S'rî
S'uka zei: 'Terwijl hij [Akrûra] aan het bidden
was trok Krishna, de Allerhoogste Heer, nadat Hij Zijn gedaante
had getoond in het water, Zichzelf weer terug zoals een acteur
een einde maakt aan zijn voorstelling.
S'ukadeva
Gosvâmî said: While Akrûra was still
offering prayers, the Supreme Lord Krishna withdrew His form
that He had revealed in the water, just as an actor winds up
his performance. (Vedabase)
Tekst
2
Toen hij zag
dat het beeld verdwenen was, kwam hij snel uit het water,
maakte zijn ochtendrituelen af en ging geheel verrast naar de
wagen.
When
Akrûra saw the vision disappear, he came out of the
water and quickly finished his various ritual duties. He
then returned to the chariot, astonished. (Vedabase)
Tekst
3
Hrisîkes'a
vroeg hem: 'Hebt u iets wonderbaarlijks gezien op aarde, in de
hemel of in het water? We hebben er zo een vermoeden
van!'
Lord
Krishna asked Akrûra: Have you seen something
wonderful on the earth, in the sky or in the water? From
your appearance, We think you have. (Vedabase)
Tekst
4
S'rî
Akrûra zei: 'Wat voor wonderbaarlijks er ook moge zijn
alhier op aarde, in de hemel of in het water, het bevindt zich
allemaal in U die alles omvat; wat zou ik met U voor ogen niet
gezien hebben?
S'rî
Akrûra said: Whatever wonderful things the earth, sky
or water contain, all exist in You. Since You encompass
everything, when I am seeing You, what have I not seen?
(Vedabase)
Tekst
5
Wat zou met de
aanblik van U, de Ene Persoon in wie alle wonderen van de
aarde, de hemel en het water worden aangetroffen, o Absolute
Waarheid, me dan nog verbazen in de wereld?'
And
now that I am seeing You, O Supreme Absolute Truth, in whom
reside all amazing things on the earth, in the sky and in
the water, what amazing things could I see in this world?
(Vedabase)
Tekst
6
Met die woorden
reed de zoon van Gândinî [Akrûra]
verder met de wagen om daarmee Râma en Krishna aan het
einde van de dag naar Mathurâ te brengen.
With
these words, Akrûra, the son of Gândinî,
began driving the chariot onward. At the end of the day he
arrived in Mathurâ with Lord Balarâma and Lord
Krishna. (Vedabase)
Tekst
7
De mensen van
de dorpen hier en daar die Hen onderweg benaderden, waren er
blij over de zoons van Vasudeva te zien o Koning, en konden hun
ogen niet van Hen afhouden.
Wherever
they passed along the road, O King, the village people came
forward and looked upon the two sons of Vasudeva with great
pleasure. In fact, the villagers could not withdraw their
eyes from Them. (Vedabase)
Tekst
8
Nanda, de
gopa's en de rest van de bewoners van Vraja die
ondertussen waren aangekomen in een park bij de stad, bleven
daar op Hen wachten.
Nanda
Mahârâja and the other residents of
Vrindâvana, having reached Mathurâ ahead of the
chariot, had stopped at a garden on the outskirts of the
city to wait for Krishna and Balarâma.
(Vedabase)
Tekst
9
Zich weer bij
hen voegend zei de Opperheer, de Meester van het Universum, tot
de bescheiden glimlachende Akrûra terwijl Hij zijn hand
in de Zijne nam:
After
joining Nanda and the others, the Supreme Lord Krishna, the
controller of the universe, took humble Akrûra's hand
in His own and, smiling, spoke as follows. (Vedabase)
Tekst
10
'Ga maar
vooruit de stad binnen met de wagen en ga naar huis terwijl Wij
van onze kant hier uitstappen en daarna de stad zullen
bekijken.'
[Lord
Krishna said:] Take the chariot and enter the city ahead
of us. Then go home. After resting here a while, we will go
to see the city. (Vedabase)
Tekst
11
S'rî
Akrûra zei: 'Hoe kan ik zonder Jullie twee Mathurâ
nou binnengaan, o Meester? Laat me niet in de steek o Heer, o
Zorgdrager van de Toegewijden, ik ben Uw
toegewijde!
S'rî
Akrûra said: O master, without the two of You I shall
not enter Mathurâ. I am Your devotee, O Lord, so it is
not fair for You to abandon me, since You are always
affectionate to Your devotees. (Vedabase)
Tekst
12
Kom alstUblieft
mee, laten we gaan met Uw oudste broer, de gopa's en Uw
vrienden, en het zo maken, o Heer van het Voorbije, dat ons
huis een meester heeft.
Come,
let us go to my house with Your elder brother, the cowherd
men and Your companions. O best of friends, O transcendental
Lord, in this way please grace my house with its master.
(Vedabase)
Tekst
13
AlstUblieft
zegen met het stof van Uw voeten het huis van ons die zo
gehecht zijn aan de huishoudrituelen en mogen met die zuivering
mijn voorvaderen, de heilige vuren en de halfgoden
tevredengesteld zijn.
I
am simply an ordinary householder attached to ritual
sacrifices, so please purify my home with the dust of Your
lotus feet. By that act of purification, my forefathers, the
sacrificial fires and the demigods will all become
satisfied. (Vedabase)
Tekst
14
De grote koning
Bali die de twee voeten waste werd zegerijk [zie
8.19]
en bereikte een ongeëvenaarde macht en de bestemming die
is gereserveerd voor de zuivere toegewijde.
By
bathing Your feet, the exalted Bali Mahârâja
attained not only glorious fame and unequaled power but also
the final destination of pure devotees. (Vedabase)
Tekst
15
Het water
spoelend van Uw voeten heeft, zuiver spiritueel, de drie
werelden gezuiverd en de zonen van koning Sagara
[9.8]
die het met Heer S'iva op zijn hoofd nam
[9.9]
gingen ermee naar de hemel.
The
water of the river Ganges has purified the three worlds,
having become transcendental by bathing Your feet. Lord
S'iva accepted that water on his head, and by that water's
grace the sons of King Sagara attained to heaven.
(Vedabase)
Tekst
16
O God der
Goden, o Meester van het Universum over wie men als men vroom
is verneemt en zingt, o Beste van de Yadu's, o Heer Geprezen in
de Verzen, o Nârâyana, moge er alle lof voor U
zijn.'
O
Lord of lords, master of the universe, O You whose glories
it is most pious to hear and chant! O best of the Yadus, O
You whose fame is recounted in excellent poetry ! O Supreme
Lord Nârâyana, I offer You my obeisances.
(Vedabase)
Tekst
17
De Allerhoogste
Heer zei: 'Ik zal naar uw huis komen vergezeld door Mijn oudere
broer; met het doden van de vijand temidden van de Yadu's
[Kamsa] zal Ik Mijn weldoeners genoegdoening schenken.'
The
Supreme Lord said: I will come to Your house with My elder
brother, but first I must satisfy My friends and
well-wishers by killing the enemy of the Yadu clan.
(Vedabase)
Tekst
18
S'rî
S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Allerhoogste Heer ging
hij, Akrûra, ietwat ontmoedigd de stad binnen om Kamsa op
de hoogte te stellen van het succes van zijn missie en ging hij
toen naar huis.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus addressed by the Lord,
Akrûra entered the city with a heavy heart. He
informed King Kamsa of the success of his mission and then
went home. (Vedabase)
Tekst
19
Later in de
middag ging Krishna samen met Sankarshana [Râma]
en de gopa's erbij Mathurâ binnen om er een kijkje
te nemen.
Lord
Krishna desired to see Mathurâ, so toward evening He
took Lord Balarâma and the cowherd boys with Him and
entered the city. (Vedabase)
Tekst
20-23
Hij zag daar
zijn hoofdpoorten en toegangen van kristal, zijn deuren van
goud en immense arcades met koper en brons en zijn pakhuizen en
onneembare grachten, verfraaid door bloemperken en
aantrekkelijke parken. De met goud gesierde kruisingen, de
woningen met hun lusthoven, de vergaderruimten van de gilden en
de huizen met hun door pilaren ondersteunde balkons en de
omheiningen met rijk versierde panelen waren ingelegd met
vaidûrya stenen, diamanten, kwartskristallen, saffieren,
koraal, parels en smaragden. Er klonken de geluiden van de
tamme duiven en pauwen die in de openingen van het lattenwerk
voor de ramen en op de met edelstenen ingelegde vloeren zaten
en op de hoofdwegen, zijstraten en hoven die besprenkeld waren
met water was er [ter verwelkoming] een uitstalling
links en rechts van bloemenslingers, verse spruiten,
geroosterde granen en rijst. De ingangen van de huizen waren
fraai versierd met potten vol yoghurt besmeurd met
sandelhoutpasta, linten en bloemblaadjes, reeksen lampen,
bladeren, bossen bloemen, en stammetjes van bananen- en
betelnootbomen en vlaggen.
The
Lord saw Mathurâ, with its tall gates and household
entrances made of crystal, its immense archways and main
doors of gold, its granaries and other storehouses of copper
and brass, and its impregnable moats. Beautifying the city
were pleasant gardens and parks. The main intersections were
fashioned of gold, and there were mansions with private
pleasure gardens, along with guildhalls and many other
buildings. Mathurâ resounded with the calls of
peacocks and pet turtledoves, who sat in the small openings
of the lattice windows and on the gem-studded floors, and
also on the columned balconies and on the ornate rafters in
front of the houses. These balconies and rafters were
adorned with vaidûrya stones, diamonds, crystal
quartz, sapphires, coral, pearls and emeralds. All the royal
avenues and commercial streets were sprinkled with water, as
were the side roads and courtyards, and flower garlands,
newly grown sprouts, parched grains and rice had been
scattered about everywhere. Gracing the houses' doorways
were elaborately decorated pots filled with water, which
were bedecked with mango leaves, smeared with yogurt and
sandalwood paste, and encircled by flower petals and
ribbons. Near the pots were flags, rows of lamps, bunches of
flowers and the trunks of banana and betel-nut trees.
(Vedabase)
Tekst
24
Toen de zoons
van Vasudeva daar omringd door hun vrienden arriveerden,
haastten de vrouwen van de stad zich samendrommend aan de kant
van de hoofdweg en klommen ze ook, in hun gretigheid een blik
op te vangen, bovenop hun huizen o Koning.
The
women of Mathurâ hurriedly assembled and went forth to
see the two sons of Vasudeva as They entered the city on the
King's road, surrounded by Their cowherd boyfriends. Some of
the women, my dear King, eagerly climbed to the roofs of
their houses to see Them. (Vedabase)
.
Tekst
25
Sommigen hadden
hun kleren verkeerd om aangetrokken en hadden één
van hun twee sieraden vergeten met het aandoen van maar
één oorbel of slechts één set
enkelbelletjes; andere dames maakten één oog op
maar niet het andere.
Some
of the ladies put their clothes and ornaments on backwards,
others forgot one of their earrings or ankle bells, and
others applied makeup to one eye but not the other.
(Vedabase)
Tekst
26
Sommigen waren
weggelopen tijdens de maaltijd die ze genoten of maakten in hun
opwinding niet hun massage af, hun baden of kwamen, het rumoer
horend, overeind zonder hun middagslaapje af te maken of zetten
als moeders het kind naast zich neer dat ze melk aan het geven
waren.
Those
who were taking their meals abandoned them, others went out
without finishing their baths or massages, women who were
sleeping at once rose when they heard the commotion, and
mothers breast-feeding their infants simply put them aside.
(Vedabase)
Tekst
27
Lopend als een
olifantenstier in de bronst, stal Hij vermetel met de blikken
van Zijn lotusgelijke ogen en het spel van Zijn glimlachen hun
harten met Zijn lichaam, die bron van plezier voor de Godin van
het Geluk waarmee Hij hun ogen op een feest
vergastte.
The
lotus-eyed Lord, smiling as He recalled His bold pastimes,
captivated those ladies' minds with His glances. He walked
with the gait of a lordly elephant in rut, creating a
festival for their eyes with His transcendental body, which
is the source of pleasure for the divine goddess of fortune.
(Vedabase)
Tekst
28
Met het zien
van Hem over wie ze bij herhaling hadden gehoord smolten ze
vanbinnen met het ontvangen van de eer te worden besprenkeld
door de nectar van Zijn blikken en brede glimlachen en
omhelsden ze via hun ogen in zichzelf met kippenvel hun idool
van extase, waarbij ze het onafgebroken leed opgaven [Hem
te moeten missen] o onderwerper der vijanden.
The
ladies of Mathurâ had repeatedly heard about Krishna,
and thus as soon as they saw Him their hearts melted. They
felt honored that He was sprinkling upon them the nectar of
His glances and broad smiles. Taking Him into their hearts
through their eyes, they embraced Him, the embodiment of all
ecstasy, and as their bodily hairs stood on end, O subduer
of enemies, they forgot the unlimited distress caused by His
absence. (Vedabase)
Tekst
29
Geklommen op de
daken van hun woningen bestrooiden de aantrekkelijke vrouwen
met hun van liefde als lotussen bloeiende gezichten
Balarâma en Kes'ava met bloemen.
Their
lotus faces blooming with affection, the ladies who had
climbed to the roofs of the mansions rained down showers of
flowers upon Lord Balarâma and Lord Krishna.
(Vedabase)
Tekst
30
Met yoghurt,
korenaren en potten met water, geurige substanties en andere
artikelen van aanbidding werden de Twee vreugdevol op
verschillende plaatsen aanbeden door de tweemaal geborenen.
Brâhmanas
standing along the way honored the two Lords with
presentations of yogurt, unbroken barleycorns, pots full of
water, garlands, fragrant substances such as sandalwood
paste, and other items of worship. (Vedabase)
Tekst
31
De vrouwen van
de stad zeiden: 'Oh wat een enorme verzaking hebben de
gopî's inderdaad opgebracht met de constante
aanblik van deze Beiden, die voor de menselijke samenleving de
grootste bron van genoegen zijn.'
The
women of Mathurâ exclaimed: Oh, what severe
austerities the gopîs must have performed to be able
to regularly see Krishna and Balarâma, who are the
greatest source of pleasure for all mankind!
(Vedabase)
Tekst
32
De oudere broer
van Gada [Balarâma zie 9.24:
46]
benaderde een zekere klerenwasser die druk bezig was met verven
en verzocht hem om eersteklas, schone
kledingstukken.
Seeing
a washerman approaching who had been dyeing some clothes,
Krishna asked him for the finest laundered garments he had.
(Vedabase)
Tekst
33
'Alstublieft,
beste man, geef Ons Tweeën wat geschikte kleren; voor u,
als u ze schenkt aan Ons, Wij die het verdienen, zal er de
hoogste verdienste zijn, dat lijdt geen
twijfel!'
[Lord
Krishna said:] Please give suitable garments to the two
of Us, who certainly deserve them. If you grant this
charity, you will undoubtedly receive the greatest benefit.
(Vedabase)
Tekst
34
Hij, verzocht
door de Opperheer die absoluut en compleet was in ieder
opzicht, sprak onbeschoft kwaad geworden met een hoogst valse
trots dat hij de dienaar van de koning was.
Thus
requested by the Supreme Lord, who is perfectly complete in
all respects, that arrogant servant of the King became angry
and replied insultingly. (Vedabase)
Tekst
35
'Is dat geen
onbeschaamdheid van U die rondtrekt door de bergen en de
bossen, om uit te zijn op het aantrekken van kleren als deze
die tot de zaken van de koning behoren?
[The
washerman said:] You impudent boys! You're accustomed to
roaming the mountains and forests, and yet You would dare
put on such clothes as these! These are the King's
possessions You're asking for! (Vedabase)
Tekst
36
Scheer Je weg
Jullie dwazen, zit niet zo te bedelen als Je leven Je lief is,
ik zweer het Je, mensen met Jullie lef worden door de mannen
van de koning ingerekend, ter dood gebracht en onteigend!'
Fools,
get out of here quickly! Don't beg like this if You want to
stay alive. When someone is too bold, the King's men arrest
him and kill him and take all his property.
(Vedabase)
Tekst
37
Hij die Hen
aldus vernederde wekte de toorn op van de zoon van Devakî
die met de zijkant van Zijn hand hem het hoofd van zijn lichaam
sloeg.
As
the washerman thus spoke brazenly, the son of Devakî
became angry, and then merely with His fingertips He
separated the man's head from his body. (Vedabase)
Tekst
38
Toen al zijn
medewerkers in alle richtingen een veilig heenkomen zochten en
de bundels kleren achterlieten, pakte Acyuta de
kledingstukken.
The
washerman's assistants all dropped their bundles of clothes
and fled down the road, scattering in all directions. Lord
Krishna then took the clothes. (Vedabase)
Tekst
39
Verschillende
ervan op de grond weggooiend kleedden Krishna en Balarâma
Zich met een stel kleren naar Hun smaak en gaven Ze de rest aan
de gopa's.
Krishna
and Balarâma put on pairs of garments that especially
pleased Them, and then Krishna distributed the remaining
clothes among the cowherd boys, leaving some scattered on
the ground. (Vedabase)
Tekst
40
Vervolgens kwam
er een wever die op gepaste wijze vol liefde voor Hen Hun
kleding verfraaide met stukken stof van verschillende
kleuren.
Thereupon
a weaver came forward and, feeling affection for the Lords,
nicely adorned Their attire with cloth ornaments of various
colors. (Vedabase)
Tekst
41
Krishna en
Râma met ieder Zijn eigen specifieke eersteklas
uitdossing en fraaie opsier zagen er zo prachtig uit als een
paar jonge olifanten, de een licht, de ander donker, opgetuigd
voor een festival.
Krishna
and Balarâma looked resplendent, each in His own
unique, wonderfully ornamented outfit. They resembled a pair
of young elephants, one white and the other black, decorated
for a festive occasion. (Vedabase)
Tekst
42
De Opperheer
tevreden over hem [de wever] verleende hem
sârûpya [de genade van Zijn uiterlijke
kenmerken, zie ook mukti]
met in deze wereld dezelfde opperste weelde, lichaamskracht,
invloed, geheugen en zinsbeheersing.
Pleased
with the weaver, the Supreme Lord Krishna blessed him that
after death he would achieve the liberation of attaining a
form like the Lord's, and that while in this world he would
enjoy supreme opulence, physical strength, influence, memory
and sensory vigor. (Vedabase)
Tekst
43
Toen gingen ze
Beiden naar het huis van Sudâmâ
['goedgeefs'], de slingermaker, die toen hij Ze zag
opstond en zich voorover met zijn hoofd op de grond
verboog.
The
two Lords then went to the house of the garland-maker
Sudâmâ. When Sudâmâ saw Them he at
once stood up and then bowed down, placing his head on the
ground. (Vedabase)
Tekst
44
Met zitplaatsen
voor Hen bracht hij water om Hun voeten en handen te wassen en
giften en dergelijke, en was hij voor de Twee van aanbidding
met bloemenslingers, betelnoot en sandelhoutpasta.
After
offering Them seats and bathing Their feet,
Sudâmâ worshiped Them and Their companions with
arghya, garlands, pân, sandalwood paste and other
presentations. (Vedabase)
Tekst
45
Hij zei: 'Onze
geboorte heeft zijn vruchten afgeworpen en de familie is
gezuiverd, o Meester, en met mij zijn mijn voorvaderen, de
goden en de zieners zeer tevreden over Uw komst
hier.
[Sudâmâ
said:] O Lord, my birth is now sanctified and my family
free of contamination. Now that You both have come here, my
forefathers, the demigods and the great sages are certainly
all satisfied with me. (Vedabase)
Tekst
46
Jullie Twee
inderdaad, de Uiteindelijke Oorzaak van het Universum, zijn met
Jullie volkomen deelaspecten naar hier afgedaald voor de
bescherming en het geluk van de wereld.
You
two Lords are the ultimate cause of this entire universe. To
bestow sustenance and prosperity upon this realm, You have
descended with Your plenary expansions. (Vedabase)
Tekst
47
Van Jullie kant
is er voorwaar, zelfs al zijn Jullie wederkerig met hen die van
aanbidding zijn, geen vooringenomenheid in Jullie blik, naar
alle levende wezens gelijkelijk zijnd als bevriende weldoeners,
als de Ziel van het Universum.
Because
You are the well-wishing friends and Supreme Soul of the
whole universe, You regard all with unbiased vision.
Therefore, although You reciprocate Your devotees' loving
worship, You always remain equally disposed toward all
living beings. (Vedabase)
Tekst
48
Jullie Twee
zouden mij, Jullie dienaar, moeten opdragen wat ik voor Jullie
zou moeten doen; dit voorwaar is voor iedereen de grootste
zegen: aldus door Jullie aan het werk gezet te zijn.'
Please
order me, Your servant, to do whatever You wish. To be
engaged by You in some service is certainly a great blessing
for anyone. (Vedabase)
Tekst
49
S'uka zei: 'Met
die overweging, o beste der koningen, bood Sudâmâ
vol van liefde bloemenslingers aan gemaakt van verse, geurige
bloemen.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] O best of kings, having
spoken these words, Sudâmâ could understand what
Krishna and Balarâma wanted. Thus with great pleasure
he presented Them with garlands of fresh, fragrant flowers.
(Vedabase)
Tekst
50
Met dezen fraai
opgesierd gaven de twee gunstverleners Krishna en Râma,
die samen met Hun metgezellen heel tevreden waren, hem die zich
voorover gebogen over had gegeven al wat hij zich kon wensen.
Beautifully
adorned with these garlands, Krishna and Balarâma were
delighted, and so were Their companions. The two Lords then
offered the surrendered Sudâmâ, who was bowing
down before Them, whatever benedictions he desired.
(Vedabase)
Tekst
51
En hij koos
voor een onwankelbare toewijding voor Hem alleen, de Superziel
van het Geheel, voor vriendschap met alle levende wezens en
ervoor om met bovenzinnelijkheid gezegend te
zijn.
Sudâmâ
chose unshakable devotion for Krishna, the Supreme Soul of
all existence; friendship with His devotees; and
transcendental compassion for all living beings.
(Vedabase)
Tekst
52
Hem aldus de
zegening verlenend met voorspoed, een goed gedijende familie,
kracht, een lang leven, bekendheid en schoonheid, vertrok Hij
samen met Zijn oudere broer.'
Not
only did Lord Krishna grant Sudâmâ these
benedictions, but He also awarded him strength, long life,
fame, beauty and ever-increasing prosperity for his family.
Then Krishna and His elder brother took Their leave.
(Vedabase)