De
Allerhoogste Heer zei: 'Als een yogi zijn aandacht op Mij
fixeert en zich zo verbonden heeft met het overwonnen hebben
van zijn zinnen en ademen, verwerft hij de mystieke perfecties
van de yoga.'
De
Allerhoogste Heer zei: 'De yogî die in Mij zijn
bewustzijn vestigend, zich verbonden hebbend, zijn zinnen en
ademen heeft overwonnen, nadert tot de mystieke
volmaaktheden. (Vedabase)
Tekst
2
Uddhava zei: 'O Jij die
alle yogi's de volmaaktheid schenkt, zeg me alsJeblieft welke
methode men moet volgen om zich te concentreren en hoe die
mystieke perfectie precies werkt. En, Acyuta, hoeveel
volmaaktheden zijn er?
Uddhava
zei: 'AlsJeblieft, Jij Schenker van de Volmaaktheid aan Alle
Yogî's, zeg met welk soort van concentreren of op
welke manier men mogelijk van mystieke perfectie is en,
Acyuta, hoeveel volmaaktheden zijn
er? (Vedabase)
Tekst
3
De Allerhoogste Heer zei:
'De meesters van de yoga spreken van achttien mystieke
volmaaktheden [siddhi's]
en meditaties [die tot hen leiden], waarbij acht van
hen primair in Mij te vinden zijn en er zich tien
[secundaire] manifesteren uit de kwaliteit [der
goedheid].
De
Allerhoogste Heer zei: 'De meesters van de yoga spreken van
achttien mystieke volmaaktheden [siddhi's] en
meditaties [die tot hen leiden], waarbij acht van
hen primair in Mij te vinden zijn en zich er tien
[secundaire] manifesteren uit de kwaliteit [der
goedheid]. (Vedabase)
Tekst
4-5
Het vermogen om, wat
betreft de vorm, zich in te leven in het kleinste
[animâ], in het grootste
[mahimâ] of in het lichtste
[laghimâ in verhouding tot
garimâ, het zwaarste], het vermogen om welk
materieel voorwerp dan ook te verwerven
[prâpti], om zintuiglijk te genieten wat
er maar te zien en te horen is
[prâkâmya], om de overhand te hebben
met het aanwenden van de krachten
[îs'itâ of
îs'itvâ], om ongehinderd door de
geaardheden op magische wijze zaken onder controle te krijgen
[vas'itvâ] en om aan ieder verlangen te
beantwoorden dat [Zijn] genade zoekt
[kâmâvasâyitâ], zijn de
acht mystieke volmaaktheden, o zachtgeaarde. Weet dat dat
degenen zijn die oorspronkelijk bij Mij horen.
Om,
naar de vorm, in het kleinste te geraken
[animâ], het grootste [mahimâ]
of het lichtste [laghimâ in verhouding tot
garimâ, het zwaarste], om welk materieel voorwerp
dan ook te verwerven [prâpti], het vermogen om
zinnelijk wat dan ook dat te zien en te horen is te genieten
[prâkâmya], de overhand te hebben met
het in gang zetten van de krachten [îs'itâ
of îs'itvâ], om ongehinderd door de
geaardheden op magische wijze te onderwerpen
[vas'itvâ] en om aan ieder verlangen tegemoet
te komen dat [Zijn] genade zoekt
[kâmâvasâyitâ] zijn de acht
mystieke volmaaktheden, o zachtgeaarde, waarvan je moet
weten dat ze oorspronkelijk de Mijne
zijn. (Vedabase)
Tekst
6-7
Om in dit lichaam niet te
worden geplaagd door honger en dorst en dergelijke, om dingen
ver weg te zien en te horen, om met de snelheid van de geest
zich te verplaatsen, om naar believen iedere willekeurige vorm
aan te nemen, om de lichamen van anderen binnen te gaan, te
sterven bij wilsbesluit, getuige te zijn van het spel [van
de meisjes van de hemel] met de goden, om naar eigen
besluit van volmaakt succes te zijn, en om zijn wilsuiting
ongehinderd nageleefd te krijgen [zijn de tien secundaire
siddhi's].
Om
in dit lichaam niet te worden geplaagd door honger en dorst
en dergelijke, om dingen ver weg te zien en te horen, om met
de snelheid van de geest zich te verplaatsen, om naar
believen iedere willekeurige vorm aan te nemen, om de
lichamen van anderen binnen te gaan, te sterven bij
wilsbesluit, getuige te zijn van het spel [van de
meisjes van de hemel] met de goden, om naar eigen
besluit van volmaakt succes te zijn, en om zijn wilsuiting
ongehinderd nageleefd te krijgen [zijn de tien
secundaire siddhi's]. (Vedabase)
Tekst
8-9
Kennis te hebben van het
verleden, het heden en de toekomst, om vrij te zijn van de
dualiteiten, weet te hebben van wat anderen denken, om de
werking van het vuur, de zon, het water, vergif enzovoorts te
stoppen en niet door anderen overweldigd te zijn, zijn de
perfecties die worden beschreven als zijnde het resultaat van
het zich concentreren in de yoga. Verneem alsjeblieft nu van
Mij met behulp van welke meditatiemethoden zich welke
volmaaktheden voordoen.
Kennis
te hebben van het verleden, het heden en de toekomst, om
vrij te zijn van de dualiteiten, weet te hebben van wat
anderen denken, om de werking van het vuur, de zon, het
water, vergif enzovoorts te stoppen en niet door anderen
overweldigd te zijn, zijn de perfecties die men eveneens
ziet als zijnde illustratief voor het zich concentreren in
de yoga; alsjeblieft verneem nu van Mij met welke
meditatiemethoden zich welke volmaaktheden
voordoen.
(Vedabase)
Tekst
10
Degene die Mij aanbidt, Ik
die alle fijnstoffelijke vormen van bestaan beziel, verwerft de
animâ-perfectie [om het kleinste binnen te
gaan] door zich te concentreren op de werkelijkheid der
elementen.
De
aanbidder van Mij, Ik die alle fijnstoffelijke vormen van
bestaan bezielt, verkrijgt de animâ-perfectie [om
het kleinste binnen te gaan] door de geest te
concentreren op die werkelijkheid der
elementen.
(Vedabase)
Tekst
11
Men verwerft de
mahimâ-perfectie [om het grootste binnen te
gaan] door de aandacht te vestigen op het totaal van de
materie dat door Mij tot leven is gewekt alsook op de
omstandigheid van ieder van de materiële elementen
afzonderlijk [van het grote van de ether te zijn, het vuur,
het water, de lucht en de aarde].
Men
verwerft de mahimâ-perfectie [om het grootste
binnen te gaan] door de geest te vestigen op het totaal
van de materie door Mij tot leven gewekt als ook,
afhankelijk van de situatie in kwestie, op ieder van de
elementen der materie afzonderlijk [van het grote van de
ether te zijn, het vuur, het water, de lucht en de
aarde]. (Vedabase)
Tekst
12
De yogi kan
laghimâ [lichtheid] verwerven door zijn
bewustzijn tot rust te brengen in Mij als zijnde de
fijnstoffelijke substantie van de [natuurlijke verdeling
van de] tijd [als de basis of oersubstantie] voor
de materiële elementen die er zijn in de vorm van atomen
[zie ook cakra].
De
yogî kan laghimâ [lichtheid] verwerven
door zijn bewustzijn tot rust te brengen in Mij als zijnde
de fijnstoffelijke substantie van de [natuurlijke
verdeling van de] tijd voor de materiële elementen
die er zijn in de vorm van atomen [zie ook
cakra]. (Vedabase)
Tekst
13
Hij die met zijn geest op
Mij gefixeerd zijn denken geheel concentreert binnen het
emotionele van het Ik-principe, verkrijgt de siddhi van
de prâpti [het mystiek verwerven] waarmee
hij zich de eigenaar kan noemen van de zinnen van alle levende
wezens.
Hij
die met zijn geest in Mij gevestigd de geest in zijn geheel
concentreert binnen het emotionele van het Ik-principe,
verkrijgt de siddhi van de prâpti [het mystiek
verwerven] in het eigenaarschap van de zinnen van alle
levende wezens.
(Vedabase)
Tekst
14
Om van Mij, wiens
verschijning zintuiglijke waarneming teboven gaat, de
buitengewoon bijzondere siddhi der
prâkâmya te verkrijgen [om van wat dan ook
wanneer dan ook te genieten] moet men zijn geestelijke
activiteit verankeren in Mij als zijnde de Superziel die de
draad vormt die door het grote van de materie heenloopt
[zie ook sûtra].
Om
van Mij, wiens verschijnen zich bevindt voorbij de
waarneming, de buitengewoon bijzondere siddhi der
prâkâmya te verkrijgen [om van wat dan ook
wanneer dan ook te genieten] moet men zijn geestelijke
activiteiten vastleggen in Mij als de Superziel die de draad
vormt in het grote van de materie [zie ook
sûtra]. (Vedabase)
Tekst
15
Als men zijn bewustzijn in
Vishnu plaatst, de Oorspronkelijke Beheerser van de Drie
[guna's, zie ook B.G. 7:
13] in de
vorm van de Tijd, zal men de siddhi van
îs'itvâ [de oppermacht] verwerven
waarmee men het geconditioneerde lichaam [het veld] en
zijn kenner kan beheersen [*].
Als
men het bewustzijn in Vishnu vestigt, de Oorspronkelijke
Beheerser van de Drie [guna's, zie ook B.G. 7: 13]
in de vorm van de Tijd, zal men de siddhi van
îs'itvâ [de oppermacht] verwerven om het
geconditioneerde lichaam [het veld] en zijn kenner
aan te sporen
[*]. (Vedabase)
Tekst
16
De yogi die zijn geest
plaatst in Mij, Nârâyana als gekenschetst door het
woord Fortuinlijk [bhagavat] en bekendstaand als
het vierde [vlak voorbij de andere drie
**],
vermag, begiftigd met Mijn natuur, het mystieke vermogen te
verwerven van vas'itva [te onderwerpen met
magie].
De
yogî die zijn geest plaatst in Mij,
Nârâyana als gekenschetst door het woord
Fortuinlijk [bhagavat] en bekend staat als het
vierde [vlak voorbij de andere drie **], vermag,
begiftigd met Mijn natuur, het mystieke vermogen te
verwerven van vas'itva [te onderwerpen met
magie]. (Vedabase)
Tekst
17
Met de geest die in Mij
zuiver is zich concentrerend op het onpersoonlijke
[brahman] dat vrij is van materiële
kwaliteiten [bovenzinnelijk], verwerft men het opperste
geluk waarin het verlangen zijn volledige bevrediging vindt
[kâmâvasâyitâ].
Met
de geest zuiver in Mij zich concentrerend in het
onpersoonlijke [brahman] vrij van materiële
kwaliteiten, verwerft men het opperste geluk waarin het
verlangen zijn volledige bevrediging vindt
[kâmâvasâyitâ]. (Vedabase)
Tekst
18
Zich op Mij concentrerend,
de Heer van S'vetadvîpa,
de personificatie van de goedheid, de optelsom van alle dharma,
verkrijgt een persoon de vrijheid van de zes golven
[anûrmi-mattvam, zie ook shath-ûrmi].
Het
bewustzijn in Mij concentrerend, de Heer van
S'vetadvîpa, de personificatie van de goedheid, de
optelsom van alle dharma, verkrijgt een persoon de vrijheid
van de zes golven [anûrmi-mattvam, zie ook
shath-ûrmi].
(Vedabase)
Tekst
19
Gevestigd in Mij, de
verpersoonlijking van de ether, zich concentrerend op het
bovenzinnelijk geluid dat aanwezig is in de prâna
[zie 11.14:
35], neemt
men de Zwaan waar [Heer Hamsa of de heilige persoon, zie
11.13:
19] en
hoort men de woorden die worden uitgesproken door alle levende
wezens [dûra-s'ravana, zie ook
divyam
s'rotam].
In
Mij, de verpersoonlijking van de ether, zich met zijn geest
concentrerend op het bovenzinnelijk geluid in de prâna
[zie 11: 14: 35], wordt daar de Zwaan [Heer
Hamsa of de heilige persoon 11.13: 19] waargenomen en
hoort men de woorden gesproken door alle levende wezens
[dûra-s'ravana, zie ook divyam
s'rotam].
(Vedabase)
Tekst
20
Met het samenvoegen van
zijn ogen met de zon en de zon met zijn ogen [dat
bovenzinnelijk doend en niet fysiek erin starend] kan men,
met zijn geest in meditatie, alles zien wat ver weg is
[dûra-dars'ana, zie ook 2.1:
30].
Met
het samenvoegen van zijn ogen met de zon [dat
bovenzinnelijk doend en niet fysiek erin starend] ziet
men, met zijn geest in meditatie, wat dan ook dat ver weg is
[dûra-dars'ana, zie ook 2.1:
30]. (Vedabase)
Tekst
21
Met het volledig verzinken
van de geest in Mij kan men met de wind [de adem, de
subtiele lucht], die de geest volgt zodat het lichaam op
Mij gericht is, door de kracht van die meditatie het
[fysieke] zelf zich zien bewegen in de richting waar de
geest zich beweegt [manojava].
Met
het volledig verzinken van de geest in Mij zal men met de
wind [de adem, de subtiele lucht], die de geest
volgt om het lichaam op Mij gericht te hebben, bijgevolg het
zelf zien gaan waarheen de geest zich ook begeeft
[mano-javah]. (Vedabase)
Tekst
22
Als men zijn toevlucht
neemt tot de macht van Mijn Yoga [waarmee Ik verschillende
gedaanten aanneem], is men in staat, onverschillig de vorm
die men wenst aan te nemen, de vorm die men in gedachten had
laten verschijnen
[kâmarûpa].
Als
de geest welke vorm dan ook in zich sluit die men verlangt
aan te nemen, kan, met de macht van Mijn Yoga [om welke
gedaante dan ook aan te nemen] als toevlucht, die zelfde
vorm verschijnen die men in gedachten had
[kâmarûpa]. (Vedabase)
Tekst
23
Als men het als een
siddha
verlangt het lichaam van een ander binnen te gaan moet men,
met het loslaten van het eigen lichaam, zichzelf in dat lichaam
projecteren, door er, net als de wind, in binnen te gaan via de
vitale adem, zoals een bij die van bloem verwisselt
[para-kâya-praves'anam].
Als
men het als een siddha verlangt het lichaam van een ander
binnen te gaan moet men, met het loslaten van het eigen
lichaam, zich in dat lichaam voorstellen
[projecteren], er net als de wind in binnengaand via
de vitale adem gelijk een bij die van bloem verwisselt
[para-kâya-praves'anam].
(Vedabase)
Tekst
24
Met de hiel de anus
blokkerend en de vitale adem van het hart omhoog brengend naar
de borst en dan van de keel naar het hoofd gaand, moet men,
zich bevindend op de top van de schedel [de
brahma-randhrena], [om te kunnen sterven]
het materiële lichaam opgeven en zichzelf sturen in de
richting van de geestelijke wereld
[svacchandu-mrityu, zie ook 2.2:
19-21].
Met
de hiel de anus blokkerend en de vitale adem van het hart
omhoog brengend naar de borst en van de keel naar het hoofd,
behoort men, zich bevindend op de top van de schedel [de
brahma randhrena], met het opgeven van het
materiële lichaam [om te sterven], zichzelf te
leiden naar de geestelijke wereld [svacchandu-mrityu,
zie ook 2.2: 19-21].
(Vedabase)
Tekst
25
Als men de hemelen der
goddelijken wenst te genieten moet men, zich in Mij bevindend,
mediteren op de geaardheid goedheid zodat men de in goedheid
verkerende vrouwen van de halfgoden eraan ziet komen per
vimâna
[devânâm
saha-krîdânudars'anam].
Met
het verlangen de plaatsen van de goddelijken te genieten
moet men, zich in Mij bevindend, mediteren op de geaardheid
goedheid en dan de bij de goedheid bestaande vrouwen van de
halfgoden eraan zien komen per vimâna
[devânâm
saha-krîdânudars'anam]. (Vedabase)
Tekst
26
Als iemand volledig van
Mij overtuigd is en weet dat hij in Mij zijn vervulling zal
vinden, Ik die er ben terwille van het ware, zal hij als gevolg
daarvan krijgen waar hij op uit was
[yathâ-sankalpa-samsiddhi].
Als
een man volledig in Mij gelooft of van geestelijke
overtuiging is in Mij, Ik die er ben om waar te zijn, zal
hij op die manier verkrijgen waar hij zich op had vastgelegd
[yathâ-sankalpa-samsiddhi]. (Vedabase)
Tekst
27
Degene die tot de
realisatie kwam van Mijn aard, oppermacht en heerschappij, is
iemand die geen strobreed in de weg kan worden gelegd daar zijn
wilsbesluit en gezag zo goed is als het Mijne
[âjñâpratihatâ gatih, zie
ook B.G. 9:
31].
De
persoon die het zo ver bracht van Mijn aard, de Oppermacht
en de Heerschappij, is iemand die geen strobreed in de weg
kan worden gelegd daar zijn wilsbesluit en gezag zo goed is
als het Mijne [âjñâpratihatâ
gatih, zie ook B.G. 9.31].
(Vedabase)
Tekst
28
Een yogi die zuiver van
karakter middels zijn toewijding voor Mij zich weet te
concentreren [dharâna],
krijgt inzicht in de drie fasen van de tijd [verleden,
heden en toekomst], met inbegrip van de kennis omtrent
geboorte en dood [zie tri-kâlika].
Van
een yogî zuiver van karakter, die middels de
toewijding tot Mij [anderen] kent door zich te
concentreren, is er daar de intelligentie wat betreft de
drie fasen van de tijd, met inbegrip van de kennis van
[dualiteiten als] geboorte en dood [zie
tri-kâlika].
(Vedabase)
Tekst
29
Van een wijze onderlegd in
de yoga wiens bewustzijn tot vrede is gebracht middels Mijn
yoga kan het lichaam geen schade oplopen als gevolg van vuur en
dergelijke elementen, net zoals waterdieren geen schade
ondervinden van het water waarin ze leven [zie ook
7.5:
33-50].
Van
een wijze onderlegd in de yoga wiens bewustzijn tot vrede is
gebracht kan van Mijn yoga het lichaam geen schade oplopen
als gevolg van het vuur en dergelijke, net zoals dat bij
waterdieren niet kan die van het water zijn [zie ook
7.5: 33-50].(Vedabase)
Tekst
30
Hij [mijn
toegewijde] wordt onoverwinnelijk als hij mediteert op Mijn
expansies die zijn opgesierd met de S'rîvatsa en de
wapens, de vlaggen, ceremoniële parasols en verschillende
waaiers [zie ook B.G. 11:
32].
Hij
wordt onoverwinnelijk mediterend op de expansies van Mij,
die gesierd zijn met de s'rîvatsa en de wapens, de
vlaggen, ceremoniële parasols en verschillende waaiers
[zie ook B.G. 11: 32].
(Vedabase)
Tekst
31
De man van wijsheid die
Mij aldus aanbidt middels het proces van het zich concentreren
in de yoga zal de mystieke volmaaktheden bereiken zoals
beschreven, in ieder opzicht [naar gelang de aard van zijn
praktijk].
De
man van wijsheid die Mij aldus aanbidt middels het proces
van het zich concentreren in de yoga [dhârana]
zal de mystieke volmaaktheden bereiken als beschreven, in
ieder opzicht [naar de aard van zijn
praktijk].
(Vedabase)
Tekst
32
Welke perfectie zou er nou
moeilijk te verwerven zijn voor een wijze die in Mij, met het
doen van zijn meditaties, de zaak in z'n greep kreeg nadat hij
de zintuigen, zijn ademen en zijn geest de baas
werd?
Welke
perfectie zou moeilijk te behalen zijn voor een wijze die in
Mij uit op meditatie de zaak in z'n greep kreeg met het
overwinnen van de zintuigen, zijn ademen en zijn
geest?
(Vedabase)
Tekst
33
Men zegt wel dat ze
[de siddhi's], voor degene die de hoogste vorm
van yoga beoefent waarmee men alle volmaaktheid in het leven
rechtstreeks van Mij verkrijgt, belemmeringen vormen waarmee
men zijn tijd verspilt.
Men
zegt dat dezen [de siddhi's] voor hem die zich
inperkt in het allerhoogste van de yoga om met Mij volledig
te zijn, als belemmeringen, er de oorzaak van zijn dat men
zijn tijd verspilt. (Vedabase)
Tekst
34
De vele volmaaktheden die
men in deze wereld heeft van geboorte, van kruiden, verzakingen
en door mantra's worden allen verkregen door de yoga; met geen
enkele andere methode kan men de eigenlijke perfectie van de
yoga bereiken [***].
De
vele volmaaktheden die men in deze wereld heeft van
geboorte, van kruiden, verzakingen en door mantra's worden
allen verkregen door de yoga; met geen enkele ander methode
kan men de eigenlijke perfectie van de yoga bereiken
[***].
(Vedabase)
Tekst
35
Van alle perfecties ben Ik
inderdaad de oorzaak en de beschermer. Ik ben de Heer van de
Yoga [de uiteindelijke vereniging], de Heer van de
analyse, het dharma en de gemeenschap van vedische
leraren.
Van
alle perfecties ben Ik inderdaad de oorzaak en de
beschermer; Ik ben de meester van de yoga [de
uiteindelijke eenheid], de analyse, het dharma, en de
gemeenschap van vedische
leraren. (Vedabase)
Tekst
36
Op dezelfde manier als de
materiële elementen binnenin en buiten de levende wezens
bestaan besta Ik Zelve, de Ziel, die zich niet [door iets
groters] laat overdekken, binnen en buiten al de
belichaamde wezens [zie ook B.G. 2:
29-30].'
(36)
Op dezelfde manier als de materiële elementen inwendig
en uitwendig van de levende wezens bestaan besta Ik Zelve,
de Ziel, niet overdekt zijnd, binnen en buiten al de
belichaamde wezens [zie ook B.G. 2:
29-30].
(Vedabase)
*:
Vers 15 heeft betrekking op het realiseren van de spirituele
volmaaktheid door te mediteren op het persoonlijke,
transcendentale aspect van de tijd van Vishnu als de
essentiële samenhangende substantie, in tegenstelling tot
het mediteren van de tijd zoals vermeld in vers 12, dat meer
betrekking heeft op het onpersoonlijk aspect van de natuurlijke
orde eigen aan de elementen, van de cakra, welke het
wapen van Vishnu is.
**:
Behalve de drie guna's in relatie tot Heer
Nârâyana, is er ook sprake van de drie vlakken van
bestaan van het fysieke grove van het grote van het universum
bestaande uit de vijf elementen; het astrale, subtiele, van de
tien werkende en waarnemende zintuigen en hun voorwerpen, de
geest en de intelligentie, en het causale vlak van het
bewustzijn en de kenner; ofwel kort gezegd: de wereld, het
zinnelijk lijf en de individuele kenner waarbij er dan de
Oorspronkelijke Persoon van God is als de vierde [zie ook
B.G. 13:
19].
***:
De
eigenlijke perfectie van de yoga wordt, indachtig vers 35 erop
volgend, Krishna-bewustzijn genoemd door de Vaishnava's die het
Bhâgavatam in het Westen
verdedigen.