
Canto
2
Hoofdstuk 9: Antwoorden in de Vorm van Uitspraken van de Heer
(1) S'rî S'uka zei: "Tussen de ziel van zuiver bewustzijn in het voorbije en het materiële lichaam kan er nooit enige sprake zijn van een zinnige relatie zonder het begoochelend mâyâ vermogen van het [goddelijke] zelf [van de Heer of van 'het'] o Koning, net zoals het ook niet mogelijk is voor een dromer om enig gebruik te maken van de dingen die hij in een droom zag. (2) Met de wens op verschillende manieren genoegen te beleven aan de vele gedaanten die de uitwendige energie van mâyâ te bieden heeft is er vanwege [de werking van] haar kwaliteiten of geaardheden het idee van 'ik' en 'mijn'. (3) Zo gauw hij [de getuige, de ziel], in zijn glorie van het overstijgen van de tijd van de materiële energie, ervan geniet om vrij van begoocheling te zijn, geeft hij in die volheid het ook op met dat tweetal [van het 'ik' en 'mijn']. (4) Toen de Opperheer Zijn gedaante toonde aan de Schepper die waarachtig was in zijn geloften en ijver, maakte Hij duidelijk dat het doel van alle zuivering eruit bestaat de liefde te vinden van de kennis der zelfverwerkelijking [âtma-tattva, filognosie, het principe van de ziel]. (5) [En dus] begon hij, de eerste goddelijke persoon in het universum, de allerhoogste geestelijk leraar, vanuit zijn eigen goddelijke positie [op de lotus der schepping] zich af te vragen waar die [lotus] vandaan kwam. Daarbij overwegende hoe hij met zijn schepping zou moeten beginnen, kon hij er echter niet achter komen wat de richtlijnen en procedures waren van hoe hij alles materieel moest samenvoegen.
(6) Toen hij op een keer verdiept was in het denken op deze manier, hoorde hij dat er twee lettergrepen werden uitgesproken die de zestiende [ta] en de eenentwintigste [pa] van het spars'a-alfabet waren. Samengevoegd [tot tapas, boete] raakten die twee lettergrepen bekend als het vermogen van de wereldverzakende orde o Koning. (7) Toen hij dat hoorde, keek hij overal om zich heen om de spreker te zien, maar er was niemand te bekennen. Vanwaar hij zat in zijn goddelijke positie bedacht hij toen dat hij maar het beste aandacht kon besteden aan het doen van boete zoals hem dat opgedragen was. (8) Hij begiftigd met een smetteloze visie beheerste zijn levensadem, geest en zinnen van waarnemen en handelen voor de duur van duizend godenjaren*, en verlichtte aldus in het verleden al de werelden door van alle boetvaardigen degene te zijn met de strengste praktijk.
(9) Voor hem manifesteerde de Allerhoogste Heer die tevreden was over zijn boete, Zijn eigen verblijfplaats [ookwel Vaikunthha genaamd, de plaats vrij van indolentie], waar voorbij geen andere wereld te vinden is en welke wordt aanbeden als de plaats waar de vijf vormen van ellende van het materiële leven [onwetendheid, zelfzucht, gehechtheid, afkeer en doodsangst] volledig zijn beëindigd met personen die zonder illusie en angst voor het bestaan van een volmaakte zelfverwerkelijking zijn. (10) Daar waar de Heer wordt aanbeden door zowel de verlichte als de onverlichte toegewijden, voert de geaardheid goedheid de boventoon boven de andere twee van hartstocht en traagheid zonder er ooit mee vermengd te zijn. Noch is er daar de invloed van de tijd of de uitwendige energie om nog maar te zwijgen over [de invloed van] al de andere zaken [als gehechtheid, begeerte etc]. (11) Zo blauw als de hemel en gloeiend met lotusgelijke ogen, zeer aantrekkelijk en jeugdig met geelgekleurde kledij, zijn al de bewoners daar toegerust met de vier armen en de luister en pracht van parels en verfijnde sieraden. (12) Sommigen stralen als koraal of diamanten, met hoofden met oorbellen en bloemenslingers bloeiend als een hemelse lotus. (13) Die plaats die straalt met rijen hoog oprijzende, schitterende bouwwerken [speciaal ontworpen] voor de grote toegewijden en die bevolkt is met flitsende schoonheden met een hemelse teint, ziet er zo mooi uit als een hemel met wolken en bliksemflitsen. (14) De godin van het geluk [S'rî] verricht aldaar in haar persoonlijke gedaante, in verrukking met haar persoonlijke, zingende begeleidsters, met behulp van verschillende toebehoren toegewijde dienst aan de lotusvoeten van de Heer, omringd door zwarte bijen die druk meezoemen in de aantrekking van [het eeuwigdurende seizoen van] de lente. (15) Daar zag hij [Brahmâ] de Heer van de hele gemeenschap der toegewijden, de Heer van de godin, van het Universum en het offer, de Almachtige, die in bovenzinnelijke liefde gediend wordt door de meest vooraanstaande metgezellen zoals Sunanda, Nanda, Prabala en Arhana. (16) De dienaren die vol van liefde hun gelaat naar Hem op hebben geheven zijn dronken van de zeer aangename aanblik van Zijn glimlach, Zijn rood doorlopen ogen, Zijn gezicht met Zijn helm en oorbellen, Zijn vier handen, Zijn gele kleding, Zijn borst met merkteken en de Godin van het Geluk aan Zijn zijde. (17) Gezeten op Zijn hoogst kostbare troon geniet Hij als de Allerhoogste Heer volop van Zijn verblijfplaats alwaar Hij wordt omringd door de weelde van Zijn vier energieën [de principes van de materie, de oorspronkelijke persoon, het intellect en het ego], Zijn zestien energieën [de vijf elementen, de waarnemende en werkende zintuigen en de geest], Zijn vijf energieën [de zinsobjecten van vorm, smaak, geluid, geur en aanraking], Zijn zes energieën [de volheden van de kennis, intelligentie, schoonheid, boetvaardigheid, roem en rijkdom] en de overige persoonlijke vermogens die Hij soms ten toon spreidt [de acht siddhi's of mystieke perfecties].
(18) De Schepper van het Universum, die overweldigd was door de aanblik van dat gehoor, boog met zijn hart vol van extase en met zijn lichaam vol van goddelijke liefde zich met tranen in zijn ogen neer voor de lotusvoeten van de Heer. Het vormde een voorbeeld dat gevolgd wordt door de grote bevrijde zielen. (19) Toen Hij hem voor zich aanwezig zag achtte de Heer de waardige, grote geleerde geschikt voor het gestalte geven - overeenkomstig zijn eigen gezag - aan de levens van alle levende wezens. Mild glimlachend schudde Hij zeer vergenoegd zijn partner in de goddelijke liefde de hand en richtte Hij zich in verlichte termen tot hem. (20) De Allerhoogste Heer zei: 'In tegenstelling tot de boete van hen die valselijk verenigd zijn [de 'kûtha yogi's'], ben Ik hoogst tevreden over de lang volgehouden boete, de boete waardoor zich in u, die het verlangde te scheppen, de Vedische kennis verzamelde. (21) Al Mijn zegen voor u, vraag enkel Mij, de schenker van alle zegeningen, welke gunst u ook maar wenst o Brahmâ. Want het uiterste van het komen tot de realisatie van Mij vormt het ultieme succes van een ieder zijn boetedoeningen. (22) Deze benijdenswaardige blik op Mijn verblijfplaats werd u vergund omdat u onderworpen luisterde toen u in afzondering van de hoogste boetedoening was. (23) Ik was het die het in die situatie zei [dat u boete moest doen] omdat u niet wist hoe u uw plicht moest doen. Die boete is Mijn hart zelf en de Ziel is wat Ik ben voor degene die erin verwikkeld is o zondeloze. (24) Ik schep door boetedoening, Ik handhaaf de kosmos door boetedoening en Ik trek me ook weer terug op basis van boetedoeningen. Men vindt Mijn macht door gestrenge boetedoening.'
(25) Brahmâ zei: 'O Allerhoogste Heer van alle levende wezens, U bent de regisseur zich bevindend in het hart die op basis van Uw onbetwiste, superieure intelligentie op de hoogte bent van alle ondernemingen. (26) Niettemin vraag ik U o Heer, alstUblieft mijn wens te vervullen om te begrijpen hoe U, terwijl U Zelf geen gedaante heeft, enerzijds kan verblijven in het voorbije terwijl U anderzijds nederdaalt in Uw gedaante zoals wij die mogen kennen. (27) En hoe speelt U het klaar om vanuit Uzelf middels Uzelf, door te combineren en te herschikken, Uw verschillende energieën ten toon te spreiden inzake het evolueren, accepteren, onderhouden en vernietigen? (28) O Mâdhava [meester van alle energieën], stel me alstUblieft in makkelijk te begrijpen woorden in kennis van al die [gedaanten] waaraan U feilloos, vastberaden gestalte geeft zoals een spin [zijn energie in zijn web] investeert. (29) Moge ik, het van U lerend als mijn leraar van het voorbeeld en door Uw genade optredend als Uw instrument, ondanks het scheppen van de levens van de levende wezens, aldus nimmer gevangen raken in materiële gehechtheden. (30) O Heer, zoals een vriend dat doet met een vriend hebt U me [met een handdruk] aanvaard voor het tot stand brengen van de verschillende levens van de levende wezens. O mijn Heer, mogen allen die [via mij] in de dienst aan U ongestoord het licht van de wereld zien, er nimmer aanleiding toe geven dat de verbeelding me naar het hoofd stijgt, o Ongeborene.'
(31) De Allerhoogste Heer zei: 'De kennis over Mij verkregen is zeer vertrouwelijk en wordt gerealiseerd in combinatie met toegewijde dienst en de nodige parafernalia. Begin er aan zoals Ik het u uitleg. (32) Moge er door Mijn genade voor u deze feitelijke realisatie zijn van Mijn eeuwige gedaante en bovenzinnelijke bestaan, Mijn kleuren, kwaliteiten en handelingen. (33) Ik was er voordat de schepping er was toen er nog niets anders bestond, niets van de oorzaak en het gevolg van dit alles dat Ik ook ben, en Ik ben het ook die van al het geschapene ten slotte overblijft; dat is wat Ik ben. (34) Dat wat zich als waardevol voordoet, is niet wat het schijnt te zijn als het niet met Mij in relatie staat - ken Mijn begoochelende energie als een afschaduwing van de duisternis. (35) De elementen van het universum doen zich, voordat ze [bij de schepping] betrokken raken zowel als erna, in het klein voor zowel als in het groot. Op dezelfde manier ben Ik [op Mijn kleinst] in hen aanwezig zowel als [op Mijn grootst] niet in hen aanwezig. (36) Hij die van de ziel zijn studie heeft gemaakt mag ervan uitgaan dat hij, totdat hij hierop uitkomt, de werkelijkheid en het principe van het Zelf zowel direct [spiritueel] als indirect [wetenschappelijk] moet onderzoeken, in relatie tot iedere tijd, op iedere plaats en in elke omstandigheid. (37) Als je doelbewuste denken gefixeerd blijft op deze conclusie over het Allerhoogste, hoef je er niet bang voor te zijn je verstand te verliezen, niet als je even [met de kalpa] de weg kwijt bent, noch als je leven [met de eindtijd van de vikalpa] is afgelopen.' "
(38) S'uka zei: "Na aldus alles goed te hebben uitgelegd, verdween de Ongeborene, Heer Hari, zoals Hij door de leider van de levende wezens [Brahmâ] werd waargenomen in Zijn bovenzinnelijke gedaante van het Allerhoogste Zelf. (39) Nadat Hij uit het zicht was verdwenen hervatte Brahmâjî die zijn handen had gevouwen voor de Heer die het voorwerp vormt van al de zinnen [der toegewijden], op dezelfde wijze als voorheen het scheppingswerk van de levens van alle levende wezens die het universum bevolken. (40) Zo gebeurde het op een keer dat hij, de vader van alle levende wezens en het religieuze leven, zich met gelofte en respect wijdde aan de kwestie van het welzijn van de levende wezens, want dat was wat hij verlangde in het belang van hun eigen goede kwaliteiten. (41) Nârada, de meest dierbare van zijn erfgenamen, is hem zeer gehoorzaam in zijn bereidheid dienst te verlenen met zijn goede gedrag, zachtgeaardheid en zinsbeheersing. (42) O Koning, de grote wijze en eersteklas toegewijde behaagde zijn Vader [Heer Brahmâ] zeer met zijn verlangen om [meer] te weten over Vishnu, de Heer van alle energieën. (43) Op dezelfde manier als u mij aan het ondervragen bent, ondervroeg Nârada Muni hem toen hij zag dat dat naar de tevredenheid was van de overgrootvader van het hele Universum. (44) Dit Verhaal van de Fortuinlijke, de Bhâgavata Purâna met zijn tien eigenschappen [dat werd samengevat in de vier verzen 33-36, zie verder het volgende hoofdstuk], werd met grote voldoening door de Allerhoogste Heer uiteengezet aan Zijn [ongeboren] zoon, de schepper van het universum. (45) Aan de oever van de Sarasvatî onderrichtte Nârada [op zijn beurt] dit Allerhoogste van de Geest aan de grote wijze, de meditatieve Vyâsadeva die van een onbegrensd vermogen is, o Koning. (46) Al de dingen die u me vroeg wat betreft de wereld van de Universele Gedaante van de Oorspronkelijke Persoon en andere aangelegenheden, zal ik u nu zeer gedetailleerd beschrijven."
Derde herziene editie, geladen 26 maart 2010.
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: "Tussen de ziel van zuiver bewustzijn in het voorbije en het materiële lichaam kan er nooit enige sprake zijn van een zinnige relatie zonder het begoochelend mâyâ vermogen van het [goddelijke] zelf [van de Heer of van 'het'] o Koning, net zoals het ook niet mogelijk is voor een dromer om enig gebruik te maken van de dingen die hij in een droom zag.S'uka zei: 'Zonder de sturing van de (Super-) ziel, o Koning, zal er nooit enig goed zijn in het bezielde bewustzijn van het voorbije in relatie tot het lichaam, dat dan voor de ziener volledig als in een droom is. (Vedabase)
Met de wens op verschillende manieren genoegen te beleven aan de vele gedaanten die de uitwendige energie van mâyâ te bieden heeft is er vanwege [de werking van] haar kwaliteiten of geaardheden het idee van 'ik' en 'mijn'.
In de materie gedreven ervaren de vele gedaanten die tot stand blijken te zijn gekomen verschillende vormen van genoegen overeenkomstig de geaardheden van de materiële wereld en aldus denken ze over 'ik' en 'mijn'. (Vedabase)
Zo gauw hij [de getuige, de ziel], in zijn glorie van het overstijgen van de tijd van de materiële energie, ervan geniet om vrij van begoocheling te zijn, geeft hij in die volheid het ook op met dat tweetal [van het 'ik' en 'mijn'].
Wanneer ook maar daadwerkelijk, in zijn eigen glorie van overstijging aan de tijd van de materiële energie, hij [het levend wezen] geniet van het bevrijd zijn van misvattingen, dan, in die volheid, zal hij die twee opgeven. (Vedabase)
Toen de Opperheer Zijn gedaante toonde aan de Schepper die waarachtig was in zijn geloften en ijver, maakte Hij duidelijk dat het doel van alle zuivering eruit bestaat de liefde te vinden van de kennis der zelfverwerkelijking [âtma-tattva, filognosie, het principe van de ziel].
'De werkelijkheid van de ziel is het doel van de zuivering' , is wat de Opperheer feitelijk de Schepper zei hem Zijn gedaante tonende toen hij zich zonder wanbegrip in geloften en eerbetoon bevond. (Vedabase)
[En dus] begon hij, de eerste goddelijke persoon in het universum, de allerhoogste geestelijk leraar, vanuit zijn eigen goddelijke positie [op de lotus der schepping] zich af te vragen waar die [lotus] vandaan kwam. Daarbij overwegende hoe hij met zijn schepping zou moeten beginnen, kon hij er echter niet achter komen wat de richtlijnen en procedures waren van hoe hij alles materieel moest samenvoegen.
Hij, de eerste goddelijke persoon in het universum, begon als de allerhoogste geestelijk leraar, vanuit zijn eigen goddelijke positie [op de lotus der schepping] na te denken over de aangelegenheid van waar die vandaan kwam en hij kon er niet achter komen wat de richtlijnen en manieren waren hoe alles materieel samengevoegd zou moeten worden. (Vedabase)
Toen hij op een keer verdiept was in het denken op deze manier, hoorde hij dat er twee lettergrepen werden uitgesproken die de zestiende [ta] en de eenentwintigste [pa] van het spars'a-alfabet waren. Samengevoegd [tot tapas, boete] raakten die twee lettergrepen bekend als het vermogen van de wereldverzakende orde o Koning.
Toen hij op een keer verzonken was in het denken op deze manier, hoorde hij dat er twee lettergrepen werden gesproken welke de zestiende [ta] en de eenentwintigste [pa] van het spars'a-alfabet waren en, samengevoegd, bekend werden als de weelde van de wereldverzakende orde, o Koning [tapas betekent boete]. (Vedabase)
Toen hij dat hoorde, keek hij overal om zich heen om de spreker te zien, maar er was niemand te bekennen. Vanwaar hij zat in zijn goddelijke positie bedacht hij toen dat hij maar het beste aandacht kon besteden aan het doen van boete zoals hem dat opgedragen was.
Toen hij dat hoorde, keek hij overal om de spreker te zien, maar er was niemand te bekennen en vanwaar hij zat in zijn goddelijke positie bedacht hij toen dat het het beste was om aandacht te besteden aan het doen van boete zoals hem dat opgedragen was. (Vedabase)
Hij begiftigd met een smetteloze visie beheerste zijn levensadem, geest en zinnen van waarnemen en handelen voor de duur van duizend godenjaren, en verlichtte aldus in het verleden al de werelden door van alle boetvaardigen degene te zijn met de strengste praktijk.
Met een smetteloze visie voor de tijd van een duizend godenjaren, verlichtte hij als de heerser over zowel het leven als het denken, al de werelden met het doen van een dergelijke boete in het verleden, waarin hij van al diegenen die boete doen degene was van de strengste praktijk. (Vedabase)
Voor hem manifesteerde de Allerhoogste Heer die tevreden was over zijn boete, Zijn eigen verblijfplaats [ookwel Vaikunthha genaamd, de plaats vrij van indolentie], waar voorbij geen andere wereld te vinden is en welke wordt aanbeden als de plaats waar de vijf vormen van ellende van het materiële leven [onwetendheid, zelfzucht, gehechtheid, afkeer en doodsangst] volledig zijn beëindigd met personen die zonder illusie en angst voor het bestaan van een volmaakte zelfverwerkelijking zijn.
Voor hem manifesteerde de Allerhoogste Heer die tevreden was over zijn boete, Zijn eigen verblijfplaats [ookwel Vaikunthha genaamd, de plaats zonder vrees], waar voorbij geen andere wereld te vinden is en welke wordt aanbeden als de plaats waar de vijf vormen van ellende van het materiële leven [onwetendheid, zelfzucht, gehechtheid, afkeer en doodsangst] volledig zijn beëindigd met personen die zonder illusie en angst voor het bestaan van een volmaakte zelfverwerkelijking zijn. (Vedabase)
Daar waar de Heer wordt aanbeden door zowel de verlichte als de onverlichte toegewijden, voert de geaardheid goedheid de boventoon boven de andere twee van hartstocht en traagheid zonder er ooit mee vermengd te zijn. Noch is er daar de invloed van de tijd of de uitwendige energie om nog maar te zwijgen over [de invloed van] al de andere zaken [als gehechtheid, begeerte etc].
Aldaar, voert de geaardheid goedheid de boventoon boven de andere twee van hartstocht en traagheid zonder dat ze er ooit mee vermengd zijn, noch is er daar de invloed van de tijd, de uitwendige energie of wat te zeggen van [van de invloed van] anderen; daar aanbidden zowel de theïsten als de atheïsten de Heer als toegewijden. (Vedabase)
Zo blauw als de hemel en gloeiend met lotusgelijke ogen, zeer aantrekkelijk en jeugdig met geelgekleurde kledij, zijn al de bewoners daar toegerust met de vier armen en de luister en pracht van parels en verfijnde sieraden.
Hemels blauw en gloeiend met lotusgelijke ogen, zeer aantrekkelijk en jeugdig met geelgekleurde kledij, hebben allen daar de vier armen en de luister van paarlen en pracht van verfijnde sieraden. (Vedabase)
Sommigen stralen als koraal of diamanten, met hoofden met oorbellen en bloemenslingers bloeiend als een hemelse lotus.
Sommigen stralen als koraal of diamanten, met hoofden vol oorbellen en bloemslingers bloeiend als een hemelse lotus. (Vedabase)
Die plaats die straalt met rijen hoog oprijzende, schitterende bouwwerken [speciaal ontworpen] voor de grote toegewijden en die bevolkt is met flitsende schoonheden met een hemelse teint, ziet er zo mooi uit als een hemel met wolken en bliksemflitsen.
Temidden van die schittering leven ze in hoog oprijzende bouwwerken speciaal ontworpen voor de grote toegewijden van de Heer, met dames prachtig als de bliksem met een electrificerende hemelse teint alsof ze de wolken in de hemel zijn. (Vedabase)
De godin van het geluk [S'rî] verricht aldaar in haar persoonlijke gedaante, in verrukking met haar persoonlijke, zingende begeleidsters, met behulp van verschillende toebehoren toegewijde dienst aan de lotusvoeten van de Heer, omringd door zwarte bijen die druk meezoemen in de aantrekking van [het eeuwigdurende seizoen van] de lente.
De godin daar verricht toegewijde dienst aan de lotusvoeten van de Heer met behulp van de diverse parafernalia en een gevolg van de meest intieme metgezellen die emotioneel bewogen door het gezelschap [van Apsara's] die hun toevlucht namen tot [het eeuwigdurende seizoen van] de lente, hun liederen zingen. (Vedabase)
Daar zag hij [Brahmâ] de Heer van de hele gemeenschap der toegewijden, de Heer van de godin, van het Universum en het offer, de Almachtige, die in bovenzinnelijke liefde gediend wordt door de meest vooraanstaande metgezellen zoals Sunanda, Nanda, Prabala en Arhana.
Daar omringt men de Heer van de gehele gemeenschap der toegewijden, van de godin, van het Universum en het offer - de Almachtige, die in bovenzinnelijke liefde gediend wordt door de meest vooraanstaande metgezellen zoals Sunanda, Nanda, Prabala en Arhana. (Vedabase)
De dienaren die vol van liefde hun gelaat naar Hem op hebben geheven zijn dronken van de zeer aangename aanblik van Zijn glimlach, Zijn rood doorlopen ogen, Zijn gezicht met Zijn helm en oorbellen, Zijn vier handen, Zijn gele kleding, Zijn borst met merkteken en de Godin van het Geluk aan Zijn zijde.
De dienaren vol genegenheid met hun gelaat naar Hem opgeheven zijn dronken door de zeer aangename aanblik van Zijn glimlach, roodachtige ogen, Zijn gezicht met Zijn helm en oorbellen, Zijn vier handen, gele kleding, Zijn borst met merkteken en de Godin van het Geluk aan Zijn zijde. (Vedabase)
Gezeten op Zijn hoogst kostbare troon geniet Hij als de Allerhoogste Heer volop van Zijn verblijfplaats alwaar Hij wordt omringd door de weelde van Zijn vier energieën [de principes van de materie, de oorspronkelijke persoon, het intellect en het ego], Zijn zestien energieën [de vijf elementen, de waarnemende en werkende zintuigen en de geest], Zijn vijf energieën [de zinsobjecten van vorm, smaak, geluid, geur en aanraking], Zijn zes energieën [de volheden van de kennis, intelligentie, schoonheid, boetvaardigheid, roem en rijkdom] en de overige persoonlijke vermogens die Hij soms ten toon spreidt [de acht siddhi's of mystieke perfecties].
Aanbiddelijk en gezeten op Zijn troon geniet Hij, begeleid door de weelde van Zijn vier [materie, Oorspronkelijke Persoon, principes en ego] zestien [de vijf elementen, waarnemende en werkende zintuigen en de geest] en vijfvoudige energieën [de zinsobjecten van vorm, smaak, geluid, geur en aanraking] en andere persoonlijke vermogens die Hij soms ten toon spreidt [de acht siddhi's of mystieke vermogens], waarlijk van Zijn verblijfplaats als de Allerhoogste Heer. (Vedabase)
De Schepper van het Universum, die overweldigd was door de aanblik van dat gehoor, boog met zijn hart vol van extase en met zijn lichaam vol van goddelijke liefde zich met tranen in zijn ogen neer voor de lotusvoeten van de Heer. Het vormde een voorbeeld dat gevolgd wordt door de grote bevrijde zielen.
De Schepper van het Universum die overweldigd was door de aanblik van dat gehoor was in zijn hart vol van extase en met zijn lichaam vol van goddelijke liefde boog hij zich met tranen in zijn ogen neer onder de lotusvoeten van de Heer - een voorbeeld welk gevolgd wordt door de grote bevrijde zielen. (Vedabase)
Toen Hij hem voor zich aanwezig zag achtte de Heer de waardige, grote geleerde geschikt voor het gestalte geven - overeenkomstig zijn eigen gezag - aan de levens van alle levende wezens. Mild glimlachend schudde Hij zeer vergenoegd zijn partner in de goddelijke liefde de hand en richtte Hij zich in verlichte termen tot hem.
Toen Hij hem voor zich aanwezig zag achtte Hij de waardige, grote geleerde geschikt voor het scheppen van de levens van alle levende wezens naar Zijn heerschappij zelve en mild glimlachend richtte Hij zich met verlichtende woorden tot zijn partner in de Goddelijke liefde, hem zeer vergenoegd de hand schuddend. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'In tegenstelling tot de boete van hen die valselijk verenigd zijn [de 'kûtha yogi's'], ben Ik hoogst tevreden over de lang volgehouden boete, de boete waardoor zich in u, die het verlangde te scheppen, de Vedische kennis verzamelde.
De Allerhoogste Heer zei: 'In tegenstelling tot Mijn tevredenheid over diegenen die baatzuchtig dienstverlenen, ben Ik volkomen tevreden over uw langdurige boete om te creëren vanuit uw vedische deskundigheid. (Vedabase)
Al Mijn zegen voor u, vraag enkel Mij, de schenker van alle zegeningen, welke gunst u ook maar wenst o Brahmâ. Want het uiterste van het komen tot de realisatie van Mij vormt het ultieme succes van een ieder zijn boetedoeningen.
Al Mijn zegen voor u, vraag slechts Mij, de schenker van alle zegeningen, welke gunst u ook maar van Me wenst, o Brahmâ, daar het uiterste van Mijn realisatie het ultieme succes is van een ieder zijn boetedoeningen. (Vedabase)
Deze benijdenswaardige blik op Mijn verblijfplaats werd u vergund omdat u onderworpen luisterde toen u in afzondering van de hoogste boetedoening was.
Deze benijdenswaardige blik op Mijn verblijfplaatsen mag u feitelijk ervaren vanwege uw onderworpen luisteren in het doen van boete terwille van het voorbije. (Vedabase)
Ik was het die het in die situatie zei [dat u boete moest doen] omdat u niet wist hoe u uw plicht moest doen. Die boete is Mijn hart zelf en de Ziel is wat Ik ben voor degene die erin verwikkeld is o zondeloze.
Het werd door Mij afgeroepen daar u in raadselen verkeerde over uw plicht. Die boete grijpt Mij rechtstreeks in het hart en de ziel aan en is voor degene die erin verwikkeld is wat Ik in feite ben, o zondenloze. (Vedabase)
Ik schep door boetedoening, Ik handhaaf de kosmos door boetedoening en Ik trek me ook weer terug op basis van boetedoeningen. Men vindt Mijn macht door gestrenge boetedoening.'
Middels die boete schep Ik, voorzeker trek Ik me met die boete ook terug en wederom handhaaf Ik, middels die boete, de kosmos; Mijn macht wordt gevonden in strikte boetedoening '. (Vedabase)
Brahmâ zei: 'O Allerhoogste Heer van alle levende wezens, U bent de regisseur zich bevindend in het hart die op basis van Uw onbetwiste, superieure intelligentie op de hoogte bent van alle ondernemingen.
Brahmâ zei: 'Allerhoogste Heer van alle levende wezens, U bent de regisseur gezeten in het hart die ongehinderd, met uw superieure intelligentie, weet van alle ondernemingen. (Vedabase)
Niettemin vraag ik U o Heer, alstUblieft mijn wens te vervullen om te begrijpen hoe U, terwijl U Zelf geen gedaante heeft, enerzijds kan verblijven in het voorbije terwijl U anderzijds nederdaalt in Uw gedaante zoals wij die mogen kennen.
Desondanks vraag ik U, o Heer, alstublieft verlicht mij in mijn verlangen om kennis te nemen van Uw verblijf in het voorbije en nederdalen in Uw gedaante zoals we dat mogen kennen, hoewel U Zelf zonder vorm bent. (Vedabase)
En hoe speelt U het klaar om vanuit Uzelf middels Uzelf, door te combineren en te herschikken, Uw verschillende energieën ten toon te spreiden inzake het evolueren, accepteren, onderhouden en vernietigen?
En hoe combineert en permuteert U door Uw eigen vermogen, vanuit Uw eigen Zelf, de verschillende krachten in zake van vernietiging, opwekking, aanvaarding en handhaving? (Vedabase)
O Mâdhava [meester van alle energieën], stel me alstUblieft in makkelijk te begrijpen woorden in kennis van al die [gedaanten] waaraan U feilloos, vastberaden gestalte geeft zoals een spin [zijn energie in zijn web] investeert.
O Mâdhava [meester van alle enegieën], stel me alstublieft in de juiste bewoordingen in kennis van al die [vormen] waaraan U feilloos gestalte geeft met de vastberadenheid van een spin die [over zijn eigen web] waakt. (Vedabase)
Moge ik, het van U lerend als mijn leraar van het voorbeeld en door Uw genade optredend als Uw instrument, ondanks het scheppen van de levens van de levende wezens, aldus nimmer gevangen raken in materiële gehechtheden.
Moge ik door U als de Opperheer die me dat onderricht middels Uw handelingen door uw genade daarom nimmer daadwerkelijk gevangen raken in de materie, hoewel zeker handelend als Uw instrument in het scheppen van de levens der schepselen. (Vedabase)
O Heer, zoals een vriend dat doet met een vriend hebt U me [met een handdruk] aanvaard voor het tot stand brengen van de verschillende levens van de levende wezens. O mijn Heer, mogen allen die [via mij] in de dienst aan U ongestoord het licht van de wereld zien, er nimmer aanleiding toe geven dat de verbeelding me naar het hoofd stijgt, o Ongeborene'
O Heer, zoals een vriend dat doet met een vriend hebt U me aanvaard voor het scheppen van de verschillende levens van de levende wezens; o mijn Heer, mogen al diegenen die onverstoord in de dienst aan U het licht van de wereld zien, er nooit aanleiding toe geven dat ik gek wordt van verbeelding daarover, o Ongeborene. (Vedabase)
Tekst 31
De Allerhoogste Heer zei: 'De kennis over Mij verkregen is zeer vertrouwelijk en wordt gerealiseerd in combinatie met toegewijde dienst en de nodige parafernalia. Begin er aan zoals Ik het u uitleg.
De Allerhoogste Heer zei: 'De kennis over Mij verkregen is zeer vertrouwelijk en wordt gerealiseerd in combinatie met toegewijde dienst en haar noodzakelijke parafernalia; probeer er slechts mee aan te vangen zoals Ik het je uitleg. (Vedabase)
Moge er door Mijn genade voor u deze feitelijke realisatie zijn van Mijn eeuwige gedaante en bovenzinnelijke bestaan, Mijn kleuren, kwaliteiten en handelingen.
Laat die feitelijke realisatie er zijn door Mijn grondeloze genade, zoals waargenomen in het transcendentale bestaan van Mijn eeuwige gedaante met haar diverse verschijningen en kwaliteiten. (Vedabase)
Ik was er voordat de schepping er was toen er nog niets anders bestond, niets van de oorzaak en het gevolg van dit alles dat Ik ook ben, en Ik ben het ook die van al het geschapene ten slotte overblijft; dat is wat Ik ben.
Ik bestond daadwerkelijk hiervoor [vóór het scheppen van deze levens] en niets anders dan het Allerhoogste zou de oorzaak zijn van het effect van alles wat men ziet, terwijl ook Ik het ben die overblijft van al dit geschapene; dàt is wat Ik ben. (Vedabase)
Tekst 34
Dat wat zich als waardevol voordoet, is niet wat het schijnt te zijn als het niet met Mij in relatie staat - ken Mijn begoochelende energie als een afschaduwing van de duisternis.
Dat wat zich als waardevol voordoet, is niet wat het schijnt te zijn als het niet met Mij in relatie staat - ken Mijn illusieverwekkende energie als een afschaduwing, als duisternis. (Vedabase)
Tekst 35
De elementen van het universum doen zich, voordat ze [bij de schepping] betrokken raken zowel als erna, in het klein voor zowel als in het groot. Op dezelfde manier ben Ik [op Mijn kleinst] in hen aanwezig zowel als [op Mijn grootst] niet in hen aanwezig.
Precies zoals de elementen van het universum zowel in het kleinste als in het gigantische verschijnen vóór ze in gang gezet zijn zowel als erna, ben ook Ik Zelf, zowel in hen als niet in hen. (Vedabase)
Hij die van de ziel zijn studie heeft gemaakt mag ervan uitgaan dat hij, totdat hij hierop uitkomt, de werkelijkheid en het principe van het Zelf zowel direct [spiritueel] als indirect [wetenschappelijk] moet onderzoeken, in relatie tot iedere tijd, op iedere plaats en in elke omstandigheid.
De student van de ziel zal zeer zeker tot hier aan toe onderzoek moeten doen naar de Principiële Werkelijkheid, op zowel een direkte als indirekte manier in welke tijd, ruimte of omstandigheid dan ook. (Vedabase)
Als je doelbewuste denken gefixeerd blijft op deze conclusie over het Allerhoogste, hoef je er niet bang voor te zijn je verstand te verliezen, niet als je even [met de kalpa] de weg kwijt bent, noch als je leven [met de eindtijd van de vikalpa] is afgelopen.' "
Als de concentratie van je denken gefixeerd blijft op deze conclusie over het Allerhoogste hoef je niet bang te zijn voor zelfgenoegzaamheid, noch in het tijdelijk verloren gaan noch als je tijd ten einde is." (Vedabase)
S'uka zei: "Na aldus alles goed te hebben uitgelegd, verdween de Ongeborene, Heer Hari, zoals Hij door de leider van de levende wezens [Brahmâ] werd waargenomen in Zijn bovenzinnelijke gedaante van het Allerhoogste Zelf.
S'uka zei: "Na aldus volledig onderricht te hebben gegeven, verdween de Ongeborene, Heer Hari, zoals Hij door de leider van de levende wezens [Brahmâ], gezien werd in Zijn bovenzinnelijke gedaante van het Absolute. (Vedabase)Nadat Hij uit het zicht was verdwenen hervatte Brahmâjî die zijn handen had gevouwen voor de Heer die het voorwerp vormt van al de zinnen [der toegewijden], op dezelfde wijze als voorheen het scheppingswerk van de levens van alle levende wezens die het universum bevolken.
Op het verdwijnen begon Brahmâjî, met gevouwen handen voor de Heer; het doel van alle zinnen, de levens van alle levende wezens die het universum vullen gestalte te geven, precies zoals hij dat voorheen deed. (Vedabase)
Zo gebeurde het op een keer dat hij, de vader van alle levende wezens en het religieuze leven, zich met gelofte en respect wijdde aan de kwestie van het welzijn van de levende wezens, want dat was wat hij verlangde in het belang van hun eigen goede kwaliteiten.
Zo gebeurde het op een keer dat hij, de vader van alle levende wezens en het religieuze leven, zich vol van geloften en respekt plaatste voor de kwestie van het welzijn van de levende wezens, dat verlangende in het belang van hun eigen goede kwaliteiten. (Vedabase)
Nârada, de meest dierbare van zijn erfgenamen, is hem zeer gehoorzaam in zijn bereidheid dienst te verlenen met zijn goede gedrag, zachtgeaardheid en zinsbeheersing.
Het is Hem aan wie Nârada, de meest dierbare van de ervende zoons, zeer gehoorzaam is en bereid is dienst te verlenen bij het goede gedrag van zijn zachtgeaardheid en zinsbeheersing. (Vedabase)O Koning, de grote wijze en eersteklas toegewijde behaagde zijn Vader [Heer Brahmâ] zeer met zijn verlangen om [meer] te weten over Vishnu, de Heer van alle energieën.
Met zijn verlangen om te weten over Vishnu, de Heer van alle energieën, behaagde de grote wijze en eersteklas toegewijde, o Koning, zijn Vader [Heer Brahmâ] zeer. (Vedabase)
Op dezelfde manier als u mij aan het ondervragen bent, ondervroeg Nârada Muni hem toen hij zag dat dat naar de tevredenheid was van de overgrootvader van het hele Universum.
Nadat hij de tevredenheid van de overgrootvader van het hele Universum zag, ondervroeg Nârada Muni hem, op dezelfde manier zoals u mij aan het ondervragen bent. (Vedabase)
Dit Verhaal van de Fortuinlijke, de Bhâgavata Purâna met zijn tien eigenschappen [dat werd samengevat in de vier verzen 33-36, zie verder het volgende hoofdstuk], werd met grote voldoening door de Allerhoogste Heer uiteengezet aan Zijn [ongeboren] zoon, de schepper van het universum.
Daarop werd dit verhaal [samengevat in de vier verzen 33-36] van de Fortuinlijke met zijn tien eigenschappen [zie verder volgende hoofdstuk], met grote voldoening uiteengezet door de Allerhoogste Heer die het de zoon vertelde, de schepper van het universum. (Vedabase)Aan de oever van de Sarasvatî onderrichtte Nârada [op zijn beurt] dit Allerhoogste van de Geest aan de grote wijze, de meditatieve Vyâsadeva die van een onbegrensd vermogen is, o Koning.
Nârada onderrichtte dit Allerhoogste van de Geest, aan de grote wijze, de meditatieve Vyâsadeva met zijn immense capaciteit, aan de oever van de Sarasvatî, o Koning. (Vedabase)Al de dingen die u me vroeg wat betreft de wereld van de Universele Gedaante van de Oorspronkelijke Persoon en andere aangelegenheden, zal ik u nu zeer gedetailleerd beschrijven."
Al de dingen waarover u me hebt gevraagd wat betreft de wereld van de Universele Gedaante van de Oorspronkelijke Persoon en andere aangelegenheden, zal ik u nu zeer gedetailleerd beschrijven." (Vedabase)
*: Een goddelijk, hemels of godenjaar staat gelijk aan 360 menselijke jaren.
![]()

De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons
Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding van
de halfgoden die tot de Heer van Vaikunthha bidden
is getiteld:
'Shiva, Indra, Brahma and the Earth in the Form of a Cow Pray to
Narayana,
Requesting Him to Relieve the Earth's Burden'. Geschilderd door
Kailash
Raj.
©
Exoticindiaart.com,
gebruikt met toestemming.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties