S'rî
S'uka zei: 'Toen hij [Kâlayavana] Hem naar
buiten zag komen [zie 50:
57] als de
rijzende maan, zeer mooi om te zien, met een donkere
huidskleur, een geel zijden gewaad, de S'rîvatsa op Zijn
borst, het schitterende Kaustubha-juweel dat Zijn hals sierde,
Zijn machtige, vier lange armen en ogen zo roze als pas
gegroeide lotussen; Zijn altijd stralende, schone, vreugdevolle
glimlach bij Zijn fraaie kaaklijn, Zijn lotusgelijke gezicht en
de aanblik van Zijn haaienvormige oorhangers, dacht hij: 'Deze
persoon moet werkelijk Vâsudeva met de S'rîvatsa
zijn, met de vier armen, de lotusogen, compleet met de
woudbloemen en met de grote schoonheid. Gezien de kentekenen
waar Nârada het over had kan Hij, die zich daar te voet
zonder wapens begeeft, niemand anders zijn; ik zal Hem zonder
wapens bestrijden!' De Yavana aldus overtuigd, wilde in een
achtervolging Hem grijpen die Zijn gezicht had afgewend en
vluchtte, Hij, die zelfs voor de mystieke yogi's onbereikbaar
is.
S'rî
S'uka zei: 'Toen hij [Kâlayavana] Hem naar
buiten zag komen [zie 50: 57] als de rijzende maan,
zeer mooi om te zien, met een donkere huidskleur, een geel
zijden gewaad, de s'rîvatsa op Zijn borst, het
schitterende kaustubhajuweel dat Zijn hals sierde, Zijn
machtige, vier lange armen en ogen zo roze als pas gegroeide
lotussen; Zijn altijd stralende, schone, vreugdevolle
glimlach bij Zijn fraaie kaaklijn, Zijn lotusgelijke gezicht
en de aanblik van Zijn haaienvormige oorhangers, dacht hij:
'Deze persoon moet werkelijk Vâsudeva met de
s'rîvatsa, de vier armen, de lotusogen, het dragen van
woudbloemen en met de grote schoonheid zijn. Gezien de
kentekenen waar Nârada het over had kan Hij, die zich
daar te voet zonder wapens begeeft, niemand anders zijn; ik
zal Hem zonder wapens bestrijden!' De yavana aldus besloten,
Hem vervolgend wilde Hem grijpen, die Zijn gezicht had
afgewend en vluchtte; Hij, die zelfs voor de mystieke
yogî's onbereikbaar is. (Vedabase)
Tekst
7
Met iedere stap
die Hij deed leek het alsof Hij te grijpen was en nadat Hij op
die manier een grote afstand had afgelegd plaatste Hij de heer
van de Yavana's voor een berggrot.
(7)
Met iedere stap bracht Hij zichzelf bijna binnen het bereik
van zijn handen en aldus ver weg gaand plaatste Hij die heer
van de yavana's voor een
berggrot.
(Vedabase)
Tekst
8
Hem in zijn
achtervolging beledigend met opmerkingen als 'Vluchten is voor
Jou als een lid van de Yadu-dynastie onbehoorlijk!', slaagde
hij, aan wiens ondeugd [nog] geen einde was gekomen, er
niet in Hem te pakken te krijgen.
In
zijn jacht hem beledigend met opmerkingen als 'Vluchten is
voor Jou als lid van de yadu-dynastie onbehoorlijk!', kon
hij, aan wiens ondeugd [nog] geen einde was gekomen,
Hem niet bereiken. (Vedabase)
Tekst
9
Ondanks dat Hij
aldus was uitgescholden, ging de Allerhoogste Heer de berggrot
binnen, maar toen de Yavana Hem volgde zag hij daar een andere
man liggen.
Ondanks
dat Hij aldus was uitgescholden, ging de Allerhoogste Heer
de berggrot binnen en toen hij dat ook deed zag hij daar een
andere man liggen. (Vedabase)
Tex
10
'En nu, nou Hij
me over zo'n grote afstand heeft meegevoerd, ligt Hij hier als
een heilige!' en aldus in de waan dat het Acyuta betrof, gaf
hij hem uit alle macht een schop.
'En
nu, me over zo'n grote afstand hebben meegevoerd ligt Hij
hier als een heilige!' en aldus in de waan dat hij Acyuta
was, schopte hij hem met zijn voet uit alle
macht.
(Vedabase)
Tekst
11
De man,
ontwakend na een lange periode van slaap, opende langzaam zijn
ogen en zag, in alle richtingen om zich heen kijkend, hem naast
zich staan.
Hij,
ontwakend na een lange periode van slaap, opende langzaam
zijn ogen en zag, in alle richtingen om zich heen kijkend,
hem aan zijn zijde staan. (Vedabase)
Tekst
12
O afstammeling
van Bharata, hij zoals hij daar stond, werd door de blik, die
de kwaad geworden man op hem wierp, in een oogwenk tot as
verbrand door een vuur dat ontstond vanuit zijn eigen lichaam
[*].'
O
afstammeling van Bharata hij als zodanig, werd door de blik,
die de kwaad geworden man op hem wierp, in een oogwenk tot
as verbrand door een vuur dat ontstond vanuit zijn eigen
lichaam [*].'
(Vedabase)
Tekst
13
De edele koning
[Parîkchit] zei: 'Wie precies was die persoon, o
brahmaan. Van welke familie was hij en waar was hij allemaal
toe in staat? Waarom was hij een grot ingegaan om te slapen en
uit wiens zaad werd hij geboren, die vernietiger van de
Yavana?'
De
edele koning [Parîkchit] zei: 'Wie precies was
die persoon, o brahmaan, van welke familie was hij en wat
waren zijn krachten; waarom was hij een grot ingegaan om te
slapen en uit wiens zaad werd hij geboren, die vernietiger
van de yavana?'
(Vedabase)
Tekst
14
S'rî
S'uka zei: 'Hij staat bekend als Mucukunda. Hij werd geboren in
de Ikshvâku dynastie als de zoon van
Mândhâtâ [zie 9.6:
38 en
9.7].
Hij was een grote persoonlijkheid die het brahmaanse was
toegewijd en iemand die zich in de strijd trouw hield aan zijn
gelofte.
S'rî
S'uka zei: 'Hij staat bekend als Mucukunda, geboren in de
Ikshvâku dynastie als de zoon van
Mândhâtâ [zie 9.6: 38 en 9.7]; een
grote persoonlijkheid het brahmaanse toegewijd en trouw aan
zijn gelofte in de strijd. (Vedabase)
Tekst
15
Hij, op verzoek
van de goddelijken met Indra aan het hoofd die doodsbang voor
de Asura's waren, was voor een lange tijd van dienst terwille
van het verzekeren van hun bescherming.
Hij,
op verzoek van de goddelijken met Indra aan het hoofd die
doodsbang voor de asura's waren, was voor een lange tijd van
dienst om hen te verzekeren van hun bescherming.
(Vedabase)
Tekst
16
Zij, nadat ze
Guha ['van de grot'; Skanda of Kârttikeya] voor
zich wonnen als hun beschermer van de hemel zeiden tot
Mucukunda: 'O Koning, alstublieft zie af van de moeite die het
uw goede zelf kost om ons te beschermen.
Zij,
nadat ze Guha ['van de grot'; Skanda of
Kârttikeya] voor zich wonnen als hun beschermer
van de hemel zeiden tot Mucukunda: 'O Koning, alstublieft
zie af van de moeite die het uw goede zelf kost om ons te
beschermen. (Vedabase)
Tekst
17
U met het
verwaarlozen van uw persoonlijke verlangens hebt, met het
achter u laten van een koninkrijk in de wereld der mensen, om
ons te beschermen die [asura-]doorns uit de weg
geruimd, o held.
U
met het verwaarlozen van uw persoonlijke verlangens hebt,
met het achter u laten van een koninkrijk in de wereld der
mensen, om ons te beschermen die [asura-]doorns uit
de weg geruimd, o held. (Vedabase)
.
Tekst
18
Uw kinderen, uw
koninginnen en andere verwanten, ministers, adviseurs en
onderdanen zijn nu niet meer in leven, ze behoren niet meer tot
deze tijd; de tijd heeft ze van u gescheiden.
Uw
kinderen, uw koninginnen en andere verwanten, ministers,
adviseurs en onderdanen zijn nu niet meer in leven, ze
behoren niet meer tot deze tijd; de tijd scheidt.
(Vedabase)
Tekst
19
De Tijd,
machtiger dan de machtigste, is de Allerhoogste Onuitputtelijke
Heer van Beheersing die, een spel spelend van herder en kudde,
de sterfelijke wezens in beweging zet.
De
Tijd, machtiger dan het machtigste, is de Allerhoogste
Onuitputtelijke Heer van Beheersing die, een spel spelend
van herder en kudde, de sterfelijke wezens in beweging zet.
(Vedabase)
Tekst
20
Al het goede u
toegewenst, vraag ons nu vandaag om welke gunst u maar wilt,
behalve dan die der bevrijding, daar alleen de Allerhoogste
Onuitputtelijke Heer S'rî Vishnu daar toe in staat
is.'
Al
het goede u toegewenst, vraag ons vandaag om welke gunst u
maar wilt behalve dan die der bevrijding, daar alleen de
Allerhoogste Onuitputtelijke Heer S'rî Vishnu daar toe
in staat is.'
(Vedabase)
Tekst
21
Hij, vanwege
zijn grote roem aldus toegesproken door de halfgoden, groette
hen vol respect en legde zich te ruste in een grot om de slaap
te genieten die de goden hem vergund hadden
[**].
Hij,
voor zijn grote roem aldus inderdaad toegesproken door de
halfgoden, groette hen vol respect en legde zich te ruste in
een grot om de slaap te genieten die de goden hem vergund
hadden [**]. (Vedabase)
Tekst
22
Nadat de
barbaar in de as was gelegd onthulde de Opperheer, de grote
held der Sâtvata's, Zich aan de wijze
Mucukunda.
Nadat
de barbaar in de as was gelegd onthulde de Opperheer, de
grote held der Sâtvata's, Zich aan de wijze Mucukunda.
(Vedabase)
Tekst
23-26
Naar Hem
kijkend, Hij die zo donker was als een wolk, in geel zijden
kleding, de S'rîvatsa op Zijn borst, het schitterende
Kaustubha-juweel stralend, de vier armen en de Vaijayantî
bloemenslinger die de schoonheid verhoogde; Zijn
aantrekkelijke, kalme gezicht en glinsterende, haaivormige
oorhangers, Zijn toegenegen glimlach die zo aantrekkelijk is
voor de hele mensheid, Zijn blik, Zijn jeugdige, knappe
verschijning, Zijn nobele gang en Zijn vuur dat was als van een
leeuw - was hij, zo hoogst intelligent als hij was, overweldigd
door Zijn uitstraling, welke inderdaad van een niet te
weerstane schittering was, en stelde hij in twijfel verzet
aarzelend een vraag.
Naar
Hem kijkend - donker als een wolk, in geel zijden kleding,
de s'rîvatsa op Zijn borst, het schitterende
kaustubhajuweel stralend, de vier armen en de
vaijayantî bloemenslinger die de schoonheid verhoogde;
Zijn aantrekkelijke kalme gezicht en glinsterende
haaienvormige oorhangers, Zijn toegenegen glimlach zo
aantrekkelijk voor de hele mensheid, Zijn blik, Zijn
jeugdige knappe verschijning, Zijn nobele gang en Zijn vuur
als dat van een leeuw - was hij, zo hoogst intelligent,
overweldigd door Zijn uitstraling, welke inderdaad van een
niet te weerstane schittering was, en stelde hij in twijfel
aarzelend een vraag. (Vedabase)
Tekst
27
S'rî
Mucukunda zei: 'Wie bent U die zich hier bij me voegt in het
woud in een berggrot, met Uw voeten als de blaadjes van
lotussen hier lopend over de doornige bodem.
Sr'î
Mucukunda zei: 'Wie bent U die zich hier bij me voegt in het
woud in een berggrot, met Uw voeten als de blaadjes van
lotussen hier lopend over de doornige bodem.
(Vedabase)
Tekst
28
Misschien bent
U wel de Allerhoogste Heer, de oorsprong van alle wezens die
het leven werden geschonken, of anders de god van het vuur, de
zonnegod, de maangod, de koning van de hemel of misschien een
heerser van een andere planeet?
Misschien
bent U wel de Allerhoogste Heer, de oorsprong van alle
wezens die het leven werden geschonken, of anders de god van
het vuur, de zonnegod, de maangod, de koning van de hemel of
misschien een heerser van een andere planeet?
(Vedabase)
Tekst
29
Ik denk dat U
de God van de drie persoonlijkheden der halfgoden bent, de
Grootste, omdat U de duisternis van de grot ['het
hart'] verdrijft zoals een lamp met zijn licht de
duisternis verdrijft.
Ik
denk dat U de God van de drie persoonlijkheden der halfgoden
bent, de Grootste, omdat U de duisternis van de grot
['het hart'] verdrijft zoals een lamp met zijn
licht. (Vedabase)
Tekst
30
O Meest
Volmaakte van de Mensen, als U dat wilt, als U dat kan,
beschrijf dan zonder omhaal voor ons die dat graag zo willen
horen, Uw geboorte, handelingen en afstamming.
O
Meest Volmaakte van de Mensen, als U dat wilt, als U dat
kan, beschrijf dan zonder omhaal voor ons die dat graag
willen horen, Uw geboorte, handelingen en afstamming.
(Vedabase)
Tekst
31
Wij van onze
kant, o tijger onder de mensen, zijn nakomelingen van
Ikshvâku, een familie van kshatriya's. Ik, geboren
uit de zoon van Yuvanâs'va, heet Mucukunda, o Heer.
Wij
van onze kant, o tijger onder de mensen, zijn nakomelingen
van Ikshvâku, een familie van kshatriya's met mij,
geboren uit de zoon van Yuvanâs'va, genaamd Mucukunda,
o Heer.
(Vedabase)
Tekst
32
Omdat ik een
lange tijd niet had geslapen was ik, moe in mijn zinnen en
overmand door de slaap, voor mijn gemak hier op deze
afgezonderde plaats gaan liggen en ben ik nu door iemand wakker
geschud.
Omdat
ik een lange tijd wakker was gebleven was ik, moe in mijn
zinnen en overmand door de slaap, voor mijn gemak hier op
deze afgezonderde plaats gaan liggen en ben ik nu door
iemand wakker geschud. (Vedabase)
Tekst
33
Die persoon
verbrandde tot as inderdaad enkel vanwege zijn eigen zondige
manier van doen, en Uw goede Zelf zo glorieus, o Bestraffer der
Vijanden, zag ik vervolgens direct daarna.
Die
persoon verbrandde tot as inderdaad enkel vanwege zijn eigen
zondige manier van doen, en Uw goede Zelf zo glorieus, o
bestraffer der Vijanden, zag ik vervolgens direct daarna.
(Vedabase)
Tekst
34
Vanwege Uw
ondraaglijke gloed zijn we, in onze vermogens beperkt, niet in
staat U te aanschouwen, o Hoogste Genade; U verdient de lof van
al de belichaamde wezens!'
Vanwege
Uw ondraaglijke gloed zijn we, in onze vermogens beperkt,
niet in staat U te aanschouwen, o Hoogste Genade; U verdient
de lof van al de belichaamde
wezens!'
(Vedabase)
Tekst
35
Aldus
toegesproken door de koning gaf de Allerhoogste Heer en
Oorsprong van de Ganse Schepping, breed glimlachend, met
woorden diep als de rommelende wolken antwoord.
Aldus
toegesproken door de koning gaf de Allerhoogste Heer en
Oorsprong van de Ganse Schepping, breed glimlachend, met
woorden diep als de rommelende wolken
antwoord.
(Vedabase)
Tekst
36
De Opperheer
zei: 'Mijn geboorten, handelingen en namen zijn er bij de
duizenden, Mijn beste, onbegrensd als ze zijn kunnen ze zelfs
door Mij nog niet worden opgesomd!
De
Opperheer zei: 'Mijn geboorten, handelingen en namen zijn er
bij de duizenden, Mijn beste, onbegrensd als ze zijn kunnen
ze zelfs door Mij nog niet worden opgesomd!
(Vedabase)
Tekst
37
Ooit zou men
eens, na vele levens, de stofdeeltjes van de aarde kunnen
tellen, maar nimmer lukt dat met Mijn vele kwaliteiten,
handelingen, namen en geboorten.
Ooit
zou men eens, na vele levens, de stofdeeltjes van de aarde
kunnen tellen, maar nimmer lukt dat met Mijn vele
kwaliteiten, handelingen, namen en geboorten.
(Vedabase)
Tekst
38
Zelfs niet de
grootste wijzen kunnen met het tellen van Mijn geboorten en
handelingen die zich afspelen naar de drie van de tijd
[verleden, heden, toekomst], o Koning, tot een einde
komen [vergelijk 8.5:
6 en
8.23:
29].
Zelfs
niet de grootste wijzen kunnen met het tellen van Mijn
geboorten en handelingen die zich afspelen naar de drie van
de tijd [verleden, heden toekomst], o Koning, tot
een einde komen [vergelijk 8.5: 6 en 8.23: 29].
(Vedabase)
Tekst
39-40
Niettemin, o
vriend, verneem enkel van Mij over de huidige geboorte, die van
Ondergetekende. In het verleden werd Ik verzocht door Heer
Brahmâ [zie 3.9
en ook 10.14]
het dharma veilig te stellen en de demonen te vernietigen die
een overlast voor de aarde vormen, en zo daalde Ik neder in de
Yadu-dynastie ten huize van Vasudeva en noemen de mensen Mij
als zodanig Vâsudeva, de zoon van
Vasudeva.
Niettemin,
o vriend, verneem enkel van Mij over de huidige geboorte,
die van Ondergetekende. In het verleden werd Ik verzocht
door Heer Brahmâ [zie 3.9 en ook 10.14] het
dharma veilig te stellen en de demonen te vernietigen die
een overlast voor de aarde vormen, en zo daalde Ik neder in
de Yadu-dynastie ten huize van Vasudeva en noemen de mensen
Mij inderdaad Vâsudeva, de zoon van Vasudeva.
(Vedabase)
Tekst
41
Kâlanemi
bracht Ik ter dood [zie 10.8:
56], Kamsa
[10.44],
Pralamba [10.18]
en anderen jaloers op de deugdzamen, en deze Yavana, o Koning
werd verbrand door uw verzengende blik.
Kâlanemi
bracht Ik ter dood [zie 10.8: 56], Kamsa
[10.44], Pralamba [10.18] en anderen jaloers
op de deugdzamen, en deze yavana, o Koning werd verbrand
door uw verzengende blik. (Vedabase)
Tekst
42
Ik, diezelfde
persoon met zorg voor de toegewijden, ging naar deze grot met
de bedoeling u een gunst te verlenen, omdat u daar in het
verleden vaak om gebeden hebt.
Ik,
die zelfde persoon met zorg voor de toegewijden, benaderde
deze grot met de bedoeling u een gunst te verlenen zoals u
daar voorheen vaak om gebeden
hebt.
(Vedabase)
Tekst
43
Zegt u Me
waarmee u gezegend wilt zijn, o geheiligde Koning, Ik zal u
alles geven wat u verlangt; welke persoon ook die Mij tevreden
stelt, hoeft nooit meer te weeklagen.'
Kiest
u enkel uit wat uw zegeningen zijn, o geheiligde Koning, Ik
zal u alles geven wat u verlangt; welke persoon ook die Mij
tevreden stelt, hoeft nooit meer te
weeklagen.'
(Vedabase)
Tekst
44
S'rî
S'uka zei: 'Aldus toegesproken zich voor Hem buigend sprak
Mucukunda met de woorden van Garga in gedachten
[***],
vol van vreugde in de wetenschap dat Hij Nârâyana
was, de [oorspronkelijke] Godheid.
S'rî
S'uka zei: 'Aldus toegesproken zich voor Hem buigend sprak
Mucukunda met de woorden van Garga in gedachten
[***], vol van vreugde in de wetenschap dat Hij
Nârâyana was, de [oorspronkelijke]
Godheid. (Vedabase)
Tekst
45
S'rî
Mucukunda zei: 'Deze persoon, niet van aanbidding voor U, kan,
begoocheld door Uw verbijsterend vermogen
mâyâ o Heer, zijn eigen voordeel niet vinden
als hij, uit op het geluk, bedrogen raakt als een man - of ook
als een vrouw - met een gezinsleven die verstrikt zijnde zich
druk maakt over zaken die ellende geven.
S'rî
Mucukunda zei: 'Deze persoon, niet van aanbidding voor U,
kan, begoocheld door Uw eigen mâyâ o Heer, zijn
eigen voordeel niet vinden als hij, uit op het geluk,
bedrogen raakt als een man of vrouw met een gezinsleven
verstrikt malend om zaken die ellende geven.
(Vedabase)
Tekst
46
De persoon die
het op de een of andere manier gebracht heeft tot wat zo
moeilijk te verwerven is in deze wereld - een menselijke
gedaante en niet die met poten, maar zonder van eerbetoon te
zijn het niet probeert, o Zondeloze, met Uw lotusgelijke
voeten, is, onzuiver van mentaliteit, als een dier gevallen in
de overwoekerde put van zijn thuis.
De
persoon die het op de een of andere manier gebracht heeft
tot wat zo moeilijk te verwerven is in deze wereld - een
menselijke gedaante en niet de poten, maar zonder verering
het niet probeert, o Zondeloze, met Uw lotusgelijke voeten,
is, onzuiver van mentaliteit, als een dier gevallen in de
overwoekerde put van zijn thuis.
(Vedabase)
Tekst
47
O
Onoverwinnelijke, hiermee mijn tijd verspillend bouwde ik een
koninkrijk en een weelde op dat nu allemaal is verdwenen; onder
de invloed als een aardse heerser die het sterfelijk lichaam
voor zichzelf aanziet, had ik eindeloos te lijden onder angsten
omdat ik gehecht raakte aan kinderen, echtgenotes, rijkdommen
en land.
O
Onoverwinnelijke, mijn tijd in dezen verspillend, bouwde ik
een koninkrijk en weelde op nu allemaal verdwenen; onder de
invloed als een aardse heerser die het sterfelijk lichaam
voor zichzelf aanziet, had ik eindeloos te lijden onder
angsten gehecht rakend aan kinderen, echtgenotes, rijkdommen
en land. (Vedabase)
Tekst
48
Me bekommerend
om dit lichaam, dat je omsluit als een pot of een muur, dacht
ik aldus over mezelf als zijnde een god onder de mensen,
omringd als ik was door strijdwagens, olifanten, paarden,
voetvolk en generaals waarmee ik over de aarde rondtrok zonder
serieus acht te slaan op U in mijn grote trots.
Me
bekommerend om dit lichaam, dat je omsluit als een pot of
een muur, dacht ik aldus over mezelf als zijnde een god
onder de mensen, omringd door strijdwagens, olifanten,
paarden, voetvolk en generaals de aarde bereizend zonder
serieus acht te slaan op U in mijn grote trots.
(Vedabase)
Tekst
49
Onverschillig
over wat er zou moeten worden gedaan, talend naar zinsobjecten,
zonder ophouden piekend met een immer groeiende begeerte, wordt
men plotseling voor U geplaatst, degene die er wel om geeft; de
dood voor een muis zich bevindend voor een slang die zijn
giftanden likt.
Onverschillig
over wat er zou moeten worden gedaan, talend naar
zinsobjecten, zonder ophouden piekend met een immer
groeiende begeerte, wordt men plotseling voor U geplaatst,
degene die er wel om geeft; de dood voor een muis zich
bevindend voor een slang die zijn giftanden
likt.
(Vedabase)
Tekst
50
Voorheen
genaamd 'de koning' rijdend in wagens beslagen met goud of op
machtige olifanten wordt die zelfde [gedaante]
onvermijdelijk met de Tijd van Uw Lichaam 'ontlasting',
'wormen' en 'as' genoemd [zie ook 16.4:
2-6].
Voorheen
genaamd 'de koning' rijdend in wagens beslagen met goud of
op machtige olifanten wordt die zelfde [gedaante]
onvermijdelijk met de Tijd van Uw Lichaam 'ontlasting',
'wormen' en 'as' genoemd [zie ook 16.4: 2-6].
(Vedabase)
Tekst
51
Alom alle
richtingen veroverd hebbend, zonder tegenstanders om bang voor
te zijn en gezeten op een troon onder de lofprijzingen van
koningen die ook zo zijn, loopt de persoon in zijn huis als een
huisdier aan de leiband, sexueel zijn geluk ontlenend aan de
vrouwen, o Heer.
Alom
alle richtingen veroverd hebbend, zonder tegenstanders om
bang voor te zijn gezeten op een troon en geprezen door
koningen die ook zo zijn loopt de persoon in zijn huis als
een huisdier aan de leiband, sexueel zijn geluk ontlenend
aan de vrouwen, o Heer. (Vedabase)
Tekst
52
Daarin met een
scheef oog reikhalzend naar meer, verricht hij boetvaardig zijn
plicht strikt pleziertjes vermijdend, maar over zichzelf
denkend als 'Ik de grote onafhankelijke' kan hij, wiens driften
zo uitgesproken zijn, het geluk niet bereiken.
Daarin
met een scheef oog reikhalzend naar meer, verricht men
boetvaardig zijn plicht strikt pleziertjes vermijdend, maar
over zichzelf denkend als 'Ik de grote onafhankelijke' kan
hij, wiens driften zo uitgesproken zijn, het geluk niet
bereiken.
(Vedabase)
Tekst
53
Als het zich
voordoet dat de dolende persoon voor het einde van zijn
materiële bestaan komt te staan, zal te dien tijde, o
Onfeilbare, de omgang met de goeden en eerlijken [de
sat-sanga] worden gevonden waarna vervolgens de
toewijding zijn ontstaan vindt die gericht is op Hem die voor
de deugdzamen als de Heer van het Hogere [de oorzaken]
en het Lagere [de gevolgen] het enige doel
vormt.
Als
het zich voordoet dat de dolende persoon aan het einde komt
van zijn materiële bestaan zal te dien tijde, o
Onfeilbare, de omgang met de goeden en eerlijken [de
sat-sanga] worden gevonden waarna vervolgens de
toewijding zijn ontstaan vindt voor Hem die voor de
deugdzamen als de Heer van het Hogere [de oorzaken]
en het Lagere [de gevolgen] het enige doel
vormt.
(Vedabase)
Tekst
54
Ik denk, o
Heer, dat, met het spontane wegvallen van de gehechtheid aan
mijn koninkrijk, U voor mij van genade bent geweest: dat is
waar de gelouterde heersers over eindeloze stukken land voor
bidden als ze, de afzondering zoekend, het bos ingaan.
Ik
denk, o Heer, dat, met het spontane wegvallen van de
gehechtheid aan mijn koninkrijk, U met mij van genade bent
geweest: daarvoor bidden de geheiligde heersers over
eindeloze stukken land als, ze met de wens alleen te zijn,
het bos ingaan. (Vedabase)
Tekst
55
Ik verlang
niets anders dan Uw voeten te dienen die voor hen die niet
talen naar een materieel leven het voorwerp van verlangen
vormen, de gunst waarnaar werd gezocht, o Almachtige; welke
trouwe ziel van aanbidding voor U die het Pad der Persoonlijke
Ontwikkeling Openlegt, o Heer, zou als gunst kiezen voor dat
wat zijn gebondenheid veroorzaakt?
Ik
verlang niet naar iets anders dan de dienst aan Uw voeten
die voor hen die niet verlangen naar een materieel leven het
voorwerp van verlangen zijn, de gunst naar waar werd
gezocht, o Almachtige; welke trouwe ziel van aanbidding voor
U, Hij die het Pad der Persoonlijke Ontwikkeling Openlegt, o
Heer, zou als gunst kiezen voor dat wat zijn gebondenheid
veroorzaakt? (Vedabase)
Tekst
56
Derhalve o Heer
nader ik tot U in mijn volledig de wereldse zegeningen naast
mij neerleggen waardoor men verstrikt raakt in de geaardheden
der hartstocht, onwetendheid en goedheid; U, de Oorspronkelijke
Persoon van de Zuivere Waarheid die vrij is van wereldse
betrekkingen, die vrij is van de tweevoud en verheven is boven
de geaardheden.
Derhalve
o Heer, volledig de wereldse zegeningen naast mij
neerleggend waardoor men verstrikt is in de geaardheden der
hartstocht, onwetendheid en goedheid, benader ik U, de
Oorspronkelijke Persoon der Zuivere Waarheid vrij van
wereldse aanwijzingen die vrij is van de tweevoud en
verheven is boven de geaardheden.
(Vedabase)
Tekst
57
Een lange tijd
werd ik, o zo spijtig, vol van leed in de wereld geplaagd door
verstoringen; met mijn zes vijanden [de zinnen en de
geest] nimmer zat bestond er geen mogelijkheid om de vrede
te vinden, o Verlener der Toevlucht, alstUblieft o Heer
bescherm mij die geplaatst voor deze gevaren, o Allerhoogste
Ziel, Uw lotusvoeten benaderde die staan voor de waarheid vrij
van zorgen die bevrijdt van angst.'
Een
lange tijd werd ik o zo spijtig vol van leed in de wereld
geplaagd door verstoringen; met mijn zes vijanden [de
zinnen en de geest] nimmer zat bestond er geen
mogelijkheid om de vrede te vinden, o Verlener der
Toevlucht, alstUblieft o Heer bescherm mij die geplaatst
voor deze gevaren, o Allerhoogste Ziel, Uw lotusvoeten
benaderde; de waarheid vrij van zorgen die bevrijdt van
angst.' (Vedabase)
Tekst
58
De Allerhoogste
Heer zei: 'O grote Koning, keizer van allen, ook al werd u
verleid met zegeningen maakte u, capabel van geest, een
onberispelijke keuze, niet bedorven als u was door begeerten.
De
Allerhoogste Heer zei: 'O grote Koning, keizer van allen,
ook al werd u verleid met zegeningen was u, capabel van
geest, er smetteloos in, niet bedorven door begeerten.
(Vedabase)
Tekst
59
Alstublieft
weet dat Ik u verleidde met zegeningen om te beproeven of u
vrij bent van begoocheling; nimmer wordt de exclusieve [Mij
enkel toegewijde] intelligentie van de bhakta's geleid door
materiële zegeningen.
Alstublieft
weet dat het feit dat u werd verleid met zegeningen zich zo
voordeed om aan te tonen dat u vrij bent van begoocheling;
nimmer wordt de exclusieve [Mij enkel toegewijde]
intelligentie van de bhakta's afgeleid door materiële
zegeningen. (Vedabase)
Tekst
60
Met hen die,
Mij niet toegewijd, zich bezighouden met ademhalingsoefeningen
en dergelijke kan men waarnemen dat dat hun geesten weer
opnieuw worden opgewekt [tot zinsbevrediging], omdat ze
niet de sporen van het materieel verlangen hebben uitgewist
[de vâsanâ's], o Koning
.
Met
hen die, Mij niet toegewijd, zich bezighouden met
ademhalingsoefeningen en dergelijke kan men, daar ze niet de
sporen van het materieel verlangen uitgewist hebben [de
vâsanâ's], o Koning, zien dat hun geesten
weer opnieuw worden opgewekt [tot zinsbevrediging].
(Vedabase)
Tekst
61
Trek rond in
deze wereld zoals u wil en moge, met uw geest gevestigd op Mij,
er aldus steeds de toewijding voor Mij zijn die niet faalt.
Bereis
deze wereld zoals u wil en moge, met uw geest gevestigd op
Mij, er aldus steeds de toewijding voor Mij zijn die niet
faalt. (Vedabase)
Tekst
62
Met het naleven
van het dharma van de heersende klasse hebt u levende wezens
gedood tijdens de jacht of bij andere gelegenheden; die zonde
moet u nu uitwissen door geheel op te gaan in boetedoeningen
waarin u Mij als uw toevlucht heeft.
In
navolging van het dharma van de heersende klasse hebt u
levende wezens gedood tijdens de jacht of bij andere
gelegenheden; die zonde moet u nu uitwissen geheel opgaand
in boetedoeningen met Mij als toevlucht.
(Vedabase)
Tekst
63
In de geboorte
meteen hierna o Koning, zal u, met het u ontwikkelen tot een
bovenste beste weldoener van alle levende wezens, een fijne
brahmaan zijn die enkel en alleen Mij voor ogen heeft [zie
ook B.G.
5: 29].'
In
de geboorte meteen hierna o Koning, zal u, met het worden
van een bovenste beste weldoener van alle levende wezens,
een fijne brahmaan zijn en daadwerkelijk enkel en alleen tot
Mij reiken [zie ook B.G. 5: 29].
(Vedabase)
*
Mucukunda, de slapende man, zoals hierna uitgelegd vocht voor
een lange tijd ten behoeve van de halfgoden en koos
uiteindelijk als zijn zegening het recht om ongestoord te mogen
slapen. De paramparâ middels S'rîla
Vis'vanâtha Cakravartî haalt de Hari-vams'a aan die
verklaart dat hij verder nog de gunst bedong dat hij in staat
zou zijn een ieder te vernietigen die hem zou storen in zijn
slaap. Hij maakt verder duidelijk dat Mucukunda dit nogal
morbide verzoek deed om heer Indra af te schrikken, die, zo
dacht Mucukunda, hem anders misschien bij herhaling zou wakker
maken met een verzoek om zijn hulp bij het bestrijden van
Indra's cosmische vijanden. Indra's instemmen met Mucukunda's
verzoek wordt beschreven in de S'rî Vishnu Purâna
als volgt: "De
halfgoden verklaarden, 'Wie u ook uit de slaap haalt zal
plotseling tot as verbranden door een vuur voortgebracht uit
zijn eigen lichaam' ".
**
S'rîla Bhaktisiddhânta Sarasvatî
Thhâkura geeft de volgende regels uit een alternatieve
lezing van dit hoofdstuk. Deze regels moeten worden ingevoegd
tussen de twee helften van dit vers:
nidrâm
eva tato vavre
sa râjâ s'rama-karshitah
yah kas'cin mama nidrâyâ
bhangam kuryâd surottamâh
sa hi bhasmî-bhaved âs'u
tathoktas' ca surais tadâ
svâpam yâtam yo madhye tu
bodhayet tvâm acetanah
sa tvayâ drishtha-mâtras tu
bhasmî-bhavatu tat-kshanât
"De
Koning, uitgeput door zijn arbeid, koos toen voor de slaap als
zijn zegening. Hij stelde verder, 'O beste der halfgoden, moge
wie dan ook die mij in mijn slaap verstoord terstond tot as
verbranden.' De halfgoden antwoordden, 'zo zij het,' en zeiden
hem, 'Die intense persoon die u midden in uw slaap wekt zal
eenvoudig meteen tot as verbranden door het werpen van uw blik
op hem'."
***
De paramparâ stelt: 'S'rîla S'rîdhara
Svâmî zegt ons dat Mucukunda zich bewust was van de
voorspelling van de klassieke wijze Garga dat in het
achtentwintigste millennium de Allerhoogste Heer zou
nederdalen. Volgens Âcârya Vis'vanâtha,
stelde Garga Muni Mucukunda er verder van op de hoogte dat hij
persoonlijk de Heer zou ontmoeten. En nu gebeurde het dan
allemaal.'