regelbalk


 

Canto 10

Lâlasâmayi Prârthanâ

   

 

Hoofdstuk 42: Het Breken van de Offerboog

(1) S'rî S'uka zei: 'Over de hoofdweg wandelend zag Krishna een vrouw die een dienblad met smeersels voor het lichaam droeg. Zij, gebocheld [*], jong en met een aantrekkelijk gezicht werd door de Verlener der Essentie met een glimlach gevraagd waarheen ze op weg was: (2) 'Wie ben jij met je mooie benen? Kijk eens wat een zalf! Of alsjeblieft, zeg Ons eerlijk voor wie ze allemaal bestemd zijn. Biedt, als je wilt, Ons tweeën die zalf voor het lichaam en daarna zal er spoedig voor jouw het hoogste voordeel zijn.' 

(3) De dienstmaagd zei: 'O schone man, ik ben een bediende van Kamsa bekend als Trivakrâ ['drieknakje'] en geniet het respect inderdaad voor mijn werk met smeersels die door mij bereid zeer geliefd zijn bij de leider van de Bhoja's. Maar oké, wie anders dan Jullie twee zouden ze verdienen?'

(4) Gegrepen door de schoonheid, charme en lieflijkheid van het gesprokene, de glimlachen en de blikken deelde ze gul uit van haar zalven. (5) Met het aanbrengen op Hun lichamen van de kleuren die afstaken tegen die van Hun lichamen bleken de smeersels van de beste kwaliteit te zijn en zagen Ze er gezalfd prachtig uit. (6) Om bewijs te leveren van het voordeel dat men heeft Hem te ontmoeten besloot de tevreden Opperheer om de kromme rug van Trivakrâ, die zo'n mooi gezicht had, recht te trekken. (7) Met Zijn beide voeten haar tenen naar beneden drukkend nam Hij met Zijn handen haar bij haar kin vast en hief Acyuta, met twee vingers naar boven, haar lichaam omhoog. (8) Zij toen recht als gevolg van Mukunda's aanraking was opeens een vrouw geworden geheel volmaakt met goed geproportioneerde ledematen en grote heupen en borsten. (9) Daardoor gezegend met schoonheid, kwaliteit en goede gevoelens richtte ze zich, met het idee dat in haar opkwam om met Hem te slapen, met een glimlach tot Kes'ava door Hem aan de slip van Zijn bovenkleed te trekken. (10) 'Kom o held, laten we naar mijn huis gaan, ik kan Je hier nu niet verlaten, heb genade alstJeblieft, o Beste van Alle Mannen, met mij wiens geest op hol is geslagen.' 

(11) Met dit verzoek van de vrouw wierp Krishna een blik naar Balarâma die stond te kijken en toen naar de gopa's en zei lachend tot haar: (12) 'Ik zal je thuis bezoeken, jij met je fraaie wenkbrauwen, als Ik volbracht heb waarvoor Ik ben gekomen. Daar zullen wij, reizigers onderweg ver van huis, van opknappen. Jij bent immers het beste wat men zich maar wensen kan.' 

(13) Haar met deze liefdevolle woorden achter Zich latend werd Hij, toen Hij met Zijn broer Zijn weg vervolgde, door de kooplieden geëerd met verschillende offergaven van betelnoot, bloemenslingers en geurige substanties. (14) Met Hem voor ogen konden de vrouwen getroffen door Cupido niet meer goed denken en stonden ze als aan de grond genageld met hun kleren, armbanden en haar in wanorde. (15) Na aan de inwoners gevraagd te hebben waar precies de offerboog zich bevond, betrad Acyuta de plek waar die zich bevond. Het was een boog zo schitterend als een regenboog, de boog van Indra. (16) De boog, bewaakt door vele mannen en aanbeden met de grootste weelde, werd door Krishna opgepakt nadat Hij met geweld de wachters die Hem tegenhielden had gepasseerd. (17) Voor ogen van de wachters tilde Hij hem in een oogwenk met gemak op met Zijn linkerhand. De pees spannend brak Urukrama ['reuzenstap'] hem toen recht doormidden als was Hij een olifant begerig naar een stengel suikerriet. (18) Het geluid van de brekende boog drong in alle richtingen van de hemel en de aarde door, zodat Kamsa die het hoorde de schrik om het hart sloeg. (19) In een poging Hem te pakken te krijgen werden Hij en Zijn kameraden omsingeld door de wachters die hun wapens ter hand hadden genomen en woedend schreeuwden: 'Grijp Hem, doodt Hem!' (20) Toen Balarâma en Kes'ava hun kwade bedoelingen zagen namen ze daarop ieder een stuk van de boog ter hand om ze er verwoed mee tegen de grond te meppen.

(21) Nadat Ze eveneens zo een detachement troepen gestuurd door Kamsa hadden verslagen, liepen de Twee de poort van het offerperk uit om gelukkig de opwindende rijkdom van de stad te aanschouwen. (22) De burgers getuige van Hun verbazingwekkende heldendaad beschouwden Hen vanwege Hun kracht en lef als de beste der goden. (23) Naar believen rondkijkend begon de zon onder te gaan en keerden Krishna en Râma in het gezelschap van de gopa's terug naar de plaats buiten de stad waar ze hun wagens hadden achtergelaten. (24) De woorden over zegeningen in Mathurâ die door de gopî's, die werden gekweld door gevoelens van gescheidenheid, waren uitgesproken toen Mukunda vertrok [10.39: 23-25], werden allen bewaarheid voor hen die het volle zicht hadden op het lichaam van dit toonbeeld van mannelijke schoonheid, de toevlucht naar wie inderdaad de godin van het geluk dermate smachtte dat ze anderen die haar aanbaden erbij vergat. (25) Nadat Ze beiden Hun voeten hadden gewassen en Ze gekookte rijst met melk hadden gegeten, brachten Ze, in het volle bewustzijn van wat Kamsa van plan was, daar de nacht heel comfortabel door. (26-27) Maar Kamsa lag met zijn slechte geest nog lang wakker van het bericht van het spel dat Govinda en Râma hadden gespeeld met het breken van de boog en het doden van zijn legertje wachters. In zijn angst zag hij daarbij zowel wakend als in zijn dromen vele slechte voortekenen en boodschappers van de dood voor zich. (28-31) Hij kon het spiegelbeeld van zijn eigen hoofd niet zien en zonder duidelijke reden zag hij de hemellichamen dubbel; hij zag een gat in zijn schaduw, hij kon het geluid van zijn eigen ademhaling niet horen, hij zag een gouden glans over de bomen liggen en kon zijn eigen voetsporen niet ontwaren. In zijn slaap werd hij omarmd door geesten, reed hij op een ezel, dronk hij vergif en zag hij iemand naakt rondlopen ingesmeerd met olie die een bloemenslinger droeg van nalada bloemen [indiase rose-paarse bloemen] en meer van dergelijke voortekenen. Met het zien van deze voorboden van de dood in zijn slaap en als hij wakker was stond hij zo'n doodsangst uit dat hij de slaap niet meer kon vatten.

(32) Toen de nacht was verstreken, o nakomeling van Kuru, en de zon uit het water oprees, liet Kamsa zoals gepland het grote worstelfestival houden. (33) De mannen van de koning lieten ceremonieel in het perk muziekinstrumenten en trommen weerklinken en versierden de tribunes met bloemenslingers, vlaggen, linten en bogen. (34) Daarop kwamen comfortabel de burgers en de mensen van elders te zitten vooropgegaan door de ambtenaren van staat en de brahmanen die samen met de edelen speciale zitplaatsen toegewezen kregen. (35) Kamsa omringd door zijn ministers zat, geplaatst temidden van zijn bestuurders, angstig te moede op het koninklijke ereplatform. (36) Terwijl de muziekinstrumenten werden bespeeld in ritmen passend voor de gelegenheid kwamen de vooraanstaande, trotse en rijk opgesierde worstelaars naar binnen en gingen ze samen met hun instructeurs zitten. (37) Canura, Mushthika, Kûtha, S'ala en Tos'ala namen geestdriftig met de aangename muziek allen hun plaats in op de worstelmat. (38) De gopa Nanda die de koeherders aanvoerde presenteerde naar voren geroepen door de koning van Bhoja [Kamsa] zijn offergaven en nam toen plaats op een van de tribunes.'

 

 next                      

 
 

Tweede editie, geladen 27 juli 2008  

 

 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande tekst in het Nederlands beschikbaar):

The Breaking of the Sacrificial Bow

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Over de hoofdweg wandelend zag Krishna een vrouw die een dienblad met smeersels voor het lichaam droeg. Zij, gebocheld [*], jong en met een aantrekkelijk gezicht werd door de Verlener der Essentie met een glimlach gevraagd waarheen ze op weg was: 

S'ukadeva Gosvâmî said: As He walked down the King's road, Lord Mâdhava then saw a young hunchback woman with an attractive face, who carried a tray of fragrant ointments as she walked along. The bestower of the ecstasy of love smiled and inquired from her as follows. (Vedabase)

 

Tekst 2

'Wie ben jij met je mooie benen? Kijk eens wat een zalf allemaal! Of alsjeblieft, zeg Ons eerlijk voor wie ze allemaal bestemd zijn. Biedt, als je wilt, Ons tweeën die zalf voor het lichaam en daarna zal er spoedig voor jouw het hoogste voordeel zijn.' 

[Lord Krishna said:] Who are you, O beautiful-thighed one? Ah, ointment! Who is it for, my dear lady? Please tell Us truthfully. Give Us both some of your finest ointment and you will soon gain a great boon. (Vedabase)

 

Tekst 3

De dienstmaagd zei: 'O schone man, ik ben een bediende van Kamsa bekend als Trivakrâ ['drieknakje'] en geniet het respect inderdaad voor mijn werk met smeersels die door mij bereid zeer geliefd zijn bij de leider van de Bhoja's. Maar oké, wie anders dan Jullie twee zouden ze verdienen?'

The maidservant replied: O handsome one, I am a servant of King Kamsa, who highly regards me for the ointments I make. My name is Trivakrâ. Who else but You two deserve my ointments, which the lord of the Bhojas likes so much? (Vedabase)

 

Tekst 4

Gegrepen door de schoonheid, charme en lieflijkheid van het gesprokene, de glimlachen en de blikken deelde ze gul uit van haar zalven.

Her mind overwhelmed by Krishna's beauty, charm, sweetness, smiles, words and glances, Trivakrâ gave both Krishna and Balarâma generous amounts of ointment. (Vedabase)

 

Tekst 5

Met het aanbrengen op Hun lichamen van de kleuren die afstaken tegen die van Hun lichamen bleken de smeersels van de beste kwaliteit te zijn en zagen Ze er gezalfd prachtig uit.

Anointed with these most excellent cosmetics, which adorned Them with hues that contrasted with Their complexions, the two Lords appeared extremely beautiful. (Vedabase)

 

Tekst 6

Om bewijs te leveren van het voordeel dat men heeft Hem te ontmoeten besloot de tevreden Opperheer om de kromme rug van Trivakrâ, die zo'n mooi gezicht had, recht te trekken.

Lord Krishna was pleased with Trivakrâ, so He decided to straighten that hunchbacked girl with the lovely face just to demonstrate the result of seeing Him. (Vedabase)

 

Tekst 7

Met Zijn beide voeten haar tenen naar beneden drukkend nam Hij met Zijn handen haar bij haar kin vast en hief Acyuta, met twee vingers naar boven, haar lichaam omhoog.

Pressing down on her toes with both His feet, Lord Acyuta placed one upward-pointing finger of each hand under her chin and straightened up her body. (Vedabase)

 

Tekst 8

Zij toen recht als gevolg van Mukunda's aanraking was opeens een vrouw geworden geheel volmaakt met goed geproportioneerde ledematen en grote heupen en borsten.

Simply by Lord Mukunda's touch, Trivakrâ was suddenly transformed into an exquisitely beautiful woman with straight, evenly proportioned limbs and large hips and breasts. (Vedabase)

 

Tekst 9

Daardoor gezegend met schoonheid, kwaliteit en goede gevoelens richtte ze zich, met het idee dat in haar opkwam om met Hem te slapen, met een glimlach tot Kes'ava door Hem aan de slip van Zijn bovenkleed te trekken.

Now endowed with beauty, character and generosity Trivakrâ began to feel lusty desires for Lord Kes'ava. Taking hold of the end of His upper cloth, she smiled and addressed Him as follows. (Vedabase)

 

Tekst 10

'Kom o held, laten we naar mijn huis gaan, ik kan Je hier nu niet verlaten, heb genade alstJeblieft, o Beste van Alle Mannen, met mij wiens geest op hol is geslagen.' 

[Trivakrâ said:] Come, O hero, let us go to my house. I cannot bear to leave You here. O best of males, please take pity on me, since You have agitated my mind. (Vedabase)

 

Tekst 11

Met dit verzoek van de vrouw wierp Krishna een blik naar Balarâma die stond te kijken en toen naar de gopa's en zei lachend tot haar:

Thus entreated by the woman, Lord Krishna first glanced at the face of Balarâma, who was watching the incident, and then at the faces of the cowherd boys. Then with a laugh Krishna replied to her as follows. (Vedabase)

 

Tekst 12

'Ik zal je thuis bezoeken, jij met je fraaie wenkbrauwen, als Ik volbracht heb waarvoor Ik ben gekomen. Daar zullen wij, reizigers onderweg ver van huis, van opknappen. Jij bent immers het beste wat men zich maar wensen kan.' 

[Lord Krishna said:] O lady with beautiful eyebrows, as soon as I fulfill My purpose I will certainly visit your house, where men can relieve their anxiety. Indeed, you are the best refuge for Us homeless travelers. (Vedabase)

  

Tekst 13

Haar met deze liefdevolle woorden achter Zich latend werd Hij, toen Hij met Zijn broer Zijn weg vervolgde, door de kooplieden geëerd met verschillende offergaven van betelnoot, bloemenslingers en geurige substanties.

Leaving her with these sweet words, Lord Krishna walked further down the road. The merchants along the way worshiped Him and His elder brother by presenting Them with various respectful offerings, including pân, garlands and fragrant substances. (Vedabase)

 

Tekst 14

Met Hem voor ogen konden de vrouwen getroffen door Cupido niet meer goed denken en stonden ze als aan de grond genageld met hun kleren, armbanden en haar in wanorde.

The sight of Krishna aroused Cupid in the hearts of the city women. Thus agitated, they forgot themselves. Their clothes, braids and bangles became disheveled, and they stood as still as figures in a painting. (Vedabase)

   

 Tekst 15

Na aan de inwoners gevraagd te hebben waar precies de offerboog zich bevond, betrad Acyuta de plek waar die zich bevond. Het was een boog zo schitterend als een regenboog, de boog van Indra.

Lord Krishna then asked the local people where the arena was in which the bow sacrifice would take place. When He went there He saw the amazing bow, which resembled Lord Indra's. (Vedabase)

 

Tekst 16

De boog, bewaakt door vele mannen en aanbeden met de grootste weelde, werd door Krishna opgepakt nadat Hij met geweld de wachters die Hem tegenhielden had gepasseerd.

That most opulent bow was guarded by a large company of men, who were respectfully worshiping it. Krishna pushed His way forward and, despite the guards' attempts to stop Him, picked it up. (Vedabase)

 

Tekst 17

Voor ogen van de wachters tilde Hij hem in een oogwenk met gemak op met Zijn linkerhand. De pees spannend brak Urukrama ['reuzenstap'] hem toen recht doormidden als was Hij een olifant begerig naar een stengel suikerriet.

Easily lifting the bow with His left hand, Lord Urukrama strung it in a fraction of a second as the King's guards looked on. He then powerfully pulled the string and snapped the bow in half, just as an excited elephant might break a stalk of sugar cane. (Vedabase)

 

Tekst 18

Het geluid van de brekende boog drong in alle richtingen van de hemel en de aarde door, zodat Kamsa die het hoorde de schrik om het hart sloeg. 

The sound of the bow's breaking filled the earth and sky in all directions. Upon hearing it, Kamsa was struck with terror. (Vedabase)

  

Tekst 19

In een poging Hem te pakken te krijgen werden Hij en Zijn kameraden omsingeld door de wachters die hun wapens ter hand hadden genomen en woedend schreeuwden: 'Grijp Hem, doodt Hem!'

The enraged guards then took up their weapons and, wanting to seize Krishna and His companions, surrounded them and shouted, "Grab Him! Kill Him!" (Vedabase)

 

Tekst 20

Toen Balarâma en Kes'ava hun kwade bedoelingen zagen namen ze daarop ieder een stuk van de boog ter hand om ze er verwoed mee tegen de grond te meppen.

Seeing the guards coming upon Them with evil intent, Balarâma and Kes'ava took up the two halves of the bow and began striking them down. (Vedabase)

 

Tekst 21

Nadat Ze eveneens zo een detachement troepen gestuurd door Kamsa hadden verslagen, liepen de Twee de poort van het offerperk uit om gelukkig de opwindende rijkdom van de stad te aanschouwen.

After also killing a contingent of soldiers sent by Kamsa, Krishna and Balarâma left the sacrificial arena by its main gate and continued Their walk about the city, happily looking at the opulent sights. (Vedabase)

 .

Tekst 22

De burgers getuige van Hun verbazingwekkende heldendaad beschouwden Hen vanwege Hun kracht en lef als de beste der goden.

Having witnessed the amazing deed Krishna and Balarâma had performed, and seeing Their strength, boldness and beauty, the people of the city thought They must be two prominent demigods. (Vedabase)

 

Tekst 23

Naar believen rondkijkend begon de zon onder te gaan en keerden Krishna en Râma in het gezelschap van de gopa's terug naar de plaats buiten de stad waar ze hun wagens hadden achtergelaten. 

As They strolled about at will, the sun began to set, so They left the city with the cowherd boys and returned to the cowherds' wagon encampment. (Vedabase)

 

Tekst 24

De woorden over zegeningen in Mathurâ die door de gopî's, die werden gekweld door gevoelens van gescheidenheid, waren uitgesproken toen Mukunda vertrok [10.39: 23-25], werden allen bewaarheid voor hen die het volle zicht hadden op het lichaam van dit toonbeeld van mannelijke schoonheid, de toevlucht naar wie inderdaad de godin van het geluk dermate smachtte dat ze anderen die haar aanbaden erbij vergat.

At the time of Mukunda's [Krishna's] departure from Vrindâvana, the gopîs had foretold that the residents of Mathurâ would enjoy many benedictions, and now the gopîs' predictions were coming true, for those residents were gazing upon the beauty of Krishna, the jewel among men. Indeed, the goddess of fortune desired the shelter of that beauty so much that she abandoned many other men, although they worshiped her. (Vedabase)

 

Tekst 25

Nadat Ze beiden Hun voeten hadden gewassen en Ze gekookte rijst met melk hadden gegeten, brachten Ze, in het volle bewustzijn van wat Kamsa van plan was, daar de nacht heel comfortabel door. 

After Krishna's and Balarâma's feet were bathed, the two Lords ate rice with milk. Then, although knowing what Kamsa intended to do, They spent the night there comfortably. (Vedabase)

 

Tekst 26-27

Maar Kamsa lag met zijn slechte geest nog lang wakker van het bericht van het spel dat Govinda en Râma hadden gespeeld met het breken van de boog en het doden van zijn legertje wachters. In zijn angst zag hij daarbij zowel wakend als in zijn dromen vele slechte voortekenen en boodschappers van de dood voor zich.

Wicked King Kamsa, on the other hand, was terrified, having heard how Krishna and Balarâma had broken the bow and killed his guards and soldiers, all simply as a game. He remained awake for a long time, and both while awake and while dreaming he saw many bad omens, messengers of death. (Vedabase)

 

Tekst 28-31

Hij kon het spiegelbeeld van zijn eigen hoofd niet zien en zonder duidelijke reden zag hij de hemellichamen dubbel; hij zag een gat in zijn schaduw, hij kon het geluid van zijn eigen ademhaling niet horen, hij zag een gouden glans over de bomen liggen en kon zijn eigen voetsporen niet ontwaren. In zijn slaap werd hij omarmd door geesten, reed hij op een ezel, dronk hij vergif en zag hij iemand naakt rondlopen ingesmeerd met olie die een bloemenslinger droeg van nalada bloemen [indiase rose-paarse bloemen] en meer van dergelijke voortekenen. Met het zien van deze voorboden van de dood in zijn slaap en als hij wakker was stond hij zo'n doodsangst uit dat hij de slaap niet meer kon vatten.

When he looked at his reflection he could not see his head; for no reason the moon and stars appeared double; he saw a hole in his shadow; he could not hear the sound of his life air; trees seemed covered with a golden hue; and he could not see his footprints. He dreamt that he was being embraced by ghosts, riding a donkey and drinking poison, and also that a naked man smeared with oil was passing by wearing a garland of nalada flowers. Seeing these and other such omens both while dreaming and while awake, Kamsa was terrified by the prospect of death, and out of anxiety he could not sleep. (Vedabase)

 

Tekst 32

Toen de nacht was verstreken, o nakomeling van Kuru, en de zon uit het water oprees, liet Kamsa zoals gepland het grote worstelfestival houden. 

When the night had finally passed and the sun rose up again from the water, Kamsa set about arranging for the grand wrestling festival. (Vedabase)

 

Tekst 33

De mannen van de koning lieten ceremonieel in het perk muziekinstrumenten en trommen weerklinken en versierden de tribunes met bloemenslingers, vlaggen, linten en bogen. 

The King's men performed the ritual worship of the wrestling arena, sounded their drums and other instruments and decorated the viewing galleries with garlands, flags, ribbons and arches. (Vedabase)

 

Tekst 34

Daarop kwamen comfortabel de burgers en de mensen van elders te zitten vooropgegaan door de ambtenaren van staat en de brahmanen die samen met de edelen speciale zitplaatsen toegewezen kregen.

The city-dwellers and residents of the outlying districts, led by brâhmanas and kshatriyas, came and sat down comfortably in the galleries. The royal guests received special seats. (Vedabase)

 

Tekst 35

Kamsa omringd door zijn ministers zat, geplaatst temidden van zijn bestuurders, angstig te moede op het koninklijke ereplatform.

Surrounded by his ministers, Kamsa took his seat on the imperial dais. But even as he sat amidst his various provincial rulers, his heart trembled. (Vedabase)

 

Tekst 36

Terwijl de muziekinstrumenten werden bespeeld in ritmen passend voor de gelegenheid kwamen de vooraanstaande, trotse en rijk opgesierde worstelaars naar binnen en gingen ze samen met hun instructeurs zitten.

While the musical instruments loudly played in the rhythmic meters appropriate for wrestling matches, the lavishly ornamented wrestlers proudly entered the arena with their coaches and sat down. (Vedabase)

 

Tekst 37

Canura, Mushthika, Kûtha, S'ala en Tos'ala namen geestdriftig met de aangename muziek allen hun plaats in op de worstelmat.

Enthused by the pleasing music, Canura, Mushthika, Kûtha, S'ala and Tos'ala sat down on the wrestling mat. (Vedabase)

 

Tekst 38

De gopa Nanda die de koeherders aanvoerde presenteerde naar voren geroepen door de koning van Bhoja [Kamsa] zijn offergaven en nam toen plaats op een van de tribunes.'

Nanda Mahârâja and the other cowherds, summoned by the King of the Bhojas, presented him with their offerings and then took their seats in one of the galleries. (Vedabase)

 

* De leerlingen van Prabhupâda verduidelijken: 'Volgens S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura, was het jonge gebochelde meisje feitelijk een gedeeltelijke expansie van de Heer Zijn echtgenote Satyabhâmâ. Satyabhâmâ is de inwendige energie van de Heer die bekend staat als Bhû-s'akti [zie 10.39: 53-55], en deze expansie van haar, bekend als Prithivî, vertegenwoordigt de aarde, welke gebukt ging onder de grote last van talloze slechte heersers. Heer Krishna daalde neer om deze kwade heersers uit de weg te ruimen, en aldus staat deze wederwaardigheid van Hem van het rechttrekken van de gebochelde Trivakrâ, zoals verduidelijkt in deze verzen, voor Zijn corrigeren van de belaste conditie van de aarde.'

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het schilderij op deze pagina is van
Syamarani dâsî (Jadurani devî dâsî).
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties