S'rî
S'uka zei: 'Toen Krishna en Râma zich gewassen hadden, o
bestraffer der vijanden, hoorden ze de klanken van pauken en
gingen ze op pad om te kijken wat er gaande was.
S'ukadeva
Gosvâmî said: O chastiser of enemies, Krishna
and Balarâma, having executed all necessary
purification, then heard the kettledrums resounding at the
wrestling arena, and They went there to see what was
happening. (Vedabase)
Tekst
2
Toen
ze de poort bereikten van het strijdperk zag Krishna daar de
olifant Kuvalayâpîda staan, gedirigeerd door zijn
verzorger.
When
Lord Krishna reached the entrance to the arena, He saw the
elephant Kuvalayâpîda blocking His way at the
urging of his keeper. (Vedabase)
Tekst
3
Zijn
kleren strak aanhalend en Zijn krullende lokken samenbindend,
sprak Hij met woorden zo gewichtig als de rollende donder tot
de olifantenhoeder:
Securely
binding up His clothes and tying back His curly locks, Lord
Krishna addressed the elephant-keeper with words as grave as
the rumbling of a cloud. (Vedabase)
Tekst
4
'Olifantenhoeder,
o olifantenhoeder, geef ons vrij baan, ga nu direct aan de kant
of anders zal Ik u met uw olifant vandaag nog naar de wereld
van Yama [de heer van de dood] helpen.'
[Lord
Krishna said:l O driver, driver, move aside at once and let
Us pass! If you don't, this very day I will send both you
and your elephant to the abode of Yamarâja!
(Vedabase)
Tekst
5
Aldus
bedreigd stuurde de kwaad geworden olifantenhoeder de kwaaie
olifant die was als Yama, de tijd en de dood, in de richting
van Krishna.
Thus
threatened, the elephant-keeper became angry. He goaded his
furious elephant, who appeared equal to time, death and
Yamarâja, into attacking Lord Krishna.
(Vedabase)
Tekst
6
De
reuzenolifant op Hem afstormend greep met zijn slurf Krishna
met geweld beet, maar door hem een slag toe te brengen
ontsnapte Hij aan de greep en verdween Hij tussen zijn
poten.
The
lord of the elephants charged Krishna and violently seized
Him with his trunk. But Krishna slipped away, struck him a
blow and disappeared from his view among his legs.
(Vedabase)
Tekst
7
Getergd
Hem niet te zien spoorde hij Hem op met zijn reukzin en nam hij
Hem met het uiteinde van zijn lange neus te pakken, maar door
kracht te zetten kwam Hij weer vrij.
Infuriated
at being unable to see Lord Kes'ava, the elephant sought Him
out with his sense of smell. Once again
Kuvalayâpîda seized the Lord with the end of his
trunk, only to have the Lord forcefully free Himself.
(Vedabase)
Tekst
8
Hem
bij de staart grijpend sleurde Krishna hem, zo gemakkelijk als
Garuda met een slang, die berg van geweld over een lengte van
vijfentwintig booglengten.
Lord
Krishna then grabbed the powerful Kuvalayâpîda
by the tail and playfully dragged him twenty-five
bow-lengths as easily as Garuda might drag a snake.
(Vedabase)
Tekst
9
Acyuta die hem
van links naar rechts bewoog werd ook door hem in beweging
gebracht, precies als een kalf met een jongetje [aan zijn
staart] zou [zie ook 10.8:
24].
As
Lord Acyuta held on to the elephant's tail, the animal tried
to twist away to the left and to the right, making the Lord
swerve in the opposite direction, as a young boy would
swerve when pulling a calf by the tail. (Vedabase)
Tekst
10
Toen van
aangezicht tot aangezicht, sloeg Hij de olifant met Zijn hand
en rende Hij weer weg en hem aldus bij iedere stap een klap
verkopend, liet Hij hem
struikelen.
Krishna
then came face to face with the elephant and slapped him and
ran away. Kuvalayâpîda pursued the Lord,
managing to touch Him again and again with each step, but
Krishna outmaneuvered the elephant and made him trip and
fall. (Vedabase)
Tekst
11
Wegrennend deed
Krishna alsof Hij op de grond viel, maar dan stond Hij
plotseling op zodat de olifant driest zijn slagtanden in de
aarde stak.
As
Krishna dodged about, He playfully fell on the ground and
quickly got up again. The raging elephant, thinking Krishna
was down, tried to gore Him with his tusks but struck the
earth instead. (Vedabase)
Tekst
12
Met zijn kunnen
getrotseerd raakte die heer der olifanten gefrustreerd buiten
zinnen, maar aangespoord door zijn verzorgers, viel hij opnieuw
verwoed Krishna aan.
His
prowess foiled, the lordly elephant Kuvalayâpîda
went into a frenzied rage out of frustration. But the
elephant-keepers goaded him on, and he furiously charged
Krishna once again. (Vedabase)
Tekst
13
De
Allerhoogste Heer, de doder van Madhu, die hem in zijn aanval
tegemoet trad greep hem stevig bij zijn slurf en bracht hem ten
val.
The
Supreme Lord, killer of the demon Madhu, confronted the
elephant as he attacked. Seizing his trunk with one hand,
Krishna threw him to the ground. (Vedabase)
Tekst
14
Met
het gemak van een leeuw op de gevallen kolos springend, rukte
de Heer een slagtand er uit en doodde daarmee de olifant en
zijn helpers.
Lord
Hari then climbed onto the elephant with the ease of a
mighty lion, pulled out a tusk, and with it killed the beast
and his keepers. (Vedabase)
Tekst
15
De dode olifant
achter zich latend betrad Hij, besprenkeld met de druppels van
het zweet en het bloed van de olifant en met de slagtand over
Zijn schouder, het strijdperk met Zijn lotusgezicht glimmend
van de fijne druppeltjes die door Zijn eigen transpireren waren
verschenen.
Leaving
the dead elephant aside, Lord Krishna held on to the tusk
and entered the wrestling arena. With the tusk resting on
His shoulder, drops of the elephant's blood and sweat
sprinkled all over Him, and His lotus face covered with fine
drops of His own perspiration, the Lord shone with great
beauty. (Vedabase)
Tekst
16
Omringd door
verschillende koeherdersjongens betraden Baladeva en
Janârdana
het
perk, o Koning, met de slagtanden van de olifanten als de
wapens van hun keuze.
My
dear King, Lord Baladeva and Lord Janârdana, each
carrying one of the elephant's tusks as His chosen weapon,
entered the arena with several cowherd boys.
(Vedabase)
Tekst
17
Voor de
worstelaars was Hij als de bliksem, voor de mannen was Hij de
beste, voor de vrouwen was Hij Cupido in levende lijve, voor de
koeherders was Hij een verwant, voor de ondeugdelijke heersers
was Hij een bestraffer, voor Zijn ouders was Hij een kind, voor
de koning van Bhoja was Hij de dood, voor de dommen was Hij het
grofstoffelijke van het universum, voor de yogi's was Hij de
Hoogste Werkelijkheid en voor de Vrishni's was Hij de meest
aanbiddelijke godheid - op deze verschillende manieren bekeken
betrad Hij het strijdtoneel samen met Zijn broer [zie
*
en rasa].
The
various groups of people in the arena regarded Krishna in
different ways when He entered it with His elder brother.
The wrestlers saw Krishna as a lightning bolt, the men of
Mathurâ as the best of males, the women as Cupid in
person, the cowherd men as their relative, the impious
rulers as a chastiser, His parents as their child, the King
of the Bhojas as death, the unintelligent as the Supreme
Lord's universal form, the yogis as the Absolute Truth and
the Vrishnis as their supreme worshipable Deity.
(Vedabase)
Tekst
18
Bij
Kamsa vanbinnen, die Kuvalayâpîda gedood zag en Hen
tweeën onoverwinnelijk, ontwikkelde zich toen waarlijk een
grote angst, o heerser der mensen.
When
Kamsa saw that Kuvalayâpîda was dead and the two
brothers were invincible, he was overwhelmed with anxiety, O
King. (Vedabase)
Tekst
19
De twee machtig
gearmde Heren op de manier waarop ze waren aangekleed met hun
kleding, sierselen en bloemenslingers als waren ze twee acteurs
in de prachtigste kostuums, straalden, aanwezig in het perk,
met een gloed die de geesten van alle toeschouwers
overweldigde.
Arrayed
with variegated ornaments, garlands and garments, just like
a pair of excellently costumed actors, the two mighty-armed
Lords shone splendidly in the arena. Indeed, They
overpowered the minds of all onlookers with Their
effulgences. (Vedabase)
Tekst
20
Met
het zien van de twee Verheven Persoonlijkheden sperden de
mensen die op de tribunes zaten, de burgers en de mensen van
buiten, o Koning, door de kracht van hun vreugde, hun ogen en
monden wijd open en dronken ze hun gezichten in, nimmer genoeg
krijgend van de aanblik van Hen.
O
King, as the citizens of the city and the people from
outlying districts gazed upon those two Supreme
Personalities from their seats in the galleries, the force
of the people's happiness caused their eyes to open wide and
their faces to blossom. They drank in the vision of the
Lords' faces without becoming satiated. (Vedabase)
Tekst
21-22
Alsof ze
dronken met hun ogen, likten met hun tongen, roken door hun
neusgaten en met hun armen omhelsden, onderhielden ze zich met
elkaar zich de schoonheid, kwaliteiten, charme en heldenmoed in
herinnering brengend van wat ze feitelijk hadden gezien en
gehoord:
The
people seemed to be drinking Krishna and Balarâma with
their eyes, licking Them with their tongues, smelling Them
with their nostrils and embracing Them with their arms.
Reminded of the Lords' beauty, character, charm and bravery,
the members of the audience began describing these features
to one another according to what they had seen and heard.
(Vedabase)
.
Tekst
23
'Deze twee zijn
vast en zeker de rechtstreekse expansies van Hari, de
Allerhoogste Persoonlijkheid, die naar deze wereld zijn
nedergedaald in het huis van
Vasudeva.
[The
people said:] These two boys are certainly expansions of
the Supreme Lord Nârâyana who have descended to
this world in the home of Vasudeva. (Vedabase)
Tekst
24
Deze hier werd
inderdaad, geboren uit Devakî, naar Gokula overgebracht
alwaar Hij al die tijd in het geheim leefde opgroeiend in het
huis van Nanda.
This
one [Krishna] took birth from mother Devakî
and was brought to Gokula, where He has remained concealed
all this time, growing up in the house of King Nanda.
(Vedabase)
Tekst
25
Pûtanâ
zowel als de wervelwind-demon werden door Hem gedood en zo ging
Hij ook tewerk met vele anderen: de Arjunabomen,
S'ankhacûda, Kes'î,
Dhenuka...
He
made Pûtanâ and the whirlwind demon meet with
death, pulled down the twin Arjuna trees and killed
S'ankhacûda, Kes'î, Dhenuka and similar demons.
(Vedabase)
Tekst
26-27
De koeien en
hun herders werden door Hem gered uit de bosbrand, Kâliya
de slang onderwiep Hij, Indra werd door Hem ontnuchterd, voor
de duur van zeven dagen hield Hij met één hand de
beste aller bergen omhoog waarmee Hij de ingezetenen van Gokula
voor de wind, de hagel en de regen behoedde...
He
saved the cows and the cowherds from a forest fire and
subdued the serpent Kâliya. He removed Lord Indra's
false pride by holding up the best of mountains with one
hand for an entire week, thus protecting the inhabitants of
Gokula from rain, wind and hail. (Vedabase)
Tekst
28
De
gopî's met de aanblik van Zijn immer opgewekte,
glimlachende gezicht en blik steeds vrij van vermoeidheid,
konden alle soorten van ellende te boven komen en gelukkig
leven...
The
gopîs overcame all kinds of distress and
experienced great happiness by seeing His face, which is
always cheerful with smiling glances and ever free of
fatigue. (Vedabase)
Tekst
29
Ze zagen dat
door Hem deze Yadu-dynastie grote faam zal verwerven en, in
ieder opzicht beschermd, alle rijkdom, glorie en macht zal
verwerven...
It
is said that under His full protection the Yadu dynasty will
become extremely famous and attain wealth, glory and power.
(Vedabase)
Tekst
30
En deze broer
van Hem, de lotusogige Râma, Hij is van het gehele
vermogen en doodde Pralamba, [en zo denken wij...]
Vatsâsura, Bakâsura en
anderen...'
This
lotus-eyed elder brother of His, Lord Balarâma, is the
proprietor of all transcendental opulences. He has killed
Pralamba, Vatsaka, Baka and other demons. (Vedabase)
Tekst
31
Terwijl de
mensen aldus aan het spreken waren en de muziekinstrumenten
weerklonken, sprak Cânûra, zich op Krishna en
Balarâma richtend, de volgende woorden:
While
the people talked in this way and the musical instruments
resounded, the wrestler Cânûra addressed Krishna
and Balarâma with the following words.
(Vedabase)
Tekst
32
'O zoon van
Nanda, o Râma, jullie twee helden zijn alom gerespecteerd
en bedreven in het worstelen; de koning die erover vernam wilde
dat wel eens zien en ontbood
jullie.
[Cânûra
said:l O son of Nanda, O Râma, You two are well
respected by courageous men and are both skillful at
wrestling. Having heard of Your prowess, the King has called
You here, wanting to see for himself. (Vedabase)
Tekst
33
Inderdaad zal
de burgers, als ze in hun denken, woorden en daden tewerk gaan
naar de koning zijn zin, het geluk ten deel vallen, maar er
tegenin gaand is dat een andere zaak.
Subjects
of the King who try to please him with their thoughts, acts
and words are sure to achieve good fortune, but those who
fail to do so will suffer the opposite fate.
(Vedabase)
Tekst
34
De
gopa's zijn er duidelijk steeds gelukkig mee hun
kalveren in de bossen te hoeden en te spelen en te stoeien
terwijl ze de koeien weiden.
It
is well known that cowherd boys are always joyful as they
tend their calves, and that the boys playfully wrestle with
each other while grazing their animals in the various
forests. (Vedabase)
Tekst
35
Mogen
daarom Jullie twee met ons handelen naar het genoegen van de
koning die de belichaming vormt van ieder levend wezen, zodat
een ieder daarmee tevredengesteld zal zijn.'
Therefore
let's do what the King wants. Everyone will be pleased with
us, for the king embodies all living beings.
(Vedabase)
Tekst
36
Dat horend
sprak Krishna woorden gepast de tijd en omstandigheid [zie
ook 4.8:
54] ter
verwelkoming van de worstelpartij die ook Hem goed van pas
kwam:
Hearing
this, Lord Krishna, who liked to wrestle and welcomed the
challenge, replied with words appropriate to the time and
place. (Vedabase)
Tekst
37
'Als onderdanen
van de Bhoja koning, moeten ook Wij, ook al trekken We rond in
de bossen, altijd ten uitvoer brengen wat hem ook maar zou
behagen, omdat dat Ons het grootste voordeel zal
brengen.
[Lord
Krishna said:] Although forest-dwellers, We are also
subjects of the Bhoja king. We must gratify his desires, for
such behavior will confer upon Us the greatest benefit.
(Vedabase)
Tekst
38
Wij jonge
jongens zullen zoals het hoort Ons meten met hen die aan Ons
gewaagd zijn; de worstelwedstrijd dient plaats te vinden opdat
het publiek bijeengekomen in dit strijdperk niet niet van zijn
geloof zal vallen.'
We
are just young boys and should play with those of equal
strength. The wrestling match must go on properly so that
irreligion does not taint the respectable members of the
audience. (Vedabase)
Tekst
39
Cânûra
zei: 'Jij en Balarâma zijn geen jongetjes meer of
jongeren, jullie zijn de sterksten van de sterken die zomaar
voor de sport de olifant ter dood brachten die de kracht had
van duizend olifanten!
Cânûra
said: You aren't really a child or even a young man, and
neither is Balarâma, the strongest of the strong.
After all, You playfully killed an elephant who had the
strength of a thousand other elephants. (Vedabase)
Tekst
40
Daarom moeten
Jullie twee met hen de strijd aangaan die sterk zijn, daar
schuilt geen onrecht in; Jouw kunnen tegen wat ik kan, o
afstammeling van Vrishni, en Balarâma moet het opnemen
tegen Mushthika.'
Therefore
You two should fight powerful wrestlers. There's certainly
nothing unfair about that. You, O descendant of Vrishni, can
show Your prowess against me, and Balarâma can fight
with Mushthika. (Vedabase)
*Aldus
spreekt men van tien rasa's,
houdingen of gemoedsgesteldheden in relatie tot Krishna:
strijdlust [zoals waargenomen door de worstelaars],
bewondering [door de mannen], geslachtelijke
aantrekking [de vrouwen], lachen [de
koeherders], ridderlijkheid [de koningen], genade
[Zijn ouders], schrik [Kamsa], afschuw [de
dommen], vredige neutraliteit [de yogi's] en
liefdevolle toewijding [de
Vrishni's].