
Source
Texts:
Lord
Krishna Fights with Bânâsura
Text
1:
S'rî
S'uka zei: 'Toen, o zoon van Bharata, brachten Aniruddha's
verwanten, hem aldus niet meer ziend, de vier maanden van het
regenseizoen door in weeklagen.
S'ukadeva
Gosvâmî said: O descendant of Bharata, the
relatives of Aniruddha, not seeing Him return, continued to
lament as the four rainy months passed.
Text
2:
Met van
Nârada het nieuws horend over wat Hij had gedaan en dat
Hij gevangen was genomen, gingen de Vrishni's, die Krishna als
hun aanbiddelijke godheid hadden, naar
S'onitapura.
After
hearing from Nârada the news of Aniruddha's deeds and
His capture, the Vrishnis, who worshiped Lord Krishna as
their personal Deity, went to S'onitapura.
Text
3-4:
De besten der
Sâtvata's te weten Pradyumna, Yuyudhâna
[Sâtyaki], Gada, Sâmba, en Sârana;
Nanda, Upananda, Bhadra en anderen, kwamen Râma en
Krishna volgend bijeen met twaalf akshauhinî's en
belegerden van alle zijden het geheel van Bâna's
stad.
With
Lord Balarâma and Lord Krishna in the lead, the chiefs
of the Sâtvata clan - Pradyumna, Sâtyaki, Gada,
Sâmba, Sârana, Nanda, Upananda, Bhadra and
others - converged with an army of twelve divisions and laid
siege to Bânasura's capital, completely surrounding
the city on all sides.
Text
5:
Toen hij zag
hoe de stadstuinen, de stadsmuren en uitkijktorens werden
vernield kwam hij, vol van woede, voor hen naar buiten met een
leger dat net zo groot was.
Bânâsura
became filled with anger upon seeing them destroy his city's
suburban gardens, ramparts, watchtowers and gateways, and
thus he went out to confront them with an army of equal
size.
Text
6:
Bhagavân
S'iva reed uit op Nandi, zijn stier, tezamen met zijn zoon
[Kârtikeya, zijn generaal] en werd vergezeld door
de Pramatha's [zijn verschillende mystieke
toegehorigen] om terwille van Bâna te vechten met
Râma en Krishna.
Lord
Rudra, accompanied by his son Kârtikeya and the
Pramathas, came riding on Nandi, his bull carrier, to fight
Balarâma and Krishna on Bâna's behalf.
Text
7:
Wat zich toen
voordeed, o Koning, was een heftige, ontstellende, strijd die
je de haren te berge deed rijzen waarbij Krishna in het geweer
kwam tegen S'ankara en Pradyumna tegen Kârtikeya.
A
most astonishing, tumultuous and hair-raising battle then
commenced, with Lord Krishna matched against Lord S'ankara,
and Pradyumna against Kârtikeya.
Text
8:
Kumbhânda
en Kûpakarna hadden een gevecht met Balarâma,
Sâmba met de zoon van Bâna en Satyâki met
Bâna zelf.
Lord
Balarâma fought with Kumbhânda and
Kûpakarna, Sâmba with Bâna's son, and
Sâtyaki with Bâna.
Text
9:
Met Heer
Brahmâ aan het hoofd kwamen om er getuige van te zijn in
hun hemelse voertuigen de leiders van de goddelijken, de
wijzen, de vervolmaakten en de achtenswaardigen; de zangers en
dansmeisjes van de hemel zowel als de geesten.
Brahmâ
and the other ruling demigods, along with Siddhas,
Câranas and great sages, as well as Gandharvas,
Apsarâs and Yakshas, all came in their celestial
airplanes to watch.
Text
10-11:
Scherpgepunte
pijlen afschietend met Zijn boog, de S'arnga, verdreef S'auri
[Krishna] de Bhûta's [geesten der
overledenen], de Pramatha's [mystieke geesten], de
Guhyaka's [de schatbewaarders van Kuvera], de
Dâkinî's [de vrouwelijke demonen van
Kâli], de Yâtudhâna's [beoefenaren
van de zwarte magie], de Vetâla's [de
vampieren], de Vinâyaka's [demonen van scholing,
afleiders, kankeraars], de Preta's [spoken en
gnomen], de Mâtâ's [demonische
moeders], de Pis'âca's [duivelskinderen], de
Kushmânda's [meditatieverstoorders, ziekmakers]
en de Brahma-râkshasa's [gevallen brahmanen als in
9.9:
25] die
S'ankara allemaal volgden.
With
sharp-pointed arrows discharged from His bow S'ârnga,
Lord Krishna drove away the various followers of Lord S'iva
- Bhûtas, Pramathas, Guhyakas, Dâkinîs,
Yâtudhânas, Vetâlas, Vinâyakas,
Pretas, Mâtâs, Pis'âcas, Kushmândas
and Brahma-râkshasas.
Text
12:
De hanteerder
van de drietand [Pinâkî ofwel S'iva] zich
bedienend van verschillende soorten wapens tegen Hem die de
S'arnga Spande zag ze allemaal geneutraliseerd met wapens van
afweer; ze konden de Drager van de S'arnga niet van Zijn stuk
brengen.
Lord
S'iva, wielder of the trident, shot various weapons at Lord
Krishna, wielder of S'ârnga. But Lord Krishna was not
in the least perplexed: He neutralized all these weapons
with appropriate counterweapons.
Text
13:
Hij zette een
brahmâstra
in tegen een brahmâstra, een bergwapen tegen een
windwapen, een regenwapen tegen een vuurwapen en Zijn
nârâyanâstra [Zijn persoonlijke
wapen] tegen S'iva's [persoonlijke]
pâs'upatâstra [het 'beestenriem'-wapen].
Lord
Krishna counteracted a brahmâstra with another
brahmâstra, a wind weapon with a mountain weapon, a
fire weapon with a rain weapon, and Lord S'iva's personal
pâs'upatâstra weapon with His own personal
weapon, the nârâyanâstra.
Text
14:
Daarop heer
S'iva begoochelend, door hem aan het gapen te brengen met een
gaapwapen, trof S'auri Bâna's leger met Zijn zwaard, Zijn
knots en Zijn pijlen.
After
bewildering Lord S'iva by making him yawn with a yawning
weapon, Lord Krishna proceeded to strike down
Bânâsura's army with His sword, club and
arrows.
Text
15:
Kârtikeya
geplaagd door Pradyumna's pijlen die van alle kanten op hem
neerregenden, vluchtte op zijn pauwe-voertuig weg van het
slagveld, met zijn ledematen stromend van het bloed.
Lord
Kârtikeya was distressed by the flood of Pradyumna's
arrows raining down from all sides, and thus he fled the
battlefield on his peacock as blood poured from his
limbs.
Text
16:
Kumbhânda
en Kûpakarna geteisterd door de knots vielen en hun
legers, van wie de leiders nu dood waren, vluchtten in alle
richtingen.
Kumbhânda
and Kûpakarna, tormented by Lord Balarâma's
club, fell down dead. When the soldiers of these two demons
saw that their leaders had been killed, they scattered in
all directions.
Text
17
Bâna
geplaatst voor zijn uiteengeslagen troepen, liet Sâtyaki
die hij bevocht voor wat hij was, stak in zijn strijdwagen het
slagveld over en viel hoogst verbeten Krishna
aan.
Bânâsura
was furious to see his entire military force being torn
apart. Leaving his fight with Sâtyaki, he charged
across the battlefield on his chariot and attacked Lord
Krishna.
Text
18
Bâna
buiten zichzelf van het vechten spande met twee pijlen op ieder
aanleggend, in één keer het geheel van zijn
vijfhonderd bogen.
Excited
to a frenzy by the fighting, Bâna simultaneously
pulled taut all the strings of his five hundred bows and
fixed two arrows on each string.
Text
19
Deze bogen
werden door Bhagavân allen tegelijk doorkliefd en nadat
de strijdwagen, de paarden en de wagenmenner waren geraakt,
blies Hij op Zijn schelphoorn.
Lord
S'rî Hari split every one of Bânâsura's
bows simultaneously, and also struck down his chariot
driver, chariot and horses. The Lord then sounded His
conchshell.
Text
20
[toen...]
In de hoop het leven van haar zoon te redden, plaatste zijn
moeder, genaamd Kotharâ, zichzelf naakt, met haar haar
losgemaakt, pal voor Krishna.
Just
then Bânâsura's mother, Kotharâ, desiring
to save her son's life, appeared before Lord Krishna naked
and with her hair undone.
Text
21
Toen Heer
Gadâgraja daarop Zijn gelaat afwendde om de naakte vrouw
niet te hoeven zien, nam Bâna zonder zijn wagen en met
zijn boog gebroken, de kans waar om de stad in te
vluchten.
Lord
Gadâgraja turned His face away to avoid seeing the
naked woman, and Bânâsura - deprived of his
chariot, his bow shattered - took the opportunity to flee
into his city.
Text
22
Maar met
S'iva's volgelingen verdreven wierp Jvara, de
[verpersoonlijking van S'iva's hete] koorts met drie
hoofden en drie voeten, zich naar voren op de afstammeling van
Dâs'arha af alsof hij de tien windrichtingen in vuur en
vlam zou zetten [zie
*].
After
Lord S'iva's followers had been driven away, the
S'iva-jvara, who had three heads and three feet, pressed
forward to attack Lord Krishna. As the S'iva-jvara
approached, he seemed to burn everything in the ten
directions.
Text
23
Heer
Nârâyana, hem ziend, liet daarop Zijn koorts los
[extreem koud daarentegen] zodat de twee Jvara's van
Mâhes'vara en Vishnu met elkaar in gevecht
raakten.
Seeing
this personified weapon approach, Lord Nârâyana
then released His own personified fever weapon, the
Vishnu-jvara. The S'iva-jvara and Vishnu- jvara thus battled
each other.
Text
24
Die van
Mâhes'vara schreeuwde het uit gepijnigd door de kracht
van die van Vishnu en nergens een veilig heenkomen vindend
begon Mâhes'vara's Jvara dorstend naar bescherming devoot
Hrishîkes'a te prijzen met gevouwen
handen.
The
S'iva-jvara, overwhelmed by the strength of the
Vishnu-jvara, cried out in pain. But finding no refuge, the
frightened S'iva-jvara approached Lord Krishna, the master
of the senses, hoping to attain His shelter. Thus with
joined palms he began to praise the Lord.
Text
25
De Jvara zei:
'Ik buig me neer voor U, de Allerhoogste Heer Onbegrensd in
Zijn Vermogens, de Ziel van Allen Zuiver van Bewustzijn, de
Oorzaak van het geheel van de schepping, voleinding en
handhaving van het het universum; U de Absolute Waarheid van
Volmaakte Vrede waaraan de Veda's indirect
refereren.
The
S'iva-jvara said: I bow down to You of unlimited potencies,
the Supreme Lord, the Supersoul of all beings. You possess
pure and complete consciousness and are the cause of cosmic
creation, maintenance and dissolution. Perfectly peaceful,
You are the Absolute Truth to whom the Vedas indirectly
refer.
Text
26
U als de
loochening van deze mâyâ van de tijd, het lot, de
karmische werklast, de geneigdheden daaromtrent, de
subtiele
elementen, het
veld dat het lichaam vormt, de levensadem, het idee van een ik,
de transformaties [de elf
zinnen] en
dit alles bijeen tezamen [als het subtiele lichaam, de
linga],
dat er allemaal is in een constante stroom van zaad en spruit,
U benader Ik.
Time;
fate; karma; the jîva and his propensities; the subtle
material elements; the material body; the life air; false
ego; the various senses; and the totality of these as
reflected in the living being's subtle body - all this
constitutes your material illusory energy, mâyâ,
an endless cycle like that of seed and plant. I take shelter
of You, the negation of this mâyâ.
Text
27
U met
verschillende bedoelingen bent er waarlijk om missies ten
uitvoer te brengen van goddelijke aard
[lîlâ's] ten einde de godbewusten, de
wijzen en de gedragsregels in de wereld te handhaven, en om hen
ter dood te brengen die het pad verlieten en leven met geweld;
Uw incarneren als zodanig is er om de aarde van haar last te
verlossen [zie ook B.G.
9: 29 en
4:
8].
With
various intentions, You perform pastimes to maintain the
demigods, the saintly persons and the codes of religion for
this world. By these pastimes You also kill those who stray
from the right path and live by violence. Indeed, your
present incarnation is meant to relieve the earth's
burden.
Text
28
Door Uw almacht
die onverdraaglijk koud niettemin verschroeit, ben ik voor lang
geplaagd met deze hoogst verschrikkelijke koorts, daar
inderdaad zolang de belichaamde zielen niet Uw voetzolen van
dienst zijn ze moeten lijden, onafgebroken gebonden aan
begeerten.'
I
am tortured by the fierce power of Your terrible fever
weapon, which is cold yet burning. All embodied souls must
suffer as long as they remain bound to material ambitions
and thus averse to serving Your feet.
Text
29
De Allerhoogste
Heer zei: 'O driekoppige, Ik ben tevreden over U, moge uw angst
opgewekt door Mijn koorts u verlaten; een ieder die zich ons
gesprek herinnert zal geen reden hebben u te
vrezen.'
The
Supreme Lord said: O three-headed one, I am pleased with
you. May your fear of My fever weapon be dispelled, and may
whoever remembers our conversation here have no reason to
fear you.
Text
30
Aldus
toegesproken boog Mâhes'vara's Jvara zich voorover voor
Acyuta en ging hij weg, maar Bâna, rijdend in zijn
strijdwagen, kwam naar voren met het voornemen om de strijd met
Janârdana
aan te binden.
Thus
addressed, the Mâhes'vara-jvara bowed down to the
infallible Lord and went away. But Bânâsura then
appeared, riding forth on his chariot to fight Lord
Krishna.
Text
31
Daarop, o
Koning, met zijn duizend armen talloze wapens hooghoudend,
schoot de demon, kokend van woede, pijlen weg naar Hem Wiens
wapen de Cakra is.
Carrying
numerous weapons in his thousand hands, O King, the terribly
infuriated demon shot many arrows at Lord Krishna, the
carrier of the disc weapon.
Text
32
Van hem, die
keer op keer wapens wegslingerde, sneed de Allerhoogste Heer
met de messcherpe rand van Zijn schijf de armen af als waren
het de takken van een boom.
As
Bâna continued hurling weapons at Him, the Supreme
Lord began using His razor-sharp cakra to cut off
Bânâsura's arms as if they were tree
branches.
Text
33
Terwijl
Bâna's armen van zijn romp werden gescheiden, naderde de
grote heer Bhava [- van het bestaan, S'iva] uit
mededogen voor zijn toegewijde en richtte hij zich tot de
Hanteerder van de Schijf.
Lord
S'iva felt compassion for his devotee Bânâsura,
whose arms were being cut off, and thus he approached Lord
Cakrâyudha [Krishna] and spoke to Him as
follows.
Text
34
S'rî
Rudra zei: 'U alleen bent de Absolute Waarheid, het licht van
het Allerhoogste schuil gaand in de taal [in de Veda's]
gebruikt voor het Absolute; zij wiens harten zonder een smet
zijn zien U, die zo zuiver bent als de blauwe lucht.
S'rî
Rudra said: You alone are the Absolute Truth, the supreme
light, the mystery hidden within the verbal manifestation of
the Absolute. Those whose hearts are spotless can see You,
for You are uncontaminated, like the sky.
Text
35-36
U met de
atmosfeer als Uw navel; het vuur als Uw gezicht, het water als
Uw zaad, de hemel als Uw hoofd, de richtingen als Uw gehoorzin,
de aarde als Uw voet, de maan als Uw geest; Wiens zien de zon
is, Wiens bewustzijn van een zelf ik ben, met de oceaan als Uw
onderbuik en Indra als Uw arm; U met de planten als het haar op
Uw lichaam, de wolken als het haar op Uw hoofd, met
Viriñca
als Uw intelligentie, met de prajâpati
als Uw geslachtsdelen, Wiens hart de religie is; Uw goede Zelf
voorwaar is de Purusha
uit wie al de werelden voortkwamen.
The
sky is Your navel, fire Your face, water Your semen, and
heaven Your head. The cardinal directions are Your sense of
hearing, herbal plants the hairs on Your body, and
water-bearing clouds the hair on Your head. The earth is
Your foot, the moon Your mind, and the sun Your vision,
while I am Your ego. The ocean is Your abdomen, Indra Your
arm, Lord Brahmâ Your intelligence, the progenitor of
mankind Your genitals, and religion Your heart. You are
indeed the original purusha, creator of the worlds.
Text
37
U van een
onbegrensde heerlijkheid bent in deze nederdaling er om het
dharma te verdedigen ten voordele van het Geheel van het
Levende Wezen en wij allen manifesteren en ontwikkelen door U
verlicht de zeven werelden [zie dvîpa].
Your
current descent into the material realm, O Lord of
unrestricted power, is meant for upholding the principles of
justice and benefiting the entire universe. We demigods,
each depending on Your grace and authority, develop the
seven planetary systems.
Text
38
U bent de
Oorspronkelijke Allerhoogste Persoon zonder Zijns gelijke, de
Bovenzinnelijke Zelfmanifesterende Oorzaak waar geen oorzaak
aan vooraf gaat, de Heerser; niettemin wordt U, ter wille van
de volledige manifestatie van Uw kwaliteiten, even zo goed
waargenomen in de uiteenlopende transformaties [van de
verschillende levensvormen, goden en avatâra's] van
Uw begoochelende vermogen.
You
are the original person, one without a second,
transcendental and self- manifesting. Uncaused, you are the
cause of all, and You are the ultimate controller. You are
nonetheless perceived in terms of the transformations of
matter effected by Your illusory energy - transformations
You sanction so that the various material qualities can
fully manifest.
Text
39
Net zoals de
zon in zijn eigen schaduw onttrokken aan het zicht de zichtbare
vormen uitlicht, werpt U, o Almachtige, net zo oplichtend
vanuit Uzelf, licht op de kwaliteiten van de overdekkende
geaardheden der materie voor de wezens behept met deze
kwaliteiten.
O
almighty one, just as the sun, though hidden by a cloud,
illuminates the cloud and all other visible forms as well,
so You, although hidden by the material qualities, remain
self-luminous and thus reveal all those qualities, along
with the living entities who possess them.
Text
40
Zij die
volledig verstrikt zijn in het respect voor hun kinderen,
vrouw, een huis en zo voorts, stijgen in hun intelligentie
verbijsterd door mâyâ [afwisselend] naar de
oppervlakte van de oceaan der misère en zinken [dan
weer, zie B.G. 9:
21].
Their
intelligence bewildered by Your mâyâ, fully
attached to children, wife, home and so on, persons immersed
in the ocean of material misery sometimes rise to the
surface and sometimes sink down.
Text
41
Bij de genade
van God deze mensenwereld bereikend is hij, die onbeheerst in
zijn zinnen niet bereid is Uw voeten te eren, inderdaad
beklagenswaardig iemand die zichzelf voor de gek houdt.
One
who has attained this human form of life as a gift from God,
yet who fails to control his senses and honor Your feet, is
surely to be pitied, for he is only cheating himself.
Text
42
De sterveling
die in oppositie terwille van de zinsobjecten U afwijst, zijn
Ware Zelf en innigste Leidsman, eet het vergif en mijdt de
nectar.
That
mortal who rejects You - his true Self, dearmost friend, and
Lord - for the sake of sense objects, whose nature is just
the opposite, refuses nectar and instead consumes
poison.
Text
43
Ik,
Brahmâ als ook de halfgoden en de wijzen hebben een
bewustzijn dat zuiver is met ons hele hart van overgave zijnd
voor U, de Meester, het hoogst beminde Zelf.
I,
Lord Brahmâ, the other demigods and the pure-minded
sages have all surrendered wholeheartedly unto You, our
dearmost Self and Lord.
Text
44
Laten we van
aanbidding zijn voor de Godheid die U bent, de oorzaak van het
zich opwerpen, het handhaven en de neergang van het Levende
Wezen dat het Universum is; Hij, die volmaakt in vrede
gelijkmoedig de unieke, ongeëvenaarde Vriend, het ware
Zelf en de aanbiddelijke Heer van al de werelden en al de
zielen is, de toevlucht voor de vervolmaking van een materieel
leven.
Let
us worship You, the Supreme Lord, to be freed from material
life. You are the maintainer of the universe and the cause
of its creation and demise. Equipoised and perfectly at
peace, You are the true friend, Self and worshipable Lord.
You are one without a second, the shelter of all the worlds
and all souls.
Text
45
Deze hier
[Bâna] is mijn gunsteling en meest dierbare
volgeling, die door mij beloond is met onbevreesdheid, o Heer,
alstUblieft vergun hem daarom Uw genade, zoals U ook van genade
was voor de meester der daitya's [Prahlâda].'
This
Bânâsura is my dear and faithful follower, and I
have awarded him freedom from fear. Therefore, my Lord,
please grant him Your mercy, just as You showed mercy to
Prahlâda, the lord of the demons.
Text
46
De Allerhoogste
Heer zei: 'Wat U ons gezegd hebt, o grote heer, zullen We ten
uitvoer brengen, Ik sluit me volledig aan bij wat u bepaalde
als zijnde uw genoegen.
The
Supreme Lord said: My dear lord, for your pleasure We must
certainly do what you have requested of Us. I fully agree
with your conclusion.
Text
47
Hij, deze zoon
van Virocana [Bali], zal voorzeker door Mij gespaard
worden, daar Ik Prahlâda de volgende zegen gaf: 'Jouw
afstammelingen zullen niet door Mij gedood worden' [zie ook
7.10:
21].
I
will not kill this demonic son of Vairocani, for I gave
Prahlâda Mahârâja the benediction that I
would not kill any of his descendants.
Text
48
Om zijn trots
te onderwerpen werden zijn armen er door Mij afgesneden en werd
de enorme militaire macht vernietigd die de aarde een last
geworden was.
It
was to subdue Bânâsura's false pride that I
severed his arms. And I slew his mighty army because it had
become a burden upon the earth.
Text
49
De asura met
behoud van vier van zijn armen, zal, niet ouder wordend en
onsterfelijk, als één van uw belangrijkste
metgezellen iemand zijn die niets van welke zijde ook te vrezen
heeft.'
This
demon, who still has four arms, will be immune to old age
and death, and he will serve as one of your principal
attendants. Thus he will have nothing to fear on any
account.
Text
50
Aldus de
vrijheid van angst bereikend boog de asura zijn hoofd voorover
naar Krishna, plaatste de zoon van Pradyumna met Zijn vrouw op
Zijn strijdwagen en leidde hem naar voren.
Thus
attaining freedom from fear, Bânâsura offered
obeisances to Lord Krishna by touching his head to the
ground. Bâna then seated Aniruddha and His bride on
their chariot and brought them before the Lord.
Text
51
Hij
[Krishna] met het Hem en Zijn vrouw, opgesierd en met
de fijnste kleren aan, op kop plaatsen, vertrok toen met de
toestemming van S'iva, omringd door een aksauhinî.
At
the front of the party Lord Krishna then placed Aniruddha
and His bride, both beautifully adorned with fine clothes
and ornaments, and surrounded them with a full military
division. Thus Lord Krishna took His leave of Lord S'iva and
departed.
Text
52
Zijn hoofdstad,
volledig opgesierd met vlaggen, erebogen en met de straten en
kruispunten besprenkeld, binnenkomend, werd Hij respectvol
onder het weerklinken van schelphoorns, tweezijdige trommels en
pauken verwelkomd door de mensen van de stad, Zijn verwanten en
de tweemaal geborenen.
The
Lord then entered His capital. The city was lavishly
decorated with flags and victory arches, and its avenues and
crossways were all sprinkled with water. As conchshells,
ânakas and dundubhi drums resounded, the Lord's
relatives, the brâhmanas and the general populace all
came forward to greet Him respectfully.
Text
53
Voor diegene
die, bij het krieken van de dag opstaand, zich aldus de
overwinning van Krishna in de slag met S'ankara herinnert, zal
er geen nederlaag zijn.
Whoever
rises early in the morning and remembers Lord Krishna's
victory in His battle with Lord S'iva will never experience
defeat.
*
Hier citeert S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî
Thâkura de volgende beschrijving van de
S'iva-jvara:
"De
verschrikkelijke S'iva-jvara had drie benen, drie hoofden, zes
armen en negen ogen. As rondstrooiend leek hij op
Yamarâja ten tijde van de ondergang van het
universum."
