Canto
1
Hoofdstuk 14: De Verdwijning van Heer Krishna
(1) Sûta zei: "Arjuna ging naar de stad Dvârakâ om zijn vrienden en Krishna, Degene Verheerlijkt door de Vedische Hymnen, te zien en om uit te vinden wat Zijn verdere plannen waren. (2) Na een paar maanden, toen Arjuna daar niet van terugkeerde, nam Yudhishthhira verschillende beangstigende tekenen waar. (3) De tijd had een ongunstige wending genomen: hij bemerkte onregelmatigheden in de seizoenen en zag dat de burgers in hun menselijke zondigheid zich aan woede, begeerte en valsheid overgaven in de behartiging van hun middelen van bestaan. (4) Er was bedrog in normale transacties, wanbegrip wierp zich op in de achting voor weldoeners, vaders, moeders en broeders, terwijl er ook tussen man en vrouw strijd was te bespeuren. (5) De mensen maakten zich geleidelijk aan goddeloze gewoonten als hebzucht en dergelijke eigen. De koning, geplaatst voor deze ernstige zaken en slechte voortekenen, sprak er toen met zijn jongere broer over.
(6) Yudhishthhira zei [tot Bhîma]: 'Arjuna vertrok om zijn vrienden te zien en ook om uit te vinden wat Krishna van plan was. (7) Het is nu zeven maanden geleden dat je jongere broer vertrok o Bhîmasena, en ik weet niet precies waarom dat zo is. (8) Is het zo, zoals Nârada ons voorhield, dat de Hoogste Persoonlijkheid vindt dat het tijd is om deze manifeste wereld achter zich te laten? (9) Aan Hem hebben we onze welvaart, koninkrijk en vrouwen te danken. Door Hem is het bestaan van de dynastie en het leven van onze onderdanen mogelijk geworden en door Zijn genade konden we onze vijanden verslaan en leven voor een betere wereld. (10) Zie eens, o man met de kracht van een tijger, hoe de planeten er voorstaan, hoe de zaken op aarde verlopen en wat er gebeurt met het lichaam en de geest. Al deze angstwekkende tekenen die onze intelligentie op een dwaalspoor zetten, duiden op een groot gevaar in de nabije toekomst. (11) Keer op keer beginnen mijn dijen, ogen, armen en de linker kant van mijn lichaam te trillen en heb ik hartkloppingen als gevolg van de angst die ik voel. Dit wijst allemaal op ongewenste gebeurtenissen. (12) Zie, o Bhîma, hoe heftig de jakhals huilt met zonsopkomst en hoe de hond zonder angst naar me blaft. (13) O tijger onder de mensen, de koeien laten me links liggen en ezels en dergelijke draaien om me heen terwijl mijn paarden lijken te huilen. (14) De duif lijkt een boodschapper van de dood en de kreten van uilen en hun rivalen de kraaien doen mijn hart beven alsof ze de leegte van de kosmos wensen. (15)O Bhîma, zie hoe de rook in de lucht blijft rondhangen en hoe de aarde tezamen met de heuvels en de bergen verzucht onder luide donderslagen bij een heldere, wolkenloze hemel. (16) De wind waait guur en schept duisternis met het stof, en de regen stroomt als bloed uit de wolken alsof het een alomvattende ramp betreft. (17) De zon schijnt minder - zie hoe de sterren in de hemel op elkaar lijken te storten en hoe de levende wezens verward en van streek zijn alsof ze huilen. (18) Rivieren en hun zijarmen, de meren en de geest zijn allemaal verstoord terwijl met behulp van boter het vuur niet wil ontvlammen. Wat is dit voor een buitengewone tijd? Wat staat er te gebeuren? (19) De kalveren willen niet drinken van de spenen en de koeien willen niet gemolken, angstig kijkend alsof ze huilen, terwijl de stieren er in de weiden geen zin in hebben. (20) De beelden van de godheden lijken te huilen en te zweten alsof ze de tempel willen verlaten en ook de steden, dorpen en plaatsen, tuinen, mijnen en toevluchtsoorden hebben hun schoonheid verloren, beroofd als ze zijn van alle geluk. Wat voor rampen staan ons te wachten? (21) Ik denk dat al wat zich zo opwerpt zich manifesteert uit behoefte aan de voetafdrukken van de Hoogste Persoonlijkheid - de aarde beroofd van de buitengewone kwaliteit van de Allerhoogste Persoon zal onfortuinlijk zijn zonder die gunstige tekens.'
(22) O brahmaan, terwijl koning Yudhishthhira op die manier denkend de slechte voortekenen waarnam, keerde Arjuna terug uit het koninkrijk van de Yadu's. (23) Terwijl hij voor de voeten van de koning boog was zijn verslagenheid ongekend met de tranen die van zijn naar beneden gerichte gezicht uit zijn lotusogen liepen. (24) Toen hij het benauwde hart en het bleke voorkomen van Arjuna zag, ondervroeg de koning, die zich herinnerde wat Nârada had gezegd, hem temidden van de vrienden. (25) Yudhishthhira zei: 'Zijn onze Yaduverwanten van Madhu, Bhoja, Das'ârha, Ârha, Sâtvata, en Andhaka allen gelukkig met de dagen die ze doorbrengen in Dvârakâ? (26) Is mijn achtenswaardige grootvader [van moeders zijde] S'ûrasena goed gezond met het slijten van zijn laatste dagen en gaat het met mijn oom [van moeders zijde] Vasudeva en zijn jongere broers allemaal goed? (27) Zijn mijn tantes - zijn vrouwen - alle zeven zusters met Devakî in eigen persoon aan het hoofd, met hun zonen en schoondochters allen gelukkig? (28-29) Zijn koning Ugrasena, wiens zoon de slechterik was [Kamsa], en zijn jongere broer, Hridîka en zijn zoon Kritavarmâ en Akrûra, Jayanta, Gada en Sâranâ alsook S'atrujit en de rest allen gelukkig? Is ook alles goed met de Hoogste Persoonlijkheid Balarâma, die de beschermer van de toegewijden is? (30) Zijn de grote krijgsheer Pradyumna [een zoon van Krishna] en alle anderen van de Vrishni-familie gelukkig - en verkeert de volkomen expansie van Krishna Aniruddha [een kleinzoon van Krishna] in goede doen? (31) En hoe gaat het met Sushena, Cârudeshna en Sâmba, de zoon van Jâmbavatî, en de andere eminente zoons van Krishna en hun bovenste beste zoons? (32-33) En gaat het ook net zo goed met de constante metgezellen van Krishna als S'rutadeva, Uddhava en anderen, Sunanda, Nanda en andere leiders? En zijn ook de andere bevrijde zielen in orde die de besten onder de mensen zijn? En denken allen die in vriendschap verbonden zijn onder de bescherming van Balarâma en Krishna er ook aan hoe het met ons gaat? (34) Schept de Allerhoogste Heer, die de vreugde van de koeien en de zinnen is en die altijd zorg draagt voor de toegewijden en de brahmanen [zij die onderlegd zijn in de geestelijke kennis], nog altijd genoegen in het zedige gezelschap van de vrienden rondom Hem in Dvârakâ? (35-36) Ten behoeve van de bescherming en de verheffing van alle leefwerelden verkeert er in het gezelschap van de oceaan van leden van de Yadudynastie de Oorspronkelijke, Allerhoogste Genieter alsmede Ananta [Balarâma]. In Zijn eigen stad genieten de leden van de Yadufamilie van Zijn beschutting en proeven ze daarbij het transcendentale genoegen zoals de ingezetenen van de hemel dat doen. (37) Middels het hoogst belangrijke bestieren van de gemakken aan de voeten, zorgden de zestienduizend metgezellen van het zwakke geslacht met Sathyabhâmâ aan het hoofd ervoor dat de Heer de ingezetenen van de hemel onderwierp, zodat zij konden genieten van wat normaal is voorbehouden aan de vrouwen van de heer van de donder. (38) De Yadu's, die de bescherming van Zijn armen genieten, betreden immer onbevreesd de Sudharmâ vergaderzaal die, met geweld verkregen [van Indra], de beste der goden waardig was.
(39) Mijn beste broer, ben je helemaal gezond? Het lijkt me dat je je luister hebt verloren. Is het omdat je het respect mist en verwaarloosd bent of, mijn broer, omdat je zo lang weg was? (40) Heb je je greep verloren omdat iemand je onvriendelijk heeft bejegend of je bedreigde, of kon je niet vrijgevig zijn of de belofte nakomen dat te zullen doen? (41) Was jij die benaderd wordt voor de bescherming van de geschoolden, de kinderen, de koeien, de ouden van dagen, de zieken en de vrouwen, er niet toe in staat in de behoeften te voorzien van ieder levend wezen dat zijn toevlucht zocht? (42) Kwam je in contact met een verwerpelijke vrouw of heb je misschien een acceptabele vrouw onheus behandeld, of is je goede zelf onderweg alsnog verslagen door een hogere macht of door gelijken? (43) Heb je oude mannen en jongens die het verdienden met je samen te eten over het hoofd gezien of heb je iets onbehoorlijks gedaan dat moeilijk te vergeven is? (44) Of is het zo, mijn broeder Arjuna, dat met betrekking tot de meest dierbare, je hartsvriend Heer Krishna, je een leegte voelt omdat je Hem voortdurend moet missen? Ik kan geen andere redenen bedenken waarom je zo van streek zou zijn.' "
Derde herziene editie, geladen 2 februari 2010.
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
Sûta zei: "Arjuna ging naar de stad Dvârakâ om zijn vrienden en Krishna, Degene Verheerlijkt door de Vedische Hymnen, te zien en om uit te vinden wat Zijn verdere plannen waren.Sûta zei: "Arjuna ging naar de stad Dvârakâ om zijn vrienden en Krishna te zien, degene verheerlijkt door de vedische hymnen, en om uit te vinden wat Zijn verdere plannen waren. (Vedabase)
Na een paar maanden, toen Arjuna daar niet van terugkeerde, nam Yudhishthhira verschillende beangstigende tekenen waar.
Na een paar maanden, toen Arjuna daar niet van terugkeerde, nam Yudhishthhira verschillende beangstigende tekenen waar. (Vedabase)
De tijd had een ongunstige wending genomen: hij bemerkte onregelmatigheden in de seizoenen en zag dat de burgers in hun menselijke zondigheid zich aan woede, begeerte en valsheid overgaven in de behartiging van hun middelen van bestaan.
Hij zag een angstwekkende ommekeer in de sturing van de eeuwige Tijd, bemerkte onregelmatigheden in de seizoenen en zag dat de burgers in hun menselijke zonden zich aan woede, begeerte en valsheid overgaven in de behartiging van hun middelen van bestaan. (Vedabase)
Er was bedrog in normale transacties, wanbegrip wierp zich op in de achting voor weldoeners, vaders, moeders en broeders, terwijl er ook tussen man en vrouw strijd was te bespeuren.
Er was bedrog in normale transacties, misvattingen die zich mengden in de achting voor weldoeners, vaders, moeders en broeders, terwijl ook tussen man en vrouw er strijd was te bespeuren. (Vedabase)
De mensen maakten zich geleidelijk aan goddeloze gewoonten als hebzucht en dergelijke eigen. De koning, geplaatst voor deze ernstige zaken en slechte voortekenen, sprak er toen met zijn jongere broer over.
Toen de koning deze ernstige zaken en slechte voortekenen in de werking van de tijd waarnam die de mensheid in zijn geheel begeerte en goddeloosheid bereidde, sprak hij tot zijn jongere broer. (Vedabase)
Yudhishthhira zei [tot Bhîma]: 'Arjuna vertrok om zijn vrienden te zien en ook om uit te vinden wat Krishna van plan was.
Yudhishthhira zei [tot Bhîma]: 'Arjuna ging weg om zijn vrienden te zien en wilde weten wat Krishna van plan was te doen. (Vedabase)
Het is nu zeven maanden geleden dat je jongere broer vertrok o Bhîmasena, en ik weet niet precies waarom dat zo is.
Het duurt nu al zeven maanden dat je jongere broer weg is, o Bhîmasena, om redenen waar ik feitelijk niet van op de hoogte ben. (Vedabase)
Is het zo, zoals Nârada ons voorhield, dat de Hoogste Persoonlijkheid vindt dat het tijd is om deze manifeste wereld achter zich te laten?
Is het zo, zoals Nârada ons voorhield, dat de eeuwige Tijd gekomen is dat de Hoogste Persoonlijkheid de manifestatie uit eigen beweging achter zich zal laten? (Vedabase)
Aan Hem hebben we onze welvaart, koninkrijk en vrouwen te danken. Door Hem is het bestaan van de dynastie en het leven van onze onderdanen mogelijk geworden en door Zijn genade konden we onze vijanden verslaan en leven voor een betere wereld.
Van Hem hebben we onze welvaart, koninkrijk en vrouwen - door Hem is het bestaan van de dynastie en het leven van onze onderdanen mogelijk geworden en door Zijn genade konden we onze vijanden verslaan en leven voor een betere wereld. (Vedabase)
Zie eens, o man met de kracht van een tijger, hoe de planeten er voorstaan, hoe de zaken op aarde verlopen en wat er gebeurt met het lichaam en de geest. Al deze angstwekkende tekenen die onze intelligentie op een dwaalspoor zetten, duiden op een groot gevaar in de nabije toekomst.
Zie eens, o man met de kracht van een tijger, hoe de planeten er voorstaan, hoe de zaken op aarde verlopen en wat er gebeurt met het lichaam en de geest; al deze tekenen, die onze intelligentie dreigen te versluieren, duiden op een groot gevaar in de nabije toekomst. (Vedabase)
Keer op keer beginnen mijn dijen, ogen, armen en de linker kant van mijn lichaam te trillen en heb ik hartkloppingen als gevolg van de angst die ik voel. Dit wijst allemaal op ongewenste gebeurtenissen.
Keer op keer beginnen mijn dijen, ogen, armen en de linker kant van mijn lichaam te trillen en heb ik hartkloppingen als gevolg van angst. Dit wijst allemaal op ongewenste gebeurtenissen. (Vedabase)
Zie, o Bhîma, hoe heftig de jakhals huilt met zonsopkomst en hoe de hond zonder angst naar me blaft.
Zie, o Bhîma, hoe de jakhals huilt met een kop vol vuur en hoe de hond zonder angst naar me blaft. (Vedabase)
O tijger onder de mensen, de koeien laten me links liggen en ezels en dergelijke draaien om me heen terwijl mijn paarden lijken te huilen.
O tijger onder de mensen, de koeien laten me links van hen en ezels en dergelijke draaien om me heen terwijl mijn paarden lijken te huilen. (Vedabase)
De duif lijkt een boodschapper van de dood en de kreten van uilen en hun rivalen de kraaien doen mijn hart beven alsof ze de leegte van de kosmos wensen.
De duif lijkt een boodschapper van de dood en de kreten van uilen en hun rivalen de kraaien doen mijn hart beven alsof ze de leegte van de kosmos wensen. (Vedabase)
O Bhîma, zie hoe de rook in de lucht blijft rondhangen en hoe de aarde tezamen met de heuvels en de bergen verzucht onder luide donderslagen bij een heldere, wolkenloze hemel.
O Bhîma, zie hoe de rook in de lucht blijft rondhangen en hoe de aarde weeklaagt tezamen met de heuvels en de bergen met luide donderslagen bij een heldere wolkenloze hemel. (Vedabase)
De wind waait guur en schept duisternis met het stof, en de regen stroomt als bloed uit de wolken alsof het een alomvattende ramp betreft.
De wind waait guur en schept duisternis met het stof en de regen stroomt als bloed uit de wolken alsof het een alomvattende ramp betreft. (Vedabase)
De zon schijnt minder - zie hoe de sterren in de hemel op elkaar lijken te storten en hoe de levende wezens verward en van streek zijn alsof ze huilen.
De zon schijnt minder - zie hoe de sterren in de hemel op elkaar lijken te storten en hoe de levende wezens verward en van streek zijn alsof ze huilen. (Vedabase)
Rivieren en hun zijarmen, de meren en de geest zijn allemaal verstoord terwijl met behulp van boter het vuur niet wil ontvlammen. Wat is dit voor een buitengewone tijd? Wat staat er te gebeuren?
Rivieren en hun zijarmen, de meren en de geest zijn allemaal verstoord terwijl met behulp van boter het vuur niet wil ontvlammen - wat is dit voor een buitengewone tijd? Wat staat er te gebeuren? (Vedabase)
De kalveren willen niet drinken van de spenen en de koeien willen niet gemolken, angstig kijkend alsof ze huilen, terwijl de stieren er in de weiden geen zin in hebben.
De kalveren willen niet drinken van de spenen en de koeien willen niet gemolken, angstig kijkend alsof ze huilen, terwijl de stieren er in de weiden geen zin in hebben. (Vedabase)
De beelden van de godheden lijken te huilen en te zweten alsof ze de tempel willen verlaten en ook de steden, dorpen en plaatsen, tuinen, mijnen en toevluchtsoorden hebben hun schoonheid verloren, beroofd als ze zijn van alle geluk. Wat voor rampen staan ons te wachten?
De beelden van de godheden lijken te huilen en te zweten alsof ze de tempel willen verlaten en ook de steden, dorpen en plaatsen, tuinen, mijnen en toevluchtsoorden hebben hun schoonheid verloren, beroofd van alle geluk - wat voor rampen staan ons te wachten? (Vedabase)
Ik denk dat al wat zich zo opwerpt zich manifesteert uit behoefte aan de voetafdrukken van de Hoogste Persoonlijkheid - de aarde beroofd van de buitengewone kwaliteit van de Allerhoogste Persoon zal onfortuinlijk zijn zonder die gunstige tekens.'
Ik denk dat al wat zich zo opwerpt zich manifesteert uit behoefte aan de voetafdrukken van de Hoogste Persoonlijkheid - de aarde beroofd van het buitengewone van de Allerhoogste Persoon zal onfortuinlijk zijn zonder die gunstige tekens. (Vedabase)
O brahmaan, terwijl koning Yudhishthhira op die manier denkend de slechte voortekenen waarnam, keerde Arjuna terug uit het koninkrijk van de Yadu's.
O hoog geleerde, terwijl Koning Yudhishthhira, op die manier denkend de slechte voortekenen gade sloeg, keerde Arjuna terug van het koninkrijk van de Yadu's. (Vedabase)
Terwijl hij voor de voeten van de koning boog was zijn verslagenheid ongekend met de tranen die van zijn naar beneden gerichte gezicht uit zijn lotusogen liepen.
Terwijl hij voor de voeten van de koning boog was zijn verslagenheid zonder weerga met de tranen die van zijn neergebogen gezicht uit zijn ogen liepen. (Vedabase)
Toen hij het benauwde hart en het bleke voorkomen van Arjuna zag, ondervroeg de koning, die zich herinnerde wat Nârada had gezegd, hem temidden van de vrienden.
Toen hij het benauwde hart en het bleke voorkomen van Arjuna zag, ondervroeg de koning, die zich herinnerde wat Nârada had gezegd, hem temidden van de vrienden. (Vedabase)
Yudhishthhira zei: 'Zijn onze Yaduverwanten van Madhu, Bhoja, Das'ârha, Ârha, Sâtvata, en Andhaka allen gelukkig met de dagen die ze doorbrengen in Dvârakâ?
Yudhishthhira zei: 'Zijn onze verwanten Madhu, Bhoja, Das'ârha, Ârhâ, Sâtvata, en Andhaka van de Yadu's allen gelukkig hun dagen doorbrengend in Dvârakâ? (Vedabase)
Is mijn achtenswaardige grootvader [van moeders zijde] S'ûrasena goed gezond met het slijten van zijn laatste dagen en gaat het met mijn oom [van moeders zijde] Vasudeva en zijn jongere broers allemaal goed?
Is mijn respektabele grootvader [van moeders zijde] S'ûrasena goed gezond met het slijten van zijn laatste dagen en gaat het met mijn oom [van moeders zijde] Vasudeva en zijn jongere broers allemaal goed? (Vedabase)
Zijn mijn tantes - zijn vrouwen - alle zeven zusters met Devakî in eigen persoon aan het hoofd, met hun zonen en schoondochters allen gelukkig?
Zijn mijn tantes, zijn vrouwen, alle zeven zusters met Devakî in eigen persoon aan het hoofd, met hun zonen en schoondochters allen gelukkig? (Vedabase)
Zijn koning Ugrasena, wiens zoon de slechterik was [Kamsa], en zijn jongere broer, Hridîka en zijn zoon Kritavarmâ en Akrûra, Jayanta, Gada en Sâranâ alsook S'atrujit en de rest allen gelukkig? Is ook alles goed met de Hoogste Persoonlijkheid Balarâma, die de beschermer van de toegewijden is?
Zijn koning Ugrasena, wiens zoon de slechterik was [Kamsa], en zijn jongere broer, Hridîka en zijn zoon Kritavarmâ en Akrûra, Jayanta, Gada en Sâranâ met S'atrujit aan het hoofd allen gelukkig? Is ook alles goed met de Hoogste Persoonlijkheid Balarâma, die de beschermer van de toegewijden is? (Vedabase)
Zijn de grote krijgsheer Pradyumna [een zoon van Krishna] en alle anderen van de Vrishni-familie gelukkig - en verkeert de volkomen expansie van Krishna Aniruddha [een kleinzoon van Krishna] in goede doen?
Zijn de grote krijgsheer Pradyumna [een zoon van Krishna] en alle anderen van de Vrishni familie gelukkig - en is de volkomen expansie van Krishna Aniruddha [een kleinzoon van Krishna] in goede welstand? (Vedabase)
En hoe gaat het met Sushena, Cârudeshna en Sâmba, de zoon van Jâmbavatî, en de andere eminente zoons van Krishna en hun bovenste beste zoons?
En hoe gaat het met Sushena, Cârudeshna en Sâmba, de zoon van Jâmbavatî, en anderen - de leidinggevende zoons van Krishna en hun zoons? (Vedabase)
En gaat het ook net zo goed met de constante metgezellen van Krishna als S'rutadeva, Uddhava en anderen, Sunanda, Nanda en andere leiders. En zijn ook de andere bevrijde zielen in orde die de besten onder de mensen zijn? En denken allen die in vriendschap verbonden zijn onder de bescherming van Balarâma en Krishna er ook aan hoe het met ons gaat?
En gaat het ook even zo goed met de constante metgezellen van Krishna als Srutadeva, Uddhava en anderen, Sunanda, Nanda en andere leiders - zijn ze allen en ook andere bevrijde zielen, die de besten onder de mensen zijn, in goede doen? En denken allen die gebonden zijn in vriendschap onder de bescherming van Balarâma en Krishna ook aan ons welzijn? (Vedabase)
Schept de Allerhoogste Heer, die de vreugde van de koeien en de zinnen is en die altijd zorg draagt voor de toegewijden en de brahmanen [zij die onderlegd zijn in de geestelijke kennis], nog altijd genoegen in het zedige gezelschap van de vrienden rondom Hem in Dvârakâ?
Schept de Allerhoogste Heer, die de vreugde van de koeien en de zinnen is en die altijd zorg draagt voor de toegewijden en de brahmanen, nog altijd genoegen in het zedige gezelschap van de vrienden rondom Hem in Dvârakâ? (Vedabase)
Ten behoeve van de bescherming en de verheffing van alle leefwerelden verkeert er in het gezelschap van de oceaan van leden van de Yadudynastie de Oorspronkelijke, Allerhoogste Genieter alsmede Ananta [Balarâma]. In Zijn eigen stad genieten de leden van de Yadufamilie van Zijn beschutting en proeven ze daarbij het transcendentale genoegen zoals de ingezetenen van de hemel dat doen.
Voor de bescherming en de verheffing van het welzijn van allen en al hun leefwerelden is er daar, in de oceaan van de Yadu dynastie, de Oorspronkelijke, Allerhoogste Genieter in het gezelschap van Ananta [Balarâma], wiens familieleden in Zijn eigen stad worden beschermd door Zijn armen zoals ze het verdienen, het transcendentale genoegen proevend zoals de ingezetenen van de hemel dat doen. (Vedabase)
Middels het hoogst belangrijke bestieren van de gemakken aan de voeten, zorgden de zestienduizend metgezellen van het zwakke geslacht met Sathyabhâmâ aan het hoofd ervoor dat de Heer de ingezetenen van de hemel onderwierp, zodat zij konden genieten van wat normaal is voorbehouden aan de vrouwen van de heer van de donder.
Middels het hoogst belangrijke bestieren van de gemakken aan de voeten, zorgden de zestienduizend metgezellen van het zwakke geslacht met Sathyabhâmâ aan het hoofd ervoor dat de Heer de ingezetenen van de hemel onderwierp, zodat zij, als de vrouwen van de Beheerser van de Donder, konden genieten van wat normaal is voorbehouden aan de halfgoden. (Vedabase)
De Yadu's, die de bescherming van Zijn armen genieten, betreden immer onbevreesd de Sudharmâ vergaderzaal die, met geweld verkregen [van Indra], de beste der goden waardig was.
De grote en in ieder opzicht angstvrije helden van de Yadu-dynasty, altijd levend onder de invloed van Zijn armen, lopen met geweld voortdurend het hemelse huis van samenkomst [Sudharmâ genaamd] onder de voet dat de verdienste is van de beste onder de goddelijken. (Vedabase)
Mijn beste broer, ben je helemaal gezond? Het lijkt me dat je je luister hebt verloren. Is het omdat je het respect mist en verwaarloosd bent of, mijn broer, omdat je zo lang weg was?
'Mijn beste broer, ben je helemaal gezond? Het lijkt me dat je je luister hebt verloren. Is het omdat je het respekt mist en verwaarloosd bent of, mijn broer, omdat je zolang weg was? (Vedabase)
Heb je je greep verloren omdat iemand je onvriendelijk heeft bejegend of je bedreigde, of kon je niet vrijgevig zijn of de belofte nakomen dat te zullen doen?
Ben je niet bij machte omdat iemand je onvriendelijk heeft bejegend of je bedreigde, of kon je niet vrijgevig zijn of de belofte nakomen dat te zullen doen? (Vedabase)
Was jij die benaderd wordt voor de bescherming van de geschoolden, de kinderen, de koeien, de ouden van dagen, de zieken en de vrouwen, er niet toe in staat in de behoeften te voorzien van ieder levend wezen dat zijn toevlucht zocht?
Was je niet in staat, toen je benaderd werd voor de bescherming van de geschoolden, de kinderen, de koeien, de ouden van dagen, de zieken en de vrouwen, in de behoeften te voorzien van ieder levend wezen dat zijn toevlucht zocht? (Vedabase)
Kwam je in contact met een verwerpelijke vrouw of heb je misschien een acceptabele vrouw onheus behandeld, of is je goede zelf onderweg alsnog verslagen door een hogere macht of door gelijken?
Ben je in contact gekomen met een verwerpelijke vrouw of heb je een acceptabele vrouw onheus behandeld, of is je goede zelf onderweg alsnog verslagen door een hogere macht of door gelijken? (Vedabase)
Heb je oude mannen en jongens die het verdienden met je samen te eten over het hoofd gezien of heb je iets onbehoorlijks gedaan dat moeilijk te vergeven is?
Heb je oude mannen en jongens die het verdienden met je samen te eten buiten gesloten of heb je iets onbehoorlijks gedaan dat niet te vergeven is? (Vedabase)
Of is het zo, mijn broeder Arjuna, dat met betrekking tot de meest dierbare, je hartsvriend Heer Krishna, je een leegte voelt omdat je Hem voortdurend moet missen? Ik kan geen andere redenen bedenken waarom je zo van streek zou zijn.' "
Of is het zo dat je met de meest dierbare, mijn broeder Arjuna, je hartsvriend Heer Krishna, een leegte voelt omdat je Hem voortdurend moet missen? Ik kan geen andere redenen bedenken waarom je zo van streek zou moeten zijn'." (Vedabase)
![]()

De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons
Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding is
getiteld: 'Yudhisthira' and is van Nanda Lâl Bose.
Bron: 'Myths of the Hindus and Buddhists', Ballantine Press, Oct. 1913.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties