regelbalk



 

Canto 10

Lâlasâmayi Prârthanâ

   

 

Hoofdstuk 42: Het Breken van de Offerboog

(1) S'rî S'uka zei: 'Over de hoofdweg wandelend zag Krishna een vrouw die een dienblad met smeersels voor het lichaam droeg. Zij was gebocheld [*], was jong en had een aantrekkelijk gezicht. De Verlener der Essentie vroeg haar met een glimlach waar ze naar op weg was. (2) 'Wie ben jij met je mooie benen? Kijk eens wat een zalf! Alsjeblieft, zeg Ons eerlijk voor wie dit alles bestemd is. Biedt als je wilt, Ons tweeën die zalf voor het lichaam, dan zal er spoedig voor jouw het hoogste voordeel zijn.' 

(3) De dienstmaagd zei: 'O schone man, ik ben een bediende van Kamsa bekend als Trivakrâ ['drieknakje'] en geniet het respect inderdaad voor mijn werk met smeersels die door mij bereid zeer geliefd zijn bij de leider van de Bhoja's. Maar oké, wie anders dan Jullie twee zouden ze verdienen?'

(4) Gegrepen door de schoonheid, charme en lieflijkheid van Hun woorden, glimlachen en blikken, deelde ze gul haar zalven uit. (5) Met het aanbrengen op Hun lichamen van de kleuren die afstaken tegen die van Hun huidskleur, bleken de smeersels van de beste kwaliteit te zijn. Aldus gezalfd zagen Ze er prachtig uit. (6) Om bewijs te leveren van het voordeel dat men heeft Hem te ontmoeten, besloot de tevreden Opperheer om de kromme rug van Trivakrâ, die zo'n mooi gezicht had, recht te trekken. (7) Met Zijn beide voeten haar tenen naar beneden drukkend nam Acyuta met Zijn handen haar bij haar kin vast en tilde Hij, met twee vingers naar boven, haar lichaam op. (8) Toen plotseling recht als gevolg van Mukunda's aanraking, was ze een vrouw geworden die geheel volmaakt was met goed geproportioneerde ledematen, grote heupen en borsten. (9) Aldus gezegend met schoonheid, kwaliteit en goede gevoelens kwam het idee in haar op om met Hem te slapen. Met een glimlach richtte ze zich tot Kes'ava terwijl ze aan de slip van Zijn bovenkleed trok. (10) 'Kom, o held, laten we naar mijn huis gaan. Ik kan Je hier nu niet achterlaten, alstJeblieft, o Beste van Alle Mannen, heb genade met mij, het duizelt me helemaal.' 

(11) Met dit verzoek van de vrouw wierp Krishna een blik naar Balarâma die stond te kijken en toen naar de gopa's.  Lachend zei Hij tegen haar: (12) 'O jij met je fraaie wenkbrauwen, Ik zal je thuis bezoeken, als Ik volbracht heb waarvoor Ik gekomen ben. Daar zullen wij, reizigers onderweg ver van huis, van opknappen. Jij bent immers het beste wat men zich maar wensen kan.'

(13) Na haar met deze liefdevolle woorden te hebben achtergelaten, werd Hij,  samen met Zijn broer Zijn weg vervolgend, door de kooplieden geëerd met verschillende offergaven van betelnoot, bloemenslingers en geurige substanties. (14) Met Hem voor ogen konden de vrouwen niet meer helder denken. Getroffen door Cupido stonden ze als aan de grond genageld met hun kleren, armbanden en haar in wanorde. (15) Na de inwoners gevraagd te hebben naar de plek van de offerboog, ging Acyuta daar naar binnen. Het was een boog zo schitterend als een regenboog, de boog van Indra. (16) De boog werd bewaakt door vele mannen en aanbeden met de grootste weelde. Krishna wrong zich langs de bewakers die Hem tegenhielden en pakte de boog op.  (17) Voor ogen van de wachters tilde Hij hem zonder moeite op met Zijn linkerhand en spande Hij in een oogwenk de pees. Urukrama ['reuzenstap'] brak hem doormidden als was Hij een olifant begerig naar een stengel suikerriet. (18) Het geluid van de brekende boog drong door in alle richtingen van de hemel en de aarde en jaagde Kamsa die het hoorde, de stuipen op het lijf. (19) In een poging Hem te pakken te krijgen werden Hij en Zijn kameraden omsingeld door de wachters die woedend hun wapens ter hand hadden genomen en schreeuwden: 'Grijp Hem, doodt Hem!' (20) Toen Balarâma en Kes'ava hun kwade bedoelingen zagen, namen Ze daarop ieder een stuk van de boog ter hand en sloegen Ze hen er verwoed mee tegen de grond.

(21) Nadat Ze ook een troepenmacht hadden verslagen die door Kamsa was gestuurd, wandelden de Twee de poort van het offerperk uit, er gelukkig mee om de opwindende rijkdom van de stad te aanschouwen. (22) De burgers getuige van Hun verbazingwekkende heldendaad beschouwden Hen vanwege Hun kracht, lef en schoonheid, als de besten onder de goden. (23) Naar believen rondkijkend begon de zon onder te gaan en keerden Krishna en Râma in het gezelschap van de gopa's terug naar de plaats buiten de stad waar ze hun wagens hadden achtergelaten. (24) De [voorspellingen van] zegeningen in Mathurâ, uitgesproken door de gopî's die werden gekweld door gevoelens van gescheidenheid toen Mukunda vertrok [10.39: 23-25], kwamen allemaal uit voor hen die het volle zicht hadden op het lichaam van dit toonbeeld van mannelijke schoonheid, van Hem, de toevlucht die dermate door de Godin van het Geluk werd begeerd dat ze de anderen die haar aanbaden ervoor vergat. (25) Nadat Ze beiden Hun voeten hadden gewassen en gekookte rijst met melk hadden gegeten, brachten Ze, Zich volledig bewust van wat Kamsa van plan was, de nacht daar heel comfortabel door. (26-27) Maar Kamsa lag nog lang wakker van het bericht over het spel dat Govinda en Râma hadden gespeeld met het breken van de boog en het doden van zijn legertje wachters. In zijn angst zag hij met zijn slechte geest, zowel wakend als in zijn dromen, vele slechte voortekenen en boodschappers van de dood. (28-31) In de spiegel kon hij de weerspiegeling van zijn eigen hoofd niet zien en zag hij zonder enige aanleiding een dubbel beeld van de hemellichamen. In zijn schaduw zag hij een gat en hij kon het geluid van zijn ademhaling niet horen. Hij zag een gouden glans over de bomen liggen en kon zijn eigen voetafdrukken niet ontdekken. In zijn slaap werd hij omhelsd door geesten, reed hij op een ezel en slikte hij vergif. Hij zag iemand naakt rondlopen die ingesmeerd was met olie terwijl hij een slinger van naladabloemen droeg [indiase rose-paarse nardus bloemen, een Valeriaan-achtige]. In zijn slaap alsook wakend deze en soortgelijke voortekenen voor zich ziend, was hij doodsbang en kon hij niet meer slapen.

(32) Toen de nacht was verstreken, o nakomeling van Kuru, en de zon uit het water oprees, hield Kamsa het grote worstelfestival dat hij organiseerde. (33) De mannen van de koning lieten in het perk ceremonieel muziekinstrumenten en trommels klinken en versierden de tribunes met bloemenslingers, vlaggen, linten en bogen. (34) De burgers en de mensen van elders, met voorop de ambtenaren van staat en de brahmanen, kwamen daarop comfortabel te zitten, terwijl de edelen speciale zitplaatsen toegewezen kregen. (35) Kamsa zat omringd door zijn ministers op het koninklijke ereplatform, maar zich daar bevindend temidden van zijn bestuurders, beefde zijn hart. (36) Terwijl de muziekinstrumenten ritmen speelden gepast voor het worstelen, kwamen de rijk uitgedoste worstelaars met hun instructeurs trots samen naar binnen en gingen ze zitten. (37) Canura, Mushthika, Kûtha, S'ala en Tos'ala namen, geestdriftig door de aangename muziek, hun plaats in op de worstelmat. (38) De gopa Nanda en de koeherders die hij aanvoerde werden door de koning van Bhoja [Kamsa] naar voren geroepen om hun offergaven aan te bieden en namen toen plaats op één van de tribunes.'
 

 next                      

 
 

Derde herziene editie, geladen 10 februari, 2014.

 

 

 

 

Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Over de hoofdweg wandelend zag Krishna een vrouw die een dienblad met smeersels voor het lichaam droeg. Zij was gebocheld [*], was jong en had een aantrekkelijk gezicht. De Verlener der Essentie vroeg haar met een glimlach waar ze naar op weg was.
S'rî S'uka zei: 'Over de hoofdweg wandelend zag Krishna een vrouw die een dienblad met smeersels voor het lichaam droeg; zij, gebocheld [*], jong en met een aantrekkelijk gezicht werd door de Verlener der Essentie met een glimlach gevraagd waarheen ze op weg was: (Vedabase)

 

Tekst 2

'Wie ben jij met je mooie benen? Kijk eens wat een zalf! Alsjeblieft, zeg Ons eerlijk voor wie dit alles bestemd is. Biedt als je wilt, Ons tweeën die zalf voor het lichaam, dan zal er spoedig voor jouw het hoogste voordeel zijn.' 

'Wie ben jij met je mooie benen? Kijk eens wat een zalf!, of alsjeblieft zeg Ons eerlijk voor wie ze allemaal bestemd zijn; alsjeblieft biedt Ons tweeën die lichaamszalf en daarna zal er spoedig voor jouw het hoogste voordeel zijn.'  (Vedabase)

 

Tekst 3

De dienstmaagd zei: 'O schone man, ik ben een bediende van Kamsa bekend als Trivakrâ ['drieknakje'] en geniet het respect inderdaad voor mijn werk met smeersels die door mij bereid zeer geliefd zijn bij de leider van de Bhoja's. Maar oké, wie anders dan Jullie twee zouden ze verdienen?'

De dienstmaagd zei: 'O schone man, ik ben een bediende van Kamsa bekend als Trivakrâ ['drieknakje'] gerespecteerd inderdaad voor mijn werk met smeersels die door mij bereid zeer geliefd zijn bij de leider van de Bhoja's, maar wie anders dan Jullie twee zouden ze verdienen?' (Vedabase)

 

Tekst 4

Gegrepen door de schoonheid, charme en lieflijkheid van Hun woorden, glimlachen en blikken, deelde ze gul haar zalven uit.

Gegrepen door de schoonheid, charme en zoetheid van het gesprokene, de glimlachen en de blikken gaf ze in ruime mate van haar zalven. (Vedabase)

 

Tekst 5

Met het aanbrengen op Hun lichamen van de kleuren die afstaken tegen die van Hun huidskleur, bleken de smeersels van de beste kwaliteit te zijn. Aldus gezalfd zagen Ze er prachtig uit.

Zij toen met het aanbrengen op Hun lichamen van de kleuren anders dan de Hunne die van de beste kwaliteit bleken te zijn, zagen er gezalfd prachtig uit. (Vedabase)

 

Tekst 6

Om bewijs te leveren van het voordeel dat men heeft Hem te ontmoeten, besloot de tevreden Opperheer om de kromme rug van Trivakrâ, die zo'n mooi gezicht had, recht te trekken.

Om bewijs te leveren van wat een ontmoeting met Hem tot gevolg heeft besloot de tevreden Opperheer om de kromme rug van Trivakrâ, die zo'n mooi gezicht had, recht te trekken. (Vedabase)

 

Tekst 7

Met Zijn beide voeten haar tenen naar beneden drukkend nam Acyuta met Zijn handen haar bij haar kin vast en tilde Hij, met twee vingers naar boven, haar lichaam op.

Met Zijn beide voeten haar tenen naar beneden drukkend nam Hij met Zijn handen haar bij haar kin vast en hief Acyuta, met twee vingers naar boven, haar lichaam omhoog. (Vedabase)

 

Tekst 8

Toen plotseling recht als gevolg van Mukunda's aanraking, was ze een vrouw geworden die geheel volmaakt was met goed geproportioneerde ledematen, grote heupen en borsten.

Zij toen recht als gevolg van Mukunda's aanraking was opeens een vrouw geworden geheel volmaakt met goed geproportioneerde ledematen en grote heupen en borsten. (Vedabase)

 

Tekst 9

Aldus gezegend met schoonheid, kwaliteit en goede gevoelens kwam het idee in haar op om met Hem te slapen. Met een glimlach richtte ze zich tot Kes'ava terwijl ze aan de slip van Zijn bovenkleed trok.

Daardoor gezegend met schoonheid, kwaliteit en goede gevoelens richtte ze zich, met het idee dat in haar opkwam om met Hem te slapen, met een glimlach tot Kes'ava door Hem aan de slip van Zijn bovenkleed te trekken. (Vedabase)

 

Tekst 10

'Kom, o held, laten we naar mijn huis gaan. Ik kan Je hier nu niet achterlaten, alstJeblieft, o Beste van Alle Mannen, heb genade met mij, het duizelt me helemaal.'

'Kom, o held, laten we naar mijn huis gaan, ik kan het niet verdragen Je hier te laten, heb genade alstJeblieft, o Beste van Alle Mannen, met mij wiens geest op hol is geslagen.' (Vedabase)

 

Tekst 11

Met dit verzoek van de vrouw wierp Krishna een blik naar Balarâma die stond te kijken en toen naar de gopa's.  Lachend zei Hij tegen haar: 

Op deze manier aangezocht door de vrouw wierp Krishna een blik naar Balarâma die stond te kijken en toen naar de gopa's en zei lachend tot haar: (Vedabase)

 

Tekst 12

'O jij met je fraaie wenkbrauwen, Ik zal je thuis bezoeken, als Ik volbracht heb waarvoor Ik gekomen ben. Daar zullen wij, reizigers onderweg ver van huis, van opknappen. Jij bent immers het beste wat men zich maar wensen kan.'

'Ik zal naar je huis gaan, jij met je fraaie wenkbrauwen; als Ik volbracht heb waarvoor Ik ben gekomen zal dat voor ons, reizigers onderweg ver van huis, alle zorgen verdrijven daar jij het beste onderkomen vormt.'  (Vedabase)

  

Tekst 13

Na haar met deze liefdevolle woorden te hebben achtergelaten, werd Hij,  samen met Zijn broer Zijn weg vervolgend, door de kooplieden geëerd met verschillende offergaven van betelnoot, bloemenslingers en geurige substanties.

Haar met deze liefdevolle woorden achter Zich latend werd Hij, met Zijn broer de weg bewandelend, door de kooplieden geëerd met verschillende offergaven van betelnoot, bloemenslingers en geurige substanties. (Vedabase)

 

Tekst 14

Met Hem voor ogen konden de vrouwen niet meer helder denken. Getroffen door Cupido stonden ze als aan de grond genageld met hun kleren, armbanden en haar in wanorde.

Met Hem voor zich konden de vrouwen in beroering door Cupido niet langer meer aan zichzelf denken en stonden ze als uitgetekend met hun kleren, armbanden en haar in wanorde. (Vedabase)

   

 Tekst 15

Na de inwoners gevraagd te hebben naar de plek van de offerboog, ging Acyuta daar naar binnen. Het was een boog zo schitterend als een regenboog, de boog van Indra.

Toen bij de inwoners navraag doend over de plaats waar de boog zich bevond, ging Acyuta daar naar binnen alwaar Hij de boog zag die zo verbluffend was als die van S'iva [zie ook 9.10: 6-7].  (Vedabase)

 

Tekst 16

De boog werd bewaakt door vele mannen en aanbeden met de grootste weelde. Krishna wrong zich langs de bewakers die Hem tegenhielden en pakte de boog op

De boog, bewaakt door vele mannen en aanbeden in opperste weelde, werd door Krishna, die met geweld de wachters weerstond die hem tegenhielden, opgepakt. (Vedabase)

 

Tekst 17

Voor ogen van de wachters tilde Hij hem zonder moeite op met Zijn linkerhand en spande Hij in een oogwenk de pees. Urukrama ['reuzenstap'] brak hem doormidden als was Hij een olifant begerig naar een stengel suikerriet.

Voor ogen van de mannen tilde Hij in een oogwenk hem met gemak op met Zijn linkerhand en de pees aanspannend brak Urukrama ['reuzenstap'] hem recht doormidden als was Hij een olifant begerig naar een stengel suikerriet. (Vedabase)

 

Tekst 18

Het geluid van de brekende boog drong door in alle richtingen van de hemel en de aarde en jaagde Kamsa die het hoorde, de stuipen op het lijf.

Het geluid van de brekende boog drong in alle richtingen van de hemel en de aarde door, waarvan Kamsa het horend de schrik om het hart sloeg. (Vedabase)

  

Tekst 19

In een poging Hem te pakken te krijgen werden Hij en Zijn kameraden omsingeld door de wachters die woedend hun wapens ter hand hadden genomen en schreeuwden: 'Grijp Hem, doodt Hem!'

Er op uit Hem te grijpen werden Hij en Zijn kameraden omsingeld door de wachters die hun wapens ter hand nemend woedend schreeuwden: 'Grijp Hem, doodt Hem!'. (Vedabase)

 

Tekst 20

Toen Balarâma en Kes'ava hun kwade bedoelingen zagen, namen Ze daarop ieder een stuk van de boog ter hand en sloegen Ze hen er verwoed mee tegen de grond.

Toen Balarâma en Kes'ava hun kwade bedoelingen zagen nam daarop ieder van Hen een stuk van de boog ter hand om ze verwoed neer te sabelen. (Vedabase)

 

Tekst 21

Nadat Ze ook een troepenmacht hadden verslagen die door Kamsa was gestuurd, wandelden de Twee de poort van het offerperk uit, er gelukkig mee om de opwindende rijkdom van de stad te aanschouwen.

Nadat Ze eveneens een detachement troepen gestuurd door Kamsa versloegen, liepen de Twee de poort van het perk uit gelukkig de opwindende rijkdom van de stad te aanschouwen.  (Vedabase)

 .

Tekst 22

De burgers getuige van Hun verbazingwekkende heldendaad beschouwden Hen vanwege Hun kracht, lef en schoonheid, als de besten onder de goden.

De burgers getuige van Hun verbazingwekkende heldendaad beschouwden Hen vanwege Hun kracht en lef als de beste der goden. (Vedabase)

 

Tekst 23

Naar believen rondkijkend begon de zon onder te gaan en keerden Krishna en Râma in het gezelschap van de gopa's terug naar de plaats buiten de stad waar ze hun wagens hadden achtergelaten. 

Naar believen rondkijkend begon de zon onder te gaan en gingen Krishna en Râma begeleid door de gopa's naar de plaats buiten de stad waar ze hun wagens hadden.  (Vedabase)

 

Tekst 24

De voorspellingen [van zegeningen] in Mathurâ, uitgesproken door de gopî's die werden gekweld door gevoelens van gescheidenheid toen Mukunda vertrok  [10.39: 23-25], kwamen allemaal uit voor hen die het volle zicht hadden op het lichaam van dit toonbeeld van mannelijke schoonheid, van Hem, de toevlucht die dermate door de Godin van het Geluk werd begeerd dat ze de anderen die haar aanbaden ervoor vergat.

De woorden over zegeningen in Mathurâ die door de gopî's, gekweld door gevoelens van gescheidenheid, waren uitgesproken toen Mukunda vertrok [10.39: 23-25], werden allen bewaarheid voor diegenen die het volle zicht hadden op het lichaam van dit toonbeeld van mannelijke schoonheid, de toevlucht naar wie inderdaad de godin van het geluk aan het smachten was, anderen achter zich latend die haar aanbidden. (Vedabase)


Tekst 25

Nadat Ze beiden Hun voeten hadden gewassen en  gekookte rijst met melk hadden gegeten, brachten Ze, Zich volledig bewust van wat Kamsa van plan was, de nacht daar heel comfortabel door. 

Nadat ieder van Hen Zijn voeten gewassen waren en ze gekookte rijst met melk hadden gegeten, hielden Ze Zich, [hoewel] Zich bewust van Kamsa's list en bedrog, daar die nacht heel comfortabel op. (Vedabase)

 

Tekst 26-27

Maar Kamsa lag nog lang wakker van het bericht over het spel dat Govinda en Râma hadden gespeeld met het breken van de boog en het doden van zijn legertje wachters. In zijn angst zag hij met zijn slechte geest, zowel wakend als in zijn dromen, vele slechte voortekenen en boodschappers van de dood.

Maar Kamsa, alleen al door het bericht van het spel van Govinda en Râma die de boog braken en zijn legertje wachters hadden gedood, bleef een lange tijd met zijn slechte geest wakker er bang van om wakend en [later] in zijn slaap zo vele slechte voortekenen en boodschappers van de dood te zien. (Vedabase)

 

Tekst 28-31

In de spiegel kon hij de weerspiegeling van zijn eigen hoofd niet zien en zag hij zonder enige aanleiding een dubbel beeld van de hemellichamen. In zijn schaduw zag hij een gat en hij kon het geluid van zijn ademhaling niet horen. Hij zag een gouden glans over de bomen liggen en kon zijn eigen voetafdrukken niet ontdekken. In zijn slaap werd hij omhelsd door geesten, reed hij op een ezel en slikte hij vergif. Hij zag iemand naakt rondlopen die ingesmeerd was met olie terwijl hij een slinger van naladabloemen droeg [indiase rose-paarse nardus bloemen, een Valeriaan-achtige]. In zijn slaap alsook wakend deze en soortgelijke voortekenen voor zich ziend, was hij doodsbang en kon hij niet meer slapen.

Hij kon het spiegelbeeld van zijn eigen hoofd niet zien en zonder duidelijke reden zag hij de hemellichamen dubbel aanwezig; hij zag een gat in zijn schaduw, hij kon het geluid van zijn eigen ademhaling niet horen, hij zag een gouden glans over de bomen liggen en kon zijn eigen voetsporen niet ontwaren. In zijn slaap werd hij omarmd door geesten, reed hij op een ezel, dronk hij vergif en zag hij iemand naakt rondlopen ingesmeerd met olie die een bloemenslinger droeg van nalada bloemen [indiase rose-paarse bloemen] en meer van dergelijke voortekenen. Met het zien van deze voorboden van de dood in zijn slaap en als hij wakker was, was hij dodelijk verschrikt in zijn angst niet meer in staat de slaap te vatten. (Vedabase)


Tekst 32

Toen de nacht was verstreken, o nakomeling van Kuru, en de zon uit het water oprees, hield Kamsa het grote worstelfestival dat hij organiseerde.

Toen de nacht was verstreken, o nakomeling van Kuru, en de zon uit het water oprees, liet Kamsa zoals gepland het grote worstelfestival houden. (Vedabase)

 

Tekst 33

De mannen van de koning lieten in het perk ceremonieel muziekinstrumenten en trommels klinken en versierden de tribunes met bloemenslingers, vlaggen, linten en bogen.

De mannen van de koning lieten ceremonieel in het perk muziekinstrumenten en trommen weerklinken en versierden de tribunes met bloemenslingers, vlaggen, linten en bogen. (Vedabase)

 

Tekst 34

De burgers en de mensen van elders, met voorop de ambtenaren van staat en de brahmanen, kwamen daarop comfortabel te zitten, terwijl de edelen speciale zitplaatsen toegewezen kregen.

Daarop kwamen comfortabel de burgers en de mensen uit de buitenwijken te zitten onder leiding van de ambtenaren van staat en de brahmanen die samen met de edelen speciale zitplaatsen toegewezen kregen. (Vedabase)

 

Tekst 35

Kamsa zat omringd door zijn ministers op het koninklijke ereplatform, maar zich daar bevindend temidden van zijn bestuurders, beefde zijn hart.

Kamsa omringd door zijn ministers zat, geplaatst temidden van zijn bestuurders, angstig te moede op het koninklijke ereplatform. (Vedabase)

 

Tekst 36

Terwijl de muziekinstrumenten ritmen speelden gepast voor het worstelen, kwamen de rijk uitgedoste worstelaars met hun instructeurs trots samen naar binnen en gingen ze zitten.

Terwijl de muziekinstrumenten werden bespeeld in ritmen passend voor de gelegenheid kwamen de vooraanstaande, trotse en rijk opgesierde worstelaars naar binnen en gingen ze samen met hun instructeurs zitten. (Vedabase)

 

Tekst 37

Canura, Mushthika, Kûtha, S'ala en Tos'ala namen, geestdriftig door de aangename muziek, hun plaats in op de worstelmat.

Canura, Mushthika, Kûtha, S'ala en Tos'ala namen geestdriftig met de aangename muziek allen hun plaats in op de worstelmat. (Vedabase)

 

Tekst 38

De gopa Nanda en de koeherders die hij aanvoerde werden door de koning van Bhoja [Kamsa] naar voren geroepen om hun offergaven aan te bieden en namen toen plaats op één van de tribunes.'

De gopa Nanda die de koeherders aanvoerde presenteerde naar voren geroepen door de koning van Bhoja [Kamsa] zijn offergaven en ging toen zitten op een van de tribunes. (Vedabase)

 

*: De leerlingen van Prabhupâda verduidelijken: 'Volgens S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura, was het jonge gebochelde meisje feitelijk een gedeeltelijke expansie van de Heer Zijn echtgenote Satyabhâmâ. Satyabhâmâ is de inwendige energie van de Heer die bekend staat als Bhû-s'akti [zie 10.39: 53-55], en deze expansie van haar, bekend als Prithivî, vertegenwoordigt de aarde, zoals die gebukt ging onder de grote last van talloze slechte heersers. Heer Krishna daalde neer om deze kwade heersers uit de weg te ruimen en aldus staat dit voorval met Hem van het rechttrekken van de gebochelde Trivakrâ, zoals verduidelijkt in deze verzen, voor Zijn corrigeren van de belaste conditie van de aarde.'

 

 

 

 

 Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
Het schilderij is getiteld: "Krishna Making Kubja Beautiful",
Folio from a Bhagavata Purana (Ancient Stories of the Lord) India, Madhya Pradesh, Malwa, South Asia
circa 1645. Ter beschikking gesteld door
LACMA.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd.

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties