Canto
8
Hoofdstuk 17: De Allerhoogste Heer Zegt Toe Aditi's Zoon te Worden
(1) S'rî S'uka zei: 'De dame, Aditi, aldus van advies gediend door haar echtgenoot Kas'yapa, o Koning, was ervan overtuigd dat ze zich moest houden aan wat hij haar gezegd had en leefde ononderbroken deze gelofte twaalf dagen lang na. (2-3) Met onverdeelde aandacht en doorzettingsvermogen gewetensvol jegens de Beheerser, de Allerhoogste Persoonlijkheid; met de zinnen die zo sterk zijn als paarden geheel in bedwang, met de geest als de wagenmenner der intelligentie en met de intelligentie eenpuntig jegens de Allerhoogste Heer [zie ook B.G. 4: 42], de Ziel der Volkomenheid, ging zij aldus ten volle geconcentreerd op Vâsudeva te werk overeenkomstig de payo-vrata gelofte van vasten.(4) Voor haar verscheen, mijn beste, de Allerhoogste Heer, de Oorspronkelijke Persoon, gekleed in het geel, met Zijn vier armen, schelp, cakra, knots en lotusbloem. (5) Toen ze Hem met eigen ogen voor zich zag stond ze meteen op en bood ze, met haar geest in vervoering, met het grootste respect haar eerbetuigingen waarbij ze zich voor Hem languit op de grond wierp. (6) Weer op haar benen was ze, met gevouwen handen bereid voor de aanbidding, door haar gelukzalige vervoering niet in staat dat op te brengen; overweldigd met haar haren overeind en haar hele lichaam trillend van het opperste genoegen Zijn aanwezigheid [Zijn darshan] te mogen genieten, bleef ze stilzwijgen met de tranen die haar ogen vulden. (7) Met een van liefde voortdurend haperende stem, o beste der Kuru's, was het alsof zij, Aditi Devî, starend naar de Heer, met haar ogen met volle teugen dronk van de Echtgenoot van Ramâ [zie 8.8: 8], de Genieter van alle Offers en de Meester van het Universum. (8) S'rî Aditi zei: 'O Heer der Opoffering, Persoonlijkheid van alle Offerandes, o Onfeilbare naar wiens voeten wij pelgrimeren, U staat bekend als de uiteindelijke toevlucht, degene over wie te horen en te zingen zo goedgunstig is; U bent de oorspronkelijke Ene die is verschenen om de gevaren van het materieel bestaan te verzachten van de mensen van overgave; o Beheerser, o Allerhoogste Heer, wees zo goed ons het goede geluk te vergunnen daar U de veilige haven bent der verdrukten. (9) Jegens U als het Universum in eigen Persoon, als de Onafhankelijke, als de schepping, handhaving en vernietiging van het universum, U die de volledige controle neemt bij machte van de geaardheden der natuur; U als de Allerhoogste voor Eeuwig en Altijd Volledig Zichzelf, als de Volkomenheid der Kennis die de duisternis van het zelf verdrijft; voor de Opperheer die U bent mijn respectvolle eerbetoon. (10) Met U tevreden, o Volkomene en Onbegrensde, worden alle zaken mogelijk: een leven zo lang als dat van Brahmâ, een bepaald lichaam, een loopbaan, onbegrensde materiële weelde in de werelden hoog, laag en ertussenin, allerhande yogakwaliteiten, de drie manieren van kâma, artha en dharma [de purushârtha's] en de spirituele kennis; daarbij nog gezwegen van zegeningen als het verslaan van vijanden en dergelijke!'
