Canto
10
Hoofdstuk 4: De Wreedheden van Koning Kamsa(1) S'rî S'uka zei: 'Met de buiten- en binnendeuren van het gebouw weer vergrendeld als voorheen, werden de wachters in de gevangenis wakker toen ze het huilen hoorden van het pasgeboren kind. (2) Ze haastten zich toen om dat aan de koning van Bhoja over te brieven die vol zorg de tijd afwachtte dat Devakî zou baren. (3) Hij kwam snel uit bed, zei 'De Tijd is daar' en ging met dat in gedachten onverwijld, met het haar op zijn hoofd in de war, naar waar de moeder zich bevond.
(4) De kuise Devakî er ellendig aan toe in haar lijden zei tot Kamsa, haar broer: 'Deze hier is voor jouw zoon bestemd, o goedheid, ze is een vrouw die je niet moet doden. (5) Vele kleintjes zo helder als het vuur zijn door jou, naar wat je van boven hoorde, ter dood gebracht, mijn broeder, gun me nu dan deze ene dochter. (6) Ik ben nog steeds je jongere zus, is het niet? Slecht af zonder mijn kinderen, o meester, beste broer, ben je mij zo behoeftig dit laatste kind schuldig.'
(7) S'rî S'uka zei: 'In tranen haar baby omklemmend smeekte ze hoogst deerniswekkend maar hij, allerwreedst, rukte het met een snauw uit haar handen. (8) Met geweld het zich toeëigenend wilde hij het nieuwgeboren kind van zijn zus bij de beentjes vastgehouden tegen de stenen vloer slaan, egocentrisch als hij was zonder enig gevoel voor de familiale genegenheid.(9) Maar halverwege gleed het uit zijn handen en verscheen het datzelfde moment in de lucht als Devî [Durgâ] de jongste zuster van Vishnu, met al de acht wapens bij haar machtige armen [zie ook 8.12: 40]. (10-11) Gesierd met sandelhoutpasta, bloemenkransen, kostbare juwelen en fraai aangekleed hield ze Vishnu's wapens vast: een boog, een lans, pijlen, een schild, een zwaard, een schelphoorn, een lotus en een werpschijf. Onder de aanbidding der vervolmaakten, de eerbiedwaardigen en de zangers van de hemel, de dansmeisjes, de excellenten [Uraga's, de 'goddelijke slangen'] en de bijzonder getalenteerden zei ze, terwijl ze op allerlei manieren bediend werd: (12) 'Wat heeft het voor nut mij te doden, dwaas die je bent, Hij, je oude vijand [zie 1.68] die je zal doden, is reeds ter wereld gekomen, [en is nu] ergens anders, hou ermee op nog langer onnodig arme zieltjes te vermoorden.'
(13) De godin met de ontzagwekkende macht van mâyâ hem op deze manier aansprekend raakte inderdaad onder verschillende namen bekend op de verschillende plaatsen op aarde [zie 10.2: 10 & 11]. (14) Kamsa toen hij haar woorden hoorde was met stomheid geslagen en liet meteen Devakî en Vasudeva vrij nederig zeggend: (15) 'Helaas, o beste zus en zwager van me, zoals een mensenverslinder met zijn eigen kroost doet, werden, als gevolg van mijn zonden, door mij jouw zoons gedood. (16) Ik voorwaar ben er zo een die zonder genade wreed verwanten en vrienden ontkende; naar wat voor een wereld ben ik, me gedragend als een brahmanen-moordenaar, op weg met mijn ademtocht hier of in het hiernamaals? (17) Ook de hemel kan een leugen bezigen, niet enkel menselijke wezens; alleen maar omdat ik geloof hechtte aan de profetie heb ik, de grootste aller zondaars, die kinderen van mijn zus gedood! (18) O gezegende zielen, treur niet over jullie zoons; allen die worden geboren hebben te lijden als gevolg van hun eigen handelen [zie voetnoot 3 hfstk.1] en bijgevolg is het naar de wil van God niet altijd gegeven op dezelfde plaats te leven. (19) Op aarde verschijnt en verdwijnt alles wat is samengesteld uit aarde, zo ook doet het zich voor dat, met het behartigen van de ziel, men in dezen veranderingen ondergaat maar dat men net als de aarde zelf niet verandert [vergelijk 10.3: 15-17]. (20) Als een persoon zonder kennis van het verschil [tussen lichaam en zelf] het idee heeft dat hij het lichaam is, dan is zo een iemand, verenigd met zijn omhulsel, van valse eenwording in oppositie met anderen en is hij niet in staat te ontsnappen aan de gevangenschap in het rad van wedergeboorte. (21) Beklaag je, met mij je het allerbeste toewensend, daarom niet over de zoons die door mij hun dood vonden; is het niet zo dat iedereen naar wat er gegeven is wordt geconfronteerd met wat hijzelf heeft gedaan? (22) Zolang als hij die zichzelf niet heeft leren kennen over zichzelf denkt in termen van doden of gedood worden is hij, voor de duur van die misvatting, een dwaas gebonden aan wereldse verantwoordelijkheden die hun einde niet kennen [zie ook B.G. 3: 9 & 18: 17 en nitya-mukta]. (23) Vergeef me mijn wreedheden, jullie beiden geheiligden zorgzaam voor de gevallen zielen!' en terwijl hij dit zei met tranen langs zijn wangen biggelend, klampte de zwager de voeten van zijn verwanten vast.
(24) Met geloof in de woorden van Durgâ hen uit hun ketenen bevrijdend, bewees hij Vasudeva en Devakî zijn familiehart. (25) Jegens haar spijtige broer was Devakî toen verlost van haar woede en zo gaf ook Vasudeva zijn woede op hem met een glimlach zeggend: (26) 'Je hebt gelijk, o genadige, met wat je zei over de belichaamde ziel die gedreven door onwetendheid zijn eigen belangen scheidt van die van anderen. (27) Het is weeklagen, gejubel, angst, haat, begeerte, illusie en waanzin wat mensen krijgen die, alles als op zichzelf bestaand beschouwend [wat slechts de aanleiding is], elkaar naar het leven staan als ze van dat onderscheid niet zien wat de werkelijke situatie is met de Heer [die de achterliggende oorzaak is].'
(28) S'ri S'uka zei: 'Kamsa die aldus in zuiverheid een antwoord kreeg van de tot rust bewogen Devakî en Vasudeva, nam afscheid en ging zijn paleis binnen. (29) Toen de nacht voorbij was riep Kamsa al zijn raadslieden bijeen en stelde hij ze op de hoogte van alles wat de 'Sluimer der Yoga', Durgâ, had gezegd. (30) Toen ze hadden vernomen wat hun meester te zeggen had gaven de daitya tegenstanders der godsbewusten, die kwaadwillig jegens de halfgoden niet al te ter zake kundig waren [zie ook B.G. 9: 12] ten antwoord: (31) 'Welnu, als dit het geval is, o Koning van Bhoja, laten we dan nu meteen al de kinderen ter dood brengen die zo ongeveer tien dagen oud zijn of jonger in iedere stad, dorp of landstreek. (32) Wat kunnen de goddelijken zo bang om te vechten nu uitrichten, zij die altijd zo nerveus zijn het geluid van uw boogpees te horen? (33) Her en der verslagen, getroffen door uw vele pijlen, zijn ze, voor hun leven vrezend, weggevlucht en hebben ze moedwillig het slagveld de rug toegekeerd! (34) Enkele van die hemelse types vouwden allerberoerdst verstoken van al hun wapenen hun handen voor u met al hun haar en kleding in de war en sommigen zeiden dingen als 'We zijn zo bang voor u geworden!' (35) En u met hen, zo doodsbang zonder hun strijdwagens en de wapens die ze opgaven, brengt niemand van hen ter dood die met gebroken bogen als pacifisten meer gehecht zijn aan andere dingen dan aan het leveren van strijd. (36) Wat valt er te vrezen van de kant van de zo machtige goddelijken? Ver van de strijd geven ze hoog op! En van de kant van Heer Hari dan? Hij houdt zich schuil in het hart! Moeten we dan bang zijn voor S'iva? Hij leeft in het woud! En Indra dan? Die is ook niet zo'n held! En Brahmâ? Die zit altijd te mediteren! (37) Niettemin, zo houdt u staande, moeten de goddelijken als vijanden niet over het hoofd worden gezien; laat ons, uw getrouwen, daarom korte metten met ze maken! (38) Zoals met een verwaarloosde ziekte van het lichaam die door de mens in zijn acute fase niet meer kan worden behandeld en zoals het is met de zinnen als die niet van het begin af aan worden beheerst, wordt zo ook een grote vijand te sterk om nog langer de baas te zijn. (39) De wortel van dit alles is Vishnu, in Hem vinden de godsbewusten hun traditionele verplichtingen en is er het brahmaanse met de koeien, de geleerden, de boetedoeningen en de offerplechtigheden waarvoor ze zich laten betalen [zie ook 7.5: 31]. (40) Derhalve, zullen we, o Koning, alles in het werk stellen om een einde te maken aan de brahmanen zo ijverig met het brahmaanse, die boetelingen zo druk met hun offers en koeienzaken voor wat melk! (41) De geschoolden en de koeien, de Veda's, de verzaking, de waarheidsliefde en zinsbeheersing, de kalmte, het geloof, de genade, de tolerantie als ook de plechtigheden maken allen deel uit van Hari. (42) Hij inderdaad is de leider van al de Sura's en waarlijk de vijand van de Asura's; Hij is die ene in het hart onder wiens hoede al de godvrezenden, met inbegrip van hun beheerser [S'iva] en hij met de vier gezichten [Brahmâ], hun bestaan hebben; werkelijk, de enige manier om Hem te raken is al Zijn zieners te vervolgen.'
(43) S'rî S'uka zei: 'Op deze manier zonder veel verstand lang uitweidend met zijn slechte raadgevers accepteerde Kamsa, die als demon werd beheerst door de Heer van de Dood, dat het beste dat hij kon doen was de brahmanen te vervolgen. (44) Met zijn instemmen met de Dânava's om de boetvaardigen te bestrijden, verspreidden de liefhebbers van geweld en vernietiging, die iedere gedaante konden aannemen die ze maar wilden, zich in alle richtingen en keerde Kamsa naar zijn verblijven terug. (45) Vol van een hartstocht van de diepste duisternis zijnde gingen zij, allen in wezen volslagen onwijs, met de schaduw van de dood reeds over hen over tot de vervolging van de waarachtigen. (46) Van een persoon die moedwillig ingaat tegen grote persoonlijkheden worden de zegeningen van een lang leven, schoonheid, roem, religiositeit, talenten en een plaatsje in de hemel, alle vernietigd.'
Tweede editie, geladen 7 maart 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Met de buiten- en binnendeuren van het gebouw weer vergrendeld als voorheen, werden de wachters in de gevangenis wakker toen ze het huilen hoorden van het pasgeboren kind.S'rî S'uka zei: 'Met de buiten- en binnendeuren van het gebouw weer vergrendeld als voorheen, werden de wachters in de gevangenis wakker toen ze het huilen hoorden van het pasgeboren kind. (Vedabase)
Ze haastten zich toen om dat aan de koning van Bhoja over te brieven die vol zorg de tijd afwachtte dat Devakî zou baren.
Ze haastten zich toen om dat aan de koning van Bhoja over te brieven die vol zorg de tijd afwachtte dat Devakî zou baren. (Vedabase)
Hij kwam snel uit bed, zei 'De Tijd is daar' en ging met dat in gedachten onverwijld, met het haar op zijn hoofd in de war, naar waar de moeder zich bevond.
Hij kwam snel uit bed, zei 'De Tijd is daar' en ging met dat in gedachten onverwijld, met het haar op zijn hoofd in de war, naar waar de moeder zich bevond. (Vedabase)
De kuise Devakî er ellendig aan toe in haar lijden zei tot Kamsa, haar broer: 'Deze hier is voor jouw zoon bestemd, o goedheid, ze is een vrouw die je niet moet doden.
De kuise Devakî ellendig verzet in lijden zei tot Kamsa, haar broer: 'Deze hier is voor jouw zoon bestemd, o goedheid, ze is een vrouw die je niet moet doden. (Vedabase)
Vele kleintjes zo helder als het vuur zijn door jou, naar wat je van boven hoorde, ter dood gebracht, mijn broeder, gun me nu dan deze ene dochter.
Vele kleintjes zo helder als het vuur zijn door jou, naar wat je van boven hoorde, ter dood gebracht, mijn broeder, gun me nu dan deze ene dochter. (Vedabase)
Ik ben nog steeds je jongere zus, is het niet? Slecht af zonder mijn kinderen, o meester, beste broer, ben je mij zo behoeftig dit laatste kind schuldig.'
Ik ben nog steeds je jongere zus, is het niet? Slecht af zonder mijn kinderen, o meester, beste broer, ben je mij zo behoeftig dit laatste kind schuldig.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'In tranen haar baby omklemmend smeekte ze hoogst deerniswekkend maar hij, allerwreedst, rukte het met een snauw uit haar handen.
S'rî S'uka zei: 'In tranen haar baby omklemmend smeekte ze hoogst deerniswekkend maar hij, allerwreedst, rukte het met een snauw uit haar handen. (Vedabase)
Met geweld het zich toeëigenend wilde hij het nieuwgeboren kind van zijn zus bij de beentjes vastgehouden tegen de stenen vloer slaan, egocentrisch als hij was zonder enig gevoel voor de familiale genegenheid.
Met geweld het zich toeëigenend wilde hij het nieuwgeboren kind van zijn zus bij de beentjes vastgehouden tegen de stenen vloer slaan, egocentrisch als hij was zonder enig gevoel voor de familiale genegenheid. (Vedabase)
Maar halverwege gleed het uit zijn handen en verscheen het datzelfde moment in de lucht als Devî [Durgâ] de jongste zuster van Vishnu, met al de acht wapens bij haar machtige armen [zie ook 8.12: 40].
Maar halverwege gleed het uit zijn handen en verscheen het dat zelfde moment in de lucht als Devî [Durgâ] de jongste zuster van Vishnu, met al de acht wapens bij haar machtige armen [zie ook 8.12: 40]. (Vedabase)
Gesierd met sandelhoutpasta, bloemenkransen, kostbare juwelen en fraai aangekleed hield ze Vishnu's wapens vast: een boog, een lans, pijlen, een schild, een zwaard, een schelphoorn, een lotus en een werpschijf. Onder de aanbidding der vervolmaakten, de eerbiedwaardigen en de zangers van de hemel, de dansmeisjes, de excellenten [Uraga's, de 'goddelijke slangen'] en de bijzonder getalenteerden zei ze, terwijl ze op allerlei manieren bediend werd:
Gesierd met sandelhoutpasta, bloemenkransen, kostbare juwelen en fraai aangekleed hield ze Vishnu's wapens vast: een boog, een lans, pijlen, een schild, een zwaard, een schelphoorn, een lotus en een werpschijf. Onder de aanbidding der vervolmaakten, de eerbiedwaardigen en de zangers van de hemel, de dansmeisjes, de excellenten [uragas, de 'goddelijke slangen'] en de bijzonder getalenteerden zei ze, terwijl ze op allerlei manieren bediend werd: (Vedabase)
'Wat heeft het voor nut mij te doden, dwaas die je bent, Hij, je oude vijand [zie 1.68] die je zal doden, is reeds ter wereld gekomen, [en is nu] ergens anders, hou ermee op nog langer onnodig arme zieltjes te vermoorden.'
'Wat heeft het voor nut mij te doden, dwaas die je bent, Hij, je oude vijand [zie 1.68] die je zal doden, is reeds ter wereld gekomen, [en is nu] ergens anders, hou ermee op nog langer onnodig arme zieltjes te vermoorden.' (Vedabase)
De godin met de ontzagwekkende macht van mâyâ hem op deze manier aansprekend raakte inderdaad onder verschillende namen bekend op de verschillende plaatsen op aarde [zie 10.2: 10 & 11].
De godin met de ontzagwekkende macht van mâyâ hem op deze manier aansprekend raakte inderdaad onder verschillende namen bekend op de verschillende plaatsen op aarde [zie 10.2: 10&11]. (Vedabase)
Kamsa toen hij haar woorden hoorde was met stomheid geslagen en liet meteen Devakî en Vasudeva vrij nederig zeggend:
Kamsa toen hij haar woorden hoorde was met stomheid geslagen en liet meteen Devakî en Vasudeva vrij nederig zeggend: (Vedabase)
'Helaas, o beste zus en zwager van me, zoals een mensenverslinder met zijn eigen kroost doet, werden, als gevolg van mijn zonden, door mij jouw zoons gedood.
'Helaas, o beste zus en zwager van me, zoals een mensenverslinder met zijn eigen kroost doet, werden, als gevolg van mijn zonden, door mij jouw zoons gedood. (Vedabase)
Ik voorwaar ben er zo een die zonder genade wreed verwanten en vrienden ontkende; naar wat voor een wereld ben ik, me gedragend als een brahmanen-moordenaar, op weg met mijn ademtocht hier of in het hiernamaals?
Ik voorwaar ben er zo een die zonder genade wreed verwanten en vrienden ontkende; naar wat voor een wereld ben ik, me gedragend als een brahmanen-moordenaar, op weg met mijn ademtocht hier of in het hiernamaals? (Vedabase)
Ook de hemel kan een leugen bezigen, niet enkel menselijke wezens; alleen maar omdat ik geloof hechtte aan de profetie heb ik, de grootste aller zondaars, die kinderen van mijn zus gedood!
Ook de hemel kan een leugen bezigen, niet enkel menselijke wezens; alleen maar omdat ik geloof hechtte aan de profetie heb ik, de grootste aller zondaars, die kinderen van mijn zus gedood! (Vedabase)
O gezegende zielen, treur niet over jullie zoons; allen die worden geboren hebben te lijden als gevolg van hun eigen handelen [zie voetnoot 3 hfstk.1] en bijgevolg is het naar de wil van God niet altijd gegeven op dezelfde plaats te leven.
O gezegende zielen, treur niet over jullie zoons; allen die worden geboren hebben te lijden als gevolg van hun eigen handelen [zie voetnoot 3 hfstk.1] en bijgevolg is het naar de wil van God niet altijd gegeven op dezelfde plaats te leven. (Vedabase)
Op aarde verschijnt en verdwijnt alles wat is samengesteld uit aarde, zo ook doet het zich voor dat, met het behartigen van de ziel, men in dezen veranderingen ondergaat maar dat men net als de aarde zelf niet verandert [vergelijk 10.3: 15-17].
Op aarde verschijnt en verdwijnt alles wat is samengesteld uit aarde, zo ook doet het zich voor dat, met het behartigen van de ziel, men in dezen veranderingen ondergaat maar dat men net als de aarde zelf niet verandert [vergelijk 10.3: 15-17]. (Vedabase)
Als een persoon zonder kennis van het verschil [tussen lichaam en zelf] het idee heeft dat hij het lichaam is, dan is zo een iemand, verenigd met zijn omhulsel, van valse eenwording in oppositie met anderen en is hij niet in staat te ontsnappen aan de gevangenschap in het rad van wedergeboorte.
Als een persoon zonder kennis van het verschil [tussen lichaam en zelf] het idee heeft dat hij het lichaam is, dan is zo een iemand, verenigd met zijn omhulsel, van valse eenwording in oppositie met anderen en is hij niet in staat te ontsnappen aan de gevangenschap in het rad van wedergeboorte. (Vedabase)
Beklaag je, met mij je het allerbeste toewensend, daarom niet over de zoons die door mij hun dood vonden; is het niet zo dat iedereen naar wat er gegeven is wordt geconfronteerd met wat hijzelf heeft gedaan?
Beklaag je, met mij je het allerbeste toewensend, daarom niet over de zoons die door mij hun dood vonden; is het niet zo dat iedereen naar wat er gegeven is wordt geconfronteerd met wat hijzelf heeft gedaan? (Vedabase)
Zolang als hij die zichzelf niet heeft leren kennen over zichzelf denkt in termen van doden of gedood worden is hij, voor de duur van die misvatting, een dwaas gebonden aan wereldse verantwoordelijkheden die hun einde niet kennen [zie ook B.G. 3: 9 & 18: 17 en nitya-mukta].
Zolang als hij die zichzelf niet heeft leren kennen over zichzelf denkt in termen van doden of gedood worden is hij, voor de duur van die misvatting, een dwaas gebonden aan wereldse verantwoordelijkheden die hun einde niet kennen [zie ook B.G. 3: 9 & 18: 17 en nitya-mukta]. (Vedabase)
Vergeef me mijn wreedheden, jullie beiden geheiligden zorgzaam voor de gevallen zielen!' en terwijl hij dit zei met tranen langs zijn wangen biggelend, klampte de zwager de voeten van zijn verwanten vast.
Vergeef me mijn wreedheden, jullie beiden geheiligden zorgzaam voor de gevallen zielen!' en terwijl hij dit zei met tranen langs zijn wangen biggelend, klampte de zwager de voeten van zijn verwanten vast. (Vedabase)
Met geloof in de woorden van Durgâ hen uit hun ketenen bevrijdend, bewees hij Vasudeva en Devakî zijn familiehart.
Met geloof in de woorden van Durgâ hen uit hun ketenen bevrijdend, bewees hij Vasudeva en Devakî zijn familiehart. (Vedabase)
Jegens haar spijtige broer was Devakî toen verlost van haar woede en zo gaf ook Vasudeva zijn woede op hem met een glimlach zeggend:
Jegens haar spijtige broer was Devakî toen verlost van haar woede en zo gaf ook Vasudeva zijn woede op hem met een glimlach zeggend: (Vedabase)
'Je hebt gelijk, o genadige, met wat je zei over de belichaamde ziel die gedreven door onwetendheid zijn eigen belangen scheidt van die van anderen.
'Je hebt gelijk, o genadige, met wat je zei over de belichaamde ziel die gedreven door onwetendheid zijn eigen belangen scheidt van die van anderen. (Vedabase)
Het is weeklagen, gejubel, angst, haat, begeerte, illusie en waanzin wat mensen krijgen die, alles als op zichzelf bestaand beschouwend [wat slechts de aanleiding is], elkaar naar het leven staan als ze van dat onderscheid niet zien wat de werkelijke situatie is met de Heer [die de achterliggende oorzaak is].'
Het is weeklagen, gejubel, angst, haat, begeerte, illusie en waanzin wat mensen krijgen die alles als op zich zelf bestaand beschouwen [wat slechts de aanleiding is], elkaar naar het leven staand als ze van dat onderscheiden niet zien wat de werkelijke situatie is met de Heer [die de achterliggende oorzaak is].' (Vedabase)
S'ri S'uka zei: 'Kamsa die aldus in zuiverheid een antwoord kreeg van de tot rust bewogen Devakî en Vasudeva, nam afscheid en ging zijn paleis binnen.
S'rî S'uka zei: 'Kamsa die aldus in zuiverheid een antwoord kreeg van de tot rust bewogen Devakî en Vasudeva, nam afscheid en ging zijn paleis binnen. (Vedabase)
Toen de nacht voorbij was riep Kamsa al zijn raadslieden bijeen en stelde hij ze op de hoogte van alles wat de 'Sluimer der Yoga', Durgâ, had gezegd.
Toen de nacht voorbij was riep Kamsa al zijn raadslieden bijeen en stelde hij ze op de hoogte van alles wat de 'Sluimer der Yoga', Durgâ, had gezegd. (Vedabase)
Toen ze hadden vernomen wat hun meester te zeggen had gaven de daitya tegenstanders der godsbewusten, die kwaadwillig jegens de halfgoden niet al te ter zake kundig waren [zie ook B.G. 9: 12] ten antwoord:
Toen ze hadden vernomen wat hun meester te zeggen had gaven de daitya tegenstanders der godbewusten, die kwaadwillig jegens de halfgoden niet al te ter zake kundig waren [zie ook B.G. 9: 12] ten antwoord: (Vedabase)
'Welnu, als dit het geval is, o Koning van Bhoja, laten we dan nu meteen al de kinderen ter dood brengen die zo ongeveer tien dagen oud zijn of jonger in iedere stad, dorp of landstreek.
'Welnu, als dit het geval is, o Koning van Bhoja, laten we dan nu meteen al de kinderen ter dood brengen die zo ongeveer tien dagen oud zijn of jonger in iedere stad, dorp of landstreek. (Vedabase)
Wat kunnen de goddelijken zo bang om te vechten nu uitrichten, zij die altijd zo nerveus zijn het geluid van uw boogpees te horen?
Wat kunnen de goddelijken zo bang om te vechten nu uitrichten, zij die altijd zo nerveus zijn het geluid van uw boogpees te horen? (Vedabase)
Her en der verslagen, getroffen door uw vele pijlen, zijn ze, voor hun leven vrezend, weggevlucht en hebben ze moedwillig het slagveld de rug toegekeerd!
Her en der verslagen, getroffen door uw vele pijlen, zijn ze, voor hun leven vrezend, weggevlucht en hebben ze moedwillig het slagveld de rug toegekeerd! (Vedabase)
Enkele van die hemelse types vouwden allerberoerdst verstoken van al hun wapenen hun handen voor u met al hun haar en kleding in de war en sommigen zeiden dingen als 'We zijn zo bang voor u geworden!'
Enkele van die hemelse types vouwden allerberoerdst verstoken van al hun wapenen hun handen voor u met al hun haar en kleding in de war en sommigen zeiden dingen als 'We zijn zo bang voor u geworden!'. (Vedabase)
En u met hen, zo doodsbang zonder hun strijdwagens en de wapens die ze opgaven, brengt niemand van hen ter dood die met gebroken bogen als pacifisten meer gehecht zijn aan andere dingen dan aan het leveren van strijd.
En u met hen, zo doodsbang zonder hun strijdwagens en de wapens die ze opgaven, brengt niemand van hen ter dood die met gebroken bogen als pacifisten meer gehecht zijn aan andere dingen dan aan het leveren van strijd. (Vedabase)
Wat valt er te vrezen van de kant van de zo machtige goddelijken? Ver van de strijd geven ze hoog op! En van de kant van Heer Hari dan? Hij houdt zich schuil in het hart! Moeten we dan bang zijn voor S'iva? Hij leeft in het woud! En Indra dan? Die is ook niet zo'n held! En Brahmâ? Die zit altijd te mediteren!
Wat valt er te vrezen van de positie ingenomen door die zo machtige goddelijken? Ver van de strijd geven ze hoog op! En van Heer Hari? Hij houdt zich schuil in het hart! En wat zouden we verder van S'iva te vrezen hebben? Hij leeft in het woud! En Indra dan? Die is ook niet zo'n held! En Brahmâ? Die zit altijd te mediteren! (Vedabase)
Niettemin, zo houdt u staande, moeten de goddelijken als vijanden niet over het hoofd worden gezien; laat ons, uw getrouwen, daarom korte metten met ze maken!
Niettemin, zo houdt u staande, moeten de goddelijken als vijanden niet over het hoofd worden gezien; laat ons, uw getrouwen, daarom korte metten met ze maken! (Vedabase)
Zoals met een verwaarloosde ziekte van het lichaam die door de mens in zijn acute fase niet meer kan worden behandeld en zoals het is met de zinnen als die niet van het begin af aan worden beheerst, wordt zo ook een grote vijand te sterk om nog langer de baas te zijn.
Zoals met een verwaarloosde ziekte van het lichaam die door de mens in zijn acute fase niet meer kan worden behandeld en zoals het is met de zinnen als die niet van het begin af aan worden beheerst, wordt zo ook een grote vijand te sterk om nog langer de baas te zijn. (Vedabase)
De wortel van dit alles is Vishnu, in Hem vinden de godsbewusten hun traditionele verplichtingen en is er het brahmaanse met de koeien, de geleerden, de boetedoeningen en de offerplechtigheden waarvoor ze zich laten betalen [zie ook 7.5: 31].
De wortel van dit alles is Vishnu, in Hem vinden de godbewusten hun traditionele verplichtingen en is er het brahmaanse met de koeien, de geleerden, de boetedoeningen en de offerplechtigheden waarvoor ze zich laten betalen [zie ook 7.5: 31]. (Vedabase)
Derhalve, zullen we, o Koning, alles in het werk stellen om een einde te maken aan de brahmanen zo ijverig met het brahmaanse, die boetelingen zo druk met hun offers en koeienzaken voor wat melk!
Derhalve, zullen we, o Koning, alles in het werk stellen om een einde te maken aan de brahmanen zo ijverig met het brahmaanse, die boetelingen zo druk met hun offers en koeienzaken voor wat melk! (Vedabase)
De geschoolden en de koeien, de Veda's, de verzaking, de waarheidsliefde en zinsbeheersing, de kalmte, het geloof, de genade, de tolerantie als ook de plechtigheden maken allen deel uit van Hari.
De geschoolden en de koeien, de Veda's, de verzaking, de waarheidliefde en zinsbeheersing, de kalmte, het geloof, de genade, de tolerantie als ook de plechtigheden maken allen deel uit van Hari. (Vedabase)
Hij inderdaad is de leider van al de Sura's en waarlijk de vijand van de Asura's; Hij is die ene in het hart onder wiens hoede al de godvrezenden, met inbegrip van hun beheerser [S'iva] en hij met de vier gezichten [Brahmâ], hun bestaan hebben; werkelijk, de enige manier om Hem te raken is al Zijn zieners te vervolgen.'
Hij inderdaad is de leider van al de sura's en waarlijk de vijand van de asura's; Hij is die ene in het hart onder wiens hoede al de godvrezenden, met inbegrip van hun beheerser [S'iva] en hij met de vier gezichten [Brahmâ], hun bestaan hebben; werkelijk, de enige manier om Hem te raken is al Zijn zieners te vervolgen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Op deze manier zonder veel verstand lang uitweidend met zijn slechte raadgevers accepteerde Kamsa, die als demon werd beheerst door de Heer van de Dood, dat het beste dat hij kon doen was de brahmanen te vervolgen.
S'rî S'uka zei: 'Op deze manier zonder veel verstand lang uitweidend met zijn slechte raadgevers accepteerde Kamsa, die als demon werd beheerst door de Heer van de Dood, het als het beste om de brahmanen te vervolgen. (Vedabase)
Met zijn instemmen met de Dânava's om de boetvaardigen te bestrijden, verspreidden de liefhebbers van geweld en vernietiging, die iedere gedaante konden aannemen die ze maar wilden, zich in alle richtingen en keerde Kamsa naar zijn verblijven terug.
Met zijn instemmen met de dânava's om de boetvaardigen te bestrijden, verspreidden zich de liefhebbers van geweld en vernietiging, die iedere gedaante konden aannemen die ze maar wilden, in alle richtingen en keerde Kamsa naar zijn verblijven terug. (Vedabase)
Vol van een hartstocht van de diepste duisternis zijnde gingen zij, allen in wezen volslagen onwijs, met de schaduw van de dood reeds over hen over tot de vervolging van de waarachtigen.
Vol van een hartstocht van de diepste duisternis gingen zij, allen in wezen volslagen zot, over tot de vervolging van de waarachtigen met de schaduw van de dood reeds over hen. (Vedabase)
Van een persoon die moedwillig ingaat tegen grote persoonlijkheden worden de zegeningen van een lang leven, schoonheid, roem, religiositeit, talenten en een plaatsje in de hemel, alle vernietigd.'
Van een persoon die moedwillig ingaat tegen grote persoonlijkheden worden de zegeningen van een lang leven, schoonheid, roem, religiositeit, talenten en een plaatsje in de hemel, alle vernietigd.' (Vedabase)
Voor
deze vertaling werd het enige deel dat Svâmi Prabhupâda
van het tiende Canto schreef
gebruikt.
Zie
de
Srîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Het schilderij is getiteld: 'Kamsa mâyâ' en is van
Ra
ja Ravi Varma.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.