
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Lord
Balarâma Visits Vrindâvana
Tekst
1:
S'rî
S'uka zei: 'O beste van de Kuru's, de Allerhoogste Heer
Balarâma klom [op een dag] in Zijn wagen er naar
verlangend Zijn vrienden te zien en reisde af naar Nanda's
koeherdersdorp.
S'ukadeva
Gosvâmî said: O best of the Kurus, once Lord
Balarâma, eager to visit His well-wishing friends,
mounted His chariot and traveled to Nanda Gokula.
Tekst
2:
Door de gopa's
en de gopî's, die Hem voor een lange tijd inderdaad
hadden gemist, werd Râma omhelsd en met het brengen van
Zijn eerbetuigingen voor Zijn ouders werd Hij vreugdevol
begroet met gebeden:
Having
long suffered the anxiety of separation, the cowherd men and
their wives embraced Lord Balarâma. The Lord then
offered respects to His parents, and they joyfully greeted
Him with prayers.
Tekst
3:
'O afstammeling
van Das'ârha, bescherm ons alsJeblieft altijd tezamen met
Je jongere broer, de Heer van het Levende Wezen', en dit gezegd
hebbende trokken ze Hem dicht naar zich toe op hun schoten en
omhelsden ze Hem, Hem bevochtigend met het nat van hun
tranen.
[Nanda
and Yas'odâ prayed,] "O descendant of
Das'ârha, O Lord of the universe, may You and Your
younger brother Krishna ever protect us." Saying this, they
raised S'rî Balarâma onto their laps, embraced
Him and moistened Him with tears from their eyes.
Tekst
4-6:
Toen zich naar
de koeherders begevend en met glimlachen hun handen
beetgrijpend, een comfortabele zitplaats krijgend en zo meer,
stelden zij, die al hun goede geluk hadden geofferd aan de
lotus-ogige Krishna en zich van alle kanten hadden verzameld,
met Hem op Z'n gemak met stemmen verstikt van de liefde vragen
met betrekking tot het welzijn van hun
dierbaren:
Lord
Balarâma then paid proper respects to the elder
cowherd men, and the younger ones all greeted Him
respectfully. He met them all with smiles, handshakes and so
on, dealing personally with each one according to age,
degree of friendship, and family relationship. Then, after
resting, the Lord accepted a comfortable seat, and they all
gathered around Him. With voices faltering out of love for
Him, those cowherds, who had dedicated everything to
lotus-eyed Krishna, asked about the health of their dear
ones [in Dvârakâ], and Balarâma in
turn asked about the cowherds' welfare.
Tekst
7:
'O
Balarâma gaat het onze verwanten allemaal goed?
Herinneren zich al de Jouwen, vrouwen en kinderen tezaam, ons
nog o Râma?
[The
cowherds said:] O Râma, are all our relatives
doing well? And Râma, do all of you, with your wives
and children, still remember us?
Tekst
8:
Tot ons grote
geluk werd de zondige Kamsa ter dood gebracht en werden onze
verwanten bevrijd; goddank werden onze vijanden gedood en
overwonnen en vonden zij beschutting in een fort
[Dvârakâ]!
It
is our great fortune that sinful Kamsa has been killed and
our dear relatives freed. And it is also our good fortune
that our relatives have killed and defeated their enemies
and found complete security in a great fortress.
Tekst
9:
Zeer vereerd
Râma in hun midden te zien vroegen de gopî's met
een glimlach: 'Geniet Krishna, de lieveling van de dames in de
stad, een gelukkig leven?
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Honored to have the
personal audience of Lord Balarâma, the young
gopîs, smiled and asked Him, "Is Krishna, the darling
of the city women, living happily?
Tekst
10:
Denkt Hij nog
wel aan Zijn mensen, zijn [pleeg-] Vader en Zijn
Moeder; zal Hij er ooit nog eens toe komen in eigen persoon
Zijn moeder weer te zien en herinnert Hij met Zijn machtige
armen Zich onze standvastige dienst nog?
"Does
He remember His family members, especially His father and
mother? Do you think He will ever come back even once to see
His mother? And does mighty-armed Krishna remember the
service we always did for Him?
Tekst
11-12:
Terwille van
Hem hebben we, o Heer, onze mensen die zo moeilijk op te geven
zijn in de steek gelaten; onze moeders, vaders, echtgenoten,
kinderen en zusters, o afstammeling van Das'ârha. Ons
opeens afwijzend, ons verlatend, wij hier, brak Hij met de
vriendschap; welke vrouw zou geen geloof hechten er dan nu mee
aangesproken?
"For
Krishna's sake, O descendant of Dâs'ârha, we
abandoned our mothers, fathers, brothers, husbands, children
and sisters, even though these family relations are
difficult to give up. But now, O Lord, that same Krishna has
suddenly abandoned us and gone away, breaking off all
affectionate ties with us. And yet how could any woman fail
to trust His promises?
Tekst
13:
Hoe inderdaad
zouden die slimme stadsvrouwen acht kunnen slaan op de woorden
van Hem zo onstandvastig van hart met Zijn verbreken; zij
worden in werkelijkheid, met Zijn prachtige spreken en mooie
glimlachen, tot leven gewekt door de lust
aangespoord.
"How
can intelligent city women possibly trust the words of one
whose heart is so unsteady and who is so ungrateful? They
must believe Him because He speaks so wonderfully, and also
because His beautiful smiling glances arouse their
lust.
Tekst
14:
Wat nut het ons
Hem ter sprake te brengen o gopî's, laten we het
alsjeblieft over wat anders hebben; als Hij Zijn tijd zonder
ons doorbrengt, laten wij dan het zelfde doen [zie ook
10.47:
47].'
"Why
bother talking about Him, dear gopî? Please talk of
something else. If He passes His time without us, then we
shall similarly pass ours [without Him]."
Tekst
15:
Zich aldus
onderhoudend over de goedlachsheid, de gesprekken en de
aantrekkelijke blikken en zich de manier van lopen en
liefdevolle omhelzing van S'âuri herinnerend, moesten de
vrouwen huilen.
While
speaking these words, the young cowherd women remembered
Lord S'auri's laughter, His pleasing conversations with
them, His attractive glances, His style of walking and His
loving embraces. Thus they began to cry.
Tekst
16:
Sankarshana, de
Opperheer, als een expert in de verschillende wijzen van steun
verlenen, troostte hen met Krishna's vertrouwelijke
boodschappen die hen in hun harten raakten.
The
Supreme Lord Balarâma, the attractor of all, being
expert at various kinds of conciliation, consoled the
gopîs by relaying to them the confidential messages
Lord Krishna had sent with Him. These messages deeply
touched the gopîs' hearts.
Tekst
17
Râma
verbleef daar toen voor de duur van de twee maanden Madhu en
Mâdhava [de eerste twee na de lente-equinox], en
inderdaad ook tijdens de nacht de gopî's
[amoureuze] verrukking verschaffend [zie ook
10.15:
8].
Lord
Balarâma, the Personality of Godhead, resided there
for the two months of Madhu and Mâdhava, and during
the nights He gave His cowherd girlfriends conjugal
pleasure.
Tekst
18
In een stukje
bos nabij de Yamunâ [bekend als
S'rîrâma-ghaththa] met in de wind de geur van
['s nachts bloeiende] kumuda lotussen, genoot Hij,
badend in het licht van de volle maan, er van door de vele
vrouwen bediend te worden.
In
the company of numerous women, Lord Balarâma enjoyed
in a garden by the Yamunâ River. This garden was
bathed in the rays of the full moon and caressed by breezes
bearing the fragrance of night-blooming lotuses.
Tekst
19
Door Varuna
gebracht vloeide uit de holte van een boom de goddelijke
[bedwelmende drank] Vârunî die met zijn
aroma het gehele bos zelfs nog meer deed geuren.
Sent
by the demigod Varuna, the divine Vârunî liquor
flowed from a tree hollow and made the entire forest even
more fragrant with its sweet aroma.
Tekst
20
Balarâma,
die de geur opsnoof van die honingstroom meegevoerd door de
wind, ging er op af en dronk ervan samen met de vrouwen.
The
wind carried to Balarâma the fragrance of that flood
of sweet liquor, and when He smelled it He went [to the
tree]. There He and His female companions drank.
Tekst
21
Pauken
weerklonken in de hemel, de Gandharva's lieten vol vreugde
bloemen neerregenen en de wijzen prezen Râma in Zijn
heldendaden.
At
that time kettledrums resounded in the sky, the Gandharvas
joyfully rained down flowers, and the great sages praised
Lord Balarâma's heroic deeds.
Tekst
22
En terwijl de
zangers van de hemel de heerlijkheid bezongen genoot Hij, nog
mooier in de kring van jonge vrouwen, als was Hij Indra's
olifantenstier met een kudde wijfjes.
As
the Gandharvas sang His glories, Lord Balarâma enjoyed
within the brilliant circle of young women. He appeared just
like Indra's elephant, the lordly Airâvata, enjoying
in the company of she-elephants.
Tekst
23
Met Zijn
avonturen bezongen door de vrouwen zwierf Halâyudha
[Balarâma als 'gewapend met de ploeg'] onder
invloed rond door het bos met Zijn ogen zwaar van de
bedwelming.
As
His deeds were sung, Lord Halâyudha wandered as if
inebriated among the various forests with His girlfriends.
His eyes rolled from the effects of the liquor.
Tekst
24-25
Met bloemen,
met een oorhanger, zot van het genoegen, met Zijn
Vaijayantî bloemenslinger om en met Zijn lachende,
lotusgelijke gezicht overdekt door zweetdruppeltjes als waren
het sneeuwvlokken, riep Hij om de Yamunâ met het
voornemen in het water te spelen, maar toen de rivier zijn
dronken woorden daarmee negeerde, werd zij door Hem met de punt
van Zijn ploeg kwaad dat ze niet kwam erbij gesleept:
Intoxicated
with joy, Lord Balarâma sported flower garlands,
including the famous Vaijayantî. He wore a single
earring, and beads of perspiration decorated His smiling
lotus face like snowflakes. The Lord then summoned the
Yamunâ River so that He could play in her waters, but
she disregarded His command, thinking He was drunk. This
angered Balarâma, and He began dragging the river with
the tip of His plow.
Tekst
26
'Jij zondige,
je komt niet, terwijl je door Mij bent geroepen, en omdat je
naar je zin bewegend Me niet gerespecteerd hebt, zal Ik je in
honderdvoud opbrengen met de punt van Mijn ploeg!'
[Lord
Balarâma said:] O sinful one disrespecting Me, you
do not come when I call you but rather move only by your own
whim. Therefore with the tip of My plow I shall bring you
here in a hundred streams!
Tekst
27
Yamunâ
aldus berispt, bevreesd Hem ten voeten gevallen, o Koning,
sprak trillend voor het Yadu-kind de woorden
[*]:
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Thus scolded by the
Lord, O King, the frightened river-goddess Yamunâ came
and fell at the feet of S'rî Balarâma, the
beloved descendant of Yadu. Trembling, she spoke to Him the
following words.
Tekst
28
'Râma,
Râma, o machtig gearmde, ik ben er niet mee bekend waar U
toe in staat bent. U door wiens enkele deelaspect [van
S'esha] de aarde wordt hooggehouden, o Meester van het
Universum.
[Goddess
Yamunâ said:] Râma, Râma, O
mighty-armed one! I know nothing of Your prowess. With a
single portion of Yourself You hold up the earth, O Lord of
the universe.
Tekst
29
AlstUblieft, o
Allerhoogste Heer, laat mij die zich heeft overgegeven gaan, ik
had geen weet van de status van [U als de] Allerhoogste
Persoonlijkheid, o Ziel van het Universum zo vol van mededogen
voor Uw toegewijden!'.
My
Lord, please release me. O soul of the universe, I didn't
understand Your position as the Supreme Godhead, but now I
have surrendered unto You, and You are always kind to Your
devotees.
Tekst
30
Er toe verzocht
gaf Balarâma, de Allerhoogste Heer, de Yamunâ de
vrijheid en dompelde Zich toen met de vrouwen onder in het
water als was hij de olifantenkoning met zijn dames.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Thereupon Lord
Balarâma released the Yamunâ and, like the king
of the elephants with his entourage of she-elephants,
entered the river's water with His female companions.
Tekst
31
Zich naar
hartelust uitgeleefd hebbend en uit het water gekomen bood
Kânti ['de vrouwelijke schoonheid, de helderheid van
de maan', een naam van Lakshmî] een blauw stel kleren
aan, hoogst kostbare sieraden en een verrukkelijke
halsketting.
The
Lord played in the water to His full satisfaction, and when
He came out Goddess Kânti presented Him with blue
garments, precious ornaments and a brilliant
necklace.
Tekst
32
Zich aankledend
met de blauwe kledingstukken en de gouden halsketting omdoend
kwam Hij, uitnemend opgesierd en ingesmeerd, zo magnifiek voor
de dag als de olifant van de grote heer Indra.
Lord
Balarâma dressed Himself in the blue garments and put
on the gold necklace. Anointed with fragrances and
beautifully adorned, He appeared as resplendent as Indra's
royal elephant.
Tekst
33
Tot op vandaag
worden, o Koning, de stromen van de Yamunâ getrokken door
Balarâma zo onbegrensd in Zijn vermogen, gezien als
bewijs van Zijn kunnen.
Even
today, O King, one can see how the Yamunâ flows
through the many channels created when it was dragged by the
unlimitedly powerful Lord Balarâma. Thus she
demonstrates His prowess.
Tekst
34
Aldus
voltrokken voor Râma, in Zijn geest bekoord door de
uitgelezen vrouwenschaar van de koeiengemeenschap, al de
nachten die Hij in Vraja genoot, zich als betrof het
één enkele nacht.
Thus
for Lord Balarâma all the nights passed like a single
night as He enjoyed in Vraja, His mind enchanted by the
exquisite charm and beauty of Vraja's young ladies.
*
De
paramparâ geeft als commentaar: 'Volgens S'rîla
Jîva Gosvâmî, is de godin die verscheen voor
Heer Balarâma een expansie van S'rîmatî
Kâlindî, een van Heer Krishna's koninginnen in
Dvârakâ. S'rîla Jîva
Gosvâmî noemt haar een "schaduw" van
Kâlindî, en S'rîla Vis'vanâtha
Cakravartî bevestigt dat ze een expansie is van
Kâlindî, niet Kâlindî zelf.
S'rîla Jîva Gosvâmî levert ook bewijs
met de S'rî Hari- vams'a uitspraak -
pratyuvâcârnava-vadhûm - dat de Godin van de
Yamunâ de echtgenote van de oceaan is. De Hari-vams'a
refereert derhalve ook wel aan haar als
sâgarânganâ.'
