
Canto
6
Hoofdstuk 5: Nârada Muni Vervloekt door Prajâpati Daksha
(1) S'rî S'uka zei: 'Ertoe gedreven door Heer Vishnu's uitwendig vermogen [mâyâ] verwekte hij [Daksha] in zijn vrouw genaamd Pâñcajanî [Asiknî] een groot aantal hoogst machtige zoons die de Haryas'va's werden genoemd. (2) Met hen allen van een soortgelijk karakter en manier van rechtschapen bezig zijn o Koning, begaven de zonen van Daksha gehoorzamend aan de opdracht van hun vader om te zorgen voor nageslacht, zich in de richting van het westen. (3) Er bevindt zich daar waar de Sindhu [de huidige Indus] de oceaan instroomt een meer genaamd Nârâyana-saras, dat een zeer belangrijke heilige plaats vormt die wordt bezocht door de wijzen en de vervolmaakten. (4-5) Hoewel het in aanraking verkeren met dat water afdoende was om hen volledig te zuiveren van hun onzuivere gedachten, voelden zij zich sterk aangetrokken tot de praktijken van de verheven zielen [aldaar] en volbrachten ze [aldus] met overtuiging de zwaarste boetedoeningen. Toen ze er klaar voor waren om voor het doel van de groei van de bevolking hun bijdrage te leveren zoals hun vader hen dat had opgedragen, werden ze bezocht door de [Nârada]. (6-8) Hij sprak tot hen als volgt: 'O Haryas'va's, hoewel jullie de prinsen zijn die de dienst uitmaken, schieten jullie helaas tekort in ervaring. Als niemand van jullie inzicht heeft in de tijdelijkheid, de eindigheid van het aardse, hoe kunnen jullie dan ten dienste van de waarheid nageslacht verwekken? Bezie het als met een man wiens koninkrijk bestaat uit een gat in de grond vanwaaruit geen ontsnappen mogelijk is. Aan zijn zijde bevindt zich een promiscue vrouw die haar lichaam op allerlei manieren presenteert. Er is daar een rivier die twee kanten op stroomt bij een prachtig huis van vijfentwintig materialen waar een zwaan mooie verhalen vertelt terwijl er iets dat messcherp is hard aan het ronddraaien is. (9) Hoe kunnen jullie die hier niet van op de hoogte zijn, jullie die onwetend zijn wat betreft de schepping, nu de opdracht uitvoeren die jullie alleszins ervaren vader geschikt voor jullie achtte?'
(10) S'rî S'uka zei: 'Nadat de Haryas'va's die raadselachtige woorden van de devarshi hadden gehoord, namen ze hen in overweging met de volle inzet van hun intelligentie en ontwaakte hun onderscheidingsvermogen. (11) De aardse kwestie [het lichaam] was het veld van handelen, de eeuwige oorzaak die het levend wezen in beslag neemt en de basis vormt van zijn gebondenheid. Wat zou tijdgebonden arbeid nu voor nut hebben als men de eindigheid er niet van inziet? (12) Als men niet doorheeft dat er inderdaad één enkele heerser, één Allerhoogste Heer aanwezig is die niet kan worden waargenomen, die niet geschapen [of geboren] is en die onafhankelijk als Zijn eigen toevlucht in het voorbije er als de vierde dimensie [van de Tijd] is, wat kan men dan verwachten van zijn tijdelijke vruchtdragende bezigheden? (13) Als iemand in zijn onwetendheid vertrokken is naar de lagere regionen [in het gat] waarvan men net zo min terugkeert als van de geestelijke hemel in het voorbije, wat voor zin hebben dan zijn tijdelijke karmische handelingen in deze wereld [vergelijk B.G. 9: 4 en 8: 15]? (14) Met de verschillende dingen die het levend wezen met zijn intelligentie probeert, bezeten zijnd van de hartstocht enzovoorts, is hij als een vrije vrouw die zich op vele manieren presenteert. Wat heeft het voor zin zich in te spannen voor resultaten, als men het [transcendentale] einde van die gedaantewisselingen niet kent in deze wereld? (15) Als men aldus is onderworpen aan de materiële gang van zaken verliest men zijn status als een zelfstandige autoriteit en beweegt de intelligentie zich precies als een slechte echtgenote verstoken van inzicht. Wat heeft in deze wereld dan al die liefde voor het gebonden zijn aan je karma voor nut? (16) Het illusoire van de materie geeft aanleiding tot schepping en vernietiging, hetgeen een rivier is die [zo dus twee kanten op stroomt en] voor de verdwaasde geest [te] snel stroomt aan zijn oevers [om eruit te komen]. Wat voor nut heeft het om zonder hier kennis van te hebben je in te spannen voor een tijdelijk voordeel?(17) Als men in dit bestaan niet op de hoogte is van de vijfentwintig manieren [de elementen, zie 3.26: 11-15] om tegen de werkelijkheid van de Oorspronkelijke Persoon aan te kijken, die wonderlijke spiegel voor de individuele persoonlijkheid, welk voordeel behaalt men dan met het valse van het zich bekommeren om materieel gewin? (18) Als men niet in staat is [gelijk een zwaan] onderscheid te maken wat betreft de toevlucht die men moet nemen, als men wat betreft de Heer het heeft opgegeven met Zijn geschriften [de s'âstra's] die informeren over de wegen der gebondenheid en bevrijding, wat voor zin heeft dan de worsteling in gehechtheid aan tijdelijke zaken? (19) Het o zo scherpgerande, ronddraaiende rad van de Tijd bestiert de hele wereld naar eigen maat en orde; wat voor nut heeft het in deze wereld te ondernemen in verlangen naar resultaten als men hier niet van op de hoogte is [van deze orde van de tijd]? (20) Hoe kan men verstrikt in de geaardheden van de natuur [zie B.G. 18: 19-29] ook maar iets op touw zetten [zoals het verwekken van kinderen], als men de aanwijzingen van de geschriften van de Vader niet begrijpt die duidelijk maken hoe men een punt moet zetten achter de materiële manier van leven?'
(21) Aldus overtuigd o Koning, deelden de Haryas'va's dezelfde mening. Hem [Nârada] omlopend vertrokken ze om het pad te betreden waarvan men niet meer terugkeert [zie ook B.G. 8: 16]. (22) De muni reisde door al de werelden terwijl hij met spirituele klanken de Heer der Zinnen in gedachten hield en zo, innerlijk niet verdeeld zijnde, zijn bewustzijn betrok op de lotusvoeten [zie de bhajan Nârada Muni]. (23) Daksha, van Nârada vernemend over het verlies van zijn zoons die qua gedrag tot de besten der besten behoorden, had toen vol weeklagen het zwaar te verduren. Het raakte hem diep om te zien wat er van zijn fijne zoons terecht was gekomen. (24) Tot vrede gebracht door de Aanstichter [Heer Brahmâ] verwekte hij wederom in Pâñcajanî een duizendtal zoons die de Savalâs'va's werden genoemd. (25) Zij op hun beurt door hun vader ertoe opgedragen het universum te bevolken, legden geloften af en gingen naar de vervolmaakten bij het Nârâyana-sarasmeer, de plaats waar hun oudere broers voorheen naar toe waren vertrokken. (26) Daar regelmatig badend, japa doend en mantra's reciterend terwille van het Allerhoogste, volbrachten ze grote boetedoeningen welke hen inderdaad zuiverden van alle vuil dat in hen was. (27-28) Maandenlang enkel water drinkend en lucht etend gebruikten ze deze mantra om de Meester aller Mantra's te aanbidden: 'Onze eerbetuigingen aan Heer Nârâyana, de Grote Ziel die eeuwig verwijlt in de zuiverste goedheid, de grote zwaangelijke persoonlijkheid waarop wij mediteren [om namo nârâyanâya purushâya mahâtmane vis'uddha-sattva-dhishnyâya mahâ-hamsâya dhîmahi'].' (29) Zij die erop mediteerden het universum te bevolken werden, o Koning, eveneens benaderd door de wijze Nârada die zich net als voorheen uitdrukte in betekenisvolle woorden: (30) 'O zoons van Daksha, luister alstublieft aandachtig naar mijn raad. Volgt allen het pad van uw broers waar u zo veel om geeft. (31) Een broeder trouw aan het pad van een oudere broeder die bekend is met het dharma [zie 6.1], is een vroom geassocieerd iemand die mag genieten met de Maruts [de windgoden der broederschap].'
(32) Na zoveel gezegd te hebben vertrok Nârada met zijn voor iedereen genadige visie vandaar, en zo kwamen ze ertoe het pad van de broers die hen voorgingen te volgen mijn waarde vriend. (33) Op de juiste manier naar binnen gekeerd begaven ze zich toen op het bovenzinnelijk pad en ze zijn er, net als de nachten die afscheid nemen in het westen, tot op de dag van vandaag nog niet van teruggekeerd. (34) Op datzelfde ogenblik nam de Prajâpati vele ongunstige tekenen waar en vernam hij hoe, als voorheen, door Nârada er van zijn zoons weer niets terecht was gekomen. (35) Overweldigd in zijn treurnis over zijn kinderen, viel hij bijna flauw. Hij werd zeer kwaad op Nârada en richtte zich, toen hij de devarshi ontmoette, woedend tot hem met trillende lippen. (36) S'rî Daksha zei: 'Jij valse prediker uitgedost als een heilige! Welk een schande heb je ons bezorgd. Arme jongens die tekortschieten in ervaring heb je het pad van bedelaars gewezen! (37) Met hen in het geheel niet vrij van de drie schulden [aan de heiligen, de goden en de vader middels het celibaat, ceremoniën en nageslacht], heb je, met minachting voor hun plichten, hen de weg geblokkeerd naar het goede geluk op aarde en in het hiernamaals jij zondaar! (38) Aldus heb je harteloos het verstand van die jongens bedorven. Rondtrekkend als een metgezel van de Heer, heb je Hem schaamteloos te schande gemaakt! (39) Besef goed dat de besten van de Heer altijd vol van ijver zijn om de gevallen zielen te zegenen. Maar niet jij, jij hebt werkelijk de band der vriendschap verbroken en tweedracht gezaaid onder mensen die in harmonie leven [vergelijk B.G. 18: 68-69]. (40) Met je valse doctrine van enkel gericht zijn op de Absolute Waarheid denk je dat de verzaking wordt bereikt door de banden der genegenheid te verbreken, maar zo werkt verzaking niet bij mensen. (41) Als men niet de moeilijke tijd heeft ervaren die volgt op de geneugten des levens, ontwikkelt zich bij een persoon niet de kennis. Men ziet er op een natuurlijke manier vanzelf vanaf uiteindelijk, en niet omdat men gehersenspoeld werd door anderen. (42) Zij met een vrouw en kinderen die eerlijk zijn nemen de last der Vedische verplichtingen op zich; het onverdraaglijke onrecht dat jij ons hebt aangedaan kan ik [éénmaal] vergeven. (43) Maar jij die de lijn der erfopvolgers doorbreekt mag, vanwege het kwaad dat je voor de tweede keer hebt aangericht o dwaas, nergens waar je rondzwerft in de wereld een plek, een vaste verblijfplaats vinden.'
(44) S'rî S'uka zei: 'Nârada Muni, het allemaal verdragend zoals dat een volleerd heilige past [zie ook 3.25: 21-27 en B.G. 12: 13-20], zei enkel: 'Begrepen, het zij zo', hoewel hij zelf de man was met de touwtjes in handen.'
Derde herziene editie, geladen 25 oktober, 2011.
![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Ertoe gedreven door Heer Vishnu's uitwendig vermogen [mâyâ] verwekte hij [Daksha] in zijn vrouw genaamd Pâñcajanî [Asiknî] een groot aantal hoogst machtige zoons die de Haryas'va's werden genoemd.S'rî S'uka zei: 'Er toe aangezet door Heer Vishnu Zijn uitwendig vermogen [mâyâ] verwekte hij [Daksha] in zijn vrouw genaamd Pâñcananî [Asiknî] een groot aantal hoogst machtige zoons die de Haryas'va's werden genoemd. (Vedabase)
Met hen allen van een soortgelijk karakter en manier van rechtschapen bezig zijn o Koning, begaven de zonen van Daksha gehoorzamend aan de opdracht van hun vader om te zorgen voor nageslacht, zich in de richting van het westen.
Gelijk van karakter en gedrag gingen al de zonen van Daksha, o Koning, door hun vader opgedragen de bevolking uit te breiden, in de richting van het westen. (Vedabase)
Er bevindt zich daar waar de Sindhu [de huidige Indus] de oceaan instroomt een meer genaamd Nârâyana-saras, dat een zeer belangrijke heilige plaats vormt die wordt bezocht door de wijzen en de vervolmaakten.
Het water aldaar genaamd Nârâyana-saras, is een zeer grote heilige plaats waar de Sindhu [de huidige Indus] de oceaan instroomt; hij wordt bezocht door de wijzen en de volmaakten. (Vedabase)
Hoewel het in aanraking verkeren met dat water afdoende was om hen volledig te zuiveren van hun onzuivere gedachten, voelden zij zich sterk aangetrokken tot de praktijken van de verheven zielen [aldaar] en volbrachten ze [aldus] met overtuiging de zwaarste boetedoeningen. Toen ze er klaar voor waren om voor het doel van de groei van de bevolking hun bijdrage te leveren zoals hun vader hen dat had opgedragen, werden ze bezocht door de devarshi [Nârada].
Hoewel het in aanraking verkeren met dat water afdoende was om hen volledig te zuiveren van hun fixaties op het onware, voelden zij zichzelf in hun geest hoogst aangetrokken tot de praktijken van de verheven zielen en volbrachten zij met overtuiging de zwaarste boetedoeningen. Klaar voor het doel de bevolking uit te breiden zoals hun vader hen had opgedragen te doen, was de Devarshi [Nârada] er zeker van hen op te zoeken. (Vedabase)
Hij sprak tot hen als volgt: 'O Haryas'va's, hoewel jullie de prinsen zijn die de dienst uitmaken, schieten jullie helaas tekort in ervaring. Als niemand van jullie inzicht heeft in de tijdelijkheid, de eindigheid van het aardse, hoe kunnen jullie dan ten dienste van de waarheid nageslacht verwekken? Bezie het als met een man wiens koninkrijk bestaat uit een gat in de grond vanwaaruit geen ontsnappen mogelijk is. Aan zijn zijde bevindt zich een promiscue vrouw die haar lichaam op allerlei manieren presenteert. Er is daar een rivier die twee kanten op stroomt bij een prachtig huis van vijfentwintig materialen waar een zwaan mooie verhalen vertelt terwijl er iets dat messcherp is hard aan het ronddraaien is.
Hij sprak tot hen als volgt: 'O Haryas'va's, hoewel jullie de prinsen zijn die het voor het zeggen hebben, schieten jullie, helaas, tekort in ervaring; als jullie tezamen niet gezien hebben wat de uitwassen zijn van deze aarde, hoe kan je dan naar waarheid nageslacht verwekken? Zo is er een man wiens koninkrijk bestaat uit een gat in de grond vanwaaruit geen ontsnappen mogelijk is en doet een vrouw zich in allerlei gedaanten voor om zelfs haar eigen echtgenoot in een hoerenloper te veranderen. Het is een rivier die twee kanten op stroomt in een huis met vijfentwintig spiegels waar een zwaan van mooie verhalen bij tijden snijdt als een messcherpe schijf. (9) Hoe kunnen jullie, onwetend, de orders opvolgen van jullie goed op de hoogte zijnde vader, niet wetend wat goed voor jullie is of voor welke schepping je je moet inrichten?' (Vedabase)
Hoe kunnen jullie die hier niet van op de hoogte zijn, jullie die onwetend zijn wat betreft de schepping, nu de opdracht uitvoeren die jullie alleszins ervaren vader geschikt voor jullie achtte?'
Hoe kunnen jullie, onwetend, de orders opvolgen van jullie goed op de hoogte zijnde vader, niet wetend wat goed voor jullie is of voor welke schepping je je moet inrichten?' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Nadat de Haryas'va's die raadselachtige woorden van de devarshi hadden gehoord, namen ze hen in overweging met de volle inzet van hun intelligentie en ontwaakte hun onderscheidingsvermogen.
S'rî S'uka zei: 'Nadat de Haryas'va's die raadselachtige woorden van de Devarshi hadden gehoord, namen ze hen in overweging met de volle inzet van hun intelligentie en ontwaakte hun onderscheidingsvermogen. (Vedabase)
De aardse kwestie [het lichaam] was het veld van handelen, de eeuwige oorzaak die het levend wezen in beslag neemt en de basis vormt van zijn gebondenheid. Wat zou tijdgebonden arbeid nu voor nut hebben als men de eindigheid er niet van inziet?
De aarde was het veld van handelen, de bestemming van het levend wezen welke, sedert mensenheugenis bestaand, de oorzaak is van zijn gebondenheid; wat zou tijdgebonden arbeid nu voor nut hebben als men niet haar eindigheid inziet? (Vedabase)
Als men niet doorheeft dat er inderdaad één enkele heerser, één Allerhoogste Heer aanwezig is die niet kan worden waargenomen, die niet geschapen [of geboren] is en die onafhankelijk als Zijn eigen toevlucht in het voorbije er als de vierde dimensie [van de Tijd] is, wat kan men dan verwachten van zijn tijdelijke vruchtdragende bezigheden?
Met inderdaad één enkele heerser, één Allerhoogste Heer aanwezig die niet kan worden waargenomen, die niet geschapen is en die onafhankelijk, als Zijn eigen toevlucht in het voorbije er als de vierde dimensie is, waartoe leidt dan de hang naar baatzuchtig handelen? (Vedabase)
Als iemand in zijn onwetendheid vertrokken is naar de lagere regionen [in het gat] waarvan men net zo min terugkeert als van de geestelijke hemel in het voorbije, wat voor zin hebben dan zijn tijdelijke karmische handelingen in deze wereld [vergelijk B.G. 9: 4 en 8: 15]?
Als inderdaad onwetend alhier [in het gat] iemand vertrokken is naar de lagere regionen zonder een kans op terugkeer naar de spirituele verblijfplaats vanwaar men ook niet terugkeert, wat kan dan het nut van het tijdelijke van vruchtdragende activiteiten zijn [vergelijk B.G. 9.4 en 8.15]? (Vedabase)
Met de verschillende dingen die het levend wezen met zijn intelligentie probeert, bezeten zijnd van de hartstocht enzovoorts, is hij als een vrije vrouw die zich op vele manieren presenteert. Wat heeft het voor zin zich in te spannen voor resultaten, als men het [transcendentale] einde van die gedaantewisselingen niet kent in deze wereld?
De verschillende gedaanten die de intelligentie van het levend wezen, bezeten door de hartstocht en zo voorts aanneemt, doen hem op een prostituée lijken; als men daar het einde niet van ziet in deze wereld, wat is dan het nut ervan zich in te spannen voor de valsheid? (Vedabase)
Als men aldus is onderworpen aan de materiële gang van zaken verliest men zijn status als een zelfstandige autoriteit en beweegt de intelligentie zich precies als een slechte echtgenote verstoken van inzicht. Wat heeft in deze wereld dan al die liefde voor het gebonden zijn aan je karma voor nut?
In die kontekst onderworpen aan de materiële gang van zaken verliest men zijn status als een onafhankelijk beheerser en beweegt de intelligentie zich precies zoals een sexverslaafde persoon verstoken van inzicht zich beweegt; wat heeft in deze wereld al die liefde voor het gebonden zijn aan je karma voor nut? (Vedabase)
Het illusoire van de materie geeft aanleiding tot schepping en vernietiging, hetgeen een rivier is die [zo dus twee kanten op stroomt en] voor de verdwaasde geest [te] snel stroomt aan zijn oevers [om eruit te komen]. Wat voor nut heeft het om zonder hier kennis van te hebben je in te spannen voor een tijdelijk voordeel?
Het illusoire van de materie geeft aanleiding tot schepping en vernietiging, hetgeen een rivier is [alzo twee kanten op stromend] die voor de verzotte geest [te] snel stroomt aan zijn oevers [om eruit te komen]; als men daar geen weet van heeft, wat is dan het nut van werken voor tijdelijk profijt? (Vedabase)
Tekst 17
Als men in dit bestaan niet op de hoogte is van de vijfentwintig manieren [de elementen, zie 3.26: 11-15] om tegen de werkelijkheid van de Oorspronkelijke Persoon aan te kijken, die wonderlijke spiegel voor de individuele persoonlijkheid, welk voordeel behaalt men dan met het valse van het zich bekommeren om materieel gewin?
Voor iemand die in dit bestaan niet op de hoogte is van de vijfentwintig manieren [de elementen zie: 3.26:11-15] om tegen de werkelijkheid van de oorspronkelijke persoon aan te kijken, de wonderlijke spiegel voor de individuele persoonlijkheid, welk voordeel vindt men dan in het valse van zich bemoeien om materieel gewin? (Vedabase)
Als men niet in staat is [gelijk een zwaan] onderscheid te maken wat betreft de toevlucht die men moet nemen, als men wat betreft de Heer het heeft opgegeven met Zijn geschriften [de s'âstra's] die informeren over de wegen der gebondenheid en bevrijding, wat voor zin heeft dan de worsteling in gehechtheid aan tijdelijke zaken?
Als men [gelijk een zwaan] niet in staat is onderscheid te maken wat betreft de toevlucht, het opgevend aangaande de Heer Zijn geschriften [de s'âstra's] die informeren over de wegen der gebondenheid en bevrijding, wat is dan de zin van de worsteling in gehechtheid aan tijdelijke resultaten? (Vedabase)
Het o zo scherpgerande, ronddraaiende rad van de Tijd bestiert de hele wereld naar eigen maat en orde; wat voor nut heeft het in deze wereld te ondernemen in verlangen naar resultaten als men hier niet van op de hoogte is [van deze orde van de tijd]?
Het o zo scherpgerande, ronddraaiende rad van de tijd bestiert de hele wereld naar eigen maat en orde; wat voor nut heeft het te ondernemen in winstverlangen er hier in deze wereld niets over wetend [zie: de orde van de tijd]? (Vedabase)
Hoe kan men verstrikt in de geaardheden van de natuur [zie B.G. 18: 19-29] ook maar iets op touw zetten [zoals het verwekken van kinderen], als men de aanwijzingen van de geschriften van de Vader niet begrijpt die duidelijk maken hoe men een punt moet zetten achter de materiële manier van leven?'
Hoe kan men verstrikt in de geaardheden [zie B.G. 18a 19-29] ook maar iets op touw zetten, niet de aanwijzingen van de geschriften van de Vader begrijpend om volgens het boek te leven dat uitlegt hoe een punt te zetten achter de materiële manier van leven?' (Vedabase)
Aldus overtuigd o Koning, deelden de Haryas'va's dezelfde mening. Hem [Nârada] omlopend vertrokken ze om het pad te betreden waarvan men niet meer terugkeert [zie ook B.G. 8: 16].
Aldus overtuigd, o Koning, deelden de Haryas'va's allen dezelfde mening; hem [Nârada] omlopend vertrokken ze het pad betredend waarvan men niet weer terugkeert [zie ook B.G. 8:16]. (Vedabase)
De muni reisde door al de werelden terwijl hij met spirituele klanken de Heer der Zinnen in gedachten hield en zo, innerlijk niet verdeeld zijnde, zijn bewustzijn betrok op de lotusvoeten [zie de bhajan Nârada Muni].
In spirituele klanken de Heer der Zinnen in gedachten houdend, zonder verdeeldheid het bewustzijn betrekkend op de lotusvoeten [zie de bhajan Nârada Muni], bereisde de muni al de werelden. (Vedabase)
Daksha, van Nârada vernemend over het verlies van zijn zoons die qua gedrag tot de besten der besten behoorden, had toen vol weeklagen het zwaar te verduren. Het raakte hem diep om te zien wat er van zijn fijne zoons terecht was gekomen.
Van Nârada vernemend over het verlies van zijn zoons die qua gedrag tot de besten der besten behoorden, had hij, Daksha, vol weeklagen te lijden; te zien wat er van zijn fijne zoons terecht was gekomen raakte hem diep. (Vedabase)
Tot vrede gebracht door de Aanstichter [Heer Brahmâ] verwekte hij wederom in Pâñcajanî een duizendtal zoons die de Savalâs'va's werden genoemd.
Tot vrede gebracht door de Ongeborene verwekte hij wederom in Pâncajanî een duizendtal zoons die de Savalâs'va's werden genoemd. (Vedabase)
Zij op hun beurt door hun vader ertoe opgedragen het universum te bevolken, legden geloften af en gingen naar de vervolmaakten bij het Nârâyana-sarasmeer, de plaats waar hun oudere broers voorheen naar toe waren vertrokken.
Zij op hun beurt gingen, door hun vader opgedragen het universum te bevolken, om hun geloften te aanvaarden naar de volmaakten aan de Nârâyana-saras waar hun oudere broers voorheen ook naar toe waren vertrokken. (Vedabase)
Daar regelmatig badend, japa doend en mantra's reciterend terwille van het Allerhoogste, volbrachten ze grote boetedoeningen welke hen inderdaad zuiverden van alle vuil dat in hen was.
Daar regelmatig badend, japa doend en mantra's reciterend voor de Transcendentie, volbrachten ze grote boetedoeningen welke hen inderdaad zuiverden van alle vuil dat in hen was. (Vedabase)
Maandenlang enkel water drinkend en lucht etend gebruikten ze deze mantra om de Meester aller Mantra's te aanbidden: 'Onze eerbetuigingen aan Heer Nârâyana, de Grote Ziel die eeuwig verwijlt in de zuiverste goedheid, de grote zwaangelijke persoonlijkheid waarop wij mediteren [om namo nârâyanâya purushâya mahâtmane vis'uddha-sattva-dhishnyâya mahâ-hamsâya dhîmahi'].'
Maandenlang enkel water drinkend en lucht etend gingen ze te werk met deze mantra de Meester aller Mantra's aanbiddend: 'Onze eerbetuigingen aan Heer Nârâyana, de Grote Ziel die eeuwig verwijlt in het zuiverste der goedheid, de grote zwaangelijke persoonlijkheid waarop wij mediteren.' [om namo nârâyanâya purusâya mahâtmane visuddha-sattva-dhisnyâya mahâ-hamsâya dhîmahi']. (Vedabase)
Zij die erop mediteerden het universum te bevolken werden, o Koning, eveneens benaderd door de wijze Nârada die zich net als voorheen uitdrukte in betekenisvolle woorden:
Ook zij, erop mediterend het universum te bevolken, werden alzo benaderd, o Koning, door de wijze Nârada die als voorheen sprak in woorden die diep gingen: (Vedabase)
'O zoons van Daksha, luister alstublieft aandachtig naar mijn raad. Volgt allen het pad van uw broers waar u zo veel om geeft.
'O zoons van Daksha, luister alstublieft aandachtig naar mijn aanwijzingen: 'Volg het pad van uw broers, u allen die zo veel om hen geeft. (Vedabase)
Een broeder trouw aan het pad van een oudere broeder die bekend is met het dharma [zie 6.1], is een vroom geassocieerd iemand die mag genieten met de Maruts [de windgoden der broederschap].'
Een broeder trouw aan het pad van een oudere broeder die het dharma [zie 6.1] kent, is een zedige persoon die mag genieten met de Maruts [de windgoden].' (Vedabase)
Na zoveel gezegd te hebben vertrok Nârada met zijn voor iedereen genadige visie vandaar, en zo kwamen ze ertoe het pad van de broers die hen voorgingen te volgen mijn waarde vriend.
Na zoveel gezegd te hebben vertrok Nârada met zijn al-gunstige visie vandaar en zo kwamen ze ertoe het pad van hun broers vóór hen te volgen, o waardige vriend. (Vedabase)
Op de juiste manier naar binnen gekeerd begaven ze zich toen op het bovenzinnelijk pad en ze zijn er, net als de nachten die afscheid nemen in het westen, tot op de dag van vandaag nog niet van teruggekeerd.
In volledige instemming zichzelf op die weg zettend, zich op het bovenzinnelijk pad begevend, zijn ze, net als de nachten die afscheid namen in het westen, tot op de dag van vandaag er niet van teruggekeerd. (Vedabase)
Op datzelfde ogenblik nam de Prajâpati vele ongunstige tekenen waar en vernam hij hoe, als voorheen, door Nârada er van zijn zoons weer niets terecht was gekomen.
Op dat zelfde ogenblik nam de Prajâpati vele ongunstige tekenen waar en vernam hij hoe, als voorheen, door Nârada er van zijn zoons weer niets terecht was gekomen.' (Vedabase)
Overweldigd in zijn treurnis over zijn kinderen, viel hij bijna flauw. Hij werd zeer kwaad op Nârada en richtte zich, toen hij de devarshi ontmoette, woedend tot hem met trillende lippen.
Hij in treurnis over zijn kinderen werd zeer kwaad op Nârada. Toen hij de devarishi zag sprak hij furieus met trillende lippen, het bijna bezwijmend. (Vedabase)
S'rî Daksha zei: 'Jij valse prediker uitgedost als een heilige! Welk een schande heb je ons bezorgd. Arme jongens die tekortschieten in ervaring heb je het pad van bedelaars gewezen!
S'rî Daksha zei: 'Jij valse prediker uitgedost als een heilige! Wat voor een dwaalleer houdt u ons nu voor; arme jongens die te kort schieten in ervaring hebt u het pad van bedelaars gewezen! (Vedabase)
Met hen in het geheel niet vrij van de drie schulden [aan de heiligen, de goden en de vader middels het celibaat, ceremoniën en nageslacht], heb je, met minachting voor hun plichten, hen de weg geblokkeerd naar het goede geluk op aarde en in het hiernamaals jij zondaar!
Van de drie schulden [aan de heiligen, de goden en de vader middels celibaat, ceremoniën en nageslacht] in het geheel niet bevrijd, met minachting voor hun werklast, heb je hun weg van het goede geluk naar zowel de hemel als de aarde geruïneerd, jij zondaar! (Vedabase)
Aldus heb je harteloos het verstand van die jongens bedorven. Rondtrekkend als een metgezel van de Heer, heb je Hem schaamteloos te schande gemaakt!
Als zodanig heb je harteloos het verstand van die jongens bedorven; jij, die rondreist in het gezelschap van de Heer, hebt Hem te schande gemaakt, jij dilettant! (Vedabase)
Besef goed dat de besten van de Heer altijd vol van ijver zijn om de gevallen zielen te zegenen. Maar niet jij, jij hebt werkelijk de band der vriendschap verbroken en tweedracht gezaaid onder mensen die in harmonie leven [vergelijk B.G. 18: 68-69].
Besef dat de besten van de Heer altijd vol van ijver zijn de gevallenen te zegenen, maar niet jij, jij hebt werkelijk de band verbroken en verdeeldheid gezaaid onder mensen die van harmonie zijn [vergelijk B.G.: 18:68-69]. (Vedabase)
Met je valse doctrine van enkel gericht zijn op de Absolute Waarheid denk je dat de verzaking wordt bereikt door de banden der genegenheid te verbreken, maar zo werkt verzaking niet bij mensen.
In de waan van jouw prediking denk je dat de verzaking wordt bereikt door de banden der genegenheid te doorsnijden, maar zo werkt verzaking niet bij mensen. (Vedabase)
Als men niet de moeilijke tijd heeft ervaren die volgt op de geneugten des levens, ontwikkelt zich bij een persoon niet de kennis. Men ziet er op een natuurlijke manier vanzelf vanaf uiteindelijk, en niet omdat men gehersenspoeld werd door anderen.
Als men niet de moeilijke tijd heeft ervaren die komt na het plezier heeft een persoon er geen idee van; op het laatst ziet men er vanzelf vanaf, niet vanwege een hersenspoeling door anderen. (Vedabase)
Zij met een vrouw en kinderen die eerlijk zijn nemen de last der Vedische verplichtingen op zich; het onverdraaglijke onrecht dat jij ons hebt aangedaan kan ik [éénmaal] vergeven.
Met vrouw en kinders nemen zij die eerlijk zijn de last der vedische verplichtingen op zich; het onverdraaglijke onrecht dat u ons hebt aangedaan kan ik [éénmaal] vergeven. (Vedabase)
Maar jij die de lijn der erfopvolgers doorbreekt mag, vanwege het kwaad dat je voor de tweede keer hebt aangericht o dwaas, nergens waar je rondzwerft in de wereld een plek, een vaste verblijfplaats vinden.'
Maar, o zorgelijke gespletenheid, voor het kwaad dat je ons een tweede keer hebt aangedaan mag er, derhalve, o zotheid, nergens in de wereld een plek voor je zijn in je omzwervingen. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Nârada Muni, het allemaal verdragend zoals dat een volleerd heilige past [zie ook 3.25: 21-27 en B.G. 12: 13-20], zei enkel: 'Begrepen, het zij zo', hoewel hij zelf de man was met de touwtjes in handen.'
S'rî S'uka zei: 'Nârada Muni, zoals het een volleerd heilige past [zie ook 3.25:21-27 en B.G. 12:13-20], zei, waarlijk het verdragend, enkel: 'Geaccepteerd, laat het zo zijn', hoewel hij zelf de man was met de touwtjes in handen.' (Vedabase)
![]()

De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons
Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding is
een artistieke impressie van Âryabhatha, de beroemde Indiase
wiskundige en astronoom
die ons de kennis bijbracht van de nul, het getal phi en de rondheid
van de aarde rond het jaar AD 476.
De afbeelding is genomen van een boekomslag in een serie genaamd 'Rishi
Scientists of India'. Sharelike © License. Bron: Veda Wiki.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd