen ze hoorden dat Krishna in de buurt was die zij, met hun geesten bekoord door de verhalen over Hem, altijd al graag hadden willen zien, gaf dat een hoop opwinding. (19) Als rivieren die naar de oceaan stromen werden de vier soorten voedsel [kauwbaar, zuigbaar, likbaar en drinkbaar] in de vorm van allerlei smakelijke gerechten bijeen gebracht en in potten en pannen naar Hem vervoerd van wie ze allen hielden. (20-21) Ondanks dat hun echtgenoten, broers, zoons en andere verwanten hen probeerden tegen te houden, begaven zij die al zo lang over Hem gehoord en naar Hem verlangd hadden, zich naar de Allerhoogste Heer Geprezen in de Geschriften. De dames troffen Hem met de gopa's en Zijn oudere broer aan rondtrekkend in een stukje bos nabij de Yamunâ dat volstond met bloeiende as'oka's (22) Met Zijn donkere huidskleur, goudkleurige kledingstuk en slinger van woudbloemen, met Zijn pauwenveer, kleurige steentjes en bloesemtakken, was Hij aangekleed als een danser op een podium. Zijn hand rustte op de schouder van een vriend en met de andere hand zwaaide Hij met een lotus. Zijn lotusgezicht glimlachte, Zijn haar viel langs Zijn gezicht en Hij had lelies achter Zijn oren. (23) Na herhaaldelijk gehoord te hebben over de heerlijkheden van hun teerbeminde [Krishna], het sieraad voor hun oren waarin hun geesten waren verzonken, omhelsden ze Hem die nu binnen hun gezichtsveld was gekomen, voor een lange tijd [in hun harten] en gaven ze hun innerlijke smart op, o vorst der mensen, die het resultaat was van hun zich identificeren met hun lichamen. (24) Met begrip voor de staat van deze vrouwen die uit verlangen naar Hem alle materiële verlangens hadden opgegeven, richtte Hij die ieders standpunt kent, met een glimlach op Zijn gezicht het woord tot hen. (25) 'Ik heet jullie allen van harte welkom, neem alsjeblieft plaats. Wat kan Ik voor jullie betekenen? Wat goed van jullie om hiernaartoe te komen om Mij te zien! (26) Mensen van onderscheid die zich heel goed bewust zijn van wat goed voor hen is, houden zich rechtstreeks op Mij gericht, hun meest geliefde Zelf. Ze houden zich dan steeds bezig met toegewijde dienst, een dienst die is zoals die moet zijn als die zonder enig nevenmotief wordt geleverd. (27) [Wie of] wat anders zou er aantrekkelijker zijn dan dit Zelf in verbinding waarmee je levenskracht, intelligentie, geest, verwanten, lichaam, echtgenote, kinderen, weelde, etc. je zo dierbaar werden? (28) Begeef jullie daarom naar het offerperk zodat jullie brahmaanse echtgenoten, als huishouders samen met jullie, hun offerplechtigheden kunnen voltooien.'

(29) De vrouwen antwoordden: 'Praat niet zo hardvochtig tegen ons, o Almachtige, wees trouw aan Uw [schriftuurlijke] belofte dat je met het bereikt hebben van de basis van Uw lotusvoeten en het hebben afgezien van alle relaties, je op je haar de tulsî-slinger mag dragen die door Uw voeten werd vrijgegeven. (30) Onze echtgenoten, vaders, zoons en broers, andere verwanten en vrienden zullen ons niet meer terugnemen! En hoe zouden andere mensen dan reageren? Wilt U dat daarom alstUblieft ons gunnen, wiens lichamen zijn neergevallen aan Uw voeten en voor wie er geen andere bestemming bestaat o Bestraffer der Vijanden?



(31) De Allerhoogste Heer zei: 'Jullie echtgenoten zullen niet kwaad zijn van jaloezie noch zullen jullie vaders, broers, zoons of andere mensen dat zijn. Zelfs de halfgoden zullen, op Mijn woord, jullie gunstig gezind zijn. (32) Fysieke omgang maakt de mensen in de wereld niet meer tevreden of liefdevoller. Als jullie dan [in plaats daarvan] je geesten op Mij fixeren, zullen jullie snel bij Me zijn. (33) Luisterend, samenkomend [voor de beeltenis of voor omgang met de toegewijden], mediterend op en zingend over Mij, zijn jullie van liefde voor Mij, niet zozeer door fysiek in Mijn nabijheid te verkeren. Keer daarom terug naar huis.'

(34) S'rî S'uka zei: 'Nadat dit tegen de echtgenotes van de brahmanen was gezegd, gingen ze terug naar de plaats van het offer. Daar aangekomen wezen hun mannen hen niet terecht en rondden ze samen met hen de plechtigheid af. (35) Een van hen werd met geweld tegengehouden door haar echtgenoot. Toen ze van de anderen vernam over de Allerhoogste Heer, omhelsde ze Hem in haar hart en gaf ze het materiële lichaam op dat de bron vormt van de karmische gebondenheid. (36) De Allerhoogste Heer, die ook wel bekend staat als Govinda, gaf met die vier soorten voedsel [die de vrouwen brachten] de gopa's te eten, waarna ook Hij, de Almachtige, deelnam aan de maaltijd. (37) En zo genoot Hij er in Zijn wederwaardigheden van om met Zijn bovenzinnelijke verschijning de menselijke manier van doen te imiteren en de koeien, de gopa's en de gopî's te behagen met Zijn schoonheid, woorden en daden. (38) De brahmanen kwamen nadien weer tot zichzelf en hadden er veel spijt van in overtreding te zijn geweest met hun arrogantie over het nederige verzoek van de Heren van het universum die waren verschenen als menselijke wezens. (39) Toen ze zagen hoezeer bij hun echtgenotes de toewijding d Krishna als de Hoogste Persoonlijkheid een hoge vlucht had genomen, een toewijding die bij hen totaal ontbrak, veroordeelden ze zichzelf verzuchtend: (40) 'Vervloekt zijn we met onze drie geboorten [biologisch, brahmaans en ritueel], onze geloften, onze uitgebreide geestelijke kennis, onze afstamming en onze deskundigheid in de rituelen, als we de Heer Voorbij de Zinnen vijandig gezind zijn. (41) De mâyâ, het begoochelend vermogen van de Allerhoogste Heer dat zelfs de grootste yogi's misleidt, is er de oorzaak van dat wij, de tweemaal geborenen, de geestelijk leraren van de samenleving, verbijsterd waren over ons werkelijke belang. (42) Zie toch eens die onbegrensde toewijding van de vrouwen voor Krishna, de geestelijk leraar van het ganse universum, een toewijding die zelfs de banden met de dood van [hun gehechtheid aan] het familieleven wist te doorbreken. (43-44) Nimmer ondergingen ze zuiveringsriten ter wedergeboorte, ze woonden niet bij de goeroe en hielden zich niet bezig met verzakingen, noch waren ze van filosofisch onderzoek naar de ware aard van het zelf of van enige bijzondere reinheid of vroom handelen. Niettemin zijn ze, in tegenstelling tot ons die vol zijn van die zuivering, stevig verankerd in hun toegewijde dienst aan Krishna, de Heer Geprezen in de Verzen en de Meester van alle Meesters van de Yoga. (45) Och hoezeer heeft Hij niet middels de woorden van de koeherdersjongens ons herinnerd aan de uiteindelijke bestemming van alle transcendentalisten, heeft Hij ons niet geholpen die in onze verbijstering over onze huishoudelijke belangen inderdaad onachtzaam waren! (46) Waarom anders zou Hij, de Meester der Bevrijding en van alle andere zegeningen die voldaan is in ieder opzicht, van deze vermomming [in de gedaante van een gopa] zijn met ons die onder Zijn gezag vallen? (47) De Godin van het Geluk ziet af van anderen en aanbidt zonder ophouden alleen maar Hem in de hoop Zijn lotusvoeten te mogen aanraken en een einde te maken aan de fouten [van trots en wispelturigheid] in haar eigen wezen. Zijn verzoek [om voedsel] doet werkelijk iedereen versteld staan. (48-49) Hij vormt de tijd en plaats, de gebruikte artikelen, de hymnen, de rituelen, de priesters en het vuur, de leidende godsbewusten, de uitvoerder van het offer, de plechtigheid en het dharmische resultaat [zie vers 10-11]. Hij, de Allerhoogste Heer Vishnu, de Meester van alle Yogameesters, heeft rechtstreeks zichtbaar voor ons Zijn geboorte genomen onder de Yadu's, maar ondanks dat we hierover vernamen slaagden wij er dwaas genoeg niet in dat te begrijpen. (50) De Allerhoogste Heer Krishna die van een onmetelijke intelligentie is en door wiens begoochelend vermogen wij met verbijsterde geesten ronddolen op de wegen van het baatzuchtig handelen, bieden we onze eerbetuigingen. (51) Hij, onze Oorspronkelijke Heer en Hoogste Persoonlijkheid van God wiens invloed we niet kunnen doorgronden omdat onze geesten verbijsterd zijn door Zijn mâyâ, moet ons onze overtreding maar vergeven.'

(52) Aldus nadenkend over hun overtreding van het minachten van Krishna, wilden ze Hem gaan opzoeken, maar uit angst om Kamsa['s aandacht te trekken], gingen ze niet naar Vraja.'
 

next           

 
 

Derde herziene editie, geladen 26 september, 2013

 

 

 

 

 

Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

De gopa's zeiden: 'Râma, o Râma, o machtig-gearmde, o Krishna vernietiger der kwaadwilligen, we hebben last van honger, doe er alsJeblieft iets tegen.'
De gopa's zeiden: 'Râma, o Râma, o machtig-gearmde, o Krishna, vernietiger van de kwaadwilligen, deze honger kwelt ons; er moet iets gedaan worden om hem te stillen.' (Vedabase)

 

Tekst 2

S'rî S'uka zei: 'Krishna koesterde de wens om een aantal brahmanenvrouwen die Hem toegewijd waren tevreden te stellen. Nadat Hij door de gopa's aldus op de hoogte was gesteld zei de Allerhoogste Heer, de zoon van Devakî, het volgende:

S'rî S'uka zei: 'Aldus door de gopa's op de hoogte gesteld sprak de Allerhoogste Heer, de zoon van Devakî, met de wens om een aantal brahmanenvrouwen die Hem toegewijd waren tevreden te stellen, het volgende: (Vedabase)

 

Tekst 3

'Ga alsjeblieft naar het offerperk van de brahmanen die, met het oog op een plaatsje in de hemel, in overeenstemming met de Vedische voorschriften momenteel bezig zijn met het uitvoeren van een offerplechtigheid genaamd Ângirasa.

'Ga, als je dat wilt, naar het offerperk van de brahmanen die, met het oog op een plaatsje in de hemel, naar vedisch voorschrift nu bezig zijn met het uitvoeren van een offerplechtigheid genaamd Ângirasa. (Vedabase)

 

Tekst 4

Als jullie daarnaartoe gaan, vraag dan beste gopa's, om wat voedsel en zeg ze dat jullie zijn gestuurd door Bhagavân [Balarâma] mijn oudere broer en door Mij.'

Als jullie daar naar toe gaan, beste gopa's, vraag dan om voedsel en zeg ze dat jullie zijn gestuurd door de Allerhoogste Heer Mijn oudste broer als ook in Mijn naam.' (Vedabase)

 

Tekst 5

Met deze opdracht van de Allerhoogste Heer daarnaartoe gegaan vroegen ze wat hen gezegd was. Hun verzoek doend met gevouwen handen, wierpen ze zich als een stok plat op de grond neer voor de brahmanen:

Met deze opdracht van de Allerhoogste Heer daar, zoals hen was gezegd, naar toe gegaan, wiepen ze, verzoekend met gevouwen handen zich als een stok plat op de grond neer voor de brahmanen: (Vedabase)

 

Tekst 6

'O aardse goden, we wensen u het beste toe. Luister alstublieft. Weet dat wij koeherdersjongens door Râma werden gestuurd en hier kwamen met een opdracht van Krishna.

'O aardse goden, al het goede U toegewenst, luister alstublieft, wij, gezonden door Râma, zo moet u begrijpen, zijn hier aangekomen in gehoorzaamheid aan een opdracht van Krishna. (Vedabase)

   

Tekst 7

Râma en Acyuta weiden Hun koeien niet ver van hier en vragen, door de honger geplaagd, u om Hen van wat voedsel te voorzien, o tweemaal geborenen. Dus, als u van geloof bent, doe dan een schenking, o fijnste kenners der religie.

Râma en Acyuta weiden Hun koeien niet ver van hier en vragen door de honger geplaagd u om Hen van voedsel te voorzien, o tweemaal geborenen; dus, als u van enig geloof bent, doe dan een schenking, o fijnste kenners der religie. (Vedabase)

 

Tekst 8

Van het begin van een offerande tot aan het eind van het offeren van het dier, o getrouwen der waarheid, is het, behalve wanneer er sprake is van een [Sautrâmani-]offer voor Indra [*], zelfs niet voor een ingewijde een overtreding om van voedsel te genieten [of het uit te delen].'

Van het begin van een offerande tot aan het eind van het offeren van het dier, o getrouwen der waarheid, is het, behalve wanneer er sprake is van een [Sautrâmani-] offer voor Indra [*], zelfs niet voor een ingewijde een overtreding om van voedsel te genieten [of het uit te delen].' (Vedabase)

  

Tekst 9

Aldus op de hoogte van het verzoek van de Allerhoogste Heer, sloegen ze er niettemin geen acht op. In het oppervlakkig najagen van hun rituele bezigheden dachten ze, als ouderen, heel kinderachtig dat ze het beter wisten.

Aldus vernemend over de Allerhoogste Heer Zijn verzoek gingen ze desondanks, druk oppervlakkig bezig met hun rituele bezigheden dwaas denkend dat ze het beter wisten, er niet op in. (Vedabase)

 

 Tekst 10-11

Hoewel de plaats en tijd, de gebruikte artikelen, de lofzangen, de rituelen, de priesters en het vuur, de halfgoden, de uitvoerder van de offerplechtigheid, het geofferde en het dharmische resultaat ervan allen deel uitmaken van de rechtstreeks zichtbare werkelijkheid van Zijn Absolute Waarheid, van Hem, de Allerhoogste Heer Voorbij de Zinnen, beschouwden ze Hem in hun geleende intelligentie laatdunkend als een gewoon iemand.

Hoewel plaats en tijd, de artikelen gebruikt, de lofzangen, de rituelen, de priesters en het vuur, de goddelijken die voorgingen, de uitvoerder van de offerande, de uitvoering en het resultaat van dharma allen het rechtstreeks zichtbare uitmaken van de Absolute Waarheid van Hem, de Allerhoogste Heer voorbij de zinnen, beschouwden ze Hem in hun geleende intelligentie als een gewoon iemand. (Vedabase)

   

Tekst 12

De gopa's ontmoedigd met hen die nog niet eens een ja of nee lieten horen, keerden, o bestraffer van de vijand, toen terug om Krishna en Râma erover te informeren.

Met hen nog niet eens een ja of nee prijsgevend, keerden de gopa's aldus ontmoedigd, o bestraffer der vijanden, terug om Krishna en Râma erover te vertellen. (Vedabase)

 

Tekst 13

Toen Ze dat hoorden moest de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum, lachen en richtte Hij zich wederom tot de koeherdersjongens om hen te laten zien hoe het er aan toe gaat in de wereld:

Toen ze dat hoorden lachte de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum, en richtte Hij zich wederom tot de koeherdersjongens om hen de gang van zaken in de wereld te tonen: (Vedabase)

 

Tekst 14

'Deel hun echtgenotes mede dat Ik samen met Sankarshana ben gearriveerd. Zij zullen jullie al het nodige voedsel verschaffen, want zij, die met hun intelligentie steeds in Mij verkeren, zijn vol van liefde voor Mij.'

'Meld de echtgenotes dat Ik tezamen met Sankarshana ben aangekomen; zij zullen jullie al het verlangde voedsel verschaffen, daar zij met hun intelligentie verblijven in genegenheid voor Mij.' (Vedabase)

  

Tekst 15

Toen ze daarop naar het huis van de echtgenotes gingen, zagen ze ze daar fraai met sieraden omhangen bijeen zitten. De gopa's verbogen zich voor de kuise vrouwen van de tweemaal geborenen en zeiden nederig:

Toen ze daarna naar het huis gingen van de echtgenotes verbogen de gopa's, die de kuise vrouwen van de tweemaal geborenen daar keurig opgesierd zagen neerzitten, zich met eerbied voor hen en zeiden ze nederig: (Vedabase)

 

Tekst 16

'Onze eerbetuigingen, o echtgenotes van de brahmanen, luister alstublieft naar onze woorden: niet ver van hier trekken we rond met Krishna die ons hier naartoe gestuurd heeft.

'Weest gegroet, o echtgenotes van de geschoolden, luister alstublieft naar onze woorden: niet ver van hier trekken we rond met Krishna die ons hier naartoe gestuurd heeft. (Vedabase)

 

Tekst 17

De koeien hoedend met de gopa's en met Râma heeft Hij een lange weg afgelegd. Samen met Zijn metgezellen heeft Hij honger en Hem zou wat voedsel moeten worden gegeven.'

De koeien hoedend met de gopa's en met Râma is Hij van verre gekomen; Hij die met Zijn metgezellen honger heeft zou te eten moeten krijgen'. (Vedabase)

 

Tekst 18

Toen ze hoorden dat Krishna in de buurt was die zij, met hun geesten bekoord door de verhalen over Hem, altijd al graag wilden zien, gaf dat een hoop opwinding.

Toen ze hoorden dat Krishna in de buurt was die zij, met hun geesten bekoord door de verhalen over Hem, altijd graag wilden zien, gaf dat een hoop opwinding. (Vedabase)

 

Tekst 19

Als rivieren die naar de oceaan stromen werden de vier soorten voedsel [kauwbaar, zuigbaar, likbaar en drinkbaar] in de vorm van allerlei smakelijke gerechten bijeen gebracht en in potten en pannen naar Hem vervoerd van wie ze allen hielden.

Als rivieren die naar de oceaan stromen werden de vier soorten [kauwbare, zuigbare, likbare en drinkbare] etenswaren in allerlei vormen van smakelijk voedsel gebracht en in potten en pannen naar hun aller beminde vervoerd. (Vedabase)

 

Tekst 20-21

Ondanks dat hun echtgenoten, broers, zoons en andere verwanten hen probeerden tegen te houden, begaven zij die al zo lang over Hem gehoord en naar Hem verlangd hadden, zich naar de Allerhoogste Heer Geprezen in de Geschriften. De dames troffen Hem met de gopa's en Zijn oudere broer aan rondtrekkend in een stukje bos nabij de Yamunâ dat volstond met bloeiende as'oka's.

Hoewel hun echtgenoten, broers, zoons en andere verwanten er geen oren naar hadden, richtten ze zich, al zo lang over hem gehoord en naar hem verlangd te hebben, tot de Allerhoogste Heer Geprezen in de Geschriften, die door de dames werd opgemerkt al rondtrekkend met de gopa's en Zijn oudere broer in een stukje bos met bloeiende as'oka's bij de Yamunâ. (Vedabase)

 

Tekst 22

Met Zijn donkere huidskleur, goudkleurige kledingstuk en slinger van woudbloemen, met Zijn pauwenveer, kleurige steentjes en bloesemtakken, was Hij aangekleed als een danser op een podium. Zijn hand rustte op de schouder van een vriend en met de andere hand zwaaide Hij met een lotus. Zijn lotusgezicht glimlachte, Zijn haar viel langs Zijn gezicht en Hij had lelies achter Zijn oren.

Met Zijn donkere huidskleur, gouden kledingstuk, slinger van woudbloemen, pauweveer, kleurige steentjes en bloesemtakken, stond Hij, aangekleed als een danser op een podium, met Zijn hand over de schouder van een vriend en met de andere zwaaiend met een lotus, daar te glimlachen met Zijn lotusgezicht, Zijn haar langs Zijn gezicht en de lelies achter Zijn oren. (Vedabase)

 

Tekst 23

Na herhaaldelijk gehoord te hebben over de heerlijkheden van hun teerbeminde [Krishna], het sieraad voor hun oren waarin hun geesten waren verzonken, omhelsden ze Hem die nu binnen hun gezichtsveld was gekomen, voor een lange tijd [in hun harten] en gaven ze hun innerlijke smart op, o vorst der mensen, die het resultaat was van hun zich identificeren met hun lichamen.

Keer op keer gehoord hebbend van de heerlijkheden van hun teerbeminde, het sieraad voor hun oren waarin hun geesten waren verzonken, omhelsden ze Hem, die nu binnen hun gezichtsbereik was gebracht, voor een lange tijd en gaven ze hun innerlijke smart op, o vorst der mensen, die was voortgekomen uit hun fysieke vereenzelviging. (Vedabase)


Tekst 24

Met begrip voor de staat van deze vrouwen die uit verlangen naar Hem alle materiële verlangens hadden opgegeven, richtte Hij die ieders standpunt kent, met een glimlach op Zijn gezicht het woord tot hen.

Als degene die het overzicht heeft over de gezichtspunten van alle schepselen richtte Hij met een glimlach op Zijn gezicht het woord tot hen, begrijpend dat daar aangekomen om Hem persoonlijk te ontmoeten ze in die staat gebroken hadden met alle wereldse verwachtingen. (Vedabase)

 

Tekst 25

'Ik heet jullie allen van harte welkom, neem alsjeblieft plaats. Wat kan Ik voor jullie betekenen? Wat goed van jullie om hiernaartoe te komen om Mij te zien!

'Ik heet jullie allen van harte welkom, alsjeblieft neem plaats, wat kan Ik voor jullie betekenen; wat goed van jullie dat jullie naar hier zijn gekomen om Mij te zien! (Vedabase)

 

Tekst 26

Mensen van onderscheid die zich heel goed bewust zijn van wat goed voor hen is, houden zich rechtstreeks op Mij gericht, hun meest geliefde Zelf. Ze houden zich dan steeds bezig met toegewijde dienst, een dienst die is zoals die moet zijn als die zonder enig nevenmotief wordt geleverd.

Mensen van onderscheid zich bewust van wat goed is voor hen houden zich zeer zeker rechtstreeks op Mij, hun meest geliefde Zelf, gericht, druk met een niet aflatende toegewijde dienst die naar behoren is zonder enig nevenmotief. (Vedabase)

 

Tekst 27

[Wie of] wat anders zou er aantrekkelijker zijn dan dit Zelf in verbinding waarmee je levenskracht, intelligentie, geest, verwanten, lichaam, echtgenote, kinderen, weelde, etc. je zo dierbaar werden?

Wat anders ook zou zo dierbaar zijn als dat voorwerp van liefde waarvan het kontakt het gekoesterde teweegbracht van iemands levenskracht, intelligentie, geest, verwanten, lichaam, echtgenote, kinderen, weelde enzovoorts? (Vedabase)


Tekst 28

Begeef je daarom naar het offerperk zodat jullie brahmaanse echtgenoten, als huishouders samen met jullie, hun offerplechtigheden kunnen voltooien.'

Ga derhalve naar het offerperk waar jullie echtgenoten, de verschillende soorten van tweemaal geboren zielen, zich bevinden, zodat zij samen met jullie als huishouders in staat zullen zijn hun offerplechtigheden te volbrengen.' (Vedabase)

 

Tekst 29

De vrouwen antwoordden: 'Praat niet zo hardvochtig tegen ons, o Almachtige, wees trouw aan Uw [schriftuurlijke] belofte dat je met het bereikt hebben van de basis van Uw lotusvoeten en het hebben afgezien van alle relaties, je op je haar de tulsî-slinger mag dragen die door Uw voeten werd vrijgegeven.

De vrouwen antwoordden: 'U moet niet zo streng tot ons spreken, o Almachtige, wees trouw aan Uw [schriftuurlijke] belofte dat met het verworven hebben van de basis van Uw lotusvoeten wij, met het afwerpen van alle relaties, op ons hoofd de tulsi-slinger mogen dragen weggeschopt door Uw voet. (Vedabase)

 

Tekst 30

Onze echtgenoten, vaders, zoons en broers, andere verwanten en vrienden zullen ons niet meer terugnemen! En hoe zouden andere mensen dan reageren? Wilt U dat daarom alstUblieft ons gunnen, wiens lichamen zijn neergevallen aan Uw voeten en voor wie er geen andere bestemming bestaat o Bestraffer der Vijanden?'

=Onze echtgenoten, vaders, zoons, en broers, andere verwanten en vrienden zullen ons niet weer terugnemen en hoe inderdaad zouden andere mensen dan reageren? Daarom kan er voor ons, wiens lichamen zijn neergevallen aan Uw voeten, geen andere bestemming zijn o bestraffer der Vijanden; alstUblieft vergun ons dat!' (Vedabase)

 

Tekst 31

De Allerhoogste Heer zei: 'Jullie echtgenoten zullen niet kwaad zijn van jaloezie noch zullen jullie vaders, broers, zoons of andere mensen dat zijn. Zelfs de halfgoden zullen, op Mijn woord, jullie gunstig gezind zijn.

De Allerhoogste Heer zei: 'Jullie echtgenoten zullen niet kwaad zijn van de jaloezie noch zullen jullie vaders, broers, zoons of andere mensen dat zijn; zelfs de halfgoden zullen, op Mijn woord, jullie gunstig gezind zijn. (Vedabase)


Tekst 32

Fysieke omgang maakt de mensen in de wereld niet meer tevreden of liefdevoller. Als jullie dan [in plaats daarvan] je geesten op Mij fixeren, zullen jullie snel bij Me zijn.

- geen voorgaande versie -.' (Vedabase)


Tekst 33

Luisterend, samenkomend [voor de beeltenis of voor omgang met de toegewijden], mediterend op en zingend over Mij, zijn jullie van liefde voor Mij, niet zozeer door fysiek in Mijn nabijheid te verkeren. Keer daarom terug naar huis.'

Luisterend, samenkomend [voor de beeltenis en/of bijeenkomst van toegewijden], mediterend op en zingend over Mij, zijn jullie van liefde voor Mij, en niet zozeer door fysiek nabij te zijn; keert daarom allen naar huis terug.' (Vedabase)

 

Tekst 34

S'rî S'uka zei: 'Nadat dit tegen de echtgenotes van de brahmanen was gezegd, gingen ze terug naar de plaats van het offer. Daar aangekomen wezen hun mannen hen niet terecht en rondden ze samen met hen de plechtigheid af.

S'rî S'uka zei: 'Toen Hij dit tegen de echtgenotes van de tweemaal geborenen gezegd had gingen ze terug naar de offerplaats waar hun mannen die hen niet terecht wezen samen met hen de uitvoering afrondden. (Vedabase)


Tekst 35

Een van hen werd met geweld tegengehouden door haar echtgenoot. Toen ze van de anderen vernam over de Allerhoogste Heer, omhelsde ze Hem in haar hart en gaf ze het materiële lichaam op dat de bron vormt van de karmische gebondenheid.

Een van hen, die met geweld tegen was gehouden door haar echtgenoot, omarmde, van de anderen vernemend over de Allerhoogste Heer, Hem in haar hart en gaf haar lichaam op dat de basis vormde voor de karmische gebondenheid. (Vedabase)

 

Tekst 36

De Allerhoogste Heer, die ook wel bekend staat als Govinda, gaf met die vier soorten voedsel [die de vrouwen brachten] de gopa's te eten, waarna ook Hij, de Almachtige, deelnam aan de maaltijd.

De Allerhoogste Heer, ook wel bekend als Govinda, voedde met dat zelfde voedsel in vier soorten de gopa's waarna Hij, de Almachtige, Zelf een deel nam. (Vedabase)

 

Tekst 37

En zo genoot Hij er in Zijn wederwaardigheden van om met Zijn bovenzinnelijke verschijning de menselijke manier van doen te imiteren en de koeien, de gopa's en de gopî's te behagen met Zijn schoonheid, woorden en daden.

En zo was Hij in Zijn wederwaardigheden, met Zijn bovenzinnelijke verschijning meeploegend met de menselijke gang van zaken, aan het genieten met de koeien, de gopa's en de gopî's die Hij behaagde met Zijn schoonheid, woorden en daden. (Vedabase)

 

Tekst 38

De brahmanen kwamen nadien weer tot zichzelf en hadden er veel spijt van in overtreding te zijn geweest met hun arrogantie over het nederige verzoek van de Heren van het universum die waren verschenen als menselijke wezens.

Na die tijd kwamen de geschoolden weer bij zinnen en voelden ze zich zeer bezwaard zo in overtreding te zijn geweest door hun verbeelding met het nederige verzoek van de Heren van het Universum die waren verschenen als menselijke wezens. (Vedabase)

 

Tekst 39

Toen ze zagen hoezeer bij hun echtgenotes de toewijding voor Krishna als de Hoogste Persoonlijkheid een hoge vlucht had genomen, een toewijding die bij hen totaal ontbrak, veroordeelden ze zichzelf verzuchtend:

Toen ze in hun vrouwen jegens Krishna, de Allerhoogste Heer, de geweldige vlucht van hun toewijding zagen die er bij hen totaal aan ontbrak, veroordeelden ze zichzelf al weeklagend: (Vedabase)

 

Tekst 40

'Vervloekt zijn we met onze drie geboorten [biologisch, brahmaans en ritueel], onze geloften, onze uitgebreide geestelijke kennis, onze afstamming en onze deskundigheid in de rituelen, als we de Heer Voorbij de Zinnen vijandig gezind zijn.

'Vervloekt al die drie geboorten van ons [biologisch, brahmaans en ritueel], onze geloften, onze uitgebreide geestelijke kennis, onze afstamming en onze deskundigheid met de rituelen, als wij ons hebben afgekeerd van Hem, de Ongeziene. (Vedabase)

 

Tekst 41

De mâyâ, het begoochelend vermogen van de Allerhoogste Heer dat zelfs de grootste yogi's misleidt, is er de oorzaak van dat wij, de tweemaal geborenen, de geestelijk leraren van de samenleving, verbijsterd waren over ons werkelijke belang.

Waarlijk is de Allerhoogste Heer Zijn mâyâ, die zelfs de grootste yogî's misleidt, er de oorzaak van dat wij, de tweemaal geborenen, de geestelijk leraren van de samenleving, verbijsterd zijn geraakt wat betreft ons ware eigenbelang. (42)  (Vedabase)

 

Tekst 42

Zie toch eens die onbegrensde toewijding van de vrouwen voor Krishna, de geestelijk leraar van het ganse universum, een toewijding die zelfs de banden met de dood van [hun gehechtheid aan] het familieleven wist te doorbreken.

Zie toch hoe er zelfs met deze vrouwen voor Krishna, de geestelijk leraar van het universum, een onbegrensde toewijding is die de band met de dood heeft doorbroken bekend staand als het gezinsleven. (Vedabase)


Tekst 43-44

Nimmer ondergingen ze zuiveringsriten ter wedergeboorte, ze woonden niet bij de goeroe en hielden zich niet bezig met verzakingen, noch waren ze van filosofisch onderzoek naar de ware aard van het zelf of van enige bijzondere reinheid of vroom handelen. Niettemin zijn ze, in tegenstelling tot ons die vol zijn van die zuivering, stevig verankerd in hun toegewijde dienst aan Krishna, de Heer Geprezen in de Verzen en de Meester van alle Meesters van de Yoga.

Van hun kant waren er geen zuiveringsriten van wedergeboorte, ze woonden niet bij de goeroe en hielden zich niet bezig met verzakingen, noch waren ze van filosofisch onderzoek naar de ware aard van het zelf of van enige bijzondere reinheid of vroom handelen; niettemin zijn ze, in tegenstelling tot ons - hoe vol we van die zuivering ook allemaal zijn, stevig verankerd in hun toegewijde dienst aan Krishna, de Heer Geprezen in de Verzen en de Meester van alle Meesters van de Yoga. (Vedabase)

 

Tekst 45

Och hoezeer heeft Hij niet middels de woorden van de koeherdersjongens ons herinnerd aan de uiteindelijke bestemming van alle transcendentalisten, heeft Hij ons niet geholpen die in onze verbijstering over onze huishoudelijke belangen inderdaad onachtzaam waren!

Och, hoezeer heeft Hij niet, middels de woorden van de bovenzinnelijke zielen van die koeherdersjongens, ons herinnerd aan de uiteindelijke bestemming die er is voor ons die inderdaad door onze verzotheid in onze huishoudelijke aangelegenheden verbijsterd waren wat betreft ons ware eigenbelang. (Vedabase)

 

Tekst 46

Waarom anders zou Hij, de Meester der Bevrijding en van alle andere zegeningen die voldaan is in ieder opzicht, van deze vermomming [in de gedaante van een gopa] zijn met ons die onder Zijn gezag vallen?

Om welke andere reden zou Hij, de Meester der Bevrijding en alle andere zegeningen die voldaan is in ieder opzicht, met ons, degenen die moeten worden beheerst, van deze aanspraak zijn? (Vedabase)

 

Tekst 47

De Godin van het Geluk ziet af van anderen en aanbidt zonder ophouden alleen maar Hem in de hoop Zijn lotusvoeten te mogen aanraken en een einde te maken aan de fouten [van trots en wispelturigheid] in haar eigen wezen. Zijn verzoek [om voedsel] doet werkelijk iedereen versteld staan.

Met Zijn verzoek [om voedsel] dat de menselijke wezens verbijsterd, is de Godin van het Geluk, anderen vergetend en een eind makend aan de fouten [van trots en wispelturigheid] in haar eigen wezen, van aanbidding voor Hem in een constant verlangen Zijn voeten aan te raken. (Vedabase)


Tekst 48-49

Hij vormt de tijd en plaats, de gebruikte artikelen, de hymnen, de rituelen, de priesters en het vuur, de leidende godsbewusten, de uitvoerder van het offer, de plechtigheid en het dharmische resultaat [zie vers 10-11]. Hij, de Allerhoogste Heer Vishnu, de Meester van alle Yogameesters, heeft rechtstreeks zichtbaar voor ons Zijn geboorte genomen onder de Yadu's, maar ondanks dat we hierover vernamen slaagden wij er dwaas genoeg niet in dat te begrijpen.

De plaats en de tijd, de gebruikte artikelen, de lofzangen, de rituelen, de priesters en het vuur, de voorzittende goddelijken, de uitvoerder van het offer, de plechtigheid en het dharmische resultaat ervan [zie vers 10-11] uitmakend, heeft Hij, de Allerhoogste Heer van Vishnu, de Meester der Yogameesters, inderdaad rechtstreeks zichtbaar geboorte genomen onder de Yadu's, maar ondanks het feit dat we hiervan gehoord hadden slaagden wij er verdwaasd niet in het te begrijpen. (Vedabase)

 

Tekst 50

De Allerhoogste Heer Krishna die van een onmetelijke intelligentie is en door wiens begoochelend vermogen wij met verbijsterde geesten ronddolen op de wegen van het baatzuchtig handelen, bieden we onze eerbetuigingen.

Hem, de Allerhoogste Heer Krishna van een onmetelijke intelligentie, door wiens begoochelend vermogen wij met verbijsterde geesten ronddolen op de wegen van het baatzuchtig handelen, bieden we onze eerbetuigingen. (Vedabase)

 

Tekst 51

Hij, onze Oorspronkelijke Heer en Hoogste Persoonlijkheid van God wiens invloed we niet kunnen doorgronden omdat onze geesten verbijsterd zijn door Zijn mâyâ, moet ons onze overtreding maar vergeven.'

Hij daadwerkelijk, onze Oorspronkelijke Persoonlijkheid van God wiens invloed we met onze geesten verbijsterd door mâyâ niet kunnen peilen, moet ons onze overtreding maar vergeven.' (Vedabase)

 

Tekst 52

Aldus nadenkend over hun overtreding van het minachten van Krishna, wilden ze Hem gaan opzoeken, maar uit angst om Kamsa['s aandacht te trekken], gingen ze niet naar Vraja.'

Aldus denkend over hun eigen overtreding tegen Krishna wensten zij na hun acte van berouw het toen om Vraja te zien maar, beducht voor Kamsa, gingen ze er niet naar toe. (Vedabase)

 

*: Er wordt beweerd dat iedereen geheiligd door het Sautrâmani offer voor Heer Indra zich onder de goden begeeft en sarva-tanûh geboren wordt, dat wil zeggen, met zijn gehele lichaam.

 

 

 

 

Creative
                        Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.

Het eerste schilderij op deze pagina is een detail van een panorama © van Vrindavan Das, gebruikt met toestemming.
Het tweede schilderij is a page from a dispersed Bhagavata Purana Series. Rajasthan, India, ca. 1680. Bron: Brooklyn Museum.
De derde afbeelding is getiteld: 'Dana lila', vroeg 20e eeuw, Nathadwara, India.
Bron:
Smithsonian Freer Sackler Gallery.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties