regelbalk


 
Canto 4

Gaurânga Karunâ Koro

Hoofdstuk 20: Heer Vishnu's Verschijnen in het Offerperk van Mahârâja Prithu

(1) Maitreya zei: 'De Opperheer, de Heer van Vaikunthha, tezamen met de machtige Indra tevreden over de offers gebracht aan Hem, de Heer van het Offer, sprak als de genieter aller offers, tot koning Prithu. (2) De Allerhoogste Heer zei: 'Deze Heer Indra, die inderdaad het u moeilijk maakte met het honderdste paard-offer dat u bracht, richt zich tot uw ziel met zijn excuses; u zou hem moeten vergeven. (3) Zij die van de grootste intelligentie zijn ten gunste van anderen in deze wereld, o god der mensen, behoren tot de beste mensen; ze gaan nooit over tot kwalijke handelingen in relatie tot andere levende wezens, daar ze nimmer de ziel vergeten in dit vehikel van de tijd. (4) Als mensen zoals u, voor langere tijd in dienst van hoger geplaatsten, verbijsterd raken door de uitwendige energie van God, is zeker het enige resultaat dat men boekt het er ziek van zijn. (5) Daarom wordt hij die verkeert in het volle van de kennis, die weet dat men dit lichaam te danken heeft aan onwetendheid, verlangens en karma, zeker er nimmer de slaaf van. (6) Met andere woorden, welke persoon met ervaring zou, onthecht, voorkeur koesteren voor de weelde, het huis en de kinderen die ontspruiten aan een dergelijk lichamelijk begrip? (7) In eenheid, zuiver, in het eigen licht en niet materieel is dat allesdoordringende reservoir van goede eigenschappen, onbewogen door de materiële wereld, de onzelfzuchtige getuige, ontstegen aan het lichaam en het denken. (8) Een ieder die aldus op de hoogte is van de ziel die zich in dit lichaam ophoudt, is, hoewel hij zich midden in de materiële natuur bevindt, als persoon nimmer aangedaan door de geaardheden ervan; zo'n persoon bevindt zich in Mij. (9) Hij die zijn plicht steeds nakomend Mij aanbidt, met geloof en toewijding zonder enig nevenmotief, zal, o Koning, ontdekken dat hij in zijn denken geleidelijk aan de hoogste voldoening vindt (10) Vrij van de geaardheden der natuur en met een gelijke blik zal hij, die van binnen onbesmet en van de vrede is, de gelijkheid van Mijn geest van emancipatie bereiken. (11) Welke persoon ook die deze gefixeerde ziel kent als zijnde eenvoudigweg de onbekommerde toezichthouder van de fysieke elementen, de kennende en werkende zintuigen en het denken, zal al het goede geluk vinden. (12) Zij aan Mij gebonden in vriendschap en verlichting zullen nooit verstoord raken in de ervaring van geluk of ongeluk naar de verschillende kwaliteiten en de voortdurende verandering van het materiële lichaam dat bestaat uit de fysieke elementen, de actieve zinnen, de motieven ervan en het denken. (13) Gelijkmoedig in geluk en ongeluk, gelijk naar allen die groter zijn, lager zijn of er tussenin zitten en met de zinnen en het denken onder controle: weest, o held, de beschermer van alle burgers; in het gezelschap verkerend van alle mensen is het zoals Ik het beschikt heb. (14) In goedheid de bevolking besturend staat het voor een koning vast dat hij in zijn volgende leven een zesde van de resultaten van alle vrome activiteiten tegemoet kan zien, anders zal hij het zonder hen moeten stellen daar, enkel belastingen innend, hij onder de zonden van de burgers die hij niet beschermt zal lijden. (15) Aldus de beschermer van de aarde zijnd als iemand wiens hoofddoel het is onthecht te zijn in navolging van de principes zoals bevestigd en doorgegeven door de meest vooraanstaanden der tweemaal geborenen, zal u in korte tijd uzelf geliefd zien bij de burgerij en de volmaakten in eigen persoon bij u thuis zien komen. (16) Alstublieft vraag me, daar Ik geheel in beslag genomen ben door uw uitzonderlijke kwaliteiten*, welke zegen u ook maar van Mij verlangt, o belangrijkste onder de mensen; men kan Mij zeker niet eenvoudig winnen door enkel offers te brengen, te verzaken of het enkel beoefenen van yoga - Ik ben aanwezig in degene die evenwichtig van geest is.'

(17) Maitreya zei: 'De veroveraar van de wereld aldus geleid door de hoogste meester van allen, de Persoonlijkheid van Vishnu, boog zijn hoofd voor de instructies van de Heer. (18) Koning Indra, beschaamd over zijn eigen daden beroerde toen vol liefde zijn voeten; hem omhelzend gaf hij [Prithu] vanzelfsprekend zijn woede op. (19) De Allerhoogste Heer, de Superziel, nam van Prithu het eerbetoon met alles wat erbij hoort in ontvangst en met zijn zinnen gezet op de lotusvoeten nam zijn toewijding geleidelijk steeds meer toe. (20) Hoewel klaar hem te verlaten was de Heer met de lotusogen, de begunstiger aller toegewijden, opgehouden door genegenheid, niet in staat te vertrekken. (21) Hij, de ideale koning, met samengevouwen handen voor de Heer, was, met zijn ogen vol tranen niet in staat Hem aan te kijken, noch kon hij spreken, zijn stem was verstikt en Hem in zijn hart omhelzend bleef hij daar voor Hem staan. (22) Daarop de tranen van zijn ogen wissend en niet tevreden met het Hem met eigen ogen voor zich zien, richtte hij zich tot de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die met Zijn lotusvoeten amper de grond beroerde en met Zijn opgeheven hand rustte op de schouder van Garuda, de vijand der slangen.

(23) Prithu zei: 'Hoe kan een geleerd man U vragen om zegeningen, o Almachtige die er de Allerhoogste Heerser over is, die er ook zijn voor al die belichaamde levende wezens die verbijsterd zijn door de geaardheden der natuur, zelfs als ze in de hel verkeren? Noch vraag ik om U als de verlichting, o Allerhoogste. (24) Zelfs daar zie ik niet naar uit, o Meester, als het dan zo is dat ik het altijd zonder de nectar zou moeten stellen die uit de kern van het hart vrijkomt bij monde van de toegewijden aan Uw lotusvoeten; vergun me enkel deze miljoenen oren, dat is voor mij de zegening. (25) Die verzachtende bries van de nectargelijke [saffraan-]deeltjes van Uw Lotusvoeten o Heer, U die wordt verheerlijkt in de geschriften zoals doorgegeven in mondelinge overlevering door de groten, herstelt van hen die afdwaalden van het pad der toegewijde dienst, de herinnering aan de vergeten waarheid en maakt andere zegeningen overbodig. (26) Als iemand op de een of andere manier zelfs maar één enkele keer, in het gezelschap van hen die gevorderd zijn, luistert naar de alleszins gunstige verheerlijking van U, o Vereerde, hoe kan men dan, ten gunste van de kwaliteiten, tenzij men een beest is, ooit afzien van dat wat de Godin van het Geluk met haar verlangen te ontvangen heeft aanvaard als Uw kwaliteit? (27) Daarom zal ik me bezighouden met de dienst aan U, die de allesomvattende Allerhoogste en Oorspronkelijke Persoonlijkheid [Pûrushottama] en het reservoir van alle goede eigenschappen bent; laat er, met ons tweeën in wedijver jegens de Meester, inderdaad zo vol van verlangen zijnd als de godin met de lotus in haar hand, er geen enkele twist bestaan in die ene aandacht van tewerk gaan in respect aan Uw voeten. (28) De moeder van het universum, o Heerser der Kosmische Werkelijkheid, vermag boos te zijn over mijn zekere verlangen wat betreft haar activiteiten; maar waarom zou dat met haar jegens U, die zelfs de meest onbetekenende dienst als iets zeer groots beschouwt en met Uw toeneiging als een liefhebbende ouder, zo zijn, naar de ongetwijfeld volledige voldoening in Uw eigen weelde? (29) Derhalve zijn zij die U aanbidden aldus allen heiligen die de misvattingen verdrijven die hun oorsprong vinden in de heersende geaardheden der natuur; ik zie niet in waarom andere personen dan de heiligen, o Allerhoogste Heer, er reden toe zouden hebben zich Uw lotusvoeten steeds te herinneren! (30) Ik beschouw Uw woorden als een verstandsverbijsterende zegening voor de materiële wereld; als men enkel dat aanvaardt waarover U op deze manier sprak tot Uw toegewijden, hoe kunnen dan de mensen in het algemeen, omdat ze zeker niet gebonden zijn door de touwen van Uw uitspraken in de Veda's, niet in beslag worden genomen door het bij herhaling overgaan tot vruchtdragende activiteiten? (31) De mensen in het algemeen, o Heer, zijn opstandig door Uw illusiewekkende energie vanwege het onwetend verlangen naar alles wat anders is dan het ware van het zelf; alstUblieft, zoals een vader dat persoonlijk voor het welzijn van een kind zou doen, vergun dat waarvan U denkt dat het wenselijk is.'

(32) Maitreya zei: 'Aldus aanbeden door de oorspronkelijke koning zei Hij, de ziener van het gehele universum, tot hem: 'Mijn beste koning, laat er uw toewijding jegens Mij zijn; bij het goede geluk van een intelligentie van zoals dit gehandeld hebben te Mijnentwille, zal u zeker Mijn illusiewekkende energie, die zo moeilijk op te geven is, te boven komen. (33) Doe derhalve wat Ik u heb opgedragen te doen zonder u te vergissen, o beschermer van burgers; wie dan ook die waar dan ook handelt in overeenstemming met Mijn geboden zal alle voorspoed ten deel vallen.'

(34) Maitreya zei: 'Aldus de betekenisvolle woorden van de wijze koning, de zoon van Vena, waarderend besloot Hij, de Onfeilbare, na aanbeden te zijn en hem afdoende gezegend te hebben, van daar te vertrekken. (35-36) De goddelijken, de wijzen, de voorvaderen, de kunstenaars, de volmaakten, de hemelse zangers, zij die met de slangen leven, de bovenmenselijke wezens, de nymphen, en zij die van de aarde zijn, de vogels en al de vele levende wezens [vergelijk 3-10: 28-29], werden door de koning, met de verworvenheid van een intelligentie van een volmaakt offeren aan de Heer, met gevouwen handen in de geest der toegewijde dienst naar behoren gerespecteerd, waarop al de volgelingen van de Heer van Vaikunthha vertrokken. (37) De beschermer der levende schepping, de onfeilbare Allerhoogste Heer, daadwerkelijk erin geslaagd de aandacht te vangen van de heilige koning en al zijn priesters, keerde terug naar Zijn verblijf. (38) Hoewel Hij niet materieel zichtbaar voor hem was ontving de koning, met het bieden van zijn eerbetuigingen aan de God der Goden, aan de Superziel voorbij het gemanifesteerde, Zijn visie en keerde ook hij naar huis terug.

 

  next                       

 
Tweede editie, geladen 4 november, 2006.
 

 

 

Bronteksten:

Heer Vishnu verschijnt in het offerperk van Mahârâja Prithu

 

Tekst 1 :

Maitreya zei: 'De Opperheer, de Heer van Vaikunthha, tezamen met de machtige Indra tevreden over de offers gebracht aan Hem, de Heer van het Offer, sprak als de genieter aller offers, tot koning Prithu.

De grote wijze Maitreya vervolgde: Beste Vidura, omdat de Allerhoogste Godspersoon, Heer Vishnu, bijzonder voldaan was over de negenennegentig paardenoffers, verscheen Hij ter plaatse, vergezeld van koning Indra. Heer Vishnu sprak als volgt. (Vedabase)

 

Tekst 2 :

De Allerhoogste Heer zei: 'Deze Heer Indra, die inderdaad het u moeilijk maakte met het honderdste paard-offer dat u bracht, richt zich tot uw ziel met zijn excuses; u zou hem moeten vergeven.

Heer Vishnu, de Allerhoogste Godspersoon, zei: Beste koning Prithu, Indra, de hemelkoning, heeft u gestoord in het brengen van uw honderd offers. Nu is hij met mij meegekomen om u vergiffenis te vragen. Wil hem daarom vergeven. (Vedabase)

 

Tekst 3:

Zij die van de grootste intelligentie zijn ten gunste van anderen in deze wereld, o god der mensen, behoren tot de beste mensen; ze gaan nooit over tot kwalijke handelingen in relatie tot andere levende wezens, daar ze nimmer de ziel vergeten in dit vehikel van de tijd.

O koning, wie blijk geeft van ontwikkelde intelligentie en graag goed doet voor anderen, wordt als de beste onder de mensen beschouwd. Een vergevorderd persoon doet anderen nooit kwaad. Mensen met ontwikkelde intelligentie zijn zich er altijd van bewust dat dit materiële lichaam verschillend is van de ziel. (Vedabase)

  

Tekst 4:

Als mensen zoals u, voor langere tijd in dienst van hoger geplaatsten, verbijsterd raken door de uitwendige energie van God, is zeker het enige resultaat dat men boekt het er ziek van zijn.

Wanneer iemand als u, die zo vergevorderd is door het opvolgen van de aanwijzingen van de voorgaande âcârya's, onder invloed van Mijn materiële energie komt, dan moet alle vooruitgang die hij gemaakt heeft als niets dan tijdverlies worden beschouwd. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Daarom wordt hij die verkeert in het volle van de kennis, die weet dat men dit lichaam te danken heeft aan onwetendheid, verlangens en karma, zeker er nimmer de slaaf van.

Wie de op het lichaam gebaseerde levensbeschouwing volledig doorziet, en weet dat dit lichaam uit niets dan onwetendheid, verlangens, en uit illusie geboren activiteiten bestaat, raakt er nooit aan verslaafd. (Vedabase)

 

Tekst 6:

Met andere woorden, welke persoon met ervaring zou, onthecht, voorkeur koesteren voor de weelde, het huis en de kinderen die ontspruiten aan een dergelijk lichamelijk begrip?

Hoe kan een zeer geleerd iemand die absoluut geen verwantschap voelt met de op het lichaam gebaseerde levensbeschouwing, door huis, kinderen, rijkdom en andere zaken die het lichaam voortbrengt, beïnvloed raken? (Vedabase)

 

Tekst 7:

In eenheid, zuiver, in het eigen licht en niet materieel is dat allesdoordringende reservoir van goede eigenschappen, onbewogen door de materiële wereld, de onzelfzuchtige getuige, ontstegen aan het lichaam en het denken.

De Individuele Ziel is één, zuiver, niet stoffelijk en van Zichzelf stralend. Hij is de bron van alle goede eigenschappen en alomtegenwoordig. Hij is vrij van elke materiële omhulling, en de getuige van alle activiteiten. Hij is totaal verschillend van alle andere levende wezens, en Hij staat boven alle belichaamde zielen. (Vedabase)

 

Tekst 8:

Een ieder die aldus op de hoogte is van de ziel die zich in dit lichaam ophoudt, is, hoewel hij zich midden in de materiële natuur bevindt, als persoon nimmer aangedaan door de geaardheden ervan; zo'n persoon bevindt zich in Mij.

Zelfs al bevindt iemand zich in de materiële wereld, als hij aldus volledige kennis bezit van de Paramâtmâ en de âtmâ, raakt hij nooit onder de invloed van de geaardheden der materiële natuur, omdat hij altijd vast verankerd is in Mijn transcendentale liefdedienst. (Vedabase)

 

Tekst 9:

Hij die zijn plicht steeds nakomend Mij aanbidt, met geloof en toewijding zonder enig nevenmotief, zal, o Koning, ontdekken dat hij in zijn denken geleidelijk aan de hoogste voldoening vindt

De Allerhoogste Godspersoon, Heer Vishnu, vervolgde: Beste koning Prithu, als iemand zijn voorgeschreven plichten vervult en Mij liefdevol dient, zonder uit te zijn op materieel voordeel, zal hij geleidelijk grote innerlijke voldoening gaan ervaren. (Vedabase)

 

Tekst 10:

Vrij van de geaardheden der natuur en met een gelijke blik zal hij, die van binnen onbesmet en van de vrede is, de gelijkheid van Mijn geest van emancipatie bereiken.

Als het hart van alle materiële smetten gereinigd is, verruimt de geest van de toegewijde zich en wordt glashelder, waardoor hij alles met gelijke blik beziet. Dan kent men vrede en is men net als Ik sac-cid-ânanda-vigraha. (Vedabase)

 

Tekst 11:

Welke persoon ook die deze gefixeerde ziel kent als zijnde eenvoudigweg de onbekommerde toezichthouder van de fysieke elementen, de kennende en werkende zintuigen en het denken, zal al het goede geluk vinden.

Wie weet dat de onveranderlijke ziel niets anders doet dan toezicht houden op de activiteiten van dit materiële lichaam, bestaande uit de vijf grofstoffelijke elementen, de zinsorganen, de werkzintuigen en de geest, komt ervoor in aanmerking om bevrijd te worden uit de gevangenschap in de materie. (Vedabase)

 

Tekst 12:

Zij aan Mij gebonden in vriendschap en verlichting zullen nooit verstoord raken in de ervaring van geluk of ongeluk naar de verschillende kwaliteiten en de voortdurende verandering van het materiële lichaam dat bestaat uit de fysieke elementen, de actieve zinnen, de motieven ervan en het denken.

Heer Vishnu verklaarde aan koning Prithu: Beste koning, het voortdurende veranderen van deze materiële wereld wordt veroorzaakt door de wisselwerking van de drie geaardheden der materiële natuur. De vijf elementen, de zinnen, de halfgoden die de zinnen besturen, en de geest, die in werking gezet wordt door de ziel, vormen alle te samen het lichaam. Aangezien de geestelijke ziel totaal verschillend is van dit geheel van grofstoffelijke en fijnstoffelijke elementen, raakt Mijn toegewijde die in diepe vriendschap en genegenheid met Mij verbonden is en volkomen kennis bezit, nooit door materieel geluk of verdriet verstoord. (Vedabase)

 

Tekst 13

Gelijkmoedig in geluk en ongeluk, gelijk naar allen die groter zijn, lager zijn of er tussenin zitten en met de zinnen en het denken onder controle: weest, o held, de beschermer van alle burgers; in het gezelschap verkerend van alle mensen is het zoals Ik het beschikt heb.

Beste heldhaftige koning, blijf alstublieft altijd evenwichtig en wees onpartijdig tegenover de mensen, of ze nu beter zijn dan u, minder of daartussenin. Laat u niet van uw stuk brengen door tijdelijk verdriet of geluk, en wees volkomen meester over uw geest en zinnen. Probeer in deze transcendentale staat uw taak als koning uit te voeren, in welke omstandigheden u door Mijn toedoen ook verkeert, want de enige plicht die u hier hebt, is de burgers in uw koninkrijk bescherming te bieden. (Vedabase)

 

Tekst 14:

In goedheid de bevolking besturend staat het voor een koning vast dat hij in zijn volgende leven een zesde van de resultaten van alle vrome activiteiten tegemoet kan zien, anders zal hij het zonder hen moeten stellen daar, enkel belastingen innend, hij onder de zonden van de burgers die hij niet beschermt zal lijden.

Het is de voorgeschreven plicht van een koning om alle mensen die in zijn land wonen te beschermen. Als hij dat doet, ontvangt hij in zijn volgende leven één zesde van de resultaten van de vrome daden van zijn onderdanen. Als een koning of een staatshoofd daarentegen alleen belasting van de burgers int en hen niet de bescherming biedt waar ze als mens recht op hebben, dan verliest hij het resultaat van zijn vrome daden aan de burgers, en is hij zelf strafbaar voor de zondige daden van zijn onderdanen, omdat hij verzuimd heeft hen te beschermen. (Vedabase)

 

Tekst 15:

Aldus de beschermer van de aarde zijnd als iemand wiens hoofddoel het is onthecht te zijn in navolging van de principes zoals bevestigd en doorgegeven door de meest vooraanstaanden der tweemaal geborenen, zal u in korte tijd uzelf geliefd zien bij de burgerij en de volmaakten in eigen persoon bij u thuis zien komen.

Heer Vishnu vervolgde: Beste koning Prithu, als u doorgaat de burgers te beschermen volgens het onderricht van de geleerde en gezaghebbende brâhmana's, zoals dit via het oor ontvangen wordt van de geestelijke erfopvolging - van leraar op leerling - en als u de religieuze beginselen naleeft die deze autoriteiten vastgelegd hebben, zonder gehecht te zijn aan zelfverzonnen ideeën, dan zullen al uw onderdanen stuk voor stuk gelukkig zijn en van u houden. Bovendien zult u binnenkort zulke reeds bevrijde persoonlijkheden als de vier Kumâra's [Sanaka, Sanâtana, Sânandana en Sanat-kumâra] kunnen zien. (Vedabase)

  

Tekst 16:

Alstublieft vraag me, daar Ik geheel in beslag genomen ben door uw uitzonderlijke kwaliteiten*, welke zegen u ook maar van Mij verlangt, o belangrijkste onder de mensen; men kan Mij zeker niet eenvoudig winnen door enkel offers te brengen, te verzaken of het enkel beoefenen van yoga - Ik ben aanwezig in degene die evenwichtig van geest is.'

Beste koning, uw verheven eigenschappen en voorbeeldig gedrag bekoren Me zeer en daarom ben Ik u bijzonder gunstig gezind. U mag Me dan ook iedere zegen vragen die u maar wenst. Iemand wiens eigenschappen en gedrag niet verheven zijn, kan Mijn gunst nooit verwerven door alleen maar offers te brengen, zware boetedoeningen te doen, of mystieke yoga te beoefenen. Maar Ik blijf altijd gelijkmoedig in het hart van iemand die eveneens gelijkmoedig blijft onder alle omstandigheden. (Vedabase)

 

Tekst 17:

Maitreya zei: 'De veroveraar van de wereld aldus geleid door de hoogste meester van allen, de Persoonlijkheid van Vishnu, boog zijn hoofd voor de instructies van de Heer.

De grote wijze Maitreya vervolgde: Beste Vidura, zo aanvaardde Mahârâja Prithu, die de hele wereld had veroverd, de aanwijzingen van de Allerhoogste Godspersoon met gebogen hoofd. (Vedabase)

 

Tekst 18:

Koning Indra, beschaamd over zijn eigen daden beroerde toen vol liefde zijn voeten; hem omhelzend gaf hij [Prithu] vanzelfsprekend zijn woede op.

Naarmate koning Indra het gesprek volgde, schaamde hij zich steeds meer over zijn daden, en viel languit voor koning Prithu neer om zijn lotusvoeten aan te raken. Maar Prithu Mahârâja omhelsde hem in grote extase en liet alle wrok over het feit dat Indra het paard gestolen had dat voor het offer bestemd was, varen. (Vedabase)
 
Tekst 19:

De Allerhoogste Heer, de Superziel, nam van Prithu het eerbetoon met alles wat erbij hoort in ontvangst en met zijn zinnen gezet op de lotusvoeten nam zijn toewijding geleidelijk steeds meer toe.

Koning Prithu vereerde de lotusvoeten van de Allerhoogste Godspersoon, die hem zo genadig was, uitbundig. Terwijl hij de lotusvoeten van de Heer zo alle eer bewees, naam Mahârâja Prithu's extase in toegewijde dienst geleidelijk toe. (Vedabase)

 

Tekst 20:

Hoewel klaar hem te verlaten was de Heer met de lotusogen, de begunstiger aller toegewijden, opgehouden door genegenheid, niet in staat te vertrekken.

De Heer stond op het punt om te vertrekken, maar omdat het gedrag van koning Prithu Hem zoveel plezier deed, bleef Hij. Omdat Hij met Zijn lotusogen het gedrag van Mahârâja Prithu zag, werd Hij opgehouden, want Hij is te allen tijde de begunstiger van Zijn toegewijden. (Vedabase)

 

Tekst 21:

Hij, de ideale koning, met samengevouwen handen voor de Heer, was, met zijn ogen vol tranen niet in staat Hem aan te kijken, noch kon hij spreken, zijn stem was verstikt en Hem in zijn hart omhelzend bleef hij daar voor Hem staan.

De oorspronkelijke koning, Mahârâja Prithu, was niet in staat om de Heer duidelijk te zien aangezien zijn ogen vol tranen stonden, en hij kon Hem met geen mogelijkheid toespreken, omdat zijn verstikte stem in zijn keel stokte. Hij omhelsde de Heer eenvoudigweg in zijn hart en bleef zo met gevouwen handen staan. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Daarop de tranen van zijn ogen wissend en niet tevreden met het Hem met eigen ogen voor zich zien, richtte hij zich tot de Oorspronkelijke Persoonlijkheid die met Zijn lotusvoeten amper de grond beroerde en met Zijn opgeheven hand rustte op de schouder van Garuda, de vijand der slangen.

Zoals de Allerhoogste Godspersoon daar stond, raakten Zijn lotusvoeten bijna de grond, en rustte Zijn hand op de hoge schouder van Garuda, de vijand der slangen. Mahârâja Prithu, die de tranen uit zijn ogen wiste, probeerde naar de Heer te kijken, maar het leek alsof hij daarmee niet volkomen voldaan was. Daarom richtte de koning de volgende gebeden tot de Heer. (Vedabase)

  

Tekst 23:

Prithu zei: 'Hoe kan een geleerd man U vragen om zegeningen, o Almachtige die er de Allerhoogste Heerser over is, die er ook zijn voor al die belichaamde levende wezens die verbijsterd zijn door de geaardheden der natuur, zelfs als ze in de hel verkeren? Noch vraag ik om U als de verlichting, o Allerhoogste.

Lieve Heer, van alle halfgoden die zegeningen kunnen verlenen, bent U de beste. Waarom zou een wijs iemand U om zegeningen vragen die bedoeld zijn voor levende wezens die verward zijn door de geaardheden der natuur? Zulke zegeningen krijgt men vanzelf, zelfs als men in helse omstandigheden leeft. Lieve Heer, U kunt iemand zonder meer de zegen geven van het opgaan in Uw bestaan, maar ik wil die zegen niet hebben. (Vedabase)

 

Tekst 24:

Zelfs daar zie ik niet naar uit, o Meester, als het dan zo is dat ik het altijd zonder de nectar zou moeten stellen die uit de kern van het hart vrijkomt bij monde van de toegewijden aan Uw lotusvoeten; vergun me enkel deze miljoenen oren, dat is voor mij de zegening.

Lieve Heer, daarom heb ik niet de minste belangstelling voor de zegen van het opgaan in Uw bestaan, omdat deze zegen geen toegang geeft tot de nectar-gelijke drank van Uw lotusvoeten. Ik wil echter met minstens een miljoen oren gezegend worden, zodat ik over de heerlijkheid van Uw lotusvoeten kan horen van de lippen van Uw zuivere toegewijden. (Vedabase)

 

Tekst 25:

Die verzachtende bries van de nectargelijke [saffraan-]deeltjes van Uw Lotusvoeten o Heer, U die wordt verheerlijkt in de geschriften zoals doorgegeven in mondelinge overlevering door de groten, herstelt van hen die afdwaalden van het pad der toegewijde dienst, de herinnering aan de vergeten waarheid en maakt andere zegeningen overbodig.

Lieve Heer, grote persoonlijkheden verheerlijken U met uitgelezen verzen. Dit verheerlijken van Uw lotusvoeten is net als deeltjes saffraan. Als de transcendentale klanken uit de mond van grote toegewijden het aroma van het saffraanstof van Uw lotusvoeten aandragen, herinnert het vergeetachtige levend wezen zich geleidelijk zijn eeuwige relatie met U. Zo beseffen toegewijden langzamerhand de werkelijke waarde van het leven. Lieve Heer, dat is de reden waarom ik geen enkele andere zegen nodig heb dan de gelegenheid om naar de woorden van Uw zuivere toegewijden te luisteren. (Vedabase)

 

Tekst 26:

Als iemand op de een of andere manier zelfs maar één enkele keer, in het gezelschap van hen die gevorderd zijn, luistert naar de alleszins gunstige verheerlijking van U, o Vereerde, hoe kan men dan, ten gunste van de kwaliteiten, tenzij men een beest is, ooit afzien van dat wat de Godin van het Geluk met haar verlangen te ontvangen heeft aanvaard als Uw kwaliteit?

O hooggeprezen Heer, als iemand zelfs maar éénmaal over Uw prijzenswaardige activiteiten hoort in het gezelschap van zuivere toegewijden, geeft hij de omgang met toegewijden nooit meer op - tenzij hij niet beter is dan een dier - want geen intelligent mens zou ooit zo achteloos kunnen zijn om hun gezelschap te verlaten. Zelfs de geluksgodin, die ernaar verlangde om over Uw ongelimiteerde activiteiten en transcendentale heerlijkheid te horen, ging over tot de volmaakte methode van het horen en chanten over Uw heerlijkheid. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Daarom zal ik me bezighouden met de dienst aan U, die de allesomvattende Allerhoogste en Oorspronkelijke Persoonlijkheid [Pûrushottama] en het reservoir van alle goede eigenschappen bent; laat er, met ons tweeën in wedijver jegens de Meester, inderdaad zo vol van verlangen zijnd als de godin met de lotus in haar hand, er geen enkele twist bestaan in die ene aandacht van tewerk gaan in respect aan Uw voeten.

Ik verlang er nu naar om dienst te bewijzen aan de lotusvoeten van de Allerhoogste Godspersoon, en net zo te dienen als de geluksgodin, die een lotus in haar hand houdt, omdat de Heer, de Allerhoogste Godspersoon, de bron van alle transcendentale eigenschappen is. Ik ben alleen bang dat de geluksgodin en ik ruzie zouden krijgen, omdat we allebei vol aandacht bezig zouden zijn met dezelfde dienst. (Vedabase)

 

Tekst 28:

De moeder van het universum, o Heerser der Kosmische Werkelijkheid, vermag boos te zijn over mijn zekere verlangen wat betreft haar activiteiten; maar waarom zou dat met haar jegens U, die zelfs de meest onbetekenende dienst als iets zeer groots beschouwt en met Uw toeneiging als een liefhebbende ouder, zo zijn, naar de ongetwijfeld volledige voldoening in Uw eigen weelde?

O Heer van het universum, hoewel de godin van het geluk, Lakshmî, de moeder van het universum is, ben ik bang dat ze kwaad op mij zal worden omdat ik me in haar dienst meng, waaraan ze zo gehecht is, en actief ben op hetzelfde vlak als zij. Toch heb ik goede hoop dat U mijn kant zult kiezen als er een misverstand mocht ontstaan, want U bent de armen zeer welgezind en U beschouwt zelfs de geringste dienst die iemand U bewijst altijd als uiterst belangrijk. Ik denk daarom dat U geen enkel risico loopt, zelfs al wordt ze boos, want U bent zo volkomen in Uzelf, dat U het gemakkelijk zonder haar kunt stellen. (Vedabase)

 

Tekst 29:

Derhalve zijn zij die U aanbidden aldus allen heiligen die de misvattingen verdrijven die hun oorsprong vinden in de heersende geaardheden der natuur; ik zie niet in waarom andere personen dan de heiligen, o Allerhoogste Heer, er reden toe zouden hebben zich Uw lotusvoeten steeds te herinneren!

Grote, eeuwig bevrijde heiligen leggen zich toe op Uw toegewijde dienst, omdat men alleen door toegewijde dienst aan de illusie van het materiële bestaan kan ontkomen. O Heer, deze bevrijde zielen hebben geen andere reden waarom ze hun toevlucht tot Uw lotusvoeten nemen, dan dat ze voortdurend aan Uw voeten denken. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Ik beschouw Uw woorden als een verstandsverbijsterende zegening voor de materiële wereld; als men enkel dat aanvaardt waarover U op deze manier sprak tot Uw toegewijden, hoe kunnen dan de mensen in het algemeen, omdat ze zeker niet gebonden zijn door de touwen van Uw uitspraken in de Veda's, niet in beslag worden genomen door het bij herhaling overgaan tot vruchtdragende activiteiten?

O mijn Heer, wat U tegen Uw zuivere toegewijde hebt gezegd is beslist erg verwarrend. De verleidingen die U in de Veda's aanbiedt, zijn zeker niet passend voor zuivere toegewijden. Gebonden door de zoete woorden van de Veda's, storten de mensen in het algemeen zich steeds weer in baatzuchtige activiteiten, omdat ze bekoord raken door de resultaten van hun daden. (Vedabase)

  

Tekst 31:

De mensen in het algemeen, o Heer, zijn opstandig door Uw illusiewekkende energie vanwege het onwetend verlangen naar alles wat anders is dan het ware van het zelf; alstUblieft, zoals een vader dat persoonlijk voor het welzijn van een kind zou doen, vergun dat waarvan U denkt dat het wenselijk is.'

Mijn Heer, onder invloed van Uw begoochelende energie zijn alle levende wezens in deze materiële wereld hun ware wezensstaat vergeten, en verlangen uit onwetendheid altijd naar materieel geluk in de vorm van sociaal leven, vriendschap en liefde. Vraag me daarom alstublieft niet om materiële zegeningen van U te aanvaarden, maar zegen me met wat U denkt dat het beste voor mij is, zoals een vader alles voor het welzijn van zijn zoon doet, zonder af te wachten tot deze om iets vraagt. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Maitreya zei: 'Aldus aanbeden door de oorspronkelijke koning zei Hij, de ziener van het gehele universum, tot hem: 'Mijn beste koning, laat er uw toewijding jegens Mij zijn; bij het goede geluk van een intelligentie van zoals dit gehandeld hebben te Mijnentwille, zal u zeker Mijn illusiewekkende energie, die zo moeilijk op te geven is, te boven komen.

De grote wijze Maitreya vervolgde door te zeggen dat de Heer, die het hele universum overziet, de koning als volgt antwoordde nadat Hij zijn gebed gehoord had: Beste koning, moge u altijd gezegend zijn met Mijn toegewijde dienst, want alleen met zo'n zuivere intentie, zoals u zelf al heel intelligent hebt opgemerkt, kan men mâyâ's onoverwinnelijke, begoochelende energie te boven komen. (Vedabase)

 

Tekst 33:

Doe derhalve wat Ik u heb opgedragen te doen zonder u te vergissen, o beschermer van burgers; wie dan ook die waar dan ook handelt in overeenstemming met Mijn geboden zal alle voorspoed ten deel vallen.'

Mijn beste koning, o beschermer van de burgers, voer van nu af aan met grote zorg Mijn opdrachten uit en laat u door niets daarvan afbrengen. Ieder die op deze manier leeft, door eenvoudigweg trouw Mijn opdrachten uit te voeren, zal altijd en overal ter wereld voorspoed ontmoeten. (Vedabase)

  

Tekst 34:

Maitreya zei: 'Aldus de betekenisvolle woorden van de wijze koning, de zoon van Vena, waarderend besloot Hij, de Onfeilbare, na aanbeden te zijn en hem afdoende gezegend te hebben, van daar te vertrekken.

De grote wijze Maitreya vertelde Vidura verder: De Allerhoogste Godspersoon waardeerde de betekenisvolle gebeden van Mahârâja Prithu zeer. Nadat Hij zo naar behoren door de koning was vereerd, zegende de Heer hem, en besloot te vertrekken. (Vedabase)

 

Tekst 35-36:

De goddelijken, de wijzen, de voorvaderen, de kunstenaars, de volmaakten, de hemelse zangers, zij die met de slangen leven, de bovenmenselijke wezens, de nymphen, en zij die van de aarde zijn, de vogels en al de vele levende wezens [vergelijk 3-10: 28-29], werden door de koning, met de verworvenheid van een intelligentie van een volmaakt offeren aan de Heer, met gevouwen handen in de geest der toegewijde dienst naar behoren gerespecteerd, waarop al de volgelingen van de Heer van Vaikunthha vertrokken.

Koning Prithu vereerde de halfgoden, de grote wijzen, de inwoners van Pitriloka, de inwoners van Gandharvaloka en van Siddhaloka, Câranaloka, Pannagaloka, Kinnaraloka, Apsaroloka, de aardse planeten en de planeten van de vogels, en de vele andere levende wezens die in het offerperk aanwezig waren. Met gevouwen handen bewees hij zowel hen allen als de Allerhoogste Godspersoon en Zijn persoonlijke metgezellen eer, door hen vriendelijk toe te spreken en zoveel mogelijk rijkdom aan te bieden. Na deze ceremonie gingen ze, in navolging van Heer Vishnu, allemaal terug naar hun eigen planeten. (Vedabase)

 

Tekst 37:

De beschermer der levende schepping, de onfeilbare Allerhoogste Heer, daadwerkelijk erin geslaagd de aandacht te vangen van de heilige koning en al zijn priesters, keerde terug naar Zijn verblijf.

De onfeilbare Allerhoogste Godspersoon, door wiens aanwezigheid de koning en de aanwezige priesters gefascineerd waren geweest, keerde terug naar Zijn woonplaats in de geestelijke hemel. (Vedabase)

 

Tekst 38:

Hoewel Hij niet materieel zichtbaar voor hem was ontving de koning, met het bieden van zijn eerbetuigingen aan de God der Goden, aan de Superziel voorbij het gemanifesteerde, Zijn visie en keerde ook hij naar huis terug.

Koning Prithu bood de Allerhoogste Godspersoon, die de Allerhoogste Heer van alle halfgoden is, toen vol respect zijn eerbetuigingen aan. Hoewel de Heer niet met materiële ogen kan worden waargenomen, openbaarde Hij Zich voor de ogen van Prithu Mahârâja. Na zijn eerbetuigingen aan de Heer te hebben gebracht, keerde de koning terug naar huis. (Vedabase)

  

De zesentwintig kwaliteiten van de toegewijde zijn: (1) Aardig voor iedereen, (2) ruziet met niemand, (3) gefixeerd in de Absolute Waarheid, (4) gelijk naar iedereen, (5) foutloos, (6) liefdadig, (7) mild, (8) rein, (9) eenvoudig, (10) goedgunstig, (11) vreedzaam, (12) volledig gehecht aan Krishna, (13) kent geen materiële hunkering, (14) deemoedig, (15) standvastig, (16) zelfbeheerst, (17) eet niet meer dan nodig, (18) bij zinnen, (19) vol van respect, (20) bescheiden, (21) ernstig, (22) mededogend, (23) vriendelijk, (24) poëtisch, (25) deskundig, (26) stil.

 
 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties