Canto
10
Hoofdstuk 41: De Aankomst van de Heer in Mathurâ
(1) S'rî S'uka zei: 'Terwijl hij [Akrûra] aan het bidden was trok Krishna, de Allerhoogste Heer, nadat Hij Zijn gedaante had getoond in het water, Zichzelf weer terug zoals een acteur een einde maakt aan zijn voorstelling. (2) Toen hij zag dat het beeld verdwenen was, kwam hij snel uit het water, maakte zijn ochtendrituelen af en ging geheel verrast naar de wagen. (3) Hrisîkes'a vroeg hem: 'Hebt u iets wonderbaarlijks gezien op aarde, in de hemel of in het water? We hebben er zo een vermoeden van!'
(4) S'rî Akrûra zei: 'Wat voor wonderbaarlijks er ook moge zijn alhier op aarde, in de hemel of in het water, het bevindt zich allemaal in U die alles omvat; wat zou ik met U voor ogen niet gezien hebben? (5) Wat zou met de aanblik van U, de Ene Persoon in wie alle wonderen van de aarde, de hemel en het water worden aangetroffen, o Absolute Waarheid, me dan nog verbazen in de wereld?'
(6) Met die woorden reed de zoon van Gândinî [Akrûra] verder met de wagen om daarmee Râma en Krishna aan het einde van de dag naar Mathurâ te brengen. (7) De mensen van de dorpen hier en daar die Hen onderweg benaderden, waren er blij over de zoons van Vasudeva te zien o Koning, en konden hun ogen niet van Hen afhouden. (8) Nanda, de gopa's en de rest van de bewoners van Vraja die ondertussen waren aangekomen in een park bij de stad, bleven daar op Hen wachten. (9) Zich weer bij hen voegend zei de Opperheer, de Meester van het Universum, tot de bescheiden glimlachende Akrûra terwijl Hij zijn hand in de Zijne nam: (10) 'Ga maar vooruit de stad binnen met de wagen en ga naar huis terwijl Wij van onze kant hier uitstappen en daarna de stad zullen bekijken.'
(11) S'rî Akrûra zei: 'Hoe kan ik zonder Jullie twee Mathurâ nou binnengaan, o Meester? Laat me niet in de steek o Heer, o Zorgdrager van de Toegewijden, ik ben Uw toegewijde! (12) Kom alstUblieft mee, laten we gaan met Uw oudste broer, de gopa's en Uw vrienden, en het zo maken, o Heer van het Voorbije, dat ons huis een meester heeft. (13) AlstUblieft zegen met het stof van Uw voeten het huis van ons die zo gehecht zijn aan de huishoudrituelen en mogen met die zuivering mijn voorvaderen, de heilige vuren en de halfgoden tevredengesteld zijn. (14) De grote koning Bali die de twee voeten waste werd zegerijk [zie 8.19] en bereikte een ongeëvenaarde macht en de bestemming die is gereserveerd voor de zuivere toegewijde. (15) Het water spoelend van Uw voeten heeft, zuiver spiritueel, de drie werelden gezuiverd en de zonen van koning Sagara [9.8] die het met Heer S'iva op zijn hoofd nam [9.9] gingen ermee naar de hemel. (16) O God der Goden, o Meester van het Universum over wie men als men vroom is verneemt en zingt, o Beste van de Yadu's, o Heer Geprezen in de Verzen, o Nârâyana, moge er alle lof voor U zijn.'
(17) De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal naar uw huis komen vergezeld door Mijn oudere broer; met het doden van de vijand temidden van de Yadu's [Kamsa] zal Ik Mijn weldoeners genoegdoening schenken.'
(18) S'rî S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Allerhoogste Heer ging hij, Akrûra, ietwat ontmoedigd de stad binnen om Kamsa op de hoogte te stellen van het succes van zijn missie en ging hij toen naar huis. (19) Later in de middag ging Krishna samen met Sankarshana [Râma] en de gopa's erbij Mathurâ binnen om er een kijkje te nemen. (20-23) Hij zag daar zijn hoofdpoorten en toegangen van kristal, zijn deuren van goud en immense arcades met koper en brons en zijn pakhuizen en onneembare grachten, verfraaid door bloemperken en aantrekkelijke parken. De met goud gesierde kruisingen, de woningen met hun lusthoven, de vergaderruimten van de gilden en de huizen met hun door pilaren ondersteunde balkons en de omheiningen met rijk versierde panelen waren ingelegd met vaidûrya stenen, diamanten, kwartskristallen, saffieren, koraal, parels en smaragden. Er klonken de geluiden van de tamme duiven en pauwen die in de openingen van het lattenwerk voor de ramen en op de met edelstenen ingelegde vloeren zaten en op de hoofdwegen, zijstraten en hoven die besprenkeld waren met water was er [ter verwelkoming] een uitstalling links en rechts van bloemenslingers, verse spruiten, geroosterde granen en rijst. De ingangen van de huizen waren fraai versierd met potten vol yoghurt besmeurd met sandelhoutpasta, linten en bloemblaadjes, reeksen lampen, bladeren, bossen bloemen, en stammetjes van bananen- en betelnootbomen en vlaggen. (24) Toen de zoons van Vasudeva daar omringd door hun vrienden arriveerden, haastten de vrouwen van de stad zich samendrommend aan de kant van de hoofdweg en klommen ze ook, in hun gretigheid een blik op te vangen, bovenop hun huizen o Koning. (25) Sommigen hadden hun kleren verkeerd om aangetrokken en hadden één van hun twee sieraden vergeten met het aandoen van maar één oorbel of slechts één set enkelbelletjes; andere dames maakten één oog op maar niet het andere. (26) Sommigen waren weggelopen tijdens de maaltijd die ze genoten of maakten in hun opwinding niet hun massage af, hun baden of kwamen, het rumoer horend, overeind zonder hun middagslaapje af te maken of zetten als moeders het kind naast zich neer dat ze melk aan het geven waren. (27) Lopend als een olifantenstier in de bronst, stal Hij vermetel met de blikken van Zijn lotusgelijke ogen en het spel van Zijn glimlachen hun harten met Zijn lichaam, die bron van plezier voor de Godin van het Geluk waarmee Hij hun ogen op een feest vergastte. (28) Met het zien van Hem over wie ze bij herhaling hadden gehoord smolten ze vanbinnen met het ontvangen van de eer te worden besprenkeld door de nectar van Zijn blikken en brede glimlachen en omhelsden ze via hun ogen in zichzelf met kippenvel hun idool van extase, waarbij ze het onafgebroken leed opgaven [Hem te moeten missen] o onderwerper der vijanden. (29) Geklommen op de daken van hun woningen bestrooiden de aantrekkelijke vrouwen met hun van liefde als lotussen bloeiende gezichten Balarâma en Kes'ava met bloemen. (30) Met yoghurt, korenaren en potten met water, geurige substanties en andere artikelen van aanbidding werden de Twee vreugdevol op verschillende plaatsen aanbeden door de tweemaal geborenen. (31) De vrouwen van de stad zeiden: 'Oh wat een enorme verzaking hebben de gopî's inderdaad opgebracht met de constante aanblik van deze Beiden, die voor de menselijke samenleving de grootste bron van genoegen zijn.'
(32) De oudere broer van Gada [Balarâma zie 9.24: 46] benaderde een zekere klerenwasser die druk bezig was met verven en verzocht hem om eersteklas, schone kledingstukken. (33) 'Alstublieft, beste man, geef Ons Tweeën wat geschikte kleren; voor u, als u ze schenkt aan Ons, Wij die het verdienen, zal er de hoogste verdienste zijn, dat lijdt geen twijfel!'
(34) Hij, verzocht door de Opperheer die absoluut en compleet was in ieder opzicht, sprak onbeschoft kwaad geworden met een hoogst valse trots dat hij de dienaar van de koning was. (35) 'Is dat geen onbeschaamdheid van U die rondtrekt door de bergen en de bossen, om uit te zijn op het aantrekken van kleren als deze die tot de zaken van de koning behoren? (36) Scheer Je weg Jullie dwazen, zit niet zo te bedelen als Je leven Je lief is, ik zweer het Je, mensen met Jullie lef worden door de mannen van de koning ingerekend, ter dood gebracht en onteigend!'
(37) Hij die Hen aldus vernederde wekte de toorn op van de zoon van Devakî die met de zijkant van Zijn hand hem het hoofd van zijn lichaam sloeg. (38) Toen al zijn medewerkers in alle richtingen een veilig heenkomen zochten en de bundels kleren achterlieten, pakte Acyuta de kledingstukken. (39) Verschillende ervan op de grond weggooiend kleedden Krishna en Balarâma Zich met een stel kleren naar Hun smaak en gaven Ze de rest aan de gopa's.(40) Vervolgens kwam er een wever die op gepaste wijze vol liefde voor Hen Hun kleding verfraaide met stukken stof van verschillende kleuren. (41) Krishna en Râma met ieder Zijn eigen specifieke eersteklas uitdossing en fraaie opsier zagen er zo prachtig uit als een paar jonge olifanten, de een licht, de ander donker, opgetuigd voor een festival. (42) De Opperheer tevreden over hem [de wever] verleende hem sârûpya [de genade van Zijn uiterlijke kenmerken, zie ook mukti] met in deze wereld dezelfde opperste weelde, lichaamskracht, invloed, geheugen en zinsbeheersing.
(43) Toen gingen ze Beiden naar het huis van Sudâmâ ['goedgeefs'], de slingermaker, die toen hij Ze zag opstond en zich voorover met zijn hoofd op de grond verboog. (44) Met zitplaatsen voor Hen bracht hij water om Hun voeten en handen te wassen en giften en dergelijke, en was hij voor de Twee van aanbidding met bloemenslingers, betelnoot en sandelhoutpasta. (45) Hij zei: 'Onze geboorte heeft zijn vruchten afgeworpen en de familie is gezuiverd, o Meester, en met mij zijn mijn voorvaderen, de goden en de zieners zeer tevreden over Uw komst hier. (46) Jullie Twee inderdaad, de Uiteindelijke Oorzaak van het Universum, zijn met Jullie volkomen deelaspecten naar hier afgedaald voor de bescherming en het geluk van de wereld. (47) Van Jullie kant is er voorwaar, zelfs al zijn Jullie wederkerig met hen die van aanbidding zijn, geen vooringenomenheid in Jullie blik, omdat Jullie, als de Ziel van het universum, gelijk zijn naar alle levende wezens als bevriende weldoeners. (48) Jullie Twee zouden mij, Jullie dienaar, moeten opdragen wat ik voor Jullie zou moeten doen; dit voorwaar is voor iedereen de grootste zegen: aldus door Jullie aan het werk gezet te zijn.'
(49) S'uka zei: 'Met die overweging, o beste der koningen, bood Sudâmâ vol van liefde bloemenslingers aan gemaakt van verse, geurige bloemen. (50) Met dezen fraai opgesierd gaven de twee gunstverleners Krishna en Râma, die samen met Hun metgezellen heel tevreden waren, hem die zich voorover gebogen over had gegeven al wat hij zich kon wensen. (51) En hij koos voor een onwankelbare toewijding voor Hem alleen, de Superziel van het Geheel, voor vriendschap met alle levende wezens en ervoor om met bovenzinnelijkheid gezegend te zijn. (52) Hem aldus de zegening verlenend met voorspoed, een goed gedijende familie, kracht, een lang leven, bekendheid en schoonheid, vertrok Hij samen met Zijn oudere broer.'
Tweede editie, geladen 23 juli 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Terwijl hij [Akrûra] aan het bidden was trok Krishna, de Allerhoogste Heer, nadat Hij Zijn gedaante had getoond in het water, Zichzelf weer terug zoals een acteur een einde maakt aan zijn voorstelling.S'rî S'uka zei: 'Terwijl hij [Akrûra] aan het bidden was trok Krishna, de Allerhoogste Heer, nadat Hij Zijn gedaante had getoond in het water, Zichzelf weer terug zoals een acteur een einde maakt aan zijn voorstelling. (Vedabase)
Toen hij zag dat het beeld verdwenen was, kwam hij snel uit het water, maakte zijn ochtendrituelen af en ging geheel verrast naar de wagen.
Toen hij zag dat het verdwenen was, kwam hij snel uit het water, maakte zijn ochtendrituelen af en ging geheel verrast naar de wagen. (Vedabase)
Hrisîkes'a vroeg hem: 'Hebt u iets wonderbaarlijks gezien op aarde, in de hemel of in het water? We hebben er zo een vermoeden van!'
=Hrisîkes'a vroeg hem: 'Hebt u iets wonderbaarlijks gezien op aarde, in de hemel of in het water? We hebben er zo een vermoeden van!' (Vedabase)
S'rî Akrûra zei: 'Wat voor wonderbaarlijks er ook moge zijn alhier op aarde, in de hemel of in het water, het bevindt zich allemaal in U die alles omvat; wat zou ik met U voor ogen niet gezien hebben?
S'rî Akrûra zei: 'Wat voor wonderbaarlijks er ook moge zijn alhier op aarde, in de hemel of in het water, het bevindt zich allemaal in U die alles omvat; wat zou ik met U voor ogen niet gezien hebben? (Vedabase)
Wat zou met de aanblik van U, de Ene Persoon in wie alle wonderen van de aarde, de hemel en het water worden aangetroffen, o Absolute Waarheid, me dan nog verbazen in de wereld?'
Wat zou met de aanblik van U, de Ene Persoon in wie alle wonderen van de aarde, de hemel en het water worden aangetroffen, o Absolute Waarheid, me dan nog verbazen in de wereld?' (Vedabase)
Met die woorden reed de zoon van Gândinî [Akrûra] verder met de wagen om daarmee Râma en Krishna aan het einde van de dag naar Mathurâ te brengen.
Met die woorden reed de zoon van Gândinî [Akrûra] uit met de wagen om daarmee Râma en Krishna aan het einde van de dag naar Mathurâ te brengen. (Vedabase)
De mensen van de dorpen hier en daar die Hen onderweg benaderden, waren er blij over de zoons van Vasudeva te zien o Koning, en konden hun ogen niet van Hen afhouden.
De mensen van de dorpen hier en daar die Hen onderweg benaderden, er blij over de zoons van Vasudeva te zien, o Koning, konden hun ogen niet van Hen afhouden. (Vedabase)
Nanda, de gopa's en de rest van de bewoners van Vraja die ondertussen waren aangekomen in een park bij de stad, bleven daar op Hen wachten.
Nanda, de gopa's en de rest van de bewoners van Vraja die ondertussen waren aangekomen in een park bij de stad, bleven daar op Hen wachten. (Vedabase)
Zich weer bij hen voegend zei de Opperheer, de Meester van het Universum, tot de bescheiden glimlachende Akrûra terwijl Hij zijn hand in de Zijne nam:
Zich weer bij hen voegend zei de Opperheer, de Meester van het Universum, tot de bescheiden glimlachende Akrûra terwijl Hij zijn hand in de Zijne nam: (Vedabase)
'Ga maar vooruit de stad binnen met de wagen en ga naar huis terwijl Wij van onze kant hier uitstappen en daarna de stad zullen bekijken.'
'Ga maar vooruit de stad binnen met de wagen en ga naar huis terwijl Wij van onze kant hier uitstappen en daarna de stad zullen bekijken.' (Vedabase)
S'rî Akrûra zei: 'Hoe kan ik zonder Jullie twee Mathurâ nou binnengaan, o Meester? Laat me niet in de steek o Heer, o Zorgdrager van de Toegewijden, ik ben Uw toegewijde!
S'rî Akrûra zei: 'Hoe kan ik zonder Jullie twee Mathurâ nou binnengaan, o Meester? Laat me niet in de steek o Heer, o Zorgdrager van de Toegewijden, ik ben Uw toegewijde! (Vedabase)
Kom alstUblieft mee, laten we gaan met Uw oudste broer, de gopa's en Uw vrienden, en het zo maken, o Heer van het Voorbije, dat ons huis een meester heeft.
Kom alstUblieft mee, laten we gaan met Uw oudste broer, de gopa's en Uw vrienden, en het zo maken, o Heer van het Voorbije, dat ons huis een meester heeft. (Vedabase)
AlstUblieft zegen met het stof van Uw voeten het huis van ons die zo gehecht zijn aan de huishoudrituelen en mogen met die zuivering mijn voorvaderen, de heilige vuren en de halfgoden tevredengesteld zijn.
AlstUblieft zegen met het stof van Uw voeten het huis van ons die zo gehecht zijn aan de huishoudrituelen en mogen met die zuivering mijn voorvaderen, de heilige vuren en de halfgoden tevreden gesteld zijn. (Vedabase)
De grote koning Bali die de twee voeten waste werd zegerijk [zie 8.19] en bereikte een ongeëvenaarde macht en de bestemming die is gereserveerd voor de zuivere toegewijde.
De grote koning Bali die de twee voeten waste werd zegerijk [zie 8:19] en bereikte een ongeëvenaarde macht en de bestemming weggelegd voor de zuivere toegewijde. (Vedabase)
Het water spoelend van Uw voeten heeft, zuiver spiritueel, de drie werelden gezuiverd en de zonen van koning Sagara [9.8] die het met Heer S'iva op zijn hoofd nam [9.9] gingen ermee naar de hemel.
Het water afspoelend van Uw voeten heeft, zuiver spiritueel, de drie werelden gezuiverd en de zonen van koning Sagara [9.8], met Heer S'iva die het op zijn hoofd nam [9.9], gingen ermee naar de hemel. (Vedabase)
O God der Goden, o Meester van het Universum over wie men als men vroom is verneemt en zingt, o Beste van de Yadu's, o Heer Geprezen in de Verzen, o Nârâyana, moge er alle lof voor U zijn.'
O God der Goden, o Meester van het Universum over wie men vroom verneemt en zingt, o Beste van de Yadu's, o Heer Geprezen in de Verzen, o Nârâyana, moge er alle lof voor U zijn.' (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal naar uw huis komen vergezeld door Mijn oudere broer; met het doden van de vijand temidden van de Yadu's [Kamsa] zal Ik Mijn weldoeners genoegdoening schenken.'
De Allerhoogste Heer zei: 'Ik zal naar uw huis komen vergezeld door Mijn oudere broer; met het doden van de vijand temidden van de Yadu's [Kamsa] zal Ik Mijn weldoeners de tevredenheid brengen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Allerhoogste Heer ging hij, Akrûra, ietwat ontmoedigd de stad binnen om Kamsa op de hoogte te stellen van het succes van zijn missie en ging hij toen naar huis.
S'rî S'uka zei: 'Aldus toegesproken door de Allerhoogste Heer ging hij, Akrûra, ietwat ontmoedigd de stad binnen om Kamsa op de hoogte te stellen van het succes van zijn missie en ging toen naar huis. (Vedabase)
Later in de middag ging Krishna samen met Sankarshana [Râma] en de gopa's erbij Mathurâ binnen om er een kijkje te nemen.
Daarna in de namiddag ging Krishna samen met Sankarshana [Râma] en de gopa's erbij Mathurâ binnen om er een kijkje te nemen. (Vedabase)
Hij zag daar zijn hoofdpoorten en toegangen van kristal, zijn deuren van goud en immense arcades met koper en brons en zijn pakhuizen en onneembare grachten, verfraaid door bloemperken en aantrekkelijke parken. De met goud gesierde kruisingen, de woningen met hun lusthoven, de vergaderruimten van de gilden en de huizen met hun door pilaren ondersteunde balkons en de omheiningen met rijk versierde panelen waren ingelegd met vaidûrya stenen, diamanten, kwartskristallen, saffieren, koraal, parels en smaragden. Er klonken de geluiden van de tamme duiven en pauwen die in de openingen van het lattenwerk voor de ramen en op de met edelstenen ingelegde vloeren zaten en op de hoofdwegen, zijstraten en hoven die besprenkeld waren met water was er [ter verwelkoming] een uitstalling links en rechts van bloemenslingers, verse spruiten, geroosterde granen en rijst. De ingangen van de huizen waren fraai versierd met potten vol yoghurt besmeurd met sandelhoutpasta, linten en bloemblaadjes, reeksen lampen, bladeren, bossen bloemen, en stammetjes van bananen- en betelnootbomen en vlaggen.
Hij zag daar zijn hoofdpoorten en toegangen van kristal, zijn deuren van goud en immense arcades met koper en brons en zijn pakhuizen en onneembare grachten, verfraaid door bloemperken en aantrekkelijke parken. Met het goud op de kruisingen, de woningen met hun lusthoven, de verzamelplaatsen van de gilden en met de huizen met hun door pilaren ondersteunde balkons en de omheiningen met rijk versierde panelen was er een opsier met vaidurya stenen, diamanten, kwartskristallen, saffieren, koraal, parels en smaragden. Het weerklonk er van de tamme duiven en pauwen die in de openingen van het lattenwerk voor de ramen en op de met edelstenen ingelegde vloeren zaten en op de hoofdwegen, zijstraten en hoven besprenkeld met water was er [ter verwelkoming] een uitstalling links en rechts van bloemenslingers, verse spruiten, geroosterde granen en rijst. De ingangen van de huizen waren fraai versierd met potten vol yoghurt besmeurd met sandelhoutpasta, linten en bloemblaadjes, reeksen lampen, bladeren, bossen bloemen, en stammetjes van bananen- en betelnootbomen en vlaggen. (Vedabase)
Toen de zoons van Vasudeva daar omringd door hun vrienden arriveerden, haastten de vrouwen van de stad zich samendrommend aan de kant van de hoofdweg en klommen ze ook, in hun gretigheid een blik op te vangen, bovenop hun huizen o Koning.
Toen de zoons van Vasudeva daar omringd door hun vrienden binnenliepen, haastten de vrouwen van de stad zich samendrommend aan de kant van de hoofdweg en klommen ze ook, gretig een blik op te vangen, bovenop hun huizen, o Koning. (Vedabase).
Sommigen hadden hun kleren verkeerd om aangetrokken en hadden één van hun twee sieraden vergeten met het aandoen van maar één oorbel of slechts één set enkelbelletjes; andere dames maakten één oog op maar niet het andere.
Sommigen hadden hun kleren verkeerd om aangetrokken en hadden één van de twee van hun sierraden vergeten met het aandoen van maar één oorbel aan hun oren of slechts één set enkelbelletjes; andere dames maakten één oog op maar niet het andere. (Vedabase)
Sommigen waren weggelopen tijdens de maaltijd die ze genoten of maakten in hun opwinding niet hun massage af, hun baden of kwamen, het rumoer horend, overeind zonder hun middagslaapje af te maken of zetten als moeders het kind naast zich neer dat ze melk aan het geven waren.
Sommigen waren weggelopen tijdens de maaltijd die ze genoten of maakten in hun opwinding niet hun massage af, hun baden of kwamen, het gerucht horend, overeind zonder hun middagslaapje af te maken of zetten als moeders het kind naast zich neer dat ze melk aan het geven waren. (Vedabase)
Lopend als een olifantenstier in de bronst, stal Hij vermetel met de blikken van Zijn lotusgelijke ogen en het spel van Zijn glimlachen hun harten met Zijn lichaam, die bron van plezier voor de Godin van het Geluk waarmee Hij hun ogen op een feest vergastte.
Lopend als een olifantenstier in de bronst, stal Hij vermetel met de blikken van Zijn lotusgelijke ogen en het spel van Zijn glimlachen hun harten met Zijn lichaam, die bron van plezier voor de Godin van het Geluk, hun ogen op een feest vergastend. (Vedabase)
Met het zien van Hem over wie ze bij herhaling hadden gehoord smolten ze vanbinnen met het ontvangen van de eer te worden besprenkeld door de nectar van Zijn blikken en brede glimlachen en omhelsden ze via hun ogen in zichzelf met kippenvel hun idool van extase, waarbij ze het onafgebroken leed opgaven [Hem te moeten missen] o onderwerper der vijanden.
Met het zien van Hem over wie ze bij herhaling hadden gehoord smolten ze van binnen met het ontvangen van de eer te worden besprenkeld door de nectar van Zijn blikken en brede glimlachen en omhelsden ze door hun ogen in zichzelf met kippenvel hun idool van extase, met het opgeven van het onafgebroken leed [Hem te moeten missen], o onderwerper der vijanden. (Vedabase)
Geklommen op de daken van hun woningen bestrooiden de aantrekkelijke vrouwen met hun van liefde als lotussen bloeiende gezichten Balarâma en Kes'ava met bloemen.
Geklommen op de daken van hun woningen bestrooiden de aantrekkelijke vrouwen met hun van liefde bloeiende gezichten gelijk lotussen Balarâma en Kes'ava met bloemen. (Vedabase)
Met yoghurt, korenaren en potten met water, geurige substanties en andere artikelen van aanbidding werden de Twee vreugdevol op verschillende plaatsen aanbeden door de tweemaal geborenen.
Met yoghurt, korenaren en potten met water, geurige substanties en andere artikelen van aanbidding werden de Twee vreugdevol op verschillende plaatsen aanbeden door de tweemaal geborenen. (Vedabase)
De vrouwen van de stad zeiden: 'Oh wat een enorme verzaking hebben de gopî's inderdaad opgebracht met de constante aanblik van deze Beiden, die voor de menselijke samenleving de grootste bron van genoegen zijn.'
De vrouwen van de stad zeiden: 'Oh wat een enorme verzaking hebben de gopî's inderdaad opgebracht met de constante aanblik van deze Beiden, die voor de menselijke samenleving de grootste bron van genoegen zijn.' (Vedabase)
De oudere broer van Gada [Balarâma zie 9.24: 46] benaderde een zekere klerenwasser die druk bezig was met verven en verzocht hem om eersteklas, schone kledingstukken.
De oudere broer van Gada [Balarâma zie 9.24: 46] benaderde een zekere klerenwasser druk bezig met verven en verzocht hem om eersteklas schone kledingstukken. (Vedabase)
'Alstublieft, beste man, geef Ons Tweeën wat geschikte kleren; voor u, als u ze schenkt aan Ons, Wij die het verdienen, zal er de hoogste verdienste zijn, dat lijdt geen twijfel!'
'Alstublieft, beste man, geef Ons Tweeën wat geschikte kleren; voor u, als u ze ons die het verdienen schenkt, zal er de hoogste verdienste zijn, dat lijdt geen twijfel!' (Vedabase)
Hij, verzocht door de Opperheer die absoluut en compleet was in ieder opzicht, sprak onbeschoft kwaad geworden met een hoogst valse trots dat hij de dienaar van de koning was.
Hij, verzocht door de Opperheer absoluut en vol in ieder opzicht, sprak onbeschoft kwaad geworden allervalselijkst er trots op de dienaar van de koning te zijn. (Vedabase)
'Is dat geen onbeschaamdheid van U die rondtrekt door de bergen en de bossen, om uit te zijn op het aantrekken van kleren als deze die tot de zaken van de koning behoren?
'Is dat geen onbeschaamdheid van U, die rondtrekt door de bergen en de bossen, om uit te zijn op het aantrekken van kleren als deze die tot de zaken van de koning behoren? (Vedabase)
Scheer Je weg Jullie dwazen, zit niet zo te bedelen als Je leven Je lief is, ik zweer het Je, mensen met Jullie lef worden door de mannen van de koning ingerekend, ter dood gebracht en onteigend!'
Scheer je weg jullie dwazen, zit niet zo te bedelen als je leven je lief is, ik zweer het je, mensen met Jullie lef worden door de mannen van de koning ingerekend, ter dood gebracht en onteigend!' (Vedabase)
Hij die Hen aldus vernederde wekte de toorn op van de zoon van Devakî die met de zijkant van Zijn hand hem het hoofd van zijn lichaam sloeg.
Hij aldus koeionerend wekte de toorn op van de zoon van Devakî die met de zijkant van zijn hand hem het hoofd van zijn lichaam sloeg. (Vedabase)
Toen al zijn medewerkers in alle richtingen een veilig heenkomen zochten en de bundels kleren achterlieten, pakte Acyuta de kledingstukken.
Toen al zijn medewerkers in alle richtingen een veilig heenkomen zochten en de bundels kleren achterlieten, nam Acyuta de kledingstukken. (Vedabase)
Verschillende ervan op de grond weggooiend kleedden Krishna en Balarâma Zich met een stel kleren naar Hun smaak en gaven Ze de rest aan de gopa's.
Verschillende ervan op de grond weggooiend kleedden Krishna en Balarâma Zich met een stel kleren naar Hun smaak en gaven Ze de rest aan de gopa's. (Vedabase)
Vervolgens kwam er een wever die op gepaste wijze vol liefde voor Hen Hun kleding verfraaide met stukken stof van verschillende kleuren.
Vervolgens kwam er een wever Hen toegenegen en schikte hun kleding gepast met sierselen en stukken stof in verschillende kleuren. (Vedabase)
Krishna en Râma met ieder Zijn eigen specifieke eersteklas uitdossing en fraaie opsier zagen er zo prachtig uit als een paar jonge olifanten, de een licht, de ander donker, opgetuigd voor een festival.
Krishna en Râma met ieder Zijn eigen specifieke eerste klas uitdossing en fraaie sierselen zagen er zo prachtig uit als jonge lichte en donkere olifanten tijdens een festival. (Vedabase)
De Opperheer tevreden over hem [de wever] verleende hem sârûpya [de genade van Zijn uiterlijke kenmerken, zie ook mukti] met in deze wereld dezelfde opperste weelde, lichaamskracht, invloed, geheugen en zinsbeheersing.
De Opperheer tevreden over hem [de wever] verleende hem sârûpya [de genade van zijn uiterlijke kenmerken, zie ook mukti] met in deze wereld dezelfde opperste weelde, lichaamskracht, invloed, geheugen en zinsbeheersing. (Vedabase)
Toen gingen ze Beiden naar het huis van Sudâmâ ['goedgeefs'], de slingermaker, die toen hij Ze zag opstond en zich voorover met zijn hoofd op de grond verboog.
Toen gingen ze Beiden naar het huis van Sudâmâ ['goedgeefs'], de slingermaker, die toen hij Ze zag opstond en zich voorover met zijn hoofd op de grond verboog. (Vedabase)
Met zitplaatsen voor Hen bracht hij water om Hun voeten en handen te wassen en giften en dergelijke, en was hij voor de Twee van aanbidding met bloemenslingers, betelnoot en sandelhoutpasta.
Met zitplaatsen voor Hen bracht hij water om Hun voeten en handen te wassen en giften en dergelijke, en was hij voor de Twee van aanbidding met bloemenslingers, betelnoot en sandelhoutpasta. (Vedabase)
Hij zei: 'Onze geboorte heeft zijn vruchten afgeworpen en de familie is gezuiverd, o Meester, en met mij zijn mijn voorvaderen, de goden en de zieners zeer tevreden over Uw komst hier.
Hij zei: 'Onze geboorte heeft zijn vruchten afgeworpen en de familie is gezuiverd, o Meester, en met mij zijn mijn voorvaderen, de goden en de zieners waarlijk tevreden met Uw komst hier. (Vedabase)
Jullie Twee inderdaad, de Uiteindelijke Oorzaak van het Universum, zijn met Jullie volkomen deelaspecten naar hier afgedaald voor de bescherming en het geluk van de wereld.
Jullie Twee inderdaad, de Uiteindelijke Oorzaak van het Universum, zijn met Jullie volkomen deelaspecten naar hier afgedaald voor de bescherming en het geluk van de wereld. (Vedabase)
Van Jullie kant is er voorwaar, zelfs al zijn Jullie wederkerig met hen die van aanbidding zijn, geen vooringenomenheid in Jullie blik, naar alle levende wezens gelijkelijk zijnd als bevriende weldoeners, als de Ziel van het Universum.
Van Jullie kant is er voorwaar, zelfs al zijn Jullie wederkerig met hen die van aanbidding zijn, geen vooringenomenheid in jullie blik, naar alle levende wezens gelijkelijk zijnd als bevriende weldoeners, als de Ziel van het Universum. (Vedabase)
Jullie Twee zouden mij, Jullie dienaar, moeten opdragen wat ik voor Jullie zou moeten doen; dit voorwaar is voor iedereen de grootste zegen: aldus door Jullie aan het werk gezet te zijn.'
Jullie Twee zouden mij, Jullie dienaar, moeten opdragen wat ik voor Jullie zou moeten doen; dit voorwaar is voor iedereen de grootste zegen: aldus door Jullie aan het werk gezet te zijn.' (Vedabase)
S'uka zei: 'Met die overweging, o beste der koningen, bood Sudâmâ vol van liefde bloemenslingers aan gemaakt van verse, geurige bloemen.
S'uka zei: 'Met die overweging, o beste der koningen, bood Sudâmâ vol van liefde bloemenslingers aan gemaakt van verse en geurige bloemen. (Vedabase)
Met dezen fraai opgesierd gaven de twee gunstverleners Krishna en Râma, die samen met Hun metgezellen heel tevreden waren, hem die zich voorover gebogen over had gegeven al wat hij zich kon wensen.
Met dezen fraai opgesierd gaven de twee gunstverleners Krishna en Râma die samen met Hun metgezellen tevreden waren, hem die zich, voorover gebogen, over had gegeven al wat hij zich kon wensen. (Vedabase)
En hij koos voor een onwankelbare toewijding voor Hem alleen, de Superziel van het Geheel, voor vriendschap met alle levende wezens en ervoor om met bovenzinnelijkheid gezegend te zijn.
En hij koos voor een onwankelbare toewijding tot Hem alleen, de Superziel van het Geheel, voor vriendschap met alle levende wezens en ervoor om met bovenzinnelijkheid gezegend te zijn. (Vedabase)
Hem aldus de zegening verlenend met voorspoed, een goed gedijende familie, kracht, een lang leven, bekendheid en schoonheid, vertrok Hij samen met Zijn oudere broer.'
Hem aldus de zegening verlenend met voorspoed, een gedijende familie, kracht, een lang leven, bekendheid en schoonheid, vertrok Hij tezamen met Zijn oudere broer.' (Vedabase)
![]()
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie de
S'rîmad
Bhâgavatam linkspagina.
Het eerste schilderij is getiteld: 'Krishna and Balarâma Arrive
in the Streets of Mathura'
Page from a dispersed series of the Bhagavata Purana. Made in
Delhi-Agra , Uttar-Pradesh, India c. 1525-40
Bron: Philadelphia
Museum
of Art
De tweede afbeelding is getiteld: 'Krishna and the Cowherds Receiving
Garlands in Mathura',
Folio from a Bhagavata Purana (Ancient Stories of the Lord)
India, Gujarat, Surat (?), South Asia , circa 1625-1650. Ter
beschikking gesteld door
LACMA.
De derde afbeelding is getiteld: 'Sudama Offers a Garland to
Krishna', Folio from a Bhagavata Purana (Ancient Stories of the
Lord), 1550-1575.
Ter beschikking gesteld doory LACMA.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.