bij het boek de Bhâgavata Purâna

"Het Verhaal van de Fortuinlijke"

door KRISHNA -DVAIPÂYANA VYÂSA

Downloads:
Bekijk de volledige tekstbestanden boek voor boek.

Muziekbestanden
Luister naar MIDI en Audio-bestanden van de devotionele muziek

Afbeeldingen
Bekijk al de afbeeldingen van het boek

Links
Vind de oorspronkelijke tekst en vertaling hoofdstuk voor hoofdstuk en andere links




Afbeeldingen Canto 5 - pagina 1-2-3-4-5

Hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 5.

 

Hoofdstuk 1:  De Activiteiten van Mahârâja Priyavrata  

(9) Daar herkende de deva-rishi [Nârada] de zwaan die de almachtige vader Heer Hiranyagarbha [Brahmâ] droeg en stond hij tezamen met Priyavrata en zijn vader onmiddellijk op om hem de eer te bewijzen, met gevouwen handen en alles wat er bij hoort.


Hoofdstuk 2 De aktivitieiten van Mahârâja Âgnîdhra

(3) Dat begrijpend zond de Machtige Heer, de eerste persoon van het universum, vanuit zijn verblijf een hemels meisje, de apsara Pûrvacitti naar beneden.


(14) Mijn ogen kunnen geen rust vinden in alle richtingen bewegend, afgeleid door de bal geraakt door je lotusgelijke handpalm; geef je niet om al je loshangende krullende haar; bezorgt die jurk van je je geen moeilijkheden door de wind opgetild zoals door een man die zich aangetrokken voelt tot een vrouw?


Hoofdstuk 3: Rsabhadeva's Verschijnen in de Baarmoeder van Merudevî, de Echtgenote van Koning Nâbhi.

Toen hij zelfzeker met een groot geloof en devotie en een zuivere geest met de aanbidding bezig was, manifesteerde de Allerhoogste Heer vanuit Zijn liefde aan de verlangens van Zijn toegewijden tegemoet te komen, Zichzelf in Zijn mooiste, niet te overtreffen gedaante die met Zijn betoverend schone ledematen zo'n genoegen is voor het oog en de geest, alhoewel met de inleidende pravargya ceremonie zoals begonnen, en wat er bij hoorde, de juiste plaats en tijd, de hymnen, de priesters, de giften aan de priesters, en door middel van de regulerende beginselen zelf, dat niet kon worden verkregen.


Hoofdstuk 4: De Eigenschappen van Rsabhadeva

(19) Toen Hij, de Allerhoogste, eens rondtoerde en het heilige land van Brahmâvarta bereikte [tussen de rivieren de Sarasvatî en de Drishadvatî ten N. W. van Hastinâpura] zei Hij, in het bijzijn van de burgers in een bijeenkomst van de besten der brahmanen, het volgende tegen zijn oplettende en welgemanierde zoons, tot hen prekend hoewel zij uitmuntten in zelfbeheersing en toewijding.


Hoofdstuk 5: Heer Rsabhadeva's Onderricht aan Zijn zoons.

(10-13) Door het volgen van een spiritueel vergevorderde persoon, een goeroe; in toegewijde dienst jegens Mij, door niet te begeren, met tolerantie voor de wereld der tegenstellingen en door eveneens navraag te doen en door realisatie van de waarheid van al de ellende van het levend wezen overal; door verzakingen te beoefenen en boete te doen en zinnelijke genoegens op te geven; door voor Mij te werken, te luisteren naar verhalen over Mij als ook door altijd vast te houden aan het gezelschap der toegewijden; door te zingen over Mijn kwaliteiten; door geen vijandschap te koesteren, allen gelijkgezind te zijn, door de emoties te beteugelen, o zonen; door er naar te verlangen de vereenzelviging met je thuis en het lichaam op te geven, door het bestuderen van de yoga-literatuur; door in afzondering te leven, door een volledige kontrole over de ademhaling, de zinnen en de geest; door geloof te ontwikkelen, door altijd het celibaat in acht te nemen, door immer waakzaam te zijn, door zich te beperken in het spreken; door aan Mij te denken, Mij overal te herkennen; door kennis te ontwikkelen, wijsheid en door verlicht te zijn door de yoga-praktijk; door geduld, enthousiasme en behept te zijn met goedheid en goedgunstigheid, kan men de valse identificatie met de materiële wereld, de oorzaak van de materiële gebondenheid, opgeven.


(30) Her en der door steden komend, dorpen, delfplaatsen, landerijen, tuinen, leefgemeenschappen in valleien, militaire kampementen, veeschuren, boerderijen, rustoorden voor pelgrims, heuvels en wouden, toevluchtsoorden en zo voorts, was Hij omringd door slechte mensen en vliegen en werd Hij als een olifant die uit het bos komt weggejaagd en bedreigd, bewaterd en bespuugd, in het stof geworpen, tussen de stenen en de ontlasting, weggescheten en uitgescholden; maar Hij gaf er niet om omdat Hij, vanuit Zijn begrip over hoe het lichaam zich verhoudt tot de ziel, wist dat deze verblijfplaats van een lichaam die men voor echt houdt, niet een leefomgeving was geschikt voor een gentleman; in plaats daarvan verwijlde Hij in Zijn persoonlijke glorie in ontkenning van het "Ik' en "Mijn" en zwierf Hij onverstoord moederziel alleen over de aarde rond.



 
N.B. Als u een van deze afbeeldingen op uw eigen website wilt gebruiken,
plaats ze dan a.u.b. op uw eigen server. Steel geen bandbreedte.

 

volgende pagina