S'rî
S'uka zei: 'Daarna [na de bosbrand] ging Krishna
omringd door zijn vrolijk geaarde volkje dat Zijn heerlijkheden
bezong Vraja binnen zo prachtig met zijn kudden
koeien.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Surrounded by His blissful
companions, who constantly chanted His glories, S'rî
Krishna then entered the village of Vraja, which was
decorated with herds of cows. (Vedabase)
Tekst
2:
Op die manier
vermomd als een koeherder rondspelend in Vraja, brak het
zomerseizoen aan dat door de levende wezens niet zo prettig
gevonden wordt.
While
Krishna and Balarâma were thus enjoying life in
Vrindâvana in the guise of ordinary cowherd boys, the
summer season gradually appeared. This season is not very
pleasing to embodied souls. (Vedabase)
Tekst
3:
Desalniettemin
toonde Vrindâvana, waar de Allerhoogste Heer Kes'ava
tezamen met Râma zich persoonlijk ophielden, de
kwaliteiten van de lentetijd.
Nevertheless,
because the Supreme Personality of Godhead was personally
staying in Vrindâvana along with Balarâma,
summer manifested the qualities of spring. Such are the
features of the land of Vrindâvana. (Vedabase)
Tekst
4:
Het
voortdurende geraas van de watervallen aldaar overstemde het
geluid van de krekels terwijl de groepjes bomen die het gebied
fraai opsierden bevochtigd werden door hun
waterdamp.
In
Vrindâvana, the loud sound of waterfalls covered the
crickets' noise, and clusters of trees constantly moistened
by spray from those waterfalls beautified the entire area.
(Vedabase)
Tekst
5:
Vanaf de golven
van de stroompjes, de rivieren en de meren voerden koele
briesjes het stuifmeel mee van de kahlâra, kañja
en utpala lotussen zodat er, voor de mensen die in het bos
leefden, niet de kwellende hitte was van de zon of de
bosbranden van het zomerseizoen, maar wel een overdaad aan
weelderig goeiend gras.
The
wind wafting over the waves of the lakes and flowing rivers
carried away the pollen of many varieties of lotuses and
water lilies and then cooled the entire Vrindâvana
area. Thus the residents there did not suffer from the heat
generated by the blazing summer sun and seasonal forest
fires. Indeed, Vrindâvana was abundant with fresh
green grass. (Vedabase)
Tekst
6
Het water van
de zeer diepe rivieren doordrenkte de oevers, hetgeen aan alle
kanten zorgde voor modderige zandbanken, waarover de felle zon
brandend met zijn giftige stralen niet het vocht en het groen
van de aarde kon verdringen.
With
their flowing waves the deep rivers drenched their banks,
making them damp and muddy. Thus the rays of the sun, which
were as fierce as poison, could not evaporate the earth's
sap or parch its green grass. (Vedabase)
Tekst
7
Het bos zeer
prachtig vol met bloemen weerklonk van allerhande dieren en
zingende vogels, pauwen en bijen en de roepen van de koekoeken
en de kraanvogels.
Flowers
beautifully decorated the forest of Vrindâvana, and
many varieties of animals and birds filled it with sound.
The peacocks and bees sang, and the cuckoos and cranes
cooed. (Vedabase)
Tekst
8
Met zin om te
spelen ging Krishna, de Allerhoogste Heer, die Zijn fluit liet
weerklinken in het gezelschap van Balarâma, de
gopa's en de koeien, dat bosgebied binnen.
Intending
to engage in pastimes, Lord Krishna, the Supreme Personality
of Godhead, accompanied by Lord Balarâma and
surrounded by the cowherd boys and the cows, entered the
forest of Vrindâvana as He played His flute.
(Vedabase)
Tekst
9
Met verse
blaadjes, pauweveren, bosjes kleine bloemen, bloemenslingers en
kleurige steentjes als versieringen waren Krishna, Râma
en de gopa's aan het zingen, dansen en
rondstoeien.
Decorating
themselves with newly grown leaves, along with peacock
feathers, garlands, clusters of flower buds, and colored
minerals, Balarâma, Krishna and Their cowherd friends
danced, wrestled and sang. (Vedabase)
Tekst
10
Terwijl Krishna
danste, zongen sommigen van hen, speelden er een paar op
fluiten, schelletjes en hoorns terwijl anderen de loftrompet
staken.
Seeing
how the unfortunate fish in that lake had become most
unhappy at the death of their leader, Saubhari uttered the
following curse under the impression that he was mercifully
acting for the benefit of the lake's residents.
(Vedabase)
Tekst
11
Verkleed als
het koeherdersvolkje bewezen de halfgoden [zie
10.1:
22]
Krishna en Râma de eer in Hun gedaante van
koeienbeschermers, precies zoals professionele dansers dat doen
als ze een andere danser aanmoedigen, o Koning.
O
King, demigods disguised themselves as members of the
cowherd community and, just as dramatic dancers praise
another dancer, worshiped Krishna and Balarâma, who
were also appearing as cowherd boys. (Vedabase)
Tekst
12
Ronddraaiend,
springend, gooiend, elkaar op de rug slaand en rondslepend
speelden ze en hielden ze soms, als ze worstelden, elkaar bij
hun haarlokken vast.
Krishna
and Balarâma played with their cowherd boyfriends by
whirling about, leaping, hurling, slapping and fighting.
Sometimes Krishna and Balarâma would pull the hair on
the boys' heads. (Vedabase)
Tekst
13
Bij tijden als
de anderen dansten waren Zij de zangers en bespeelden Zij de
instrumenten, zelf van lofprijzing zijnde, o Koning, en zeiden
Ze: 'Wat goed, wat goed is dat!'
While
the other boys were dancing, O King, Krishna and
Balarâma would sometimes accompany them with song and
instrumental music, and sometimes the two Lords would praise
the boys, saying, "Very good! Very good!" (Vedabase)
Tekst
14
Nu en dan
speelden ze met bilvavruchten en dan weer met kumbhavruchten of
met handen vol met âmalaka [myrobalaan] vruchten;
ze speelden tikkertje [aspris'ya] of
blindemannetje [netra-bandha] en dat soort
spelletjes en soms deden ze de dieren en vogels
na.
Sometimes
the cowherd boys would play with bilva or kumbha fruits, and
sometimes with handfuls of âmalaka fruits. At other
times they would play the games of trying to touch one
another or of trying to identify somebody while one is
blindfolded, and sometimes they would imitate animals and
birds. (Vedabase)
Tekst
15
Dan sprongen ze
als kikkers, vertelden ze allerlei grappen en dan weer waren ze
aan het schommelen of speelden ze koninkje.
They
would sometimes jump around like frogs, sometimes play
various jokes, sometimes ride in swings and sometimes
imitate monarchs. (Vedabase)
Tekst
16
De twee op deze
manier als gewone mensenkinderen spelend trokken rond door de
bossen, de bergen, de rivieren en dalen, de schaduwrijke
plekken, meren en perken alom.
In
this way Krishna and Balarâma played all sorts of
well-known games as They wandered among the rivers, hills,
valleys, bushes, trees and lakes of Vrindâvana.
(Vedabase)
Tekst
17
Op een dag,
toen Râma en Krishna samen met de gopa's de dieren
in dat bos aan het hoeden waren, verscheen er daar de demon
Pralamba in de gedaante van een gopa met het voornemen
Hen te ontvoeren.
While
Râma, Krishna and Their cowherd friends were thus
tending the cows in that Vrindâvana forest, the demon
Pralamba entered their midst. He had assumed the form of a
cowherd boy with the intention of kidnapping Krishna and
Balarâma. (Vedabase)
Tekst
18
Hem kennende,
aangezien Hij die van het huis Das'ârha stamde de
Alwetende Opperheer was, aanvaardde Hij het, erop zinnend hem
ter dood te brengen, om vriendjes met hem te zijn.
Since
the Supreme Lord Krishna, who had appeared in the
Das'ârha dynasty, sees everything, He understood who
the demon was. Still, the Lord pretended to accept the demon
as a friend, while at the same time seriously considering
how to kill him. (Vedabase)
Tekst
19
Daarop de
gopa's bijeenroepend zei Krishna, Hij die alle
spelletjes kent: 'O gopa's, laten we spelen en ons in
twee gelijke teams verdelen'.
Krishna,
who knows all sports and games, then called together the
cowherd boys and spoke as follows: "Hey cowherd boys! Let's
play now! We'll divide ourselves into two even teams."
(Vedabase)
Tekst
20
Daartoe riepen
de gopa's Râma en Janârdana
uit tot hun aanvoerders zodat sommigen bij Krishna's groep
hoorden terwijl de anderen zich aansloten bij
Râma.
The
cowherd boys chose Krishna and Balarâma as the leaders
of the two parties. Some of the boys were on Krishna's side,
and others joined Balarâma. (Vedabase)
Tekst
21
Ze gingen over
tot verschillende spelletjes hakkepak
[harinâkrîdanam] die bekend stonden
onder de regel dat de winnaars degenen die verslagen waren
mochten beklimmen en dan door hen moesten worden
gedragen.
The
boys played various games involving carriers and passengers.
In these games the winners would climb up on the backs of
the losers, who would have to carry them. (Vedabase)
Tekst
22
Dragend en
gedragen wordend hoedden zij onderwijl de koeien en gingen ze,
geleid door Krishna, naar een banyanboom genaamd
Bhândîraka [*].
Thus
carrying and being carried by one another, and at the same
time tending the cows, the boys followed Krishna to a banyan
tree known as Bhândîraka. (Vedabase)
Tekst
23
Toen
Râma's partij met S'rîdâmâ, Vrishabha
en anderen de wedstrijd had gewonnen, werd ieder van hen
gedragen door Krishna en de leden van Zijn team, o
Koning.
My
dear King Parîkshit, when S'rîdâmâ,
Vrishabha and the other members of Lord Balarâma's
party were victorious in these games, Krishna and His
followers had to carry them. (Vedabase)
Tekst
24
Verslagen zijnd
droeg Krishna, de Allerhoogste Heer,
S'rîdâmâ; Vrishabha werd door Bhadrasena
gedragen en Pralamba [de Asura] droeg de zoon van
Rohinî [Râma].
Defeated,
the Supreme Lord Krishna carried S'rîdâmâ.
Bhadrasena carried Vrishabha, and Pralamba carried
Balarâma, the son of Rohinî. (Vedabase)
Tekst
25
Krishna voor
onverslaanbaar houdend zette die demon nummer één
het in grote vaart op een rennen [zijn passagier
Râma] wegdragend voorbij de finish waar moest worden
afgestapt.
Considering
Lord Krishna invincible, that foremost demon
[Pralamba] quickly carried Balarâma far beyond
the spot where he was supposed to put his passenger down.
(Vedabase)
Tekst
26
Hem hoog
optillend verloor de demon zijn gang echter met Hem
[opeens] zo zwaar [wordend] als de koning van
de aarde en de planeten [de berg Meru]. Daarop nam hij
weer zijn oorspronkelijke gedaante aan die was overdekt met
gouden sierselen, waardoor hij straalde als een wolk flitsend
van de bliksem in het meevoeren van de maan.
As
the great demon carried Balarâma, the Lord became as
heavy as massive Mount Sumeru, and Pralamba had to slow
down. He then resumed his actual form - an effulgent body
that was covered with golden ornaments and that resembled a
cloud flashing with lightning and carrying the moon.
(Vedabase)
Tekst
27
Toen Hij dat
lichaam zich snel door de ruimte zag bewegen met zijn
vuurschietende ogen, een gefronst voorhoofd, rijen
verschrikkelijke tanden, zijn woeste haar, met de banden om
zijn armen, zijn kroon en zijn oorhangers, raakte de Drager van
de Ploeg, versteld over de gloed, een beetje
beduusd.
When
Lord Balarâma, who carries the plow weapon, saw the
gigantic body of the demon as he moved swiftly in the sky -
with his blazing eyes, fiery hair, terrible teeth reaching
toward his scowling brows, and an amazing effulgence
generated by his armlets, crown and earrings - the Lord
seemed to become a little frightened. (Vedabase)
Tekst
28
ZichZelf weer
herinnerend, sloeg de onbevreesde Balarâma die Zich
wegbewoog van Zijn gezelschap alsof Hij werd ontvoerd, hem boos
hard met Zijn vuist op zijn kop, zo hevig als de koning der
goden dat zou als hij een berg treft met zijn bliksemschicht.
Remembering
the actual situation, the fearless Balarâma understood
that the demon was triying to kidnap Him and take Him away
from His companions. The Lord then became furious and struck
the demon's head with His hard fist, just as Indra, the king
of the demigods, strikes a mountain with his thunderbolt
weapon. (Vedabase)
Tekst
29
Getroffen
spleet ter plekke zijn schedel open en stortte de demon, bloed
opgevend uit zijn mond, levenloos ter aarde met een luid geluid
dat weerklonk alsof er een berg getroffen werd door Indra's
wapen.
Thus
smashed by Balarâma's fist, Pralamba's head
immediately cracked open. The demon vomited blood from his
mouth and lost all consciousness, and then with a great
noise he fell lifeless on the ground, like a mountain
devastated by Indra. (Vedabase)
Tekst
30
Toen ze
Pralamba gedood zagen door de vanzelfsprekende kracht van
Balarâma waren de gopa's zeer verrast en drukten
ze zich uit met de woorden 'Goed zo, goed gedaan!'
['sâdhu, sâdhu'].
The
cowherd boys were most astonished to see how the powerful
Balarâma had killed the demon Pralamba, and they
exclaimed, "Excellent! Excellent!" (Vedabase)
Tekst
31
Zegeningen
uitsprekend prezen ze Hem die zo verdienstelijk was, als was
Hij teruggekeerd uit de dood en sloten ze Hem in hun armen met
hun harten overweldigd door liefde.
They
offered Balarâma profuse benedictions and then
glorified Him, who deserves all glorification. Their minds
overwhelmed with ecstatic love, they embraced Him as if He
had come back from the dead. (Vedabase)
Tekst
32
Met de zondige
Pralamba gedood bedolven de halfgoden hoogst voldaan Hem met
bloemenslingers en brachten ze gebeden onder het uitroepen van
'Bravo, uitstekend!'
'
The
sinful Pralamba having been killed, the demigods felt
extremely happy, and they showered flower garlands upon Lord
Balarâma and praised the excellence of His deed.
(Vedabase)
* S'rîla
Sanâtana Gosvâmî haalt de volgende verzen aan
van de S'rî Harivams'a (Vishnu-parva 11.18 - 22), waarin
de banyan wordt beschreven:
dadars'a
vipulodagra-
s'âkhinam s'âkhinâm varam
sthitam dharanyâm meghâbham
nibidam dala-sañcayaih
gaganârdhocchritâkâram
parvatâbhoga-dhârinam
nîla-citrânga-varnais' ca
sevitam bahubhih khagaih
phalaih pravâlais' ca ghanaih
sendracâpa-ghanopamam
bhavanâkâra-vithapam
latâ-pushpa-sumanditam
vis'âla-mûlâvanatam
pâvanâmbhoda-dhârinam
âdhipatyam ivânyeshâm
tasya des'asya s'âkhinâm
kurvânam s'ubha-karmânam
nirâvarsham anâtapam
nyagrodham parvatâgrâbham
bhândîram nâma nâmatah
"Zij
zagen die beste van alle bomen, welke vele lange takken had.
Met zijn dichte bladerdek, leek het wel een wolk die op de
aarde rustte. Daadwerkelijk was hij dermate groot dat hij de
halve hemel leek te beslaan. Vele vogels met bekoorlijke blauwe
vleugels kwamen daar regelmatig in die grote boom waarvan de
vele vruchten en bladeren hem er uit deden zien als een wolk
met een regenboog ernaast of als een huis gesierd met klimop en
bloemen. Hij reikte met zijn wortels naar beneden en droeg op
zijn rug de geheiligde wolken. Die banyanboom was als de
Hoogste Heer en Meester van alle andere bomen er in de buurt,
daar hij zorg droeg voor de alleszins gunstige functies van het
afweren van de regen en de hitte van de zon. Aldus zag de
nyagrodha boom die bekend stond als Bhândîra er
uit, precies als de top van een
berg."