Hoofdstuk
1:
De
Activiteiten van Mahârâja Priyavrata

(9) Daar herkende de
deva-rishi [Nârada] de zwaan die de
almachtige vader Heer Hiranyagarbha
[Brahmâ] droeg en stond hij tezamen met
Priyavrata en zijn vader onmiddellijk op om hem de eer te
bewijzen, met gevouwen handen en alles wat er bij
hoort.

Hoofdstuk
2 De
aktivitieiten van Mahârâja
Âgnîdhra

(3) Dat begrijpend zond
de Machtige Heer, de eerste persoon van het universum,
vanuit zijn verblijf een hemels meisje, de apsara
Pûrvacitti naar beneden.

(14) Mijn ogen kunnen
geen rust vinden in alle richtingen bewegend, afgeleid
door de bal geraakt door je lotusgelijke handpalm; geef
je niet om al je loshangende krullende haar; bezorgt die
jurk van je je geen moeilijkheden door de wind opgetild
zoals door een man die zich aangetrokken voelt tot een
vrouw?

Hoofdstuk
3: Rsabhadeva's
Verschijnen in de Baarmoeder van Merudevî, de
Echtgenote van Koning Nâbhi.

Toen
hij zelfzeker met een groot geloof en devotie en een
zuivere geest met de aanbidding bezig was, manifesteerde
de Allerhoogste Heer vanuit Zijn liefde aan de verlangens
van Zijn toegewijden tegemoet te komen, Zichzelf in Zijn
mooiste, niet te overtreffen gedaante die met Zijn
betoverend schone ledematen zo'n genoegen is voor het oog
en de geest, alhoewel met de inleidende pravargya
ceremonie zoals begonnen, en wat er bij hoorde, de juiste
plaats en tijd, de hymnen, de priesters, de giften aan de
priesters, en door middel van de regulerende beginselen
zelf, dat niet kon worden verkregen.

Hoofdstuk
4:
De
Eigenschappen van Rsabhadeva

(19)
Toen
Hij, de Allerhoogste, eens rondtoerde en het heilige land
van Brahmâvarta bereikte [tussen de rivieren de
Sarasvatî en de Drishadvatî ten N. W. van
Hastinâpura] zei Hij, in het bijzijn van de
burgers in een bijeenkomst van de besten der brahmanen,
het volgende tegen zijn oplettende en welgemanierde
zoons, tot hen prekend hoewel zij uitmuntten in
zelfbeheersing en
toewijding.

Hoofdstuk
5:
Heer
Rsabhadeva's Onderricht aan Zijn zoons.

(10-13) Door het volgen
van een spiritueel vergevorderde persoon, een goeroe; in
toegewijde dienst jegens Mij, door niet te begeren, met
tolerantie voor de wereld der tegenstellingen en door
eveneens navraag te doen en door realisatie van de
waarheid van al de ellende van het levend wezen overal;
door verzakingen te beoefenen en boete te doen en
zinnelijke genoegens op te geven; door voor Mij te
werken, te luisteren naar verhalen over Mij als ook door
altijd vast te houden aan het gezelschap der toegewijden;
door te zingen over Mijn kwaliteiten; door geen
vijandschap te koesteren, allen gelijkgezind te zijn,
door de emoties te beteugelen, o zonen; door er naar te
verlangen de vereenzelviging met je thuis en het lichaam
op te geven, door het bestuderen van de yoga-literatuur;
door in afzondering te leven, door een volledige kontrole
over de ademhaling, de zinnen en de geest; door geloof te
ontwikkelen, door altijd het celibaat in acht te nemen,
door immer waakzaam te zijn, door zich te beperken in het
spreken; door aan Mij te denken, Mij overal te herkennen;
door kennis te ontwikkelen, wijsheid en door verlicht te
zijn door de yoga-praktijk; door geduld, enthousiasme en
behept te zijn met goedheid en goedgunstigheid, kan men
de valse identificatie met de materiële wereld, de
oorzaak van de materiële gebondenheid, opgeven.

(30) Her en der door
steden komend, dorpen, delfplaatsen, landerijen, tuinen,
leefgemeenschappen in valleien, militaire kampementen,
veeschuren, boerderijen, rustoorden voor pelgrims,
heuvels en wouden, toevluchtsoorden en zo voorts, was Hij
omringd door slechte mensen en vliegen en werd Hij als
een olifant die uit het bos komt weggejaagd en bedreigd,
bewaterd en bespuugd, in het stof geworpen, tussen de
stenen en de ontlasting, weggescheten en uitgescholden;
maar Hij gaf er niet om omdat Hij, vanuit Zijn begrip
over hoe het lichaam zich verhoudt tot de ziel, wist dat
deze verblijfplaats van een lichaam die men voor echt
houdt, niet een leefomgeving was geschikt voor een
gentleman; in plaats daarvan verwijlde Hij in Zijn
persoonlijke glorie in ontkenning van het "Ik' en "Mijn"
en zwierf Hij onverstoord moederziel alleen over de aarde
rond.