(11) S'rî S'uka zei: 'Aldus verheerlijkt door Aditi, o Koning, gaf de Allerhoogste Heer met de lotusogen, de kenner van het veld [B.G. 13: 1-4] van alle bestaansvormen, het volgende antwoord, o zoon van Bharata. (12) De Allerhoogste Heer zei: 'O moeder van de goden, het lang volgehouden verlangen van u met betrekking tot uw thuisloze zoons die werden verslagen door hun rivalen, heeft Mijn begrip. (13) Om hen in de strijd te verslaan, die fraaie Asura's zo trots op hun kracht, en de weelde en de overwinning weer terug te krijgen en om weer samen te kunnen zijn met uw zoons in dankbaarheid, is waar u naar verlangt. (14) Graag zou u de tranen zien van de treurende vrouwen van de vijanden als zij hen aantreffen gedood door uw zoons onder leiding van Indra. (15) Het herstel van de volle glorie, de reputatie en de weelde van uw nakomelingen, hun levensvreugde en een plaats voor hen in de hemel is wat u graag zou zien. (16) Op het ogenblik zijn al die asura krijgsheren zo goed als onoverwinnelijk en dus, o Devî [godin], denk Ik dat, omdat ze allen de bescherming genieten van de brahmanen die hen verzekeren van Mijn gunst, geen enkel gebruik van geweld u het geluk zal brengen. (17) Niettemin moet Ik, zeer tevreden met de gelofte die u in acht nam in eerbetoon jegens Mij, er iets op zien te vinden, o Devî, daar u als resultaat van uw geloof en toewijding voor Mij als de oorzaak het niet verdient met iets anders te zijn toebedeeld. (18) Terwille van uw zoons Mij hebben aanbeden met de gelofte van het enkel drinken en met het naar uw beste kunnen uw gebeden hebben gedaan zoals het hoort, ben Ik, vanwege die getrouwe boetvaardigheid met Marîci, met een volkomen deelaspect van Mezelf vastbesloten uw zoon te worden en zo uw andere zoons te beschermen. (19) O lieve vrouw, ga en vereer uw echtgenoot, die als de gelouterde Prajâpati ook Mij is; denk aldus aan Mij als Me bevindend in zijn lichaam [zie ook B.G. 9: 29]. (20) Openbaar dit niet aan buitenstaanders, aan niemand, zelfs niet desgevraagd, o dame; alles zal succesvol verlopen als dat wat zelfs voor de halfgoden iets zeer vertrouwelijks is, geheim wordt gehouden [zie B.G.18: 67-68].'
(21) S'rî S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer op deze manier tot haar sprekend verdween vandaar en met het uiterst zelden verworven succes dat uit haar de Heer zou worden geboren, ging ze vol toewijding meteen naar haar echtgenoot, ervan overtuigd dat wat zij bewerkstelligd had het grootste was wat je maar bereiken kon. (22) Kas'yapa, die het nimmer aan het nodige inzicht mankeerde, begreep in zijn yogatrance toen dat de Heer in hem was binnengegaan als een volkomen deelaspect. (23) O Koning, zoals de wind vuur aanwakkert in brandhout, kon Kas'yapa het zaad, dat hij in boete zo lang had weten vast te houden, lozen in Aditi [zie ook B.G. 7: 11]. (24) Hiranyagarbha ['van het goud vanbinnen', Heer Brahmâ] die hoogte kreeg van de totstandkoming van de zwangerschap van Aditi, bad toen tot de Allerhoogste Heer in vertrouwelijke termen. (25) Heer Brahmâ bad: 'Alle glorie aan Hem, de veel geprezen Opperheer, wiens handelingen van het grootste zijn, mijn eerbetuigingen voor U, mijn respect voor de Heer der transcendentalisten; de Beheerser van de Geaardheden der Natuur aanbid ik keer op keer. (26) Ik zweer U mijn trouw die voorheen geboorte nam uit Pris'ni [een voorgaande incarnatie van Aditi, vergelijk 6.18: 1, de zoons van Aditi], U die men altijd in de Veda's aantreft, U die vol van kennis bent; als de navel van de drie werelden bent u boven hen verheven en aanwezig in de harten van alle levende wezens als de Allesdoordringende. (27) U als de Oorspronkelijke Oorzaak, het einde en de handhaving van het universum, U als het reservoir van talloze vermogens bent de Allerhoogste Persoon over wie men spreekt als zijnde de Tijd; U bent de Heer, de Beheerser die het hele universum in Zijn greep krijgt, zoals golven hun greep krijgen op iemand die in het water belande. (28) U inderdaad bent van allen die leven, zich rondbewegend of niet, degene die hen voortbracht; U bent de oorsprong van de stamvaders; U bent de Allerhoogste Toevlucht van allen die het hogere leven leven o God, van al de goddelijken verdreven uit hun woonplaatsen bent U in hun verdrinkingsnood de reddingssloep.
Tweede editie, geladen 17 oktober 2007.
![]()
Bronteksten:
De Allerhoogste Heer stemt ermee in om Aditi's zoon te worden
S'rî S'uka zei: 'De dame, Aditi, aldus van advies gediend door haar echtgenoot Kas'yapa, o Koning, was ervan overtuigd dat ze zich moest houden aan wat hij haar gezegd had en leefde ononderbroken deze gelofte twaalf dagen lang na.S'ukadeva Gosvâmî zei: O Koning, nadat Aditi dit advies van haar echtgenoot Kas'yapa Muni had gekregen, volgde ze zijn aanwijzingen strikt en zonder te verslappen op en voltrok op deze wijze de rituele payo-vrata ceremonie. (Vedabase)
Met onverdeelde aandacht en doorzettingsvermogen gewetensvol jegens de Beheerser, de Allerhoogste Persoonlijkheid; met de zinnen die zo sterk zijn als paarden geheel in bedwang, met de geest als de wagenmenner der intelligentie en met de intelligentie eenpuntig jegens de Allerhoogste Heer [zie ook B.G. 4: 42], de Ziel der Volkomenheid, ging zij aldus ten volle geconcentreerd op Vâsudeva te werk overeenkomstig de payo-vrata gelofte van vasten.
Aditi concentreerde zich met volle, onverdeelde aandacht op de Allerhoogste Godspersoon en bracht op deze manier haar geest en zinnen, die net machtige paarden waren, totaal onder controle. Ze richtte haar geest op de Allerhoogste Heer, Vâsudeva. Zo voltrok ze de rituele payo-vrata ceremonie. (Vedabase)
Voor haar verscheen, mijn beste, de Allerhoogste Heer, de Oorspronkelijke Persoon, gekleed in het geel, met Zijn vier armen, schelp, cakra, knots en lotusbloem.
Beste koning, toen verscheen de oorspronkelijke Allerhoogste Godspersoon aan Aditi, gehuld in een geel gewaad en met een schelphoorn, een werpschijf, een knots en een lotus in Zijn vier handen. (Vedabase)
Toen ze Hem met eigen ogen voor zich zag stond ze meteen op en bood ze, met haar geest in vervoering, met het grootste respect haar eerbetuigingen waarbij ze zich voor Hem languit op de grond wierp.
Toen de Allerhoogste Godspersoon aan Aditi verscheen, werd ze zo overweldigd door transcendentale gelukzaligheid dat ze ogenblikkelijk opstond en vervolgens weer als een stok op de grond viel om de Heer nederig haar eerbetuigingen te brengen. (Vedabase)
Weer op haar benen was ze, met gevouwen handen bereid voor de aanbidding, door haar gelukzalige vervoering niet in staat dat op te brengen; overweldigd met haar haren overeind en haar hele lichaam trillend van het opperste genoegen Zijn aanwezigheid [Zijn darshan] te mogen genieten, bleef ze stilzwijgen met de tranen die haar ogen vulden.
Aditi stond op en bleef zwijgen, de handen gevouwen, niet in staat om gebeden tot de Heer te richten. Door de transcendentale gelukzaligheid die ze ervoer, vulden haar ogen zich met tranen en stond haar lichaamshaar overeind. Omdat ze de Allerhoogste Godspersoon rechtstreeks kon zien, voelde ze grote extase en beefde ze over haar hele lichaam. (Vedabase)
Met een van liefde voortdurend haperende stem, o beste der Kuru's, was het alsof zij, Aditi Devî, starend naar de Heer, met haar ogen met volle teugen dronk van de Echtgenoot van Ramâ [zie 8.8: 8], de Genieter van alle Offers en de Meester van het Universum.
O Mahârâja Parîkshit, toen richtte de godin Aditi met haperende stem en met grote liefde gebeden tot de Allerhoogste Godspersoon. Het leek alsof ze de Allerhoogste Heer, de echtgenoot van de godin van het geluk, de begunstigde van alle offerceremonies en de meester en Heer van het hele universum, met haar ogen indronk. (Vedabase)
S'rî Aditi zei: 'O Heer der Opoffering, Persoonlijkheid van alle Offerandes, o Onfeilbare naar wiens voeten wij pelgrimeren, U staat bekend als de uiteindelijke toevlucht, degene over wie te horen en te zingen zo goedgunstig is; U bent de oorspronkelijke Ene die is verschenen om de gevaren van het materieel bestaan te verzachten van de mensen van overgave; o Beheerser, o Allerhoogste Heer, wees zo goed ons het goede geluk te vergunnen daar U de veilige haven bent der verdrukten.
De godin Aditi zei: O meester en begunstigde van alle offerceremonies. O onfeilbare en allerberoemdste persoon, wiens naam alle geluk en voorspoed verspreidt wanneer men hem chant. O oorspronkelijke Allerhoogste Godspersoon, allerhoogste bestuurder, beschermheer van alle heilige plaatsen, U bent de toevlucht van alle arme, lijdende levende wezens en U bent verschenen om hun lijden te verlichten. Wees ons alstublieft welgevallig en breng ons geluk en voorspoed. (Vedabase)
Jegens U als het Universum in eigen Persoon, als de Onafhankelijke, als de schepping, handhaving en vernietiging van het universum, U die de volledige controle neemt bij machte van de geaardheden der natuur; U als de Allerhoogste voor Eeuwig en Altijd Volledig Zichzelf, als de Volkomenheid der Kennis die de duisternis van het zelf verdrijft; voor de Opperheer die U bent mijn respectvolle eerbetoon.
O Heer, U bent de alomtegenwoordige universele gedaante, de volledig onafhankelijke schepper, instandhouder en vernietiger van dit universum. Hoewel U Uw energie omzet in materie, behoudt U altijd Uw oorspronkelijke gedaante en komt U nooit uit Uw positie ten val, want Uw kennis is onfeilbaar en kan in elke situatie worden toegepast. U wordt nooit door illusies verward. O Heer, laat ik U nederig mijn eerbetuigingen brengen. (Vedabase)
Met U tevreden, o Volkomene en Onbegrensde, worden alle zaken mogelijk: een leven zo lang als dat van Brahmâ, een bepaald lichaam, een loopbaan, onbegrensde materiële weelde in de werelden hoog, laag en ertussenin, allerhande yogakwaliteiten, de drie manieren van kâma, artha en dharma [de purushârtha's] en de spirituele kennis; daarbij nog gezwegen van zegeningen als het verslaan van vijanden en dergelijke!'
O onmetelijke Heer, als U tevreden over iemand bent, kan hij heel gemakkelijk een even lang leven krijgen als Heer Brahmâ, een lichaam op de hogere, middelste of lagere planetenstelsels, onbegrensde materiële rijkdom, vroomheid, voorspoed en bevrediging van zijn zinnen, complete transcendentale kennis en beheersing van de acht mystieke krachten, om maar te zwijgen van het onbetekenende vermogen om zijn vijanden te kunnen verslaan. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Aldus verheerlijkt door Aditi, o Koning, gaf de Allerhoogste Heer met de lotusogen, de kenner van het veld [B.G. 13: 1-4] van alle bestaansvormen, het volgende antwoord, o zoon van Bharata.
S'ukadeva Gosvâmî zei: O Koning Parîkshit, beste van de dynastie der Bharata's, nadat Aditi de Heer met de lotusogen, de Superziel van alle levende wezens, zo vereerd had, antwoordde de Heer als volgt. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'O moeder van de goden, het lang volgehouden verlangen van u met betrekking tot uw thuisloze zoons die werden verslagen door hun rivalen, heeft Mijn begrip.
De Allerhoogste Godspersoon zei: O moeder van de halfgoden, Ik ken uw langgekoesterde wensen met betrekking tot het welzijn van uw zoons, die door hun vijanden van al hun rijkdom beroofd en uit hun woningen verdreven zijn. (Vedabase)
Om hen in de strijd te verslaan, die fraaie Asura's zo trots op hun kracht, en de weelde en de overwinning weer terug te krijgen en om weer samen te kunnen zijn met uw zoons in dankbaarheid, is waar u naar verlangt.
O Devî, o godin, Ik begrijp heel goed dat u uw zoons wilt terugvinden en samen met hen Mij wilt vereren nadat u uw vijanden verslagen hebt en uw residenties en rijkdom weer terug hebt gekregen. (Vedabase)
Graag zou u de tranen zien van de treurende vrouwen van de vijanden als zij hen aantreffen gedood door uw zoons onder leiding van Indra.
U wilt de vrouwen van de demonen zien wenen om de dood van hun mannen, de demonen, de vijanden van uw zoons, die in de strijd zijn omgebracht door de halfgoden onder leiding van Indra. (Vedabase)
Het herstel van de volle glorie, de reputatie en de weelde van uw nakomelingen, hun levensvreugde en een plaats voor hen in de hemel is wat u graag zou zien.
U wilt dat uw zoons hun goede naam en hun rijkdom terugwinnen en weer gewoon op hun hemelse planeet kunnen gaan wonen. (Vedabase)
Op het ogenblik zijn al die asura krijgsheren zo goed als onoverwinnelijk en dus, o Devî [godin], denk Ik dat, omdat ze allen de bescherming genieten van de brahmanen die hen verzekeren van Mijn gunst, geen enkel gebruik van geweld u het geluk zal brengen.
O moeder van de halfgoden, naar Mijn mening zijn bijna alle leiders van de demonen nu onoverwinnelijk, want ze worden beschermd door brâhmana's, die altijd de gunst genieten van de Allerhoogste Heer. Daarom zal het gebruik van geweld tegen hen op dit moment beslist geen geluk brengen. (Vedabase)
Maar u hebt uw gelofte nageleefd en Mij daarmee voldoening geschonken, o Devî, en daarom moet Ik een manier vinden waarop Ik u kan helpen, want als iemand Mij vereert is dat nooit vergeefs; integendeel, het zal hem zonder meer het gewenste resultaat opleveren, evenredig aan wat hij verdient.
Maar u hebt uw gelofte nageleefd en Mij daarmee voldoening geschonken, o godin Aditi, en daarom moet Ik een manier vinden waarop Ik u kan helpen, want als iemand Mij vereert is dat nooit vergeefs; integendeel, het zal hem zondermeer het gewenste resultaat opleveren, evenredig aan wat hij verdient. (Vedabase)
Terwille van uw zoons Mij hebben aanbeden met de gelofte van het enkel drinken en met het naar uw beste kunnen uw gebeden hebben gedaan zoals het hoort, ben Ik, vanwege die getrouwe boetvaardigheid met Marîci, met een volkomen deelaspect van Mezelf vastbesloten uw zoon te worden en zo uw andere zoons te beschermen.
Om uw zoons te beschermen hebt u tot Mij gebeden en Mij naar behoren vereerd door de grote payo-vrata ceremonie te voltrekken. Vanwege de ascese van Kas'yapa Muni, stem Ik erin toe om uw zoon te worden en uw andere zoons in bescherming te nemen. (Vedabase)
O lieve vrouw, ga en vereer uw echtgenoot, die als de gelouterde Prajâpati ook Mij is; denk aldus aan Mij als Me bevindend in zijn lichaam [zie ook B.G. 9: 29].
U moet altijd aan Mij denken als de Heer die in het lichaam van uw man Kas'yapa woont, en nu uw echtgenoot gaan vereren, die gezuiverd is door zijn ascese. (Vedabase)
Openbaar dit niet aan buitenstaanders, aan niemand, zelfs niet desgevraagd, o dame; alles zal succesvol verlopen als dat wat zelfs voor de halfgoden iets zeer vertrouwelijks is, geheim wordt gehouden [zie B.G.18: 67-68].'
O edele vrouw, ook als iemand erom vraagt, mag u hierover aan niemand iets loslaten. Men heeft het meeste succes in vertrouwelijke zaken als men ze geheim houdt. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer op deze manier tot haar sprekend verdween vandaar en met het uiterst zelden verworven succes dat uit haar de Heer zou worden geboren, ging ze vol toewijding meteen naar haar echtgenoot, ervan overtuigd dat wat zij bewerkstelligd had het grootste was wat je maar bereiken kon.
S'ukadeva Gosvâmî zei: Met deze woorden verliet de Allerhoogste Godspersoon die plaats. Nu Aditi de uitzonderlijk waardevolle zegen had ontvangen dat de Heer ter wereld zou komen als haar zoon, beschouwde ze zichzelf uitermate succesvol en begaf zich vol gevoelens van toewijding naar haar echtgenoot. (Vedabase)
Kas'yapa, die het nimmer aan het nodige inzicht mankeerde, begreep in zijn yogatrance toen dat de Heer in hem was binnengegaan als een volkomen deelaspect.
Kas'yapa Muni, die alles altijd feilloos waarneemt, bevond zich in een meditatieve trance en kon zien dat er een volkomen deel van de Allerhoogste Godspersoon in hem was binnengegaan. (Vedabase)
O Koning, zoals de wind vuur aanwakkert in brandhout, kon Kas'yapa het zaad, dat hij in boete zo lang had weten vast te houden, lozen in Aditi [zie ook B.G. 7: 11].
O Koning, zoals de wind wrijving veroorzaakt tussen twee stukken hout en zo vuur doet oplaaien, zo ging Kas'yapa Muni in zijn bovenzinnelijke trance volledig op in de Allerhoogste Godspersoon en bracht zijn energie over naar de schoot van Aditi. (Vedabase)
Hiranyagarbha ['van het goud vanbinnen', Heer Brahmâ] die hoogte kreeg van de totstandkoming van de zwangerschap van Aditi, bad toen tot de Allerhoogste Heer in vertrouwelijke termen.
Toen Heer Brahmâ begreep dat de Allerhoogste Godspersoon Zich nu in de schoot van Aditi bevond, chantte hij de transcendentale namen van de Heer om Hem op die wijze te aanbidden. (Vedabase)
Heer Brahmâ bad: 'Alle glorie aan Hem, de veel geprezen Opperheer, wiens handelingen van het grootste zijn, mijn eerbetuigingen voor U, mijn respect voor de Heer der transcendentalisten; de Beheerser van de Geaardheden der Natuur aanbid ik keer op keer.
Heer Brahmâ zei: O Allerhoogste Godspersoon, alle eer aan U die door iedereen verheerlijkt wordt en activiteiten verricht die stuk voor stuk buitengewoon zijn. Ik breng U nederig mijn eerbetuigingen, o Heer van de transcendentalisten en bestuurder van de drie geaardheden der natuur. Ik betuig U keer op keer nederig mijn eer. (Vedabase)
Ik zweer U mijn trouw die voorheen geboorte nam uit Pris'ni [een voorgaande incarnatie van Aditi, vergelijk 6.18: 1, de zoons van Aditi], U die men altijd in de Veda's aantreft, U die vol van kennis bent; als de navel van de drie werelden bent u boven hen verheven en aanwezig in de harten van alle levende wezens als de Allesdoordringende.
Ik breng mijn nederige eerbetuigingen aan U, de alomtegenwoordige Heer Vishnu, die diep in het hart van ieder levend wezen is binnengegaan. Alledrie de werelden verblijven in Uw navel en toch staat U boven die drie werelden. U bent al eerder verschenen als de zoon van Pris'ni. Aan U, de allerhoogste schepper, die men alleen kan begrijpen door middel van de vedische kennis, breng ik nederig mijn eerbetuigingen. (Vedabase)
U als de Oorspronkelijke Oorzaak, het einde en de handhaving van het universum, U als het reservoir van talloze vermogens bent de Allerhoogste Persoon over wie men spreekt als zijnde de Tijd; U bent de Heer, de Beheerser die het hele universum in Zijn greep krijgt, zoals golven hun greep krijgen op iemand die in het water belande.
O Heer, U bent het begin, de openbaring en de uiteindelijke vernietiging van de drie werelden, en de Veda's verheerlijken U als het reservoir van onbegrensde vermogens, als de Allerhoogste Persoon. O Heer, zoals de golven de takken en bladeren naar zich toetrekken die in diep water zijn gevallen, zo trekt U als de allerhoogste en eeuwige tijd alles in dit universum aan. (Vedabase)
U inderdaad bent van allen die leven, zich rondbewegend of niet, degene die hen voortbracht; U bent de oorsprong van de stamvaders; U bent de Allerhoogste Toevlucht van allen die het hogere leven leven o God, van al de goddelijken verdreven uit hun woonplaatsen bent U in hun verdrinkingsnood de reddingssloep.
O Heer, U bent de oorspronkelijke verwekker van alle levende wezens, of ze nu stilstaan of bewegen, en U hebt eveneens de Prajâpati's voortgebracht. O mijn Heer, zoals een boot de enige hoop is voor iemand die aan het verdrinken is, zo bent U op dit moment de enige toevlucht voor de halfgoden, die hun plaats op de hemelse planeten verloren hebben. (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
Het schilderij op deze pagina is van
Syamarani dâsî.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd