Canto
10
Hoofdstuk 5: Krishna's Geboorteplechtigheid en de Ontmoeting van Nanda Mahârâja en Vasudeva
(1-2) S'rî S'uka zei: 'Nanda dolblij dat er een zoon was geboren, nodigde grootmoedig de geschoolden thuis in de Veda uit, reinigde zichzelf middels een bad en kleedde zich netjes aan.Om de geboorte te vieren [in jâtakarma*] liet hij de mantra's chanten en voorzag hij eveneens in de eredienst van de voorvaderen en de halfgoden zoals dat was voorgeschreven. (3) Aan de brahmanen schonk hij in liefdadigheid talloze volledig opgesierde melkkoeien en zeven bergen sesamzaad, bezaaid met juwelen en met goud bestikte stof. (4) Door de tijd, door te baden, door zuiveringsrituelen, door verzaking en door aanbidding raakt in liefdadigheid en tevredenheid al wat men heeft gezuiverd, maar de ziel raakt gezuiverd door zelfrealisatie. (5) Onder het voortdurend weerklinken van bherî's en dundubhi's [trommels] bedienden de geleerden, de verhalenvertellers, de reciteerders en de zangers zich van woorden die alles en iedereen zuiverden. (6) Heel Vraja werd schoongemaakt; alle doorgangen, binnenplaatsen en binnenkamers werden schoongewassen en een keur aan slingers en vlaggen sierden erebogen van bloemslingers, stukken stof en mangobladeren. (7) De koeien, stieren en kalveren werden ingesmeerd met turmeric-olie en versierd met grondkleuren, pauwenveren, stoffen, gouden sierselen en bloemen. (8) O Koning, de koeherders [de gopa's] die zich verzamelden waren uitgedost met de meest kostbare ornamenten en kledingstukken als overjassen en tulbanden en brachten allerlei gaven met zich mee. (9) De koeherdersvrouwen [de gopî's] waren eveneens blij te horen dat moeder Yas'odâ het leven had geschonken aan een jongen en toonden zich op hun best verschijnend in feestelijke kleding met hun ogen opgemaakt en juwelen om en dergelijke. (10) Met hun allerprachtigste lotusgezichten en sieraden, saffraan en verse kunkum, haastten ze zich met deinende boezems en heupen derwaarts met offergaven in hun handen. (11) De gopî's droegen prachtige oorbellen met edelstenen, hadden kettingen van gouden munten om hun nek en hadden hun kledingstukken fraai bestikt terwijl op weg naar het huis van Nanda een regen van bloemen naar beneden kwam van hun slingers; met de kledij en hun slingerende armbanden, oorhangers, borsten en bloemenslingers waren ze een lust voor het oog. (12) Allen spraken langdurig zegeningen uit voor de pasgeborene zoals 'pâhi' ['weest beschermd'] en besprenkelden met gebeden de Ongeboren Heer met turmeric-olie. (13) Met de komst in Nanda's koeiengemeenschap van Krishna, de Onbegrensde Beheerser van het Ganse Universum, weerklonk een verscheidenheid aan muziekinstrumenten in één groot feest. (14) Zich vermakend gooiden de gopa's yoghurt, melk en karnemelk naar elkaar en smeerden ze elkaar in met de boter.
(15-16) Hen zowel als de verhalenvertellers, de reciteerders en de zangers en allen die met hun scholing de kost verdienden het ruimste hart toedragend was, om zijn kind de beste vooruitzichten te bieden, die nobele ziel, Nanda, met de bedoeling Heer Vishnu te behagen van eerbetoon met wat ze ook maar konden gebruiken of zich konden wensen aan kleding, sierselen en koeien [zie ook 7.14: 17]. (17) De hoogst fortuinlijke Rohinî [de moeder van Baladeva die zich daar schuilhield, zie 10.2: 7] was het ook naar de zin gemaakt door de beschermer die Nanda was; ze was druk in de weer prachtig met haar kleding, bloemenslinger en de opsmuk van een halsketting. (18) O Koning, van die tijd af aan ontstond in het koeiengebied van Nanda de grootste weelde met alle rijkdom daar het, als de plaats waar de Heer zich ophield, door Zijn bovenzinnelijke kwaliteiten de plaats was geworden voor het spel en vermaak van Ramâ [de Godin van het geluk, zie 8.8: 8].
(19) Nanda, nadat hij de bescherming over Gokula [het koeiendorp] had overgedragen aan de koeherders, ging naar Mathurâ om van zijn winst zijn jaarlijkse belasting af te dragen aan Kamsa, o beste van de Kuru-dynastie. (20) Vasudeva, toen hij hoorde dat zijn [jongere stief-]broer Nanda [**] was vertrokken - naar verluid om de koning de eer te bewijzen - begaf hij zich naar waar hij verbleef. (21) Hem [Vasudeva] zo opeens voor zich ziend stond hij verheugd op alsof zijn lichaam een nieuw leven had gevonden en overmand door liefde en genegenheid omarmde hij zijn dierbare vriend. (22) Met alle eerbetoon verwelkomd, naar zijn gezondheid gevraagd en met een zitplaats bedacht vroeg hij [Vasudeva], gehecht als hij was, naar zijn eigen twee zoons het volgende zeggend, o heerser over de wereld. (23) 'Beste broeder Nanda, welk een geluk is je ten deel gevallen nu het zich heeft voorgedaan dat je de zoon hebt gekregen waar je, op leeftijd zijnde en er geen hebbend, zo wanhopig naar uitzag. (24) En wat een geluk ook om jou vandaag hier te treffen, het is als een wedergeboorte; hoe lastig is het niet om, ookal verblijft men in deze wereld van geboorte en dood, je dierbaren weer opnieuw te treffen! (25) Zoals dingen drijvend in een rivier worden meegevoerd door de kracht van de golven houden wij, met de nauwe band die we hebben, ons niet op één en dezelfde plaats op met het uiteenlopen van onze karmische wegen. (26) Gaat alles goed met de koeienzaken, is er genoeg water, gras, planten en dat alles in het grote bos waar je nu leeft met je vrienden? (27) O broeder, beschouwt mijn zoon, met Zijn moeder bij jou in huis levend, je als Zijn vader en is Hij een lieve jongen onder jullie beider zorg? (28) De drie voorgeschreven levensdoelen van een persoon [van geregelde lusten, financiën en rituelen] vinden hun betekenis en werking in het samenzijn, maar dat is niet zo als dat samenzijn moeilijk is geworden, dan verliezen ze hun zeggingskracht.'
(29) S'rî Nanda zei: 'Hoe spijtig is het dat de vele zoons die je had met Devakî door Kamsa ter dood werden gebracht en dat ook die ene die overbleef, de jongste, een dochter, naar de hemel is vertrokken. (30) Door de Ongeziene inderdaad vindt alles zijn vervulling, de Ongeziene vormt het uiteindelijke voor iedereen die leeft; die lotsbestemming is iemands uiteindelijke waarheid en hij die dat weet zal niet verbijsterd raken.'
(31) S'rî Vasudeva zei: 'Nu dat je de koning zijn jaarlijkse penningen hebt betaald en wij elkaar getroffen hebben, zouden we beiden hier niet nog langer moeten blijven, er zou zich iets kunnen hebben voorgedaan in Gokula!'
(32) S'rî S'uka zei: 'Met dat advies afscheid nemend spanden Nanda en zijn metgezellen hun ossen voor hun ossenwagens en vertrokken ze naar Gokula.'
Tweede editie, geladen 7 maart 2008.
Bronteksten:
De ontmoeting tussen Nanda Mahârâja en Vasudeva
S'rî S'uka zei: 'Nanda dolblij dat er een zoon was geboren, nodigde grootmoedig de geschoolden thuis in de Veda uit, reinigde zichzelf middels een bad en kleedde zich netjes aan. Om de geboorte te vieren [in jâtakarma*] liet hij de mantra's chanten en voorzag hij eveneens in de eredienst van de voorvaderen en de halfgoden zoals dat was voorgeschreven.S'ukadeva Gosvâmî zei: Nanda Mahârâja was van nature zeer grootmoedig, en toen Heer S'rî Krishna als zijn zoon geboren werd was hij buiten zichzelf van vreugde. Daarom nodigde hij, na zich gebaad, gezuiverd en voor de gelegenheid gekleed te hebben, brâhmana's uit die wisten hoe ze vedische mantra's moesten reciteren. Nadat hij deze deskundige brâhmana's zegenrijke vedische lofzangen had laten zingen, liet hij geheel volgens de regels de vedische geboorteceremonie voor zijn pasgeboren kind volbrengen, en zorgde er tevens voor dat de halfgoden en voorvaderen vereerd werden. (Vedabase)
Aan de brahmanen schonk hij in liefdadigheid talloze volledig opgesierde melkkoeien en zeven bergen sesamzaad, bezaaid met juwelen en met goud bestikte stof.
Nanda Mahârâja gaf de brâhmana's twee miljoen volledig met doeken en juwelen versierde koeien ten geschenke. Bovendien gaf hij ze zeven heuvels graan, bedekt met juwelen en met goud geborduurde doeken. (Vedabase)
Door de tijd, door te baden, door zuiveringsrituelen, door verzaking en door aanbidding raakt in liefdadigheid en tevredenheid al wat men heeft gezuiverd, maar de ziel raakt gezuiverd door zelfrealisatie.
O koning, door het verstrijken van de tijd worden het land en andere materiële bezittingen gezuiverd; door te baden wordt het lichaam gezuiverd en door schoon te maken wordt alles wat vuil is gezuiverd. De geboorte wordt gezuiverd door zuiveringsceremonieën, de zintuigen door ascese en materiële bezittingen door verering en schenkingen aan de brâhmana's. De geest wordt gezuiverd door tevredenheid en de ziel door zelfrealisatie, Krishna-bewustzijn. (Vedabase)
Onder het voortdurend weerklinken van bherî's en dundubhi's [trommels] bedienden de geleerden, de verhalenvertellers, de reciteerders en de zangers zich van woorden die alles en iedereen zuiverden.
De brâhmana's reciteerden zegenrijke vedische mantra's, waarvan de geluidstrilling de hele omgeving zuiverde. De professionele vertellers van oude geschiedenissen als de Purâna's, professionele vertellers van de geschiedenissen van koninklijke families en gewone vertellers deden hun werk, terwijl zangers liederen zongen onder begeleiding van allerlei muziekinstrumenten, zoals bherî's en dundubhi's. (Vedabase)
Heel Vraja werd schoongemaakt; alle doorgangen, binnenplaatsen en binnenkamers werden schoongewassen en een keur aan slingers en vlaggen sierden erebogen van bloemslingers, stukken stof en mangobladeren.
Vrajapura, waar Nanda Mahârâja woonde, was helemaal versierd met allerlei soorten slingers en vlaggen, en op verschillende plaatsen waren poorten opgericht en versierd met allerlei bloemenslingers, stukken doek en mangobladeren. De binnenplaatsen, de poorten aan de straatkant, en alles in de kamers van de huizen was nauwkeurig schoongeveegd en met water gewassen. (Vedabase)
De koeien, stieren en kalveren werden ingesmeerd met turmeric-olie en versierd met grondkleuren, pauwenveren, stoffen, gouden sierselen en bloemen.
De koeien, stieren en kalveren waren helemaal ingesmeerd met een mengsel van kurkuma en olie, waaraan allerlei mineralen waren toegevoegd. Hun koppen waren versierd met pauwenveren, ze hadden bloemenslingers om en waren overdekt met doeken en gouden sieraden. (Vedabase)
O Koning, de koeherders [de gopa's] die zich verzamelden waren uitgedost met de meest kostbare ornamenten en kledingstukken als overjassen en tulbanden en brachten allerlei gaven met zich mee.
O koning Parîkshit, de koeherders kleedden zich op hun best met kostbare sieraden en kledingstukken zoals jassen en tulbanden. Zo uitgedost en met allerlei geschenken in de hand begaven ze zich naar het huis van Nanda Mahârâja. (Vedabase)
De koeherdersvrouwen [de gopî's] waren eveneens blij te horen dat moeder Yas'odâ het leven had geschonken aan een jongen en toonden zich op hun best verschijnend in feestelijke kleding met hun ogen opgemaakt en juwelen om en dergelijke.
De gopî-vrouwen van de koeherders waren erg blij toen ze hoorden dat moeder Yas'odâ het leven geschonken had aan een zoon, en begonnen zich met passende gewaden, sieraden, kajal, enzovoort mooi te maken. (Vedabase)
Met hun allerprachtigste lotusgezichten en sieraden, saffraan en verse kunkum, haastten ze zich met deinende boezems en heupen derwaarts met offergaven in hun handen.
Met hun bijzonder mooie, lotusachtige gezichten, en versierd met saffraan en verse kunkuma, haastten de vrouwen van de koeherders zich met geschenken in de hand naar het huis van moeder Yas'odâ. De vrouwen hadden vanwege hun natuurlijke schoonheid brede heupen en volle borsten, die bij het snelle lopen heen en weer bewogen. (Vedabase)
De gopî's droegen prachtige oorbellen met edelstenen, hadden kettingen van gouden munten om hun nek en hadden hun kledingstukken fraai bestikt terwijl op weg naar het huis van Nanda een regen van bloemen naar beneden kwam van hun slingers; met de kledij en hun slingerende armbanden, oorhangers, borsten en bloemenslingers waren ze een lust voor het oog.
De gopî's droegen schitterende, met edelstenen bezette oorringen en om hun hals hingen metalen medaillons. Ze hadden armbanden om hun polsen, droegen bontgekleurde kleding en uit hun haar viel een regen van bloemen neer op de straat. Zoals ze daar naar het huis van Nanda Mahârâja liepen, zagen de gopî's er met hun dansende oorringen, borsten en bloemenslingers schitterend uit. (Vedabase)
Allen spraken langdurig zegeningen uit voor de pasgeborene zoals 'pâhi' ['weest beschermd'] en besprenkelden met gebeden de Ongeboren Heer met turmeric-olie.
De vrouwen en dochters van de koeherders zegenden het pasgeboren kind Krishna met de woorden: "Moge Je koning van Vraja worden en al haar inwoners lange tijd onderhouden." Ze sprenkelden een mengsel van kurkuma-poeder, olie en water op de ongeboren Allerhoogste Heer en richtten gebeden tot Hem. (Vedabase)
Met de komst in Nanda's koeiengemeenschap van Krishna, de Onbegrensde Beheerser van het Ganse Universum, weerklonk een verscheidenheid aan muziekinstrumenten in één groot feest.
Nu de alomtegenwoordige, onbegrensde Heer Krishna, de meester van de kosmische openbaring, op het landgoed van Nanda Mahârâja gekomen was, klonken er ter ere van het grote festival allerlei muziekinstrumenten. (Vedabase)
Zich vermakend gooiden de gopa's yoghurt, melk en karnemelk naar elkaar en smeerden ze elkaar in met de boter.
Vol vreugde genoten de koeherders van het festival door elkaar te bespatten met een mengsel van yoghurt, gecondenseerde melk, boter en water. Ze gooiden boter naar elkaar en smeerden het over elkaars lichamen. (Vedabase)
Hen zowel als de verhalenvertellers, de reciteerders en de zangers en allen die met hun scholing de kost verdienden het ruimste hart toedragend was, om zijn kind de beste vooruitzichten te bieden, die nobele ziel, Nanda, met de bedoeling Heer Vishnu te behagen van eerbetoon met wat ze ook maar konden gebruiken of zich konden wensen aan kleding, sierselen en koeien [zie ook 7.14: 17].
Om Heer Vishnu tevreden te stellen gaf de grootmoedige Nanda Mahârâja de koeherders kleding, sieraden en koeien ten geschenke, en verbeterde zo in elk opzicht de positie van zijn zoon. Hij deelde naargelang hun vakbekwaamheid geschenken uit aan de sûta's, mâgadha's, vandî's en mensen met allerlei andere beroepen, en vervulde zo ieders wensen. (Vedabase)
De hoogst fortuinlijke Rohinî [de moeder van Baladeva die zich daar schuilhield, zie 10.2: 7] was het ook naar de zin gemaakt door de beschermer die Nanda was; ze was druk in de weer prachtig met haar kleding, bloemenslinger en de opsmuk van een halsketting.
De bijzonder fortuinlijke Rohinî, de moeder van Baladeva, werd door Nanda Mahârâja en Yas'odâ geëerd, en daarom trok zij eveneens een prachtig gewaad aan en tooide zich met een halsketting, een bloemenslinger en andere sieraden. Ze liep druk heen en weer om de vrouwen te ontvangen die op het festival te gast waren. (Vedabase)
O Koning, van die tijd af aan ontstond in het koeiengebied van Nanda de grootste weelde met alle rijkdom daar het, als de plaats waar de Heer zich ophield, door Zijn bovenzinnelijke kwaliteiten de plaats was geworden voor het spel en vermaak van Ramâ [de Godin van het geluk, zie 8.8: 8].
O Mahârâja Parîkshit, het huis van Nanda Mahârâja is de eeuwige woonplaats van de Allerhoogste Godspersoon met Zijn transcendentale eigenschappen en is daarom van nature altijd uitgerust met alle rijkdommen. Maar sinds de komst van Heer Krishna werd het eveneens de plaats voor het spel en vermaak van de godin van het geluk. (Vedabase)
Nanda, nadat hij de bescherming over Gokula [het koeiendorp] had overgedragen aan de koeherders, ging naar Mathurâ om van zijn winst zijn jaarlijkse belasting af te dragen aan Kamsa, o beste van de Kuru-dynastie.
S'ukadeva Gosvâmî vervolgde: O beste koning Parîkshit, grootste beschermheer van de Kuru-dynastie, vervolgens stelde Nanda Mahârâja de plaatselijke koeherders aan om Gokula te beschermen en reisde toen naar Mathurâ om koning Kamsa de jaarlijkse belasting te betalen. (Vedabase)
Vasudeva, toen hij hoorde dat zijn [jongere stief-]broer Nanda [**] was vertrokken - naar verluid om de koning de eer te bewijzen - begaf hij zich naar waar hij verbleef.
Toen Vasudeva hoorde dat Nanda Mahârâja, zijn beste vriend en broer, in Mathurâ was en zijn belastinggeld reeds aan Kamsa afgedragen had, begaf hij zich naar de plaats waar Nanda Mahârâja verbleef. (Vedabase)
Hem [Vasudeva] zo opeens voor zich ziend stond hij verheugd op alsof zijn lichaam een nieuw leven had gevonden en overmand door liefde en genegenheid omarmde hij zijn dierbare vriend.
Toen Nanda Mahârâja hoorde dat Vasudeva er was, werd hij overweldigd door liefde en genegenheid en was zo verheugd dat het leek alsof zijn lichaam opnieuw tot leven gekomen was. Toen hij Vasudeva plotseling voor zich zag, sprong hij op en omhelsde hem met beide armen. (Vedabase)
Met alle eerbetoon verwelkomd, naar zijn gezondheid gevraagd en met een zitplaats bedacht vroeg hij [Vasudeva], gehecht als hij was, naar zijn eigen twee zoons het volgende zeggend, o heerser over de wereld.
O Mahârâja Parîkshit, na deze eervolle ontvangst en verwelkoming van Nanda Mahârâja, ging Vasudeva heel vreedzaam zitten, en uit intense liefde voor zijn twee zonen vroeg hij naar Hun welzijn. (Vedabase)
'Beste broeder Nanda, welk een geluk is je ten deel gevallen nu het zich heeft voorgedaan dat je de zoon hebt gekregen waar je, op leeftijd zijnde en er geen hebbend, zo wanhopig naar uitzag.
O Nanda Mahârâja, beste broer, op gevorderde leeftijd had je nog steeds geen zoon en ook geen hoop meer dat je er nog een zou krijgen. Daarom is het een teken van groot geluk dat je nu een zoon hebt. (Vedabase)
En wat een geluk ook om jou vandaag hier te treffen, het is als een wedergeboorte; hoe lastig is het niet om, ookal verblijft men in deze wereld van geboorte en dood, je dierbaren weer opnieuw te treffen!
Het is eveneens een groot geluk om je te mogen zien. Nu ik deze kans heb, voel ik me als herboren. Hoewel we in deze wereld aanwezig zijn, blijkt het toch bijzonder moeilijk te zijn om goede vrienden en dierbare verwanten te ontmoeten. (Vedabase)
Zoals dingen drijvend in een rivier worden meegevoerd door de kracht van de golven houden wij, met de nauwe band die we hebben, ons niet op één en dezelfde plaats op met het uiteenlopen van onze karmische wegen.
Vele planken en stukken hout die in een rivier ronddrijven, kunnen niet bij elkaar blijven en worden door de kracht van de golven meegevoerd. Zo kunnen ook wij, ondanks onze nauwe band met vrienden en familieleden, vanwege al onze verschillende daden in het verleden en de golven van de tijd niet bij elkaar blijven. (Vedabase)
Gaat alles goed met de koeienzaken, is er genoeg water, gras, planten en dat alles in het grote bos waar je nu leeft met je vrienden?
Mijn beste vriend Nanda Mahârâja, is het woud bij de plaats waar jij en je vrienden wonen geschikt voor de dieren, de koeien? Ik hoop dat je er geen last hebt van ziekten of andere ongemakken. Er moet een hoop water, gras en andere begroeiing zijn. (Vedabase)
O broeder, beschouwt mijn zoon, met Zijn moeder bij jou in huis levend, je als Zijn vader en is Hij een lieve jongen onder jullie beider zorg?
Mijn zoon Baladeva, die door jou en je vrouw Yas'odâdevî opgevoed wordt, beschouwt jullie als Zijn vader en moeder. Leiden Hij en Zijn echte moeder Rohinî een vredig bestaan bij jou thuis? (Vedabase)
De drie voorgeschreven levensdoelen van een persoon [van geregelde lusten, financiën en rituelen] vinden hun betekenis en werking in het samenzijn, maar dat is niet zo als dat samenzijn moeilijk is geworden, dan verliezen ze hun zeggingskracht.'
Als het vrienden en verwanten goed gaat, zijn religie, economische ontwikkeling en zinsbevrediging, zoals beschreven in de Veda's, van nut. Maar als vrienden en verwanten in nood verkeren, kunnen deze drie dingen geen geluk brengen. (Vedabase)
S'rî Nanda zei: 'Hoe spijtig is het dat de vele zoons die je had met Devakî door Kamsa ter dood werden gebracht en dat ook die ene die overbleef, de jongste, een dochter, naar de hemel is vertrokken.
Nanda Mahârâja zei: Koning Kamsa heeft alle kinderen die je vrouw Devakî ter wereld gebracht heeft helaas gedood. En je enige dochter, het jongste kind van allemaal, is naar de hemelse planeten gegaan. (Vedabase)
Door de Ongeziene inderdaad vindt alles zijn vervulling, de Ongeziene vormt het uiteindelijke voor iedereen die leeft; die lotsbestemming is iemands uiteindelijke waarheid en hij die dat weet zal niet verbijsterd raken.'
Het staat vast dat iedereen beheerst wordt door het lot, dat de resultaten van zijn baatzuchtige activiteiten bepaalt. Het is, met andere woorden, het onzichtbare lot dat bepaalt of men een zoon of een dochter krijgt, en als die zoon of dochter er niet meer is, komt dat eveneens door dat onzichtbare lot. Het lot is de uiteindelijke bestuurder van iedereen. Wie dit weet, raakt nimmer van streek. (Vedabase)
S'rî Vasudeva zei: 'Nu dat je de koning zijn jaarlijkse penningen hebt betaald en wij elkaar getroffen hebben, zouden we beiden hier niet nog langer moeten blijven, er zou zich iets kunnen hebben voorgedaan in Gokula!'
Vasudeva zei tegen Nanda Mahârâja: Beste broer, je hebt je jaarlijkse belasting aan Kamsa betaald en ook heb je mij gezien, blijf hier daarom nu niet veel langer. Het is beter dat je naar Gokula terugkeert, want ik weet dat zich daar wat ongeregeldheden zouden kunnen voordoen. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Met dat advies afscheid nemend spanden Nanda en zijn metgezellen hun ossen voor hun ossenwagens en vertrokken ze naar Gokula.'
S'ukadeva Gosvâmî zei: Na deze raad van Vasudeva gekregen te hebben vroegen Nanda Mahârâja en zijn metgezellen, de koeherders, Vasudeva toestemming om te vertrekken. Vervolgens spanden ze de ossen voor hun karren en gingen op weg naar Gokula. (Vedabase)
* De jâtakarma geboorteplechtigheid, welke plaats kan vinden zo gauw de navelstreng, waarmee het kind aan de placenta vast zit, is doorgesneden, bestaat er uit dat de tong van de nieuwgeborene driemaal met ghee wordt aangestipt voorafgegaan door inleidende gebeden. De geboorteceremonie van Krishna wordt ook wel Nandotsava genoemd. De dag dat jaarlijks Zijn geboorte wordt gevierd wordt Janmâshthamî genoemd [de achtste dag van de maand Bhâdra of S'râvana (Augustus-September)]
** De paramparâ verduidelijkt: 'Vasudeva en Nanda Mahârâja waren dermate nauw verbonden dat ze leefden als broers. Verder, leren we van de notities van S'rîpâda Madhvâcârya dat Vasudeva en Nanda Mahârâja stiefbroers waren. Vasudeva's vader, S'ûrasena, trouwde met een vais'ya meisje, en uit haar nam Nanda Mahârâja zijn geboorte. Later, trouwde Nanda Mahârâja zelf met een vais'ya meisje, Yas'odâ. Daarom wordt deze familie gerespecteert als een vais'ya familie, en nam Krishna, Zich identificerend als hun zoon, de zorg op zich voor vais'ya zaken (krishi-go-rakshya-vânijyam, B.G. 18: 44)'.
Voor
deze vertaling werd het enige deel dat Svâmi Prabhupâda
van het tiende Canto schreef
gebruikt.
Zie
de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
De eerste afbeelding op deze pagina is van Parîkshit
dâsa
(Doug
Ball).
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd