regelbalk


 

Canto 4

Dâmodarâshthaka

 

Hoofdstuk 19:  Koning Prithu's Honderd Paardoffers

(1) De wijze Maitreya zei: 'Daarna begon hij, de koning, in het land van Manu dat bekend staat als Brahmâvarta, waar de Sarasvatî naar het oosten stroomt, toen met het uitvoeren van een honderdtal paardoffers. (2) Geconfronteerd met deze hoogste machtige uitnemendheid in het vruchtdragend handelen kon koning Indra, die zelf een honderd offers had gebracht, niet het groot ceremonieel vertoon van de offers van koning Prithu verdragen. (3) Het was waarin rechtstreeks de genieter van alle offers, de Allerhoogste Heer Vishnu, de bovenzinnelijke beheerser, zichzelf zou vertonen, daar hij de bezitter, de leraar van de gehele wereld en van ieders ziel was. (4) In het gezelschap verkerend van Brahmâ en S'iva en al de lokale grootheden met hun volgelingen, wordt Hij geprezen door de bewoners en zangers van de hemel en de wijzen. (5) De volmaakten en zij die zich verlaten op de geleerdheid, de nazaten van Diti, zij die voor het resultaat werken en de bewakers van de weelde, maakten daar aangevoerd door Nanda en Sunanda, de meest eerbiedwaardige metgezellen van de Heer, hun opwachting. (6) De meesters van de yoga aangevoerd met Sanaka aan het hoofd: Kapila, Nârada en Dattâtreya en al de grote toegewijden steeds vol ijver de Heer te dienen, volgden Hem daar. (7) Beste zoon van Bharata, het was vandaar dat het land alle wensen vervulde als de koe al de melk producerend, ieder verlangd voorwerp voortbrengend dat de offeraar nodig had. (8) De rivieren gaven al het water dat nodig was, er was melk, yoghurt en het voedsel van andere melkproducten en de bomen met hun grote lichamen droegen vruchten en lieten de honing druipen. (9) De mensen van overal tezamen met hun bestuurders presenteerden zich met een aanbod van de vier soorten voedsel [dat wat wordt gekauwd, gelikt, wordt opgezogen en gedronken] en bergen juwelen uit de heuvels en oceanen. (10) Zodoende was koning Prithu, die zwoer bij de Heer voorbij de Zinnen, de meest ontwikkelde in rijkdom, maar de grote Heer Indra, die afgunstig was, vormde een obstakel. (11) Vol van afgunst, stal hij, ongezien, het offerdier toen de zoon van Vena bezig was met het laatste paardoffer bedoeld om de Heer aller Offers te behagen. (12) Zich voordoend als een bevrijd iemand en alzo religie en goddeloosheid met elkaard verwarrend, werd hij, terwijl hij de hemel in wegvluchtte, door Atri gezien. (13) De zoon van koning Prithu, een grote held, aangemoedigd door Atri, de wijze, om hem te doden, werd zeer kwaad en riep: 'Wacht je, wacht!'. (14) Maar toen hij zag dat hij de kleding droeg die men als religieus beschouwt, zijn haar bijeengebonden had en een lichaam had geheel besmeurd met as, was hij niet in staat een pijl op hem af te vuren. (15) De zoon van Prithu die afgezien had van het doden werd door de wijze Atri opnieuw aangespoord om het toch te doen aangezien, mijn beste, de grote Indra de laagste van allen was geworden, in het verhinderen van het uitvoeren van een yajña. (16) Met die opdracht begon de zoon van Prithu, die zo kwaad als de Koning der Gieren was op Râvana, Indra na te jagen die in de verte wegvluchtte. (17) Het paard zowel als zijn valse kledij achter zich latend met hem achter zich aan, verdween Indra uit het zicht. Met het terugbrengen van het dier van zijn vader naar het offerperk keerde hij, de grote held, toen weerom.

(18) Beste Vidura, toen men de werkelijkheid van zijn wonderbaarlijk handelen zag, bedachten de grote wijzen hem dienovereenkomstig met de naam Vijitâs'va [hij die het paard terugwon]. (19) Niet gezien, onder de dekking van hechte duisternis, stal de machtige koning Indra echter opnieuw het paard weg van het offerblok waar het in gouden ketenen was geslagen. (20) Toen Atri erop wees dat hij buiten wegsnelde, kon de held hem deze keer ziend met een staf in zijn hand waar bovenaan een schedel hing, er eveneens niet toe komen hem te doden. (21) Door Atri ertoe aangespoord hem te achtervolgen, had hij, kwaad geworden, een pijl op zijn boog aangelegd, maar de onafhankelijke Indra die wederom het paard en zijn uitdossing opgaf, hield zichzelf buiten schot. (22) De held die het paard zo te pakken kreeg ging toen weer terug naar het offerperk van zijn vader; sedertdien is het zo dat degene die tekort schiet in de kennis zich presenteert met dat valse vertoon van de heer van de hemel. (23) Die gedaanten die Indra aannam met het verlangen het paard te ontvreemden, vormen allen taal en teken van zondige activiteiten; hiervoor heeft men de term gebrekkig gereserveerd [met khanda, wat stuk of gebroken is, heet het pâkhanda of pâshanda, ofwel valse prediker of ketter]. (24-25) Met Indra op die manier het paard wegstelend van de zoon van Vena in het verlangen het offer een halt toe te roepen, raakte de gewone man op die manier aangetrokken tot het zich valselijk uitdossen dat werd opgepakt en weer nagelaten door hem wat betreft de geloofsovertuiging. Men voelt zich gek genoeg tot deze valsheid van geloof in rode gewaden, naakt erbij lopen etc. aangetrokken, omdat het over het algemeen zeer bedreven wordt aangepakt met een goede taalbeheersing. (26) De incarnatie van de Heer, de als almachtig gevierde koning Prithu, hierover op Indra zeer vertoornd, nam een pijl op en hief zijn boog.

(27) De priesters die zagen dat Prithu zich aldus opmaakte om de koning van de hemel te doden, konden dat vertoon van zijn verschrikkelijk motief niet verdragen en brachten er tegenin: 'O grote ziel, zoals het staat vermeld in de geschriften, heeft het geen pas anderen naar het leven te staan in dit soort aangelegenheden. (28) We zullen Indra, die in feite reeds zijn macht kwijt is als de vernietiger van uw belang, aanroepen met nog nooit eerder gebruikte mantra's en zullen met alle macht uw vijand terstond in het vuur offeren, o Koning.'

(29) Na aldus degene die aan de macht was op de hoogte te hebben gesteld, o Vidura, stonden de priesters, geheel zuur, klaar met de offerlepel in hun hand om het offer te brengen, maar toen ze ermee begonnen vroeg Heer Brahmâ hen te stoppen: (30) 'U allen tezamen, u zou Indra niet uit de wereld moeten helpen, omdat hij, die u wenst te doden, door zijn offeren, deel uitmaakt van de Allerhoogste Heer - en ook zijn zij die van God zijn, die u met het offeren wenst te behagen, allen deel van Indra zelf! (31) Tevens, o tweemaal geborenen, behoed u voor deze grote schending van de religie begaan door Indra in zijn verlangen om de voortgang in dezen van de koning te dwarsbomen. (32) Koning Prithu staat over de gehele wereld bekend, laat het derhalve zo zijn dat er voor hem die negenennegentig offers heeft gebracht er weinig meer te bereiken valt; en u uzelf o Koning, als de kenner van het pad der bevrijding - werden niet al de offers op de juiste wijze gebracht? (33) Zeker is dat u niet uit woede tegen Heer Indra op moet staan; het lijdt geen twijfel dat dat beter voor het welzijn en geluk van u beiden is, die samen staan voor het veelvormige van de Heer Gevierd in de Geschriften. (34) O grote Vorst, alstublieft, neem in overweging wat ik u met het grootste respect zeg: laat u niet zoals u deed, gaan in de geest van het kwade vanwege een wending van het lot, daar men van hem die dat overweegt in de donkerste regionen belandt. (35) Laat er een einde komen aan dit offeren, het was door het zich voordoen naar het voorbeeld van Indra dat zo vele principes van de religie werden geschonden en slechte gewoonten konden post vatten onder hen die van God zijn. (36) Zie toch hoe al deze misleiding, die door Indra werd geïntroduceerd als degene die uw offerplechtigheid doorkruisend het paard wegstal, zo verlokkelijk is voor de gewone man dat hij zich erdoor laat meeslepen. (37) Uwe Majesteit, enkel ter verlossing, incarneerde u naar tijd en omstandigheid in deze wereld ter wille van de geloofsovertuiging die door de misdaden van koning Vena bijna was verdwenen - en nu bent u er als deel en geheel van het lichaam van Vishnu, o zoon van Vena. (38) Derhalve in overweging van het heil van de wereld, o heer der mensen, geef gevolg aan het verlangen van de stamvaders [dat u een expansie van de Allerhoogste zou zijn] en steek een stokje voor de illusie geschapen door Indra in de vorm van het gemoraliseer zonder dienstbaarheid (de pseudoreligie, de hypocisie) dat de moeder vormt van het gevaarlijke pad der ketterij.'

(39) Maitreya vervolgde: 'Aldus van advies gediend door de leraar van iedereen sloot Prithu, de koning en meester, in navolging van wat gezegd was en naar zijn beste kunnen, vrede met zelfs Indra. (40) Na dat gedaan te hebben nam hij naar gebruik een bad en zag hij de zegeningen voor de roem van zijn deugd tegemoet van de godbewusten, daar ze allen zeer verheugd waren over het brengen van dat offer. (41) Al degenen die werkelijk geleerd hadden, waren, toen ze de oorspronkelijke koning hun zegen hadden gegeven, zeer gelukkig met het grote respect en de beloningen die ze van hem in ontvangst mochten nemen, o edelman: (42) 'O machtig gearmde, op uw uitnodiging verzamelden we ons hier allen: de voorvaderen, de goden, de wijzen en de gewone man, en u hebt ons allen geëerd met giften en eerbewijzen.

 

       

next                       

 
Tweede editie, geladen 4 november, 2006.
 

 

 

Bronteksten:

Koning Prithu's honderd paardenoffers

 

Text 1 :

De wijze Maitreya zei: 'Daarna begon hij, de koning, in het land van Manu dat bekend staat als Brahmâvarta, waar de Sarasvatî naar het oosten stroomt, toen met het uitvoeren van een honderdtal paardoffers.

De grote wijze Maitreya vervolgde: Beste Vidura, koning Prithu nam het initiatief om honderd paardenoffers te brengen op de plek vanwaar de rivier de Sarasvatî naar het oosten stroomt. Dit stuk land staat bekend als Brahmâvarta en stond onder bestuur van Svâyambhuva Manu. (Vedabase)

 

Text 2 :

Geconfronteerd met deze hoogste machtige uitnemendheid in het vruchtdragend handelen kon koning Indra, die zelf een honderd offers had gebracht, niet het groot ceremonieel vertoon van de offers van koning Prithu verdragen.

Toen de zeer machtige Indra, de koning van de hemel, dit zag, achtte hij de kans groot dat koning Prithu hem op het gebied van vruchtdragende activiteiten zou gaan overtreffen. Daarom kon Indra de geweldige offerplechtigheden van koning Prithu niet verdragen. (Vedabase)

 

Text 3:

Het was waarin rechtstreeks de genieter van alle offers, de Allerhoogste Heer Vishnu, de bovenzinnelijke beheerser, zichzelf zou vertonen, daar hij de bezitter, de leraar van de gehele wereld en van ieders ziel was.

De Allerhoogste Godspersoon, Heer Vishnu, zetelt in ieders hart als de Superziel, en Hij is de eigenaar van alle planeten en de genieter van de vruchten van alle offers. Hij was persoonlijk aanwezig bij de offers die koning Prithu bracht. (Vedabase)

  

Text 4:

In het gezelschap verkerend van Brahmâ en S'iva en al de lokale grootheden met hun volgelingen, wordt Hij geprezen door de bewoners en zangers van de hemel en de wijzen.

Toen Heer Vishnu in het offerperk verscheen, werd Hij vergezeld door Heer Brahmâ, Heer S'iva en de voornaamste persoonlijkheden van elke planeet met hun volgelingen. Toen Hij daar aankwam, werd Hij door alle bewoners van Gandharvaloka, de grote wijzen en de bewoners van Apsaroloka geprezen. (Vedabase)

 

Text 5:

De volmaakten en zij die zich verlaten op de geleerdheid, de nazaten van Diti, zij die voor het resultaat werken en de bewakers van de weelde, maakten daar aangevoerd door Nanda en Sunanda, de meest eerbiedwaardige metgezellen van de Heer, hun opwachting.

De Heer werd vergezeld door de bewoners van Siddhaloka en Vidyâdhara-loka, door alle afstammelingen van Diti, de demonen en de Yaksha's. Zijn voornaamste metgezellen, met Sunanda en Nanda aan het hoofd, waren ook meegekomen. (Vedabase)

 

Text 6:

De meesters van de yoga aangevoerd met Sanaka aan het hoofd: Kapila, Nârada en Dattâtreya en al de grote toegewijden steeds vol ijver de Heer te dienen, volgden Hem daar.

Grote toegewijden, die altijd opgingen in de toegewijde dienst aan de Allerhoogste Godspersoon, en ook de grote wijzen Kapila, Nârada en Dattâtreya, en de meesters van mystieke krachten, met Sanaka Kumâra aan het hoofd, woonden samen met Heer Vishnu de grote offerplechtigheid bij. (Vedabase)

 

Text 7:

Beste zoon van Bharata, het was vandaar dat het land alle wensen vervulde als de koe al de melk producerend, ieder verlangd voorwerp voortbrengend dat de offeraar nodig had.

Beste Vidura, bij dat grote offer werd het hele land als de melk-producerende kâma-dhenu, en zo werden door het brengen van yajña alle dagelijkse levensbehoeften verstrekt. (Vedabase)

 

Text 8:

De rivieren gaven al het water dat nodig was, er was melk, yoghurt en het voedsel van andere melkproducten en de bomen met hun grote lichamen droegen vruchten en lieten de honing druipen.

De stromende rivieren zorgden voor allerlei smaken - zoet, prikkelend, zuur enzovoort - en de reusachtige bomen gaven een overvloed van fruit en honing. De koeien, die voldoende groen gras hadden gegeten, voorzagen in overdadige hoeveelheden melk, yoghurt, geklaarde boter en andere melkprodukten. (Vedabase)

 

Text 9:

De mensen van overal tezamen met hun bestuurders presenteerden zich met een aanbod van de vier soorten voedsel [dat wat wordt gekauwd, gelikt, wordt opgezogen en gedronken] en bergen juwelen uit de heuvels en oceanen.

Koning Prithu kreeg van het gewone volk en van de leidende godheden van alle planeten allerlei geschenken aangeboden. De oceanen en de zeeën waren vol kostbare juwelen en parels, en de heuvels zaten vol met chemicaliën en compost. Vier soorten eetwaar werden in overvloed voortgebracht. (Vedabase)

 

Text 10:

Zodoende was koning Prithu, die zwoer bij de Heer voorbij de Zinnen, de meest ontwikkelde in rijkdom, maar de grote Heer Indra, die afgunstig was, vormde een obstakel.

Koning Prithu had de Allerhoogste Godspersoon, die bekendstaat als Adhokshaja, als zijn heer en meester aanvaard. Omdat koning Prithu zoveel offers bracht, bezat hij door de genade van de Allerhoogste Heer bovenmenselijke vermogens. De hemelkoning Indra kon het echter niet verdragen dat koning Prithu zo gezegend was, en trachtte hem daarom in zijn vooruitgang te dwarsbomen. (Vedabase)

 

Text 11:

Vol van afgunst, stal hij, ongezien, het offerdier toen de zoon van Vena bezig was met het laatste paardoffer bedoeld om de Heer aller Offers te behagen.

Toen Prithu Mahârâja het laatste paardenoffer bracht [as'vamedha-yajña], stal koning Indra, onzichtbaar voor allen, het paard dat voor het offer bestemd was. Hij deed dit uit grote afgunst jegens koning Prithu. (Vedabase)

 

Text 12:

Zich voordoend als een bevrijd iemand en alzo religie en goddeloosheid met elkaard verwarrend, werd hij, terwijl hij de hemel in wegvluchtte, door Atri gezien.

Toen koning Indra het paard wegnam, verkleedde hij zich als een bevrijd persoon. Zijn vermomming was eigenlijk een vorm van bedrog, omdat ze valselijk een religieuze indruk wekte. Toen Indra zo de kosmische ruimte inging, zag de grote wijze Atri hem en begreep de hele situatie. (Vedabase)

 

Text 13

De zoon van koning Prithu, een grote held, aangemoedigd door Atri, de wijze, om hem te doden, werd zeer kwaad en riep: 'Wacht je, wacht!'.

Toen de zoon van Mahârâja Prithu door Atri van koning Indra's truc op de hoogte was gebracht, werd hij meteen erg kwaad en ging Indra achterna om hem te doden, terwijl hij riep: "Wacht! Wacht!". (Vedabase)

 

Text 14:

Maar toen hij zag dat hij de kleding droeg die men als religieus beschouwt, zijn haar bijeengebonden had en een lichaam had geheel besmeurd met as, was hij niet in staat een pijl op hem af te vuren.

Koning Indra was valselijk als sannyâsî gekleed, en had zijn haar op zijn hoofd geknoopt en zijn hele lichaam met as besmeerd. Door die vermomming zag de zoon van koning Prithu Indra aan voor een religieus mens en vrome sannyâsî. Daarom schoot hij zijn pijlen niet af. (Vedabase)

 

Text 15:

De zoon van Prithu die afgezien had van het doden werd door de wijze Atri opnieuw aangespoord om het toch te doen aangezien, mijn beste, de grote Indra de laagste van allen was geworden, in het verhinderen van het uitvoeren van een yajña.

Toen Atri Muni zag dat de zoon van koning Prithu door Indra misleid was en zonder hem gedood te hebben weer terugkeerde, beval hij hem wederom de hemelkoning te doden, omdat hij vond dat Indra de laagste van alle halfgoden was geworden vanwege het feit dat hij koning Prithu had verhinderd om zijn offer uit te voeren. (Vedabase)

  

Text 16:

Met die opdracht begon de zoon van Prithu, die zo kwaad als de Koning der Gieren was op Râvana, Indra na te jagen die in de verte wegvluchtte.

Nu hij geheel van de stand van zaken op de hoogte was gebracht, zette de kleinzoon van koning Vena onmiddellijk de achtervolging van Indra in, die in grote haast door de lucht wegvluchtte. Hij was heel woedend op hem, en hij jaagde hem na zoals de koning der gieren Râvana najaagde. (Vedabase)

 

Text 17:

Het paard zowel als zijn valse kledij achter zich latend met hem achter zich aan, verdween Indra uit het zicht. Met het terugbrengen van het dier van zijn vader naar het offerperk keerde hij, de grote held, toen weerom.

Toen Indra zag dat de zoon van Prithu hem achternazat, gaf hij ogenblikkelijk zijn vermomming op, liet het paard gaan en was zelf plotseling verdwenen. De grote held, de zoon van Mahârâja Prithu, bracht het paard vervolgens naar het offerperk terug. (Vedabase)

 

Text 18:

Beste Vidura, toen men de werkelijkheid van zijn wonderbaarlijk handelen zag, bedachten de grote wijzen hem dienovereenkomstig met de naam Vijitâs'va [hij die het paard terugwon].

Beste Vidura, o Heer, toen de grote wijzen de bewonderenswaardige moed van de zoon van koning Prithu aanschouwden, besloten ze om hem de naam Vijitâs'va te geven. (Vedabase)
 
Text 19:

Niet gezien, onder de dekking van hechte duisternis, stal de machtige koning Indra echter opnieuw het paard weg van het offerblok waar het in gouden ketenen was geslagen.

Beste Vidura, Indra, de zeer machtige hemelkoning, liet een diepe duisternis over het offerperk neerdalen. Toen hij het hele gebied op deze wijze bedekt had, nam hij het paard, dat vlakbij het houten offerblok met gouden ketens vastgeklonken was, opnieuw weg. (Vedabase)

 

Text 20:

Toen Atri erop wees dat hij buiten wegsnelde, kon de held hem deze keer ziend met een staf in zijn hand waar bovenaan een schedel hing, er eveneens niet toe komen hem te doden.

De grote wijze Atri wees de zoon van koning Prithu er wederom op dat Indra door de lucht wegvluchtte. De grote held, de zoon van Prithu, ging hem opnieuw achterna. Maar toen hij zag dat Indra een staf met een doodshoofd als knop droeg, en weer het kleed van een sannyâsî aanhad, gaf hij er nog steeds de voorkeur aan om hem niet te doden. (Vedabase)

 

Text 21:

Door Atri ertoe aangespoord hem te achtervolgen, had hij, kwaad geworden, een pijl op zijn boog aangelegd, maar de onafhankelijke Indra die wederom het paard en zijn uitdossing opgaf, hield zichzelf buiten schot.

Toen de grote wijze Atri de werkelijke situatie weer uitlegde, werd de zoon van koning Prithu zeer kwaad en plaatste een pijl op zijn boog. Zodra koning Indra dit zag wierp hij onmiddellijk zijn sannyâsî-vermomming af en, nadat hij ook het paard had losgelaten, maakte hij zichzelf onzichtbaar. (Vedabase)

 

Text 22:

De held die het paard zo te pakken kreeg ging toen weer terug naar het offerperk van zijn vader; sedertdien is het zo dat degene die tekort schiet in de kennis zich presenteert met dat valse vertoon van de heer van de hemel.

Toen nam de grote held Vijitâs'va, de zoon van koning Prithu, het paard weer mee en keerde terug naar het offerperk van zijn vader. Sinds die tijd hebben bepaalde mensen met weinig kennis valselijk het kleed van een sannyâsî gebruikt. Het was koning Indra die hiermee begon. (Vedabase)

  

Text 23:

Die gedaanten die Indra aannam met het verlangen het paard te ontvreemden, vormen allen taal en teken van zondige activiteiten; hiervoor heeft men de term gebrekkig gereserveerd [met khanda, wat stuk of gebroken is, heet het pâkhanda of pâshanda, ofwel valse prediker of ketter].

Alle verschillende gedaanten van bedelmonnik die Indra uit begeerte om het paard te stelen aannam, waren stuk voor stuk symbolen van atheïstische filosofie. (Vedabase)

 

Text 24-25:

Met Indra op die manier het paard wegstelend van de zoon van Vena in het verlangen het offer een halt toe te roepen, raakte de gewone man op die manier aangetrokken tot het zich valselijk uitdossen dat werd opgepakt en weer nagelaten door hem wat betreft de geloofsovertuiging. Men voelt zich gek genoeg tot deze valsheid van geloof in rode gewaden, naakt erbij lopen etc. aangetrokken, omdat het over het algemeen zeer bedreven wordt aangepakt met een goede taalbeheersing.

Op deze wijze nam koning Indra, met het oogmerk om het offerpaard van koning Prithu te stelen, verschillende sannyâsa-ordes aan. Er zijn sannyâsî's die naakt gaan, en soms dragen ze ook rode kleren en gaan door het leven onder de naam kâpâlika. Dit is niets anders dan een symbool voor hun zondige activiteiten. Deze zogenaamde sannyâsî's worden zeer gewaardeerd door zondige mensen, omdat het allemaal zondige atheïsten zijn, zeer bedreven in het naar voren brengen van argumenten en redenen om hun zaak te verdedigen. We moeten echter weten dat ze zich alleen maar voordoen als religieus maar dat in feite niet zijn. Ongelukkigerwijze geloven verwarde mensen dat ze wél religieus zijn, en doordat ze zich tot hen aangetrokken voelen, verknoeien ze hun leven. (Vedabase)

 

Text 26:

De incarnatie van de Heer, de als almachtig gevierde koning Prithu, hierover op Indra zeer vertoornd, nam een pijl op en hief zijn boog.

Mahârâja Prithu, die vereerd werd vanwege zijn enorme macht, nam onmiddellijk zijn pijl en boog op en maakte zich klaar om zelf Indra te doden, omdat Indra zulke afwijkende sannyâsa-ordes had geïntroduceerd. (Vedabase)

 

Text 27:

De priesters die zagen dat Prithu zich aldus opmaakte om de koning van de hemel te doden, konden dat vertoon van zijn verschrikkelijk motief niet verdragen en brachten er tegenin: 'O grote ziel, zoals het staat vermeld in de geschriften, heeft het geen pas anderen naar het leven te staan in dit soort aangelegenheden.

Toen de priesters en alle anderen zagen dat Mahârâja Prithu zo kwaad was dat hij klaarstond om Indra te doden, verzochten ze hem: O grote ziel, dood hem niet, want alleen offerdieren kunnen tijdens een offerplechtigheid gedood worden. Zo luiden de aanwijzingen die in de s'âstra's gegeven worden. (Vedabase)

 

Text 28:

We zullen Indra, die in feite reeds zijn macht kwijt is als de vernietiger van uw belang, aanroepen met nog nooit eerder gebruikte mantra's en zullen met alle macht uw vijand terstond in het vuur offeren, o Koning.'

Beste koning, Indra's krachten zijn al afgenomen door zijn poging om de uitvoering van uw offer te verhinderen. Als wij hem aanroepen met behulp van vedische mantra's die nog nooit gebruikt zijn, zal hij zeker komen. En omdat hij uw vijand is, zullen we hem door de kracht van onze mantra's in het vuur werpen. (Vedabase)

 

Text 29:

Na aldus degene die aan de macht was op de hoogte te hebben gesteld, o Vidura, stonden de priesters, geheel zuur, klaar met de offerlepel in hun hand om het offer te brengen, maar toen ze ermee begonnen vroeg Heer Brahmâ hen te stoppen:

Beste Vidura, nadat de priesters die betrokken waren geweest in de uitvoering van het offer de koning deze raad gegeven hadden, riepen ze in grote woede de hemelkoning Indra aan. Maar net toen ze de offerande in het vuur wilden doen, verscheen Heer Brahmâ daar en verbood hen om het offer uit te voeren. (Vedabase)

 

Text 30:

'U allen tezamen, u zou Indra niet uit de wereld moeten helpen, omdat hij, die u wenst te doden, door zijn offeren, deel uitmaakt van de Allerhoogste Heer - en ook zijn zij die van God zijn, die u met het offeren wenst te behagen, allen deel van Indra zelf!

Heer Brahmâ sprak hen als volgt toe: Beste offeraars, jullie kunnen Indra, de hemelkoning, niet doden. Dat is jullie taak niet. Jullie zouden moeten weten dat Indra even goed is als de Allerhoogste Godspersoon. Feitelijk is hij een van de machtigste assistenten van de Godspersoon. Met dit yajña trachten jullie alle halfgoden tevreden te stellen, maar jullie zouden moeten weten dat al deze halfgoden slechts deeltjes van de hemelkoning Indra zijn. Hoe kunnen jullie hem dan in dit grote offer doden? (Vedabase)

  

Text 31:

Tevens, o tweemaal geborenen, behoed u voor deze grote schending van de religie begaan door Indra in zijn verlangen om de voortgang in dezen van de koning te dwarsbomen.

Teneinde koning Prithu's grote offer te verstoren en de uitvoering ervan te belemmeren, heeft koning Indra van middelen gebruik gemaakt die in de toekomst het rechte pad van de religie zullen verwoesten. Ik richt jullie aandacht op dit feit. Als jullie hem nog meer tegen jullie in het harnas jagen, zal hij zijn macht nog verder misbruiken en vele andere goddeloze stelsels introduceren. (Vedabase)

 

Text 32:

Koning Prithu staat over de gehele wereld bekend, laat het derhalve zo zijn dat er voor hem die negenennegentig offers heeft gebracht er weinig meer te bereiken valt; en u uzelf o Koning, als de kenner van het pad der bevrijding - werden niet al de offers op de juiste wijze gebracht?

"Laten er voor Mahârâja Prithu slechts negenennegentig offerplechtigheden zijn," besloot Heer Brahmâ. Vervolgens wendde Heer Brahmâ zich tot Mahârâja Prithu en doordrong hem van het feit dat hij het pad der bevrijding door en door kende - wat voor zin had het dan om nog meer offers te brengen? (Vedabase)

 

Text 33:

Zeker is dat u niet uit woede tegen Heer Indra op moet staan; het lijdt geen twijfel dat dat beter voor het welzijn en geluk van u beiden is, die samen staan voor het veelvormige van de Heer Gevierd in de Geschriften.

Heer Brahmâ vervolgde: Moge het geluk jullie beiden op uw pad vergezellen, want zowel u als koning Indra zijn een volkomen deeltje van de Allerhoogste Godspersoon. Daarom zoudt u niet kwaad op koning Indra mogen zijn, want hij verschilt niet van u. (Vedabase)

  

Text 34:

O grote Vorst, alstublieft, neem in overweging wat ik u met het grootste respect zeg: laat u niet zoals u deed, gaan in de geest van het kwade vanwege een wending van het lot, daar men van hem die dat overweegt in de donkerste regionen belandt.

Beste koning, maakt u zich geen zorgen en wees niet verstoord omdat uw offers door tussenkomst van het lot niet juist uitgevoerd zijn. Wees zo goed om mijn woorden met grote achting aan te horen. We mogen nooit vergeten dat als er iets door lotsbeschikking geschiedt, ons dat niet al te zeer moet spijten. Hoe meer we trachten om dergelijke tegenslagen ongedaan te maken, des te dieper komen we in het duister van het materiële denken terecht. (Vedabase)

 

Text 35:

Laat er een einde komen aan dit offeren, het was door het zich voordoen naar het voorbeeld van Indra dat zo vele principes van de religie werden geschonden en slechte gewoonten konden post vatten onder hen die van God zijn.

Heer Brahmâ vervolgde: Stop met het brengen van deze offers, want ze hebben Indra ertoe gebracht om allerlei vormen van goddeloosheid te introduceren. U zoudt heel goed moeten weten dat er zelfs onder de halfgoden veel ongewenste verlangens heersen. (Vedabase)

 

Text 36:

Zie toch hoe al deze misleiding, die door Indra werd geïntroduceerd als degene die uw offerplechtigheid doorkruisend het paard wegstal, zo verlokkelijk is voor de gewone man dat hij zich erdoor laat meeslepen.

Kijk nu eens hoe Indra, de hemelkoning, middenin de offerplechtigheid opschudding veroorzaakt heeft door het offerpaard te stelen. Deze aanlokkelijke maar zondige activiteiten die hij ingevoerd heeft, zullen door de gewone mensen nagevolgd worden. (Vedabase)

 

Text 37:

Uwe Majesteit, enkel ter verlossing, incarneerde u naar tijd en omstandigheid in deze wereld ter wille van de geloofsovertuiging die door de misdaden van koning Vena bijna was verdwenen - en nu bent u er als deel en geheel van het lichaam van Vishnu, o zoon van Vena.

O koning Prithu, zoon van Vena, u bent een deeltje van Heer Vishnu. Ten gevolge van de schadelijke activiteiten van koning Vena waren de religieuze beginselen bijna verloren gegaan. Op het juiste ogenblik daalde u toen echter neer als incarnatie van Heer Vishnu. U bent in feite uit het lichaam van koning Vena verschenen om de religieuze beginselen te beschermen. (Vedabase)

 

Text 38:

Derhalve in overweging van het heil van de wereld, o heer der mensen, geef gevolg aan het verlangen van de stamvaders [dat u een expansie van de Allerhoogste zou zijn] en steek een stokje voor de illusie geschapen door Indra in de vorm van het gemoraliseer zonder dienstbaarheid. (de pseudoreligie, de hypocisie) dat de moeder vormt van het gevaarlijke pad der ketterij.'

O beschermheer van het volk, neem alstublieft het doel in aanmerking waarom u als incarnatie van Vishnu verschenen bent. De goddeloze beginselen die Indra in de wereld heeft gebracht, zijn als de moeders van een heleboel ongewenste godsdiensten. Maak daarom alstublieft onmiddellijk een eind aan deze imitaties. (Vedabase)

 

Text 39:

Maitreya vervolgde: 'Aldus van advies gediend door de leraar van iedereen sloot Prithu, de koning en meester, in navolging van wat gezegd was en naar zijn beste kunnen, vrede met zelfs Indra.

De grote wijze Maitreya vervolgde: Toen koning Prithu deze raad had gekregen van de allerhoogste leraar, Heer Brahmâ, gaf hij zijn verlangen om yajña's te brengen op en sloot vol genegenheid vrede met koning Indra. (Vedabase)

 

Text 40:

Na dat gedaan te hebben nam hij naar gebruik een bad en zag hij de zegeningen voor de roem van zijn deugd tegemoet van de godbewusten, daar ze allen zeer verheugd waren over het brengen van dat offer.

Hierna nam Prithu Mahârâja een bad, hetgeen gebruikelijk is na het brengen van een yajña, en ontving de zegeningen en verdiende genade van de halfgoden, die zeer ingenomen waren met zijn roemrijke daden. (Vedabase)

 

Text 41:

Al degenen die werkelijk geleerd hadden, waren, toen ze de oorspronkelijke koning hun zegen hadden gegeven, zeer gelukkig met het grote respect en de beloningen die ze van hem in ontvangst mochten nemen, o edelman:

De oorspronkelijke koning, Prithu, bood de brâhmana's die bij de offerplechtigheid aanwezig waren, met grote eerbied allerlei beloningen aan. Aangezien al deze brâhmana's bijzonder tevreden waren, schonken ze de koning hun welgemeende zegen. (Vedabase)

 

Text 42:

'O machtig gearmde, op uw uitnodiging verzamelden we ons hier allen: de voorvaderen, de goden, de wijzen en de gewone man, en u hebt ons allen geëerd met giften en eerbewijzen.'  

Alle grote wijzen en brâhmana's zeiden: O machtige koning, op uw uitnodiging hebben alle categorieën van levende wezens deze bijeenkomst kunnen bijwonen. Zowel bewoners van Pitriloka en de hemelse planeten, als grote wijzen en gewone mensen zijn op deze samenkomst aanwezig geweest. Iedereen is zeer tevreden over de wijze waarop u gehandeld hebt en met alle giften die u hen geschonken hebt. (Vedabase)

 

 
 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties