regelbalk  


 

Canto 4

Nârada Muni

 

Hoofdstuk 11: Svâyambuva Manu raadt Dhruva Mahârâja aan met vechten te stoppen

(1) Maitreya zei: 'Nadat hij de woorden van de wijzen gehoord had, beroerde Dhruva water en legde hij een pijl gemaakt door Nârâyana op zijn boog. (2) Zo gauw hij, met dit wapen van Nârâyana op zijn boog, had aangelegd, werden snel de illusies, geschapen door de Yaksha's, verdreven, o Vidura, precies zoals plezier en pijn dat zijn met dagende kennis. (3) Met het hem geschonken wapen op zijn boog, sprongen daaruit gouden pijlen met veren als die van zwanen voort die, met het luide geluid van pauwen die een bos binnengaan, bij de vijandelijke soldaten binnendrongen. (4) Over die scherpgepunte pijlen waren de Yaksha's, verspreid op het slagveld, verschrikkelijk opgewonden en spoedden ze zich woedend in zijn richting, met opgeheven wapens, zoals slangen met uitstaande halzen dat doen tegen Garuda. (5) Met zijn pijlen doorsneed hij de armen, benen, nekken en buiken van al de Yaksha's die in de slag op hem afkwamen en zond hij ze naar de plaats boven de zon waarheen van oudsher zij die hun zaad opwaarts sturen [de celibatairen] gaan. (6) Toen hij zag hoe de Yaksha's, die feitelijk niks misdaan hadden, werden gedood door hem die de beste strijdwagen had, was de grootvader, de Manu, tezamen met de grote wijzen, zo genadig de zoon van Uttânapâda te benaderen om hem te instrueren. (7) Manu zei: 'Genoeg mijn zoon, met het doden van deze Yaksha's die je niets hebben misdaan, bevindt je je met een dergelijke escalatie van geweld op het pad der onwetendheid en zonde. (8) O mijn beste, deze onderneming de Yaksha's te doden die niet zondigden, is niet gepast voor onze familie en is, om de waarheid te spreken, verboden. (9) Natuurlijk, mijn beste, ben je bedroefd over de dood van de broeder waar je om geeft, maar nu heeft de overtreding van één Yaksha geleid tot het doden van de velen van zijn metgezellen. (10) Zeer zeker is dit doden van levende wezens nimmer de aangewezen weg voor hen die eerlijk zijn in het volgen van de weg van de Heer der Zinnen; het lichaam voor het zelf houdend is men als de dieren. (11) Met meditatie op de Superziel aanwezig in alle levende wezens, heb je de verblijfplaats bereikt van Heer Hari, die zo moeilijk gunstig te stemmen is, en heb je de allerhoogste positie van Vishnu bereikt. (12) Als je zo'n persoon bent, die door Hem altijd in heugenis verkeert van wat het Zijne is, en eveneens geacht wordt door hen die toegewijd zijn, hoe dan, zwerend bij het heilige een voorbeeld vormend, kan je dan een dergelijk abominabel iets ondernemen?

(13) Met een houding van universele tolerantie, vriendschap en genade jegens alle levende wezens, is men ook in evenwicht en daarmee is de Ziel van Allen, de Allerhoogste Heer zeer ingenomen. (14) De Allerhoogste Heer behagend is een persoon bevrijd van de geaardheden der materiële natuur en vrij van de zorgen over zijn individuele bestaan; hij bereikt de geestelijke gelukzaligheid van het Onbegrensde [brahma nirvânam]. (15) Uit de vijf elementen der materie ontwikkelden zich de man en de vrouw en door hun seksualiteit kwamen er zelfs nog meer mannen en vrouwen op deze wereld. (16) Aldus, o Koning, vindt, door de bedrieglijke energie van het Allerhoogste Zelf, de schepping, handhaving en vernietiging, en de interactie van de geaardheden plaats. (17) Zoals ijzer dat wordt bewogen door een magneet moet dan deze wereld worden beschouwd als bewogen door de achterliggende oorzaak van de ongemanifesteerde, onaangedane, Oorspronkelijke Persoon der Wijsheid. (18) Verdeeld door de kracht van de Tijd, die de Allerhoogste Heer is, die, hoewel Zijn vermogen zich betrekt op de drie geaardheden, niet degene is die handelt, noch de doder is hoewel Hij doodt, vindt zonder twijfel echter dit alles plaats door het onpeilbare vermogen van de Almachtige. (19) Hij, de oneindige Tijd, maakt overal een eind aan; zonder een aanvang is Hij het begin van alles; zonder af te nemen is Hij er de oorzaak van dat het levend wezen wordt geboren en dat het eindige door de dood wordt gedood. (20) Niemand is werkelijk Zijn bondgenoot of Zijn definitieve vijand; van het Allerhoogste in de vorm van de Tijd, die gelijkelijk ingang heeft bij alle levende wezens, zijn degenen met karma, alsmede de andere materiële elementen, aan Zijn bewegen ondergeschikt, zoals stofdeeltjes bewogen door de wind. (21) Vrij van een korte of een lange levensduur zoals die geldt voor de wezens die geboren worden, bevindt de Almachtige zich immer in Zijn eigen bovenzinnelijke positie en beloont Hij de levende wezens die onderworpen zijn aan de wetten van karma. (22) Sommigen verklaren dat karma [of het verdeeld zijn in vruchtdragende handelingen] als ontspringend aan de eigen bijzondere aard of als teweeggebracht door de anderen, o beschermer der mensen; sommigen zeggen dat het aan de tijd te wijten is, anderen verwijzen naar het lot, terwijl nog weer anderen het toeschrijven aan de begeerte van het levend wezen. (23) O mijn beste, derhalve kan voorzeker niemand ooit het grote ontwerp kennen van de Oorspronkelijke Oorzaak, het Ongemanifesteerde van de Bovenzinnelijkheid van Hem die de verscheidene energieën opwekt.

(24) Nimmer, mijn zoon, zijn ook al dezen die de volgelingen van Kuvera [de hemelse schatbewaarder] zijn de doders van je broeder; de oorzaak van geboorte en dood van een levend wezen, mijn beste, ligt ontwijfelbaar bij God. (25) Het is Hij die het universum schept en ook zeker handhaaft en vernietigt; daarenboven raakt Hij, omdat Hij zonder ego is, niet verstrikt door het optreden van de natuurlijke geaardheden. (26) Deze Superziel, beheerser en handhaver van alle vormen van leven, brengt voort, verslindt en koestert, gebruikmakend van de kracht van Zijn eigen uitwendige energie.(27) Aan Hem, zo zeker het Allerhoogste van de dood en de onsterfelijkheid, mijn beminde, dat in alle opzichten het uiteindelijk doel van overgave is van de wereld, dragen allen die toegewijd zijn hun offergaven op, zonder mankeren daarin beheerst als stieren door een touw door hun neus. (28) Als iemand van slechts vijf jaar oud verliet je je moeder, in je hart bedroefd door de woorden van je stiefmoeder, en ging je naar het bos om de Heer met ontzeggingen te aanbidden en aldus heb je een toppositie over de drie werelden bereikt. (29) Indachtig dat van Hem, mijn dierbare, wendt jezelf vrij van woede tot het ene onfeilbare, spirituele zelf [het Brahman] dat zich in het transcendentale bevindt en probeer het onbesmette te ontdekken van waaruit al deze verdeeldheid zich als onwaarheid toont. (30) Door te dien tijde dienst te verlenen aan de Superziel van de Allerhoogste Heer, die het onbegrensde reservoir van alle genoegen is behept met alle vermogens, zal je zeer spoedig de knoop der illusie van het 'ik' en 'mijn' ontwarren en aldus stevig verankerd zijn.

(31) Beheers enkel je woede - het is de vijand van alle goedheid - en al het goede fortuin zal je deelachtig zijn; het steeds hierover vernemen mijn beste Koning, zal uitwerken als een medicinale behandeling op een ziekte. (32) Nooit behoort een geleerd persoon die de ziel zijn vrijheid van angst verlangt, onder de controle van woede te staan, daar een ieder zich hoedt voor de persoon die er door overmand is. (33) Je bevond je in overtreding jegens Kuvera, de broeder van S'iva, woedend de Yaksha's dodend van wie je dacht dat ze je broer hadden gedood. (34) Breng hem onverwijld tot vrede, mijn zoon, door hem in vriendelijke bewoordingen respectvol je eerbetuigingen te bieden, vooraleer de wrake der groten onze familie zal aantasten.'

(35) Nadat Manu Svâyambhuva zijn kleinzoon had geïnstrueerd ontving hij van hem zijn eerbetuigingen en ging hij tezamen met de wijzen naar zijn verblijfplaats.

     

next            

 
Tweede editie, geladen 7 oktober, 2006.

 

 

Bronteksten:

Svâyambhuva Manu adviseert Dhruva Mahârâja het gevecht te staken

 

Tekst 1

Maitreya zei: 'Nadat hij de woorden van de wijzen gehoord had, beroerde Dhruva water en legde hij een pijl gemaakt door Nârâyana op zijn boog.

S'rî Maitreya zei: Mijn beste Vidura, nadat Dhruva Mahârâja de bemoedigende woorden van de grote wijzen had gehoord, verrichtte hij het âcamana door water aan te raken, pakte vervolgens zijn pijl op die door Heer Nârâyana gemaakt was, en legde hem aan op zijn boog. (Vedabase)

 

Tekst 2

Zo gauw hij, met dit wapen van Nârâyana op zijn boog, had aangelegd, werden snel de illusies, geschapen door de Yaksha's, verdreven, o Vidura, precies zoals plezier en pijn dat zijn met dagende kennis.

Zodra Dhruva Mahârâja het nârâyanâstra op zijn boog had gelegd, werd alle illusie die door de Yaksha's geschapen was onmiddellijk tenietgedaan, net zoals materieel verdriet en geluk verdwijnt zodra men zich volkomen bewust wordt van het zelf. (Vedabase)

 

Tekst 3

Met het hem geschonken wapen op zijn boog, sprongen daaruit gouden pijlen met veren als die van zwanen voort die, met het luide geluid van pauwen die een bos binnengaan, bij de vijandelijke soldaten binnendrongen.

Reeds toen Dhruva Mahârâja het wapen dat door Nârâyana Rishi gemaakt was op zijn boog plaatste, vlogen er pijlen met gouden schachten en veren als de vleugels van zwanen uit. Met een hard, sissend geluid drongen ze het lichaam van de vijandige soldaten binnen, net zoals pauwen luid roepend een woud binnengaan. (Vedabase)

 

Tekst 4

Over die scherpgepunte pijlen waren de Yaksha's, verspreid op het slagveld, verschrikkelijk opgewonden en spoedden ze zich woedend in zijn richting, met opgeheven wapens, zoals slangen met uitstaande halzen dat doen tegen Garuda.

Deze scherpe pijlen ontzetten de soldaten van de vijand, die bijna hun bewustzijn verloren; verschillende Yaksha's op het slagveld raapten echter in een woede-uitval naar Dhruva Mahârâja hun wapens op de een of andere manier bij elkaar, en gingen tot de aanval over. Net als slagen die verstoord zijn door Garuda met opgeheven koppen op hem toesnellen, bereidden alle Yaksha-soldaten zich voor om Dhruva Mahârâja met hun geheven wapens te verslaan. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Met zijn pijlen doorsneed hij de armen, benen, nekken en buiken van al de Yaksha's die in de slag op hem afkwamen en zond hij ze naar de plaats boven de zon waarheen van oudsher zij die hun zaad opwaarts sturen [de celibatairen] gaan.

Toen Dhruva Mahârâja de Yaksha's naar voren zag stormen, pakte hij onmiddellijk zijn pijlen en schoot zijn vijanden aan stukken. Door hun armen, benen, hoofden en buiken van hun lichamen te scheiden, zond hij de Yaksha's naar het planetenstelsel dat zich boven de zon bevindt en waar alleen eersteklas brahmacârî's naar toe kunnen gaan, die nooit hun zaad hebben verloren. (Vedabase)

 

Tekst 6:

Toen hij zag hoe de Yaksha's, die feitelijk niks misdaan hadden, werden gedood door hem die de beste strijdwagen had, was de grootvader, de Manu, tezamen met de grote wijzen, zo genadig de zoon van Uttânapâda te benaderen om hem te instrueren.

Toen Svâyambhuva Manu zag dat zijn kleinzoon Dhruva Mahârâja zoveel Yaksha's doodde die niet werkelijk iets hadden misdaan, benaderde hij Dhruva in het gezelschap van grote wijzen om hem uit zijn grote mededogen goed advies te geven. (Vedabase)

 

Tekst 7:

Manu zei: 'Genoeg mijn zoon, met het doden van deze Yaksha's die je niets hebben misdaan, bevindt je je met een dergelijke escalatie van geweld op het pad der onwetendheid en zonde.

Heer Manu zei: Mijn beste zoon, houd hier alsjeblieft mee op. Het is niet goed om onnodig kwaad te worden - dit pad voert naar een hels bestaan. Je gaat nu over de schreef door Yaksha's te doden die niet werkelijk schuldig zijn. (Vedabase)

 

Tekst 8:

O mijn beste, deze onderneming de Yaksha's te doden die niet zondigden, is niet gepast voor onze familie en is, om de waarheid te spreken, verboden.

Mijn beste zoon, het feit dat je onschuldige Yaksha's hebt gedood wordt geenszins goedgekeurd door de autoriteiten op het gebied van religie, en het betaamt evenmin onze familie, die verondersteld wordt de wetten van religie en goddeloosheid te kennen. (Vedabase)

 

Tekst 9:

Natuurlijk, mijn beste, ben je bedroefd over de dood van de broeder waar je om geeft, maar nu heeft de overtreding van één Yaksha geleid tot het doden van de velen van zijn metgezellen.

Mijn beste zoon, het is overduidelijk dat je bijzonder op je broer gesteld bent en dat het feit dat hij door de Yaksha's gedood is je zeer veel verdriet doet, maar denk eens na - voor de misdaad van één Yaksha, heb je vele anderen gedood, die onschuldig zijn. (Vedabase)

 

Tekst 10:

Zeer zeker is dit doden van levende wezens nimmer de aangewezen weg voor hen die eerlijk zijn in het volgen van de weg van de Heer der Zinnen; het lichaam voor het zelf houdend is men als de dieren.

We moeten het lichaam niet voor het zelf aanzien en als dieren het lichaam van anderen doden. Dit wordt nadrukkelijk verboden door heiligen die het pad van toegewijde dienst aan de Allerhoogste Godspersoon volgen. (Vedabase)

 

Tekst 11:

Met meditatie op de Superziel aanwezig in alle levende wezens, heb je de verblijfplaats bereikt van Heer Hari, die zo moeilijk gunstig te stemmen is, en heb je de allerhoogste positie van Vishnu bereikt.

Het is heel moeilijk om de geestelijke woonplaats van Hari op de Vaikunthha-planeten te bereiken, maar jij bent zo fortuinlijk dat je al bent voorbestemd om daar naar toe te gaan, omdat je Hem aanbeden hebt als de allerhoogste toevlucht van alle levende wezens. (Vedabase)

 

Tekst 12:

Als je zo'n persoon bent, die door Hem altijd in heugenis verkeert van wat het Zijne is, en eveneens geacht wordt door hen die toegewijd zijn, hoe dan, zwerend bij het heilige een voorbeeld vormend, kan je dan een dergelijk abominabel iets ondernemen?

Omdat je een zuivere toegewijde van de Heer bent, denkt de Heer voortdurend aan je. Bovendien word je erkend door al Zijn vertrouwelijke toegewijden; daarom zou je leven een voorbeeld moeten zijn. Ik ben dan ook zeer verrast dat je zo'n abominabele taak op je genomen hebt. (Vedabase)

 

Tekst 13

Met een houding van universele tolerantie, vriendschap en genade jegens alle levende wezens, is men ook in evenwicht en daarmee is de Ziel van Allen, de Allerhoogste Heer zeer ingenomen.

De Heer is heel tevreden over Zijn toegewijden als deze anderen tegemoet treedt met verdraagzaamheid, mededogen, vriendschap en gelijkmoedigheid. (Vedabase)

 

Tekst 14:

De Allerhoogste Heer behagend is een persoon bevrijd van de geaardheden der materiële natuur en vrij van de zorgen over zijn individuele bestaan; hij bereikt de geestelijke gelukzaligheid van het Onbegrensde [brahma nirvânam].

Wie de Allerhoogste Godspersoon tijdens zijn leven werkelijk tevredenstelt, raakt bevrijd van de grove en subtiele materiële conditioneringen. In die toestand van bevrijding van alle materiële geaardheden ervaart hij oneindige geestelijke gelukzaligheid. (Vedabase)

 

Tekst 15:

Uit de vijf elementen der materie ontwikkelden zich de man en de vrouw en door hun seksualiteit kwamen er zelfs nog meer mannen en vrouwen op deze wereld.

De schepping van de materiële wereld begint bij de vijf elementen. Alles, met inbegrip van het lichaam van de man en de vrouw, is daarom uit deze elementen geschapen. Door seksueel contact tussen man en vrouw neemt het aantal mannen en vrouwen in deze materiële wereld verder toe. (Vedabase)

 

Tekst 16:

Aldus, o Koning, vindt, door de bedrieglijke energie van het Allerhoogste Zelf, de schepping, handhaving en vernietiging, en de interactie van de geaardheden plaats.

Manu vervolgde: O beste koning Dhruva, de schepping, de instandhouding en de vernietiging zijn slechts het gevolg van de illusoire, materiële energie van de Allerhoogste Godspersoon en de wisselwerking van de drie geaardheden der materiële natuur. (Vedabase)

 

Tekst 17:

Zoals ijzer dat wordt bewogen door een magneet moet dan deze wereld worden beschouwd als bewogen door de achterliggende oorzaak van de ongemanifesteerde, onaangedane, Oorspronkelijke Persoon der Wijsheid.

Mijn beste Dhruva, de Allerhoogste Godspersoon is onbesmet door de materiële geaardheden der natuur. Hij is de uiteindelijke oorzaak van de schepping van deze materiële kosmos. Wanneer Hij de aanzet geeft, veroorzaakt dit vele andere acties en reacties, en zo beweegt het hele universum, net zoals ijzer door de kracht van een magneet wordt voortbewogen. (Vedabase)

 

Tekst 18:

Verdeeld door de kracht van de Tijd, die de Allerhoogste Heer is, die, hoewel Zijn vermogen zich betrekt op de drie geaardheden, niet degene is die handelt, noch de doder is hoewel Hij doodt, vindt zonder twijfel echter dit alles plaats door het onpeilbare vermogen van de Almachtige.

Door Zijn onvoorstelbare allerhoogste energie, de tijd, veroorzaakt de Allerhoogste Godspersoon de wisselwerking van de drie geaardheden der materiële natuur, waardoor er vele soorten energieën geopenbaard worden. Het lijkt alsof Hij handelt, maar Hij is niet degene die handelt. Hij doodt, maar Hij is niet degene die doodt. Het is daarom duidelijk dat alles slechts plaatsvindt door Zijn onvoorstelbare vermogen. (Vedabase)
 
Tekst 19:

Hij, de oneindige Tijd, maakt overal een eind aan; zonder een aanvang is Hij het begin van alles; zonder af te nemen is Hij er de oorzaak van dat het levend wezen wordt geboren en dat het eindige door de dood wordt gedood.

Mijn beste Dhruva, de Allerhoogste Godspersoon bestaat eeuwig, maar in de vorm van tijd is Hij degene die alles doodt. Hoewel Hij het begin van alles is, heeft Hij Zelf geen begin, en evenmin kent Hij een einde, hoewel alles te zijner tijd ten einde komt. De levende wezens worden geschapen door de vader, en komen aan hun einde door de dood, maar Hij is eeuwig vrij van geboorte en dood. (Vedabase)

 

Tekst 20:

Niemand is werkelijk Zijn bondgenoot of Zijn definitieve vijand; van het Allerhoogste in de vorm van de Tijd, die gelijkelijk ingang heeft bij alle levende wezens, zijn degenen met karma, alsmede de andere materiële elementen, aan Zijn bewegen ondergeschikt, zoals stofdeeltjes bewogen door de wind.

De Allerhoogste Godspersoon, die in de materiële wereld aanwezig is als de eeuwige tijd, is neutraal tegenover iedereen. Niemand is Zijn bondgenoot en niemand is Zijn vijand. In het rijk van het tijdselement geniet of lijdt iedereen door de gevolgen van zijn eigen baatzuchtige activiteiten, of karma. Zoals de wind kleine stofdeeltjes doet opwaaien, geniet of lijdt iedereen in het materiële leven overeenkomstig zijn eigen karma. (Vedabase)

 

Tekst 21:

Vrij van een korte of een lange levensduur zoals die geldt voor de wezens die geboren worden, bevindt de Almachtige zich immer in Zijn eigen bovenzinnelijke positie en beloont Hij de levende wezens die onderworpen zijn aan de wetten van karma.

De Allerhoogste Godspersoon, Vishnu, is almachtig, en Hij is het die iedereen de resultaten van zijn baatzuchtige activiteiten toekent. Hoewel het ene levend wezen heel kort leeft en het andere heel lang, bevindt Hij Zich dus altijd in Zijn transcendentale positie, en is er geen sprake van dat Zijn levensduur wordt verkort of verlengd. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Sommigen verklaren dat karma [of het verdeeld zijn in vruchtdragende handelingen] als ontspringend aan de eigen bijzondere aard of als teweeggebracht door de anderen, o beschermer der mensen; sommigen zeggen dat het aan de tijd te wijten is, anderen verwijzen naar het lot, terwijl nog weer anderen het toeschrijven aan de begeerte van het levend wezen.

Het verschil tussen de diverse levenssoorten met hun leed en genot wordt door sommigen uitgelegd als het resultaat van karma. Anderen zeggen dat de natuur er de oorzaak van is, en weer anderen beweren dat het door de tijd komt, of door het lot, of dat het het resultaat is van verlangen. (Vedabase)

 

Tekst 23:

O mijn beste, derhalve kan voorzeker niemand ooit het grote ontwerp kennen van de Oorspronkelijke Oorzaak, het Ongemanifesteerde van de Bovenzinnelijkheid van Hem die de verscheidene energieën opwekt.

De Absolute Waarheid, de Transcendentie, kan nooit worden begrepen door middel van onze onvolmaakte zintuigen, en Hij kan evenmin rechtstreeks waargenomen worden door onze eigen inspanningen. Hij is de meester van verschillende soorten energieën, zoals het geheel der materiële energie, en niemand kan Zijn plannen en activiteiten begrijpen; daarom dient men tot de conclusie te komen dat Hij die de oorspronkelijke oorzaak aller oorzaken is, niet langs speculatieve weg kan worden gekend. (Vedabase)

 

Tekst 24:

Nimmer, mijn zoon, zijn ook al dezen die de volgelingen van Kuvera [de hemelse schatbewaarder] zijn de doders van je broeder; de oorzaak van geboorte en dood van een levend wezen, mijn beste, ligt ontwijfelbaar bij God.

Mijn beste zoon, die Yaksha's, de afstammelingen van Kuvera, zijn niet werkelijk de moordenaars van je broer; de Allerhoogste, die zonder meer de oorzaak aller oorzaken is, heeft de geboorte en dood van ieder levend wezen in de hand. (Vedabase)

 

Tekst 25:

Het is Hij die het universum schept en ook zeker handhaaft en vernietigt; daarenboven raakt Hij, omdat Hij zonder ego is, niet verstrikt door het optreden van de natuurlijke geaardheden.

De Allerhoogste Godspersoon schept deze materiële wereld, houdt haar in stand, en vernietigt haar te zijner tijd, maar omdat Hij boven dergelijke activiteiten verheven is, wordt Hij daarbij nooit beïnvloed door ego of de geaardheden der materiële natuur. (Vedabase)

 

Tekst 26:

Deze Superziel, beheerser en handhaver van alle vormen van leven, brengt voort, verslindt en koestert, gebruikmakend van de kracht van Zijn eigen uitwendige energie.

De Allerhoogste Godspersoon is de Superziel van alle levende wezens. Hij is de bestuurder en instandhouder van iedereen, en door middel van Zijn uitwendige energie schept, onderhoudt en vernietigt Hij alle levende wezens. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Aan Hem, zo zeker het Allerhoogste van de dood en de onsterfelijkheid, mijn beminde, dat in alle opzichten het uiteindelijk doel van overgave is van de wereld, dragen allen die toegewijd zijn hun offergaven op, zonder mankeren daarin beheerst als stieren door een touw door hun neus.

Mijn beste jongen, geef je alsjeblieft over aan de Allerhoogste Godspersoon, die het uiteindelijke doel is van ieders activiteiten in de wereld. Iedereen, met inbegrip van de halfgoden onder leiding van Heer Brahmâ, wordt door Hem bestuurt, net zoals een stier geleid wordt door middel van een touw door zijn neus. (Vedabase)

 

Tekst 28:

Als iemand van slechts vijf jaar oud verliet je je moeder, in je hart bedroefd door de woorden van je stiefmoeder, en ging je naar het bos om de Heer met ontzeggingen te aanbidden en aldus heb je een toppositie over de drie werelden bereikt.

Mijn beste Dhruva, toen je nog maar vijf jaar was, werd je heel diep gekwetst door de woorden van je stiefmoeder. Toen gaf je zeer onverschrokken de bescherming van je moeder op, en trok je het woud in om je toe te leggen op de beoefening van yoga, zodat je de Allerhoogste Godspersoon zou realiseren. Als gevolg daarvan heb je reeds de hoogste positie in de drie werelden bereikt. (Vedabase)

 

Tekst 29:

Indachtig dat van Hem, mijn dierbare, wendt jezelf vrij van woede tot het ene onfeilbare, spirituele zelf [het Brahman] dat zich in het transcendentale bevindt en probeer het onbesmette te ontdekken van waaruit al deze verdeeldheid zich als onwaarheid toont.

Mijn beste Dhruva, richt je aandacht daarom alsjeblieft op de Allerhoogste Godspersoon, het onfeilbare Brahman. Aanschouw de Allerhoogste Godspersoon vanuit je wezenspositie, dan zal je door zelfrealisatie zien dat dit materiële onderscheid op niets blijvends berust. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Door te dien tijde dienst te verlenen aan de Superziel van de Allerhoogste Heer, die het onbegrensde reservoir van alle genoegen is behept met alle vermogens, zal je zeer spoedig de knoop der illusie van het 'ik' en 'mijn' ontwarren en aldus stevig verankerd zijn.

Door op die manier weer in je natuurlijke positie gevestigd te raken en dienst te bewijzen aan de Allerhoogste Heer, de almachtige bron van alle vreugde, die in alle levende wezens verblijft als de Superziel, zul je heel snel loskomen van de illusoire begrippen "ik" en "mijn". (Vedabase)

 

Tekst 31:

Beheers enkel je woede - het is de vijand van alle goedheid - en al het goede fortuin zal je deelachtig zijn; het steeds hierover vernemen mijn beste Koning, zal uitwerken als een medicinale behandeling op een ziekte.

Mijn beste koning, denk goed na over mijn woorden; ze zullen werken als medicijn voor een ziekte. Beheers je woede, want woede is de grootste vijand op het pad van zelfrealisatie. Ik wens je alle zegen toe. Volg alsjeblieft mijn aanwijzingen op. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Nooit behoort een geleerd persoon die de ziel zijn vrijheid van angst verlangt, onder de controle van woede te staan, daar een ieder zich hoedt voor de persoon die er door overmand is.

Wie naar bevrijding uit deze materiële wereld streeft, moet zich niet laten beheersen door woede, want wie overweldigd is door woede wordt een bron van vrees voor alle anderen. (Vedabase)

 

Tekst 33:

Je bevond je in overtreding jegens Kuvera, de broeder van S'iva, woedend de Yaksha's dodend van wie je dacht dat ze je broer hadden gedood.

Mijn beste Dhruva, omdat je dacht dat de Yaksha's je broer hadden vermoord, heb je zeer velen van hen gedood. Door zo te handelen heb je echter de geest verstoord van de broer van Heer S'iva, Kuvera, de schatbewaarder van de halfgoden. Besef alsjeblieft dat je gedrag heel oneerbiedig was tegenover Kuvera en Heer S'iva. (Vedabase)

 

Tekst 34:

Breng hem onverwijld tot vrede, mijn zoon, door hem in vriendelijke bewoordingen respectvol je eerbetuigingen te bieden, vooraleer de wrake der groten onze familie zal aantasten.'

Daarom, mijn zoon, moet je Kuvera onmiddellijk genoegdoening schenken met vriendelijke woorden en gebeden, zodat onze familie geen schade zal ondervinden van zijn toorn. (Vedabase)

 

Tekst 35:

Nadat Manu Svâyambhuva zijn kleinzoon had geïnstrueerd ontving hij van hem zijn eerbetuigingen en ging hij tezamen met de wijzen naar zijn verblijfplaats.

Na op die manier door Svâyambhuva Manu te zijn onderricht, bracht zijn kleinzoon Dhruva Mahârâja hem zijn nederige eerbetuigingen. Daarna keerden Heer Manu en de grote wijzen terug naar hun respectievelijke woonplaatsen. (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

oor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties