(17) Toen
de twee grote strijdwagenvechters er een bad namen en van
het heldere water dronken, zagen de twee Krishna's
[zie B.G. 10: 37] een maagd lopen bekoorlijk om
te zien.
(45) Aldus vernemend
over de gestelde voorwaarde, trok de Meester Zijn kleren
strak aan en onderwierp Hij, zichzelf in zeven
veranderend, ze als was het kinderspel.

Hoofdstuk
59:
Mura
en Bhauma Gedood en de Gebeden van
Bhûmî

(7) Zijn drietand
opheffend, zeer lastig om naar te kijken met een gloed zo
verschrikkelijk als het vuur van de zon, ging hij, als
wilde hij met zijn vijf monden de drie werelden
verzwelgen, over tot de aanval zoals de zoon van
Târkshya [Garuda] een slang aanvalt.

(21) Om Krishna te doden nam Bhauma, gefrustreerd in zijn
pogingen, zijn drietand ter hand, maar voordat hij hem
zelfs maar kon lanceren, sneed de Heer met de
scherpgerande schijf van Zijn cakra het hoofd van
Bhaumâsura eraf terwijl die op zijn olifant
zat.

(34) Toen de vrouwen
Hem, de meest uitzonderlijke van alle mannen, zagen
binnenkomen, kozen ze bekoord voor Hem, die het lot had
gebracht, als de echtgenoot die ze zich wensten.

Hoofdstuk
60:
Heer
Krishna Plaagt Koningin Rukminî

(20) Wij onverschillig
over een thuis en een lichaam talen werkelijk niet naar
echtgenotes, kinderen en rijkdommen; Wij houden Ons
volledig tevreden in Onszelf op zoals licht dat doet niet
betrokken bij welke actie ook.'

Hoofdstuk
61:
Heer
Balarâma Maakt een Einde aan Rukmî op
Aniruddha's Huwelijk

(36)
Op
deze manier in de zegenrijke bijeenkomst [van het
huwelijk], door Rukmî beledigd, de risee
geworden van de aanwezige koningen hief Hij woedend Zijn
knots en sloeg Hij hem dood.

Hoofdstuk
62:
Ûshâ
Verliefd en Aniruddha Ingerekend

(17)
Zich aldus
uitlatend tekende ze natuurgetrouw halfgod en zanger van
de hemel, de vervolmaakte, de achtenswaardige en de
laag-bij-de-grondse slang, de demon, de magiër, de
bovennatuurlijke en de mens.

(28)
Bâna toen hij
hoorde van de ontering van zijn dochter begaf zich hoogst
verstoord terstond naar de maagdenkwartieren alwaar hij
bij aankomst de meest excellente van de Yadu's
aantrof.

Hoofdstuk
63:
De
Koorts in de Strijd en Bâna
Verslagen

(6) Bhagavân
S'iva reed uit op Nandi, zijn stier, tezamen met zijn
zoon [Kârtikeya, zijn generaal] en werd
vergezeld door de Pramatha's [zijn verschillende
mystieke toegehorigen] om terwille van Bâna te
vechten met Râma en Krishna.

(23) Heer
Nârâyana, hem ziend, liet daarop Zijn koorts
los [extreem koud daarentegen] zodat de twee
Jvara's van Mâhes'vara en Vishnu met elkaar in
gevecht raakten.