(5) De Lotusogige
Opperheer, de Handhaver van het Universum, er op af zag
het en haalde het met Zijn linker hand met gemak naar
boven.

(9) S'rî S'uka
zei: 'De koning aldus in die hoedanigheid ondervraagd
door Krishna wiens gedaanten onbegrensd zijn, verboog met
zijn helm zo schitterend als de zon zich voor
Mâdhava en sprak tot Hem.

(22) Naar aanleiding
van dit voorval werd ik door de boodschappers van
Yamarâja meegevoerd naar zijn verblijf en werd ik
daar door de Heer van de Dood en de Vergelding [als
volgt] ondervraagd, o God der Goden, o Meester van
het Universum [zie ook 5.26: 6, 6.1: 31 en 6.3]:
(23) 'Wilt u eerst uw slechte daden ondergaan, o Koning,
of liever uw goede daden; daar ik het einde niet kan zien
van de glanzende wereld van wat u religieus in
liefdadigheid wegschonk.'

Hoofdstuk
65:
Heer
Balarâma in Vrindâvana en de Stroom
Verdeeld

(27) Yamunâ aldus
berispt, bevreesd Hem ten voeten gevallen, o Koning,
sprak trillend voor het Yadu-kind de woorden: (28)
'Râma, Râma, o machtig gearmde, ik ben er
niet mee bekend waar U toe in staat bent. U door wiens
enkele deelaspect [van S'esha] de aarde wordt
hooggehouden, o Meester van het Universum.

Hoofdstuk
66:
De
Valse Vâsudeva Paundraka en Zijn Zoon Verzengd door
Hun Eigen Vuur

(16) Met drietanden,
knotsen en knuppels, spiesen, messen, projectielen met
weerhaken, lansen, zwaarden, bijlen en pijlen werd de
Heer aangevallen door de vijanden.

Hoofdstuk
67:
Balarâma
Maakt een Einde aan de Aap Dvivida

(9-10) Aldaar trof hij
Balarâma de Heer der Yadu's aan die met een
lotusbloemenslinger om en hoogst aantrekkelijk in al Zijn
leden temidden van een verzameling vrouwen met Zijn ogen
rollend aan het zingen was bedwelmd van het
vârunî drinken [zie ook 10.65: 19],
waarbij Zijn lichaam zo schitterend gloeide als een
olifant in de bronst.

(16) Geconfronteerd met
de grofheid en de landstreken door hem geteisterd, nam
Hij vertoornd Zijn knots ter hand en Zijn ploeg, er toe
besloten de vijand ter dood te brengen.

Hoofdstuk
68:
Het
Huwelijk van Sâmba en de Kuru Stad Gesleept Bevend
voor Zijn Woede

(41) Met de punt van
Zijn ploeg trok Hij woedend de stad Hastinâpura
naar Zich toe en sleurde die mee met de bedoeling hem in
de Ganges te werpen.