
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Jñâna
Yoga
Tekst
1:
De Allerhoogste
Heer zei: 'Met het zien van de wereld met haar materiële
natuur en genieter als zijnde gebaseerd op één
ziel, moet men niet de loftrompet steken over, noch kritiek
hebben op iemands aard en handelingen.
The
Supreme Personality of Godhead said - One should neither
praise nor criticize the conditioned nature and activities
of other persons. Rather, one should see this world as
simply the combination of material nature and the enjoying
souls, all based on the one Absolute Truth.
Tekst
2
Hij die de aard
en handelingen van iemand anders prijst of kritiseert verliest,
gevangen rakend in het niet-essentiële, snel zijn eigen
belang uit het oog.
Whoever
indulges in praising or criticizing the qualities and
behavior of others will quickly become deviated from his own
best interest by his entanglement in illusory
dualities.
Tekst
3
Als het heldere
van degene die zich ophoudt in het materiële omhulsel
overmand wordt door slaap is er daar de ervaring van het
illusoire [van dromen] of het aan de dood gelijke van
het hebben verloren van het bewustzijn; op dezelfde manier
[niet zo helder] beziet een persoon de objectieve
verscheidenheid.
Just
as the embodied spirit soul loses external consciousness
when his senses are overcome by the illusion of dreaming or
the deathlike state of deep sleep, so a person experiencing
material duality must encounter illusion and death.
Tekst
4
Wat zou het
goede of slechte zijn van deze tot de verbeelding behorende
dualiteit, die, overwogen in de geest en uitgedrukt in zovele
woorden, inderdaad in waarheid tekort schiet
[*].
That
which is expressed by material words or meditated upon by
the material mind is not ultimate truth. What, therefore, is
actually good or bad within this insubstantial world of
duality, and how can the extent of such good and bad be
measured?
Tekst
5
Schaduwen,
echo's en drogbeelden, hoewel enkel maar projecties, vormen
motieven; op dezelfde manier geeft het lichaam en al de
materiële begrippen erbij behorend aanleiding tot angst
tot op de dag dat men sterft.
Although
shadows, echoes and mirages are only illusory reflections of
real things, such reflections do cause a semblance of
meaningful or comprehensible perception. In the same way,
although the identification of the conditioned soul with the
material body, mind and ego is illusory, this identification
generates fear within him even up to the moment of
death.
Tekst
6-7
De Opperziel
alleen schept het universum en is geschapen als de Heer ervan,
beschermt en wordt beschermd als het Zelf van de Ganse
Schepping en trekt zich terug en wordt terug getrokken als de
Beheerser; dienovereenkomstig kan men zich van geen levensvorm
verzekeren die los van Hem zijn bestaan heeft, en aldus kent
deze drievoudige verschijning, die gevestigd binnen het
Allerhoogste Zelf bestaand uit de geaardheden, geen [andere
of onafhankelijke] basis; weet dat het drievoudige [van
het zien, het geziene en de ziener naar respectievelijk de
rajas, de tamas en de sattva] een constructie is van de
illusiewekkende energie [onder de invloed van Hem in de
vorm van de Tijd, zie ook B.G. 14:
19].
The
Supersoul alone is the ultimate controller and creator of
this world, and thus He alone is also the created.
Similarly, the Soul of all existence Himself both maintains
and is maintained, withdraws and is withdrawn. No other
entity can be properly ascertained as separate from Him, the
Supreme Soul, who nonetheless is distinct from everything
and everyone else. The appearance of the threefold material
nature, which is perceived within Him, has no actual basis.
Rather, you should understand that this material nature,
composed of the three modes, is simply the product of His
illusory potency.
Tekst
8
Degene die,
verankerd in de kennis vastgelegd en gerealiseerd door Mij, dit
weet, verwijt of prijst niet [in het omzien naar een andere
oorzaak], hij trekt door de wereld zoals de zon dat doet
[zie B.G. 2:
57,
13:
13,
13:
32,
14:
22-25].
One
who has properly understood the process of becoming firmly
fixed in theoretical and realized knowledge, as described
herein by Me, does not indulge in material criticism or
praise. Like the sun, he wanders freely throughout this
world.
Tekst
9
Door directe
ervaring, logische afleiding, schriftuurlijke waarheid en door
je zelfverwerkelijking er weet van hebben dat het
niet-essentiële een begin en een einde kent, behoort men
vrij van gehechtheid zich alhier rond te bewegen [zie ook
B.G. 2:
16].'
By
direct perception, logical deduction, scriptural testimony
and personal realization, one should know that this world
has a beginning and an end and so is not the ultimate
reality. Thus one should live in this world without
attachment.
Tekst
10
S'rî
Uddhava zei: 'O Heer aan wie is dan wel de ervaring van het
materiële bestaan? Ze behoort niet echt tot de ziel, de
ziener die zelfbewust is, noch is ze van het lichaam, het
geziene dat op zich geen ervarend zelf heeft.
S'rî
Uddhava said - My dear Lord, it is not possible for this
material existence to be the experience of either the soul,
who is the seer, or of the body, which is the seen object.
On the one hand, the spirit soul is innately endowed with
perfect knowledge, and on the other hand, the material body
is not a conscious, living entity. To whom, then, does this
experience of material existence pertain?
Tekst
11
De ziel
onuitputtelijk, vrij van de geaardheden, is zuiver en staat in
zijn eigen licht niet overdekt zoals een vuur, terwijl het
materiële lichaam is als brandhout, zonder begrip; tot wie
van hen behoort de ervaring van een materieel leven
alhier?'
The
spirit soul is inexhaustible, transcendental, pure,
self-luminous and never covered by anything material. It is
like fire. But the nonliving material body, like firewood,
is dull and unaware. So in this world, who is it that
actually undergoes the experience of material life?
Tekst
12
De Opperheer
zei: 'Zolang als de ziel zich aangetrokken voelt tot het
lichaam, de zinnen en de levenskracht, zal het materiële
bestaan - vruchtdragend als het is voor een zekere tijd -
echter betekenisloos zijn, vanwege het ontbreken van
onderscheidingsvermogen.
The
Supreme Personality of Godhead said - As long as the foolish
spirit soul remains attracted to the material body, senses
and vital force, his material existence continues to
flourish, although it is ultimately meaningless.
Tekst
13
Ook al is de
materiële substantie niet-existent [niet
permanent], houdt de materiële omstandigheid [in
haar elementen] niet op te bestaan en moet men, met het als
in een droom overwegen van de zinsobjecten, de nadelen onder
ogen zien [vergelijk 3.27:
4,
4.29:
35 &
73,
11.22:
56 en B.G.
2:
14].
Actually,
the living entity is transcendental to material existence.
But because of his mentality of lording it over material
nature, his material existential condition does not cease,
and, just as in a dream, he is affected by all sorts of
disadvantages.
Tekst
14
Dat
[dromen] wat voor degene die niet wakker is in zijn
slaap vele onwenselijke ervaringen biedt, geeft voor degene die
ontwaakte zeker geen aanleiding tot verwarring.
Although
while dreaming a person experiences many undesirable things,
upon awakening he is no longer confused by the dream
experiences.
Tekst
15
Het weeklagen,
het opgetogen zijn, de angst, vrees, begeerte, verwarring en
het smachten en dergelijke, doen zich voor met het tot leven
komen en afsterven van iemands identificatie met het lichaam
[ahankâra]
en niet met de ziel [die geen geboorte neemt of sterft, zie
11.22:
12,
11.23:
50-56,
11.25:
30].
Lamentation,
elation, fear, anger, greed, confusion and hankering, as
well as birth and death, are experiences of the false ego
and not of the pure soul.
Tekst
16
Hoogmoedig zich
ophoudend in het zelf van het materiële lichaam, de
zinnen, de levensadem en de geest, neemt het levende wezen zijn
vorm aan naar gelang de guna's en het karma en wordt hij, zich
verhoudend tot de leidraad van de grotere natuur, verschillend
omschreven met zijn rondgang in de materiële oceaan onder
het gestrenge regime van de Tijd.
The
living entity who falsely identifies with his body, senses,
life air and mind, and who dwells within these coverings,
assumes the form of his own materially conditioned qualities
and work. He is designated variously in relation to the
total material energy, and thus, under the strict control of
supreme time, he is forced to run here and there within
material existence.
Tekst
17
Dit zonder een
[andere] basis in vele vormen, naar de geest, de
spraak, de levenskracht, het grofstoffelijk lichaam en de
baatzuchtige arbeid vertegenwoordigd zijn, zal, met het zwaard
van bovenzinnelijke kennis dat werd gewet in aanbidding, worden
afgekapt door een nuchtere wijze die vrij van verlangens over
de aarde rondtrekt.
Although
the false ego has no factual basis, it is perceived in many
forms - as the functions of the mind, speech, life air and
bodily faculties. But with the sword of transcendental
knowledge, sharpened by worship of a bona fide spiritual
master, a sober sage will cut off this false identification
and live in this world free from all material
attachment.
Tekst
18
Spirituele
kennis [voert met zich mee] het onderscheiden [van
geest en stof], de Schrift en de boetedoening; de directe
ervaring, de historische verslagen en de daaruit volgende
logica; en dat wat er inderdaad alleen is van het begin tot het
einde van dit [scheppingsgebeuren] en wat het zelfde is
in het midden als de Tijd en de Uiteindelijke Oorzaak [van
brahman,
de Absolute Waarheid, zie ook B.G. 10:
30,
33,
11:
32 en
kâla].
Real
spiritual knowledge is based on the discrimination of spirit
from matter, and it is cultivated by scriptural evidence,
austerity, direct perception, reception of the
Purânas' historical narrations, and logical inference.
The Absolute Truth, which alone was present before the
creation of the universe and which alone will remain after
its destruction, is also the time factor and the ultimate
cause. Even in the middle stage of this creation's
existence, the Absolute Truth alone is the actual
reality.
Tekst
19
Net als goud,
dat voordat het werd gewrocht, halverwege werd gebruikt, en
daarna bestaand, enkel maar dat is voor alles wat van goud is,
heb Ik op dezelfde manier Mijn bestaan in de verschillende
aanduidingen van dit [geschapene].
Gold
alone is present before its manufacture into gold products,
the gold alone remains after the products' destruction, and
the gold alone is the essential reality while it is being
utilized under various designations. Similarly, I alone
exist before the creation of this universe, after its
destruction and during its maintenance.
Tekst
20
Deze geest van
gecondenseerde kennis in zijn drie condities [van waken,
slapen en onbewuste slaap], is Mijn beste, zich
manifesterend met de geaardheden als het veroorzaken [van
rajas], het veroorzaakte [van tamas] en de
veroorzaker [van sattva, vergelijk 11.22:
30], de
vierde factor die afzonderlijk bestaand de enkelvoudige
waarheid is voor ieder van hen.
The
material mind manifests in three phases of consciousness -
wakefulness, sleep and deep sleep - which are products of
the three modes of nature. The mind further appears in three
different roles - the perceiver, the perceived and the
regulator of perception. Thus the mind is manifested
variously throughout these threefold designations. But it is
the fourth factor, existing separately from all this, that
alone constitutes the Absolute Truth.
Tekst
21
Dat wat er
voorheen niet was noch er nadien is, was er halverwege ook niet
anders dan als een aanduiding; wat er ook geschapen is en door
iets anders kenbaar gemaakt werd, is feitelijk enkel dat andere
iets; dat is hoe Ik erover denk.
That
which did not exist in the past and will not exist in the
future also has no existence of its own for the period of
its duration, but is only a superficial designation. In My
opinion, whatever is created and revealed by something else
is ultimately only that other thing.
Tekst
22
De geestelijke
werkelijkheid van God zoals die is gevestigd in zijn eigen
licht openbaart de Absolute Waarheid als de verscheidenheid aan
zinnen, hun voorwerpen, de geest en de transformaties, en om
die reden straalt deze schepping naar voren, die door de
geaardheid rajas onderhevig is aan verandering, hoewel die er
niet werkelijk is [zie ook siddhânta].
Although
thus not existing in reality, this manifestation of
transformations created from the mode of passion appears
real because the self-manifested, self-luminous Absolute
Truth exhibits Himself in the form of the material variety
of the senses, the sense objects, the mind and the elements
of physical nature.
Tekst
23
Op deze manier
door de logica van het onderscheid duidelijk over het Absolute
van de Spirituele Waarheid behoort men, bedreven door te
weerleggen wat de plank misslaat, de twijfel omtrent het zelf
onderuit te halen en men bevredigd in zijn eigen geestelijke
geluk af te zien van alle lustmatige [ongereguleerde]
zaken [zie B.G. 3:
34].
Thus
clearly understanding by discriminating logic the unique
position of the Absolute Truth, one should expertly refute
one's misidentification with matter and cut to pieces all
doubts about the identity of the self. Becoming satisfied in
the soul's natural ecstasy, one should desist from all lusty
engagements of the material senses.
Tekst
24
Het lichaam uit
de aarde gevormd is niet het ware zelf, noch zijn dat de
zinnen, hun goden of de levensadem; de buitenlucht, het water,
het vuur of de geest enkel maar uit op voedsel; noch zijn dat
de intelligentie, het materiële bewustzijn, het ik dat
zichzelf de doener acht, de ether, de aarde, materiële
zaken of de oorspronkelijke staat van evenwicht.
The
material body made of earth is not the true self; nor are
the senses, their presiding demigods or the air of life; nor
is the external air, water or fire or one's mind. All these
are simply matter. Similarly, neither one's intelligence,
material consciousness nor ego, nor the elements of ether or
earth, nor the objects of sense perception, nor even the
primeval state of material equilibrium can be considered the
actual identity of the soul.
Tekst
25
Wat nu is de
verdienste van hem die volkomen is in het concentreren van zijn
zinnen - die in de grond tot de guna's behoren - en die zich
ten juiste heeft verzekerd van Mijn persoonlijke identiteit; en
wat voor verwijt zou er anderzijds zijn voor een geest die
afgeleid is? Wat zeg je van de zon waarvoor zich de wolken
schoven of ze uiteendreven?
For
one who has properly realized My personal identity as the
Supreme Godhead, what credit is there if his senses - mere
products of the material modes - are perfectly concentrated
in meditation? And on the other hand, what blame is incurred
if his senses happen to become agitated? Indeed, what does
it mean to the sun if the clouds come and go?
Tekst
26
Net zoals de
hemel niet in verlegenheid is door de komende en gaande
kwaliteiten van de seizoenen of de kwaliteiten van de lucht,
het vuur, het water en de aarde, staat evenzo de
Aldoordringende boven de beïnvloedingen door de
geaardheden van sattva, rajas en tamas, de noties van het ego
of de oorzaken van het doorlopen van opeenvolgende staten
[zie ook 1.3:
36,
3.27:
1, B.G.
7:
13].
The
sky may display the various qualities of the air, fire,
water and earth that pass through it, as well as such
qualities as heat and cold, which continually come and go
with the seasons. Yet the sky is never entangled with any of
these qualities. Similarly, the Supreme Absolute Truth is
never entangled with the contaminations of goodness, passion
and ignorance, which cause the material transformations of
the false ego.
Tekst
27
Niettemin moet
onderwijl de gehechtheid in de kwaliteiten die ontsprongen aan
de begoochelende energie worden geschuwd, totdat door Mijn
bhakti-yoga ferm [op een andere manier gehecht zijnde, zie
B.G. 7:
1], het
vuil van de geest der hartstocht is verdreven [zie B.G.
14
en **].
Nevertheless,
until by firmly practicing devotional service to Me one has
completely eliminated from his mind all contamination of
material passion, one must very carefully avoid associating
with the material modes, which are produced by My illusory
energy.
Tekst
28
Op dezelfde
manier als een ziekte, onvolkomen behandeld, zich met regelmaat
opwerpend de mens ellende bezorgt, zal de geest die niet
gezuiverd is van zijn karmische besmetting de onvolgroeide
yogî kwellen die [nog steeds] van allerhande
gehechtheden is.
Just
as an improperly treated disease recurs and gives repeated
distress to the patient, the mind that is not completely
purified of its perverted tendencies will remain attached to
material things and repeatedly torment the imperfect
yogî.
Tekst
29
Die
onvolgroeide yogî's die zich laten leiden door
beperkingen in de vorm van menselijke wezens [familieleden,
volgelingen etc., zie o.a. s'iks'âshthaka-4]
hen gestuurd door de dertig goden [zie tridas'a]
zullen, bij machte van hun vasthoudendheid in hun voorgaande
leven nog een keer overgaan tot de yogapraktijk, maar nimmer
weer in de ban raken van baatzuchtige arbeid [zie ook
11.18:
14, B.G.
6:
41-42].
Sometimes
the progress of imperfect transcendentalists is checked by
attachment to family members, disciples or others, who are
sent by envious demigods for that purpose. But on the
strength of their accumulated advancement, such imperfect
transcendentalists will resume their practice of yoga in the
next life. They will never again be trapped in the network
of fruitive work.
Tekst
30
Het normale
levende wezen, door baatzuchtige arbeid in beroering verkerend,
verkeert voortgedreven door deze of gene kracht in die staat
tot op het punt van de dood, terwijl hij die intelligent is,
hoewel zich bevindend in de materiële positie, niet zo
[wankelmoedig] is, met het opgegeven hebben van
materieel verlangen bij de ervaring van zijn eigen
geluk.
An
ordinary living entity performs material work and is
transformed by the reaction to such work. Thus he is driven
by various desires to continue working fruitively up to the
very moment of his death. A wise person, however, having
experienced his own constitutional bliss, gives up all
material desires and does not engage in fruitive
work.
Tekst
31
Hij wiens
bewustzijn is verankerd in het ware zelf staat er niet bij stil
of hij nu staat, zit, loopt of neerligt; urineert, voedsel tot
zich neemt of wat nog meer doet dat voortkomt uit zijn
geconditioneerde aard.
The
wise man, whose consciousness is fixed in the self, does not
even notice his own bodily activities. While standing,
sitting, walking, lying down, urinating, eating or
performing other bodily functions, he understands that the
body is acting according to its own nature.
Tekst
32
Hij die van
verstand is houdt niets anders voor essentieel; wanneer hij ook
maar de niet werkelijk [onafhankelijk] bestaande dingen
van de zintuigen ziet, weerlegt hij dat afzonderlijke door
logisch redeneren, zodat ze zijn als in een droom die verdwijnt
nadat men ontwaakte.
Although
a self-realized soul may sometimes see an impure object or
activity, he does not accept it as real. By logically
understanding impure sense objects to be based on illusory
material duality, the intelligent person sees them to be
contrary to and distinct from reality, in the same way that
a man awakening from sleep views his fading dream.
Tekst
33
De
veelvormigheid der onwetendheid, met de activiteit der
geaardheden voor identiek gehouden aan de ziel die er altijd al
was, Mijn beste, vindt weer zijn einde door enkel de
overweging; de ziel daarentegen wordt nimmer aangenomen of
achtergelaten.
Material
nescience, which expands into many varieties by the
activities of the modes of nature, is wrongly accepted by
the conditioned soul to be identical with the self. But
through the cultivation of spiritual knowledge, My dear
Uddhava, this same nescience fades away at the time of
liberation. The eternal self, on the other hand, is never
assumed and never abandoned.
Tekst
34
Zoals zich dat
daadwerkelijk voordoet met de zon die opkomt, wordt de
duisternis van het menselijk oog weggenomen - maar dat
[opkomen] vormt nog niet dat wat bestaat; zo ook
vernietigt schrander onderzoek van het ware van Mij de
duisternis in de intelligentie van een persoon [maar schept
niet de ziel].
When
the sun rises it destroys the darkness covering men's eyes,
but it does not create the objects they then see before
them, which in fact were existing all along. Similarly,
potent and factual realization of Me will destroy the
darkness covering a person's true consciousness.
Tekst
35
Deze
zelfverlichte, ongeboren, onmetelijke Grootheid van Verstaan
die zich van alles bewust is, is de Ene Zonder Zijns Gelijke
waar woorden hun besluit vinden, en door Wie voortgedreven de
spraak en de ademtochten zich bewegen.
The
Supreme Lord is self-luminous, unborn and immeasurable. He
is pure transcendental consciousness and perceives
everything. One without a second, He is realized only after
ordinary words cease. By Him the power of speech and the
life airs are set into motion.
Tekst
36
Welk idee van
dualiteit dat het zelf er ook op na mag houden is wat de unieke
ziel betreft enkel maar een hersenschim, daar het voorwaar geen
basis kent buiten dat eigenlijke zelf om [vergelijk
7.13:
7].
Whatever
apparent duality is perceived in the self is simply the
confusion of the mind. Indeed, such supposed duality has no
basis to rest upon apart from one's own soul.
Tekst
37
De
dualistische, fantasierijke interpretatie [in termen van
goed en kwaad, zie ook 11.21:
16] door
de zogenaamde geleerden van deze, in namen en vormen
waarneembare, dualiteit welke onmiskenbaar bestaat uit de vijf
elementen, is geheel en al ijdel [zie ook
5.6:
11].
The
duality of the five material elements is perceived only in
terms of names and forms. Those who say this duality is real
are pseudoscholars vainly proposing fanciful theories
without basis in fact.
Tekst
38
Het lichaam van
de yogî die onervaren tracht over te gaan tot de
yogapraktijk, kan ten prooi vallen aan de verstoringen die zich
voordoen; in dat verband is het volgende de voorgeschreven
gedragswijze:
The
physical body of the endeavoring yogî who is not yet
mature in his practice may sometimes be overcome by various
disturbances. Therefore the following process is
recommended.
Tekst
39
Sommige
verstoringen kunnen worden overwonnen door meditatiehoudingen
[âsana's]
in combinatie met concentratie [dhârana],
boetedoening [tapas
***],
mantra's
en geneeskrachtige kruiden.
Some
of these obstructions may be counteracted by yogic
meditation or by sitting postures, practiced together with
concentration on controlled breathing, and others may be
counteracted by special austerities, mantras or medicinal
herbs.
Tekst
40
Sommige van de
ongunstige omstandigheden kan men stap voor stap te boven komen
door voortdurend aan Mij te denken [Vishnu-smarana]
middels het hooghouden van Mijn namen en dergelijke
[japa,
sankîrtana]
en door te treden in het voetspoor van de meesters van de yoga
[zie ook B.G. 6:
25].
These
inauspicious disturbances can be gradually removed by
constant remembrance of Me, by congregational hearing and
chanting of My holy names, or by following in the footsteps
of the great masters of yoga.
Tekst
41
Enkelen
[enkele yogî's] die met verschillende methoden
verankerd in het jeugdige dit zelfbeheerste materiële
lichaam geschikt maken gaan aldus te werk terwille van mystieke
volmaaktheden [siddhi's].
By
various methods, some yogîs free the body from disease
and old age and keep it perpetually youthful. Thus they
engage in yoga for the purpose of achieving material mystic
perfections.
Tekst
42
Door hen die
onderlegd zijn wordt dat niet hoog gehouden, er zeker van dat
dat ondernemen nogal zinloos is, omdat het lichaam, als de
vrucht van een boom, vergankelijk is [zie ook
11.15:
33].
This
mystic bodily perfection is not valued very highly by those
expert in transcendental knowledge. Indeed, they consider
endeavor for such perfection useless, since the soul, like a
tree, is permanent, but the body, like a tree's fruit, is
subject to destruction.
Tekst
43
De verstandige
persoon die inziet hoe iemand die regelmatig de yoga beoefenend
de geschiktheid verwerft, hecht, in toewijding tot Mij het in
de yoga opgevend [met welk nevenmotief ook], daar geen
[overwegend] geloof aan [*4].
Although
the physical body may be improved by various processes of
yoga, an intelligent person who has dedicated his life to Me
does not place his faith in the prospect of perfecting his
physical body through yoga, and in fact he gives up such
procedures.
Tekst
44
De yogî
die dit proces van de yoga volgt wordt, vrij van hunkering met
het zich op Mij beroepen, niet tegengehouden door obstakels en
ervaart zijn eigen [ziels-]geluk.
The
yogî who has taken shelter of Me remains free from
hankering because he experiences the happiness of the soul
within. Thus while executing this process of yoga, he is
never defeated by obstacles.
*:
In tegenstelling tot populaire inzichten dat het medium de
booschap zou zijn, wordt hier duidelijk gesteld dat het medium
dus niet de boodschap is. De woorden en de ideeën, en ook
de z.g. vaste vorm der dingen, zijn allen vals in verhouding
tot de oorspronkelijke waarheid, het bericht, de essentie. Dat
wat uitgedrukt wordt is de essentie, niet de uitdrukking zelve.
Zo is het ene levende wezen van de persoon en de levende
materiële natuur met haar Tijd als het mannelijk aspect de
essentie, en zijn alle ideeën, gefixeerde dingen ervan en
woorden erover in feite vals. Aldus hebben we de paradox van de
in zichzelf valse uitdrukking in dingen, woorden en
ideeën, deze zin voor u als lezer b.v., van wat op zich
waar is als de heelheid van het leven. Zo zijn er dan beelden
van Krishna die worden vereerd met de waarschuwing ze beslist
niet als materieel te mogen zien. Aldus zijn kritiek en lof,
goed en kwaad, noties die de plank misslaan van wat objectief
de waardevrije werkelijkheid is van brahman, de Absolute
Waarheid van de werkelijkheid die van binnen zowel als van
buiten vrij is van illusie. Of zoals men dat heden ten dage
zegt: wetenschap is waardevrij.
**:
De strekking van dit vers is dat, ookal is de materiële
natuur, als Zijn gigantische virât-rûpa gedaante,
niet verschillend van de Opperheer (zoals uitvoerig beschreven
in dit en andere hoofdstukken), degene die het materiële
verlangen nog moet overwinnen niet kunstmatig zijn heil moet
zoeken in materiële zaken, met de verklaring dat ze toch
niet van de Heer zouden verschillen [zie p.p.
11.28:
27].
***:
Met betrekking tot boete zij de beginner eraan herinnerd dat
vrijwillige boete, vrijwillig lijden en afzien, beter is dan
opgelegde boete in de vorm van een ziekte, vervolging door de
wet, nood lijden en calamiteiten e.d. Zoals het is met de Joden
in Exodus die er klaar voor waren om Egypte te verlaten moet
men klaar staan voor de komst van de Heer [zie ook
11.17:
42 en
B.G. 2:
40,
12:
16].
*4:
Men zij er hier aan herinnerd dat types als Râvana
en Hiranyakas'ipu
eveneens aan yoga deden en de geschiktheid verwierven; het
verwerven van perfecties op die manier kan even zo goed een
demonisch iets zijn en vormt dus geen geloofsartikel zoals dat
hier wordt gesteld. Het gaat meer om het motief dat de
yogî de Heer bereikt. Beheersing en orde is een schone
zaak om te realiseren, maar zonder de Heer is het evenzogoed
een zaak van de duivel.
