bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 11 - pagina 1 - 2 - 3 - 4

Hoofdstuk 25 - 26 - 27 - 28 - 29 - 30 - 31

 

Hoofdstuk 25: De Drie Geaardheden der Natuur en Daarboven

 

(12) De geaardheden van sattva, tamas en rajas hebben zo betrekking op de individuele ziel en niet op Mij; men is aan hen gebonden daar zij, in de geest zich opwerpend, leiden tot de gehechtheid aan materiële effecten [zie ook B.G. 4: 14].


(28) Goedgunstig, zuiver en zonder moeite verkregen wordt voedsel beschouwd als zijnde van de geaardheid goedheid, [sterk] appellerend aan de zintuigen is het van de geaardheid hartstocht en als zijnde van de onwetendheid beschouwt men onzuivere voeding die iemand doet lijden [zie ook B.G. 17: 7-10].
 

Hoofdstuk 26: Het Lied van Purûravâ

(4) De nakomeling van Ilâ [Aila of Purûravâ, zie ook 9.14: 15-16], de welbekende grote keizer, zong dit machtige lied met het, verbijsterd als hij was, in gescheidenheid van Urvas'i uiteindelijk zijn weeklagen onder controle krijgen in de onthechting die hij voelde.


(17) Waaruit zou haar overtreding nu bestaan ten opzichte van een 'ziener' zoals wij die, een stuk touw voor een slang houdend, de werkelijke identiteit niet inziet; ik ben immers degene die zijn zinnen niet de baas was.


Hoofdstuk 27: Over het Respecteren van de Vorm van God

(12) De vorm herinnert men zich op acht verschillende manieren: in steen, hout, metaal, een smeerbare substantie [zoals klei], geschilderd, in zand, in juwelen en als een beeltenis vastgehouden in de geest.


(23) Hij behoort te mediteren op de Oorspronkelijke Individualiteit van alle Expansies, de hoogste subtiele bovenzinnelijke gedaante van Mij die, binnen in dit lichaam volledig zuiver door de lucht en het vuur, zich bevindt op de lotus van het hart en wordt ervaren in het nagalmen van de pranava [zie ook 2.2].


(46) Met het plaatsen van het hoofd aan Mijn voeten met de handpalmen samengebracht [mag men een gebed doen als:] 'O Heer, alstUblieft, bescherm deze persoon van overgave, die in deze materiële oceaan beducht is voor de mond van de dood' [vergelijk B.G. 11: 19].


Hoofdstuk 28: Jn'âna Yoga of de Aanduiding en het Werkelijke

(19) Net als goud, dat voordat het werd gewrocht, halverwege werd gebruikt, en daarna bestaand, enkel maar dat is voor alles wat van goud is, heb Ik op dezelfde manier Mijn bestaan in de verschillende aanduidingen van dit [geschapene].


(30) Het normale levende wezen, door baatzuchtige arbeid in beroering verkerend, verkeert voortgedreven door deze of gene kracht in die staat tot op het punt van de dood, terwijl hij die intelligent is, hoewel zich bevindend in de materiële positie, niet zo [wankelmoedig] is, met het opgegeven hebben van materieel verlangen bij de ervaring van zijn eigen geluk.


Hoofdstuk 29: Bhakti Yoga: de Meest Zegenrijke Manier om de Dood te Overwinnen

(11) Alleen danwel in samenkomst behoort men naar de maan, bij speciale gelegenheden en met feestdagen het zo te regelen dat men te werk gaat met zang, dans en zeer royale bewijzen van genade.


(35) S'uka zei: 'Hij, die aldus het pad van de yoga was getoond, zei toen met het met gevouwen handen aangehoord hebben van de woorden van Uttamas'loka niets, daar zijn keel dichtgesnoerd was van de liefde en zijn ogen overstroomden van de tranen


Hoofdstuk 30: Het Verdwijnen van de Yadu-dynastie

(23) De Twee mengden zich toen ook allerverwoedst in de strijd, o zoon van de Kuru's, en gingen, de staken in Hun vuisten als knuppels hanterend, ertoe over te doden met het zich rondbewegen in de strijd.


(34) Met het zien van die vier-armige persoonlijkheid viel hij, benauwd een overtreding te hebben begaan, met zijn hoofd naar beneden neer aan de voeten van de Vijand der Asura's.


Hoofdstuk 31: De Hemelvaart van Krishna

(9) Net als de beweging van de bliksem, die zich van de wolken door de hemel beweegt, door stervelingen niet kan worden vastgesteld, konden zo ook de goden niet uitmaken welke weg Krishna volgde.




N.B. Als u een van deze afbeeldingen op uw eigen website wilt gebruiken,
plaats ze dan a.u.b. op uw eigen server. Steel geen bandbreedte.

volgende pagina