
Canto
3
Hoofdstuk 16: De Twee Poortwachters van Vaikunthha Vervloekt door de Wijzen
(1) Brahmâ zei: 'Na de vier wijzen van het yogageweten gecomplimenteerd te hebben met hun woorden van lof, richtte de Almachtige van de verblijfplaats Vaikunthha het woord tot hen. (2) De Opperheer zei: 'Deze twee dienaren van Mij genaamd Jaya en Vijaya begingen voorzeker, omdat ze Mij negeerden, een ernstige overtreding jegens u. (3) De straf die u, die van toewijding bent, hen bedeelde, keur Ik goed o grote wijzen, daar ze zich vijandig tegen u keerden. (4) Daarom zoek Ik nu uw vergeving omdat die overtreding jegens u brahmanen die de hoogsten van God zijn, geheel de Mijne is; Ik beschouw Mezelf als degene die de overtreding beging aangezien zij die u niet respecteerden Mijn dienaren zijn. (5) Over het algemeen geeft men als een dienaar iets verkeerd doet degene in wiens naam de overtreding is begaan de schuld. Het schaadt de reputatie van die persoon net zoveel als lepra de huid schaadt. (6) De nectar van de onbezoedelde glorie [van Mijn naam en faam] die iemand ter ore komt, zuivert het ganse universum op slag met inbegrip van de laagsten der lagen. Ik ben die persoon van de vrijheid van nalatigheid en dwaasheid, van Vaikunthha, en voor u die de heerlijkheid van dat verheven pelgrimsoord hebt bereikt, zou Ik zelfs mijn arm afhakken als dat oord vijandig tegen u zou werken. (7) Van hen die dienen in het stof van Mijn heilige lotusvoeten worden alle zonden terstond uitgewist en daarvan heb Ik een zodanige aard verworven dat, zelfs al ben Ik niet gehecht aan de Godin van het Fortuin, zij Me nimmer verlaat, terwijl anderen heilige geloften in acht moeten nemen om de geringste gunst van haar te verkrijgen. (8) Anderzijds geniet Ik niet zoveel van de uitgietingen in het vuur van de offeraar die de ghee, die overvloedig vermengd is met het voedsel, in die mond van Mij offert, als Ik geniet van de beetjes voedsel die de monden van de optredende brahmanen tevredenstellen die de resultaten van hun handelen aan Mij opdroegen. (9) Als Ik die met de macht van Mijn oneindig en ongehinderd inwendig vermogen en met het Gangeswater dat van Mijn voeten spoelde en met Heer S'iva terstond de drie werelden heiligt, op Mijn kroon het heilige stof weet te dragen van de voeten der brahmanen, wie zou dat dan niet [kunnen]? (10) Zij die de besten der tweemaal geborenen, de koeien en de hulpeloze schepselen die deel uitmaken van Mijn lichaam als verschillend van Mij zien omdat hun oordeelsvermogen door zonde is belemmerd, zullen als waren ze nijdige slangen door de kwade gieren van boodschappers van de meester der bestraffing [Yamarâja] verscheurd worden. (11) Maar zij die met verheugde harten en de nectar van hun glimlachende lotusgezichten intelligent, zoals een zoon dat zou die tevreden stelt door lofuitingen, erin slagen met liefdevolle woorden de brahmanen te respecteren die zich zelf van restrictieve woorden bedienen, zijn in Mij, want Ik wordt beheerst door die brahmanen. (12) Laat het daarom zo zijn dat de verbanning van deze twee dienaren die niet bekend met de bedoeling van hun meester in overtreding waren jegens u en het onmiddellijke gevolg ervan onder ogen moeten zien, niet te lang moge zijn zodat ze spoedig weer de gunst van Mijn nabijheid mogen genieten.'
(13) Heer Brahmâ zei: 'Alhoewel ze nu Zijn liefdevolle, goddelijke toespraak hadden gehoord die klonk als een reeks mantra's, waren hun zielen die waren gebeten door de slang der woede, niet bevredigd. (14) Toen ze met hun oren wijd open de uitnemende en zorgvuldig gekozen woorden van monumentaal belang aanhoorden, hadden ze er moeite mee ze te doorgronden en konden ze, diep nadenkend over hun diepgang zich geen voorstelling maken van de Heer Zijn bedoeling. (15) De grootse conclusie die de Allerhoogste Heer had geopenbaard vanuit Zijn innerlijk vermogen deed de vier brahmanen, in de hoogste staat van verrukking met hun haren overeind spreken met gevouwen handen.(16) De wijzen zeiden: 'O Fortuinlijke, we snappen niet wat U wilt zeggen o Heer omdat U, ondanks dat U de heerser bent, spreekt over [het van onze kant] genade hebben met U! (17) U bent de allerhoogste leider van de geestelijke wereld en de hoogste autoriteit van de brahmanen die anderen onderrichten. U o meester der geleerden, bent de God der goden, de Fortuinlijke die de Ziel is, de aanbiddelijke godheid. (18) Van U is er de bescherming van de eeuwige roeping [sanâtana dharma] in al Uw verschillende verschijningen, U bent het verheven doel van de religieuze beginselen; volgens ons bent U de ene onveranderlijke werkelijkheid. (19) Omdat dankzij Uw genade de transcendentalisten die breken met alle materiële verlangens zonder moeite geboorte en dood overwinnen, kan het nooit zo zijn dat U als zodanig afhankelijk zou zijn van de genade van anderen. (20) De Genade van het Fortuin [de godin Lakshmî], van wie anderen in hun verlangen naar materieel voordeel bij gelegenheid het stof van haar voeten op hun hoofd aanvaarden, staat voor U klaar, bezorgd om een plaats voor haar gelijk aan die van de koning der hommels met het aroma van de krans van verse tulsîblaadjes die door de toegewijden wordt aangeboden. (21) Hoe kan U, die als het reservoir van alle volheden zich geen zorgen maakt om haar feilloze toegewijde diensten, U, die voor de zuivere toegewijden het voorwerp van de grootste toewijding bent, worden geheiligd door het stof op het pad van de brahmanen of het fortuin vinden aan de hand van het S'rîvatsa-teken [de paar witte haren op Uw borst]? (22) U, o Fortuinlijke, bent drievoudig [tapas, s'auca, dayâ] aanwezig in al de drie [voorgaande] yuga's [zie 3.11] ter bescherming van het leven en het levenloze van dit universum. Moge voor het heil van de goden en de brahmanen Uw bovenzinnelijke gedaante van zuivere goedheid de onwetendheid en de hartstocht uitbannen en ons zo al het beste brengen. (23) Als U als de beschermer van de brahmanen - de hoogste klasse - hen niet als de besten acht die alle respect verdienen en het waard zijn in vriendelijke bewoordingen te worden aangesproken, dan zal o God, Uw heilzame weg verloren zijn op basis waarvan de gewone man het gezag van de wijsheid zou aanvaarden. (24) En dat is niet wat U wilt. U, die als het vergaarbekken van alle goedheid het goede wenst te doen voor de mensen in het algemeen, vernietigde middels Uw vermogens de tegenstand. O Heer, U bent de Ene van de drievoud der natuur en de handhaver van het universum en daarom heeft Uw vermogen niet [onder de rol die U nu speelt] te lijden. Die onderworpen houding is slechts [een spel voor] Uw genoegen. (25) Wat voor straf o Heer, U ook denkt dat deze twee verdienen die van een beter leven zijn, zullen we met heel ons hart aanvaarden. Neem welke maatregel die U ook maar gepast acht; we begrijpen dat we de zondelozen hebben vervloekt.'
(26) De Allerhoogste Heer zei: 'Deze twee zullen elders spoedig geboorte nemen uit een goddeloze moederschoot. Met een door woede versterkte geconcentreerde geest zullen ze hecht met Mij verenigd zijn en snel weer naar Mijn aanwezigheid terugkeren. Weet dat uw vloek door Mij alleen is afgeroepen, o wijzen.'
(27) Brâhma zei: 'De wijzen hadden nu het oogstrelende, zelfverlichte bereik van Vaikunthha gezien, de verblijfplaats van de onweerstaanbare Heer. (28) Nadat ze de Allerhoogste Heer hadden omlopen en hun respect hadden getoond keerden ze opgetogen terug, vol van lof over hun ervaring met de glorie van de Vaishnava's [de dienaren van Heer Vishnu]. (29) De Opperheer zei toen tegen Zijn twee dienaren: 'Ga hier weg, weest onbevreesd, maar leef in saamhorigheid. Hoewel Ik in staat ben de vloek van een brahmaan te herroepen, wens Ik dat niet te doen, integendeel, Ik keur hem zelfs goed. (30) Dit vertrek werd voorzien door Lakshmî die boos op jullie was toen jullie haar ooit eens de toegang weigerden terwijl Ik lag te rusten. (31) Verenigd in jullie bewustzijn als Mijn vijand zullen jullie worden bevrijd van de consequentie van het niet respecteren van de brahmanen en na slechts een korte tijd naar Mij terugkeren.'
(32) Na aldus de twee poortwachters te hebben toegesproken, keerde de Opperheer terug naar Zijn verblijfplaats die wordt opgesierd door reeksen paleizen vol van de weelde der dienstbaarheid van de godin Lakshmî. (33) Maar dat gold niet voor de twee exellente halfgoden die onvermijdelijk vanwege de vloek der brahmanen de schoonheid en luister van Vaikunthha moesten ontberen en in treurnis vervielen. (34) Toen ze in dat hemelverblijf van de Heer van Vaikunthha ten val kwamen, steeg er een grote schreeuw van teleurstelling op uit al de fijne paleizen van de toegewijden. (35) Deze twee vooraanstaande metgezellen van de Heer zijn nu via het zeer krachtige zaad van Kas'yapa de schoot van Diti binnengegaan. (36) Omdat de Allerhoogste Heer het zo wenste, zijn jullie allen, geplaatst voor het vermogen van deze twee onverlichte zielen van de Heer, nu uit je doen. (37) Met Hem als de oorzaak van het handhaven, scheppen en vernietigen van het universum, kan het begoochelend yogamâyâ-vermogen van de Alleroudste zelfs door de meesters der yoga niet makkelijk worden doorgrond. Maar Hij is onze Opperheer en Meester over de Geaardheden en zal alles in orde brengen. Wat zou [anders] de bedoeling zijn van ons uitweiden over dit onderwerp?'
Derde herziene editie, geladen 17 juli 2010.
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
Brahmâ zei: 'Na de vier wijzen van het yogageweten gecomplimenteerd te hebben met hun woorden van lof, richtte de Almachtige van de verblijfplaats Vaikunthha het woord tot hen.Brahmâ zei: 'De vier wijzen van het yoga-geweten feliciterend met hun woorden van lof, sprak de Almachtige van de verblijfplaats Vaikunthha. (Vedabase)
De Opperheer zei: 'Deze twee dienaren van Mij genaamd Jaya en Vijaya begingen voorzeker, omdat ze Mij negeerden, een ernstige overtreding jegens u.
De Opperheer zei: 'Deze twee dienaren van Mij genaamd Jaya en Vijaya begingen voorzeker, omdat ze Mij negeerden, een ernstige overtreding jegens u. (Vedabase)
De straf die u, die van toewijding bent, hen bedeelde, keur Ik goed o grote wijzen, daar ze zich vijandig tegen u keerden.
De straf die u, die van toewijding bent, hen gaven, keur ik zeker goed, o grote wijzen, daar ze zich vijandig tegen u keerden. (Vedabase)
Daarom zoek Ik nu uw vergeving omdat die overtreding jegens u brahmanen die de hoogsten van God zijn, geheel de Mijne is; Ik beschouw Mezelf als degene die de overtreding beging aangezien zij die u niet respecteerden Mijn dienaren zijn.
Derhalve zoek Ik nu uw vergeving omdat die overtreding jegens u brahmanen, die de hoogsten van God zijn, de mijne is; Ik beschouw Mezelf als degene die hem beging daar zij, door wie u niet bent gerespekteerd, Mijn eigen dienaren zijn. (Vedabase)
Over het algemeen geeft men als een dienaar iets verkeerd doet degene in wiens naam de overtreding is begaan de schuld. Het schaadt de reputatie van die persoon net zoveel als lepra de huid schaadt.
In het algemeen, als een dienaar iets verkeerd doet, geeft men degene in wiens naam de overtreding is begaan de schuld; het schaadt de reputatie van die persoon zoveel als lepra dat met de huid doet. (Vedabase)
De nectar van de onbezoedelde glorie [van Mijn naam en faam] die iemand ter ore komt, zuivert het ganse universum op slag met inbegrip van de laagsten der lagen. Ik ben die persoon van de vrijheid van nalatigheid en dwaasheid, van Vaikunthha, en voor u die de heerlijkheid van dat verheven pelgrimsoord hebt bereikt, zou Ik zelfs mijn arm afhakken als dat oord vijandig tegen u zou werken.
De nektar van de onbezoedelde glorie die iemand ter ore komt, zuivert het ganse universum op slag met inbegrip van de laagsten der lagen; Ik ben die persoon van de Vrijheid van Angst, van Vaikunthha, en voor U die de heerlijkheid van dat verheven pelgrimsoord heeft bereikt, zou ik zelfs mijn arm afhakken als dat vijandig tegen u zou werken. (Vedabase)
Van hen die dienen in het stof van Mijn heilige lotusvoeten worden alle zonden terstond uitgewist en daarvan heb Ik een zodanige aard verworven dat, zelfs al ben Ik niet gehecht aan de Godin van het Fortuin, zij Me nimmer verlaat, terwijl anderen heilige geloften in acht moeten nemen om de geringste gunst van haar te verkrijgen.
Door hen wiens zonden alle terstond zijn uitgewist door het dienen in het stof van Mijn heilige lotusvoeten, heb Ik een zodanige aard verworven dat zelfs al ben Ik niet gehecht aan de godin van het fortuin zij, voor wie anderen heilige geloften in acht nemen om de geringste gunst te verkrijgen, Me nimmer verlaat. (Vedabase)
Anderzijds geniet Ik niet zoveel van de uitgietingen in het vuur van de offeraar die de ghee, die overvloedig vermengd is met het voedsel, in die mond van Mij offert, als Ik geniet van de beetjes voedsel die de monden van de optredende brahmanen tevredenstellen die de resultaten van hun handelen aan Mij opdroegen.
Anderzijds, geniet Ik niet zoveel van de uitgietingen in het vuur van de offeraar die de ghee, die overvloedig vermengd is met het voedsel, in die mond van Mij offert, als dat Ik geniet van de hoeveelheden voedsel die de monden van de optredende brahmanen tevreden stelden die de resultaten van hun handelen aan Mij opdroegen. (Vedabase)
Als Ik die met de macht van Mijn oneindig en ongehinderd inwendig vermogen en met het Gangeswater dat van Mijn voeten spoelde en met Heer S'iva terstond de drie werelden heiligt, op Mijn kroon het heilige stof weet te dragen van de voeten der brahmanen, wie zou dat dan niet [kunnen]?
Als Ik door hen, ongebroken en niet gehinderd in Mijn innerlijk vermogen, de zuivere weelde van het stof van hun voeten op Mijn hoofd kan dragen, wie van hen die leerden zou dan niet het Ganges-water dragen dat de voeten waste en terstond tezamen met Heer S'iva, de drie werelden heiligt? (Vedabase)
Zij die de besten der tweemaal geborenen, de koeien en de hulpeloze schepselen die deel uitmaken van Mijn lichaam als verschillend van Mij zien omdat hun oordeelsvermogen door zonde is belemmerd, zullen als waren ze nijdige slangen door de kwade gieren van boodschappers van de meester der bestraffing [Yamarâja] verscheurd worden.
Die personen die de besten der tweemaal geborenen, de koeien en de hulpeloze schepselen die Mijn lichaam vormen, als verschillend van Mij zien, omdat hun oordeelsvermogen door zonde is belemmerd, zullen, zelf zo kwaad zijnd als een slang, verscheurd worden door de kwade, gierachtige boodschappers van de meester der bestraffing [Yamarâja]. (Vedabase)
Maar zij die met verheugde harten en de nectar van hun glimlachende lotusgezichten intelligent, zoals een zoon dat zou die tevreden stelt door lofuitingen, erin slagen met liefdevolle woorden de brahmanen te respecteren die zich zelf van restrictieve woorden bedienen, zijn in Mij, want Ik wordt beheerst door die brahmanen.
Maar zij die met verheugde harten en de nektar van hun lotusgelijke, glimlachende gezichten intelligent de brahmanen die van ernstige bewoordingen zijn respekteren, met lieve woorden zoals een zoon zou doen in het lofprijzend tot vrede brengen, zijn in Mij, daar ik beheerst wordt door die brahmanen. (Vedabase)
Laat het daarom zo zijn dat de verbanning van deze twee dienaren die niet bekend met de bedoeling van hun meester in overtreding waren jegens u en het onmiddellijke gevolg ervan onder ogen moeten zien, niet te lang moge zijn zodat ze spoedig weer de gunst van Mijn nabijheid mogen genieten.'
Laat het daarom zo zijn dat de verbanning van deze twee dienaren, die, niet wetend van de bedoeling van hun meester, in overtreding waren jegens u en het onmiddellijk gevolg onder ogen moeten zien, niet te lang moge zijn, zodat ze spoedig de gunst van Mijn nabijheid herkrijgen.' (Vedabase)
Heer Brahmâ zei: 'Alhoewel ze nu Zijn liefdevolle, goddelijke toespraak hadden gehoord die klonk als een reeks mantra's, waren hun zielen die waren gebeten door de slang der woede, niet bevredigd.
Heer Brahmâ zei: 'Alhoewel ze nu Zijn liefdevolle goddelijke toespraak hadden gehoord die als één doorlopende hymne van wijsheid was, waren hun zielen, die waren gebeten door de slang der woede, niet bevredigd. (Vedabase)
Toen ze met hun oren wijd open de uitnemende en zorgvuldig gekozen woorden van monumentaal belang aanhoorden, hadden ze er moeite mee ze te doorgronden en konden ze, diep nadenkend over hun diepgang zich geen voorstelling maken van de Heer Zijn bedoeling.
Met hun oren wijd open de uitnemendheid van het gepast gecomponeerde van monumentaal belang aanhorend, konden zij, diep nadenkend over het gewicht ervan, zich geen voorstelling maken van de Heer Zijn bedoeling. (Vedabase)
De grootse conclusie die de Allerhoogste Heer had geopenbaard vanuit Zijn innerlijk vermogen deed de vier brahmanen, in de hoogste staat van verrukking met hun haren overeind spreken met gevouwen handen.
De grootse glorie die de Allerhoogste had geopenbaard door Zijn innerlijk vermogen deed de vier brahmanen, in de hoogste verrukking en met gevouwen handen, spreken met hun haren overeind. (Vedabase)
De wijzen zeiden: 'O Fortuinlijke, we snappen niet wat U wilt zeggen o Heer omdat U, ondanks dat U de heerser bent, spreekt over [het van onze kant] genade hebben met U!
De wijzen zeiden: 'O Allerhoogste Heer, we hadden er geen idee van wat U, o God wilde dat we deden en niettemin sprak U in ons voordeel; daarom, wat zegt U, als de Allerhoogste Heerser, ons nu? (Vedabase)
U bent de allerhoogste leider van de geestelijke wereld en de hoogste autoriteit van de brahmanen die anderen onderrichten. U o meester der geleerden, bent de God der goden, de Fortuinlijke die de Ziel is, de aanbiddelijke godheid.
U bent de allerhoogste leider van de geestelijke wereld en van de hoogste positie met de brahmanen die anderen onderrichten; o Meester, als zodanig bent U de Opperheer en ziel van de aanbiddelijke Godheid voor de goddelijken en hen die geleerd hebben. (Vedabase)
Van U is er de bescherming van de eeuwige roeping [sanâtana dharma] in al Uw verschillende verschijningen, U bent het verheven doel van de religieuze beginselen; volgens ons bent U de ene onveranderlijke werkelijkheid.
Van U is er de bescherming van de eeuwige roeping door al Uw manifestaties en het allerhoogste van de menselijke beginselen; naar onze mening bent U het onveranderlijke voorwerp. (Vedabase)
Omdat dankzij Uw genade de transcendentalisten die breken met alle materiële verlangens zonder moeite geboorte en dood overwinnen, kan het nooit zo zijn dat U als zodanig afhankelijk zou zijn van de genade van anderen.
Omdat bij Uw genade de transcendentalisten zonder moeite de dood en geboorte te boven komen met het beëindigen van alle materiële verlangens, kan het nooit zo zijn dat U als zodanig door anderen kan worden begunstigd. (Vedabase)
De Genade van het Fortuin [de godin Lakshmî], van wie anderen in hun verlangen naar materieel voordeel bij gelegenheid het stof van haar voeten op hun hoofd aanvaarden, staat voor U klaar, bezorgd om een plaats voor haar gelijk aan die van de koning der hommels met het aroma van de krans van verse tulsîblaadjes die door de toegewijden wordt aangeboden.
De genade van het fortuin [de godin Lakshmî], het goede waarvan anderen bij tijd het stof van de voeten op hun hoofd aanvaarden, zit op U te wachten, er naar uitziend zich van een plaats te verzekeren gelijk die van de koning der hommels met het aroma van de krans van verse tulsîblaadjes die door de toegewijden wordt aangeboden. (Vedabase)
Hoe kan U, die als het reservoir van alle volheden zich geen zorgen maakt om haar feilloze toegewijde diensten, U, die voor de zuivere toegewijden het voorwerp van de grootste toewijding bent, worden geheiligd door het stof op het pad van de brahmanen of het fortuin vinden aan de hand van het S'rîvatsa-teken [de paar witte haren op Uw borst]?
U, als de Hoogste van het zuivere van haar toegewijde dienst, bent nimmer gehecht aan het dienen; hoe kan U dan als de gehechtheid van de toegewijden worden gezuiverd door het heilige stof op het pad of het reservoir van al het goede verwerven door het S'rîvatsa-teken [een paar witte haren op Zijn borst]? (Vedabase)
U, o Fortuinlijke, bent drievoudig [tapas, s'auca, dayâ] aanwezig in al de drie [voorgaande] yuga's [zie 3.11] ter bescherming van het leven en het levenloze van dit universum. Moge voor het heil van de goden en de brahmanen Uw bovenzinnelijke gedaante van zuivere goedheid de onwetendheid en de hartstocht uitbannen en ons zo al het beste brengen.
Van U, de verpersoonlijking der religie, de Allerhoogste Heer, zijn de voeten waarneembaar in al de drie yuga's [zie 3 -11] in dit universum van het levende en het levenloze. De tweemaal-geborenen en de goddelijken echter, beschermd door die voeten, zagen de hartstocht en de onwetendheid door hen vernietigd; alstublieft, ban met Uw bovenzinnelijke gedaante uit, schenk ons al Uw zegeningen van zuivere goedheid. (Vedabase)
Als U als de beschermer van de brahmanen - de hoogste klasse - hen niet als de besten acht die alle respect verdienen en het waard zijn in vriendelijke bewoordingen te worden aangesproken, dan zal o God, Uw heilzame weg verloren zijn op basis waarvan de gewone man het gezag van de wijsheid zou aanvaarden.
Als U, als de beschermer der tweemaal-geborenen, de hoogste klasse, hen in feite niet waardig acht om als de besten te worden gerespekteerd en met milde woorden te worden aangesproken, dan zal voorzeker het goedgunstige pad, waarvan de mensen in het algemeen de autoriteit der wijsheid zouden aanvaarden, o God, verloren zijn. (Vedabase)
En dat is niet wat U wilt. U, die als het vergaarbekken van alle goedheid het goede wenst te doen voor de mensen in het algemeen, vernietigde middels Uw vermogens de tegenstand. O Heer, U bent de Ene van de drievoud der natuur en de handhaver van het universum en daarom heeft Uw vermogen niet [onder de rol die U nu speelt] te lijden. Die onderworpen houding is slechts [een spel voor] Uw genoegen.
En dat wordt door U niet gewenst - U, die als het vergaarbekken van alle goedheid het goede wenst te doen voor de mensen in het algemeen, vernietigde door Uw eigen vermogens de tegenstand; hierdoor o Heer, de Ene van de drievoud der natuur en handhaver van het Universum, blijft Uw vermogen onverminderd en is die onderworpen houding slechts Uw genoegen. (Vedabase)
Tekst 25
Wat voor straf o Heer, U ook denkt dat deze twee verdienen die van een beter leven zijn, zullen we met heel ons hart aanvaarden. Neem welke maatregel die U ook maar gepast acht; we begrijpen dat we de zondelozen hebben vervloekt.'
Wat voor straf ook, o Heer, U denkt dat deze twee, die van een beter bestaan zijn, verdienen, zullen we met heel ons hart aanvaarden; doe wat U ook maar denkt dat een gepaste sanctie zou zijn; we begrijpen dat we de zondenlozen hebben vervloekt.' (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'Deze twee zullen elders spoedig geboorte nemen uit een goddeloze moederschoot. Met een door woede versterkte geconcentreerde geest zullen ze hecht met Mij verenigd zijn en snel weer naar Mijn aanwezigheid terugkeren. Weet dat uw vloek door Mij alleen is afgeroepen, o wijzen.'
De Allerhoogste Heer zei: 'Deze twee zullen elders spoedig geboorte nemen uit een goddeloze baarmoeder. Versterkt door woede en geconcentreerd van geest zullen ze hecht verenigd met Mij zijn en opnieuw Mijn aanwezigheid verkrijgen als ze snel weer terugkeren; weet dat die vervloeking van u door Mij alleen is afgeroepen, o geleerden.' (Vedabase)
Brâhma zei: 'De wijzen hadden nu het oogstrelende, zelfverlichte bereik van Vaikunthha gezien, de verblijfplaats van de onweerstaanbare Heer.
Brâhma zei: 'Nu hadden de wijzen het oogstrelende van het zelf-verlichte bereik van Vaikunthha, de verblijfplaats van de Heer der Onbevreesdheid gezien. (Vedabase)
Nadat ze de Allerhoogste Heer hadden omlopen en hun respect hadden getoond keerden ze opgetogen terug, vol van lof over hun ervaring met de glorie van de Vaishnava's [de dienaren van Heer Vishnu].
Na de Allerhoogste Heer te hebben omlopen en hun respekt te hebben getoond keerden ze terug, in de hoogste staat verkerend over het hebben ontdekt van de alleszins vreedzame heerlijkheid de Vaishnava's [de dienaren van Heer Vishnu]. (Vedabase)
De Opperheer zei toen tegen Zijn twee dienaren: 'Ga hier weg, weest onbevreesd, maar leef in saamhorigheid. Hoewel Ik in staat ben de vloek van een brahmaan te herroepen, wens Ik dat niet te doen, integendeel, Ik keur hem zelfs goed.
De Opperheer zei toen tegen Zijn twee dienaren: 'Ga heen van hier, weest onbevreesd, maar leef in saamhorigheid; hoewel Ik in staat ben een brahmaanse vloek te niet te doen, wens Ik dat niet en keur Ik het zelfs goed. (Vedabase)
Dit vertrek werd voorzien door Lakshmî die boos op jullie was toen jullie haar ooit eens de toegang weigerden terwijl Ik lag te rusten.
Dit vertrek was voorzien door Lakshmî, die voorheen furieus was toen jullie haar beletten de poort binnen te gaan terwijl ik ten ruste lag. (Vedabase)
Verenigd in jullie bewustzijn als Mijn vijand zullen jullie worden bevrijd van de consequentie van het niet respecteren van de brahmanen en na slechts een korte tijd naar Mij terugkeren.'
Door in woede mystieke yoga te beoefenen zullen jullie worden bevrijd van het gevolg van het niet respekteren van de brahmanen en zeer spoedig na de nodige tijd in mijn nabijheid terugkeren.' (Vedabase)
Na aldus de twee poortwachters te hebben toegesproken, keerde de Opperheer terug naar Zijn verblijfplaats die wordt opgesierd door reeksen paleizen vol van de weelde der dienstbaarheid van de godin Lakshmî.
Aldus de twee poortwachters te hebben toegesproken, keerde de Opperheer, die altijd in het hoogste van de kultuur wordt gevonden omlijst door al de weelde van de godin Lakshmî, terug naar Zijn woning. (Vedabase)
Maar dat gold niet voor de twee exellente halfgoden die onvermijdelijk vanwege de vloek der brahmanen de schoonheid en luister van Vaikunthha moesten ontberen en in treurnis vervielen.
Maar de twee die niet in staat waren het beste van de wijsheid uit de weg te gaan, vielen uit Vaikunthha neer en verloren, vanwege de vloek der brahmanen, hun schoonheid en luister terwijl ze neerslachtig raakten. (Vedabase)
Toen ze in dat hemelverblijf van de Heer van Vaikunthha ten val kwamen, steeg er een grote schreeuw van teleurstelling op uit al de fijne paleizen van de toegewijden.
Vervolgens, toen ze ten val kwamen, rees er vanuit de verblijfplaats van de Heer der Onbevreesdheid, uit de paleizen van al de toegewijden een grote schreeuw van teleurstelling op. (Vedabase)
Deze twee vooraanstaande metgezellen van de Heer zijn nu via het zeer krachtige zaad van Kas'yapa de schoot van Diti binnengegaan.
Deze twee mannen, op deze manier voorzeker aangesproken door de belangrijke metgezellen van de Heer, gingen de baarmoeder van Diti binnen door het zeer krachtige zaad van Kas'yapa. (Vedabase)
Omdat de Allerhoogste Heer het zo wenste, zijn jullie allen, geplaatst voor het vermogen van deze twee onverlichte zielen van de Heer, nu uit je doen.
Het is hun vermogen - dat van de godverlaten tweeling - waardoor jullie goddelijken nu zo zijn aangedaan; voorzeker is dit de wil van de Allerhoogste Heer. Hij verlangde dat dit zou gebeuren. (Vedabase)
Met Hem als de oorzaak van het handhaven, scheppen en vernietigen van het universum, kan het begoochelend yogamâyâ-vermogen van de Alleroudste zelfs door de meesters der yoga niet makkelijk worden doorgrond. Maar Hij is onze Opperheer en Meester over de Geaardheden en zal alles in orde brengen. Wat zou [anders] de bedoeling zijn van ons uitweiden over dit onderwerp?'
Als de oorzaak van het handhaven, scheppen en vernietigen van het universum, kan de Alleroudste zelfs door de meesters der yoga niet gemakkelijk worden begrepen; Zijn begoochelende eenheid echter zal goed doen daar Hij onze Opperheer is en meester over de geaardheden; welk doel is er dan mee gediend als we hier nog verder over zouden uitweiden?' (Vedabase)

De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons
Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De digitaal
verbeterde afbeelding van de Kumâra's
is een muurreliëf in Mayapur, India.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties