S'rî
S'uka zei: 'Op een dag gingen de gopa's vol van ijver
voor God met ossenkarren op reis naar het Ambikâwoud.
S'rî
S'uka zei: 'Op een dag gingen de gopa's vol van ijver voor
God op reis met ossenkarren afgaande op het
Ambikâwoud. (Vedabase)
Tekst
2
Daar badend in
de Sarasvatî vereerden ze met de nodige hulpmiddelen
devoot de machtige halfgod Pas'upati [S'iva als de heer der
dieren] en de godin Ambikâ [*],
o Koning.
Daar
badend in de Sarasvatî vereerden ze met de nodige
hulpmiddelen devoot de machtige halfgod Pas'upati [S'iva
als de heer der dieren] en de godin Ambikâ
[*], o Koning.
(Vedabase)
Tekst
3
Respectvol
schonken ze koeien, goud, kleding en met honing vermengde, zoet
smakende granen aan al de brahmanen en baden ze daarbij:
'devo nah prîyatâm' ['moge de Here God
behaagd zijn'].
Met
respect koeien, goud, kleding en met honing vermengd zoet
smakende granen aan al de brahmanen schenkend baden ze
daarbij: 'devo nah priyatâm' ['moge de Here God
behaagd zijn']. (Vedabase)
Tekst
4
Naar strikte
geloften levend op enkel water [zie 8.16]
brachten de hoogst gezegende Nanda, Sunanda [Nanda's
jongere broer] en de anderen die nacht door aan de oever
van de Sarasvatî.
Naar
strikte geloften levend op enkel water [zie 8.16]
brachten de hoogst gezegende Nanda, Sunanda [Nanda's
jongere broer] en de anderen die nacht door aan de oever
van de Sarasvatî. (Vedabase)
Tekst
5:
Een of andere
gigantische slang daar in de buurt kwam er toevallig heen
gegleden op zijn buik en begon Nanda te
verzwelgen.
Een
of andere gigantische slang daar in de buurt kwam er
toevallig heen gegleden op zijn buik om Nanda te verzwelgen.
(Vedabase)
Tekst
6:
Hij, gegrepen
door de python, schreeuwde: 'Krishna, o Krishna, mijn beste
jongen, red deze overgegeven ziel, deze enorme slang is me aan
het verslinden!'
Hij,
gegrepen door de python, schreeuwde: 'Krishna, o Krishna,
mijn beste jongen, red deze overgegeven ziel, deze enorme
slang is me aan het verslinden!'
(Vedabase)
Tekst
7:
Toen ze de
kreten hoorden stonden de gopa's onmiddellijk op en
grepen ze, onthutst toen ze zagen wat er gebeurde, fakkels om
de slang aan te vallen.
Toen
ze de kreten hoorden stonden de gopa's onmiddellijk op en
grepen ze, ontzet de slang te zien, fakkels om hem aan te
vallen.
(Vedabase)
Tekst
8:
Hoewel
verschroeid door de toortsen liet de slang hem niet gaan maar
toen kwam de Allerhoogste Heer, de Meester van de Toegewijden
eraan en beroerde hem met Zijn voet.
Hoewel
verschroeid door de toortsen liet de slang hem niet gaan
maar toen kwam de Allerhoogste Heer, de Meester van de
Toegewijden eraan en beroerde hem met Zijn
voet.
(Vedabase)
Tekst
9:
Waarlijk maakte
toen die goddelijke aanraking door de Opperheer Zijn voet een
einde aan die slechtheid en kon men vanuit het achtergelaten
slangenlijf een door de Vidyâdhara's
aanbeden gedaante [hun leider dus] zien.
Waarlijk
werd toen door die goddelijke aanraking van de Opperheer
Zijn voet die slechtheid gedood en kon men vanuit het
opgegeven slangenlijf een door de Vidyâdhara's
aanbeden gedaante [hun leider dus]
zien.
(Vedabase)
Tekst
10:
De Heer der
Zinnen ondervroeg toen de persoonlijkheid die met gebogen hoofd
en met zijn lichaam opgesierd met een gouden halsketting
schitterend stralend voor Hem stond.
De
Heer der Zinnen ondervroeg toen de persoonlijkheid die, met
gebogen hoofd, met zijn lichaam opgesierd met een gouden
halsketting, schitterend stralend voor Hem
stond.
(Vedabase)
Tekst
11:
'En met wie
hebben wij hier de eer die hier zo prachtig straalt en
wonderbaarlijk is om te zien? Vertel Me wat leidde tot dit
akelige lot van het veroordeeld zijn tot het aannemen van een
schrikwekkende gedaante als deze [zie ook
7.13:
11]?'
'En
met wie hebben wij hier de eer die hier zo prachtig straalt,
wonderbaarlijk om te zien? Zeg me wat leidde tot deze
akelige bestemming van gedwongen te zijn tot het aannemen
van een schrikwekkende gedaante als deze [zie ook 7.13:
11]?
(Vedabase)
Tekst
12-13
Het
[voormalige] serpent zei: 'Ik ben
Sudars'ana,
een bepaalde Vidyâdhara welbekend om zijn weelde en
verschijning. Ik trok altijd overal rond met mijn hemelwagen.
Omdat ik verwaand de wijzen voortgekomen uit Angirâ had
uitgelachen werd ik vanwege mijn zonde hen zo te minachten
ertoe gedwongen deze kwalijke gedaante aan te
nemen.
Het
[voormalige] serpent zei: 'Ik ben Sudars'ana, een
bepaalde Vidyâdhara welbekend om zijn weelde en
verschijning, die het gewoon was in alle richtingen rond te
gaan in zijn hemelwagen. Omdat ik verwaand de wijzen
voortgekomen uit Angirâ had uitgelachen werd ik
vanwege mijn zonde hen zo te minachten ertoe gedwongen deze
kwalijke gedaante aan te nemen.
(Vedabase)
Tekst
14
Zij
zo mededogend van aard hebben met het uitspreken van deze
verwensing mij een zegening toebemeten, omdat aldus, met de
aanraking door de voet van de Meester van Alle Werelden, al
mijn slechtheid teniet gedaan werd.
Zij
zo mededogend van aard hebben met het uitspreken van deze
verwensing mij een zegening toebemeten, aangezien ik zo, met
de aanraking door de voet van de Meester van Alle Werelden,
al mijn slechtheid vernietigd kreeg.
(Vedabase)
Tekst
15
U, diezelfde
persoon die voor de overgegeven zielen de Verdrijver van de
angst van een materieel bestaan bent, smeek ik om Uw permissie
[terug te mogen keren naar mijn wereld], o U die door
de aanraking van Uw voet me bevrijd heeft van de vloek, o
Vernietiger van Alle Leed.
U,
die zelfde persoon die voor de overgegevenen de Verdrijver
van de angst van een materieel bestaan bent, smeek ik om Uw
permissie [terug te mogen keren naar mijn wereld], o
U die door de aanraking van Uw voet me bevrijd heeft van de
vloek, o Vernietiger van Alle Leed.
(Vedabase)
Tekst
16
Ik geef me aan
U over o Grootste van Alle Yogi's, o Allerhoogste
Persoonlijkheid, o Meester der Waarachtigen, alstUblieft gebied
mij o God, o Beheerser der Beheersers van het
Universum.
Ik
geef me aan U over o Grootste van Alle Yogî's, o
Allerhoogste Persoonlijkheid, o Meester der Waarachtigen,
alstublieft wees mijn gebod o God, o Beheerser der
Beheersers van het Universum. (Vedabase)
Tekst
17
Toen ik U zag
was raakte ik terstond bevrijd van de straf van de brahmanen, o
Acyuta, U wiens naam eenmaal gezongen ogenblikkelijk een ieder
die het hoort zuivert alsook de zanger zelf, om nog maar te
zwijgen van wat het betekent om te worden aangeraakt door Uw
voet!'
Toen
ik U zag raakte ik terstond bevrijd van de straf van de
brahmanen, o U Acyuta, wiens naam eenmaal gezongen
ogenblikkelijk alle toehoorders zuivert als ook de zanger
zelf; en wat zou het dan niet temeer betekenen om aangeraakt
te worden door Uw voet?' (Vedabase)
Tekst
18
Aldus hem
omlopend met het brengen van zijn eerbetuigingen kreeg
Sudars'ana toestemming Zijn aanwezigheid te verlaten zodat hij
naar de hemel kon en was Nanda bevrijd uit zijn benarde
positie.
Aldus
Hem omlopend met het brengen van zijn eerbetuigingen kreeg
Sudars'ana toestemming Zijn aanwezigheid te verlaten zodat
hij naar de hemel kon en was Nanda bevrijd uit zijn benarde
positie. (Vedabase)
Tekst
19
Getuige te zijn
van dat persoonlijke vertoon van Krishna's macht deed de mannen
van Vraja versteld staan. Na het voorval rondden ze ter plekke
hun geloften af en keerden ze terug naar het koeherdersdorp, o
Koning, waarbij ze vol eerbied [onderweg] bespraken wat
zich had voorgedaan.
Getuige
te zijn van dat persoonlijke vertoon van Krishna's macht
deed de mannen van Vraja versteld staan die daarna ter
plekke hun geloften afrondend terugkeerden naar het
koeherdersdorp, o Koning, vol eerbied [onderweg]
navertellend wat zich had voorgedaan.
(Vedabase)
Tekst
20
Op een dag
daarna [op Gaura-pûrnimâ naar verluid]
waren Govinda en Râma, wiens daden zo wonderbaarlijk
zijn, in het holst van de nacht in het bos aan het spelen met
de meisjes van Vraja.
Op
een dag daarna [op Gaura-pûrnimâ naar
verluid] waren Govinda en Râma, wiens daden zo
wonderbaarlijk zijn, in het holst van de nacht in het bos
aan het spelen met de meisjes van Vraja.
(Vedabase)
Tekst
21
Hun roem werd
met charme bezongen door het vrouwvolk dat in liefde
verslingerd was aan Hen wiens leden fraai waren opgesierd en
ingesmeerd bij de bloemenslingers en de onberispelijke kleding
die ze droegen.
Hun
roem werd met charme bezongen door het vrouwvolk in liefde
verslingerd aan Hen, met hun leden fraai opgesierd en
ingesmeerd, hun bloemenslingers en Hun onberispelijke
kleding. (Vedabase)
Tekst
22
Vroeg in de
nacht eerden de beiden de gerezen maan, de sterren, de
jasmijnknoppen die met hun geur de bijen die er gek op waren
bedwelmden en het briesje dat de geur meevoerde van de
lotussen.
Vroeg
in de nacht eerden de beiden de gerezen maan, de sterren, de
jasmijnknoppen die met hun geur de bijen gek ervan
bedwelmden en het briesje vol van de lotussen.
(Vedabase)
Tekst
23
De twee
bezongen voor het oor en de geest van alle levende wezens het
geluk, tezamen van hoog naar laag alle tonen voortbrengend die
de toonladder maar te bieden had.
De
twee bezongen voor het oor en de geest van alle levende
wezens het geluk, tezamen van hoog naar laag alle tonen
voortbrengend die de toonladder maar te bieden had.
(Vedabase)
Tekst
24
De
gopî's die hun gezang hoorden hadden vol van
bewondering niet in de gaten, o heerser der mensen, dat hun
kleren losgegleden en dat hun haar en bloemen in de war
raakten.
De
gopî's die hun gezang hoorden hadden vol van
bewondering niet in de gaten, o heerser der mensen, dat hun
kleren losgegleden en dat hun haar en bloemen in de war
raakten. (Vedabase)
Tekst
25
Met de twee
aldus zich naar hartelust vermakend tot in het extatische,
verscheen er een dienaar van Kuvera ter plekke die de naam
S'ankhacûda droeg ['weelde-kruin'].
Met
de twee aldus zich naar hartelust vermakend tot in het
extatische, verscheen er een dienaar van Kuvera ter plekke
die de naam S'ankhacûda droeg
['weelde-kruin']. (Vedabase)
Tekst
26
Recht voor hun
ogen, o Koning, dreef hij, onbevreesd met hun noodkreten, de
verzameling vrouwen die Hen tot hun Heren hadden verkozen in de
richting van het noorden.
Recht
voor hun ogen, o Koning, dreef hij, onbevreesd met hun
noodkreten, de verzameling vrouwen die Hen tot hun Heren
hadden verkozen in de richting van het noorden.
(Vedabase)
Tekst
27-28
Toen Ze zagen
hoe zij die Hen toebehoorden als een stelletje koeien door een
dief werden ingepikt en uitriepen 'Krishna, o Râma, help
ons!', haastten de twee broers Zich achter hen aan.
Toen
Ze zagen hoe zij die Hen toebehoorden als een stelletje
koeien door een dief werden ingepikt en uitriepen 'Krishna,
o Râma, help ons!', haastten de twee broers Zich
achter hen aan. (Vedabase)
Tekst
29
Toen hij de
twee er als de Dood en de Tijd aan zag komen werd hij bang en
daardoor in de war geraakt liet hij de vrouwen achter en rende
hij voor zijn leven.
Toen
hij de twee als de Dood en de Tijd eraan zag komen werd hij
bang en in de war liet hij de vrouwen achter en rende hij
voor zijn leven. (Vedabase)
Tekst
30
Govinda uit op
zijn kruinjuweel rende achter hem aan waarheen hij ook
vluchtte, terwijl Balarâma achterbleef om de vrouwen te
beschermen.
Govinda
uit op zijn kruin-juweel rende achter hem aan waarheen hij
ook vluchtte, terwijl Balarâma achterbleef om de
vrouwen te beschermen. (Vedabase)
Tekst
31
Hem inhalend
alsof het niets was sloeg Hij, de Almachtige Heer, met Zijn
vuist simpelweg zijn kruinjuweel eraf samen met zijn
hoofd.
Hem
inhalend alsof het niets was sloeg Hij, de Almachtige Heer,
met Zijn vuist simpelweg zijn kruinjuweel eraf samen met
zijn hoofd. (Vedabase)
Tekst
32
Aldus
S'ankhacûda ter dood gebracht hebbend nam Hij het
glanzende juweel mee naar Zijn oudere broer en gaf Hij het
tevreden aan Hem onder het oog van de
gopî's.'
Aldus
S'ankhacûda ter dood gebracht hebbend nam Hij het
glanzende juweel mee naar Zijn oudere broer en gaf Hij het
tevreden, onder het oog van de gopî's, aan Hem.
(Vedabase)
*
Ambikâ betekent moeder, goede vrouw, een naam
schriftuurlijk verbonden met het vrouwlijke van Ûma en
Pârvatî in relatie tot Skanda, S'iva of Rudra, als
een term van respect. Ambikâvana vindt men in Gujarat
provincie, nabij de stad Siddhapura. S'rîla
Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura haalt
hier autoriteiten aan die claimen dat Ambikâvana zich
bevindend aan de oever van de rivier de Sarasvatî
[die niet meer bestaat], te vinden is ten noordwesten
van Mathurâ. Ambikâvana staat bekend om de
beeltenissen van S'rî S'iva en zijn vrouw, de godin
Ûma.