S'rî
S'uka zei: 'Over de hoofdweg wandelend zag Krishna een vrouw
die een dienblad met smeersels voor het lichaam droeg. Zij,
gebocheld [*],
jong en met een aantrekkelijk gezicht werd door de Verlener der
Essentie met een glimlach gevraagd waarheen ze op weg
was:
S'ukadeva
Gosvâmî said: As He walked down the King's road,
Lord Mâdhava then saw a young hunchback woman with an
attractive face, who carried a tray of fragrant ointments as
she walked along. The bestower of the ecstasy of love smiled
and inquired from her as follows. (Vedabase)
Tekst
2
'Wie
ben jij met je mooie benen? Kijk eens wat een zalf allemaal! Of
alsjeblieft, zeg Ons eerlijk voor wie ze allemaal bestemd zijn.
Biedt, als je wilt, Ons tweeën die zalf voor het lichaam
en daarna zal er spoedig voor jouw het hoogste voordeel
zijn.'
[Lord
Krishna said:] Who are you, O beautiful-thighed one? Ah,
ointment! Who is it for, my dear lady? Please tell Us
truthfully. Give Us both some of your finest ointment and
you will soon gain a great boon. (Vedabase)
Tekst
3
De
dienstmaagd zei: 'O schone man, ik ben een bediende van Kamsa
bekend als Trivakrâ ['drieknakje'] en geniet het
respect inderdaad voor mijn werk met smeersels die door mij
bereid zeer geliefd zijn bij de leider van de Bhoja's. Maar
oké, wie anders dan Jullie twee zouden ze
verdienen?'
The
maidservant replied: O handsome one, I am a servant of King
Kamsa, who highly regards me for the ointments I make. My
name is Trivakrâ. Who else but You two deserve my
ointments, which the lord of the Bhojas likes so much?
(Vedabase)
Tekst
4
Gegrepen
door de schoonheid, charme en lieflijkheid van het gesprokene,
de glimlachen en de blikken deelde ze gul uit van haar
zalven.
Her
mind overwhelmed by Krishna's beauty, charm, sweetness,
smiles, words and glances, Trivakrâ gave both Krishna
and Balarâma generous amounts of ointment.
(Vedabase)
Tekst
5
Met
het aanbrengen op Hun lichamen van de kleuren die afstaken
tegen die van Hun lichamen bleken de smeersels van de beste
kwaliteit te zijn en zagen Ze er gezalfd prachtig
uit.
Anointed
with these most excellent cosmetics, which adorned Them with
hues that contrasted with Their complexions, the two Lords
appeared extremely beautiful. (Vedabase)
Tekst
6
Om
bewijs te leveren van het voordeel dat men heeft Hem te
ontmoeten besloot de tevreden Opperheer om de kromme rug van
Trivakrâ, die zo'n mooi gezicht had, recht te
trekken.
Lord
Krishna was pleased with Trivakrâ, so He decided to
straighten that hunchbacked girl with the lovely face just
to demonstrate the result of seeing Him. (Vedabase)
Tekst
7
Met
Zijn beide voeten haar tenen naar beneden drukkend nam Hij met
Zijn handen haar bij haar kin vast en hief Acyuta, met twee
vingers naar boven, haar lichaam omhoog.
Pressing
down on her toes with both His feet, Lord Acyuta placed one
upward-pointing finger of each hand under her chin and
straightened up her body. (Vedabase)
Tekst
8
Zij
toen recht als gevolg van Mukunda's aanraking was opeens een
vrouw geworden geheel volmaakt met goed geproportioneerde
ledematen en grote heupen en borsten.
Simply
by Lord Mukunda's touch, Trivakrâ was suddenly
transformed into an exquisitely beautiful woman with
straight, evenly proportioned limbs and large hips and
breasts. (Vedabase)
Tekst
9
Daardoor
gezegend met schoonheid, kwaliteit en goede gevoelens richtte
ze zich, met het idee dat in haar opkwam om met Hem te slapen,
met een glimlach tot Kes'ava door Hem aan de slip van Zijn
bovenkleed te trekken.
Now
endowed with beauty, character and generosity Trivakrâ
began to feel lusty desires for Lord Kes'ava. Taking hold of
the end of His upper cloth, she smiled and addressed Him as
follows. (Vedabase)
Tekst
10
'Kom o held,
laten we naar mijn huis gaan, ik kan Je hier nu niet verlaten,
heb genade alstJeblieft, o Beste van Alle Mannen, met mij wiens
geest op hol is geslagen.'
[Trivakrâ
said:] Come, O hero, let us go to my house. I cannot
bear to leave You here. O best of males, please take pity on
me, since You have agitated my mind. (Vedabase)
Tekst
11
Met dit verzoek
van de vrouw wierp Krishna een blik naar Balarâma die
stond te kijken en toen naar de gopa's en zei lachend
tot haar:
Thus
entreated by the woman, Lord Krishna first glanced at the
face of Balarâma, who was watching the incident, and
then at the faces of the cowherd boys. Then with a laugh
Krishna replied to her as follows. (Vedabase)
Tekst
12
'Ik zal je
thuis bezoeken, jij met je fraaie wenkbrauwen, als Ik volbracht
heb waarvoor Ik ben gekomen. Daar zullen wij, reizigers
onderweg ver van huis, van opknappen. Jij bent immers het beste
wat men zich maar wensen kan.'
[Lord
Krishna said:] O lady with beautiful eyebrows, as soon
as I fulfill My purpose I will certainly visit your house,
where men can relieve their anxiety. Indeed, you are the
best refuge for Us homeless travelers. (Vedabase)
Tekst
13
Haar
met deze liefdevolle woorden achter Zich latend werd Hij, toen
Hij met Zijn broer Zijn weg vervolgde, door de kooplieden
geëerd met verschillende offergaven van betelnoot,
bloemenslingers en geurige substanties.
Leaving
her with these sweet words, Lord Krishna walked further down
the road. The merchants along the way worshiped Him and His
elder brother by presenting Them with various respectful
offerings, including pân, garlands and fragrant
substances. (Vedabase)
Tekst
14
Met
Hem voor ogen konden de vrouwen getroffen door Cupido niet meer
goed denken en stonden ze als aan de grond genageld met hun
kleren, armbanden en haar in wanorde.
The
sight of Krishna aroused Cupid in the hearts of the city
women. Thus agitated, they forgot themselves. Their clothes,
braids and bangles became disheveled, and they stood as
still as figures in a painting. (Vedabase)
Tekst
15
Na aan de
inwoners gevraagd te hebben waar precies de offerboog zich
bevond, betrad Acyuta de plek waar die zich bevond. Het was een
boog zo schitterend als een regenboog, de boog van
Indra.
Lord
Krishna then asked the local people where the arena was in
which the bow sacrifice would take place. When He went there
He saw the amazing bow, which resembled Lord Indra's.
(Vedabase)
Tekst
16
De boog,
bewaakt door vele mannen en aanbeden met de grootste weelde,
werd door Krishna opgepakt nadat Hij met geweld de wachters die
Hem tegenhielden had gepasseerd.
That
most opulent bow was guarded by a large company of men, who
were respectfully worshiping it. Krishna pushed His way
forward and, despite the guards' attempts to stop Him,
picked it up. (Vedabase)
Tekst
17
Voor ogen van
de wachters tilde Hij hem in een oogwenk met gemak op met Zijn
linkerhand. De pees spannend brak Urukrama
['reuzenstap'] hem toen recht doormidden als was Hij
een olifant begerig naar een stengel suikerriet.
Easily
lifting the bow with His left hand, Lord Urukrama strung it
in a fraction of a second as the King's guards looked on. He
then powerfully pulled the string and snapped the bow in
half, just as an excited elephant might break a stalk of
sugar cane. (Vedabase)
Tekst
18
Het geluid van
de brekende boog drong in alle richtingen van de hemel en de
aarde door, zodat Kamsa die het hoorde de schrik om het hart
sloeg.
The
sound of the bow's breaking filled the earth and sky in all
directions. Upon hearing it, Kamsa was struck with terror.
(Vedabase)
Tekst
19
In een poging
Hem te pakken te krijgen werden Hij en Zijn kameraden omsingeld
door de wachters die hun wapens ter hand hadden genomen en
woedend schreeuwden: 'Grijp Hem, doodt Hem!'
The
enraged guards then took up their weapons and, wanting to
seize Krishna and His companions, surrounded them and
shouted, "Grab Him! Kill Him!" (Vedabase)
Tekst
20
Toen
Balarâma en Kes'ava hun kwade bedoelingen zagen namen ze
daarop ieder een stuk van de boog ter hand om ze er verwoed mee
tegen de grond te meppen.
Seeing
the guards coming upon Them with evil intent, Balarâma
and Kes'ava took up the two halves of the bow and began
striking them down. (Vedabase)
Tekst
21
Nadat Ze
eveneens zo een detachement troepen gestuurd door Kamsa hadden
verslagen, liepen de Twee de poort van het offerperk uit om
gelukkig de opwindende rijkdom van de stad te
aanschouwen.
After
also killing a contingent of soldiers sent by Kamsa, Krishna
and Balarâma left the sacrificial arena by its main
gate and continued Their walk about the city, happily
looking at the opulent sights. (Vedabase)
.
Tekst
22
De burgers
getuige van Hun verbazingwekkende heldendaad beschouwden Hen
vanwege Hun kracht en lef als de beste der
goden.
Having
witnessed the amazing deed Krishna and Balarâma had
performed, and seeing Their strength, boldness and beauty,
the people of the city thought They must be two prominent
demigods. (Vedabase)
Tekst
23
Naar believen
rondkijkend begon de zon onder te gaan en keerden Krishna en
Râma in het gezelschap van de gopa's terug naar de
plaats buiten de stad waar ze hun wagens hadden
achtergelaten.
As
They strolled about at will, the sun began to set, so They
left the city with the cowherd boys and returned to the
cowherds' wagon encampment. (Vedabase)
Tekst
24
De woorden over
zegeningen in Mathurâ die door de gopî's,
die werden gekweld door gevoelens van gescheidenheid, waren
uitgesproken toen Mukunda vertrok [10.39:
23-25],
werden allen bewaarheid voor hen die het volle zicht hadden op
het lichaam van dit toonbeeld van mannelijke schoonheid, de
toevlucht naar wie inderdaad de godin van het geluk dermate
smachtte dat ze anderen die haar aanbaden erbij
vergat.
At
the time of Mukunda's [Krishna's] departure from
Vrindâvana, the gopîs had foretold that the
residents of Mathurâ would enjoy many benedictions,
and now the gopîs' predictions were coming true, for
those residents were gazing upon the beauty of Krishna, the
jewel among men. Indeed, the goddess of fortune desired the
shelter of that beauty so much that she abandoned many other
men, although they worshiped her. (Vedabase)
Tekst
25
Nadat Ze beiden
Hun voeten hadden gewassen en Ze gekookte rijst met melk hadden
gegeten, brachten Ze, in het volle bewustzijn van wat Kamsa van
plan was, daar de nacht heel comfortabel
door.
After
Krishna's and Balarâma's feet were bathed, the two
Lords ate rice with milk. Then, although knowing what Kamsa
intended to do, They spent the night there comfortably.
(Vedabase)
Tekst
26-27
Maar
Kamsa lag met zijn slechte geest nog lang wakker van het
bericht van het spel dat Govinda en Râma hadden gespeeld
met het breken van de boog en het doden van zijn legertje
wachters. In zijn angst zag hij daarbij zowel wakend als in
zijn dromen vele slechte voortekenen en boodschappers van de
dood voor zich.
Wicked
King Kamsa, on the other hand, was terrified, having heard
how Krishna and Balarâma had broken the bow and killed
his guards and soldiers, all simply as a game. He remained
awake for a long time, and both while awake and while
dreaming he saw many bad omens, messengers of death.
(Vedabase)
Tekst
28-31
Hij kon het
spiegelbeeld van zijn eigen hoofd niet zien en zonder
duidelijke reden zag hij de hemellichamen dubbel; hij zag een
gat in zijn schaduw, hij kon het geluid van zijn eigen
ademhaling niet horen, hij zag een gouden glans over de bomen
liggen en kon zijn eigen voetsporen niet ontwaren. In zijn
slaap werd hij omarmd door geesten, reed hij op een ezel, dronk
hij vergif en zag hij iemand naakt rondlopen ingesmeerd met
olie die een bloemenslinger droeg van nalada bloemen
[indiase rose-paarse bloemen] en meer van dergelijke
voortekenen. Met het zien van deze voorboden van de dood in
zijn slaap en als hij wakker was stond hij zo'n doodsangst uit
dat hij de slaap niet meer kon vatten.
When
he looked at his reflection he could not see his head; for
no reason the moon and stars appeared double; he saw a hole
in his shadow; he could not hear the sound of his life air;
trees seemed covered with a golden hue; and he could not see
his footprints. He dreamt that he was being embraced by
ghosts, riding a donkey and drinking poison, and also that a
naked man smeared with oil was passing by wearing a garland
of nalada flowers. Seeing these and other such omens both
while dreaming and while awake, Kamsa was terrified by the
prospect of death, and out of anxiety he could not sleep.
(Vedabase)
Tekst
32
Toen de nacht
was verstreken, o nakomeling van Kuru, en de zon uit het water
oprees, liet Kamsa zoals gepland het grote worstelfestival
houden.
When
the night had finally passed and the sun rose up again from
the water, Kamsa set about arranging for the grand wrestling
festival. (Vedabase)
Tekst
33
De mannen van
de koning lieten ceremonieel in het perk muziekinstrumenten en
trommen weerklinken en versierden de tribunes met
bloemenslingers, vlaggen, linten en bogen.
The
King's men performed the ritual worship of the wrestling
arena, sounded their drums and other instruments and
decorated the viewing galleries with garlands, flags,
ribbons and arches. (Vedabase)
Tekst
34
Daarop kwamen
comfortabel de burgers en de mensen van elders te zitten
vooropgegaan door de ambtenaren van staat en de brahmanen die
samen met de edelen speciale zitplaatsen toegewezen
kregen.
The
city-dwellers and residents of the outlying districts, led
by brâhmanas and kshatriyas, came and sat down
comfortably in the galleries. The royal guests received
special seats. (Vedabase)
Tekst
35
Kamsa omringd
door zijn ministers zat, geplaatst temidden van zijn
bestuurders, angstig te moede op het koninklijke
ereplatform.
Surrounded
by his ministers, Kamsa took his seat on the imperial dais.
But even as he sat amidst his various provincial rulers, his
heart trembled. (Vedabase)
Tekst
36
Terwijl de
muziekinstrumenten werden bespeeld in ritmen passend voor de
gelegenheid kwamen de vooraanstaande, trotse en rijk opgesierde
worstelaars naar binnen en gingen ze samen met hun instructeurs
zitten.
While
the musical instruments loudly played in the rhythmic meters
appropriate for wrestling matches, the lavishly ornamented
wrestlers proudly entered the arena with their coaches and
sat down. (Vedabase)
Tekst
37
Canura,
Mushthika, Kûtha, S'ala en Tos'ala namen geestdriftig met
de aangename muziek allen hun plaats in op de
worstelmat.
Enthused
by the pleasing music, Canura, Mushthika, Kûtha, S'ala
and Tos'ala sat down on the wrestling mat. (Vedabase)
Tekst
38
De gopa
Nanda die de koeherders aanvoerde presenteerde naar voren
geroepen door de koning van Bhoja [Kamsa] zijn
offergaven en nam toen plaats op een van de tribunes.'
Nanda
Mahârâja and the other cowherds, summoned by the
King of the Bhojas, presented him with their offerings and
then took their seats in one of the galleries.
(Vedabase)
*
De
leerlingen van Prabhupâda verduidelijken: 'Volgens
S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura,
was het jonge gebochelde meisje feitelijk een gedeeltelijke
expansie van de Heer Zijn echtgenote Satyabhâmâ.
Satyabhâmâ is de inwendige energie van de Heer die
bekend staat als Bhû-s'akti [zie 10.39:
53-55],
en deze expansie van haar, bekend als Prithivî,
vertegenwoordigt de aarde, welke gebukt ging onder de grote
last van talloze slechte heersers. Heer Krishna daalde neer om
deze kwade heersers uit de weg te ruimen, en aldus staat deze
wederwaardigheid van Hem van het rechttrekken van de gebochelde
Trivakrâ, zoals verduidelijkt in deze verzen, voor Zijn
corrigeren van de belaste conditie van de
aarde.'