regelbalk


 

Canto 8

Vibhâvarî S'esha

 

 

Hoofdstuk 21: Bali Mahârâja Ingerekend door de Heer

(1) S'rî S'uka zei: 'Hij die op de lotus verscheen [Brahmâ] zag vanuit het oord van het ware [vanuit Satyaloka] hoe door de gloed van de Heer Zijn teennagels, het licht van zijn eigen verblijf was versluierd en had afgenomen en dus, o god der mensen, benaderde hij Hem samen met gezworen brahmacârî's als de wijzen aangevoerd door Marîci en Sanandana en de andere Kumâra's. (2-3) Volmaakt bedreven als ze waren met de Veda's en hun supplementen, de regelingen en het afzien, goed thuis in de logica, de geschiedenis, de didactiek, de klassieke verhalen, de vedische gevolgtrekkingen en zo meer, voegden nog weer anderen zich bij hun gezelschap, anderen van wie, aangewakkerd door de winden der yoga en het vuur van de spirituele kennis, alle karmische onzuiverheid ten einde was gekomen toen ze, door eenvoudigweg te mediteren en gebeden te brengen, het tot het bereik van de zelfgeborene hadden weten te brengen. Hij die was voortgekomen uit de lotus betoonde daarop in aanbidding Heer Vishnu's lotusvoeten de eer met offerandes van water en aldus was Hij behaagd, zeer behaagd door de eerbiedige toewijding die Hem ten deel viel van de kant van de meest gevierde vedische autoriteit, van hem die als een persoon was verschenen op de lotus die ontsprong uit Zijn navel [zie ook 3.8]. (4) Dat water van Heer Brahmâ's kamandalu, zuiver door het wassen van de voeten van Heer Urukrama, o koning der mensen, werd aldus de [hemelse] Svardhunî waarvan het vanuit de buitenruimte neerstromende water de drie werelden zuivert als de faam van de Allerhoogste Heer. (5) Heer Brahmâ en de anderen, zij die de heersende godheden van de verschillende werelden waren hadden het grootste respect voor hun meester, en brachten met al hun volgelingen de benodigdheden bijeen voor de aanbidding van de Oppermachtige Ziel die weer tot Zijn oorspronkelijke afmetingen was teruggekeerd. (6-7) Met water voor de voeten en voor de gasten, bloemenslingers, allerlei pasta's om mee in te smeren, wierook en lampen allen even geurig, gebakken rijst, hele granen, vruchten, wortels en jonge spruiten, betoonden ze hun respect 'Jaya, jaya' uitroepend naar de heerlijkheid van Zijn handelingen, waarbij ze dansten, zongen en muziekinstrumenten bespeelden begeleid door schelphoorns en paukengeroffel. (8) Jâmbavân, de koning van de apen [ook: beren], in vervoering de signaalhoorn blazend verkondigde overal in iedere richting het grote festival. (9) De Asura's die zagen dat al het land van hun meester, zo vastbesloten in het offer, verloren was gegaan op het simpele verzoek om drie stappen land, waren zeer nijdig: (10) 'Is deze brahmanenvriend niet in werkelijkheid Vishnu Zelve, die, als de grootste van alle bedriegers de gedaante van een tweemaal geborene aannemend, ons probeert om de tuin te leiden in het belang van de goddelijken? (11) Door Hem, de vijand, zich vertonend als een brahmacârî bedelmonnik, is ons alles wat onze meester bezat ontfutselt omdat hij, zwerend bij het ritueel, de uitoefening van de macht eraan gegeven heeft. (12) Immer zwerend bij de waarheid, gewijd voor de yajña en altijd het brahmaanse toegenegen, is hij persoonlijk niet in staat tot een leugen. (13) Het is derhalve onze plicht jegens onze meester deze gast hier een kopje kleiner te maken!', en zo namen al de asura volgelingen van Bali tegen zijn zin een veelheid aan wapens ter hand. (14) Vanuit hun kwade inborst ertoe gedreven stormden ze met hun drietanden en lansen geheven allen tezamen er op af, o Koning. (15) De aanblik van de op hen afkomende daitya krijgers, o heerser, deed de metgezellen van Vishnu glimlachen toen ze hen een halt toeriepen met het oppakken van hun wapens. (16-17) Nanda en Sunanda traden aan zowel als Jaya, Vijaya, Prabala, Bala, Kumuda, Kumudâksha, Vishvaksena, Patattrirâth [Garuda], Jayanta, S'rutadeva, Pushpadanta en Sâtvata; allen tezamen doodden zij sterk als duizend olifanten de asura soldaten.

(18) Toen Bali zag dat zijn mannen werden gedood door de medestanders van de Oorspronkelijke Persoon, herinnerde hij zich de vloek van S'ukrâcârya [8.20: 15] en gelaste hij hen, ondanks hun woede, zich terug te trekken: (19) 'O Vipracitti, o Râhu, o Nemi, luister alsjeblieft, vecht niet, stop hiermee, het is nu niet de tijd om dit te beslechten. (20) Die Meester van Alle Levende Wezens, die Man van Beheersing beslissend over vreugde en leed, kan door menselijke inspanning niet worden overtroffen, o Daitya's. (21) Voorheen werkte de tijd in ons voordeel en bracht ons de overwinning op de goddelijken, maar vandaag werkt de tijd, welke inderdaad de Allerhoogste Heer in het bestaan is, tegen ons. (22) Met geen enkele macht, raadgeving, slimmigheid, verdedigingswerk, toverspreuk of kruiderij, diplomatie of andere middelen of soortgelijke planningen is niet ook maar één enkele ziel de tijdfactor de baas. (23) Al deze volgelingen van Vishnu die dankzij de voorzienigheid de weelde genoten werden door jullie in grote getale verslagen en vandaag inderdaad staan ze te juichen òns verslaand in de strijd [zie B.G. 18: 13-15]. (24) We zullen bij de genade der voorzienigheid op hen allen de overwinning behalen en daarom moeten we nu de tijd afwachten die in ons voordeel is.

(25) S'rî S'uka zei: 'Nadat de daitya en dânava leiders hoorden wat hun meester hen zei gingen ze de lagere regionen binnen, o Koning, daarheen verdreven door de metgezellen van Vishnu. (26) Daarna, op de dag dat voor het offer de soma wordt genoten [soma-pâna], werd Bali, naar de wens van de meester van de koning der vogels [Heer Vishnu], door de zoon van Târkshya [Garuda] aangehouden, die hem bond met de touwen van Varuna. (27) Uit alle richtingen rees er overal in de hogere en lagere werelden een luide kreet van teleurstelling op vanwege het feit dat de asura leider door Vishnu, de machtigste die er was, werd ingerekend. (28) Beroofd van zijn luister bleef hij die zo grootmoedig en gevierd was o Koning, vastbesloten als altijd. Tot hem aldus gebonden door de touwen van Varuna sprak de Opperheer Vâmana: (29) 'Je hebt Mij drie stappen land gegeven, o Asura; met twee nam ik de gehele oppervlakte van de aarde in en nu ben je me nog een derde schuldig. (30) Zo ver als het licht reikt van de zon, de maan en de sterren, en zover als de regen reikt die uit de wolken naar beneden komt, bezit u al het bestreken land. (31) Met enkel één stap omsloot Ik de gehele omtrek van de aarde [Bhûrloka], met Mijn lichaam de hemel in alle richtingen in beslag nemend en met de tweede stap nam ik recht voor uw ogen voor Mezelf de hogere werelden in die u in bezit had. (32) Niet in staat om te geven wat u beloofde is het de regel dat u nu zelf ervan verstoken moet blijven; en erbuiten vallen is wat uw goeroe graag zou zien [zie ook 6.17: 28]. (33) Wie dan ook die een bedelmonnik bedriegt, tekortschietend in te geven wat was beloofd, komt ten val, en moet, ver verwijderd van het hogere leven, vruchteloos zijn geest afpijnigen. (34) Nu dat ik door u bedrogen ben middels de woorden 'dit beloof ik en daar ben ik zo trots op', zal u daarom, als gevolg van deze beledigende uitkomst, voor een aantal jaren van dit alles verstoken moeten leven'.
 

 

 

next                         

 

 

Tweede editie, geladen 31 oktober 2007.

 

 

 

Bronteksten:

Bali Mahârâja wordt door de Heer gevangengenomen

 

Tekst 1 :

S'rî S'uka zei: 'Hij die op de lotus verscheen [Brahmâ] zag vanuit het oord van het ware [vanuit Satyaloka] hoe door de gloed van de Heer Zijn teennagels, het licht van zijn eigen verblijf was versluierd en had afgenomen en dus, o god der mensen, benaderde hij Hem samen met gezworen brahmacârî's als de wijzen aangevoerd door Marîci en Sanandana en de andere Kumâra's.

S'ukadeva Gosvâmî vervolgde: Toen Heer Brahmâ, die geboren is uit een lotus, zag dat de luister van zijn residentie Brahmaloka door de schitterende stralengloed van de teennagels van Heer Vâmanadeva aan glans had verloren, begaf hij zich naar de Allerhoogste Godspersoon. Heer Brahmâ was vergezeld van alle grote wijzen, voorgegaan door Marîci, en door yogi's als Sanandana, maar vergeleken met die schitterende uitstraling, o koning, leken zelfs Heer Brahmâ en zijn metgezellen onbetekenend. (Vedabase)

 

Tekst 2-3 :

Volmaakt bedreven als ze waren met de Veda's en hun supplementen, de regelingen en het afzien, goed thuis in de logica, de geschiedenis, de didactiek, de klassieke verhalen, de vedische gevolgtrekkingen en zo meer, voegden nog weer anderen zich bij hun gezelschap, anderen van wie, aangewakkerd door de winden der yoga en het vuur van de spirituele kennis, alle karmische onzuiverheid ten einde was gekomen toen ze, door eenvoudigweg te mediteren en gebeden te brengen, het tot het bereik van de zelfgeborene hadden weten te brengen. Hij die was voortgekomen uit de lotus betoonde daarop in aanbidding Heer Vishnu's lotusvoeten de eer met offerandes van water en aldus was Hij behaagd, zeer behaagd door de eerbiedige toewijding die Hem ten deel viel van de kant van de meest gevierde vedische autoriteit, van hem die als een persoon was verschenen op de lotus die ontsprong uit Zijn navel [zie ook 3.8].

Onder de grote persoonlijkheden die de lotusvoeten van de Heer kwamen vereren, bevonden zich degenen die over een volmaakte zelfbeheersing beschikten en strikt de regels en bepalingen naleefden, evenals specialisten in de logica, geschiedenis, algemene kennis en de vedische geschriften die men kalpa noemt [die de oude geschiedenis behandelen]. Weer anderen waren deskundigen in de vedische complementen zoals de Brahma-samhitâ, in alle andere kennis van de Veda's [Sâma, Yajur, Rig en Atharva] en tevens in de supplementaire vedische wetenschappen [de Âyur-Veda, Dhanur-Veda enzovoort]. Er waren er ook die door de beoefening van yoga ontwaakt waren in transcendentale kennis en zich zo bevrijd hadden van de reacties op hun baatzuchtige activiteiten. En nog anderen hadden Brahmaloka niet door gewoon karma bereikt, maar dankzij hun hoge niveau van vedische kennis. Na vol toewijding de opgeheven lotusvoeten van de Allerhoogste Heer met offerandes van water vereerd te hebben, richtte Heer Brahmâ, die geboren was van de lotus die uit Heer Vishnu's navel groeit, gebeden tot de Heer. (Vedabase)

 

Tekst 4:

Dat water van Heer Brahmâ's kamandalu, zuiver door het wassen van de voeten van Heer Urukrama, o koning der mensen, werd aldus de [hemelse] Svardhunî waarvan het vanuit de buitenruimte neerstromende water de drie werelden zuivert als de faam van de Allerhoogste Heer.

O Koning, zo waste het water uit de kamandalu van Heer Brahmâ de lotusvoeten van Heer Vâmanadeva, die bekendstaat als Urukrama, Hij die wonderbaarlijke daden verricht. Daardoor werd dat water zo zuiver dat het Gangeswater werd, dat met grote stromen uit de hemel naar beneden kwam en de drie werelden louterde als de zuivere roem van de Allerhoogste Godspersoon Zelf. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Heer Brahmâ en de anderen, zij die de heersende godheden van de verschillende werelden waren hadden het grootste respect voor hun meester, en brachten met al hun volgelingen de benodigdheden bijeen voor de aanbidding van de Oppermachtige Ziel die weer tot Zijn oorspronkelijke afmetingen was teruggekeerd.

Heer Brahmâ en alle regerende godheden van de verschillende planetenstelsels begonnen Heer Vâmanadeva te vereren, hun allerhoogste meester, die Zich inmiddels weer van Zijn allesomvattende gedaante had ingekrompen tot Zijn oorspronkelijke vorm. Ze brachten alles bijeen wat ze nodig hadden om Hem eer te bewijzen. (Vedabase)

 

Tekst 6-7:

Met water voor de voeten en voor de gasten, bloemenslingers, allerlei pasta's om mee in te smeren, wierook en lampen allen even geurig, gebakken rijst, hele granen, vruchten, wortels en jonge spruiten, betoonden ze hun respect 'Jaya, jaya' uitroepend naar de heerlijkheid van Zijn handelingen, waarbij ze dansten, zongen en muziekinstrumenten bespeelden begeleid door schelphoorns en paukengeroffel.

Ze vereerden de Heer met offerandes van geurige bloemen, water, pâdya en arghya, sandel- en aguru-pulp, wierook, lampjes, rijstwafels, ongebroken granen, vruchten, wortels en verse scheuten. Terwijl ze daarmee bezig waren, richtten ze gebeden tot de Heer die Zijn roemrijke activiteiten loofden en riepen telkens: "Jaya! Jaya!" Ook dansten ze, speelden op hun instrumenten, zongen, bliezen op schelphoorns en sloegen op pauken ter verering van de Heer. (Vedabase)

  

Tekst 8:

Jâmbavân, de koning van de apen [ook: beren], in vervoering de signaalhoorn blazend verkondigde overal in iedere richting het grote festival.

Ook Jâmbavân, de koning van de beren, nam deel aan de ceremonie. Hij liet zijn hoorn door de ruimte schallen en kondigde aan dat er ter gelegenheid van Heer Vâmanadeva's overwinning een groot festival gehouden zou worden. (Vedabase)

 

Tekst 9:

De Asura's die zagen dat al het land van hun meester, zo vastbesloten in het offer, verloren was gegaan op het simpele verzoek om drie stappen land, waren zeer nijdig:

Toen de demonische volgelingen van Mahârâja Bali zagen dat hun heer en meester, die zo vastbesloten was geweest wat betreft het houden van offers, inmiddels zijn hele bezit had verloren aan Vâmanadeva, die hem onder het voorwendsel dat Hij maar drie passen land wilde alles afgenomen had, werden ze vreselijk kwaad en zeiden het volgende. (Vedabase)

  

Tekst 10:

'Is deze brahmanenvriend niet in werkelijkheid Vishnu Zelve, die, als de grootste van alle bedriegers de gedaante van een tweemaal geborene aannemend, ons probeert om de tuin te leiden in het belang van de goddelijken?

"Die Vâmana is beslist geen brâhmana maar de beste bedrieger die er is, Heer Vishnu. Door de gedaante van een brâhmana aan te nemen heeft Hij Zijn eigen gedaante verhuld, en op die manier dient Hij de belangen van de halfgoden." (Vedabase)

 

Tekst 11:

Door Hem, de vijand, zich vertonend als een brahmacârî bedelmonnik, is ons alles wat onze meester bezat ontfutselt omdat hij, zwerend bij het ritueel, de uitoefening van de macht eraan gegeven heeft.

"Onze heer, Bali Mahârâja, heeft zijn macht om te straffen opgegeven omwille van de rol die hij bij het yajña speelt. Maar onze eeuwige vijand Vishnu heeft daar misbruik van gemaakt en, vermomd als een bedelende brahmacârî, hem zijn hele bezit afgenomen." (Vedabase)

 

Tekst 12:

Immer zwerend bij de waarheid, gewijd voor de yajña en altijd het brahmaanse toegenegen, is hij persoonlijk niet in staat tot een leugen.

"Onze heer, Bali Mahârâja, is altijd waarachtig geweest, en op het moment is dat helemaal het geval, omdat hij geïnitieerd is om een offerceremonie te houden. Hij is altijd mild en genadig als het brâhmana's betreft, en hij kan nooit liegen." (Vedabase)

 

Tekst 13:

Het is derhalve onze plicht jegens onze meester deze gast hier een kopje kleiner te maken!', en zo namen al de asura volgelingen van Bali tegen zijn zin een veelheid aan wapens ter hand.

 "Daarom is het onze plicht om die Vâmanadeva, of eigenlijk Heer Vishnu, te doden. Dat is ons religieuze principe en de enige manier waarop we onze meester kunnen dienen." Nadat ze deze beslissing hadden genomen, namen de demonische volgelingen van Bali Mahârâja hun verschillende wapens ter hand met de bedoeling om Vâmanadeva te doden. (Vedabase)

 

Tekst 14:

Vanuit hun kwade inborst ertoe gedreven stormden ze met hun drietanden en lansen geheven allen tezamen er op af, o Koning.

O Koning, de demonen, als altijd in staat van woede, grepen hun lansen en drietanden en trokken, tegen de wil van Bali Mahârâja in, op om Heer Vâmanadeva te doden. (Vedabase)

 

Tekst 15:

De aanblik van de op hen afkomende daitya krijgers, o heerser, deed de metgezellen van Vishnu glimlachen toen ze hen een halt toeriepen met het oppakken van hun wapens.

O Koning, toen de metgezellen van Heer Vishnu de soldaten van de demonen met veel geweld op zich af zagen komen, glimlachten ze. Ze namen hun wapens op en verhinderden de demonen om hun aanval voort te zetten. (Vedabase)

  

Tekst 16-17:

Nanda en Sunanda traden aan zowel als Jaya, Vijaya, Prabala, Bala, Kumuda, Kumudâksha, Vishvaksena, Patattrirâth [Garuda], Jayanta, S'rutadeva, Pushpadanta en Sâtvata; allen tezamen doodden zij sterk als duizend olifanten de asura soldaten.

Nanda, Sunanda, Jaya, Vijaya, Prabala, Bala, Kumuda, Kumudâksha, Vishvaksena, Patattrirâth [Garuda], Jayanta, S'rutadeva, Pushpadanta en Sâtvata behoorden allemaal tot de metgezellen van Heer Vishnu. Ze bezaten de kracht van tienduizend olifanten en begonnen de soldaten van de demonen te doden. (Vedabase)

 

Tekst 18:

Toen Bali zag dat zijn mannen werden gedood door de medestanders van de Oorspronkelijke Persoon, herinnerde hij zich de vloek van S'ukrâcârya [8.20: 15] en gelaste hij hen, ondanks hun woede, zich terug te trekken:

Toen Bali Mahârâja zag dat zijn manschappen door de metgezellen van Heer Vishnu werden gedood, herinnerde hij zich de vloek van S'ukrâcârya en verbood zijn soldaten om door te vechten. (Vedabase)

 

Tekst 19:

'O Vipracitti, o Râhu, o Nemi, luister alsjeblieft, vecht niet, stop hiermee, het is nu niet de tijd om dit te beslechten.

O Vipracitti, o Râhu, o Nemi, luister alsjeblieft naar wat ik zeg! Vecht niet! Stop onmiddellijk, want dit is niet het gunstige moment voor ons. (Vedabase)

 

Tekst 20:

Die Meester van Alle Levende Wezens, die Man van Beheersing beslissend over vreugde en leed, kan door menselijke inspanning niet worden overtroffen, o Daitya's.

O Daitya's, niemand kan door menselijke inspanning de Allerhoogste Godspersoon van Zijn plaats dringen, want Hij is het die alle levende wezens geluk en verdriet kan brengen. (Vedabase)

 

Tekst 21:

Voorheen werkte de tijd in ons voordeel en bracht ons de overwinning op de goddelijken, maar vandaag werkt de tijd, welke inderdaad de Allerhoogste Heer in het bestaan is, tegen ons.

De allerhoogste tijdfactor, die de Allerhoogste Persoon Zelf vertegenwoordigt, was voorheen in ons voordeel en niet in dat van de halfgoden, maar nu is diezelfde tijdfactor tegen ons. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Met geen enkele macht, raadgeving, slimmigheid, verdedigingswerk, toverspreuk of kruiderij, diplomatie of andere middelen of soortgelijke planningen is niet ook maar één enkele ziel de tijdfactor de baas.

 Niemand kan de tijdfactor, de vertegenwoordiger van de Allerhoogste Godspersoon, overwinnen, zij het door middel van materiële macht, door de adviezen van zijn ministers, door intelligentie, diplomatie, verdedigingswerken, mystieke mantra's, geneesmiddelen, kruiden of wat dan ook. (Vedabase)

 

Tekst 23:

Al deze volgelingen van Vishnu die dankzij de voorzienigheid de weelde genoten werden door jullie in grote getale verslagen en vandaag inderdaad staan ze te juichen òns verslaand in de strijd [zie B.G. 18: 13-15].

Voorheen was de voorzienigheid aan onze kant en waren jullie in staat om een groot aantal volgelingen van Heer Vishnu te verslaan. Maar vandaag zijn we verslagen door diezelfde soldaten, die nu van vreugde als leeuwen staan te brullen. (Vedabase)

 

Tekst 24:

We zullen bij de genade der voorzienigheid op hen allen de overwinning behalen en daarom moeten we nu de tijd afwachten die in ons voordeel is.

Als de voorzienigheid niet aan onze kant staat, kunnen we nooit de overwinning behalen. Daarom moeten we wachten tot zich een gunstig moment voordoet en de mogelijkheid bestaat om ze te verslaan. (Vedabase)

 

Tekst 25:

S'rî S'uka zei: 'Nadat de daitya en dânava leiders hoorden wat hun meester hen zei gingen ze de lagere regionen binnen, o Koning, daarheen verdreven door de metgezellen van Vishnu.

S'ukadeva Gosvâmî vervolgde: O Koning, op bevel van hun meester, Bali Mahârâja, gingen alle leiders van de demonen en Daitya's de lagere regionen van het universum binnen, waar ze naartoe gedreven werden door de soldaten van Vishnu. (Vedabase)

  

Tekst 26:

Daarna, op de dag dat voor het offer de soma wordt genoten [soma-pâna], werd Bali, naar de wens van de meester van de koning der vogels [Heer Vishnu], door de zoon van Târkshya [Garuda] aangehouden, die hem bond met de touwen van Varuna.

Daarna, op de dag van soma-pâna, na beëindiging van de offerceremonie, bond Garuda, de koning van de vogels, die begreep wat zijn meester verlangde, Bali Mahârâja vast met de touwen van Varuna. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Uit alle richtingen rees er overal in de hogere en lagere werelden een luide kreet van teleurstelling op vanwege het feit dat de asura leider door Vishnu, de machtigste die er was, werd ingerekend.

Toen Bali Mahârâja daar zo stond, vastgebonden door Heer Vishnu, de allermachtigste, galmde er van de hogere tot de lagere planeten van het universum een kreet van verslagenheid door de ruimte. (Vedabase)

 

Tekst 28:

Beroofd van zijn luister bleef hij die zo grootmoedig en gevierd was o Koning, vastbesloten als altijd. Tot hem aldus gebonden door de touwen van Varuna sprak de Opperheer Vâmana:

Toen, o koning, richtte Vâmanadeva, de Allerhoogste Godspersoon, het woord tot Bali Mahârâja, die meest vrijgevige en verheerlijkte persoonlijkheid, die Hij vastgebonden had met de touwen van Varuna. Bali Mahârâja's lichaam had al zijn glans verloren maar hij bleef niettemin vast bij zijn besluit. (Vedabase)

 

Tekst 29:

'Je hebt Mij drie stappen land gegeven, o Asura; met twee nam ik de gehele oppervlakte van de aarde in en nu ben je me nog een derde schuldig.

O Koning van de demonen, u hebt beloofd om Mij drie passen land te schenken, maar in twee stappen heb Ik al het hele universum ingenomen. Bedenk nu maar eens waar Ik Mijn derde stap moet zetten. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Zo ver als het licht reikt van de zon, de maan en de sterren, en zover als de regen reikt die uit de wolken naar beneden komt, bezit u al het bestreken land.

Zover als de stralen van de zon, de maan en alle sterren reiken en de wolken regen laten neerkomen, is al het land in het hele universum in uw bezit. (Vedabase)

 

Tekst 31:

Met enkel één stap omsloot Ik de gehele omtrek van de aarde [Bhûrloka], met Mijn lichaam de hemel in alle richtingen in beslag nemend en met de tweede stap nam ik recht voor uw ogen voor Mezelf de hogere werelden in die u in bezit had.

Al die bezittingen heb ik in één stap tot aan Bhûrloka ingenomen en met Mijn lichaam heb Ik de hele hemel en alle richtingen omspand. En u was er zelf bij toen Ik met Mijn tweede stap alle hogere planeten nam. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Niet in staat om te geven wat u beloofde is het de regel dat u nu zelf ervan verstoken moet blijven; en erbuiten vallen is wat uw goeroe graag zou zien [zie ook 6.17: 28].

Omdat u niet in staat bent gebleken om Me te geven wat u Me beloofd hebt, is het regel dat u moet afdalen naar de helse planeten om daar verder te leven. Volg daarom het bevel van uw geestelijk leraar S'ukrâcârya op en daal nu af om daar uw woonplaats te maken. (Vedabase)

 

Tekst 33:

Wie dan ook die een bedelmonnik bedriegt, tekortschietend in te geven wat was beloofd, komt ten val, en moet, ver verwijderd van het hogere leven, vruchteloos zijn geest afpijnigen.

Iemand die een bedelaar niet precies geeft wat hij hem beloofd heeft, wordt niet bevorderd naar de hemelse planeten noch ziet hij zijn wensen in vervulling gaan; verre van dat: in plaats daarvan komt hij in een helse situatie terecht. (Vedabase)

 

Tekst 34:

Nu dat ik door u bedrogen ben middels de woorden 'dit beloof ik en daar ben ik zo trots op', zal u daarom, als gevolg van deze beledigende uitkomst, voor een aantal jaren van dit alles verstoken moeten leven'.  

U was ten onrechte zó trots op al uw bezittingen, dat u Me beloofd hebt land te geven zonder dat u uw belofte kon nakomen. Omdat uw belofte vals blijkt te zijn, moet u nu een paar jaar in de hel leven. (Vedabase)

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het schilderij op deze pagina is van
Drigha devî dâsî.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties